RN 101 Kansen voor elk kind - Koers voor het Ontwikkelkansenbeleid gemeente Helmond 2024-2027 - onopgemaakte versie
Tekst van het document
Kansen voor elk kind Koers voor het ontwikkelkansenbeleid gemeente Helmond 2024-2027
Conceptversie oktober 2023
Inhoud Voorwoord .............................................................................................................................................. 2 Samenvatting........................................................................................................................................... 3 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 5
2.
Ontwikkelkansen: context en cijfers ............................................................................................... 7
3.
4.
5.
2.1
Wat is het gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid? ...................................................... 7
2.2
Onderwijsachterstanden in Helmond de cijfers op een rij ..................................................... 8
2.3
Onderwijsachterstandenbeleid: Wat werkt? .......................................................................... 9
Terugblik beleidsperiode 2019-2023............................................................................................. 11 3.1
Kernindicatoren ..................................................................................................................... 11
3.2
Speerpunten beleidsplan: waar staan we nu? ...................................................................... 14
Vooruitblik naar 2027 .................................................................................................................... 18 4.1
Trends en ontwikkelingen ..................................................................................................... 18
4.2
Verbinding van het Ontwikkelkansenbeleid met andere beleidsterreinen .......................... 20
Koers 2024-2027............................................................................................................................ 22 5.1
Twee centrale thema’s .......................................................................................................... 23
I De beste vroege start .................................................................................................................. 23 II Taal centraal ............................................................................................................................... 23 5.2
Leidende principes voor de koers ......................................................................................... 24
5.3 Organisatie .................................................................................................................................. 25 6.
Financiën ....................................................................................................................................... 27
1
Voorwoord Ieder kind in Helmond heeft talenten. Voor sommige kinderen is het echter niet zo makkelijk om die talenten ook écht tot bloei te laten komen. Als gemeente, schoolbesturen en kinderopvang willen we dat alle kinderen in Helmond gelijke kansen krijgen om zich te ontwikkelen. Om hun talenten te laten groeien en bloeien. Om écht mee te kunnen doen in onze samenleving; op een manier die bij het kind past, en in een omgeving die daarbij op alle mogelijke manieren helpt. De afgelopen jaren hebben we al stevig werk gemaakt van gelijke kansen op talentontwikkeling. En met resultaat! Maar we geloven ook dat we nóg meer het verschil kunnen maken. De komende periode werken we - nog meer dan voorheen - vanuit de gedachte dat het nodig is om ongelijk te investeren in gelijke kansen. Dat betekent dat we ons beleid en middelen nog meer gaan focussen op kinderen en wijken waar ontwikkelkansen het minst gunstig zijn. Welke kinderen zijn dat? Wat hebben zij nodig? Hoe zorgen we voor een omgeving die kinderen stimuleert om nieuwe dingen te ontdekken, om nieuwe ervaringen op te doen, om talenten te ontdekken en ook echt te ontplooien? Dat klinkt misschien eenvoudig, maar dat is het niet. Het vraagt om ambitie, daadkracht, lef en innovatie. Het vraagt om anders denken én doen. Dat het mogelijk is, weten we: dat hebben we de afgelopen jaren al laten zien.
We zetten nu een volgende stap door ons eensgezind achter de ambitie te scharen om kinderen in kansrijke omgevingen op te laten groeien, en door gebruik te maken van alle energie die aanwezig is bij partners die zich dagelijks inzetten voor kansen voor Helmondse kinderen. Cathalijne Dortmans Wethouder Onderwijs, Jeugd en Gezondheid gemeente Helmond
2
Samenvatting Met de koers ‘Kansen voor elk Kind’ geven we richting aan de beleidsontwikkeling voor ontwikkelkansen van onze kinderen voor de periode 2024-2027. Elk kind gunnen we de kans om zich optimaal te ontwikkelen, talenten tot bloei te laten komen en op te groeien tot een zelfstandig en betrokken inwoner. Toch zijn in de praktijk ontwikkelings- en onderwijskansen ongelijk verdeeld en zien we dat een deel van de Helmondse kinderen opgroeit in een minder kansrijke omgeving. Zo loopt in onze stad ongeveer 1 of de 5 kinderen een verhoogd risico op een ontwikkelachterstand. Vertrekpunt voor deze koers is de wettelijke taak van gemeenten om het zogeheten onderwijsachterstandenbeleid uit te voeren. Doel daarvan is om kinderen die in een anderstalige of minder talige omgeving opgroeien en daardoor een taalachterstand (dreigen) oplopen, van een aanbod te voorzien zodat zij die achterstanden inlopen. Het belangrijkste instrument daarin is voorschoolse educatie voor kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar. In Helmond zetten kinderopvang, onderwijs en welzijn zich al jaren in om deze achterstanden vroeg op te sporen en in te lopen. Dat doen we onder de vlag van wat we eerder het ontwikkelingsachterstandenbeleid noemden, en wat we vanaf nu het ontwikkelkansenbeleid noemen.
Ons doel is om kinderen zo vroeg mogelijk de beste kansen bieden om zich te optimaal te ontwikkelen, zodat zij maximale onderwijskansen krijgen. Om deze koers te kunnen bepalen, hebben we samen met onze partners teruggeblikt op de beleidsperiode 2019-2023 en de huidige stand van zaken en trends en ontwikkelingen in kaart gebracht. We kunnen met recht zeggen dat er veel goed gaat. Er zijn genoeg voorschoolse plekken van voldoende kwaliteit en we behalen veelal de streefdoelen ten aanzien van de ontwikkeling van kinderen. Tegelijkertijd constateren we een aantal aandachtspunten. Zo zien we meer ouders en kinderen die de Nederlandse taal niet of nauwelijks beheersen op het moment dat ze de voorschool instromen. Ook stijgt het aantal kinderen met een complexe ondersteuningsbehoefte in de voorschool en de basisschool. Professionals op de voorschool voelen zich niet toegerust om deze kinderen de juiste ondersteuning te bieden. Ook het stijgende aantal VVE-indicaties en het dalende bereik van peuters met voorschoolse educatie is een aandachtspunt. Tot slot zien we dat de randvoorwaarden om goede programma’s neer te zetten onder druk staan. Kinderopvang, onderwijs en ketenpartners hebben in toenemende mate te maken met personeelstekorten. Ook het budget staat onder druk omdat dit niet meegegroeid is met de loonstijgingen van professionals in het onderwijs en de kinderopvang.
In de koers voor 2024-2027 brengen we bewust focus aan op een tweetal thema’s met ieder twee ontwikkelopdrachten. Op deze thema’s ligt de focus op de doorontwikkeling van ons beleid en willen we nieuwe perspectieven ontwikkelen. Het eerste thema De beste vroege start zet allereerst in op een passend aanbod voor peuters. We spelen daarbij in op de veranderende instroom van peuters en wat dat betekent voor bijvoorbeeld professionalisering en kijken daarnaast naar de ondersteuningsstructuur rondom voorscholen. Bij dit thema hoort ook een hernieuwde focus op het bereiken van kinderen met voorschoolse educatie. We willen meer kinderen bereiken. Dat begint bij goede registratie en vervolgens een goede toeleiding naar voorschoolse educatie. Het tweede thema Taal centraal is gekozen omdat we in de praktijk zien we dat het niveau van (Nederlandse) taalontwikkeling van kinderen die instromen in de voorschool en op school onder druk staat. Ook hebben we te maken met een grotere instroom van nieuwkomers. We zetten ten eerste in op de versterking van de taalprofessionaliteit en het taalaanbod. Daarbij betrekken we vanzelfsprekend ook de ouders. In het basisonderwijs investeren we gericht in taal- en topklassen en leggen we verbinding met het taalonderwijs in de basisschool. In een tweede ontwikkelopdracht 3
herijken we ons aanbod voor nieuwkomersonderwijs in de stad, en bezien we ook onze rol in de regio. Ook richten we ons op NT2-ondersteuning in voorschoolse educatie en basisonderwijs. De koers die we hieronder presenteren is een koers op hoofdlijnen, die we samen met onze partners zullen uitwerken in doelen en acties. Daarvoor hebben we een aantal leidende principes opgesteld, zoals dat we streven naar een passende voorschoolse plek voor elk kind en we permanent aandacht hebben voor de beschikbaarheid en expertise van professionals. Ook gaan we ongelijk investeren voor gelijke kansen. Dit houdt in dat we gerichter gaan investeren op de plekken in de stad waar het het hardst nodig is en dat gaan doen met interventies die bewezen bijdragen aan meer ontwikkelkansen. Verder zoeken we de verbinding met beleid dat raakt aan onze opdrachten en het thema kansengelijkheid, zoals laaggeletterdheid en het armoedebeleid. Tot slot spreken we met elkaar af dat we de thematiek van ontwikkelkansen aanvliegen met ambitie, daadkracht en lef. Omdat we geloven dat dit nodig is om nóg meer het verschil te maken. Over de voortgang op de vier opdrachten en de resultaten op een aantal kernindicatoren informeren we de gemeenteraad ten minste een maal per jaar middels een Raadsinformatiebrief.
