RN 089 Bijlage 1 Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 - concept
Tekst van het document
Er is voor gekozen de bevoegdheden van het Algemeen Bestuur concreet te benoemen. Artikel 9 Werkwijze Algemeen Bestuur In artikel 22, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen is geregeld dat het Algemeen Bestuur een reglement van orde vaststelt. In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: vaststellen vergaderschema; opstellen agenda, uitnodiging c.q. kennisgeving vergadering en verslaglegging; wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming; handhaving van de orde tijdens de vergadering; besloten- c.q. openheid van vergadering. In beginsel zijn de vergaderingen openbaar. Onder voorwaarden kan besloten worden tot een besloten vergadering. De onderwerpen waarover niet in een besloten vergadering kan worden beraadslaagd of besloten, zijn limitatief opgesomd in het 3e lid. Wijziging 2022: Er is voor gekozen de formuleringen van bepalingen zoveel mogelijk te laten aansluiten bij die in de Wet gemeenschappelijke regelingen. De formulering van bepalingen met betrekking tot uitnodigen voor vergaderingen is vereenvoudigd en bepalingen zijn samengevoegd. Wijziging 2024: Toegevoegd is lid met betrekking tot de mogelijkheid burgers en belanghebbenden te betrekken. Dit betreft een verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 10 Besluitvorming.
1e Lid: Voor de toepassing van de stemverdeling gelden de bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het voorafgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Voor de stemverhouding is uitgegaan van de verdeelsleutel zoals die ook wordt gehanteerd bij de gemeenschappelijke regeling van het SRE. Gezien het feit dat in het algemeen bestuur alleen burgemeesters zitting hebben is het aantal gemeentelijke stemmen verenigd in één stemgerechtigde. In de voorgaande Gemeenschappelijke Regeling Hulpverleningsregio Zuid-oost NoordBrabant was sprake van een verdeelsleutel in het aantal leden dat per gemeente mocht worden afgevaardigd en gold één stem per gerechtigde. Wijziging 2022: De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het Dagelijks Bestuur nooit meer dat helft van alle stemmen mag vertegenwoordigen. In geval van gewogen stemverhoudingen zoals in dit artikel beschreven kan deze bepaling belemmerend werken bij het samenstellen van een Dagelijks Bestuur. Wijziging 2024:
Op basis van de inwoneraantallen per 1-1-2022 geldt de volgende gewogen stemverhouding:
Gemeente Asten Bergeijk Best Bladel Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen ca. Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Totaal
Inwoneraantal per 1-1-2022 17.068 18.879 30.608 20.718 20.669 32.606 19.823 238.326 40.131 31.040 16.470 93.476 22.943 23.826 19.061 13.271 19.701 17.775 31.236 45.822 17.626 791.075
Gewogen stemmen VRBZO 1 1 2 2 2 2 1 16 3 2 1 6 2 2 2 1 1 1 2 3 1 54
Artikel 11 Zienswijzen Wijziging 2024: 1e t/m 3e lid: Op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen is het verplicht om een bepaling op te nemen waarin is bepaald over welke besluiten de raden van de deelnemende gemeenten, voorafgaand aan het nemen van een dergelijk besluit, een zienswijze naar voren kunnen brengen. Ook het 4e lid betreft een verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 12 Samenstelling Dagelijks Bestuur 2e Lid: Het is niet gewenst de evenredige geografische verdeling over de regio dwingend op te leggen. Dit ontneemt het Algemeen Bestuur de mogelijkheid criteria op grond van kwaliteiten, persoonlijke interesses et cetera van kandidaten in voldoende mate mee te nemen in de keuze van samenstelling van het Dagelijks Bestuur. Dit mede in verband met de operationele rol die de leden van het Dagelijks Bestuur gebruikelijkerwijs vervullen als (plaatsvervangend) voorzitter Veiligheidsregio. 4e Lid: De zittingsperiode parallel aan de zittingsperiode van de colleges van Burgemeester en Wethouders is opgenomen om wijzigingen en roulatie in samenstelling van Dagelijks Bestuur mogelijk te maken.
