RN 2026-006 Bestuurlijke reactie college aan Rekenkamer inzake onderzoek BSD
Tekst van het document
Aan de leden van de Rekenkamer.
Collegebrief Helmond, 18 december 2025
Zaaknummer: 52827242
Onderwerp: Bestuurlijke reactie Rekenkameronderzoek BSD
Geachte leden van de Rekenkamer, Op verzoek van uw Rekenkamer is in de periode februari 2025 tot en met oktober 2025 een evaluatie uitgevoerd door onderzoeksbureau RIGO naar het project Brainport Smart District (BSD) over de periode 2016 tot 2023. Dit onderzoek heeft zich gericht op beantwoording van de hoofdvraag, zoals door RIGO gesteld: “Wat zijn de redenen voor het gewijzigd en niet tot uitvoering brengen van de slimme wijk (BSD) als onderdeel van Brandevoort Noord, zoals vanaf 2016 werd voorzien?” Op 10 december 2025 ontving ons college de bestuurlijke nota (A) en nota van Bevindingen (B) met bevindingen, conclusies en aanbevelingen. Zoals gebruikelijk verzocht uw Rekenkamer ons college hierop te reageren. Bestuurlijke reactie Wij waarderen hoe het onderzoeksbureau het beeld over de periode 2016-2023 heeft neergezet. Als wij de aanbevelingen lezen, zien wij als rode draad terugkomen: innoveer maar hou tegelijk de vinger aan de pols of het waargemaakt wordt. De titel van het rapport, ‘Bouwen op ongefundeerd vertrouwen’ heeft onzes inziens een té negatieve klank. Met het project BSD werd beoogd om op basis van een uniek conceptueel plan, beweging te krijgen in de woningbouwrealisatie ten tijde van de economische- en bouwcrisis van die jaren. Een andere tijd, waarin woningbouwlocaties in regionaal verband ook werden afgeschaald of helemaal niet meer werden gebouwd.
BSD moest de slimste wijk van de wereld worden, waarbij nieuwe, slimme technologie wordt toegepast voor een duurzame, sociale en veilige wijk: een real-life proeftuin (‘living lab’). Wij hebben als gemeente vanaf 2016 samen met TU Eindhoven, Tilburg University en de provincie Noord-Brabant opgetrokken om BSD te ontwikkelen. De gemeenteraad heeft op 27 februari 2018 dit initiatief unaniem aangenomen. Het enthousiasme voor de ontwikkeling werd breed gedragen, ook buiten de gemeentelijke organisatie. Er is bewust gekozen om de innovatiedoelstelling in een aparte stichting BSD op afstand van de gemeente te zetten. Dat gaf ruimte om slagvaardiger te kunnen werken en ook om externe financiering beter mogelijk te maken. Niet alle subsidiemiddelen waren immers voor een gemeente toegankelijk. Als gemeente hebben we zowel in het bestuur van de stichting (voorzitterschap) als financieel bijgedragen aan de stichting. Zoals bij de gemeenteraad bekend zijn de beschikbare middelen om innovaties mogelijk te maken (vanuit het Nationaal Groeifonds (NGF)) substantieel lager uitgevallen dan verwacht. Voor de innovaties binnen BSD en het toekomstige beheer en onderhoud daarvan, bleef het hierdoor onduidelijk wie dit ging financieren.
Zoals beschreven in de nota was er binnen de gemeente een systeem voor risicoanalyse ingericht, zowel op projectniveau als vanuit control en zijn er meermaals juridische checks uitgevoerd ten behoeve van een juiste risico inschatting. Naarmate het programma duidelijker werd, konden berekeningen (vanuit de grex)
worden gemaakt. De specifieke projectrisico’s die gepaard gingen met de innovaties in BSD werden daarin goed meegewogen. De financiële impact voor de gemeente werden, als gevolg van de tegenvallende subsidies, steeds beter zichtbaar. Het risico voor de gemeente werd te groot om door te gaan met de hoge ambities binnen BSD. In oktober 2023 heeft het college besloten om een nieuwe koers voor het project BSD uit te gaan werken. Dit besluit is zorgvuldig genomen. Voordat wij ingaan op de aanbevelingen willen wij nog opmerken dat in de eerdere ambtelijke reactie op de concept-rapportage, uw Rekenkamer is geadviseerd om geen ‘quotes’ te gebruiken. Wij denken dat hierdoor de anonimiteit van de geïnterviewden, die vooraf wel is toegezegd, onvoldoende gewaarborgd is. De definitieve rapportage is hier niet op aangepast. Wij willen u hier nogmaals op wijzen. Reactie op aanbevelingen Wat kunnen we als gemeente en college leren van dit rapport? Vanuit de aanbevelingen zien wij een aantal belangrijke leerpunten die wij bij Nieuw Brandevoort of andere gebiedsontwikkelingen willen laten terugkomen. Het is te allen tijde belangrijk vast te houden aan ‘het klassieke stappenplan’ hoe om te gaan met gebiedsontwikkelingen (kaders, fasering en mijlpalen). Het is daarbij belangrijk om: a. b. c. d.
