RN 089 Bijlage 2 Was-wordt aanpassingen Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024
Tekst van het document
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024
pagina 1
Was: GR 2022
Wordt: GR 2024
Reden van wijziging
Gewijzigde tekst is geel gearceerd Vervallen tekst is blauw gearceerd
Gewijzigde tekst is geel gearceerd Nieuwe tekst is groen gearceerd
Verbetering in redactie en hernummerde artikelen worden niet apart toegelicht
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, ReuselDe Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre; Overwegende, dat op grond van artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s tot vaststelling van de regio-indeling van gemeenten met betrekking tot taken in het kader van de Wet Veiligheidsregio’s de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, ReuselDe Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre zijn aangewezen tezamen een regio te vormen als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s;
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, ReuselDe Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre; Overwegende, dat op grond van artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s tot vaststelling van de regio-indeling van gemeenten met betrekking tot taken in het kader van de Wet Veiligheidsregio’s de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, ReuselDe Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre tezamen zijn aangewezen als Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost; dat de gemeenteraad, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de gelegenheid is gesteld om bij het college een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de onderhavige gewijzigde regeling; dat de gemeenteraad, zoals vereist op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, het college toestemming heeft gegeven om een regeling te treffen c.q.
te wijzigen; dat de korpschef van het landelijk politiekorps, voor zover het de integrale afstemming van de politietaken ten aanzien van de voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing, het
dat de gemeenteraad, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, het college toestemming heeft gegeven om een regeling te treffen c.q. te wijzigen; dat de korpschef van het landelijk politiekorps, voor zover het de integrale afstemming van de politietaken ten aanzien van de voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing, het
De verplichte zienswijzemogelijkheid bij het treffen en wijzigingen van een gemeenschappelijke regeling vloeit voort uit het per 1 juli 2022 gewijzigde artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 veiligheidsbeleid in de gemeenten en de gemeenschappelijke meldkamer betreft, met instemming kennis genomen heeft van deze gemeenschappelijke regeling; dat voornoemde gemeenten, respectievelijk hun bestuursorganen, verplicht zijn een gemeenschappelijke regeling te treffen op grond van artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s; dat deze gemeenschappelijke regeling belast wordt met de wettelijke taken genoemd in de Wet veiligheidsregio’s gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Wet publieke gezondheid, de Politiewet 2012, de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluiten: de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio BrabantZuidoost per 1 januari 2022 te wijzigen, zodat deze komt te luiden als volgt:
veiligheidsbeleid in de gemeenten en de gemeenschappelijke meldkamer betreft, met instemming kennis genomen heeft van deze gemeenschappelijke regeling; dat voornoemde gemeenten, respectievelijk hun bestuursorganen, verplicht zijn een gemeenschappelijke regeling te treffen op grond van artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s; dat deze gemeenschappelijke regeling belast wordt met de wettelijke taken als genoemd in de Wet veiligheidsregio’s; gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Wet publieke gezondheid, de Politiewet 2012, de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluiten: de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio BrabantZuidoost per 1 juli 2024 te wijzigen, zodat deze komt te luiden als volgt:
HOOFDSTUK I (Algemene bepalingen) Instelling en plaats van vestiging. Artikel 1. 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. 2. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost is een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre. 3. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost is gevestigd in Eindhoven. Begripsbepalingen. Artikel 2. 1. In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet: De Wet veiligheidsregio’s; b. gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost;
HOOFDSTUK I (Algemene bepalingen) Instelling en plaats van vestiging. Artikel 1. 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. 2. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost is een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre. 3. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost is gevestigd in Eindhoven. Begripsbepalingen. Artikel 2. 1. In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet: De Wet veiligheidsregio’s; b. gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost;
pagina 2
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 c. openbaar lichaam: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 1, eerste lid; d. gemeente: één van de in artikel 1, tweede lid, genoemde gemeenten; e. samenwerkingsgebied: het gezamenlijk grondgebied van de in artikel 1, tweede lid, genoemde gemeenten; f. Veiligheidsregio: de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost als bedoeld in artikel 1, eerste lid; g. Algemeen Bestuur: het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio; h. Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio; i. voorzitter: de voorzitter van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio; j. korpschef: de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, deze krachtens mandaat vertegenwoordigd door de politiechef van de eenheid Oost-Brabant; k. hoofdofficier van justitie: de hoofdofficier van justitie als bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wet; l. directeur Veiligheidsregio: het hoofd van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; m. directeur Publieke Gezondheid: de functionaris als bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Wet; n. GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie bij rampen als bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Wet o. coördinerend gemeentesecretaris: de functionaris als bedoeld in artikel 36 van de Wet; p.