Wijziging 2022: De koppeling van de zittingsperiode van leden van het Dagelijks Bestuur aan die van de zittingsperiode van de colleges van Burgemeester en Wethouders wordt in de praktijk niet gehanteerd en is in de
gewijzigde versie weggelaten. Het Algemeen Bestuur kan, ongeacht de zittingsperiode van colleges, besluiten tot mutaties in de samenstelling. Toegevoegd is dat de plaatsvervangend voorzitter is uitgesloten van de mogelijkheid te worden ontslagen als lid van het Dagelijks Bestuur. Het Algemeen Bestuur kan wel besluiten een ander lid aan te wijzen als plaatsvervangend voorzitter. Artikel 13 Taken en bevoegdheden Dagelijks Bestuur 1e Lid: Naast de vaste portefeuilles van voorzitter en plaatsvervangend-voorzitter is er tenminste een portefeuillehouder financiën. Daarnaast kunnen er portefeuillehouders per te onderscheiden aandachtsveld worden aangesteld. Te denken valt daarbij aan: brandweerzorg; geneeskundige hulpverlening en regionale ambulancevoorziening; multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing; integrale afstemming gemeentelijk veiligheidsbeleid ( b.v. prostitutiebeleid, drugsbeleid etc.) Combinatie van portefeuilles is mogelijk. 2e Lid In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: opstellen agenda, uitnodiging vergadering en verslaglegging; wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming; handhaving van de orde tijdens de vergadering.
3e Lid ad c Tot de strategische regionale plannen worden onder andere gerekend: het regionaal beleidsplan als bedoeld in artikel 14 van de Wet; het regionaal crisisplan als bedoeld in artikel 16 van de Wet. Wijziging 2022: - Eerste lid: Tekst dat vacatures direct worden ingevuld komt te vervallen. Er kan voor worden gekozen om een vacature in het Dagelijks Bestuur niet in te vullen, mits blijvend wordt voldaan aan de vereisten als genoemd in artikel 10, eerste lid van deze regeling. - Derde lid: Sprake was van een formulering van de regeling dat over elke door het Dagelijks Bestuur uit te voeren taak afzonderlijk door het Algemeen bestuur moest worden besloten. Dit sloot niet aan bij de praktijk. Het Algemeen Bestuur behoudt de mogelijkheid om alsnog voorschriften te verbinden of de uitvoering zelf ter hand te nemen. Artikel 14 Taken en bevoegdheden Dagelijks Bestuur Dit artikel behoeft geen toelichting Wijziging 2022: de formulering van dit artikel is aangepast zonder inhoudelijke veranderingen in optreden in de taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur Artikel 15 Vergaderingen Dagelijks Bestuur Dit artikel behoeft geen toelichting Wijziging 2022: De formulering van bepalingen met betrekking tot uitnodigen voor vergaderingen is vereenvoudigd en bepalingen zijn samengevoegd.