altijd te werken met terugval scenario’s; zorgen dat de juist expertise aan boord is; waar nodig second opinions te laten uitvoeren; zoveel als mogelijk de planning te bewaken om doelen te realiseren.
In onderstaande treft u onze inhoudelijke reactie op de aanbevelingen aan: 1.
Organiseer vanaf de start een intensieve bestuurlijke, maar vooral ook ambtelijke verbinding tussen een ‘verbonden partij’ als de Stichting BSD: Deze aanbeveling nemen wij over. Dit is vooral van toepassing bij verbonden partijen die in de 'markt' opereren. Voor verbonden partijen, die dichter bij de kerntaken van een gemeente staan, zoals GR-en, is reeds een structuur aanwezig die borgt dat zowel ambtelijk als bestuurlijk op de juiste wijze samen wordt gewerkt. Concreet voor Nieuw Brandevoort geven we hier al invulling aan door het maken van formele afspraken over governance met betrokken externe partijen. Dit doen wij op basis van een deskundig (extern) advies en het inrichten van een stuur- en regiegroep met vastgelegde opdracht en bevoegdheden.
2.
Toets het realiteitsgehalte van het gestelde ambitieniveau vooraf bij de markt. De wijk van de toekomst willen bouwen op basis van een groot aantal programmalijnen, inhoudelijk gevoed door experts die ver de toekomst in kijken, kan ook te futuristisch blijken. Kies liever enkele innovatieve aspecten die moeten terugkomen in projecten gefaciliteerd door de benodigde (infra)structuur op een passende schaal (eerder het buurt- dan het wijkniveau in eerste instantie). Zoals in de bestuurlijke reactie hierboven al beschreven is het belangrijk om gevolgen van besluiten goed af te wegen en dus de (externe) ontwikkeling zoals te verwerven subsidies in het oog te houden. Echter bij een project met een zeer hoog innovatief gehalte zoals BSD is dit altijd uitdagend. Immers lef tonen en realistisch plannen staat vaak op een gespannen voet met elkaar: ‘Als winnen makkelijk was zou iedereen het doen’. Bij Nieuw Brandevoort werken we (volgens een standaard stappenplan van gebiedsontwikkeling) in een iteratief proces, van grof naar fijn, waarbij de totstandkoming van de stedenbouwkundige ontwikkelingsvisie is afgestemd met de gemeenteraad en gaandeweg is geoptimaliseerd en is getoetst op integrale haalbaarheid. Een belangrijk onderdeel bij het werken van grof naar fijn is dat we de haalbaarheid continu in het oog houden.
Dit helpt om versnelling te realiseren in de uitwerking, omdat we zo voorkomen dat er te veel ambities gestapeld worden in het begin en het er bij de uitwerking niet meer uitkomt. Om die reden zijn de hoofdstructuren en daaruit volgende systemen voor bijvoorbeeld water, groen, Natuur Netwerk Brabant, en mobiliteit op hoofdlijnen getoetst op integrale haalbaarheid. Dit blijven we doen bij iedere verdere stap in de uitwerking.
3.