4
1. Inleiding Elk Helmonds kind gunnen we de kans om zich optimaal te ontwikkelen, talenten tot bloei te laten komen en op te groeien tot een zelfstandig en betrokken inwoner. Ongeacht waar in Helmond zijn of haar wieg stond. Toch zijn in de praktijk ontwikkelings- en onderwijskansen ongelijk verdeeld en zien we dat een deel van de Helmondse kinderen opgroeit in een minder kansrijke omgeving. Dat zien we bijvoorbeeld terug in de lagere schoolprestaties van kinderen van laagopgeleide ouders of met een niet-westerse culturele achtergrond. Vaak zijn ontwikkelingsachterstanden bij kinderen al jong zichtbaar. Voordat kinderen instromen op de basisschool lopen sommige kinderen al achter in hun taalontwikkeling, omdat thuis geen Nederlands wordt gesproken of de thuisomgeving minder talig is. In Helmond zetten kinderopvang, onderwijs en welzijn zich al jaren in om deze achterstanden vroeg op te sporen en in te lopen, zodat kinderen de beste start kunnen maken in het basisonderwijs of in het basisonderwijs extra taalstimulans krijgen. Dat doen we onder de vlag van wat nu nog het ontwikkelingsachterstandenbeleid heet, en wat we vanaf nu het ontwikkelkansenbeleid noemen. In dit koersdocument beschrijven we de koers voor een nieuwe beleidsperiode startend in 2024 en lopend tot en met 2027.
Van ontwikkelachterstandenbeleid naar ontwikkelkansenbeleid In het beleidsplan 2019-2023 hebben de Helmondse scholen en kinderopvang de wens uitgesproken om de term onderwijsachterstanden te wijzigen in ontwikkelingsachterstanden. Reden hiervoor was dat onderwijsachterstandenbeleid en voor- en vroegschoolse educatie een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. In het onderwijs wordt een ontwikkelingsachterstand scherp zichtbaar, maar om de gezamenlijke verantwoordelijkheid te benadrukken werd er van ‘ontwikkelingsachterstanden en – kansenbeleid’ gesproken. Zowel scholen, kinderopvang als gemeente hebben verantwoordelijkheden binnen het onderwijskansenbeleid en voor- en vroegschoolse educatie. In het beleidsplan voor de periode 2024-2027 willen we nog een stapje verder gaan. We stellen de kansen en talenten van alle kinderen in Helmond steeds voorop. Daarom spreken we vanaf nu liever van ontwikkelkansenbeleid (OKB). We beginnen in dit beleidsplan met een open en positieve insteek, waarbij ieder kind met de eigen talenten en behoeften centraal staat. In Helmond hebben we de ambitie om alle kinderen een goede, kansrijke start te bieden in hun vroege ontwikkeling en in het onderwijs met een passende ondersteuning. Daarbij maken we verschil tussen kinderen in hun ontwikkel- en ondersteuningsbehoeften, om uiteindelijk de verschillen tussen kinderen te verkleinen.
Insteek van deze koers
Deze koers geeft richting aan de beleidsontwikkeling voor ontwikkelkansen van Helmondse kinderen. Vertrekpunt hierbij is de wettelijke taak van gemeenten om het zogeheten onderwijsachterstandenbeleid uit te voeren binnen gestelde kaders en waarvoor Rijksfinanciering beschikbaar wordt gesteld. We zetten ons in Helmond met dit beleid in om kinderen zo vroeg mogelijk de beste kansen te bieden om zich te optimaal te ontwikkelen, zodat zij maximale onderwijskansen krijgen. Om hieraan te voldoen, stellen we in deze koers een aantal opdrachten vast op twee centrale thema’s die volgens ons de komende jaren focus verdienen: De beste vroege start en Taal centraal.
5
Het gaat om twee complexe thema’s, waarin allerlei factoren en actoren van invloed zijn. Kinderen groeien bijvoorbeeld op in gezinnen die weinig taalvaardig zijn, of hebben ook ondersteuning nodig op andere gebieden. De thema’s en de opdrachten hebben zodoende ook raakvlakken met andere beleidsterreinen, zoals laaggeletterdheid, preventief jeugdbeleid en armoedebeleid en natuurlijk ook de inzet van de scholen zelf op deze onderwerpen. Die raakvlakken brengen we in dit koersdocument in kaart en in de praktische uitwerking van de opdrachten gaan we op zoek naar concrete verbindingen om daarmee nog effectiever te kunnen werken aan optimale ontwikkelkansen.
Leeswijzer
Dit koersdocument begint met een schets van de context van het ontwikkelkansenbeleid (H2). Vervolgens laten we zien hoe de koers voor het nieuwe beleidsplan tot stand gekomen is. Daarvoor hebben we enerzijds teruggeblikt en anderzijds vooruitgeblikt. In hoofdstuk 3 blikken we terug op de beleidsperiode 2019-2023 door de toen gestelde ambities te evalueren en de resultaten op een aantal kernindicatoren op een rijtje te zetten. Bij onze vooruitblik naar de periode 2024-2027 in hoofdstuk 4 betrekken we landelijke en lokale ontwikkelingen. In hoofdstuk 5 zetten we de koers voor de nieuwe beleidsperiode uiteen. We schetsen daarbij de leidende principes en de thema’s en opdrachten waar de komende jaren de focus op zal liggen en gaan in op de manier waarop we de opdrachten willen organiseren. Tot slot geven we in hoofdstuk 7 inzicht in de begroting bij deze koers.
6
2. Ontwikkelkansen: context en cijfers 2.1 Wat is het gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid?
Landelijk wordt er gesproken van onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Dit beleid geldt voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar. Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) maakt deel uit van het onderwijsachterstandenbeleid. Voorschoolse educatie is een aanbod van minimaal 16 uur per week gericht op doelgroeppeuters op peuteropvang en kinderopvang tussen de 2,5 jaar en 4 jaar. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor voldoende aanbod van voorschoolse educatie van voldoende kwaliteit. Vroegschoolse educatie is voor doelgroepkleuters in groep 1 en 2 van de basisschool en is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Met doelgroeppeuters en doelgroepkleuters worden kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar bedoeld met een taalachterstand en/of ontwikkelingsachterstand. Het doel is om peuters met een mogelijke ontwikkelingsachterstand beter voor te bereiden op de basisschool en ervoor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. Het beleid focust zich op de ontwikkeling van kinderen bij wie een onderwijsachterstand is geconstateerd, maar ook op de ontwikkeling van kinderen die waarschijnlijk een onderwijsachterstand op zullen lopen als er niet tijdig wordt ingegrepen.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat kinderen uit lagere sociaal-economische milieus ongeacht hun talenten, minder kans hebben op een succesvolle schoolloopbaan dan kinderen uit hogere sociaal-economische milieus. We spreken dus van onderwijsachterstanden als leerlingen door een ongunstige economische, sociale of culturele omgeving (met name de thuissituatie) op school slechter presteren dan ze bij een gunstiger situatie zouden kunnen. Gemeenten en schoolbesturen ontvangen op basis van een berekening van verwachte onderwijsachterstanden bij peuters en leerlingen een Rijksuitkering om onderwijsachterstanden te signaleren, te voorkomen of te bestrijden. De Onderwijsinspectie ziet toe op het aanbod en de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie. Onderdeel daarvan zijn de zogenaamde resultaatafspraken op opbrengsten van VVE tussen gemeenten, voorschoolse instellingen en basisscholen. Dit kunnen bijvoorbeeld streefdoelen zijn voor de ontwikkelingsgroei of het minimale taalniveau voor peuters of kleuters.