Artikel 16 Voorzitter, plaatsvervangend-voorzitter, secretaris Artikel 11, 2e lid van de Wet bepaalt dat de voorzitter wordt benoemd bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur. Ook de commissaris van de Koning wordt om advies gevraagd. Het Algemeen bestuur dient op grond van het derde lid van artikel 11 van de Wet één van zijn leden aan te wijzen, die de voorzitter bij afwezigheid vervangt. De directeur van de ambtelijke organisatie fungeert als ambtelijk secretaris van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. Hij kan deze taak binnen de ambtelijke organisatie mandateren aan bijvoorbeeld de directiesecretaris Wijziging 2022:
- Derde lid: de voorzitter is niet langer belast met maar verantwoordelijk voor de leiding waardoor het ook mogelijk is dat de vergadering door een technisch voorzitter wordt voorgezeten in aanwezigheid van de voorzitter. - Vierde lid: Indien de voorzitter vertegenwoordiging in rechtsgedingen en bij buitengerechtelijke rechtshandelingen wenst op te dragen aan een door hem aan te wijzen persoon, hoeft dit niet langer in afstemming met het DB te gebeuren. Dit sluit aan bij de huidige werkwijze en praktijk Artikel 17 Bestuurscommissies Omwille van korte heldere bestuurslijnen wordt in beginsel terughoudend omgegaan met het instellen van het zware instrument van bestuurscommissies. Het Algemeen Bestuur dient vooraf toestemming van alle raden te hebben alvorens tot instelling van een commissie over te kunnen gaan. Dit op grond van Wgr artikel 25 lid 2 Artikel 18 Commissies van advies Tenminste wordt ingesteld een adviescommissie financiën. Onder voorzitterschap van de betreffende portefeuillehouder in het Dagelijks Bestuur bestaat deze commissie uit een aantal (maximaal 7) inhoudsdeskundigen. De aanstelling van de leden gebeurt op voordracht van het Algemeen Bestuur. De voorgedragen leden hoeven niet per definitie lid te zijn van dit Algemeen Bestuur (b.v. controllers van deelnemende gemeenten).
Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen leden van commissie van advies die geen burgemeester, wethouder of lid van een gemeenteraad zijn een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen ontvangen. In voorkomende gevallen zal hierover door het Algemeen Bestuur een besluit worden genomen. Wijziging 2022: in dit artikel is in lijn met de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen duidelijker onderscheid gemaakt tussen vaste en tijdelijke commissies van advies. Artikel 19 Werkgroepen, overlegvormen Gerelateerd aan de onder artikel 11 bedoelde portefeuilles kan het bestuur besluiten tot het instellen van bestuurlijke werkgroepen c.q. klankbordgroepen. Ook hiervoor geldt dat op voordracht van het Algemeen Bestuur de leden worden aangesteld en dat de voorgedragen leden niet per definitie lid behoren te zijn van dit Algemeen Bestuur. Als voorzitter treedt op de portefeuillehouder van het betreffende aandachtsveld in het Dagelijks Bestuur. Voor het eventueel toekennen van vergoedingen voor leden van werkgroepen en overlegvormen geldt eveneens hetgeen in de toelichting op artikel 16 is aangegeven.
Artikel 20 Dagelijks bestuur (Informatie en verantwoordingsplicht) Dit artikel behoeft geen toelichting Wijziging 2022: omwille van de leesbaarheid en aansluiting bij de formuleringen in de wet hieromtrent zijn de artikelen 18, 19 en 20 redactioneel aangepast en vernummerd. Artikel 21 Voorzitter (Informatie en verantwoordingsplicht) Dit artikel behoeft geen toelichting Wijziging 2022: omwille van de leesbaarheid en aansluiting bij de formuleringen in de wet hieromtrent zijn de artikelen 18, 19 en 20 redactioneel aangepast en vernummerd. Wijziging 2024: 3e lid: Verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 22 Algemeen bestuur (Informatie en verantwoordingsplicht) Omdat het hier een gemeenschappelijke regeling van de colleges betreft, beperkt de verantwoordingsplicht van de leden van het Algemeen Bestuur zich tot de colleges. De colleges zijn ingevolge de Gemeentewet informatieen verantwoordingsplichtig naar de gemeenteraad. Wijziging 2022: omwille van de leesbaarheid en aansluiting bij de formuleringen in de wet hieromtrent zijn de artikelen 18, 19 en 20 redactioneel aangepast en vernummerd. Artikel 23 Ambtelijke organisatie
