CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 101 Kansen voor elk kind - Koers voor het Ontwikkelkansenbeleid gemeente Helmond 2024-2027 - opgemaakte versie

Gemeenteraad 7 december 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Ontwikkelkansenbeleid9.557 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kansen voor elk kind Koers voor het ontwikkelkansenbeleid gemeente Helmond 2024-2027

Logo in F Grijs: C=0

Inhoudopgave Voorwoord

4

Samenvatting

5

1. Inleiding

7

2. Ontwikkelkansen: context en cijfers

9

2.1

Wat is het gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid?

9

2.2

Onderwijsachterstanden in Helmond: de cijfers op een rij

10

2.3

Onderwijsachterstandenbeleid: wat werkt?

11

3. Terugblik beleidsperiode 2019-2023

13

3.1

Kernindicatoren

13

3.2

Speerpunten beleidsplan: waar staan we nu?

16

4. Vooruitblik naar 2027

20

4.1

Trends en ontwikkelingen

20

4.2

Verbinding van het Ontwikkelkansenbeleid met andere beleidsterreinen

22

5. Koers 2024-2027

24

5.1

Twee centrale thema’s

25

1 De beste vroege start

25

2 Taal centraal

25

5.2

Leidende principes voor de koers

26

5.3

Organisatie

27

6. Financiën

-2-

29

-3-

Voorwoord

Samenvatting

Ieder kind in Helmond heeft talenten. Voor sommige kinderen is het echter niet zo makkelijk om die talenten ook écht tot bloei

Met de koers ‘Kansen voor elk Kind’ geven we richting aan de beleidsontwikkeling voor ontwikkelkansen van onze kinderen

te laten komen. Als gemeente, schoolbesturen en kinderopvang willen we dat alle kinderen in Helmond gelijke kansen krijgen

voor de periode 2024-2027. Elk kind gunnen we de kans om zich optimaal te ontwikkelen, talenten tot bloei te laten komen

om zich te ontwikkelen. Om hun talenten te laten groeien en bloeien. Om écht mee te kunnen doen in onze samenleving; op

en op te groeien tot een zelfstandig en betrokken inwoner. Toch zijn in de praktijk ontwikkelings- en onderwijskansen ongelijk

een manier die bij het kind past, en in een omgeving die daarbij op alle mogelijke manieren helpt.

verdeeld en zien we dat een deel van de Helmondse kinderen opgroeit in een minder kansrijke omgeving. Zo loopt in onze stad ongeveer 1 of de 5 kinderen een verhoogd risico op een ontwikkelachterstand.

De afgelopen jaren hebben we al stevig werk gemaakt van gelijke kansen op talentontwikkeling. En met resultaat! Maar we geloven ook dat we nóg meer het verschil kunnen maken. De komende periode werken we - nog meer dan voorheen - vanuit

Vertrekpunt voor deze koers is de wettelijke taak van gemeenten om het zogeheten onderwijsachterstandenbeleid uit

de gedachte dat het nodig is om ongelijk te investeren in gelijke kansen. Dat betekent dat we ons beleid en middelen nog meer

te voeren. Doel daarvan is om kinderen die in een anderstalige of minder talige omgeving opgroeien en daardoor een

gaan focussen op kinderen en wijken waar ontwikkelkansen het minst gunstig zijn. Welke kinderen zijn dat? Wat hebben zij

taalachterstand (dreigen) oplopen, van een aanbod te voorzien zodat zij die achterstanden inlopen. Het belangrijkste

nodig? Hoe zorgen we voor een omgeving die kinderen stimuleert om nieuwe dingen te ontdekken, om nieuwe ervaringen op

instrument daarin is voorschoolse educatie voor kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar. In Helmond zetten kinderopvang, onderwijs

te doen, om talenten te ontdekken en ook echt te ontplooien?

en welzijn zich al jaren in om deze achterstanden vroeg op te sporen en in te lopen. Dat doen we onder de vlag van wat we eerder het ontwikkelingsachterstandenbeleid noemden, en wat we vanaf nu het ontwikkelkansenbeleid noemen.

Dat klinkt misschien eenvoudig, maar dat is het niet. Het vraagt om ambitie, daadkracht, lef en innovatie. Het vraagt om

Ons doel is om kinderen zo vroeg mogelijk de beste kansen bieden om zich te optimaal te ontwikkelen, zodat zij maximale

anders denken én doen. Dat het mogelijk is, weten we: dat hebben we de afgelopen jaren al laten zien. We zetten nu een

ontwikkelkansen krijgen.

volgende stap door ons eensgezind achter de ambitie te scharen om kinderen in kansrijke omgevingen op te laten groeien, en door gebruik te maken van alle energie die aanwezig is bij partners die zich dagelijks inzetten voor kansen voor Helmondse

Om deze koers te kunnen bepalen, hebben we samen met onze partners teruggeblikt op de beleidsperiode 2019-2023 en

kinderen.

de huidige stand van zaken en trends en ontwikkelingen in kaart gebracht. We kunnen met recht zeggen dat er veel goed gaat. Er zijn genoeg voorschoolse plekken van voldoende kwaliteit en we behalen veelal de streefdoelen ten aanzien van de ontwikkeling van kinderen. Tegelijkertijd constateren we een aantal aandachtspunten. Zo zien we meer ouders en kinderen die de Nederlandse taal niet of nauwelijks beheersen op het moment dat ze de voorschool instromen. Ook stijgt het aantal kinderen met een complexe ondersteuningsbehoefte in de voorschool en de basisschool. Professionals op de voorschool voelen zich niet toegerust om deze kinderen de juiste ondersteuning te bieden. Ook het stijgende aantal VVE-indicaties en het dalende bereik van peuters met voorschoolse educatie is een aandachtspunt. Tot slot zien we dat de randvoorwaarden om goede programma’s neer te zetten onder druk staan. Kinderopvang, onderwijs en ketenpartners hebben in toenemende mate te maken met personeelstekorten. Ook het budget staat onder druk omdat dit niet meegegroeid is met de loonstijgingen van professionals in het onderwijs en de kinderopvang.

Cathalijne Dortmans

In de koers voor 2024-2027 brengen we bewust focus aan op een tweetal thema’s met ieder twee ontwikkelopdrachten.

Wethouder Onderwijs, Jeugd en Gezondheid gemeente Helmond

Op deze thema’s ligt de focus op de doorontwikkeling van ons beleid en willen we nieuwe perspectieven ontwikkelen. Het eerste thema De beste vroege start zet allereerst in op een passend aanbod voor peuters. We spelen daarbij in op de veranderende instroom van peuters en wat dat betekent voor bijvoorbeeld professionalisering en kijken daarnaast naar de ondersteuningsstructuur rondom voorscholen. Bij dit thema hoort ook een hernieuwde focus op het bereiken van kinderen met voorschoolse educatie. We willen meer kinderen bereiken. Dat begint bij goede registratie en vervolgens een goede toeleiding naar voorschoolse educatie. Het tweede thema Taal centraal is gekozen omdat we in de praktijk zien we dat het niveau van (Nederlandse) taalontwikkeling van kinderen die instromen in de voorschool en op school onder druk staat. Ook hebben we te maken met een grotere instroom van nieuwkomers. We zetten ten eerste in op de versterking van de taalprofessionaliteit en het taalaanbod. Daarbij betrekken we vanzelfsprekend ook de ouders. In het basisonderwijs investeren we gericht in taal- en topklassen en leggen we verbinding met het taalonderwijs in de basisschool. In een tweede ontwikkelopdracht herijken we ons aanbod voor nieuwkomersonderwijs in de stad, en bezien we ook onze rol in de regio. Ook richten we ons op NT2-ondersteuning in voorschoolse educatie en basisonderwijs.