Het CBS heeft onderzocht welke kenmerken het risico op een onderwijsachterstand van een peuter en leerling het best voorspellen. Dit zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Opleidingsniveau van de ouders: van zowel de vader als de moeder worden het opleidingsniveau meegenomen. Het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op school. Land van herkomst van de ouders: er wordt gekeken naar de herkomst van de ouders. De herkomstlanden zijn ingedeeld in een aantal categorieën’ op basis van ‘culturele afstand’ tot Nederland. Verblijfsduur in Nederland: verblijfsduur in Nederland: er wordt gekeken naar de verblijfsduur van de moeder in Nederland. Schuldsanering: er wordt gekeken of het gezin in de schuldsanering zit.
Het CBS heeft toegang tot deze gegevens en kan op basis hiervan de verwachte achterstandsscore van elke peuter en leerling berekenen. De hoogte van verwachte achterstandsscore bepaalt de hoogte van de specifieke Rijksuitkering die gemeenten ontvangen om onderwijsachterstanden te voorkomen en te bestrijden. Voor de gemeente Helmond bedroeg deze uitkering in 2023 4,7 miljoen euro.
7
Naast voorschoolse- en vroegschoolse educatie kunnen gemeenten extra maatregelen in het onderwijs inzetten die de beheersing van de Nederlandse taal bevorderen. Denk aan schakelklassen, weekendscholen of activiteiten gericht op het bevorderen van een doorgaande lijn naar de basisschool.
2.2 Onderwijsachterstanden in Helmond: de cijfers op een rij
In Helmond loopt – op basis van de criteria van het CBS - ongeveer 1 op de 5 kinderen in de leeftijd tussen 2,5 en 12 jaar een verhoogd risico op een onderwijsachterstand. We zien daarbij hogere concentraties van dit risico in Helmond-Noord, Helmond-Oost, Helmond West en Binnenstad. Percentages liggen in deze wijken tussen de 25% en ongeveer 40%. Figuur 2.1: percentage kinderen met een verhoogd risico op een onderwijsachterstand. Bron gemeente Helmond
Rondom de overgang naar het middelbaar onderwijs zien we nog steeds grote verschillen naar wijken. In figuur 2.2 is te zien dat het gemiddelde eindadvies in de wijken waar een hoog risico op onderwijsachterstand was, lager ligt dan in wijken met een lage achterstandsscore. Dit is een verschil van ongeveer een á twee schoolniveaus. Figuur 2.3 laat zien hoe schooladviezen in Helmond zich hebben ontwikkeld de afgelopen jaren. Helmond volgt hierin de landelijke trend, waarin we zien dat er na een lichte daling in het Coronajaar 2020 schooladviezen in 2022 weer op het niveau zijn van 2015. In wijken met een gemiddeld lagere sociaal-economische status ligt het eindadvies gemiddeld lager. In Helmond ligt dit gemiddelde nog net iets lager dan in andere Nederlandse wijken met een lage sociaal-economische status. Het niveau van schooladviezen in Helmondse wijken met een bovengemiddelde sociaal-economische status is ongeveer gelijk aan het Nederlands gemiddelde van bovengemiddelde wijken. Figuur 2.2 Ontwikkeling van schooladviezen in wijken met een bovengemiddelde en ondergemiddelde sociaaleconomische status. Bron: Dashboard Gelijke Kansen MinOCW
8
Figuur 2.3 Gemiddeld Eindadvies in het primair onderwijs in Helmond in 2019/20-2021/22. Bron: Dashboard Gelijke Kansen MinOCW
Toelichting op de gemiddelden: 1 = praktijkonderwijs 2 = vmbo basis 3 = vmbo basis/kader 4 = vmbo kader 5 = vmbo kader/gt 6 = vmbo g/t 7 = vmbo gt/havo 8 = havo, 9 = havo/vwo 10 = vwo
2.3 Onderwijsachterstandenbeleid: wat werkt?
Zowel in Nederland als in het buitenland wordt al jarenlang gewerkt met programma’s van voor- en vroegschoolse educatie. We weten daardoor ook steeds beter wat wel en niet werkt. Uit onderzoeken blijken sterke aanwijzingen dat de volgende factoren bijdragen aan de kwaliteit en effectiviteit van voor- en vroegschoolse educatie: 1 o
o o o
Gezinssituatie: er zijn sterke aanwijzingen om aan te nemen dat kinderen uit gezinnen met grotere achterstand (lage sociaal-economische status, lage opleiding, niet-Westerse achtergrond) meer profiteren van VVE dan andere kinderen (d.w.z. meer vooruitgang boeken op taal, rekenen, aandacht, sociaal-emotioneel). Ouderbetrokkenheid: het betrekken van ouders bij de ontwikkeling van hun kinderen is goed voor de ontwikkeling. Voorbeelden hiervan zijn het meegeven van thuisopdrachten, (coachings)gesprekken, voorleesactiviteiten e.d. Educatieve kwaliteit: een hogere educatieve kwaliteit hangt samen met betere kinduitkomsten (Nederlandse taalvaardigheid, rekenvaardigheid, selectieve aandacht). Professionalisering: het bijscholen en het professionaliseren van de medewerkers en organisatie draagt bij aan het verbeteren van de educatieve kwaliteit. De literatuur laat drie kernelementen van professionele ontwikkeling zien die belangrijk zijn: permanentie, gezamenlijkheid en reflectie.
Ook is veel onderzoek gegaan naar het inlopen van taalachterstanden bij kinderen in de basisschoolleeftijd. De achterstanden hebben vooral te maken met een onvoldoende blootstelling aan de Nederlandse taal. Met andere woorden: de kinderen horen en spreken te weinig Nederlands en hebben daardoor onvoldoende kansen om hun vaardigheid in die taal goed te ontwikkelen. Dat betekent dat kinderen die op school komen met dit type taalachterstand gebaat zijn bij extra taalaanbod, extra mogelijkheden om de taal te gebruiken en extra ondersteuning bij het begrijpen van de leerstof. Leerlingen met een achterstand voor wie het Nederlands een tweede taal is (NT2leerlingen), hebben daarbij in principe geen andere didactische aanpak nodig dan andere leerlingen met een taalachterstand. Dat de taalachterstanden van kinderen met een migratieachtergrond over 1
** In het artikel ‘Onderwijskansen en taalstimulering’ van Kees Broekhof van Sardes,16 maart 2021, wordt ingegaan op diverse onderzoeken.
9
het algemeen groter zijn betekent niet dat zij een heel andere aanpak nodig hebben, maar vooral dat ze nog meer behoefte hebben aan meer taalaanbod, meer mogelijkheden voor taalproductie en meer ondersteuning. Beide groepen zijn gebaat bij effectief en efficiënt woordenschatonderwijs, taalstimulerende gesprekken, ondersteunende aanwijzingen van de leerkracht (‘scaffolding’), het ontwikkelen van algemene kennis en veel lezen.
Wat nemen we mee voor de koers 2024-2027? 1 op de 5 Helmondse kinderen loopt een verhoogd risico op een onderwijsachterstand. Dit risico concentreert zich in een aantal wijken, waarbij in sommige wijken bijna 40% van de kinderen een verhoogd risico loopt. Ook aan het einde van de basisschooltijd zien we verschillen tussen Helmondse kinderen uit meer en minder gunstige wijken. Schooladviezen in bovengemiddelde wijken zijn gemiddeld een onderwijsniveau hoger. Professionalisering, ouderbetrokkenheid en focus op educatieve kwaliteit dragen bij de aan de kwaliteit en de resultaten van VVE. Kinderen met een taalachterstand zijn gebaat bij extra taalaanbod, extra mogelijkheden om de taal te gebruiken en extra ondersteuning bij het begrijpen van de leerstof. Kinderen voor wie Nederlands de tweede taal is (NT2) verschillen daarin niet van kinderen voor wie Nederlands de eerste taal is (NT1).
