RN 100 Bijlage 4 Business case
Tekst van het document
17 APRIL 2024
Business case Uitvoeringsorganisatie GR Blink
2 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
Management samenvatting Inleiding Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van de uitkomsten van het rapport “strategisch advies GR Blink”. Hierbij was de vraag van Blink aan BDO om een business case op te stellen. Op basis van het eerdere rapport is er geconcludeerd dat PreZero zal uittreden en dat er een wijziging in de tekst van de GR plaats vindt. Deze uittreding is één van de uitgangspunten voor deze business case.
Externe omgeving De invloeden van de externe omgeving op de gemeenten en Blink omvatten maatschappelijke nadruk op duurzaamheid en circulariteit en Europees beleid gericht op duurzaam afvalbeheer. Het Europese beleid wordt doorvertaald naar landelijk en lokaal beleid, waarin men streeft naar minder restafval, meer recycling en meer bewustwording. Daarnaast spelen binnen de afvalsector trends zoals kostenstijgingen en veranderende samenwerkingen, en veranderende wet- en regelgeving met betrekking tot inkoop, aanbestedingen, rijtijden en arbeidsomstandigheden. Kortom, er is veel in beweging de komende jaren. Dat vraagt om een proactieve houding met duidelijke expertise op deze gebieden. Op die manier kunnen de mogelijke consequenties worden doorvertaald naar regionaal en lokaal beleid en de uitvoering er van. Dat vraagt om schaalgrootte van de uitvoeringsorganisatie.
Lokaal beleid De wettelijke afvaltaak van gemeenten omvat het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval en het bevorderen van afvalpreventie en -scheiding om bij te dragen aan een schone en gezonde leefomgeving en duurzame samenleving. Gemeenten kunnen deze taken uitbesteden aan een GR. Uit het lokale beleid van de diverse gemeenten komen een aantal overeenkomsten naar voren. Zo hebben met uitzondering van Son en Breugel alle andere gemeenten gekozen voor Diftar. In de uitvoering zitten er verschillen tussen de gemeenten, zoals bijvoorbeeld in de inzamelfrequentie. Vijf van de negen Blink gemeenten kennen een uitdaging ten aanzien van de milieustraat. Zo geeft Asten aan samen met Someren toe te zijn aan een vernieuwing van de milieustraat. Ook Son & Breugel wil de toegankelijkheid van de milieustraat verbeteren. Laarbeek wil de milieustraat toekomstbestendig maken. Als gevolg van de beëindigde samenwerking met PreZero moet Helmond zeer waarschijnlijk op zoek naar een andere plek voor de gemeentelijke milieustraat. Zoals het er nu naar uitziet, is de huidige locatie vanaf eind 2025 niet meer beschikbaar. Zo bestaan er diverse knelpunten binnen de Blink gemeenten ten aanzien van de milieustraat.
Blink kan de gemeenten ondersteunen bij het opstellen van een visie over de milieustraat en handreikingen doen om de dienstverlening aan burgers zo efficiënt mogelijk te organiseren door regionaal te kijken. Daarbij kan Blink op korte termijn passende oplossingen bieden voor deze gemeenten die in lijn zijn met deze visie. De meeste gemeenten zijn bezig met het realiseren van nieuw beleid rondom afvalverwerking. De gemeenten willen daarbij zo veel mogelijk met Blink daar samen in optrekken. Zodat er optimale dienstverlening met een hoge kwaliteit tegen zo laag mogelijke kosten plaats vindt. Binnen de gemeenten komt naar voren dat er een verdere focus gelegd wordt op de communicatie en educatie naar de inwoners toe. Daarbij richten gemeenten zich op bewustwording van de burgers over hoe om te gaan met afval. Enkele gemeenten willen zelf aan de slag met het verbeteren van afvalverwerking en preventie. Ook is het raadzaam te kijken of er een gezamenlijke regionale component in zit, om dat met Blink uit te voeren. Wat betreft de Blink organisatie wensen alle gemeente vanuit de goede samenwerking te sturen op uniformiteit.
3 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
Context Momenteel zijn er diverse sterke punten die aan Blink zijn toe te wijzen. Zo zijn de Blink gemeenten tevreden over de uitvoering, de mogelijkheden van het cafetariamodel binnen de gemeenschappelijke regeling en de dienstverlening. Tussen de gemeenten is er sprake van een sterke relatie en betrokkenheid. Er is met de negen gemeenten sprake van voldoende schaalgrootte waarbij op uitvoeringsniveau gekeken wordt om samen te werken met andere publieke afvalinzamelingsorganisaties. Blink ontzorgt de gemeenten op gebied van kennis en expertise rondom afval. Tegenover de sterktes zijn er ook zwaktes geformuleerd. Met het vertrek van PreZero moet er geïnvesteerd worden in de organisatie. Het wagenpark van de vuilniswagens is verouderd en aan vervanging toe. Ook zal naar nieuwe huisvesting vanaf 2026 moeten worden gekeken. Tevens zijn een aantal posities in het managementteam tijdelijk of onvolledig ingevuld. De invulling van de financiële functie en de P&C cyclus is voor verbetering vatbaar. Blink heeft geen dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) opgesteld. Zaken die allemaal opgepakt moeten worden. Naast de sterktes en zwaktes ziet BDO ook een aantal kansen voor Blink. Zo is er de mogelijkheid voor Blink om een toekomstbestendige organisatie op te zetten waar elke gemeente tevreden mee is.
Daarnaast kan er een definitieve invulling worden gegeven aan het personeel, waardoor de continuïteit beter wordt gewaarborgd. De voorspelbaarheid en vergelijkbaarheid van het Beheer Openbare Ruimte(BOR)-kosten kan duidelijker worden gerapporteerd aan gemeenten in de toekomst. Ook is er kans voor een operationele samenwerking met publieke afvalorganisaties. Voor Blink doen zich daarnaast ook bedreigingen voor. Zo is er onzekerheid over de huisvesting, het wagenpark en de IT-infrastructuur van Blink. Een tweede bedreiging zijn de tijdspaden die niet op elkaar aansluiten (bestuurlijk GR traject, business case en op korte termijn moeten schakelen om organisatie in de steigers te zetten). Ook zijn er zorgen over de krapte op de arbeidsmarkt. Een laatste bedreiging zijn de huidige financiële afspraken over het cafetariamodel.
Strategie De primaire dienstverlening van Blink richt zich op vier taken: 1) afvalinzameling, 2) grondstoffenmanagement en -verwerking, 3) beheer van de openbare ruimte en 4) beleidsadvisering en implementatie. Blink streeft naar duurzaamheid, efficiëntie en effectiviteit bij het uitvoeren van deze taken. Blink wil daarbij de samenwerking met gemeenten versterken door het formaliseren van dienstverlening met DVO's en het investeren in personeel en materieel. Op de lange termijn wil Blink zich ontwikkelen tot een kennisorganisatie die gemeenten voorziet van deskundig advies en ondersteunt bij het ontwikkelen en implementeren van afvalbeleid. De missie luidt als volgt: “Het creëren van een schone leefomgeving voor onze inwoners en een verbindende partner zijn voor onze gemeente.” En de visie luidt: “regisseur van grondstoffen in een afvalloze maatschappij.” De lange termijnvisie van Blink is om naast de betrouwbare dienstverlening in afvalbeheer en BOR ook een centraal kenniscentrum te zijn. Om deze visie te realiseren is er een strategie opgedeeld in 5 thema’s: dienstverlening, randvoorwaarden dienstverlening, bedrijfsvoering, verbinding en duurzaamheid. De waarden voor Blink bestaan uit betrouwbaarheid, respect, duidelijkheid, en ontwikkeling. Aan de waarde zit zowel een intern als extern aspect.