-4-

-5-

1. Inleiding De koers die we hieronder presenteren is een koers op hoofdlijnen, die we samen met onze partners zullen uitwerken in

Elk Helmonds kind gunnen we de kans om zich optimaal te ontwikkelen, talenten tot bloei te laten komen en op te groeien

doelen en acties. Daarvoor hebben we een aantal leidende principes opgesteld, zoals dat we streven naar een passende

tot een zelfstandig en betrokken inwoner. Ongeacht waar in Helmond zijn of haar wieg stond. Toch zijn in de praktijk

voorschoolse plek voor elk kind en we permanent aandacht hebben voor de beschikbaarheid en expertise van professionals.

ontwikkelings- en onderwijskansen ongelijk verdeeld en zien we dat een deel van de Helmondse kinderen opgroeit in een

Ook gaan we ongelijk investeren voor gelijke kansen. Dit houdt in dat we gerichter gaan investeren op de plekken in de stad

minder kansrijke omgeving. Dat zien we bijvoorbeeld terug in de lagere schoolprestaties van kinderen van laagopgeleide

waar het het hardst nodig is en dat gaan doen met interventies die bewezen bijdragen aan meer ontwikkelkansen. Verder

ouders of met een niet-westerse culturele achtergrond. Vaak zijn ontwikkelingsachterstanden bij kinderen al jong zichtbaar.

zoeken we de verbinding met beleid dat raakt aan onze opdrachten en het thema kansengelijkheid, zoals laaggeletterdheid

Voordat kinderen instromen op de basisschool lopen sommige kinderen al achter in hun taalontwikkeling, omdat thuis geen

en het armoedebeleid. Tot slot spreken we met elkaar af dat we de thematiek van ontwikkelkansen aanvliegen met ambitie,

Nederlands wordt gesproken of de thuisomgeving minder talig is.

daadkracht en lef. Omdat we geloven dat dit nodig is om nóg meer het verschil te maken. In Helmond zetten kinderopvang, onderwijs en welzijn zich al jaren in om deze achterstanden vroeg op te sporen en in Over de voortgang op de vier opdrachten en de resultaten op een aantal kernindicatoren informeren we de gemeenteraad ten

te lopen, zodat kinderen de beste start kunnen maken in het basisonderwijs of in het basisonderwijs extra taalstimulans

minste een maal per jaar middels een Raadsinformatiebrief.

krijgen. Dat doen we onder de vlag van wat nu nog het ontwikkelingsachterstandenbeleid heet, en wat we vanaf nu het ontwikkelkansenbeleid noemen. In dit koersdocument beschrijven we de koers voor een nieuwe beleidsperiode startend in 2024 en lopend tot en met 2027.

Van ontwikkelachterstandenbeleid naar ontwikkelkansenbeleid In het beleidsplan 2019-2023 hebben de Helmondse scholen en kinderopvang de wens uitgesproken om de term onderwijsachterstanden te wijzigen in ontwikkelingsachterstanden. Reden hiervoor was dat onderwijsachterstandenbeleid en voor- en vroegschoolse educatie een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. In het onderwijs wordt een ontwikkelingsachterstand scherp zichtbaar, maar om de gezamenlijke verantwoordelijkheid te benadrukken werd er van ‘ontwikkelingsachterstanden en – kansenbeleid’ gesproken. Zowel scholen, kinderopvang als gemeente hebben verantwoordelijkheden binnen het onderwijskansenbeleid en voor- en vroegschoolse educatie. In het beleidsplan voor de periode 2024-2027 willen we nog een stapje verder gaan. We stellen de kansen en talenten van alle kinderen in Helmond steeds voorop. Daarom spreken we vanaf nu liever van ontwikkelkansenbeleid (OKB). We beginnen in dit beleidsplan met een open en positieve insteek, waarbij ieder kind met de eigen talenten en behoeften centraal staat. In Helmond hebben we de ambitie om alle kinderen een goede, kansrijke start te bieden in hun vroege ontwikkeling en in het onderwijs met een passende ondersteuning. Daarbij maken we verschil tussen kinderen in hun ontwikkel- en ondersteuningsbehoeften, om uiteindelijk de verschillen tussen kinderen te verkleinen.

Insteek van deze koers Deze koers geeft richting aan de beleidsontwikkeling voor ontwikkelkansen van Helmondse kinderen. Vertrekpunt hierbij is de wettelijke taak van gemeenten om het zogeheten onderwijsachterstandenbeleid uit te voeren binnen gestelde kaders en waarvoor Rijksfinanciering beschikbaar wordt gesteld. We zetten ons in Helmond met dit beleid in om kinderen zo vroeg mogelijk de beste kansen te bieden om zich te optimaal te ontwikkelen, zodat zij maximale onderwijskansen krijgen. Om hieraan te voldoen, stellen we in deze koers een aantal opdrachten vast op twee centrale thema’s die volgens ons de komende jaren focus verdienen: De beste vroege start en Taal centraal.

-6-

-7-

2. Ontwikkelkansen: context en cijfers Het gaat om twee complexe thema’s, waarin allerlei factoren en actoren van invloed zijn. Kinderen groeien bijvoorbeeld

2.1 Wat is het gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid?

op in gezinnen die weinig taalvaardig zijn, of hebben ook ondersteuning nodig op andere gebieden. De thema’s en de opdrachten hebben zodoende ook raakvlakken met andere beleidsterreinen, zoals laaggeletterdheid, preventief jeugdbeleid

Landelijk wordt er gesproken van onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Dit beleid geldt voor kinderen in de leeftijd van 4 tot

en armoedebeleid en natuurlijk ook de inzet van de scholen zelf op deze onderwerpen. Die raakvlakken brengen we in dit

12 jaar. Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) maakt deel uit van het onderwijsachterstandenbeleid. Voorschoolse educatie

koersdocument in kaart en in de praktische uitwerking van de opdrachten gaan we op zoek naar concrete verbindingen om

is een aanbod van minimaal 16 uur per week gericht op doelgroeppeuters op peuteropvang en kinderopvang tussen de 2,5

daarmee nog effectiever te kunnen werken aan optimale ontwikkelkansen.

jaar en 4 jaar. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor voldoende aanbod van voorschoolse educatie van voldoende kwaliteit. Vroegschoolse educatie is voor doelgroepkleuters in groep 1 en 2 van de basisschool en is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Met doelgroeppeuters en doelgroepkleuters worden kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar bedoeld met

Leeswijzer

een taalachterstand en/of ontwikkelingsachterstand. Het doel is om peuters met een mogelijke ontwikkelingsachterstand beter voor te bereiden op de basisschool en ervoor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. Het

Dit koersdocument begint met een schets van de context van het ontwikkelkansenbeleid (H2). Vervolgens laten we zien

beleid focust zich op de ontwikkeling van kinderen bij wie een onderwijsachterstand is geconstateerd, maar ook op de

hoe de koers voor het nieuwe beleidsplan tot stand gekomen is. Daarvoor hebben we enerzijds teruggeblikt en anderzijds

ontwikkeling van kinderen die waarschijnlijk een onderwijsachterstand op zullen lopen als er niet tijdig wordt ingegrepen.

vooruitgeblikt. In hoofdstuk 3 blikken we terug op de beleidsperiode 2019-2023 door de toen gestelde ambities te evalueren en

Uit diverse onderzoeken blijkt dat kinderen uit lagere sociaal-economische milieus ongeacht hun talenten, minder kans

de resultaten op een aantal kernindicatoren op een rijtje te zetten. Bij onze vooruitblik naar de periode 2024-2027 in hoofdstuk

hebben op een succesvolle schoolloopbaan dan kinderen uit hogere sociaal-economische milieus. We spreken dus van

4 betrekken we landelijke en lokale ontwikkelingen. In hoofdstuk 5 zetten we de koers voor de nieuwe beleidsperiode uiteen.

onderwijsachterstanden als leerlingen door een ongunstige economische, sociale of culturele omgeving (met name de

We schetsen daarbij de leidende principes en de thema’s en opdrachten waar de komende jaren de focus op zal liggen en gaan

thuissituatie) op school slechter presteren dan ze bij een gunstiger situatie zouden kunnen.

in op de manier waarop we de opdrachten willen organiseren. Tot slot geven we in hoofdstuk 7 inzicht in de begroting bij deze koers.

Gemeenten en schoolbesturen ontvangen op basis van een berekening van verwachte onderwijsachterstanden bij peuters en leerlingen een Rijksuitkering om onderwijsachterstanden te signaleren, te voorkomen of te bestrijden. De Onderwijsinspectie ziet toe op het aanbod en de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie. Onderdeel daarvan zijn de zogenaamde resultaatafspraken op opbrengsten van VVE tussen gemeenten, voorschoolse instellingen en basisscholen. Dit kunnen bijvoorbeeld streefdoelen zijn voor de ontwikkelingsgroei of het minimale taalniveau voor peuters of kleuters.