10
3. Terugblik beleidsperiode 2019-2023 De afgelopen beleidsperiode hebben we ingezet op een aantal speerpunten, namelijk: 1. 2. 3. 4.
Het kind voorop Partnerschap met ouders De handen in elkaar slaan Scherp zijn op kwaliteit
De vier speerpunten die centraal stonden in de vorige beleidsperiode zijn met behulp van de jaarlijkse, gemeentelijke monitorrapportage OKB/VVE door BCO Onderwijsadvies en -ondersteuning gevolgd. Daardoor kunnen we jaarlijks zien welke voortgang er geboekt wordt op de verschillende onderdelen van het beleid. Daarom zijn in de evaluatie de gegevens vanaf 2015-2016 tot en met 2021-2022 meegenomen, zodat we over een langere periode ontwikkelingen kunnen zien. In de VVEmonitor (2023 - VVE Monitor - Infogram) is zichtbaar gemaakt hoe de ontwikkeling eruitziet, waar we de gestelde doelen behalen en waar nog niet. In dit hoofdstuk vatten we per beleidsspeerpunt de belangrijkste bevindingen samen en benoemen we een aantal aandachtspunten. Voordat we dat doen, rapporteren we op een aantal kernindicatoren op het gebied van indicering, bereik en resultaten van voor- en vroegschoolse educatie.
3.1 Kernindicatoren Indicering voor voorschoolse educatie Kinderen die een risico lopen op een ontwikkelachterstand willen we zo veel mogelijk gebruik laten maken van voorschoolse educatie. Indicering voor voorschoolse educatie gebeurt door de GGD op het consultatiebureau. We hebben ons als doel gesteld dat 100% van de kinderen door de GGD gezien wordt en dat doel is ook behaald. We zien dat het percentage kinderen met een VVE-indicatie de afgelopen jaren is gestegen. Hadden in 2015-2016 nog 16% van de kinderen een indicatie, in 2021-2022 is dit opgelopen tot 30% van de kinderen. In aantallen gaat het om 533 peuters. De hoofdreden waarop kinderen een indicatie krijgen is een (verwachte) achterstand in de taalspraakontwikkeling. De groep kinderen die een indicatie krijgt vanwege hun sociaal-emotionele ontwikkeling is de laatste jaren toegenomen. Professionals bevestigen dat ze een veranderende instroom van kinderen zien. De culturele diversiteit neemt toe en daarnaast is er een grotere groep kinderen die de Nederlandse taal nog helemaal niet beheerst op het moment dat ze instroomt. Figuur 3.1 : Aandeel kinderen met een VVE-indicatie. Aandeel is ten opzichte van alle kinderen van 2 tot 4 jaar. Bron BCO.
11
Figuur 3.2 Redenen waarom de kinderen een VVE-indicatie hebben gekregen
Aanbod van voorschoolse plekken en bereik van kinderen Er zijn ruim voldoende plekken voor voorschoolse educatie aanwezig: ruim 800 plekken verdeeld over 32 locaties in de stad. Van deze plekken kunnen ook peuters zonder VVE-indicatie gebruik maken, maar dan voor twee in plaats van vier dagdelen per week. Met gemengde groepen van peuters met en zonder VVE-indicatie willen we segregatie tegengaan en het van elkaar leren bevorderen. Op alle locaties is de wettelijke urenuitbreiding van 10 naar 16 uur per week voor doelgroepkinderen gerealiseerd. Op enkele locaties komen wel wachtlijsten voor, maar zijn er wel plekken binnen omliggende locaties. Ouders kiezen in dit geval bewust voor de voor hen dichtstbijzijnde locatie. Het bereik van kinderen met een VVE-indicatie is de afgelopen jaren teruggelopen. Een behoorlijke groep kinderen dat geïndiceerd is voor VVE maakt gebruik van kinderdagopvang op een niet gecertificeerde VVE-instelling. Een aanzienlijke groep ouders geeft daarnaast aan geen belangstelling te hebben, maar achterliggende redenen hiervan zijn niet bekend. We zien daarnaast dat de Coronapandemie van invloed is geweest en dat dit de drempel heeft verhoogd voor ouders om hun kind in te schrijven op een voorschoolse voorziening.
Voor het jaar 2020-2021 is 2021-2022 is geen exact percentage bereik te geven; door een overgang van systemen bij de GGD is het bereik van een groep peuters onbekend. Figuur 3.3 Percentage kinderen met een VVE-indicatie dat bereik wordt
Resultaten Met voorschoolse en vroegschoolse educatie beogen we dat kinderen een zo goed mogelijke start maken op de basisschool en goed kunnen doorstromen naar groep 3. Daarvoor zijn streefdoelen 12
opgesteld ten aanzien van taalontwikkeling, rekenen en sociaal-emotionele ontwikkeling. In schooljaar 2021/2022 zien we dat de meeste streefdoelen door doelgroepkinderen behaald worden. 2 Hieronder lichten we enkele resultaten op het gebied van taalontwikkeling uit. In figuur 3.3 is te zien dat de doelstellingen voor spraak-taalontwikkeling van kleuters in het jaar 2021-2022 behaald worden. Voor peuters wordt de streefdoelstelling net niet behaald. In figuur 3.4 zien we dat de streefdoelen voor geletterdheid wel ruimschoots worden behaald. Figuur 3.3. Resultaten spraak-taalontwikkeling
Figuur 3.4 Resultaten geletterdheid
Daarnaast wordt er op verschillende Helmondse scholen een aanbod van Schakel- en Topklassen verzorgd. In deze klassen wordt een intensief taalaanbod verzorgd. De Schakelklassen zijn verspreid over 10 verschillende scholen en hebben als doel om het taalniveau van kinderen met een grote taalachterstand bij te spijkeren zodat ze na een jaar weer aan het reguliere onderwijs kunnen deelnemen. Topklassen zijn er voor basisschoolleerlingen met de capaciteiten om door te stromen naar het VMBO-t, HAVO of VWO, maar het niveau niet halen wegens een taalachterstand. Het doel is om het taalniveau van deze kinderen bij te spijkeren zodat ze naar het type voortgezet onderwijs kunnen doorstromen dat bij hun leervermogen past. Op zeven Helmondse basisscholen is er zo’n Topklas. Figuur 3.5 laat zien dat het streefdoel voor de Topklassen tussen 2018-2019 en 2020-2021 net niet is behaald, maar in het laatste jaar 2021-2022 wel is behaald.
2
In het infogram OKB/VVE zijn de resultaten van de afgelopen periode uitgebreider in beeld gebracht. Dit is hier in te zien: 2023 - VVE Monitor - Infogram
13
Figuur 3.5 Uitstroom vanuit de Topklas naar het VMBO-t of hoger
3.2 Speerpunten beleidsplan: waar staan we nu? Het kind voorop Onder de noemer ‘Het kind voorop’ is gewerkt aan verschillende ambities. De samenwerking tussen voorschoolse locaties en de basisschool om een doorgaande ontwikkellijn te creëren was daar een van. Die samenwerking is geborgd in locatieplannen waarin afspraken staan over structurele afstemming tussen locaties en de overdracht van kinderen van de voorschoolse locatie naar de basisschool. Alle locaties beschikken in 2021/2022 over een locatieplan.