De plicht om een organisatiebesluit door de raad te laten vaststellen is uit de gemeentewet verwijderd. Er is geen plicht voor het vaststellen van een dergelijk besluit door het Dagelijks Bestuur in de plaats gekomen. Ook de Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft een dergelijk besluit niet voor. Binnen de Veiligheidsregio bestaat echter wel behoefte aan een dergelijk besluit. Wijziging 2022: de bepalingen rond benoeming van de Directeur Publieke Gezondheid en de coördinerend gemeentesecretaris zijn aangepast. De Directeur Publiek Gezondheid wordt conform de Wet publieke gezondheid benoemd door het bestuur van de GGD met instemming van het bestuur Veiligheidsregio. De coördinerend gemeentesecretaris wordt op voordracht van de kring van gemeentesecretarissen door het bestuur Veiligheidsregio aangewezen. Artikel 24 Bevolkingszorg Wijziging 2022: dit artikel is toegevoegd vanwege de besluitvorming rond regionalisering van bevolkingszorgtaken. Artikel 25 Directeurenberaad Voor de afstemming binnen het directeurenberaad is gekozen voor een belangenbehartiging vanuit de kolommen. De directeur Veiligheidsregio fungeert als technisch voorzitter van het overleg. De coördinerend gemeentesecretaris wordt op voordracht vanuit de gemeenschappelijke gemeentesecretarissen aangesteld door het bestuur van de Veiligheidsregio.
In de regel zal de voordracht komen vanuit het regionaal overleg van gemeentesecretarissen. De coördinerend gemeentesecretaris waarborgt de belangen van de gemeenten in het directeurenberaad enerzijds en de inbedding van de crisisbeheersing- en rampenbestrijdingsoptiek in het overleg van gemeentesecretarissen anderzijds. In tegenstelling tot de overige leden van de veiligheidsdirectie beschikt de coördinerend gemeentesecretaris niet over bevoegdheden in de “kolom Bevolkingszorg” (de gemeenten). Hij vervult vooral een adviserende, stimulerende, diplomatieke rol. Bij niet nakomen van de regionaal vastgelegde afspraken door een van de gemeenten kan sturing plaatsvinden door bestuurlijke beïnvloeding door het Algemeen Bestuur. Wijziging 2022: de opsomming van adhoc leden is verwijderd om zo meer mogelijkheid te bieden om situationeel en vraag gestuurd adviseurs en leden uit te nodigen. Artikel 26 Personeel Dit artikel behoeft geen toelichting Wijziging 2022: formulering is aangepast aan de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Artikel 27 Rechtspositie Dit artikel behoeft geen toelichting Wijziging 2022: formulering is aangepast aan de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Artikel 28 Begroting De artikelen 186f tot en met 213 van de Gemeentewet zijn ook van toepassing verklaard op de gemeenschappelijke regelingen.
Ook het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is van toepassing. De ontwerpbegroting is zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten met welke producten verband houden. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting minimaal dertien weken voordat zij wordt vastgesteld toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten. Gekozen is voor een ruimere termijn dan de wettelijke zes weken, om de gemeenten voldoende tijd te geven te reageren en de colleges in de gelegenheid te stellen het gevoelen van de gemeenteraad in te winnen. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient.
De termijn waarop de begroting uiterlijk moet zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur stelt gemeenten in staat de uitgaven die gemoeid zijn met de Veiligheidsregio in de eigen begroting te verwerken. Het gaat immers om verplichte uitgaven. Conform artikel 34, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de begroting uiterlijk 15 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, gezonden aan gedeputeerde staten van NoordBrabant. Wijziging 2022: Termijnen en uiterste data zijn aangepast aan het gestelde in wet- en regelgeving. In de praktijk worden termijnen en uiterste data, met in achtneming van wettelijke bepalingen, ook vastgelegd in een overeenkomst tussen de deelnemende gemeenten en de vier regionale gemeenschappelijke regelingen, waarbij tenminste wordt voldaan aan de wettelijke bepalingen. Wijziging 2024: Verplichte toevoeging van lid 3 en aanpassing termijnen 15 september en 15 juli op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 29 Rekening Het Algemeen Bestuur stelt de rekening vast vóór 1 juli in het jaar volgend op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft.