Het CBS heeft onderzocht welke kenmerken het risico op een onderwijsachterstand van een peuter en leerling het best voorspellen. Dit zijn: 1. Opleidingsniveau van de ouders: van zowel de vader als de moeder worden het opleidingsniveau meegenomen. 2. Het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op school. 3. Land van herkomst van de ouders: er wordt gekeken naar de herkomst van de ouders. De herkomstlanden zijn ingedeeld in een aantal categorieën’ op basis van ‘culturele afstand’ tot Nederland. 4. Verblijfsduur in Nederland: verblijfsduur in Nederland: er wordt gekeken naar de verblijfsduur van de moeder in Nederland. 5. Schuldsanering: er wordt gekeken of het gezin in de schuldsanering zit. Het CBS heeft toegang tot deze gegevens en kan op basis hiervan de verwachte achterstandsscore van elke peuter en leerling berekenen. De hoogte van verwachte achterstandsscore bepaalt de hoogte van de specifieke Rijksuitkering die gemeenten ontvangen om onderwijsachterstanden te voorkomen en te bestrijden. Voor de gemeente Helmond bedroeg deze uitkering in 2023 4,7 miljoen euro.

-8-

-9-

Naast voorschoolse- en vroegschoolse educatie kunnen gemeenten extra maatregelen in het onderwijs inzetten die de

Figuur 2.2 Ontwikkeling van schooladviezen in wijken met een bovengemiddelde en ondergemiddelde sociaal-economische

beheersing van de Nederlandse taal bevorderen. Denk aan schakelklassen, weekendscholen of activiteiten gericht op het

status. Bron: Dashboard Gelijke Kansen MinOCW

bevorderen van een doorgaande lijn naar de basisschool.

2.2 Onderwijsachterstanden in Helmond: de cijfers op een rij In Helmond loopt – op basis van de criteria van het CBS - ongeveer 1 op de 5 kinderen in de leeftijd tussen 2,5 en 12 jaar een verhoogd risico op een onderwijsachterstand. We zien daarbij hogere concentraties van dit risico in Helmond-Noord, Helmond-Oost, Helmond West en Binnenstad. Percentages liggen in deze wijken tussen de 25% en ongeveer 40%. Figuur 2.1: percentage kinderen met een verhoogd risico op een onderwijsachterstand. Bron gemeente Helmond Figuur 2.3 Gemiddeld Eindadvies in het primair onderwijs in Helmond in 2019/20-2021/22. Bron: Dashboard Gelijke Kansen MinOCW Toelichting op de gemiddelden: 1 = praktijkonderwijs 2 = vmbo basis 3 = vmbo basis/kader 4 = vmbo kader 5 = vmbo kader/gt 6 = vmbo g/t 7 = vmbo gt/havo 8 = havo, 9 = havo/vwo 10 = vwo

Rondom de overgang naar het middelbaar onderwijs zien we nog steeds grote verschillen naar wijken. In figuur 2.2 is te zien dat het gemiddelde eindadvies in de wijken waar een hoog risico op onderwijsachterstand was, lager ligt dan in wijken met een lage achterstandsscore. Dit is een verschil van ongeveer een á twee schoolniveaus. Figuur 2.3 laat zien hoe schooladviezen in Helmond zich hebben ontwikkeld de afgelopen jaren. Helmond volgt hierin de landelijke trend, waarin we zien dat er na een

2.3 Onderwijsachterstandenbeleid: wat werkt?

lichte daling in het Coronajaar 2020 schooladviezen in 2022 weer op het niveau zijn van 2015. In wijken met een gemiddeld lagere sociaal-economische status ligt het eindadvies gemiddeld lager. In Helmond ligt dit gemiddelde nog net iets lager

Zowel in Nederland als in het buitenland wordt al jarenlang gewerkt met programma’s van voor- en vroegschoolse educatie.

dan in andere Nederlandse wijken met een lage sociaal-economische status. Het niveau van schooladviezen in Helmondse

We weten daardoor ook steeds beter wat wel en niet werkt. Uit onderzoeken blijken sterke aanwijzingen dat de volgende

wijken met een bovengemiddelde sociaal-economische status is ongeveer gelijk aan het Nederlands gemiddelde van

factoren bijdragen aan de kwaliteit en effectiviteit van voor- en vroegschoolse educatie (In het artikel ‘Onderwijskansen en

bovengemiddelde wijken.

taalstimulering’ van Kees Broekhof van Sardes,16 maart 2021, wordt ingegaan op diverse onderzoeken.):

-10-

-11-

3. Terugblik beleidsperiode 2019-2023 • Gezinssituatie: er zijn sterke aanwijzingen om aan te nemen dat kinderen uit gezinnen met grotere achterstand

De afgelopen beleidsperiode hebben we ingezet op een aantal speerpunten, namelijk:

(lage sociaal-economische status, lage opleiding, niet-Westerse achtergrond) meer profiteren van VVE dan andere kinderen (d.w.z. meer vooruitgang boeken op taal, rekenen, aandacht, sociaal-emotioneel).

1. Het kind voorop

• Ouderbetrokkenheid: het betrekken van ouders bij de ontwikkeling van hun kinderen is goed voor de ontwikkeling.

2. Partnerschap met ouders

Voorbeelden hiervan zijn het meegeven van thuisopdrachten, (coachings)gesprekken, voorleesactiviteiten e.d.

3. De handen in elkaar slaan

• Educatieve kwaliteit: een hogere educatieve kwaliteit hangt samen met betere kinduitkomsten (Nederlandse

4. Scherp zijn op kwaliteit

taalvaardigheid, rekenvaardigheid, selectieve aandacht). • Professionalisering: het bijscholen en het professionaliseren van de medewerkers en organisatie draagt bij aan het

De vier speerpunten die centraal stonden in de vorige beleidsperiode zijn met behulp van de jaarlijkse, gemeentelijke

verbeteren van de educatieve kwaliteit. De literatuur laat drie kernelementen van professionele ontwikkeling zien die

monitorrapportage OKB/VVE door BCO Onderwijsadvies en -ondersteuning gevolgd. Daardoor kunnen we jaarlijks zien

belangrijk zijn: permanentie, gezamenlijkheid en reflectie.

welke voortgang er geboekt wordt op de verschillende onderdelen van het beleid. Daarom zijn in de evaluatie de gegevens vanaf 2015-2016 tot en met 2021-2022 meegenomen, zodat we over een langere periode ontwikkelingen kunnen zien. In de

Ook is veel onderzoek gegaan naar het inlopen van taalachterstanden bij kinderen in de basisschoolleeftijd. De achterstanden

VVE- monitor (2023 - VVE Monitor - Infogram) is zichtbaar gemaakt hoe de ontwikkeling eruitziet, waar we de gestelde doelen

hebben vooral te maken met een onvoldoende blootstelling aan de Nederlandse taal. Met andere woorden: de kinderen

behalen en waar nog niet. In dit hoofdstuk vatten we per beleidsspeerpunt de belangrijkste bevindingen samen en benoemen

horen en spreken te weinig Nederlands en hebben daardoor onvoldoende kansen om hun vaardigheid in die taal goed te

we een aantal aandachtspunten. Voordat we dat doen, rapporteren we op een aantal kernindicatoren op het gebied van

ontwikkelen. Dat betekent dat kinderen die op school komen met dit type taalachterstand gebaat zijn bij extra taalaanbod,

indicering, bereik en resultaten van voor- en vroegschoolse educatie.

extra mogelijkheden om de taal te gebruiken en extra ondersteuning bij het begrijpen van de leerstof. Leerlingen met een achterstand voor wie het Nederlands een tweede taal is (NT2-leerlingen), hebben daarbij in principe geen andere didactische aanpak nodig dan andere leerlingen met een taalachterstand. Dat de taalachterstanden van kinderen met een

3.1 Kernindicatoren

migratieachtergrond over het algemeen groter zijn betekent niet dat zij een heel andere aanpak nodig hebben, maar vooral dat ze nog meer behoefte hebben aan meer taalaanbod, meer mogelijkheden voor taalproductie en meer ondersteuning.