bevolkingszorg: de regionale organisatie die onder verantwoordelijkheid van de coördinerend gemeentesecretaris bij een crisis belast is met het uitvoeren van aan gemeenten toegewezen processen en belast is met de voorbereiding van die processen; q. directeurenberaad: Strategisch overleg, gericht op de integrale ambtelijke afstemming en multidisciplinaire samenwerking. 2. Daar waar in de gemeenschappelijke regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling
pagina 3
c. openbaar lichaam: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 1, eerste lid; d. gemeente: één van de in artikel 1, tweede lid, genoemde gemeenten; e. samenwerkingsgebied: het gezamenlijk grondgebied van de in artikel 1, tweede lid, genoemde gemeenten; f. Veiligheidsregio: de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost als bedoeld in artikel 1, eerste lid; g. Algemeen Bestuur: het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio; h. Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio; i. voorzitter: de voorzitter van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio; j. korpschef: de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, deze krachtens mandaat vertegenwoordigd door de politiechef van de eenheid Oost-Brabant; k. hoofdofficier van justitie: de hoofdofficier van justitie als bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wet; l. directeur Veiligheidsregio: het hoofd van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; m. directeur Publieke Gezondheid: de functionaris als bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Wet; n. GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie bij rampen als bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Wet o. coördinerend gemeentesecretaris: de functionaris als bedoeld in artikel 36 van de Wet; p.
bevolkingszorg: de regionale organisatie die onder verantwoordelijkheid van de coördinerend gemeentesecretaris bij een crisis belast is met het uitvoeren van aan gemeenten toegewezen processen en belast is met de voorbereiding van die processen; q. directeurenberaad: strategisch overleg, gericht op de integrale ambtelijke afstemming en multidisciplinaire samenwerking. 2. Daar waar in de gemeenschappelijke regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester, onderscheidenlijk: de Veiligheidsregio, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter.
van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester, onderscheidenlijk: de Veiligheidsregio, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter.
HOOFDSTUK II (Doel, taken en bevoegdheden) Doel. Artikel 3. De Veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: a. brandweerzorg; b. rampenbestrijding en crisisbeheersing, waaronder bevolkingszorg en GHOR Taken en bevoegdheden. Artikel 4. 1. de Veiligheidsregio draagt zorg voor a. de taken genoemd in de Wet veiligheidsregio’s; b. overige taken die bij of krachtens andere wetgeving aan de Veiligheidsregio worden opgedragen; c. uitvoeren van overige taken en bevoegdheden welke door de colleges aan het bestuur van de veiligheidsregio zijn overgedragen dan wel opgedragen. 2. De Veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan haar opgedragen taken. Integrale afstemming Artikel 5 Ten aanzien van het bevorderen van een eenduidig veiligheidsbeleid en de multidisciplinaire rampen- en crisisbeheersing is voorbereiding, afstemming en besluitvorming van het bestuur van de Veiligheidsregio, de korpschef en hoofdofficier van justitie vereist. De resultaten van deze afstemming met korpschef en hoofdofficier van justitie worden vastgelegd in een convenant.
HOOFDSTUK II (Doel, taken en bevoegdheden) Doel. Artikel 3. De Veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: a. brandweerzorg; b. rampenbestrijding en crisisbeheersing, waaronder bevolkingszorg en GHOR Taken en bevoegdheden. Artikel 4. 1. de Veiligheidsregio draagt zorg voor a. de taken genoemd in de Wet veiligheidsregio’s; b. overige taken die bij of krachtens andere wetgeving aan de Veiligheidsregio worden opgedragen; c. uitvoeren van overige taken en bevoegdheden welke door de colleges aan het bestuur van de veiligheidsregio zijn overgedragen dan wel opgedragen. 2. De Veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan haar opgedragen taken. Integrale afstemming Artikel 5 Ten aanzien van het bevorderen van een eenduidig veiligheidsbeleid en de multidisciplinaire rampen- en crisisbeheersing is voorbereiding, afstemming en besluitvorming van het bestuur van de Veiligheidsregio, de korpschef en hoofdofficier van justitie vereist. De resultaten van deze afstemming met korpschef en hoofdofficier van justitie worden vastgelegd in een convenant.
HOOFDSTUK III (Organen)
HOOFDSTUK III (Organen)
pagina 4
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 Bestuursorganen. Artikel 6. De Veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen: a. het Algemeen Bestuur b. het Dagelijks Bestuur c. de voorzitter d. door het bestuur ingestelde commissies
Bestuursorganen. Artikel 6. De Veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen: a. het Algemeen Bestuur b. het Dagelijks Bestuur c. de voorzitter d. door het bestuur ingestelde commissies
HOOFDSTUK IV (Algemeen Bestuur) Samenstelling Algemeen Bestuur. Artikel 7. 1. Het Algemeen Bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. 2. De burgemeester wordt bij verhindering of ontstentenis vertegenwoordigd overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet. 3. Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt van rechtswege zodra men ophoudt burgemeester te zijn van de vertegenwoordigde gemeente. Bevoegdheden Algemeen Bestuur. Artikel 7a 1. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de aan de Veiligheidsregio opgedragen taken en bevoegdheden, voor zover bij de Wet of in deze regeling de bevoegdheid daartoe niet aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter is toegekend. Het Algemeen Bestuur kan met inachtneming van artikel 33a van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegdheden overdragen aan het Dagelijks Bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 2. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in andere gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
HOOFDSTUK IV (Algemeen Bestuur) Samenstelling Algemeen Bestuur. Artikel 7. 1. Het Algemeen Bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. 2. De burgemeester wordt bij verhindering of ontstentenis vertegenwoordigd overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet. 3. Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt van rechtswege zodra het lid ophoudt burgemeester te zijn van de vertegenwoordigde gemeente. Bevoegdheden Algemeen Bestuur. Artikel 8. 1. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de aan de Veiligheidsregio opgedragen taken en bevoegdheden, voor zover bij de Wet of in deze regeling de bevoegdheid daartoe niet aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter is toegekend. Het Algemeen Bestuur kan met inachtneming van artikel 33a van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegdheden overdragen aan het Dagelijks Bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 2. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in andere gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
pagina 5
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 3. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot het instellen van een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. 4. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor de externe behandeling van klachten wordt aangesloten bij de Nationale ombudsman. Werkwijze Algemeen Bestuur. Artikel 8. 1. Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks ten minste driemaal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het Dagelijks Bestuur het nodig oordelen, of indien het door ten minste drie leden schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd. 2. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of indien de voorzitter dit nodig acht. Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 3. In een besloten vergadering van het Algemeen Bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de jaarstukken; c. de toetreding tot, de uittreding uit, de wijziging of de opheffing van de gemeenschappelijke regeling; d. de vaststelling van het liquidatieplan; e.