Figuur 3.6: Verloop van de overdracht van voorschool naar basisschool
Voor een aantal peuters blijkt alleen extra aanbod in de vorm van voorschoolse educatie onvoldoende voor een optimale ontwikkeling. Dit zijn peuters met zwaardere ondersteuningsbehoeften. Deze liggen vaak op het gebied van de sociaal emotionele ontwikkeling, taalontwikkeling of een combinatie daarvan. Deze ondersteuning wordt geboden door het consultatiebureau, logopedie, de IB’er van een basisschool of door bijvoorbeeld Kentalis, Lore of Libra. Voorschoolse locaties geven aan dat het aantal kinderen dat een zwaardere ondersteuningsbehoefte heeft is toegenomen. Professionals voelen zich niet voldoende toegerust om deze kinderen optimaal te kunnen ondersteunen en de aandacht voor deze kinderen heeft ook 14
een negatieve invloed op het effectief kunnen uitvoeren van het regulier VVE-programma voor de overige peuters. De samenwerking tussen de voorschool en de basisschool gericht op kinderen met extra ondersteuningsbehoeften is een aandachtspunt. Veel kinderen worden nu nog zonder ondersteuningsplan overgedragen, maar professionals op de basisschool constateren bij deze peuters al snel een extra ondersteuningsbehoefte. Het aantal kinderen waarbij op de basisschool een extra ondersteuningsbehoefte wordt geconstateerd, is het afgelopen jaren sterk gestegen. Voorscholen en basisscholen zijn het erover eens dat dit signaal op korte termijn extra aandacht en actie verdient. In 2023 is daarom reeds gestart met de pilot passende kinderopvang (zie kader). Pilot passende kinderopvang Kinderopvangorganisaties signaleren steeds meer kinderen met een (zwaardere) ondersteuningsbehoefte. Het lukt lang niet altijd om deze kinderen de begeleiding en ondersteuning te bieden die men het liefst zou willen. Samen met vijf Helmondse kinderopvangorganisaties is daarom de pilot passende kinderopvang gestart. In de pilot onderzoeken we praktijkgericht hoe we voorschoolse educatie op locaties zo passend mogelijk kunnen maken. Daarbij gaat het in eerste instantie om het versterken van de locaties en medewerkers zelf. Dit doen we door op locaties verschillende interventies uit te proberen.
Voorbeelden van interventies zijn de inzet van tolken om de afstemming met ouders te verbeteren, huisbezoeken door pedagogisch medewerkers en scholing op het gebied van NT2. We brengen in beeld of en hoe deze interventies positief bijdragen en bekijken vervolgens of deze interventies ook voor andere kinderopvangorganisaties van nut kunnen zijn. In de pilot nemen we daarnaast de ondersteuningsstructuur rondom voorschoolse voorzieningen onder de loep. We onderzoeken of er voldoende ondersteuning voorhanden is en hoe de samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen en zorgpartners eventueel verbeterd kan worden.
Partnerschap met ouders Ouders spelen een cruciale rol bij het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind. In het Helmondse VVE-beleid is ouderbetrokkenheid dan ook een belangrijk speerpunt. Aansluiting vinden bij de leefwereld van ouders is van belang om een goede band op te kunnen bouwen. Op sommige voorscholen wordt gewerkt met tolken of wordt er aandacht besteed aan cultureel sensitief werken. Laaggeletterdheid belemmert in sommige gevallen de ouderbetrokkenheid. Op verschillende plekken worden dan ook pilots gedraaid met taalscholen voor ouders. Ook wordt gewerkt met de Voorleesexpress en de Boekstartcoach om zo het voorlezen van ouders te stimuleren. Om ervoor te zorgen dat ouderbetrokkenheid en de doorontwikkeling daarvan permanent op het netvlies blijft, hebben alle voorschoolse locaties afgelopen beleidsperiode een ouderbetrokkenheidsplan ontwikkeld. Ondanks alle inspanningen, blijft er volgens professionals een groep ouders die moeilijk te bereiken is
Figuur 3.7: percentage ouders dat betrokken is bij de warme overdracht
15
De handen in elkaar slaan Onder de noemer ‘de handen in elkaar slaan’ wordt gewerkt aan het verstevigen van de samenwerking in de wijk; op de eerste plaats tussen de voorschool en basisschool, maar ook met GGD/consultatiebureau, welzijnswerk, gezinscoaches en logopedie. Op ongeveer een derde van de voorscholen en basisscholen wordt vanuit gezamenlijke ambities zoals het creëren van gelijke kansen of het vergroten van ouderbetrokkenheid samengewerkt in de wijk. Wijksamenwerking vindt daarnaast plaats in het kader van de Verlengde Schooldag. De Verlengde Schooldag is gericht op het verhogen van de mogelijkheden voor kinderen om informeel te leren en het biedt een positief tegenwicht in het opvoedklimaat. Samen met de ketenpartners in de wijk wordt de onderzoekende houding van de kinderen gestimuleerd, waardoor kinderen hun talenten kennen en ze over meer competenties beschikken, het zelfvertrouwen en de sociale vaardigheden toenemen. De Verlengde Schooldag is gestart in 2016 en is de laatste jaren uitgebreid naar 9 basisscholen en één middelbare school.
Scherp op kwaliteit Uit onderzoek weten we dat de effecten van voor- en vroegscholen afhangen van de geboden kwaliteit. Om die kwaliteit te verhogen zijn de landelijke kwaliteitseisen de afgelopen jaren verhoogd. Zo is een hbo-geschoolde professional voor 10 uur per week per kind op de groepen verplicht. Het tekort aan professionals in de kinderopvang en het onderwijs, maar ook bij ketenpartners wordt de afgelopen jaren steeds meer zichtbaar en merkbaar. Er is minder continuïteit in personeel dat bij ketenpartners soms wachtlijsten tot gevolg heeft en in het onderwijs en in de kinderopvang de kwaliteit onder druk zet. Er is in Helmond een uitgebreid aanbod aan bijscholing beschikbaar voor voor- en vroegscholen. Dit wordt veel gebruikt. Ook wordt professionalisering gestimuleerd middels netwerken voor VVEcoördinatoren en Top- en Schakelklasleerkrachten. Naast inzet op kwaliteitskenmerken is het aantal uren voorschoolse educatie de afgelopen jaren uitgebreid van 10 naar 16 uur. Alle Helmondse locaties hebben deze urenuitbreiding gerealiseerd.
16
Wat nemen we mee voor de koers 2024-2027? De basis voor de uitvoering van voor- en vroegschoolse educatie staat over het algemeen goed: er zijn voldoende plekken beschikbaar, het aanbod van 16 uur per week is gerealiseerd en er wordt samengewerkt aan de doorgaande ontwikkellijn. De instroom van kinderen verandert: we zien meer ouders en kinderen (nieuwkomers) die de Nederlandse taal niet of nauwelijks beheersen op het moment dat ze de voorschool instromen. Dit betekent iets voor het aanbod en de professionalisering. Ook stijgt het aantal kinderen met een zwaardere en soms ook complexe ondersteuningsbehoefte in de voorschool en de basisschool. Professionals op de voorschool voelen zich niet toegerust om de juiste ondersteuning te bieden en deze ondersteuning is ook niet altijd tijdig voorhanden. Het aantal VVE-indicaties neemt toe; van 16% naar 30% van alle Helmondse peuters. Het bereik van voorschoolse educatie neemt af en betreft ongeveer 70%; dit vraagt om hernieuwde focus op zowel registratie en toeleiding zodat alle peuters die dat nodig hebben worden bereikt. Educatief partnerschap met ouders creëren is bij alle partners een aandachtspunt, maar blijft op veel locaties een zoektocht. Er zijn op verschillende locaties wel successen op het terrein van taalscholen voor ouders en cultureel sensitief werken.
17
4. Vooruitblik naar 2027 In dit hoofdstuk blikken we vooruit door in te gaan op een aantal trends en ontwikkelingen die raken aan het Ontwikkelkansenbeleid. Ook belichten we de verbindingen met andere beleidsterreinen die raken aan het Ontwikkelkansenbeleid.