Indicering voor voorschoolse educatie

Beide groepen zijn gebaat bij effectief en efficiënt woordenschat-onderwijs, taalstimulerende gesprekken, ondersteunende

Kinderen die een risico lopen op een ontwikkelachterstand willen we zo veel mogelijk gebruik laten maken van voorschoolse

aanwijzingen van de leerkracht (‘scaffolding’), het ontwikkelen van algemene kennis en veel lezen.

educatie. Indicering voor voorschoolse educatie gebeurt door de GGD op het consultatiebureau. We hebben ons als doel gesteld dat 100% van de kinderen door de GGD gezien wordt en dat doel is ook behaald. We zien dat het percentage kinderen

Wat nemen we mee voor de koers 2024-2027?

met een VVE-indicatie de afgelopen jaren is gestegen. Hadden in 2015-2016 nog 16% van de kinderen een indicatie, in 20212022 is dit opgelopen tot 30% van de kinderen. In aantallen gaat het om 533 peuters.

1 op de 5 Helmondse kinderen loopt een verhoogd risico op een onderwijsachterstand. Dit risico concentreert zich

De hoofdreden waarop kinderen een indicatie krijgen is een (verwachte) achterstand in de taal-spraakontwikkeling. De groep

in een aantal wijken, waarbij in sommige wijken bijna 40% van de kinderen een verhoogd risico loopt.

kinderen die een indicatie krijgt vanwege hun sociaal-emotionele ontwikkeling is de laatste jaren toegenomen. Professionals bevestigen dat ze een veranderende instroom van kinderen zien. De culturele diversiteit neemt toe en daarnaast is er een

Ook aan het einde van de basisschooltijd zien we verschillen tussen Helmondse kinderen uit meer en minder

grotere groep kinderen die de Nederlandse taal nog helemaal niet beheerst op het moment dat ze instroomt.

gunstige wijken. Schooladviezen in bovengemiddelde wijken zijn gemiddeld een onderwijsniveau hoger. Figuur 3.1 : Aandeel kinderen met een VVE-indicatie. Aandeel is ten opzichte van alle kinderen van 2 tot 4 jaar. Bron BCO. Professionalisering, ouderbetrokkenheid en focus op educatieve kwaliteit dragen bij de aan de kwaliteit en de resultaten van VVE. Kinderen met een taalachterstand zijn gebaat bij extra taalaanbod, extra mogelijkheden om de taal te gebruiken en extra ondersteuning bij het begrijpen van de leerstof. Kinderen voor wie Nederlands de tweede taal is (NT2) verschillen daarin niet van kinderen voor wie Nederlands de eerste taal is (NT1).

-12-

-13-

Figuur 3.2 Redenen waarom de kinderen een VVE-indicatie hebben gekregen

Resultaten Met voorschoolse en vroegschoolse educatie beogen we dat kinderen een zo goed mogelijke start maken op de basisschool en goed kunnen doorstromen naar groep 3. Daarvoor zijn streefdoelen opgesteld ten aanzien van taalontwikkeling, rekenen en sociaal-emotionele ontwikkeling. In schooljaar 2021/2022 zien we dat de meeste streefdoelen door doelgroepkinderen behaald worden (In het infogram OKB/VVE zijn de resultaten van de afgelopen periode uitgebreider in beeld gebracht. Dit is hier in te zien: 2023 - VVE Monitor - Infogram.). Hieronder lichten we enkele resultaten op het gebied van taalontwikkeling uit. In figuur 3.4 is te zien dat de doelstellingen voor spraak-taalontwikkeling van kleuters in het jaar 2021-2022 behaald worden. Voor peuters wordt de streefdoelstelling net niet behaald. In figuur 3.5 zien we dat de streefdoelen voor geletterdheid wel ruimschoots worden behaald. Figuur 3.4 Resultaten spraak-taalontwikkeling

Aanbod van voorschoolse plekken en bereik van kinderen Er zijn ruim voldoende plekken voor voorschoolse educatie aanwezig: ruim 800 plekken verdeeld over 32 locaties in de stad. Van deze plekken kunnen ook peuters zonder VVE-indicatie gebruik maken, maar dan voor twee in plaats van vier dagdelen per week. Met gemengde groepen van peuters met en zonder VVE-indicatie willen we segregatie tegengaan en het van elkaar leren bevorderen. Op alle locaties is de wettelijke urenuitbreiding van 10 naar 16 uur per week voor doelgroepkinderen gerealiseerd. Op enkele locaties komen wel wachtlijsten voor, maar zijn er wel plekken binnen omliggende locaties. Ouders kiezen in dit geval bewust voor de voor hen dichtstbijzijnde locatie. Het bereik van kinderen met een VVE-indicatie is de afgelopen jaren teruggelopen. Een behoorlijke groep kinderen dat geïndiceerd is voor VVE maakt gebruik van kinderdagopvang op een niet gecertificeerde VVE-instelling. Een aanzienlijke groep ouders geeft daarnaast aan geen belangstelling te hebben, maar achterliggende redenen hiervan zijn niet bekend. We zien daarnaast dat de Coronapandemie van invloed is geweest en dat dit de drempel heeft verhoogd voor ouders om hun kind in te schrijven op een voorschoolse voorziening.

Voor het jaar 2020-2021 is 2021-2022 is geen exact percentage bereik te geven; door een overgang van systemen bij de GGD is het bereik van een groep peuters onbekend.

Figuur 3.5 Resultaten geletterdheid

Figuur 3.3 Percentage kinderen met een VVE-indicatie dat bereik wordt

-14-

-15-

Daarnaast wordt er op verschillende Helmondse scholen een aanbod van Schakel- en Topklassen verzorgd. In deze klassen

Figuur 3.7 Verloop van de overdracht van voorschool naar basisschool

wordt een intensief taalaanbod verzorgd. De Schakelklassen zijn verspreid over 10 verschillende scholen en hebben als doel om het taalniveau van kinderen met een grote taalachterstand bij te spijkeren zodat ze na een jaar weer aan het reguliere onderwijs kunnen deelnemen. Topklassen zijn er voor basisschoolleerlingen met de capaciteiten om door te stromen naar het VMBO-t, HAVO of VWO, maar het niveau niet halen wegens een taalachterstand. Het doel is om het taalniveau van deze kinderen bij te spijkeren zodat ze naar het type voortgezet onderwijs kunnen doorstromen dat bij hun leervermogen past. Op zeven Helmondse basisscholen is er zo’n Topklas. Figuur 3.6 laat zien dat het streefdoel voor de Topklassen tussen 2018-2019 en 2020-2021 net niet is behaald, maar in het laatste jaar 2021-2022 wel is behaald. Figuur 3.6 Uitstroom vanuit de Topklas naar het VMBO-t of hoger

Voor een aantal peuters blijkt alleen extra aanbod in de vorm van voorschoolse educatie onvoldoende voor een optimale ontwikkeling. Dit zijn peuters met zwaardere ondersteuningsbehoeften. Deze liggen vaak op het gebied van de sociaal emotionele ontwikkeling, taalontwikkeling of een combinatie daarvan. Deze ondersteuning wordt geboden door het consultatiebureau, logopedie, de IB’er van een basisschool of door bijvoorbeeld Kentalis, Lore of Libra. Voorschoolse locaties geven aan dat het aantal kinderen dat een zwaardere ondersteuningsbehoefte heeft is toegenomen. Professionals voelen zich niet voldoende toegerust om deze kinderen optimaal te kunnen ondersteunen en de aandacht voor deze kinderen heeft ook een negatieve invloed op het effectief kunnen uitvoeren van het regulier VVE-programma voor de overige peuters. De samenwerking tussen de voorschool en de basisschool gericht op kinderen met extra ondersteuningsbehoeften is een aandachtspunt. Veel kinderen worden nu nog zonder ondersteuningsplan overgedragen, maar professionals op de basisschool constateren bij deze peuters al snel een extra ondersteuningsbehoefte. Het aantal kinderen waarbij op de basisschool een extra ondersteuningsbehoefte wordt geconstateerd, is het afgelopen jaren sterk gestegen. Voorscholen en basisscholen zijn het erover eens dat dit signaal op korte termijn extra aandacht en actie verdient.

In 2023 is daarom reeds gestart met de pilot

3.2 Speerpunten beleidsplan: waar staan we nu?

passende kinderopvang (zie kader).

Pilot passende kinderopvang

Het kind voorop Onder de noemer ‘Het kind voorop’ is gewerkt aan verschillende ambities. De samenwerking tussen voorschoolse locaties en de basisschool om een doorgaande ontwikkellijn te creëren was daar een van. Die samenwerking is geborgd in locatieplannen waarin afspraken staan over structurele afstemming tussen locaties en de overdracht van kinderen van de voorschoolse locatie naar de basisschool. Alle locaties beschikken in 2021/2022 over een locatieplan.