de vaststelling, intrekking of wijziging van verordeningen; f. de vaststelling, wijziging, verlenging of opheffing van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere bestuursorganen van organisaties als bedoeld in artikel 8, eerste tot en met derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; g. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan
pagina 6
3. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot het instellen van een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. 4. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor de externe behandeling van klachten wordt aangesloten bij de Nationale ombudsman. Werkwijze Algemeen Bestuur. Artikel 9. 1. Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks ten minste driemaal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het Dagelijks Bestuur het nodig oordelen, of indien het door ten minste drie leden schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd. 2. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of indien de voorzitter dit nodig acht. Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 3. In een besloten vergadering van het Algemeen Bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de jaarstukken; c. de toetreding tot, de uittreding uit, de wijziging of de opheffing van de gemeenschappelijke regeling; d. de vaststelling van het liquidatieplan; e. de vaststelling, intrekking of wijziging van verordeningen; f.
de vaststelling, wijziging, verlenging of opheffing van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere bestuursorganen van organisaties als bedoeld in artikel 8, eerste tot en met derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; g. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan.
4. Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 t/m 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 5. De commissaris van de Koning, de hoofdofficier van justitie en de voorzitters van de waterschappen, die binnen het grondgebied van de veiligheidsregio zijn gelegen, alsmede de vaste leden van het directeurenberaad worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering. Zij kunnen zich laten vertegenwoordigen. 6. Anderen kunnen worden uitgenodigd als adviseur de vergaderingen van het Algemeen Bestuur bij te wonen. Besluitvorming Artikel 9. 1. Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur tot vaststelling van de jaarrekening en tot vaststelling van de begroting en begrotingswijzigingen brengen de leden die een gemeente vertegenwoordigen tot 20.000 inwoners één stem uit. De leden die een gemeente vertegenwoordigen met 20.000 of meer inwoners brengen twee stemmen uit vermeerderd met een stem per volledig veelvoud van 15.000 inwoners, waarmee het aantal van 20.000 inwoners door die gemeente wordt overschreden. Hierbij geldt dat de stemmen afkomstig van de gezamenlijke leden van het Dagelijks Bestuur nimmer de meerderheid van het totale aantal stemmen mogen vormen. 2.
Bij de overige besluitvorming door het algemeen bestuur vindt stemming plaats op basis van gewone stemwaardering (één stem per gemeente).
wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan. 4. Het Algemeen Bestuur heeft de mogelijkheid in het kader van een specifiek besluit of agendapunt ertoe te besluiten om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid zoals ‘beschreven’ in artikel 10, zevende lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 5. Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26, 28 t/m 32 en 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 6. De commissaris van de Koning, de hoofdofficier van justitie en de voorzitters van de waterschappen, die binnen het grondgebied van de veiligheidsregio zijn gelegen, alsmede de vaste leden van het directeurenberaad worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering. Zij kunnen zich laten vertegenwoordigen. 7. Anderen kunnen worden uitgenodigd om als adviseur de vergaderingen van het Algemeen Bestuur bij te wonen. Besluitvorming Artikel 10. 1. Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur tot vaststelling van de jaarrekening en tot vaststelling van de begroting en begrotingswijzigingen brengen de leden die een gemeente vertegenwoordigen tot 20.000 inwoners één stem uit.
De leden die een gemeente vertegenwoordigen met 20.000 of meer inwoners brengen twee stemmen uit vermeerderd met een stem per volledig veelvoud van 15.000 inwoners, waarmee het aantal van 20.000 inwoners door die gemeente wordt overschreden. Hierbij geldt dat de stemmen afkomstig van de gezamenlijke leden van het Dagelijks Bestuur nimmer de meerderheid van het totale aantal stemmen mogen vormen. 2. Bij de overige besluitvorming door het Algemeen Bestuur vindt stemming plaats op basis van gewone stemwaardering (één stem per gemeente).
pagina 7
Verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 3. De besluitvorming vindt plaats bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.