Uitvoeringsorganisatie Afvalinzameling is de basisdienstverlening van Blink die alle gemeenten afnemen. Blink wil de inzameling kwalitatief, duurzaam en efficiënt uitvoeren. Ook wil Blink grondstoffenmanagement maximaliseren door het reduceren van restafval en meer recycling, en door het ontwikkelen van een visie op het be- en verwerken van huishoudelijke afval- en grondstofstromen. Blink streeft naar het vervullen van een belangrijke rol in beleidsadvisering en implementatie op het gebied van afval uitvoeringsbeleid en wil daarbij een nauwe samenwerking met gemeenten. Blink speelt voor enkele gemeenten een actieve rol in het BOR. Het streven van Blink is om de openbare ruimte op een efficiënte manier te beheren, waarbij zorg gedragen wordt voor een veilige en aantrekkelijke leefomgeving. De BOR taken zijn momenteel geen onderdeel van de basisdienstverlening van de GR, maar passen in het cafetariamodel waarbinnen gemeenten keuzes hebben. Het is belangrijk om vooraf heldere afspraken te maken over de
4 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
dienstverlening en kosten van de dienstverlening vanuit het cafetariamodel. Eventuele financiële tekorten mogen niet ten laste gaan van gemeenten die de dienst niet afnemen. Afspraken worden vastgelegd in een DVO, waarbij ook risico’s voor de andere gemeenten worden afgedekt. Het streven van Blink is dat alle diensten worden afgenomen door de gemeenten in de basisdienstverlening, maar het is geen verplichting. De gemeenten kunnen binnen het cafetariamodel met Blink bepalen welke dienst ze wenst. Blink zal één en ander nog uitwerken waarbij in beeld wordt gebracht hoe de huidige situatie bij de gemeenten en Blink is, wat de wensen en kaders zijn, wat een doelmatige en effectieve uitvoering is, welke mogelijkheden het voor goed werkgeverschap voor Blink betekent, hoe de bekostiging en dienstverleningsafspraken er uit kunnen komen te zien en of het voor de (middel)lange termijn in het cafetariamodel of basisdienstverlening of een tussenvorm daarvan past. Blink heeft momenteel niet alle contracten voor de afvalstromen in beheer, omdat contracten van een aantal afvalstromen worden beheerd door individuele gemeenten. Het streven van Blink is om exclusiviteit krijgen over de afvalstromen, van afvalinzameling tot verwerking, om de mogelijkheden voor strategisch afval- en grondstofmanagement en inkoopvoordelen te vergroten.
Blink dient zorg te dragen voor adequate en transparante governance, waar de gemeenten een goed functionerend bestuur aanleveren. Blink zet in op het verbeteren van de P&C-cyclus, zoals gewenst door de gemeenten. Blink is hiervoor verantwoordelijk en stuurt dit proces aan richting de gemeenten. Blink is zelf verantwoordelijk voor de Administratie Organisatie en Interne Controle. In de nieuwe uitvoeringsorganisatie is het -ook voor de deelnemende gemeenten- van belang dat Blink een weerstandsvermogen opbouwt. De hoogte en de wijze waarop dit wordt opgebouwd, dient nader uitgewerkt te worden. Blink is bezig de rechtmatigheid op orde te krijgen en te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving zoals het aanbestedingsrecht, Arbowetgeving en rijtijdenwetgeving. Blink gaat inzetten op vaste aanstellingen voor sleutelfunctionarissen. Door de uittreding van PreZero zijn een aantal overhead functies weggevallen die op korte termijn ingevuld moeten worden, waaronder de directeur. Blink heeft tijdelijk een kwartiermaker aangesteld om de slagkracht te vergroten. Op termijn stelt Blink structureel een algemeen directeur/secretaris aan zodra de basis op orde is. Het is voor de hand liggend dat de algemeen directeur ook de secretaris van de GR wordt.
Wat betreft de inzameling van papier moet Blink afzien van de inzet van vrijwilligers vanwege de veiligheid, rechtmatigheid, professionaliteit en continuïteit van dienstverlening. Daar waar onder verantwoordelijk van Blink papierinzameling plaatsvindt, wil Blink niet dat er vrijwilligers worden ingezet. Daarnaast streeft Blink met partners zoals Senzer- naar een inclusieve en sociale werkgelegenheid. Voor dat streven zijn de BOR taken van belang voor Blink. Voor de korte termijn is het wenselijk om de BOR taken te stabiliseren voor rust en continuïteit. Op de middellange en lange termijn biedt de BOR dienstverlening doorstroommogelijkheden voor de beladers bij Blink. Voor de beladers zijn andere werkzaamheden beschikbaar die passen in het dienstenpakket van Blink. Blink kan zich daarmee als goed werkgever tonen richting werknemers. Daarom is het op voor hand voor Blink van belang dat de BOR op termijn binnen de basisdienstverlening komt te vallen. Dat zal nog met de gemeenten worden besproken.
Daarbij zal Blink één en ander nog uitwerken waarbij in beeld wordt gebracht hoe de huidige situatie bij de gemeenten en Blink is, wat de wensen en kaders zijn, wat een doelmatige en effectieve uitvoering is, welke mogelijkheden het voor goed werkgeverschap voor Blink betekent, hoe de bekostiging en dienstverleningsafspraken er uit kan komen te zien en of het voor de (middel)lange termijn in het cafetariamodel of basisdienstverlening of een tussenvorm daarvan past. Blink huurt op dit moment grotendeels het wagenpark, de containers en de IT-infrastructuur bij PreZero. Na de uittreding moet Blink zorg dragen voor een oplossing ten aanzien van voorgenoemde. Blink is voornemens te investeren in het wagenpark en de IT-infrastructuur, en de containers voorlopig te blijven huren van PreZero of een andere partij. In de toekomst is er voor Blink de mogelijkheid om zich aan te sluiten bij MidWaste. De investeringen in de nieuwe uitvoeringsorganisatie van Blink leidt tot de volgende meer/minder ontvlechtingskosten ten opzichte van de vastgestelde begroting 2024: • € 582k meerkosten in 2024 • € 25k minderkosten in 2025 • € 300k minderkosten in 2026 • € 244k minderkosten in 2027
5 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
Planning De planning op hoofdlijnen is opgedeeld in drie fases. In de eerste fase (0 – 2 jaar) richt Blink zich op het handhaven en stabiliseren van de huidige dienstverlening om vanuit deze basis verder te groeien/door te ontwikkelen. In de tweede fase (0 – 5 jaar) wordt er gestreefd naar efficiëntie en het klaarmaken van de organisatie om richting een kennisorganisatie te ontwikkelen. In de derde fase (5 jaar > verder) wordt er gewerkt aan een duurzame kennisorganisatie die efficiëntie bevordert en medewerkers stimuleert in hun ontwikkeling en kennisontwikkeling. Belangrijk om te vermelden is dat tijdens de eerste fase er tegelijkertijd gewerkt wordt aan de organisatie in de tweede fase, sommige aspecten kunnen direct worden opgepakt. De planning op hoofdlijnen geeft inzicht in de prioriteiten van Blink per fase. Om te zorgen voor een goede implementatie wordt er een strakke projectmanagement aanpak geadviseerd.