Kinderopvangorganisaties signaleren steeds meer kinderen met een (zwaardere) ondersteuningsbehoefte. Het lukt lang niet altijd om deze kinderen de begeleiding en ondersteuning te bieden die men het liefst zou willen. Samen met vijf Helmondse kinderopvangorganisaties is daarom de pilot passende kinderopvang gestart. In de pilot onderzoeken we praktijkgericht hoe we voorschoolse educatie op locaties zo passend mogelijk kunnen maken. Daarbij gaat het in eerste instantie om het versterken van de locaties en medewerkers zelf. Dit doen we door op locaties verschillende interventies uit te proberen. Voorbeelden van interventies zijn de inzet van tolken om de afstemming met ouders te verbeteren, huisbezoeken door pedagogisch medewerkers en scholing op het gebied van NT2. We brengen in beeld of en hoe deze interventies positief bijdragen en bekijken vervolgens of deze interventies ook voor andere kinderopvangorganisaties van nut kunnen zijn. In de pilot nemen we daarnaast de ondersteuningsstructuur rondom voorschoolse voorzieningen onder de loep. We onderzoeken of er voldoende ondersteuning voorhanden is en hoe de samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen en zorgpartners eventueel verbeterd kan worden.

-16-

-17-

Partnerschap met ouders Ouders spelen een cruciale rol bij het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind. In het Helmondse VVE-beleid is ouderbetrokkenheid dan ook een belangrijk speerpunt. Aansluiting vinden bij de leefwereld van ouders is van belang om een goede band op te kunnen bouwen. Op sommige voorscholen wordt gewerkt met tolken of wordt er aandacht besteed aan cultureel sensitief werken. Laaggeletterdheid belemmert in sommige gevallen de ouderbetrokkenheid. Op verschillende plekken worden dan ook pilots gedraaid met taalscholen voor ouders. Ook wordt gewerkt met de Voorleesexpress en de Boekstartcoach om zo het voorlezen van ouders te stimuleren. Om ervoor te zorgen dat ouderbetrokkenheid en de doorontwikkeling daarvan permanent op het netvlies blijft, hebben alle

Er is in Helmond een uitgebreid aanbod aan bijscholing beschikbaar voor voor- en vroegscholen. Dit wordt veel gebruikt. Ook wordt professionalisering gestimuleerd middels netwerken voor VVE-coördinatoren en Top- en Schakelklasleerkrachten. Naast inzet op kwaliteitskenmerken is het aantal uren voorschoolse educatie de afgelopen jaren uitgebreid van 10 naar 16 uur. Alle Helmondse locaties hebben deze urenuitbreiding gerealiseerd.

voorschoolse locaties afgelopen beleidsperiode een ouderbetrokkenheidsplan ontwikkeld. Ondanks alle inspanningen, blijft er volgens professionals een groep ouders die moeilijk te bereiken is.

Wat nemen we mee voor de koers 2024-2027?

Figuur 3.8 percentage ouders dat betrokken is bij de warme overdracht

De basis voor de uitvoering van voor- en vroegschoolse educatie staat over het algemeen goed: er zijn voldoende plekken beschikbaar, het aanbod van 16 uur per week is gerealiseerd en er wordt samengewerkt aan de doorgaande ontwikkellijn. De instroom van kinderen verandert: we zien meer ouders en kinderen (nieuwkomers) die de Nederlandse taal niet of nauwelijks beheersen op het moment dat ze de voorschool instromen. Dit betekent iets voor het aanbod en de professionalisering. Ook stijgt het aantal kinderen met een zwaardere en soms ook complexe ondersteuningsbehoefte in de voorschool en de basisschool. Professionals op de voorschool voelen zich niet

De handen in elkaar slaan

toegerust om de juiste ondersteuning te bieden en deze ondersteuning is ook niet altijd tijdig

Onder de noemer ‘de handen in elkaar slaan’ wordt gewerkt aan het verstevigen van de samenwerking in de wijk; op de eerste

voorhanden.

plaats tussen de voorschool en basisschool, maar ook met GGD/consultatiebureau, welzijnswerk, gezinscoaches en logopedie. Op ongeveer een derde van de voorscholen en basisscholen wordt vanuit gezamenlijke ambities zoals het creëren van gelijke

Het aantal VVE-indicaties neemt toe; van 16% naar 30% van alle Helmondse peuters.

kansen of het vergroten van ouderbetrokkenheid samengewerkt in de wijk. Het bereik van voorschoolse educatie neemt af en betreft ongeveer 70%; dit vraagt om hernieuwde focus op zowel Wijksamenwerking vindt daarnaast plaats in het kader van de Verlengde Schooldag. De Verlengde Schooldag is gericht

registratie en toeleiding zodat alle peuters die dat nodig hebben worden bereikt.

op het verhogen van de mogelijkheden voor kinderen om informeel te leren en het biedt een positief tegenwicht in het opvoedklimaat. Samen met de ketenpartners in de wijk wordt de onderzoekende houding van de kinderen gestimuleerd,

Educatief partnerschap met ouders creëren is bij alle partners een aandachtspunt, maar blijft op veel locaties een

waardoor kinderen hun talenten kennen en ze over meer competenties beschikken, het zelfvertrouwen en de sociale

zoektocht. Er zijn op verschillende locaties wel successen op het terrein van taalscholen voor ouders en cultureel

vaardigheden toenemen. De Verlengde Schooldag is gestart in 2016 en is de laatste jaren uitgebreid naar 9 basisscholen en één

sensitief werken.

middelbare school.

Scherp op kwaliteit Uit onderzoek weten we dat de effecten van voor- en vroegscholen afhangen van de geboden kwaliteit. Om die kwaliteit te verhogen zijn de landelijke kwaliteitseisen de afgelopen jaren verhoogd. Zo is een hbo-geschoolde professional voor 10 uur per week per kind op de groepen verplicht. Het tekort aan professionals in de kinderopvang en het onderwijs, maar ook bij ketenpartners wordt de afgelopen jaren steeds meer zichtbaar en merkbaar. Er is minder continuïteit in personeel dat bij ketenpartners soms wachtlijsten tot gevolg heeft en in het onderwijs en in de kinderopvang de kwaliteit onder druk zet.

-18-

-19-

4. Vooruitblik naar 2027 In dit hoofdstuk blikken we vooruit door in te gaan op een aantal trends en ontwikkelingen die raken aan het

Kansenongelijkheid reikt verder dan het onderwijs; de kloof tussen hoger en lager opgeleiden op tal van leefterreinen zoals

Ontwikkelkansenbeleid. Ook belichten we de verbindingen met andere beleidsterreinen die raken aan het

gezondheid, participatie en bestaanszekerheid wordt steeds zichtbaarder. Daarbij grijpen al deze leefterreinen op elkaar

Ontwikkelkansenbeleid.

in. Met de nieuwe kadernota sociaal domein ambieert de gemeente Helmond de sociale basis en de kansengelijkheid van inwoners te versterken, via twee sporen. Aan de ene kant het versterken van de persoonlijke veerkracht in de sociale basis, door in te zetten op de bestaanszekerheid, onderwijskansen, onderwijsdeelname, basisvaardigheden en gezonde leefstijl. En

4.1 Trends en ontwikkelingen

aan de andere kant het versterken van sociale netwerken en het versterken van voorzieningen.