HOOFDSTUK V (Dagelijks Bestuur) Samenstelling Dagelijks Bestuur. Artikel 10. 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat naast de voorzitter en plaatsvervangend-voorzitter uit minimaal 1 en maximaal 5 leden, aan te wijzen door en uit de leden van het Algemeen Bestuur. 2. Bij de samenstelling van het Dagelijks Bestuur geldt het uitgangspunt dat een evenredige geografische verdeling over
3. De besluitvorming vindt plaats bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. Zienswijzen Artikel 11. 1. Buiten de begroting, zoals bedoeld in artikel 26, worden de raden van de gemeenten voorafgaand aan het nemen van een besluit van het bestuur in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen indien het een van de volgende besluiten betreft: a. de vaststelling van het beleidsplan als bedoeld in artikel 14 van de wet; b. de vaststelling van het risicoprofiel als bedoeld in artikel 15 van de wet. 2. Het Algemeen Bestuur kan besluiten om ten aanzien van (andere) specifieke (voorgenomen) besluiten de raden in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen. 3. Het Dagelijks Bestuur biedt de raden in het kader van de in het eerste lid genoemde besluiten een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen. 4. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede de conclusies die het daaraan verbindt.
pagina 8
Op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen is het verplicht om een bepaling op te nemen waarin is bepaald over welke besluiten de raden van de deelnemende gemeenten, voorafgaand aan het nemen van een dergelijk besluit, een zienswijze naar voren kunnen brengen.
Verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.
HOOFDSTUK V (Dagelijks Bestuur) Samenstelling Dagelijks Bestuur. Artikel 12. 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat naast de voorzitter en plaatsvervangend-voorzitter uit minimaal 1 en maximaal 5 leden, aan te wijzen door en uit de leden van het Algemeen Bestuur. 2. Bij de samenstelling van het Dagelijks Bestuur geldt het uitgangspunt dat een evenredige geografische verdeling over
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 de regio wordt aangehouden. Hierbij wordt de onderstaande verdeling gehanteerd: a. 1 zetel in te vullen door Eindhoven; b. 1 zetel in te vullen door Helmond; c. 1 zetel namens de gemeenten Best, Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre; d. 1 zetel namens de gemeenten Bergeijk, Bladel, Cranendonck, Eersel, Heeze-Leende, Oirschot, Reusel-De Mierden en Valkenswaard; e. 1 zetel namens de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren 3. Het Algemeen Bestuur kan van het uitgangspunt onder het eerste en tweede lid afwijken. 4. De zittingsperiode van de leden van het Dagelijks Bestuur is voor onbepaalde tijd.
de regio wordt aangehouden. Hierbij wordt de onderstaande verdeling gehanteerd: a. 1 zetel in te vullen door Eindhoven; b. 1 zetel in te vullen door Helmond; c. 1 zetel namens de gemeenten Best, Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre; d. 1 zetel namens de gemeenten Bergeijk, Bladel, Cranendonck, Eersel, Heeze-Leende, Oirschot, Reusel-De Mierden en Valkenswaard; e. 1 zetel namens de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren 3. Het Algemeen Bestuur kan van het uitgangspunt onder het eerste en tweede lid afwijken. 4. De zittingsperiode van de leden van het Dagelijks Bestuur is voor onbepaalde tijd.
5. Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid te zijn van het Algemeen Bestuur dan wel ontslag neemt als lid van het Dagelijks Bestuur. 6. Het lid van het Dagelijks Bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur. 7. Een lid, met uitzondering van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen als lid van het Dagelijks Bestuur, indien dit lid het vertrouwen niet meer bezit van het Algemeen Bestuur. Taken en bevoegdheden Dagelijks Bestuur. Artikel 11. 1. Het Dagelijks Bestuur stelt na ieder besluit over invulling van een vacature binnen het Dagelijks Bestuur een portefeuilleverdeling vast en deelt zijn besluit hierover mee aan het Algemeen Bestuur.
5. Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid te zijn van het Algemeen Bestuur dan wel ontslag neemt als lid van het Dagelijks Bestuur. 6. Het lid van het Dagelijks Bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur. 7. Een lid, met uitzondering van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen als lid van het Dagelijks Bestuur, indien dit lid het vertrouwen niet meer bezit van het Algemeen Bestuur. Taken en bevoegdheden Dagelijks Bestuur. Artikel 13. 1. Het Dagelijks Bestuur stelt na ieder besluit over invulling van een vacature binnen het Dagelijks Bestuur een portefeuilleverdeling vast en deelt zijn besluit hierover mee aan het Algemeen Bestuur.
pagina 9
Afhankelijk van bespreking in het Dagelijks Bestuur of de zittingsperiode voor leden van het Dagelijks Bestuur voor bepaalde tijd moet zijn, en zo ja voor hoe lang en met welk maximaal aantal termijnen hiertoe een wijziging kan worden voorgesteld, indien het gewenst is dit via de gemeenschappelijke regeling te regelen.