4.1 Trends en ontwikkelingen Groeiende (aandacht voor) kansenongelijkheid in onderwijs en samenleving De afgelopen jaren is de aandacht voor kansenongelijkheid in het onderwijs zichtbaar toegenomen. Als antwoord daarop heeft het inmiddels demissionaire kabinet verschillende extra investeringen gedaan of aangekondigd. Sinds 2016 vanuit het ministerie van OCW de Gelijke Kansen Alliantie actief, waarin gewerkt wordt aan een kennisdelingsaanpak, gericht op het samenbrengen en delen van goede voorbeelden uit het land en het opschalen van bewezen effectieve interventies. Daarbij wordt een breed perspectief gehanteerd, met een breed palet aan interventies, dat uitgaat van factoren die van invloed zijn op kansengelijkheid op vijf verschillende niveaus (zie figuur 4.1). Helmond maakt ook deel uit de van de landelijke coalitie en zet via de Gelijke Kansen Alliantie in op de Verlengde Schooldag. Middels het Rijksprogramma School en Omgeving kan ingezet worden op een Rijke Schooldag op scholen in minder kansrijke gebieden. Scholen kunnen hiervoor vanaf zomer 2023 subsidie aanvragen bij het Rijk. De Helmondse scholen die deel uitmaken van de Verlengde Schooldag komen hiervoor ook in aanmerking.
Tot slot koppelt het onlangs gepresenteerde programma het Jonge Kind extra middelen aan het vergroten van het bereik van voorschoolse educatie, de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie en het vergroten van ouderbetrokkenheid. Ook de gemeente Helmond ontvangt hier middelen voor. Voor deze hierboven genoemde investeringen en plannen geldt dat deze mogelijk kunnen wijzigen als gevolg van andere beleidskeuzes van een nieuw kabinet. Figuur 4.1 Factoren van invloed op Kansengelijkheid. Bron: Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de Gelijke Kansen Alliantie (OCW)
18
Kansenongelijkheid reikt verder dan het onderwijs; de kloof tussen hoger en lager opgeleiden op tal van leefterreinen zoals gezondheid, participatie en bestaanszekerheid wordt steeds zichtbaarder. Daarbij grijpen al deze leefterreinen op elkaar in. Met de nieuwe kadernota sociaal domein ambieert de gemeente Helmond de sociale basis en de kansengelijkheid van inwoners te versterken, via twee sporen. Aan de ene kant het versterken van de persoonlijke veerkracht in de sociale basis, door in te zetten op de bestaanszekerheid, onderwijskansen, onderwijsdeelname, basisvaardigheden en gezonde leefstijl. En aan de andere kant het versterken van sociale netwerken en het versterken van voorzieningen.
Stelselwijziging Kinderopvang Vanaf 2027 wordt - mits overgenomen door een nieuw kabinet - een nieuw stelsel voor kinderopvang ingevoerd. Het demissionair kabinet heeft twee belangrijke doelstellingen met de stelwijziging. De eerste is het stelsel eenvoudiger en begrijpelijker maken voor ouders door de financiering te vereenvoudigen. De tweede is het realiseren van een betaalbaardere en financieel toegankelijke kinderopvang, zodat ouders arbeid en zorg makkelijker kunnen combineren. Ouders krijgen maximaal 96 procent van de kosten vergoed. Verduidelijking van het stelsel kan voor ouders met kinderen met een VVE-indicatie drempelverlagend werken om hun kinderen naar de VVEpeuteropvang te brengen. Zo bereiken we als gemeente mogelijk meer kinderen met een VVEindicatie, dat kan bijdragen aan grotere kansengelijkheid voor kinderen. Maar er zijn ook kritische geluiden en de vrees dat de kansenongelijkheid door de stelselwijziging juist zal toenemen. Door het oplopend personeelstekort is het plausibel dat de uurtarieven voor kinderopvang zullen stijgen en er meer concurrentie zal ontstaan rondom het personeel. Dit verkleint de betaalbaarheid van opvang voor ouders met een lager inkomen. Bovendien wordt het door deze grotere concurrentie mogelijk moeilijker om de voorschoolse educatie in de meer kwetsbare wijken te organiseren voor de kinderen met een VVE-indicatie.
Groei van het aantal nieuwkomers Helmond ligt in een regio die een enorme groei doormaakt. We zien dat de groep kinderen in Helmond steeds meer divers wordt. Met de toestroom van vluchtelingen uit Oekraïne, Syrië en andere landen en de toename van kinderen van arbeidsmigranten in de Brainport regio tot aan kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen die al langer in Nederland zijn, komen er steeds meer kinderen met een taalachterstand naar voorschoolse voorzieningen en naar basisscholen. De komende tien jaar komen er in de Brainportregio 8.000 tot 13.000 nieuwe kinderen tot 18 jaar uit het buitenland bij. Nu zijn er in de Brainportregio al 15.000 anderstalige kinderen tot 18 jaar (Bron: onderzoek Rijnconsult 2023).
Budgetten onder druk door indexeringen en grotere uitdagingen Het aantal kinderen dat geïndiceerd wordt voor VVE neemt toe. Daarnaast zien we binnen de kinderopvang en het onderwijs dat het steeds lastiger wordt om alle kinderen de aandacht en ondersteuning te geven die zij nodig hebben. Dat heeft naast taalachterstanden ook te maken met andere ondersteuningsbehoeften, zoals op gedrag. De grotere instroom en diversiteit brengt daarmee de nodige uitdagingen met zich mee voor de vormgeving van het aanbod en de scholing van personeel. Het budget is hier maar ten dele op meegegroeid. Door een hogere achterstandsscore is de SPUK OAB/VVE gestegen. Echter, loonsverhogingen in het primair onderwijs en in de indexering van de kinderopvangtoeslag zijn niet verrekend in de Rijksbudgetten.
Personeelstekorten in kinderopvang, onderwijs en bij samenwerkingspartners Het personeelstekort in de kinderopvang en het onderwijs neemt naar verwachting de komende jaren alleen maar toe. Voor de regio Helmond-de Peel is de verwachting dat er een onvervulde vraag 19
naar leraren is van 3,2 procent (Centerdata 2022). Ook in de kinderopvangsector is de buitenschoole de vacaturegraad hoog en zijn er tekorten op zowel de dagopvang, voorschoolse educatiegroepen en de buitenschoolse opvang. Daarmee zal het de komende jaren een uitdaging blijven om continu voldoende geschoold personeel in te zetten en te werken met stabiele teams.
4.2 Verbinding van het Ontwikkelkansenbeleid met andere beleidsterreinen
Het Ontwikkelkansenbeleid richt zich erop om kinderen zo vroeg mogelijk de beste kansen te bieden om zich optimaal te ontwikkelen, zodat zij maximale ontwikkelkansen krijgen. Dat doen we primair door een voorschools aanbod van hoge kwaliteit neer te zetten en in de basisschoolleeftijd te investeren in taalontwikkeling. Ontwikkelkansen van kinderen in brede zin worden echter door tal van factoren beïnvloed en komen in verschillende Helmondse programma’s en beleidsterreinen terug. Hieronder noemen we de belangrijkste. De concrete verbindingen werken we de komende beleidsperiode verder uit: o
o
o
o
o o
Kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp werkt samen binnen de Helmondse Educatieve Agenda (HEA). Met de HEA wordt over de periode 2020-2030 ingezet op de thema's 1) verbinding opvang en onderwijs en jeugdhulp, 2) ononderbroken ontwikkeling, 3) taalondersteuning aan (anderstalige) kinderen, jongeren en hun ouders. De thematieken van Ontwikkelkansen lopen als rode draad door de HEA heen. De opdrachten uit deze koers verbinden we aan de uitvoeringsprogramma’s van de HEA-pijlers. Dit lichten we verder toe in paragraaf 6.3 van deze nota. Vanaf 2023 wordt gewerkt aan de herijking van het Preventief Jeugdbeleid. Dit beleid is als het ware als een kapstok voor het Ontwikkekansenbeleid. Het preventief jeugdbeleid heeft als doel om in te zetten op het versterken van beschermende factoren en verminderen of voorkomen van risicofactoren, door een breed palet aan effectieve interventies in te zetten. Met het beleid willen we de ruimte bieden aan alle kinderen, van jongs af aan, om te groeien en hun talenten te ontwikkelen. Het zet in op problemen voorkomen en vroegtijdig signaleren, weerbaar maken en perspectief bieden met behulp van een lokale ondersteuningsstructuur. De eerste 1000 dagen van het kind zijn cruciaal voor de ontwikkeling van een kind.