Groeiende (aandacht voor) kansenongelijkheid in onderwijs en samenleving

Stelselwijziging Kinderopvang

De afgelopen jaren is de aandacht voor kansenongelijkheid in het onderwijs zichtbaar toegenomen. Als antwoord daarop heeft

Vanaf 2027 wordt - mits overgenomen door een nieuw kabinet - een nieuw stelsel voor kinderopvang ingevoerd. Het

het inmiddels demissionaire kabinet verschillende extra investeringen gedaan of aangekondigd.

demissionair kabinet heeft twee belangrijke doelstellingen met de stelwijziging. De eerste is het stelsel eenvoudiger en begrijpelijker maken voor ouders door de financiering te vereenvoudigen. De tweede is het realiseren van een betaalbaardere

Sinds 2016 vanuit het ministerie van OCW de Gelijke Kansen Alliantie actief, waarin gewerkt wordt aan een

en financieel toegankelijke kinderopvang, zodat ouders arbeid en zorg makkelijker kunnen combineren. Ouders krijgen

kennisdelingsaanpak, gericht op het samenbrengen en delen van goede voorbeelden uit het land en het opschalen van

maximaal 96 procent van de kosten vergoed. Verduidelijking van het stelsel kan voor ouders met kinderen met een VVE-

bewezen effectieve interventies. Daarbij wordt een breed perspectief gehanteerd, met een breed palet aan interventies, dat

indicatie drempelverlagend werken om hun kinderen naar de VVE-peuteropvang te brengen. Zo bereiken we als gemeente

uitgaat van factoren die van invloed zijn op kansengelijkheid op vijf verschillende niveaus (zie figuur 4.1). Helmond maakt ook

mogelijk meer kinderen met een VVE-indicatie, dat kan bijdragen aan grotere kansengelijkheid voor kinderen. Maar er zijn

deel uit de van de landelijke coalitie en zet via de Gelijke Kansen Alliantie in op de Verlengde Schooldag.

ook kritische geluiden en de vrees dat de kansenongelijkheid door de stelselwijziging juist zal toenemen. Door het oplopend personeelstekort is het plausibel dat de uurtarieven voor kinderopvang zullen stijgen en er meer concurrentie zal ontstaan

Middels het Rijksprogramma School en Omgeving kan ingezet worden op een Rijke Schooldag op scholen in minder kansrijke

rondom het personeel. Dit verkleint de betaalbaarheid van opvang voor ouders met een lager inkomen. Bovendien wordt het

gebieden. Scholen kunnen hiervoor vanaf zomer 2023 subsidie aanvragen bij het Rijk. De Helmondse scholen die deel

door deze grotere concurrentie mogelijk moeilijker om de voorschoolse educatie in de meer kwetsbare wijken te organiseren

uitmaken van de Verlengde Schooldag komen hiervoor ook in aanmerking.

voor de kinderen met een VVE-indicatie.

Tot slot koppelt het onlangs gepresenteerde programma het Jonge Kind extra middelen aan het vergroten van het bereik van

Groei van het aantal nieuwkomers

voorschoolse educatie, de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie en het vergroten van ouderbetrokkenheid. Ook de

Helmond ligt in een regio die een enorme groei doormaakt. We zien dat de groep kinderen in Helmond steeds meer

gemeente Helmond ontvangt hier middelen voor. Voor deze hierboven genoemde investeringen en plannen geldt dat deze

divers wordt. Met de toestroom van vluchtelingen uit Oekraïne, Syrië en andere landen en de toename van kinderen van

mogelijk kunnen wijzigen als gevolg van andere beleidskeuzes van een nieuw kabinet.

arbeidsmigranten in de Brainport regio tot aan kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen die al langer in Nederland zijn, komen er steeds meer kinderen met een taalachterstand naar voorschoolse voorzieningen en naar basisscholen. De komende

Figuur 4.1 Factoren van invloed op Kansengelijkheid. Bron: Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de Gelijke Kansen Alliantie

tien jaar komen er in de Brainportregio 8.000 tot 13.000 nieuwe kinderen tot 18 jaar uit het buitenland bij. Nu zijn er in de

(OCW)

Brainportregio al 15.000 anderstalige kinderen tot 18 jaar (Bron: onderzoek Rijnconsult 2023).

Budgetten onder druk door indexeringen en grotere uitdagingen Het aantal kinderen dat geïndiceerd wordt voor VVE neemt toe. Daarnaast zien we binnen de kinderopvang en het onderwijs dat het steeds lastiger wordt om alle kinderen de aandacht en ondersteuning te geven die zij nodig hebben. Dat heeft naast taalachterstanden ook te maken met andere ondersteuningsbehoeften, zoals op gedrag. De grotere instroom en diversiteit brengt daarmee de nodige uitdagingen met zich mee voor de vormgeving van het aanbod en de scholing van personeel. Het budget is hier maar ten dele op meegegroeid. Door een hogere achterstandsscore is de SPUK OAB/VVE gestegen. Echter, loonsverhogingen in het primair onderwijs en in de indexering van de kinderopvangtoeslag zijn niet verrekend in de Rijksbudgetten.

-20-

-21-

Personeelstekorten in kinderopvang, onderwijs en bij samenwerkingspartners

• Met het Stadsplan Basisvaardigheden wordt in Helmond aanvullend ingezet op de methoden die al toegepast worden om

Het personeelstekort in de kinderopvang en het onderwijs neemt naar verwachting de komende jaren alleen maar toe.

laaggeletterdheid terug te dringen. Via een wijkgerichte aanpak sluiten vraag en aanbod als maatwerk op elkaar aan, op de

Voor de regio Helmond-de Peel is de verwachting dat er een onvervulde vraag naar leraren is van 3,2 procent (Centerdata

plek waar het nodig is én in de vorm die aanspreekt voor de doelgroep. Om laaggeletterdheid te voorkomen, wordt vanaf

2022). Ook in de kinderopvangsector is de buitenschoole de vacaturegraad hoog en zijn er tekorten op zowel de dagopvang,

2024 aangesloten bij de Gezinsgerichte Aanpak Geletterdheid . Dit biedt een kans om laaggeletterde ouders meer te

voorschoolse educatiegroepen en de buitenschoolse opvang. Daarmee zal het de komende jaren een uitdaging blijven om

betrekken bij de ontwikkeling van hun kind.

continu voldoende geschoold personeel in te zetten en te werken met stabiele teams.

4.2 Verbinding van het Ontwikkelkansenbeleid met andere beleidsterreinen

Wat nemen we mee voor de koers 2024-2027? • Het aantal indicaties voor voorschoolse educatie en de ondersteuningsbehoefte op voorschoolse locaties neemt

Het Ontwikkelkansenbeleid richt zich erop om kinderen zo vroeg mogelijk de beste kansen te bieden om zich optimaal te

toe, terwijl het budget slechts ten dele meegroeit. De Rijksuitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid is

ontwikkelen, zodat zij maximale ontwikkelkansen krijgen. Dat doen we primair door een voorschools aanbod van hoge

niet geïndexeerd naar aanleiding van loonstijgingen van professionals en indexering van de

kwaliteit neer te zetten en in de basisschoolleeftijd te investeren in taalontwikkeling. Ontwikkelkansen van kinderen in brede

kinderopvangtoeslag.

zin worden echter door tal van factoren beïnvloed en komen in verschillende Helmondse programma’s en beleidsterreinen terug. Hieronder noemen we de belangrijkste. De concrete verbindingen werken we de komende beleidsperiode verder uit:

• Kinderopvang, onderwijs en ketenpartners hebben in toenemende mate te maken met personeelstekorten.

• Kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp werkt samen binnen de Helmondse Educatieve Agenda (HEA). Met de HEA wordt

• Kansenongelijkheid in het onderwijs hangt samen met vele factoren en vraagt om een overstijgende aanpak,

over de periode 2020-2030 ingezet op de thema’s 1) verbinding opvang en onderwijs en jeugdhulp, 2) ononderbroken

waarin oog is voor brede ontwikkelkansen en de thuisomgeving van kinderen.

ontwikkeling, 3) taalondersteuning aan (anderstalige) kinderen, jongeren en hun ouders. De thematieken van Ontwikkelkansen lopen als rode draad door de HEA heen. De opdrachten uit deze koers verbinden we aan de uitvoeringsprogramma’s van de HEA-pijlers. Dit lichten we verder toe in paragraaf 6.3 van deze nota.

• De stelselwijziging kinderopvang roept zorgen op over brede toegankelijkheid en beschikbaarheid van kinderopvang, juist voor lagere inkomensgroepen.

• Vanaf 2023 wordt gewerkt aan de herijking van het Preventief Jeugdbeleid. Dit beleid is als het ware als een kapstok voor het Ontwikkekansenbeleid. Het preventief jeugdbeleid heeft als doel om in te zetten op het versterken van beschermende factoren en verminderen of voorkomen van risicofactoren, door een breed palet aan effectieve interventies in te zetten. Met het beleid willen we de ruimte bieden aan alle kinderen, van jongs af aan, om te groeien en hun talenten te ontwikkelen. Het zet in op problemen voorkomen en vroegtijdig signaleren, weerbaar maken en perspectief bieden met behulp van een lokale ondersteuningsstructuur. • De eerste 1000 dagen van het kind zijn cruciaal voor de ontwikkeling van een kind. Veel problemen kunnen worden voorkomen door de risicofactoren in een gezin zoals stress, door bijvoorbeeld schulden, en verslaving maar ook beschermende factoren zoals warmte en affectie, te beïnvloeden. Daarvoor is het belangrijk dat (aanstaande) ouders die het nodig hebben veel eerder bereikt en ondersteund worden. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak: ouders, samenleving, professionals en overheid. Sinds 2019 bestaat binnen de gemeente Helmond daarom coalitie Kansrijke Start. De coalitie bestaat uit organisaties die betrokken zijn bij de geboortezorg van -10 maanden tot 2 jaar en werkt aan diverse gezondheids- en opvoedinterventies voor ouders en kinderen.