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 2. Het Dagelijks Bestuur stelt voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde vast. Op het houden en de orde van de vergadering van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet, voor zover daarvan niet bij of krachtens wet wordt afgeweken, van overeenkomstige toepassing. 3. Het Dagelijks Bestuur oefent, eventueel naar door het Algemeen Bestuur te stellen regels en tenzij het Algemeen Bestuur anders bepaalt, de wettelijk toegekende of krachtens de gemeenschappelijke regeling aan het Algemeen Bestuur toevallende bevoegdheden uit, met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarstukken; c. het vaststellen van strategische regionale plannen; d. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, tenzij de verordening een rechtspositionele regeling betreft; e. het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk XIV; f. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen de Veiligheidsregio en andere lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling; g.
het oprichten van of deelnemen in een stichting, maatschap, vennootschap, coöperatieve en andere vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan. Artikel 12. 1. Het Dagelijks Bestuur is overeenkomstig artikel 33b, lid 1 en 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd: a. het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de gemeenschappelijke regeling het Algemeen Bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het Algemeen Bestuur voor te bereiden en uit te voeren;
pagina 10
2. Het Dagelijks Bestuur stelt voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde vast. Op het houden en de orde van de vergadering van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 54, 56, 57, 58 en 59 van de Gemeentewet, voor zover daarvan niet bij of krachtens wet wordt afgeweken, van overeenkomstige toepassing. 3. Het Dagelijks Bestuur oefent, eventueel naar door het Algemeen Bestuur te stellen regels en tenzij het Algemeen Bestuur anders bepaalt, de wettelijk toegekende of krachtens de gemeenschappelijke regeling aan het Algemeen Bestuur toevallende bevoegdheden uit, met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarstukken; c. het vaststellen van strategische regionale plannen; d. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, tenzij de verordening een rechtspositionele regeling betreft; e. het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk XIV; f. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen de Veiligheidsregio en andere lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling; g.
het oprichten van of deelnemen in een stichting, maatschap, vennootschap, coöperatieve en andere vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan. Artikel 14. 1. Het Dagelijks Bestuur is overeenkomstig artikel 33b, lid 1 en 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd: a. het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de gemeenschappelijke regeling het Algemeen Bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het Algemeen Bestuur voor te bereiden en uit te voeren;
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de Veiligheidsregio; d. ambtenaren in dienst te nemen, te benoemen, te schorsen en te ontslaan, voor zover niet aan het Algemeen Bestuur voorbehouden; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de Veiligheidsregio te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. te besluiten namens de Veiligheidsregio, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover dit het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. tot het nemen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, van alle conservatoire maatregelen en te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. 2. Daarnaast is het Dagelijks Bestuur bevoegd met betrekking tot: a. het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met de veiligheidsregio van belang is; b. de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de Veiligheidsregio; c.
het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van de Veiligheidsregio; d. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; e. het voortdurend houden van toezicht op alles wat de Veiligheidsregio aangaat; f. de zorg voor de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio en haar bestuursorganen; g. het vaststellen van regelingen en besluiten met betrekking tot de rechtspositie voor het personeel van de Veiligheidsregio;
pagina 11
c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de Veiligheidsregio; d. ambtenaren in dienst te nemen, te benoemen, te schorsen en te ontslaan, voor zover niet aan het Algemeen Bestuur voorbehouden; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de Veiligheidsregio te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. te besluiten namens de Veiligheidsregio, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover dit het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. tot het nemen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, van alle conservatoire maatregelen en te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. 2. Daarnaast is het Dagelijks Bestuur bevoegd met betrekking tot: a. het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met de veiligheidsregio van belang is; b. de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de Veiligheidsregio; c. het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van de Veiligheidsregio; d.
de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; e. het voortdurend houden van toezicht op alles wat de Veiligheidsregio aangaat; f. de zorg voor de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio en haar bestuursorganen; g. het vaststellen van regelingen en besluiten met betrekking tot de rechtspositie voor het personeel van de Veiligheidsregio;
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 h. Overige taken en bevoegdheden die elders in deze gemeenschappelijke regeling worden toebedeeld aan het Dagelijks Bestuur. Vergaderingen Dagelijks Bestuur. Artikel 13. 1. Het Dagelijks Bestuur vergadert minimaal vijfmaal per jaar of zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden van het Dagelijks Bestuur de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 2. Besluiten van het Dagelijks Bestuur vinden plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen beslist de voorzitter. 3. De commissaris van de Koning, de hoofdofficier van justitie en de voorzitters van de waterschappen, die binnen het grondgebied van de veiligheidsregio zijn gelegen, de vaste leden van het directeurenberaad en overige personen kunnen worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering. Zij kunnen zich laten vertegenwoordigen.
h. Overige taken en bevoegdheden die elders in deze gemeenschappelijke regeling worden toebedeeld aan het Dagelijks Bestuur. Vergaderingen Dagelijks Bestuur. Artikel 15. 1. Het Dagelijks Bestuur vergadert minimaal vijfmaal per jaar of zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden van het Dagelijks Bestuur de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 2. Besluiten van het Dagelijks Bestuur vinden plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen beslist de voorzitter. 3. De commissaris van de Koning, de hoofdofficier van justitie en de voorzitters van de waterschappen, die binnen het grondgebied van de veiligheidsregio zijn gelegen, de vaste leden van het directeurenberaad en overige personen kunnen worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering. Zij kunnen zich laten vertegenwoordigen.