Veel problemen kunnen worden voorkomen door de risicofactoren in een gezin zoals stress, door bijvoorbeeld schulden, en verslaving maar ook beschermende factoren zoals warmte en affectie, te beïnvloeden. Daarvoor is het belangrijk dat (aanstaande) ouders die het nodig hebben veel eerder bereikt en ondersteund worden. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak: ouders, samenleving, professionals en overheid. Sinds 2019 bestaat binnen de gemeente Helmond daarom coalitie Kansrijke Start. De coalitie bestaat uit organisaties die betrokken zijn bij de geboortezorg van -10 maanden tot 2 jaar en werkt aan diverse gezondheids- en opvoedinterventies voor ouders en kinderen. Via het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) wordt er ingezet op het stimuleren van vaardigheden van leerlingen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak en op het verkleinen van onderwijsachterstanden die kinderen hebben opgelopen als gevolg van corona. Op 27 basisscholen in Helmond is er een Bibliotheek op School. Lezen wordt daarmee voor leerlingen laagdrempeliger. Met het Stadsplan Basisvaardigheden wordt in Helmond aanvullend ingezet op de methoden die al toegepast worden om laaggeletterdheid terug te dringen. Via een wijkgerichte aanpak sluiten vraag en aanbod als maatwerk op elkaar aan, op de plek waar 20
het nodig is én in de vorm die aanspreekt voor de doelgroep. Om laaggeletterdheid te voorkomen, wordt vanaf 2024 aangesloten bij de Gezinsgerichte Aanpak Geletterdheid . Dit biedt een kans om laaggeletterde ouders meer te betrekken bij de ontwikkeling van hun kind.
Wat nemen we mee voor de koers 2024-2027? •
Het aantal indicaties voor voorschoolse educatie en de ondersteuningsbehoefte op voorschoolse locaties neemt toe, terwijl het budget slechts ten dele meegroeit. De Rijksuitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid is niet geïndexeerd naar aanleiding van loonstijgingen van professionals en indexering van de kinderopvangtoeslag.
•
Kinderopvang, onderwijs en ketenpartners hebben in toenemende mate te maken met personeelstekorten.
•
Kansenongelijkheid in het onderwijs hangt samen met vele factoren en vraagt om een overstijgende aanpak, waarin oog is voor brede ontwikkelkansen en de thuisomgeving van kinderen.
•
De stelselwijziging kinderopvang roept zorgen op over brede toegankelijkheid en beschikbaarheid van kinderopvang, juist voor lagere inkomensgroepen.
21
5. Koers 2024-2027 De analyses uit de vorige hoofdstukken leveren een tweeledig beeld op. Om te beginnen kunnen we trots zijn op hetgeen de Helmondse partners realiseren: er zijn voldoende plekken voor voorschoolse educatie verdeeld over de stad en de urenuitbreiding naar 16 uur per week is overal gerealiseerd. Ook zijn er overal samenwerkingsafspraken tussen voor- en vroegscholen en behalen we onze streefdoelen wat betreft kinduitkomsten op bijna alle punten. Kortom, de kwaliteit van hetgeen we doen is op orde. Tegelijkertijd zijn er een aantal trends en opgaven die onze aandacht verdienen en horen we zorgen vanuit professionals in het veld. Denk aan het aantal ouders en kinderen dat we niet bereiken met voorschoolse educatie of weten te betrekken en de meer diverse instroom en ondersteuningsbehoeften op de voorschoolse groepen. De wereld om ons heen is veranderd, en blijft veranderen, en dat vraagt ook om aanpassingen in onze inzet op ontwikkelkansen. In de koers voor 2024-2027 brengen we bewust focus aan op een tweetal thema’s: de beste vroege start en Taal centraal. Op deze thema’s ligt de focus op de doorontwikkeling van ons beleid en willen we nieuwe perspectieven ontwikkelen. De koers die we hieronder presenteren is een koers op hoofdlijnen, die we samen met onze partners nog zullen moeten uitwerken. Daarbij willen we werken vanuit ambitie, daadkracht en lef.
Hieronder lichten we de koers en hoe we deze willen gaan uitwerken verder toe. Wat gaat we anders doen? Gerichte focus en nieuwe perspectieven ontwikkelen Twee thema’s – De beste vroege start en Taal centraal staan in de koers 2024-2027 centraal. Deze thema’s zijn niet nieuw en hebben al langer onze aandacht, maar we kiezen komende beleidsperiode bewust voor een gerichte focus. Omdat we er vroeg bij willen zijn om ontwikkelkansen te bieden op een manier die passend is bij het kind. En omdat we weten dat de beheersing van de Nederlandse taal een belangrijke sleutel is voor schoolsucces. Bovendien verdienen deze onderwerpen opnieuw onze aandacht gezien de trends en opgaven die we op deze onderwerpen constateren. Een gerichte focus is daarnaast nodig omdat we nieuwe perspectieven willen ontwikkelen en vervolgens gaan uitvoeren, aanvullend op de goede praktijken die er al zijn. Nieuwe perspectieven zijn nodig om ontwikkelingen zoals een groeiende ondersteuningsbehoefte in de voorschool op te kunnen vangen en trends zoals afnemend bereik te kunnen keren. Het betekent ook dat we ons niet alleen de vraag stellen of we de dingen nog goed doen, maar ook of we nog wel de goede dingen doen in het licht van wat we willen bereiken en de veranderingen en opgaven waar we mee te maken hebben.
Dat we focussen op twee thema’s betekent niet dat we thema’s uit de vorige beleidsperiode, zoals ouderbetrokkenheid of de samenwerking voor- en vroegschool, geen aandacht meer geven. Het zijn thema’s die onverminderd belangrijk blijven en deze krijgen een plek – of hebben reeds een plek gekregen – in samenwerkingsafspraken of subsidieafspraken of komen deels terug onder een van de centrale thema’s. Zo loopt het thema ouderbetrokkenheid als rode draad door verschillende thema’s heen. Ouders spelen immers een belangrijke rol in de taalontwikkeling van kinderen. Het bereiken van ouders met voorschoolse educatie is het begin van hun betrokkenheid bij de schoolse ontwikkeling van hun kind.
22
5.1 Twee centrale thema’s I De beste vroege start Het eerste thema ‘De beste vroege start’ krijgt de aandacht omdat we weten dat het het beste is om ontwikkelkansen zo vroeg mogelijk te stimuleren. Toch is het aanbod nu nog niet voor alle kinderen passend en wordt er door een deel van de kinderen helemaal geen voorschool bezocht. We werken binnen dit thema aan twee opdrachten. a) Een passende en hoogwaardige plek voor ieder kind De VVE-doelgroep is de laatste jaren veranderd: de verschillen in instroomniveau tussen kinderen zijn groter geworden, er is een grotere diversiteit aan nationaliteiten op de groep en er stromen meer kinderen in met sociaal-emotionele problematiek. Al deze kinderen verdienen de beste start, in de voorschool en het basisonderwijs, bij voorkeur binnen een reguliere voorziening. Echter, de veranderende instroom maakt dat professionals tegen grenzen aanlopen in wat ze kunnen bieden. Dit vraagt dat we enerzijds onderzoeken hoe we voorschoolse educatie zo passend mogelijk kunnen maken, door bijvoorbeeld extra te investeren in de vaardigheden van professionals of professionals extra ruimte te geven voor bijvoorbeeld oudercontact. Onder zo passend mogelijk maken verstaan we ook de vormgeving van ons aanbod. Beginnen we nu vroeg genoeg met het aanbod, of bereiken we hogere resultaten als we eerder (met 2 i.p.v.
2,5 jaar) beginnen? Anderzijds belichten we de huidige samenwerking met de ondersteuningsstructuur en verkennen we of er nieuwe samenwerkingen op het gebied van onderwijs-jeugdhulp wenselijk zijn. Tot slot hebben we binnen deze opdracht ook oog voor de doorgaande lijn naar het basisonderwijs. Bij de uitwerking van deze opdracht bouwen we voort op hetgeen we doen binnen de pilot Passende Kinderopvang (zie pagina 14). b) Scherp op bereik We streven ernaar om alle kinderen met een voorschoolse indicatie te bereiken en toe te leiden naar een voorschoolse plek. Het bereiken van kinderen met voorschoolse educatie zien we als het beginpunt van ouderbetrokkenheid. Om de dalende trend van het bereik te keren, brengen we om te beginnen (nog beter) in kaart welke kinderen we nu missen en welke gerichte acties, of wellicht tussenstappen, we kunnen ondernemen om ook hen toe te leiden naar een voorschoolse plek. Daarbij geldt vooral dat we buiten de gebaande paden zullen moeten gaan, door kritisch te kijken naar hoe we onze toeleiding en ons aanbod nu organiseren.