• Via het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) wordt er ingezet op het stimuleren van vaardigheden van leerlingen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak en op het verkleinen van onderwijsachterstanden die kinderen hebben opgelopen als gevolg van corona. • Op 27 basisscholen in Helmond is er een Bibliotheek op School. Lezen wordt daarmee voor leerlingen laagdrempeliger.

-22-

-23-

5. Koers 2024-2027 De analyses uit de vorige hoofdstukken leveren een tweeledig beeld op. Om te beginnen kunnen we trots zijn op hetgeen

5.1 Twee centrale thema’s

de Helmondse partners realiseren: er zijn voldoende plekken voor voorschoolse educatie verdeeld over de stad en de urenuitbreiding naar 16 uur per week is overal gerealiseerd. Ook zijn er overal samenwerkingsafspraken tussen voor- en

1 De beste vroege start

vroegscholen en behalen we onze streefdoelen wat betreft kinduitkomsten op bijna alle punten. Kortom, de kwaliteit van

Het eerste thema ‘De beste vroege start’ krijgt de aandacht omdat we weten dat het het beste is om ontwikkelkansen zo vroeg

hetgeen we doen is op orde.

mogelijk te stimuleren. Toch is het aanbod nu nog niet voor alle kinderen passend en wordt er door een deel van de kinderen helemaal geen voorschool bezocht. We werken binnen dit thema aan twee opdrachten.

Tegelijkertijd zijn er een aantal trends en opgaven die onze aandacht verdienen en horen we zorgen vanuit professionals in het veld. Denk aan het aantal ouders en kinderen dat we niet bereiken met voorschoolse educatie of weten te betrekken en

a) Een passende en hoogwaardige plek voor ieder kind

de meer diverse instroom en ondersteuningsbehoeften op de voorschoolse groepen. De wereld om ons heen is veranderd, en

De VVE-doelgroep is de laatste jaren veranderd: de verschillen in instroomniveau tussen kinderen zijn groter geworden,

blijft veranderen, en dat vraagt ook om aanpassingen in onze inzet op ontwikkelkansen.

er is een grotere diversiteit aan nationaliteiten op de groep en er stromen meer kinderen in met sociaal-emotionele problematiek. Al deze kinderen verdienen de beste start, in de voorschool en het basisonderwijs, bij voorkeur binnen een

In de koers voor 2024-2027 brengen we bewust focus aan op een tweetal thema’s: de beste vroege start en Taal centraal. Op

reguliere voorziening. Echter, de veranderende instroom maakt dat professionals tegen grenzen aanlopen in wat ze kunnen

deze thema’s ligt de focus op de doorontwikkeling van ons beleid en willen we nieuwe perspectieven ontwikkelen. De koers

bieden. Dit vraagt dat we enerzijds onderzoeken hoe we voorschoolse educatie zo passend mogelijk kunnen maken, door

die we hieronder presenteren is een koers op hoofdlijnen, die we samen met onze partners nog zullen moeten uitwerken.

bijvoorbeeld extra te investeren in de vaardigheden van professionals of professionals extra ruimte te geven voor bijvoorbeeld

Daarbij willen we werken vanuit ambitie, daadkracht en lef. Hieronder lichten we de koers en hoe we deze willen gaan

oudercontact. Onder zo passend mogelijk maken verstaan we ook de vormgeving van ons aanbod. Beginnen we nu vroeg

uitwerken verder toe.

genoeg met het aanbod, of bereiken we hogere resultaten als we eerder (met 2 i.p.v. 2,5 jaar) beginnen? Anderzijds belichten we de huidige samenwerking met de ondersteuningsstructuur en verkennen we of er nieuwe samenwerkingen op het gebied

Wat gaat we anders doen? Gerichte focus en nieuwe perspectieven ontwikkelen

van onderwijs-jeugdhulp wenselijk zijn. Tot slot hebben we binnen deze opdracht ook oog voor de doorgaande lijn naar

Twee thema’s – De beste vroege start en Taal centraal staan in de koers 2024-2027 centraal. Deze thema’s zijn niet nieuw en

het basisonderwijs. Bij de uitwerking van deze opdracht bouwen we voort op hetgeen we doen binnen de pilot Passende

hebben al langer onze aandacht, maar we kiezen komende beleidsperiode bewust voor een gerichte focus. Omdat we er vroeg

Kinderopvang (zie pagina 15).

bij willen zijn om ontwikkelkansen te bieden op een manier die passend is bij het kind. En omdat we weten dat de beheersing van de Nederlandse taal een belangrijke sleutel is voor schoolsucces. Bovendien verdienen deze onderwerpen opnieuw onze

b) Scherp op bereik

aandacht gezien de trends en opgaven die we op deze onderwerpen constateren.

We streven ernaar om alle kinderen met een voorschoolse indicatie te bereiken en toe te leiden naar een voorschoolse plek. Het bereiken van kinderen met voorschoolse educatie zien we als het beginpunt van ouderbetrokkenheid. Om de dalende

Een gerichte focus is daarnaast nodig omdat we nieuwe perspectieven willen ontwikkelen en vervolgens gaan uitvoeren,

trend van het bereik te keren, brengen we om te beginnen (nog beter) in kaart welke kinderen we nu missen en welke gerichte

aanvullend op de goede praktijken die er al zijn. Nieuwe perspectieven zijn nodig om ontwikkelingen zoals een groeiende

acties, of wellicht tussenstappen, we kunnen ondernemen om ook hen toe te leiden naar een voorschoolse plek. Daarbij

ondersteuningsbehoefte in de voorschool op te kunnen vangen en trends zoals afnemend bereik te kunnen keren. Het

geldt vooral dat we buiten de gebaande paden zullen moeten gaan, door kritisch te kijken naar hoe we onze toeleiding en ons

betekent ook dat we ons niet alleen de vraag stellen of we de dingen nog goed doen, maar ook of we nog wel de goede dingen

aanbod nu organiseren.

doen in het licht van wat we willen bereiken en de veranderingen en opgaven waar we mee te maken hebben.

2 Taal centraal Dat we focussen op twee thema’s betekent niet dat we thema’s uit de vorige beleidsperiode, zoals ouderbetrokkenheid of de

De beheersing van de Nederlandse taal is een belangrijke sleutel, of misschien wel de sleutel, tot schoolsucces. In de praktijk

samenwerking voor- en vroegschool, geen aandacht meer geven. Het zijn thema’s die onverminderd belangrijk blijven en deze

zien we dat het niveau van (Nederlandse) taalontwikkeling van kinderen die instromen in de voorschool en op school onder

krijgen een plek – of hebben reeds een plek gekregen – in samenwerkingsafspraken of subsidieafspraken of komen deels terug

druk staat. Ook hebben we te maken met een grotere instroom van nieuwkomers. Taal staat centraal binnen twee opdrachten:

onder een van de centrale thema’s. Zo loopt het thema ouderbetrokkenheid als rode draad door verschillende thema’s heen. Ouders spelen immers een belangrijke rol in de taalontwikkeling van kinderen. Het bereiken van ouders met voorschoolse

a) Versterking taalaanbod en -expertise in de voorschool en basisschool

educatie is het begin van hun betrokkenheid bij de schoolse ontwikkeling van hun kind.

Professionals krijgen te maken met een grote diversiteit aan vragen rondom taalondersteuning van peuters en basisschoolleerlingen. We zetten in op de versterking van de taalprofessionaliteit en het taalaanbod. Focus ligt hierbij op het aanbod voor kinderen, maar we betrekken hierbij ook ouders. Daarbij hebben we zowel aandacht voor hun eigen taalvaardigheid en vaardigheden om de taalontwikkeling van hun kind te stimuleren. In het basisonderwijs investeren we gericht in taal- en topklassen en leggen we verbinding met het taalonderwijs in de basisschool. We besteden hierbij ook (opnieuw) aandacht aan een gedeeld beeld over het gewenste taalniveau van kinderen en formuleren daarvoor waar nodig nieuwe streefdoelen.