HOOFDSTUK VI (De voorzitter, plaatsvervangendvoorzitter, secretaris) Artikel 14. 1. De voorzitter wordt overeenkomstig artikel 11, tweede lid van de Wet, benoemd bij koninklijk besluit. 2. De voorzitter wordt bij zijn afwezigheid vervangen door een door het Algemeen bestuur aan te wijzen lid van het Algemeen Bestuur. 3. De voorzitter is verantwoordelijk voor de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur naar behoren worden uitgevoerd 4. De voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in rechtsgedingen en bij alle buitengerechtelijke
HOOFDSTUK VI (De voorzitter, plaatsvervangendvoorzitter, secretaris) Artikel 16. 1. De voorzitter wordt overeenkomstig artikel 11, tweede lid van de Wet, benoemd bij koninklijk besluit. 2. De voorzitter wordt bij zijn afwezigheid vervangen door een door het Algemeen bestuur aan te wijzen lid van het Algemeen Bestuur. 3. De voorzitter is verantwoordelijk voor de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur naar behoren worden uitgevoerd. 4. De voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in rechtsgedingen en bij alle buitengerechtelijke
pagina 12
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 rechtshandelingen. Hij kan de vertegenwoordiging in rechtsgedingen en bij buitengerechtelijke rechtshandelingen opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 5. De voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. 6. De directeur Veiligheidsregio fungeert als ambtelijk secretaris van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur.
rechtshandelingen. Hij kan de vertegenwoordiging in rechtsgedingen en bij buitengerechtelijke rechtshandelingen opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 5. De voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. 6. De directeur Veiligheidsregio fungeert als ambtelijk secretaris van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur.
HOOFDSTUK VII (Commissies, werkgroepen, overleg) Bestuurscommissies. Artikel 15. 1. Het Algemeen Bestuur kan, overeenkomstig artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. 2. Een lid van het Dagelijks Bestuur is voorzitter van een commissie als bedoeld in het eerste lid. Commissies van advies Artikel 16. 1. Het Algemeen Bestuur kan besluiten ten behoeve van de uitvoering van de aan het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur of de voorzitter opgedragen taken vaste commissies van advies in te stellen overeenkomstig artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Tenminste wordt ingesteld een vaste commissie van advies op het gebied van financiën. 3. Het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen andere tijdelijke commissies van advies aan het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de voorzitter instellen Werkgroepen, overleg Artikel 17. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen werkgroepen en overlegvormen instellen.
HOOFDSTUK VII (Commissies, werkgroepen, overleg) Bestuurscommissies. Artikel 17. 1. Het Algemeen Bestuur kan, overeenkomstig artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. 2. Een lid van het Dagelijks Bestuur is voorzitter van een commissie als bedoeld in het eerste lid. Commissies van advies Artikel 18. 1. Het Algemeen Bestuur kan besluiten ten behoeve van de uitvoering van de aan het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur of de voorzitter opgedragen taken vaste commissies van advies in te stellen overeenkomstig artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Tenminste wordt ingesteld een vaste commissie van advies op het gebied van financiën. 3. Het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen andere tijdelijke commissies van advies aan het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de voorzitter instellen. Werkgroepen, overleg Artikel 19. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen werkgroepen en overlegvormen instellen.
HOOFDSTUK VIII (Informatie en verantwoordingsplicht)
HOOFDSTUK VIII (Informatie en verantwoordingsplicht)
pagina 13
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 Het Dagelijks Bestuur en de voorzitter ten opzichte van het Algemeen Bestuur Artikel 18 1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het Algemeen Bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het Algemeen Bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter, voor het door hem gevoerde bestuur. Het Algemeen en Dagelijks Bestuur ten opzichte van raden Artikel 19 1. Het Algemeen en het Dagelijks Bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het Algemeen en het Dagelijks Bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd.
De leden en de voorzitter van het Algemeen Bestuur ten opzichte van raden Artikel 20 1. Een lid van het Algemeen Bestuur verschaft aan zijn raad, met inachtneming van artikel 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.
Het Dagelijks Bestuur en de voorzitter ten opzichte van het Algemeen Bestuur Artikel 20. 1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het Algemeen Bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het Algemeen Bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter, voor het door hem gevoerde bestuur. Het Algemeen en Dagelijks Bestuur ten opzichte van raden Artikel 21. 1. Het Algemeen en het Dagelijks Bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het Algemeen en het Dagelijks Bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd. 3. Inlichtingen zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies.
De leden en de voorzitter van het Algemeen Bestuur ten opzichte van raden Artikel 22. 1. Een lid van het Algemeen Bestuur verschaft aan zijn raad, met inachtneming van artikel 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.
pagina 14
Verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 2. Een lid van het Algemeen Bestuur is aan zijn raad, met inachtneming van artikel 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 3. De voorzitter van het Algemeen Bestuur verstrekt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, aan de raden van de getroffen gemeenten informatie over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Met inachtneming van artikel 40 van de Wet geschiedt de informatieverstrekking door middel van een verslag, het schriftelijk beantwoorden van vragen en/of het in de raadsvergadering verstrekken van mondelinge inlichtingen.
2. Een lid van het Algemeen Bestuur is aan zijn raad, met inachtneming van artikel 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 3. De voorzitter van het Algemeen Bestuur verstrekt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, aan de raden van de getroffen gemeenten informatie over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Met inachtneming van artikel 40 van de Wet geschiedt de informatieverstrekking door middel van een verslag, het schriftelijk beantwoorden van vragen en/of het in de raadsvergadering verstrekken van mondelinge inlichtingen.
HOOFDSTUK IX (Ambtelijke organisatie) De ambtelijke organisatie Artikel 21. 1. Het Dagelijks Bestuur regelt de inrichting van de ambtelijke organisatie in een organisatiebesluit. 2. De directeur Veiligheidsregio is het hoofd van de ambtelijke organisatie. 3. De directeur Veiligheidsregio en de commandant brandweer worden benoemd door het Algemeen Bestuur. Bevolkingszorg Artikel 21a 1. Ten behoeve van de deelnemende gemeenten wordt een operationele organisatie ingesteld en in stand gehouden, bevolkingszorg genaamd, voor de voorbereiding op en uitvoering van de gemeenschappelijke taken ten aanzien van gemeentelijke bevolkingszorg waaronder in ieder geval wordt verstaan de gecoördineerde inzet van daartoe aangesteld en opgeleid personeel belast met de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis. 2. Het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio wijst de coördinerend gemeentesecretaris aan die is belast met de
HOOFDSTUK IX (Ambtelijke organisatie) De ambtelijke organisatie Artikel 23. 1. Het Dagelijks Bestuur regelt de inrichting van de ambtelijke organisatie in een organisatiebesluit. 2. De directeur Veiligheidsregio is het hoofd van de ambtelijke organisatie. 3. De directeur Veiligheidsregio en de commandant brandweer worden benoemd door het Algemeen Bestuur. Bevolkingszorg Artikel 24. 1. Ten behoeve van de deelnemende gemeenten wordt een operationele organisatie ingesteld en in stand gehouden, bevolkingszorg genaamd, voor de voorbereiding op en uitvoering van de gemeenschappelijke taken ten aanzien van gemeentelijke bevolkingszorg waaronder in ieder geval wordt verstaan de gecoördineerde inzet van daartoe aangesteld en opgeleid personeel belast met de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis. 2. Het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio wijst de coördinerend gemeentesecretaris aan die is belast met de
pagina 15
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die voor de gemeenten worden getroffen met het oog op een ramp of crisis. Voor de uitvoering van bevolkingszorg vertegenwoordigt de coördinerend gemeentesecretaris de deelnemende gemeenten.
coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die voor de gemeenten worden getroffen met het oog op een ramp of crisis. Voor de uitvoering van bevolkingszorg vertegenwoordigt de coördinerend gemeentesecretaris de deelnemende gemeenten.
HOOFDSTUK X (Directeurenberaad) Directeurenberaad. Artikel 22. 1. Er is een directeurenberaad. 2. De directeur Veiligheidsregio is voorzitter van het directeurenberaad. 3. Het directeurenberaad bestaat naast de voorzitter uit vaste leden en leden die op ad hoc basis deelnemen aan de besprekingen. 4. De vaste leden van het directeurenberaad zijn: a. een vertegenwoordiger van de korpschef; b. de commandant brandweer; c. de directeur Publieke Gezondheid; d. de coördinerend gemeentesecretaris. 5. De vaste leden van het directeurenberaad zijn belast met het individueel en/of integraal ambtelijk voorbereiden van de besluitvorming van de mono- respectievelijk multidisciplinaire aspecten en zien toe op de uitvoering in de eigen kolom. 6. Werkwijze van het directeurenberaad worden opgenomen in een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen instructie. 7. Ter uitvoering van deze taken kan het directeurenberaad werkgroepen en projectgroepen instellen.
HOOFDSTUK X (Directeurenberaad) Directeurenberaad. Artikel 25. 1. Er is een directeurenberaad. 2. De directeur Veiligheidsregio is voorzitter van het directeurenberaad. 3. Het directeurenberaad bestaat naast de voorzitter uit vaste leden en leden die op ad hoc basis deelnemen aan de besprekingen. 4. De vaste leden van het directeurenberaad zijn: a. een vertegenwoordiger van de korpschef; b. de commandant brandweer; c. de directeur Publieke Gezondheid; d. de coördinerend gemeentesecretaris. 5. De vaste leden van het directeurenberaad zijn belast met het individueel en/of integraal ambtelijk voorbereiden van de besluitvorming van de mono- respectievelijk multidisciplinaire aspecten en zien toe op de uitvoering in de eigen kolom. 6. De werkwijze van het directeurenberaad wordt opgenomen in een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen instructie. 7. Ter uitvoering van deze taken kan het directeurenberaad werkgroepen en projectgroepen instellen.
HOOFDSTUK XI (Personeel, Rechtspositie) Personeel. Artikel 23. 1. Het Dagelijks Bestuur is belast met het in dienst nemen, benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel van de Veiligheidsregio, voor zover op basis van deze regeling niet anders wordt bepaald.