II Taal centraal De beheersing van de Nederlandse taal is een belangrijke sleutel, of misschien wel de sleutel, tot schoolsucces. In de praktijk zien we dat het niveau van (Nederlandse) taalontwikkeling van kinderen die instromen in de voorschool en op school onder druk staat. Ook hebben we te maken met een grotere instroom van nieuwkomers. Taal staat centraal binnen twee opdrachten: a) Versterking taalaanbod en -expertise in de voorschool en basisschool Professionals krijgen te maken met een grote diversiteit aan vragen rondom taalondersteuning van peuters en basisschoolleerlingen. We zetten in op de versterking van de taalprofessionaliteit en het taalaanbod. Focus ligt hierbij op het aanbod voor kinderen, maar we betrekken hierbij ook ouders. Daarbij hebben we zowel aandacht voor hun eigen 23
taalvaardigheid en vaardigheden om de taalontwikkeling van hun kind te stimuleren. In het basisonderwijs investeren we gericht in taal- en topklassen en leggen we verbinding met het taalonderwijs in de basisschool. We besteden hierbij ook (opnieuw) aandacht aan een gedeeld beeld over het gewenste taalniveau van kinderen en formuleren daarvoor waar nodig nieuwe streefdoelen. b) Een dekkend aanbod voor nieuwkomersonderwijs en NT2-ondersteuning Naast een brede basis voor taalondersteuning, richten we ons specifiek op het aanbod van nieuwkomersonderwijs. De groei van het aantal nieuwkomers maakt dat de huidige voorzieningen voor het nieuwkomersonderwijs (KC het Mozaïek en het Jan van Brabantcollege) regelmatig tegen hun grenzen aanlopen. We formuleren een nieuw toekomstbeeld voor het nieuwkomersonderwijs in de regio. Naast aandacht voor voldoende en kwalitatieve plekken, ligt de focus op voldoende gekwalificeerd personeel en een herijkte samenwerkingsstructuur rondom nieuwkomersonderwijs. Ook richten we ons op NT2ondersteuning in voorschoolse educatie en basisonderwijs. Immers, ook kinderen die doorstromen naar reguliere voorzieningen hebben nog een ondersteuningsbehoefte. We onderzoeken hoe we de expertise die in onze regio beschikbaar is meer kunnen delen, door bijvoorbeeld te gaan werken vanuit een expertisecentrum.
5.2 Leidende principes voor de koers
Los van de focus op twee centrale thema’s stellen we in deze koers een aantal leidende principes vast. Deze principes laten zien wat we als gemeente, samen met onze partners belangrijk vinden als het gaat om ontwikkelkansen. Het zijn tevens handvatten voor de verdere uitwerking van de thema’s en opdrachten. Ieder kind een passende voorschoolse plek Onderwijs-, taalachterstanden en ontwikkelproblematiek willen we zo vroeg mogelijk aanpakken, omdat we weten dat er juist op jonge leeftijd al grote verschillen tussen kinderen kunnen ontstaan. Toch bereiken we nu te veel kinderen niet, en krijgen niet alle kinderen de ondersteuning die ze verdienen. We zetten ons er voor in dat er voor alle Helmondse peuters de mogelijkheid is om zich op een passende plek te ontwikkelen in een voorschoolse voorziening, ter voorbereiding op een goede start op de basisschool. Dat betekent dat we ook oog hebben voor een goede overgang en doorstroom naar de basisschool. Professionals maken het verschil De kwaliteit van voorschoolse educatie en taalonderwijs op de basisschool valt of staat met de beschikbaarheid en de expertise van professionals. We willen professionals zo goed mogelijk toerusten om de diverse groep van peuters en basisschoolleerlingen van zo goed mogelijke voorschoolse educatie en onderwijs te voorzien.
Ongelijk investeren voor meer gelijke kansen Meer kinderen worden geïndiceerd voor een voorschoolse educatie en ondersteuningsvragen nemen toe. Maar Rijksbudgetten blijven vooralsnog gelijk. Dat vraagt om keuzes en focus waarin we investeren. We investeren gericht op de plekken in de stad waar het het hardst nodig is en doen dat met interventies waarvan we weten dat ze gericht bijdragen aan meer onderwijs- en ontwikkelkansen. Dat betekent dat we mogelijk andere keuzes maken in de inzet van onze huidige interventies of de plekken waarop we dat gaan doen. Gelijke ontwikkelkansen vragen om samenwerking en een overstijgende aanpak Kansenongelijkheid is een veelkoppig monster. Een gerichte aanpak op de voorschool en basisschool 24
helpt in het terugdringen van kansenongelijkheid, maar voor een echte effectieve aanpak is het van belang om ook in te zetten op factoren die liggen op het niveau van het gezin of de wijk. We zoeken daarom actief de verbinding met beleidsterreinen in de leefomgeving van ouders en kinderen die raken aan onderwijskansen, zoals armoede, laaggeletterdheid en jeugdhulp, zodat we kinderen en hun ouders nog beter kunnen ondersteunen en betrekken daarbij concepten zoals Integrale kindcentra of de Verlengde Schooldag. Met ambitie, daadkracht en lef maken we het verschil Tot slot: met al onze inspanningen bereiken we tal van positieve effecten en maken we ontwikkelkansen voor kinderen een stuk gelijker. Maar we geloven ook dat we (op sommige plekken) nog meer het verschil kunnen maken. Bovendien hebben we te maken met een veranderende context, met nieuwe doelgroepen en een aanhoudende krapte aan professionals. Dat maakt dat meer van hetzelfde niet langer genoeg is of houdbaar is. Willen we het verschil maken, dan zullen we vanuit een hoge gezamenlijke ambitie moeten werken en nieuwe perspectieven moeten ontwikkelen. Om vervolgens met daadkracht en lef aan de slag te gaan. Door voorop of vooruit te lopen op ontwikkelingen, zoals de stelselwijziging Kinderopvang. Of door scherpe keuzes te maken in wat we wel of niet doen en op welke doelgroepen we ons in het bijzonder willen richten.
Leidende principes koers 2024-2027 1) 2) 3) 4) 5)
Ieder kind een passende voorschoolse plek Professionals maken het verschil Ongelijk investeren voor gelijke kansen Gelijke Ontwikkelkansen vragen om samenwerking en een overstijgende aanpak Met ambitie, daadkracht en lef maken we het verschil
5.3 Organisatie
De hier gepresenteerde koers is een koers op hoofdlijnen. Voor de uitwerking sluiten we aan op de Helmondse Educatieve Agenda 2020-2030. Dat doen we omdat ontwikkelkansen als rode draad door de Helmondse Educatieve Agenda (HEA) heen lopen. Voor ontwikkelkansen belangrijke subthema’s zoals doorgaande ontwikkellijnen en taalaanbod hebben binnen de HEA reeds een plek en de voor ontwikkelkansen onmisbare partners werken binnen de HEA samen. We kiezen er dan ook voor om de vier opdrachten van de koers 2024-2027 een plek te geven binnen de uitvoeringsplannen van de pijlers van de HEA (zie figuur 5.1). De stuurgroep van de HEA is daarmee verbonden aan de opdrachten. De opdrachten Een passende en hoogwaardige plek voor elk kind en Scherp op bereik krijgen een plek binnen pijler 2 (een ononderbroken ontwikkeling). De opdrachten Versterking taalaanbod en -expertise en Een dekkend aanbod voor NT2-ondersteuning krijgen logischerwijs een plek onder pijler 3 (taalondersteuning aan (anderstalige) leerlingen, jongeren en hun ouders).