-24-

-25-

b) Een dekkend aanbod voor nieuwkomersonderwijs en NT2-ondersteuning

Gelijke ontwikkelkansen vragen om samenwerking en een overstijgende aanpak

Naast een brede basis voor taalondersteuning, richten we ons specifiek op het aanbod van nieuwkomersonderwijs. De

Kansenongelijkheid is een veelkoppig monster. Een gerichte aanpak op de voorschool en basisschool helpt in het terugdringen

groei van het aantal nieuwkomers maakt dat de huidige voorzieningen voor het nieuwkomersonderwijs (KC het Mozaïek

van kansenongelijkheid, maar voor een echte effectieve aanpak is het van belang om ook in te zetten op factoren die liggen

en het Jan van Brabantcollege) regelmatig tegen hun grenzen aanlopen. We formuleren een nieuw toekomstbeeld voor het

op het niveau van het gezin of de wijk. We zoeken daarom actief de verbinding met beleidsterreinen in de leefomgeving van

nieuwkomersonderwijs in de regio. Naast aandacht voor voldoende en kwalitatieve plekken, ligt de focus op voldoende

ouders en kinderen die raken aan onderwijskansen, zoals armoede, laaggeletterdheid en jeugdhulp, zodat we kinderen en hun

gekwalificeerd personeel en een herijkte samenwerkingsstructuur rondom nieuwkomersonderwijs. Ook richten we ons

ouders nog beter kunnen ondersteunen en betrekken daarbij concepten zoals Integrale kindcentra of de Verlengde Schooldag.

op NT2-ondersteuning in voorschoolse educatie en basisonderwijs. Immers, ook kinderen die doorstromen naar reguliere voorzieningen hebben nog een ondersteuningsbehoefte. We onderzoeken hoe we de expertise die in onze regio beschikbaar is

Met ambitie, daadkracht en lef maken we het verschil

meer kunnen delen, door bijvoorbeeld te gaan werken vanuit een expertisecentrum.

Tot slot: met al onze inspanningen bereiken we tal van positieve effecten en maken we ontwikkelkansen voor kinderen een stuk gelijker. Maar we geloven ook dat we (op sommige plekken) nog meer het verschil kunnen maken. Bovendien hebben we te maken met een veranderende context, met nieuwe doelgroepen en een aanhoudende krapte aan professionals. Dat

5.2 Leidende principes voor de koers

maakt dat meer van hetzelfde niet langer genoeg is of houdbaar is. Willen we het verschil maken, dan zullen we vanuit een hoge gezamenlijke ambitie moeten werken en nieuwe perspectieven moeten ontwikkelen. Om vervolgens met daadkracht

Los van de focus op twee centrale thema’s stellen we in deze koers een aantal leidende principes vast. Deze principes laten

en lef aan de slag te gaan. Door voorop of vooruit te lopen op ontwikkelingen, zoals de stelselwijziging Kinderopvang. Of door

zien wat we als gemeente, samen met onze partners belangrijk vinden als het gaat om ontwikkelkansen. Het zijn tevens

scherpe keuzes te maken in wat we wel of niet doen en op welke doelgroepen we ons in het bijzonder willen richten.

handvatten voor de verdere uitwerking van de thema’s en opdrachten.

Leidende principes koers 2024-2027

Ieder kind een passende voorschoolse plek Onderwijs-, taalachterstanden en ontwikkelproblematiek willen we zo vroeg mogelijk aanpakken, omdat we weten dat er juist op jonge leeftijd al grote verschillen tussen kinderen kunnen ontstaan. Toch bereiken we nu te veel kinderen niet, en

1) Ieder kind een passende voorschoolse plek

krijgen niet alle kinderen de ondersteuning die ze verdienen. We zetten ons er voor in dat er voor alle Helmondse peuters

2) Professionals maken het verschil

de mogelijkheid is om zich op een passende plek te ontwikkelen in een voorschoolse voorziening, ter voorbereiding op

3) Ongelijk investeren voor gelijke kansen

een goede start op de basisschool. Dat betekent dat we ook oog hebben voor een goede overgang en doorstroom naar de

4) Gelijke Ontwikkelkansen vragen om samenwerking en een overstijgende aanpak

basisschool.

5) Met ambitie, daadkracht en lef maken we het verschil

Professionals maken het verschil De kwaliteit van voorschoolse educatie en taalonderwijs op de basisschool valt of staat met de beschikbaarheid en de expertise van professionals. We willen professionals zo goed mogelijk toerusten om de diverse groep van peuters en basisschoolleerlingen van zo goed mogelijke voorschoolse educatie en onderwijs te voorzien.

5.3 Organisatie De hier gepresenteerde koers is een koers op hoofdlijnen. Voor de uitwerking sluiten we aan op de Helmondse Educatieve

Ongelijk investeren voor meer gelijke kansen

Agenda 2020-2030. Dat doen we omdat ontwikkelkansen als rode draad door de Helmondse Educatieve Agenda (HEA) heen

Meer kinderen worden geïndiceerd voor een voorschoolse educatie en ondersteuningsvragen nemen toe. Maar Rijksbudgetten

lopen. Voor ontwikkelkansen belangrijke subthema’s zoals doorgaande ontwikkellijnen en taalaanbod hebben binnen de

blijven vooralsnog gelijk. Dat vraagt om keuzes en focus waarin we investeren. We investeren gericht op de plekken in de stad

HEA reeds een plek en de voor ontwikkelkansen onmisbare partners werken binnen de HEA samen. We kiezen er dan ook

waar het het hardst nodig is en doen dat met interventies waarvan we weten dat ze gericht bijdragen aan meer onderwijs- en

voor om de vier opdrachten van de koers 2024-2027 een plek te geven binnen de uitvoeringsplannen van de pijlers van de

ontwikkelkansen. Dat betekent dat we mogelijk andere keuzes maken in de inzet van onze huidige interventies of de plekken

HEA (zie figuur 5.1). De stuurgroep van de HEA is daarmee verbonden aan de opdrachten. De opdrachten Een passende en

waarop we dat gaan doen.

hoogwaardige plek voor elk kind en Scherp op bereik krijgen een plek binnen pijler 2 (een ononderbroken ontwikkeling). De opdrachten Versterking taalaanbod en -expertise en Een dekkend aanbod voor NT2-ondersteuning krijgen logischerwijs een plek onder pijler 3 (taalondersteuning aan (anderstalige) leerlingen, jongeren en hun ouders).

-26-

-27-

6. Financiën Figuur 5.1. Ontwikkelopdrachten verbonden aan de organisatiestructuur van de Helmondse Educatieve Agenda

Onderstaande tabel geeft de begroting bij de koers 2024-2027 weer. Middelen zijn voor het grootste deel afkomstig van de SPUK voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (OAB/VVE). De begroting hieronder is gebaseerd op de voorlopige beschikking voor 2023 en de prognose voor 2024, die betroffen respectievelijk 4.7 miljoen en 4,66 miljoen. Medio oktober werd bekend dat de definitieve beschikking voor 2023 hoger is (4.97 miljoen) net als de voorlopige beschikking voor 2024 (4.92 miljoen). De hoogte van de uitkeringen vanaf 2025 zijn nog niet bekend, we gaan hierbij uit van ongeveer hetzelfde bedrag als de voorlopige beschikking van 2024. Middelen zijn daarnaast afkomstig uit de decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen peuters. Deze laatste betreft ongeveer 160.000 euro per jaar. Recent heeft het Rijk bekend gemaakt middels het programma Ontwikkeling Jonge Kind extra middelen uit te gaan uitkeren aan gemeenten om in te zetten op het vergroten van bereik en kwaliteit van voorschoolse educatie en ouderbetrokkenheid. De hoogte van deze uitkering is nog niet bekend. In de beleidsperiode 2019-2023 is een onderbesteding geweest van zo’n 990.000 euro. De voornaamste reden voor de onderbesteding is een verhoging van de hoogte van de SPUK in 2020, gecombineerd met lager uitgevallen uitgaven aan VVE-subsidies. Dit bedrag nemen we mee naar de nieuwe beleidsperiode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13446604/1