6 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
Inhoudsopgave MANAGEMENT SAMENVATTING INLEIDING EXTERNE OMGEVING LOKAAL BELEID CONTEXT STRATEGIE UITVOERINGSORGANISATIE PLANNING
3 3 3 3 4 4 4 6
1. INTRODUCTIE
9
1.1 AANLEIDING 1.2 LEESWIJZER
9 9
2. UITGANGSPUNTEN STRATEGISCH TRAJECT
10
3. CONTEXT
11
3.1 EXTERNE ONTWIKKELINGEN 3.1.1 Maatschappelijke ontwikkelingen 3.1.2 Europees beleid 3.1.3 Landelijk beleid 3.1.4 Lokaal beleid 3.1.5 Ontwikkelingen in de afvalsector 3.1.6 Juridische ontwikkelingen 3.1.7 Conclusie 3.2 INTERNE ANALYSE 3.2.1 Personeel 3.2.2 Informatievoorziening 3.2.3 Organisatie 3.2.4 Financiën 3.2.5 Communicatie 3.2.6 Huisvesting 3.2.7 Juridisch 3.2.8 Conclusie
11 11 12 12 14 17 18 19 20 20 21 21 23 24 25 25 26
4. STRATEGIE
27
4.1 MISSIE 4.2 VISIE 4.3 WAARDEN 4.4 STRATEGIE
27 27 27 28
5. UITVOERINGSORGANISATIE 5.1 PRIMAIRE PROCESSEN 5.1.1 Afvalinzameling 5.1.2 Grondstoffenmanagement en -verwerking 5.1.3 Beheer openbare ruimte 5.1.4 Beleidsadvisering en beleidsimplementatie 5.2 SECUNDAIRE PROCESSEN 5.2.1 Personeel 5.2.2 Informatievoorziening 5.2.3 Organisatie 5.2.4 Financiën 5.2.5 Communicatie 5.2.6 Huisvesting
7 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
30 30 30 31 32 33 34 34 36 37 39 41 41
5.2.7 Juridisch 5.3 FINANCIËN
41 42
6. PLANNING
43
BIJLAGE 1: DIENSTVERLENING
47
BIJLAGE 2: ORGANOGRAM HUIDIGE SITUATIE
48
BIJLAGE 3: ORGANOGRAM TIJDELIJKE SITUATIE
49
BIJLAGE 4: ORGANOGRAM DEFINITIEVE SITUATIE
50
BIJLAGE 5: INTERVIEWS
51
LEDEN STUURGROEP EN WERKGROEP
52
8 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
1. Introductie 1.1 Aanleiding Dit traject van de business case is gestart naar aanleiding van het strategische traject dat Blink heeft doorlopen en in april 2023 is afgerond. Dat traject heeft geresulteerd in het rapport “Strategisch advies Blink” d.d. 22 maart 2023. In het rapport is geconstateerd dat de rechtmatigheid en juridische inrichting van de publiek-private samenwerking (PPS), waarbij de private partij PreZero deelneemt aan de GR en waarbij is inbesteed, niet langer houdbaar is. De conclusie van het rapport “Strategisch advies GR Blink” is dat PreZero uittreedt en dat er hierdoor een wijziging in de GR optreedt. De gewijzigde GR zal enkel bestaan uit de 9 gemeenten, waarvoor een business case opgesteld moet worden. PreZero heeft in een brief aan het Algemeen Bestuur, gedateerd op 9 maart 2023, medegedeeld dat zij de samenwerking wil beëindigen en dat men uit de GR wil treden. Formeel gezien is PreZero nog onderdeel van Blink. De uittreding van PreZero wordt momenteel geëffectueerd en het proces daaromtrent is in gang gezet. De consequenties van dat proces worden meegenomen in de business case. Op 19 april 2023 is het rapport “Strategisch advies GR Blink” geaccordeerd door het AB, waarna het rapport naar de Colleges B&W en de Gemeenteraden is gegaan. Het AB heeft op diezelfde datum de opdracht verstrekt aan BDO voor het opstellen van deze business case.
Dit rapport is op 17 april 2024 geaccordeerd door het AB.
1.2 Leeswijzer In het tweede hoofdstuk volgt een terugblik op het strategische traject doorlopen in maart 2023 met een overzicht van de uitgangspunten die destijds zijn opgesteld voor Blink. Het derde hoofdstuk omschrijft de interne en externe analyse van Blink. In het vierde hoofdstuk volgt de strategie, waarna we in het vijfde hoofdstuk de uitvoeringsorganisatie van Blink beschrijven. In het laatste hoofdstuk beschrijven we de planning op hoofdlijnen voor de komende jaren.
9 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
2. Uitgangspunten strategisch traject Op basis van het rapport “Strategisch advies GR Blink” zijn de volgende vereisten en randvoorwaarden geformuleerd welke het vertrekpunt vormen voor deze business case. Deze uitgangspunten bepalen de context waarbinnen de strategie en de uitvoeringsorganisatie van Blink wordt ontwikkeld. •
•
•
•
• •
•
•
• •
•
zekerheid: gemeenten zijn tevreden over de uitvoering van Blink. De continuïteit van het afvalophalen wordt als zeer belangrijk ervaren. Hier wenst men geen risico op te lopen. Helderheid over de toekomstige uitvoering(svorm) is van belang; regionale samenwerking: de schaalgrootte levert een positieve bijdrage in kennis en efficiëntievoordelen op. Gemeenten willen door met de huidige schaalgrootte. Gemeenten willen enkel met een publiek samenwerkingsverband verder, zonder een private partij. De optimale omvang is voor de toekomst een belangrijk vraagstuk; rechtmatigheid: de gemeenten geven aan dat rechtmatigheid voorop staat bij een juridische constructie en bepalend is voor de vraag om wel of niet verder te gaan met een private partij. Wel dient de juridische vorm aanbestedingsrechtelijk, milieurechtelijk en arbeidsrechtelijk houdbaar te zijn; acceptabele kosten: gemeenten willen in de toekomst ontzorgd worden en een goede dienstverlening tegen acceptabele kosten, vergelijkbaar aan kosten die bij soortgelijke organisaties worden gemaakt. grip op financiën: gemeenten willen net als bij iedere andere verbonden partij kunnen sturen op efficiëntie op basis van de planning & control cyclus.
inclusieve werkgelegenheid: de combinatie van leerwerktrajecten en de dienstverlening van Blink leent zich uitstekend om mensen mee te laten doen en ze -indien dit mogelijk is- een steuntje in de rug te geven om zich door te ontwikkelen naar betaald werk. beleidsvrijheid: alle gemeenten zijn van mening dat het ophalen van huishoudelijk afval een publieke verantwoordelijkheid is van de gemeente en daarmee ondergebracht moet worden bij Blink. Door een aantal gemeenten zijn ook andere taken ondergebracht bij Blink. Echter zetten gemeenten wel in op het behouden van een regierol richting Blink. Beleidsvrijheid is hierbij van belang: gemeenten willen dat hun raden grip blijven houden op de regionale samenwerking en in de keuzes die gemeenten maken op het eigen afvalbeleid. De bandbreedte over deze beleidsvrijheid dient gezamenlijk afgesproken te worden. strategisch meerjarenplan afval: er is behoefte aan het opstellen van een gezamenlijk strategisch meerjarenplan afval met een gezamenlijke gedragen stip op de horizon. De gemeenten willen dit te zijner tijd -vanuit Blink- gezamenlijk oppakken; innovatie: gemeenten willen blijven innoveren.
Blink kan een expertise-/kenniscentrum worden met specialistische kennis die nadenkt over innovaties en de gemeenten daarover adviseert; zorgvuldig proces: gemeenten willen hun inwoners en gemeenteraden meenemen in de doelstellingen en de koers van Blink als het gaat om circulaire economie en de uitvoering ervan. Ook in de vervolgstappen willen zij een zorgvuldig proces doorlopen, onder andere door de consequenties en risico’s uit te werken. gewenst juridisch construct: In het rapport “Strategisch advies GR Blink” is vastgesteld dat de gemeenschappelijke regeling het meest voor de hand liggende juridische construct is. Die geeft immers de meeste beleidsvrijheid en sturingsmogelijkheden van de individuele gemeente, waarbij tegelijkertijd de schaalvoordelen van de negen samenwerkende gemeenten geldt. Binnen de GR is het Openbaar Lichaam de meest voor de hand liggende vorm, omdat dan alle deelnemende gemeenten ook deel uitmaken van het AB en daarmee directe invloed hebben op de GR. Bij een GR Bedrijfsvoeringsorganisatie is dat niet het geval. De keuze voor de GR openbaar lichaam wordt nader toegelicht in bijlage 1.
10 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
3. Context In dit hoofdstuk wordt de brede context van de afvalsector geschetst. Dit geeft een beeld van de maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor staan, de (veranderende) wet- en regelgeving en de complexiteit waarbinnen Blink opereert. We belichten beleid en externe ontwikkelingen die van invloed zijn op Blink. Daarna volgt een interne analyse van Blink. We sluiten het hoofdstuk af met een conclusie.