HOOFDSTUK XI (Personeel, Rechtspositie) Personeel. Artikel 26. 1. Het Dagelijks Bestuur is belast met het in dienst nemen, benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel van de Veiligheidsregio, voor zover op basis van deze regeling niet anders wordt bepaald.
pagina 16
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 2. Het Dagelijks Bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden tot het in dienst nemen, benoemen, schorsen en ontslaan van personeel van de Veiligheidsregio mandateren aan de directeur Veiligheidsregio, tenzij het de controller en ambtenaren betreft die belast zijn met functies van leidinggevende aard welke rechtstreeks onder de directeur Veiligheidsregio ressorteren. Dit met uitzondering van de directeur Veiligheidsregio en de commandant brandweer. Rechtspositie. Artikel 24. 1. Op het personeel in dienst van de Veiligheidsregio zijn (ook) de landelijk voor het personeel van alle veiligheidsregio’s vastgestelde collectieve arbeidsvoorwaarden van toepassing. Daar waar deze collectieve arbeidsvoorwaarden niet in voorzien besluit het Dagelijks Bestuur. 2. Het Dagelijks Bestuur regelt de taken en bevoegdheden van het personeel voor zover dit niet in deze gemeenschappelijke regeling geschiedt.
2. Het Dagelijks Bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden tot het in dienst nemen, benoemen, schorsen en ontslaan van personeel van de Veiligheidsregio mandateren aan de directeur Veiligheidsregio, tenzij het de controller en ambtenaren betreft die belast zijn met functies van leidinggevende aard welke rechtstreeks onder de directeur Veiligheidsregio ressorteren. Dit met uitzondering van de directeur Veiligheidsregio en de commandant brandweer. Rechtspositie. Artikel 27. 1. Op het personeel in dienst van de Veiligheidsregio zijn (ook) de landelijk voor het personeel van alle veiligheidsregio’s vastgestelde collectieve arbeidsvoorwaarden van toepassing. Daar waar deze collectieve arbeidsvoorwaarden niet in voorzien besluit het Dagelijks Bestuur. 2. Het Dagelijks Bestuur regelt de taken en bevoegdheden van het personeel voor zover dit niet in deze gemeenschappelijke regeling geschiedt.
HOOFDSTUK XII (Financiële bepalingen) Begroting. Artikel 25. 1. Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting op overeenkomstig de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten. 2. De ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen wordt minimaal 13 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. Het Dagelijks Bestuur voegt de zienswijzen met de nota van beantwoording bij de ontwerpbegroting en biedt deze aan het Algemeen Bestuur aan.
HOOFDSTUK XII (Financiële bepalingen) Begroting. Artikel 28. 1. Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting op overeenkomstig de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten. 2. De ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen worden minimaal 13 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. Het Dagelijks Bestuur voegt de zienswijzen met de nota van beantwoording bij de ontwerpbegroting en biedt deze aan het Algemeen Bestuur aan. 3. Wanneer het Dagelijks Bestuur raden van de deelnemende gemeenten in kennis stelt, is de wijze waarop hij zijn oordeel kenbaar maakt te vinden in artikel 11 lid 4.
pagina 17
Verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 3. Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting vóór 1 augustus van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, op aan gedeputeerde staten en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. 4. Besluiten tot wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. 5. In afwijking van het onder het tweede lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen, direct worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Rekening. Artikel 26. 1. Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar de ontwerp jaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. 2. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast vóór 1 juli van het jaar volgend op het verslagjaar. 3. Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt op aan gedeputeerde staten en aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Verdeling der kosten. Artikel 27. 1.
De Rijksbijdragen worden aangewend ter dekking van de kosten verband houdend met de uitvoering van de in de betreffende rijksbijdrageregeling genoemde wettelijke taken op het gebied van rampenbestrijding 2. De verdeling van de algemene kosten, alsmede de specifieke kosten, die gemaakt worden ten behoeve van de deelnemende gemeenten, geschiedt naar rato van de bijdrage aan de gemeente uit het gemeentefonds voor het onderdeel Openbare Orde en Veiligheid exclusief gemeentelijke rampenbestrijding en bluswatervoorziening.
4. Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting vóór 15 september van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, op aan gedeputeerde staten en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. 5. Besluiten tot wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. 6. In afwijking van het onder het tweede lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen, direct worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Rekening. Artikel 29. 1. Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar de ontwerp jaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. 2. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar. 3. Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt op aan gedeputeerde staten en aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Verdeling der kosten. Artikel 30. 1. In de kosten die voor een veiligheidsregio voortvloeien uit de uitoefening van haar taken ingevolge artikel 10 van de Wet, verleent Onze Minister een bijdrage.
Aan de aanwending van deze bijdrage kunnen voorwaarden worden gesteld. 2. De verdeling van de algemene kosten, alsmede de specifieke kosten, die gemaakt worden ten behoeve van de deelnemende gemeenten, geschiedt naar rato van de bijdrage aan de gemeente uit het gemeentefonds voor het onderdeel Openbare Orde en Veiligheid.
pagina 18
De oorspronkelijke tekst sluit niet aan bij het doel waarvoor de bijdrage wordt verleend.
De oorspronkelijke tekst sluit niet meer aan bij de wijze waarop nu naar de uitkering uit het gemeentefonds wordt gekeken. Met deze aanpassing wordt dit geformaliseerd.
Concept mei 2023
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 3. De bepaling en verdeling van de kosten als genoemd in het vorige lid van dit artikel geschiedt door het Algemeen Bestuur. 4. De deelnemers waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio onder goedkeuring van gedeputeerde staten gesloten geldleningen volgens door het Algemeen Bestuur vast te stellen regels en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat. Artikel 28. Wanneer aan het Algemeen Bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 27, doet het Algemeen Bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot overeenkomstige toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. Artikel 29. 1. De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. 3.