Beschouw het succesvol zijn in het vinden van externe financiering bij marktpartijen of subsidies nooit als een gegeven. We proberen zoveel mogelijk risico’s vooraf te mitigeren en niet vooraf rijk te rekenen. De specifieke doeluitkeringen (SPUKs) die wij ontvangen voor nieuwe projecten zijn hier goede voorbeelden van. Desalniettemin moeten we altijd ‘ergens’ beginnen en kunnen we niet altijd alles vooraf weten. Als college vinden wij het belangrijk om op onze (majeure) projecten te sturen. Bijvoorbeeld binnen het aspect ‘geld’ (waarnaar wij in de voortgangsrapportage majeure projecten verwijzen) sturen we op zowel kosten als (subsidie)baten. Hierbij houden wij het realiteitsgehalte scherp in de gaten.
4.
Heroverweeg altijd je positie en vooral het na te streven ambitieniveau, wanneer je als gemeente als enige risicodragende partij en kartrekker overblijft. Zoals beschreven in de bestuurlijk reactie hebben we als college op projectniveau zorgvuldig afwegingen gemaakt. De specifieke projectrisico’s die gepaard gingen met BSD zijn goed meegewogen. Dat heeft ons dan ook tot de heroverweging in oktober 2023 gebracht. Stoppen is lastig maar is ook een vorm van lef. Als college blijven we wel ambitieus maar hebben ook de realiteit voor ogen om van Nieuw Brandevoort een wijk te maken die aansluit bij externe financiering en de gemeentelijke financiële mogelijkheden.
5.
Blijf ondanks een inzet op innovatie in een grote gebiedsontwikkeling of groot project houvast ontlenen aan de ‘klassieke’ stappen van gebiedsontwikkeling en hanteer de bijbehorende visies en plandocumenten als mijlpalen: Deze aanbeveling is al in gang gezet bij Nieuw Brandevoort en hierop wordt gemonitord. Voor de majeure projecten, waaronder Nieuw Brandevoort, is bij de doorontwikkeling van de ‘rapportage majeure projecten’ die begin 2025 heeft plaatsgevonden, rekening gehouden met de fasering en hiermee dus de ‘klassieke’ stappen. Deze vernieuwde ‘rapportage majeure projecten’, die twee keer per jaar wordt voorgelegd aan de gemeenteraad, is gebaseerd op een objectief scoringsmodel voor de beheersaspecten Tijd, Geld, Kwaliteit en Risico’s. Zo wordt er objectief gerapporteerd over het volgen van de fasering, het gebruik van zowel documenten als mijlpalen en daardoor beter gestuurd hierop.
Rol van de gemeenteraad In de rapportage is een drietal aanbevelingen aan de gemeenteraad gedaan. Als college willen wij vanuit onze uitvoerende rol op de onderstaande drie punten reageren: 1. Formuleer aan de voorkant van het project scherp wat de financiële en inhoudelijke randvoorwaarden zijn waarbinnen het bereiken van de ambities of een innovatieve component zich mag/ moet voltrekken. 2. Spreek voor grote projecten een aparte cyclus van informatievoorziening en rapportage met het college af: een 'Grote Projecten Regeling'. 3. Organiseer dat de gemeenteraad niet door één woordvoerder vanuit de gemeente – denk in het geval van BSD aan de Stichting – wordt bijgepraat over de stand van zaken. Aanbeveling 1 voorzien wij door - als kaders niet blijken te passen - deze opnieuw aan de gemeenteraad voor te leggen, zoals ook zal gebeuren in 2026. Met de doorontwikkelde voortgangsrapportage majeure projecten (voorjaar 2025) hopen wij inmiddels invulling gegeven te hebben aan aanbeveling 2. Met de raad, dan wel via het auditcomité, gaan wij graag in overleg op welke aspecten wij deze rapportage verder kunnen verbeteren. Voor aanbeveling 3 kan de raad zelf invulling geven, bijvoorbeeld via opiniebijeenkomsten of via de onlangs door ons college georganiseerde thema-avond, waarbij de stedenbouwkundige aanwezig was.
Tot slot We gaan de nota en deze bestuurlijke reactie bespreken met de gemeenteraad in de hiervoor geplande vergaderingen. Op die manier gaan we gezamenlijk - en ieder vanuit de eigen rol - verder vormgeven aan de mooie ambities van onze stad. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Helmond, mr. S.C.C.M. Potters burgemeester
E.P.H. Koop, MSc gemeentesecretaris