3.1 Externe ontwikkelingen 3.1.1 Maatschappelijke ontwikkelingen Duurzaamheid en de circulaire economie krijgt een steeds belangrijkere rol in de samenleving. Mensen en organisaties worden zich steeds meer bewust van duurzame doelstellingen en willen daar ook aan bijdragen. Deze ontwikkeling heeft effect op organisaties in de afvalsector. Duurzaamheid en circulaire economie De gemeenten in Nederland willen bijdragen aan de zeventien ‘Sustainable Development Goals’ (SDG’s) van de Verenigde Naties. Dit zijn zeventien duurzaamheidsdoelen waarbij naast milieu ook onderwijs, inkomen en dergelijke zijn benoemd; duurzaamheid heeft breder betrekking op mensen, planeet en economie (zie afbeelding 1). Eén van de doelstellingen van duurzaamheid richt zich onder andere op circulaire economie: het tegengaan van voedselafval en verspilling, het beperken van afvalproductie via preventie en hergebruik, het verantwoord beheer van afvalstoffen en het terugdringen van verontreiniging. Het realiseren van deze ambities ten aanzien van duurzaamheid vraagt een actieve ontwikkeling van concrete kennis op het gebied van afval- en grondstoffenbeheer en kennisontsluiting aan/van gemeenten. In de afgelopen jaren wordt daarbij ook vaker het begrip ‘brede welvaart’ gehanteerd, onder andere door het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Planbureau voor de Leefomgeving.
In het samenwerkingsakkoord van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) staat de ontwikkeling van brede welvaart ook centraal.
11 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
Afbeelding 1: Overzicht SDG’s
3.1.2 Europees beleid Het primaire wettelijke kader voor het Europees afvalbeleid is de Europese Kaderrichtlijn Afval, ook wel bekend als de Waste Framework Directive (WFD). Deze richtlijn is van toepassing op alle lidstaten van de EU en vormt de basis voor het afvalbeheer in de hele Unie. Het doel van de WFD is het bevorderen van een duurzaam afvalbeheer door middel van afvalpreventie, hergebruik, recycling en andere vormen van nuttige toepassing, terwijl het storten van afval zoveel mogelijk wordt verminderd. Het Europese beleid wordt geïntegreerd in het nationale afvalbeleid en wordt door gemeenten opgenomen in hun eigen beleid voor afvalbeheer. Clean Vehicles Directive De Clean Vehicles Directive is Europese wetgeving en stelt specifieke percentages aan schone en uitstootvrije voertuigen die ingekocht moeten worden elke keer als een (decentrale) overheid door middel van een overheidsopdracht voertuigen inkoopt. Het doel is dat in 2030 meer dan 15% van de zware voertuigen die afval ophalen op schone energie rijdt. Voor Blink betekent dit dat er geïnvesteerd dient te worden in de verduurzaming van de vloot en in laadinfrastructuur in de komende jaren om te kunnen voldoen aan de Clean Vehicles Directive.
3.1.3 Landelijk beleid Qua beleid speelt op landelijk niveau de volgende zaken die van invloed zijn op Blink. Wettelijke afvaltaken
12 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
De wettelijke afvaltaak van gemeenten is vastgelegd in de Wet milieubeheer. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. In de wet staat dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit omvat onder andere het inzamelen, transporteren en verwerken van huishoudelijk afval en het bevorderen van afvalpreventie en -scheiding. Ook de afvalstoffenheffing die gemeenten heffen is geregeld in de Wm. Het doel van de wettelijke afvaltaak van gemeenten is om een schone en gezonde leefomgeving te bevorderen en bij te dragen aan een duurzame samenleving. Gemeenten kunnen aan een GR een alleenrecht opdragen voor de uitvoering van wettelijke taken. Landelijk Afvalbeheerplan In het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) is vastgelegd hoe we in Nederland met huishoudelijk en bedrijfsafval omgaan. Het LAP is een instrument in de transitie naar een circulaire economie en focust zich op het verbeteren van het landelijke afvalbeheer. Momenteel geldt het derde Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) welke een looptijd heeft tot en met 2029. In LAP3 is de verwachting vastgelegd dat de hoeveelheid huishoudelijk restafval zal afnemen tot gemiddeld 30 kg/inwoner in 2025. Het geeft afvalorganisaties leidraden in afvalbeheer.
Het LAP3 biedt ook een overzicht voor de administratieve organisatie en interne controle (AO/IC) standaarden voor de afvalsector. Organisaties in de afvalsector kunnen de AO/IC spiegelen aan de gestelde standaarden in LAP3. Van Afval Naar Grondstof (VANG) Om gemeenten te helpen bij het nastreven van de LAP3-doelstellingen is het uitvoeringsprogramma ‘VANG - huishoudelijk afval’ opgezet. VANG staat voor Van Afval Naar Grondstof. Dit programma bestaat uit een breed scala aan activiteiten waarop wordt ingezet. De ambitie is om afval zoveel als mogelijk te voorkomen en dat wat toch wordt aangeleverd zo goed mogelijk te scheiden. De doelstelling is minstens 75% afvalscheiding in 2020 en uiteindelijk nauwelijks tot geen restafval meer in 2050. Dit vergt actieve kennisontwikkeling op het gebied van afval, waarbij regionale samenwerking gezocht wordt om deze ambitie te bereiken. Stijging afvalverbrandingsbelasting en CO² belasting Het kabinet streeft ernaar dat Nederland meer grondstoffen gaat hergebruiken en minder afval gaat verbranden. De tarieven voor de afvalstoffenbelasting gaan daarom omhoog. De verwerkingskosten gaan omhoog. De (verwachte) stijging van de verbrandingstarieven (restafval) vanwege verbrandingsbelasting en CO²belasting komt bovenop de forse stijging van het 'kale' verbrandingstarief als de Blink-gemeenten in 2028 een nieuwe aanbesteding moeten hebben geregeld.
De huidige tarieven zijn laag en alles wijst er op dat de stijging bij de volgende aanbesteding immens zal zijn. Voor gemeenten is dit een financiële prikkel om in te zetten op betere afvalscheiding (en dus minder verbranding). Klimaatbrief Naar aanleiding van het klimaatplan in 2022, heeft het kabinet in april 2023 een aangescherpt beleid geformuleerd. In de Klimaatbrief zijn een aantal doelstelling geformuleerd: (1) In 2050 is Nederland onderdeel van een klimaatneutraal Europa en (2) als tussenstap wil het kabinet in 2030 ten minste 55% minder CO² uitstoten ten opzichte van 1990. Om die doelstellingen te realiseren, heeft het kabinet middelen uit het in 2022 opgezette klimaatfonds beschikbaar gesteld. Het kabinet investeert in extra laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, zodat een snellere uitrol van elektrisch rijden mogelijk wordt gemaakt in stad en regio. Dit beleid kan bij organisaties bijdragen in de transitie naar een duurzaam wagenpark. Tegelijkertijd speelt in een groot aantal provincies (waaronder NoordBrabant) dat het stroomnet vol is, en dat er zodoende ook geen laadinfrastructuur bij grootverbruikers (>3x 80 Amp) kan worden gebouwd voor organisaties. Binnen de Brainportregio wordt gewerkt aan nieuwe innovatie oplossingen om slim laden mogelijk te maken. Uitbreidingen van de energie infrastructuur zullen echter
13 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
nodig zijn om de extra laadinfrastructuur mogelijk te maken. Afhankelijk van het geografisch gebied zullen er tussen de 5 en 10 jaar nog wachtlijsten zijn voor nieuwe aansluitingen bij Enexis.
3.1.4 Lokaal beleid In deze paragraaf tonen we een korte samenvatting van het lokale beleid per gemeente. We sluiten de paragraaf af met een conclusie waarin we het lokale beleid van de gemeenten vergelijken. Asten In oktober 2023 is het “Grondstoffenbeleid 2023-2030 Asten” vastgesteld door de gemeenteraad. In dit beleidsplan maakt de gemeente Asten de omslag van de afvaldriehoek (milieu, service en kosten) naar het afvalvierkant (duurzaamheid, service, kosten en maatschappij). De verschuiving van milieu, het voorkomen van vervuiling, naar duurzaamheid, een evenwicht tussen mens, milieu en economie, past binnen de filosofie van de circulaire economie. De toevoeging van maatschappij biedt ruimte om te zoeken naar koppelkansen met andere beleidsterreinen. Daarnaast geeft het bewustzijn dat de keuzes in het afvalbeleid externe effecten hebben op andere beleidsterreinen. Ten aanzien van het inzamelsysteem streeft Asten, in samenwerking met Blink en de aangesloten gemeenten, naar optimalisatie van de huidige werkwijze en voeren geen systeemveranderingen door. Deurne In het afvaluitvoeringsplan van Deurne merken we op dat zij in 2025 richting de 30 kg restafval per inwoner gaan met een verdere verbetering van afvalscheiding. De gemeente streeft naar het behalen van de VANG-doelstellingen.
De gemeente Deurne beoogt, ten behoeve de afvalpreventie, de goede samenwerking met Blink en de regiogemeenten te behouden en scheiding in de regio te stimuleren. Deurne maakt eveneens melding van het verlagen van het Diftartarief. Het afvaluitvoeringsplan, wat in 2022 is ingegaan geeft invulling aan de uitvoering van het afvalbeleid 2020. Hiermee is de gemeente Deurne al een aantal jaar bezig met een nieuw beleid. Gemert-Bakel De gemeente Gemert-Bakel presenteerde in oktober van 2023 haar nieuwe beleidsplan inclusief het uitvoeringsprogramma aan de gemeenteraad. Dit plan is mede tot stand gekomen door een externe partij die de nodige ervaring heeft op dit gebied. De uitgangspunten vanuit een speciale belegde informatieavond (5 april 2023) aan de raad zijn hierin meegenomen. Gemert-Bakel zet haar stip aan de horizon op 2050, 0 kilo restafval per inwoner. Dit geeft de gemeente tijd om gefaseerd toe te werken naar een afvalvrije wereld. Momenteel hanteert Gemert-Bakel het Diftar principe. Voor zowel restafval alsmede ook enkele andere afvalstromen op de milieustraat moet hiervoor worden betaald. Gemeente Gemert-Bakel heeft als uitgangspunt dat de kosten beheersbaar (lees betaalbaar) moeten blijven voor haar inwoners. Ook het huidige service niveau wil de gemeente op peil houden.
Nieuwe uitdaging voor de toekomst is dat afvalstromen zo zuiver mogelijk aangeleverd worden om afkeur te voorkomen. Communicatie is van essentieel belang om deze doelstelling te kunnen halen. Ook heeft de raad aangegeven dat men educatie van groot belang acht, immers jong geleerd is oud gedaan. Tot slot is Gemert-Bakel van mening dat alle nieuwe plannen moeten passen binnen de uitvoeringsmogelijkheden van Blink. Het heeft geen nut iets in te voeren waaraan niet voldaan kan worden. Wat betreft een nieuwe Blink organisatie zal Gemert-Bakel sturen op uniformiteit en transparantie. Aan raadsleden moet ten alle tijden een toelichting worden gegeven als men hierom vraagt. Heeze-Leende
14 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
De gemeente focust zich de komende jaren op projecten om de afvalscheiding te verbeteren en projecten te initiëren waar inwoners profijt van hebben. HeezeLeende focust zich op communicatie rondom afvalscheiding, educatie op basisscholen en blijven inwoners voorzien van tuinkorven als extra service. Heeze-Leende onderzoekt de mogelijkheden voor een circulair ambachtscentrum en hoe dit de afvalscheiding en recycling kan verbeteren. In de transitie richting een circulaire economie, volgen wij de visie en ambities van Blink en het landelijk beleid. Heeze-Leende heeft geen plannen om zelf kaders en een visie op te stellen op het gebied van afval. Helmond In het afvaluitvoeringsplan van Helmond staat dat er gekozen wordt voor diftar, het verbeteren van de communicatie, een verbeterde inzameling van het GFT afval en aandacht voor afvalscheiding bij de milieustraat. De gemeente streeft naar het behalen van de VANG-doelstellingen. In de coalitieakkoorden licht de gemeente Helmond eveneens toe door te gaan met de invoering van diftar. Het principe van dit systeem, betalen naar gelang wat je aanbiedt, blijkt in de praktijk succesvol: het restafval in de gemeente Helmond loopt terug. De stap die nu wordt uitgevoerd is het mogelijk maken van afvalscheiding in de hoogbouw door middel van ondergrondse containers met een registratie.
Alle inwoners van Helmond kunnen hier sinds 1-1-2024 gebruik van maken. De gemeente Helmond heeft ten opzichte van de andere gemeenten ambitieuze duurzaamheids-doelstellingen. Helmond heeft een beleid geformuleerd om per 2025 enkel emissievrije wagens toe te laten in het centrum. Uit onderzoek is gebleken dat de uitbreiding van de laadinfrastructuur technisch niet mogelijk is, wat een belemmering vormt voor de ambities van gemeente Helmond. Laarbeek De gemeente Laarbeek streeft naar minder restafval. Voor de komende jaren ligt de focus op het nog beter scheiden van restafval en het verbeteren van de kwaliteit van deelstromen. Om dit te bewerkstelligen is het serviceniveau voor recyclestromen hoog en wordt het principe ‘de vervuiler betaalt’ gehanteerd. De basis afvalstoffenheffing is laag en Laarbeek maakt gebruik van Diftar. Daarnaast wordt ingezet op bewustwording van afvalscheiding en afvalpreventie. De milieustraat wordt toekomstbestendig gemaakt, waarbij de toegankelijkheid wordt verbeterd. Nuenen De gemeente Nuenen heeft ruim 20 jaar geleden Diftar ingevoerd en streeft eveneens naar het behalen van de VANG-doelstellingen. De gemeente stelt zich ten doel de afvalscheiding verder te verbeteren, vervuiling van herbruikbare afvalstromen te minimaliseren en het afvalaanbod te verkleinen.
Deze doelstellingen wil Nuenen bereiken door voortzetting van het project Circulair Ambachtscentrum (“De Dwèrse CirkelFabriek”), een pilot in de nieuwbouwwijk Nuenen-West, waar in plaats van inzameling met minicontainers uitsluitend ondergrondse containers ingezet worden bij de afvalinzameling (zgn. “VANG-eilanden”, voordelen lagere inzamelkosten en minder voertuigbewegingen in wijk) en in de communicatie aandacht blijven geven aan afvalpreventie en afvalscheiding. Eind 2023 is een algemene presentatie t.b.v. het bepalen van te stellen kaders aan toekomstig afvalbeleid aan de gemeenteraad gegeven. In 2024 wordt de recente taakstellende bezuinigingsopdracht in concrete maatregelen vertaald en wordt een voorstel gedaan. Someren Gemeente Someren vindt het belangrijk om de landelijke doelstellingen na te streven, maar wil ook kritisch blijven. De VANG-doelstelling van maximaal 30 kilo restafval per inwoner in 2025 is erg ambitieus. Dat zou inhouden dat elke inwoner gemiddeld nog 50 kilo omlaag moet binnen drie jaar. Desondanks wil de gemeente wel streven naar een verdere daling van het restafval en de afvalscheiding verbeteren. De gemeente stelt zich daarbij ten doel de afvalscheiding verder te verbeteren, het zo zuiver mogelijk aanbieden van grondstoffen aan de verwerker en het verkleinen van het afvalaanbod. Deze doelstellingen wil Someren 15 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
bereiken door te blijven kiezen voor Diftar en in de communicatie aandacht te hebben voor afvalpreventie en afvalscheiding. De gemeente is daarbij kritisch op de kosten en kiest niet voor grote systeemwijzigingen, zoals het aanpassen van de inzamelfrequentie of het inzamelmiddel. Het afvalbeleidsplan is in het najaar 2023 ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Son en Breugel De gemeente Son en Breugel streeft naar 30 kg restafval per inwoner. In 2023 is er een nieuw beleid vastgesteld, waarbinnen er een afweging is gemaakt over het gewenste serviceniveau, kosten en milieu-impact. De milieustraat moet aangepakt worden, vanwege de vloeistofdichtheid van de vloer. In dit traject is de gemeente voornemens om de toegankelijkheid te verbeteren op de milieustraat. Son en Breugel maakt geen gebruik van Diftar. Conclusie lokaal beleid De wettelijke afvaltaak van gemeenten omvat het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval en het bevorderen van afvalpreventie en -scheiding om bij te dragen aan een schone en gezonde leefomgeving en duurzame samenleving. Gemeenten kunnen deze taken uitbesteden aan een GR. Uit het lokale beleid van de diverse gemeenten komen een aantal overeenkomsten naar voren. Zo hebben met uitzondering van Son en Breugel alle andere gemeenten gekozen voor Diftar.
In de uitvoering zitten er verschillen tussen de gemeenten, zoals bijvoorbeeld in de inzamelfrequentie. Vijf van de negen Blink gemeenten kennen een uitdaging ten aanzien van de milieustraat. Zo geeft Asten aan samen met Someren toe te zijn aan een vernieuwing van de milieustraat. Ook Son & Breugel wil de toegankelijkheid van de milieustraat verbeteren. Laarbeek wil de milieustraat toekomstbestendig maken. Als gevolg van de beëindigde samenwerking met PreZero moet Helmond zeer waarschijnlijk op zoek naar een andere plek voor de gemeentelijke milieustraat. Zoals het er nu naar uitziet, is de huidige locatie vanaf eind 2025 niet meer beschikbaar. Zo bestaan er diverse knelpunten binnen de Blink gemeenten ten aanzien van de milieustraat. Blink kan de gemeenten ondersteunen bij het opstellen van een visie over de milieustraat en handreikingen doen om de dienstverlening aan burgers zo efficiënt mogelijk te organiseren door regionaal te kijken. Daarbij kan Blink op korte termijn passende oplossingen bieden voor deze gemeenten die in lijn zijn met deze visie. De meeste gemeenten zijn bezig met het realiseren van nieuw beleid rondom afvalverwerking. De gemeenten willen daarbij zo veel mogelijk met Blink daar samen in optrekken. Zodat er optimale dienstverlening met een hoge kwaliteit tegen zo laag mogelijke kosten plaats vindt.
Binnen de gemeenten komt naar voren dat er een verdere focus gelegd wordt op de communicatie en educatie naar de inwoners toe. Daarbij richten gemeenten zich op bewustwording van de burgers over hoe om te gaan met afval. Enkele gemeenten willen zelf aan de slag met het verbeteren van afvalverwerking en preventie. Ook is het raadzaam te kijken of er een gezamenlijke regionale component in zit, om dat met Blink uit te voeren.
16 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
Wat betreft de Blink organisatie wensen alle gemeente vanuit de goede samenwerking te sturen op
3.1.5 Ontwikkelingen in de afvalsector In de afval sector spelen een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op Blink. Inflatie en stijgende kosten Binnen de afvalsector is (net als in veel andere sectoren) sprake (geweest) van inflatie als gevolg van de oorlog in Oekraïne, macro economische omstandigheden, krapte op de arbeidsmarkt en wereldwijde tekorten aan grondstoffen. Dit heeft als gevolg dat de kosten voor personeel, transport en de verduurzaming van het wagenpark sterk zijn gestegen in de afgelopen jaren en naar verwachting nog verder zullen stijgen in komende jaren. Voor organisaties in de afvalsector is het van belang om de stijging in de kosten in acht te nemen en mee te nemen in de begroting voor de komende jaren. Private partijen schrijven steeds minder in bij aanbestedingen voor inzamelen huishoudelijk afval Het aanbesteden van uitsluitend logistieke inzameldienstverlening is voor grote landelijke private partijen minder aantrekkelijk. Dit is zichtbaar doordat bij aanbestedingen voor het inzamelen van huishoudelijk afval vaker sprake is van één aanbiedende private partij, waardoor er sprake is van een verminderde marktwerking. Dat geldt niet voor de afvalverwerkingssector, waarin private partijen voldoende rendement zien.
Doordat private partijen zich terugtrekken uit huishoudelijke afvalinzameling, zijn publieke afvalorganisaties genoodzaakt om na te denken over de mogelijkheden: bepaalde taken zelf uitvoeren of de samenwerking opzoeken met andere organisaties. 1 Afname PPS-constructies in de sector Het aantal PPS-constructies neemt af in de sector. In de sector is er nog één andere PPS-constructie (N.V. Haagse Milieuservices) die wezenlijk verschilt met Blink vanwege de bestuursvorm (N.V. versus GR), en die momenteel ook een ontvlechtingstraject met haar private partner is gestart. In de sector is er geen andere PPSconstructie die georganiseerd is zoals Blink. Rondom de eeuwwisseling waren er in Nederland 3 PPS constructies, HMS (Haagse Milieuservices), CURE en Blink. Cure is per 1 januari 2014 zelfstandig geworden na uittreding van Van Gansewinkel. Cure is in 2001 opgericht door 3 gemeenten en Van Gansewinkel, hetzelfde jaar als dat Blink is opgericht. HMS is in 1998 opgericht als NV, waarvan de gemeente Den Haag enig aandeelhouder is. Het management is uitbesteed aan AVR indertijd. AVR is overgenomen door Van Gansewinkel, later is Van Gansewinkel samengegaan met Shanks en onder de naam Renewi verder gegaan. Bij HMS zijn er geen bezittingen (materieel, gebouwen etc.) Alles wordt door Renewi ter beschikking gesteld, evenals het management en de directie.
Voor zover bekend is in 2016 de samenwerking herijkt en aangepast. Elke 5 jaar wordt de samenwerking geëvalueerd. De laatste evaluatie heeft ertoe geleid, dat de samenwerking tussen HMS en Renewi wordt beëindigd. Dit besluit is op 11 april 2023 bekendgemaakt aan de gemeenteraad van Den Haag. Momenteel wordt er gewerkt aan de ontvlechting tussen partijen. Nadere details zijn momenteel onbekend. Operationele samenwerkingen Op operationeel gebied zoeken publieke afvalorganisaties de samenwerking met andere organisaties. Een voorbeeld is MidWaste. MidWaste is een coöperatieve vereniging van regionale afval- en reinigingsbedrijven die gezamenlijk de inkoop en het aanbesteden van grondstoffen op zich neemt. Voor een publieke afvalorganisatie is het interessant om de samenwerking op te zoeken met partijen zoals MidWaste voor de vermarkting van grondstoffen voor schaalvoordelen en kennisdeling. Eerder kon Blink zich niet aansluiten bij MidWaste omdat een private partij (PreZero) deel uitmaakte van de organisatie. 1
Rapportage krachtenveldanalyse, IPR Normag, 2021
17 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
Circulair ambachtscentrum en milieustraten Een circulair ambachtscentrum is een plaats waar ambachtelijke activiteiten worden uitgevoerd met een sterk sociaal en maatschappelijk doel. Het centrum is meestal gericht op het bieden van kansen en ondersteuning aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hierbij wordt vaak de samenwerking opgezocht met milieustraten en leerwerkbedrijven. In deze samenwerking wordt materiaal dat wordt ingeleverd bij de milieustraten beoordeeld op zijn potentieel voor verdere waardecreatie in het circulaire ambachtscentrum, waar het vervolgens kan worden verwerkt. Momenteel zijn er vanuit de gemeente Helmond en de gemeente Nuenen initiatieven om een circulair ambachtscentrum op te zetten. Blink zou een rol kunnen vervullen in het realiseren van een ambachtscentrum. Voorscheiding/nascheiding De focus op duurzaamheid en circulaire economie heeft geleid tot een grotere druk op afvalscheiding en recycling om waardevolle grondstoffen te behouden en de hoeveelheid restafval te verminderen. Afvalscheiding kan middels voorscheiding/bronscheiding of nascheiding. Bij bronscheiding scheiden inwoners hun afval thuis. Nascheiding wil zeggen dat het afval door de afvalverwerker wordt gesorteerd. Voor nascheiding zijn geavanceerde sorteermachines en technologieën nodig om dit goed te kunnen uitvoeren.
Bronscheiding maakt inwoners bewuster van de hoeveelheid afval. Het betekent wel dat inwoners te maken krijgen met verschillende afvalbakken. Vooral in stedelijke gebieden met kleine woningen en hoogbouw is het lastiger om op deze manier afval te scheiden door het gebrek aan ruimte om het afval apart te houden. Daarom wordt hier soms gekozen voor nascheiding. Voor de relatief beperkt stedelijke gemeenten binnen Blink, is in de basis bronscheiding de beste keuze. Dit wordt ook ondersteund door de hoge scheidingsresultaten binnen de Blink gemeenten. Diftar Diftar staat voor "gedifferentieerd tarief" en verwijst naar een systeem van afvalbeheer waarbij inwoners betalen voor de verwijdering van hun afval op basis van het volume of het gewicht van het afval dat ze produceren. Het doel van Diftar is om afvalbewustzijn te vergroten en mensen aan te moedigen om minder afval te genereren en meer te recyclen. Bij een aantal gemeenten zorgt het voor een daling van het restafval. In het verleden is door nagenoeg alle gemeenten voor Diftar gekozen, waaronder Helmond als stedelijk gebied. Son & Breugel kiest als enige gemeente niet voor Diftar.
3.1.6 Juridische ontwikkelingen Blink heeft te maken met de gewijzigde GR wetgeving, inkoop en aanbestedingsrecht, Rijtijdenwet, Arbowet en de Leidraad fysieke belasting. In onderstaande paragrafen is uiteengezet wat onderstaande juridische ontwikkelingen betekenen voor de business case van de uitvoeringsorganisatie Blink. Wijziging GR wetgeving De wetswijziging per 1 juli 2022 van de wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) heeft als doel de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden te versterken. De wet geeft gemeenteraden meer keuzemogelijkheden omtrent de werking van de GR. Een van de keuzemogelijkheden is bijvoorbeeld het instellen van een adviescommissie, wat enkel mogelijk is bij een GR openbaar lichaam. Indien er een adviescommissie ingesteld wordt, kunnen zij het bestuur van Blink adviseren over besluiten. De gemeenteraden dienen unaniem akkoord te zijn voordat een adviescommissie kan worden opgesteld. Niet elke raad dient een lid aan deze commissie af te vaardigen.
18 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
Het is aan de gemeenteraden om het initiatief te nemen voor het opzetten van een regionale adviescommissie. Op basis van de wet dienen alle gemeenteraden unaniem akkoord te zijn voor het vormen van die commissie. Te overwegen valt om voordat een adviescommissie wordt opgestart, eerst als raden in gesprek te gaan met de wethouders over hoe zij willen sturen vanuit de kaderstellende taak, wat ze willen weten en hoe zij geïnformeerd willen worden door de wethouders. Bijvoorbeeld door de P&C cyclus te verbeteren, de informatievoorziening en monitoring verder vorm te geven Inkoop en aanbestedingsrecht Een GR is gekwalificeerd als publiekrechtelijke instelling/aanbestedende dienst. Wanneer een GR inkoopt of een samenwerkingsrelatie aangaat moet de Aanbestedingswet worden gevolgd. De Aanbestedingswet is een belangrijke wet in Nederland die de regels en procedures vastlegt die moeten worden gevolgd bij het inkopen van goederen, diensten en werken door publieke instanties. De wet is bedoeld om eerlijke concurrentie, transparantie en gelijke behandeling van inschrijvers te waarborgen bij het plaatsen van overheidsopdrachten. De wet definieert procedures, gunningscriteria, uitsluitingsgronden en klachtenprocedures. Bovendien stelt de wet drempelwaarden vast voor verschillende soorten opdrachten (werken, leveringen, diensten).
Boven deze drempels zijn publieke instanties verplicht om de Europese aanbestedingsprocedures te volgen. Blink dient zich te houden aan de aanbestedingswet. Rijtijdenwet De rijtijdenwet is voor inzamelvoertuigen niet van toepassing, dit is een uitzondering in de rijtijdenwet. Wel geldt de arbeidstijdenwet, die echter andere regels kent. Arbowetgeving De Arbowet stelt verplichtingen en voorschriften voor werkgevers om veilige en gezonde arbeidsomstandigheden voor werknemers te waarborgen. De werkgever dient volgens deze wet te zorgen voor duidelijke instructies, voorlichting, training en persoonlijke beschermingsmiddelen. De Arbowet is ook van toepassing op vrijwilligers indien er sprake is van ernstige risico’s voor de gezondheid en veiligheid, zoals in het geval van grote fysieke belasting. Om deze reden vallen vrijwilligers die helpen bij het inzamelen van afval als belader of bij het inzamelen van papier ook onder de Arbowet. Leidraad fysieke belasting Twintig jaar geleden is de P90-norm opgesteld door de afvalbranche. De P90-norm bevat een maximale belasting in verschillende leeftijdscategorieën voor beladers. De P90-norm is sinds mei 2022 afgeschaft. In plaats van de P90-norm wordt er gewerkt aan de Leidraad Fysieke Belasting. Die leidraad is nog niet vastgesteld. De leidraad zal in de toekomst invloed hebben op de belasting en de inzetbaarheid van medewerkers.
3.1.7 Conclusie De invloeden van de externe omgeving op de gemeenten en Blink omvatten maatschappelijke nadruk op duurzaamheid en circulariteit en Europees beleid gericht op duurzaam afvalbeheer. Het Europese beleid wordt doorvertaald naar landelijk en lokaal beleid, waarin men streeft naar minder restafval, meer recycling en meer bewustwording. Daarnaast spelen binnen de afvalsector trends zoals kostenstijgingen en veranderende samenwerkingen, en veranderende wet- en regelgeving met betrekking tot inkoop, aanbestedingen, rijtijden en arbeidsomstandigheden. Kortom, er is veel in beweging de komende jaren. Dat vraagt om een proactieve houding met duidelijke expertise op deze gebieden. Op die manier 19 kunnen | nieuwe voor GR Blink deperspectieven mogelijke consequenties worden doorvertaald naar regionaal en lokaal beleid en de uitvoering er van. Dat vraagt om schaalgrootte van de uitvoeringsorganisatie.
3.2 Interne analyse Onderstaande interne analyse bevat de punten die van belang zijn voor de business case en de uitvoeringsorganisatie van Blink.
3.2.1 Personeel Overhead Het personeel dat werkzaam is bij de uitvoeringsorganisatie is in dienst van “Personeel Blink B.V”. Dit is een apart opgerichte besloten vennootschap van Blink. Blink heeft in de basis geen eigen personeel in dienst, maar heeft wel formatie beschikbaar op basis van een detacheringsovereenkomst met “Personeel Blink B.V”. Het personeel is in dienst bij “Personeel Blink B.V.” en wordt gedetacheerd bij de GR Blink. Blink kent al jaren een groei in de exploitatie, waarbij ze opereren met beperkte organisatie en middelen.2 Doordat de overhead een lage capaciteit kent, is er onvoldoende ruimte om de projecten uit het Strategisch Meerjaren Plan (SMP) op te pakken. In de huidige GR tekst staat opgenomen dat PreZero de directeur voor Blink levert. Nu PreZero uit Blink stapt, moet Blink een directeur benoemen die op de eigen payroll komt. Op dit moment ontbreekt er een directeur bij Blink, waardoor het MT capaciteit en slagkracht mist. Om de slagkracht te vergroten en het MT te versterken heeft Blink tijdelijk een kwartiermaker benoemt. Nadat de basis op orde is, stelt Blink structureel een directeur aan. Het MT van Blink bestaat voornamelijk uit ingehuurd personeel. Dit kan leiden tot een gebrek aan continuïteit in de strategische besluitvorming en bedrijfsvoering, alsook minder focus op lange termijn doelen.
Blink zit qua kosten circa 14% lager dan het gemiddelde van soortgelijke organisaties.3 De lage kosten kennen echter ook een keerzijde; er is de afgelopen jaren weinig geïnvesteerd in activa en personeel door PreZero. Daardoor heeft weinig (kennis)ontwikkeling plaatsgevonden wat ertoe leidt dat Blink niet gezien wordt als kennisplatform.44De gemeenten zien een belangrijke rol weggelegd op het gebied van advisering over de beleidsuitvoering voor Blink. Blink nam voor de operationele inzet bij ondersteunende diensten personeel af bij PreZero. 5 Echter, doordat PreZero uittreedt, wordt ook die operationele inzet vanuit PreZero stopgezet. Blink dient op korte termijn personeel aan te nemen voor wagenparkbeheer, HRM, financiën en IT om de gaten die PreZero achterlaat op te kunnen vangen. Operationeel personeel Direct personeel voor het inzamelen en reinigen heeft Blink beschikbaar op basis van de detacheringsovereenkomst met Personeel Blink B.V. De benodigde inzet van operationele personeel varieert echter sterk als gevolg van de vereisten uit Arbo wetgeving en seizoensinvloeden. Door die variatie in benodigde inzet voor inzamelen en reinigen geldt ook hier dat Blink in piektijden leunt op externe inhuur. Blink bewaakt het evenwicht tussen formatie op de payroll, terwijl er tegelijkertijd voldoende financiële ruimte wordt bewaard voor de inzet van flexibele schil.
2
Onderzoeks- en evaluatieopdracht GRR Blink, Berenschot 2021 (waarbij BDO geen toets heeft kunnen doen naar de onderbouwing van deze cijfers) Onderzoeks- en evaluatieopdracht GRR Blink, Berenschot 2021 (waarbij BDO geen toets heeft kunnen doen naar de onderbouwing van deze cijfers) 4 Informatiemanagement Blink, Clever Consultancy 5 Rapportage strategisch advies GR Blink, BDO, 2023 3
20 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
Beladers bij Blink stappen bij het bereiken van een bepaalde leeftijd over naar de BOR taken. De uitvoering van BOR taken behoeft minder fysieke inspanning en kan langer worden doorgezet. De doorgroeimogelijkheden naar BOR taken biedt Blink de mogelijkheid om het personeelsbestand verder te stabiliseren en te versterken. Blink kan de mogelijkheden om vast personeel (beladers) te behouden, opnemen in de leidraad fysieke belasting. De huidige situatie met PreZero zorgt ervoor dat operationele werknemers in onzekerheid leven, waardoor enkele ontslag hebben genomen. Het is van groot belang dat duidelijk wordt voor het personeel dat bij uittreding van PreZero de organisatie blijft staan en dat het afval wordt opgehaald. Dat geeft zekerheid richting de werknemers en stabiliseert de situatie. Inzet vrijwilligers Verenigingen binnen de gemeenten zetten vrijwilligers in voor het inzamelen van oud papier. Lokaal wordt door verenigingen veel waarde gehecht aan de inkomsten die vrijwilligers genereren. Echter zorgt de inzet van vrijwilligers voor een aantal risico’s op het vlak van aansprakelijkheid, betrouwbaarheid van dienstverlening en -last but not least- veiligheid voor de vrijwilligers (Arbowetgeving). De inzet van vrijwilligers brengt derhalve veel onzekerheden en risico’s in de operatie voor Blink.
Bij een verdere professionalisering van deze afvalbeheer taken is de inzet van vrijwilligers niet langer gewenst. Daar waar onder verantwoordelijkheid van Blink papierinzameling plaatsvindt, wil Blink de inzet vrijwilligers beëindigen. Dit heeft consequenties voor de inkomsten die verenigingen momenteel hebben. Er zijn oplossingsrichtingen denkbaar die nader uitgewerkt moeten worden. Het is aan de gemeenten om in afstemming met de verenigingen tot een oplossing te komen. Dat vraagt ook om een overgangsperiode om dit goed te regelen, uiteraard met oog voor de risico’s die vrijwilligers en daarmee Blink momenteel loopt.
3.2.2 Informatievoorziening Blink maakt gebruik van de IT omgeving van PreZero. Daaronder vallen de IT-infrastructuur, een deel van de applicaties en het beheer van de infrastructuur, werkplekken en applicaties. Blink kan door de uittreding geen gebruik meer maken van de IT omgeving van PreZero. De afkoppeling van Blink van de ITinfrastructuur van PreZero dient nog bepaald te worden. Blink moet investeren in een nieuwe IT- en applicatieomgeving, waaronder planningsoftware, personeels-, salaris- en financiële administratie. Eerder is vastgesteld dat Blink behoefte heeft aan een informatie-architectuur die borgt dat de organisatie nu en in de toekomst in control kan zijn.6 Daarnaast wil Blink efficiencyvoordelen creëren door processen verdergaand te digitaliseren en automatiseren.7
3.2.3 Organisatie Op dit moment is Blink een PPS-constructie met PreZero en de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Someren en Son en Breugel. Na uittreding van PreZero wordt Blink een intergemeentelijke samenwerking tussen de 9 gemeenten. Blink is een uitvoeringsorganisatie met de taak om de inzameling van huishoudelijk afval, sortering, vermarkten en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen, gladheidsbestrijding en reiniging van openbare ruimte uit te voeren. Blink bestaat uit een Algemeen bestuur (AB) en een Dagelijks bestuur (DB). Het AB bestaat uit tien leden en elk lid heeft een stemrecht. Na uittreding van PreZero bestaat het AB uit negen leden. Het DB bestaat uit drie leden waarvan 2 afkomstig uit de colleges van de deelnemende gemeentes en 1 van PreZero. Na uittreding
6 7
Informatiemanagement Blink, Clever Consultancy Begroting GR Blink 2024
21 | nieuwe perspectieven voor GR Blink
van PreZero bestaat het DB uit twee leden (tenzij dat anders zal worden bepaald in de nieuwe GR). Het DB is belast met het voorbereiden en uitvoeren van besluiten van het AB. Wagenpark Blink huurt het wagenpark van PreZero. Er is de afgelopen jaren weinig geïnvesteerd door PreZero, waardoor het wagenpark zo goed als afgeschreven is en niet toegerust om te voldoen aan de Clean Vehicle Directive. De onderhouds- en reparatiekosten zijn relatief hoog. Verregaande investeringen in het wagenpark zijn benodigd om tot een doelmatige en doeltreffende uitvoering te komen en te voldoen aan wet- en regelgeving zoals de Clean Vehicle Directive. Blink kan de wagens tegen boekwaarde overnemen van PreZero. Containers Blink heeft containers op de milieustraten en huis-aan-huis containers. De huis-aan-huis containers zijn van de gemeenten. Blink huurt de containers op de milieustraten bij PreZero. PreZero heeft aangegeven de containers niet aan te bieden aan Blink. Blink is genoodzaakt containers te kopen of (bij PreZero of derden) te huren. Dienstverlening Binnen de GR worden een aantal zaken voor alle deelnemende gemeenten uitgevoerd en een aantal zaken slechts voor één of meerdere gemeenten. Daar waar de dienstverlening voor alle gemeenten wordt uitgevoerd, spreken we van ‘basisdienstverlening’ van de GR aan de gemeenten.
Daarbij kunnen de gemeenten kiezen uit een (vastgesteld) aantal varianten binnen de basisdienstverlening bijvoorbeeld over de inzamelmethode, inzamelmiddel en inzamelfrequentie. Daar waar de dienstverlening aan één of meerdere gemeenten (maar niet aan alle) wordt uitgevoerd, spreken we over het ‘cafetariamodel’. Dat is een model dat vaker voorkomt bij afvalinzamelingsorganisaties en gemeenschappelijke regelingen in het algemeen. Voor deze dienstverlening worden aparte afspraken gemaakt tussen GR en de desbetreffende gemeente waarbij de gemeenten die de dienstverlening niet afnemen, ook geen risico moeten lopen. In de DVO van die desbetreffende dienstverlening aan die desbetreffende gemeente wordt dit opgenomen. Als er gebruik wordt gemaakt van een cafetariamodel, dienen er vooraf heldere en concrete afspraken te worden gemaakt over de aard en de kwaliteit van de dienstverlening en de kosten, inclusief risico-opslag. Daarbij worden ook afspraken gemaakt over eventuele afwijkingen in de uitvoering, waarbij die niet ten kosten mogen gaan van de gemeenten binnen de GR die de dienst niet afnemen. Voorbeeld: gemeente X besluit dat ze zoveel uur veegwerk afnemen van Blink en Blink schaft een veegmachine aan.