De jaarrekening wordt na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant en aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden. Artikel 30 Verdeling der kosten Wijziging 2022: Rijksbijdragen worden niet langer geregeld via het Besluit Doeluitkering Rampenbestrijding. Specifieke kostenverdelingen worden niet langer via de gemeenschappelijke regelingen gedifferentieerd vastgelegd. Wijziging 2024: 1e lid: De oorspronkelijke tekst sloot niet aan bij doel van middelen. 2e lid: De oorspronkelijke tekst sluit niet meer aan bij de wijze waarop nu naar bijdragen wordt gekeken. Met deze aanpassing formaliseren we dit in de GR. De oorspronkelijke tekst was relevant bij het vormen van de Veiligheidsregio. Toen was de wens om de kosten van gemeentelijke rampenbestrijding en bluswatervoorziening buiten beschouwing te laten bij analyses over de kosten van de “oude” gemeentelijke brandweerzorg. Sindsdien is al steeds alleen gekeken naar de uitkering uit het gemeentefonds. Met deze aanpassing formaliseren we dit in de GR. Artikel 31 Verdeling der kosten Dit artikel behoeft geen toelichting Artikel 32 Verdeling der kosten Deze bepaling is op verzoek van de Bank Nederlandse Gemeenten opgenomen.
De bank verkrijgt hiermee de zekerheid dat de Veiligheidsregio alle maatregelen zal nemen om de gemeenten aan hun verplichtingen te laten voldoen. Artikel 33 Financiële voorschriften De verordenende bevoegdheid als genoemd in dit artikel wordt ontleend aan de Gemeentewet hoofdstuk XIVartikel 212 en 213 en is daarmee niet strijdig met hetgeen is bepaald in artikel 4, lid 2 onder g van deze gemeenschappelijke regeling. Wijziging 2022: de specificatie met betrekking tot hetgeen in de financiële verordening behoort te worden geregeld is weggelaten omdat kan worden verwezen naar de gemeentewet. De eerdere specificatie was ook incompleet. Artikel 34 Archiefbescheiden
Dit artikel behoeft geen toelichting Wijziging 2022: formulering is aangepast aan de formuleringen in de Archiefwet 1995 en de voorschriften van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. Artikel 35 Toetreding en uittreding Een gemeenschappelijke regeling dient een regeling te bevatten (art. 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen) over toetreding en uittreding. In een bijlage bij de Wet zijn de gemeenten aangewezen waarvan de colleges een gemeenschappelijke regeling moeten treffen ter zake van regionale brandweer en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Dit betekent dat gemeenten alleen kunnen uittreden uit deze gemeenschappelijke regeling of toetreden tot deze regeling als de verdeling van de gemeenten in regio’s in deze bijlage wordt gewijzigd. In dat geval zijn de gemeenten zelfs verplicht over te gaan naar een andere gemeenschappelijke regeling. Wijziging 2024: 3e lid: Verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 36 Wijziging of opheffing Gekozen is voor wijziging van de Gemeenschappelijk regeling alleen ingeval alle colleges hierover eensluidend besluiten. Dit doet recht aan de intentie tot samenwerking zoals dit al decennia lang in onze regio aanwezig is.
Artikel 37 Geschillen en klachten De bedoeling van dit artikel is om geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen eerst op intergemeentelijk niveau te doen beslechten. Dit middels een bemiddelende rol van de Commissaris van de Koning. Mochten de partijen er op dit niveau niet uitkomen, dan staat de weg naar gedeputeerde staten op grond van artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen weer volledig open. Voor de behandeling van klachten is de Veiligheidsregio verplicht een voorziening te treffen. Artikel 38 Overgangs- en slotbepalingen Dit artikel behoeft geen toelichting. Wijziging 2024 3e lid: Verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 39 Citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting.