RN 077 Wijziging GR Reiniging Blink 2022 - Toelichting Gemeenschappelijke regeling reiniging Blink 2022
Tekst van het document
Versie 1-4-2021 Toelichting Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink 2022 Inleiding In 2001 hebben Watco Gemeentelijke Dienstverlening B.V. en de bevoegde bestuursorganen van de gemeente Helmond de gemeenschappelijke regeling reiniging Blink getroffen. Per 1 juli 2001 hebben de bevoegde bestuursorganen van de gemeente Gemert-Bakel zich hierbij aangesloten. Voor deelname aan de gemeenschappelijke regeling door een privaatrechtelijke rechtspersoon is bij koninklijk besluit aan Watco Gemeentelijke Dienstverlening B.V. een machtiging verstrekt, die via rechtsopvolger Sita Gemeentelijke Dienstverlening B.V. is overgegaan op Suez Gemeentelijke Dienstverlening B.V.. In de achterliggende jaren zijn tot deze gemeenschappelijke regeling toegetreden de gemeenten Asten, Deurne, Heeze-Leende, Laarbeek, Nuenen c.a. en Someren. Dat heeft steeds geleid tot gedeeltelijke herzieningen. De gemeenschappelijke regeling is voor het laatst gewijzigd in 2017 (t.g.v. toetreding Heeze-Leende) en in werking getreden op 1 augustus 2017. Burgemeester en wethouders van Son en Breugel hebben maart 2021 gevraagd om toe te mogen treden tot de regeling Blink. Door het Algemeen Bestuur van Blink is hierop positief gereageerd. Noodzakelijk is dat de regeling met het oog hierop gewijzigd wordt. De voorliggende regeling is hierop aangepast.
De voorliggende gemeenschappelijke regeling is een collegeregeling waaraan PREZERO als privaatrechtelijke rechtspersoon deelneemt. Dat betekent dat geen raadsbevoegdheden zijn ingebracht. In de regeling zijn wel enkele bepalingen opgenomen die voortvloeien uit de Wijzigingswet Wet gemeenschappelijke regelingen die de raden van de deelnemende gemeenten een formele positie geven. Controle en beïnvloeding zijn daarmee mogelijk. De ervaring leert dat het bij collegeregelingen van belang is dat een goede communicatie op gang komt met de raden van de deelnemende gemeenten. Transparantie bij de taakuitvoering vergroot de onderlinge betrokkenheid. Democratische legitimatie De gemeenschappelijke regeling Blink is een collegeregeling. Aan het openbaar lichaam worden geen bevoegdheden overgedragen (delegatie) of opgedragen (mandaat). De colleges hebben op basis van het bepaalde in de gemeentelijke Afvalstoffenverordening, ieder voor zich, besloten Blink aan te wijzen als inzameldienst voor het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en KWDbedrijfsafvalstoffen, zoals bedoeld in de Afvalstoffenverordening. Blink is dientengevolge bevoegd tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in de artikelen 10.21 eerste lid en artikel 10:22 eerste lid Wet milieubeheer.
Voorts worden door de deelnemende gemeenten bij Blink taken neergelegd op het terrein van de vervulling van overheidstaken op het vlak van inzameling, sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen, gladheidsbestrijding en reiniging. Dit gebeurt op basis van bilaterale afspraken tussen de deelnemende gemeenten en Blink. In financieel opzicht worden deze afspraken opgenomen in de programmabegroting en in de jaarrekening van de deelnemende gemeenten. De positie van de gemeenteraad bij het treffen van een collegeregeling is in de wet geregeld. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt in artikel 1 tweede lid dat de gemeenteraad voor het treffen van zo’n regeling toestemming moet geven. Dat geldt bij het aangaan, wijzigen, toetreden en uittreden. De door het college gevraagde toestemming kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Dat impliceert een beperkte toetsing. Die toetsing is wel nodig omdat met het aangaan van een nieuwe gemeenschappelijke regeling de gemeente er een
verbonden partij bij krijgt en de financiële gevolgen van de regeling opgenomen worden in de begroting van de gemeente. De hieruit voortvloeiende verplichtingen zijn zelfs verplichte uitgaven als bedoeld in artikel 194 Gemeentewet. Als zodanig heeft het aangaan en het functioneren van een gemeenschappelijke regeling gevolgen voor het budgetrecht van de gemeenteraad. Het is daarom ook juist dat de gemeenteraad in de gelegenheid is hierover een standpunt in te nemen binnen de geschetste wettelijke kaders (niet in strijd met het recht of het algemeen belang). Het college van burgemeester en wethouders is individueel en gezamenlijk verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad voor het gevoerde bestuur (zie artikel 169 Gemeentewet). De gemeenteraad bestaat uit de gekozen volksvertegenwoordigers, die door hun verkiezing democratisch gelegitimeerd zijn. Die verantwoordingsplicht van het college en de individuele leden verandert niet als de colleges van burgemeester en wethouders besluiten een collegeregeling aan te gaan. Voor de leden van het Algemeen Bestuur blijft die verantwoordingsplicht voor elk lid naar de raad van de eigen gemeente bestaan (zie artikel 19 derde lid juncto artikel 16 tweede lid Wgr). Het vragenrecht en recht van interpellatie blijven bestaan ook jegens collegeleden die lid zijn van het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam.
Ingevolge artikel 16 vierde lid Wgr kan de gemeenteraad een lid van het Algemeen bestuur dat afkomstig is uit de eigen gemeente ontslag verlenen. Daarenboven geldt dat raadsleden gebruik kunnen maken van het enquêterecht ex artikel 155a Gemeentewet en voorts ook dat rekenkamer(commissies) onderzoeken kunnen doen (zie artikel 27 van de regeling). In financieel opzicht blijven de gemeenteraden in positie omdat zij jaarlijks hun zienswijze kenbaar kunnen maken over de ontwerpbegroting en het daaraan ten grondslag liggend bedrijfsplan. Dat bedrijfsplan komt tot stand in overleg tussen het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Hierin worden de afspraken per gemeente vastgelegd. Elk college van burgemeester en wethouders en elk individueel collegelid is daarop in de eigen gemeente aanspreekbaar. Door toezending van de jaarrekening van het openbaar lichaam wordt achteraf verantwoording afgelegd. Eerder is dat intern gebeurd bij de aanbieding van de jaarrekening door het Dagelijks bestuur aan het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam.
Ten slotte wordt opgemerkt dat indien een tussentijdse begrotingswijziging nodig is, die leidt tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdrage, de raden van de deelnemende gemeenten wederom in de gelegenheid zijn zich daarover uit te spreken en hun zienswijze kenbaar te maken (zie artikel 33 derde lid regeling), tenzij er geen sprake is van aanpassing van de gemeentelijke bijdragen. Wettelijk kader Op deze gemeenschappelijke regeling zijn van toepassing de Wet gemeenschappelijke regelingen zoals deze luidt op 1 januari 2015, de Gemeentewet en de Wet Milieubeheer.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Instelling en plaats van vestiging Het openbaar lichaam Blink heeft rechtspersoonlijkheid en kan uit dien hoofde zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen. Artikel 10 lid 3 Wgr bepaalt dat in de regeling de vestigingsplaats benoemd moet worden. Het betreft de statutaire vestigingsplaats van het openbaar lichaam. Dit is onder meer van belang voor de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Artikel 2 Begripsbepalingen Gebruikte begrippen komen terug in de tekst van de regeling. Indien verwezen wordt naar wetten geldt de wettekst die van kracht is ten tijde van het raadplegen van de regeling. Artikel 3 Doel In het eerste lid van dit artikel is expliciet het belang als bedoeld in artikel 10 eerste lid Wgr benoemd waarom de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en PREZERO deze regeling treffen: dat gebeurt ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemende gemeenten.
Opgericht is door de deelnemende gemeenten en PREZERO een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie op in de vorm van een openbaar lichaam voor de uitvoering van gemeentelijke taken op het terrein van de afvalinzameling en reinigingstaken die bij wet - in het bijzonder de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer - aan de deelnemende gemeenten zijn opgedragen en/of die voortvloeien uit de aan de gemeenten op grond van de Gemeentewet toevertrouwde zorg voor de eigen huishouding op het terrein van het milieu, zoals benoemd in de Wmb. Van belang is de notie dat de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie opereert in een dynamische beleidsmatige context, die rekening moet houden met de ontwikkelingen in de markt. Naast pure inzameling van huishoudelijke afvalstoffen gaat het ook om sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen, de gladheidsbestrijding en de reiniging van de openbare ruimte van de deelnemende gemeenten. Artikel 4 Bevoegdheden Het openbaar lichaam is een uitvoeringsorganisatie ten dienste van de deelnemende gemeenten en PREZERO. Op grond van de gemeentelijke Afvalstoffenverordening hebben de deelnemende gemeenten Blink aangewezen als inzameldienst.
Door het toekennen van die wettelijke status geldt voor de taakuitoefening door Blink de betreffende gemeentelijke Afvalstoffen verordening, het daarop gebaseerde uitvoeringsbesluit en de daarbij behorende nadere regels. Expliciet is opgenomen in het vierde lid dat het Algemeen bestuur overeenkomsten kan afsluiten met een of meer deelnemende gemeenten met betrekking tot de sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen. Uitgangspunt is dat het eigendomsrecht bij de gemeenten berust doch het in een aantal gevallen praktischer is de sortering, vermarkting en (eind) verwerking door het openbaar lichaam te laten gebeuren. Hiervoor kan een financiële verrekening plaats vinden tussen het openbaar lichaam en de betreffende deelnemende gemeente(n). Expliciet is in de regeling opgenomen dat het Algemeen bestuur bevoegd is privaatrechtelijke rechtspersonen op te richten of daarin deel te nemen (Van die bevoegdheid is in het verleden gebruik gemaakt om Personeel Blink B.V. op te richten). Artikel 31a tweede lid van de Wgr bevat
inmiddels de bepaling dat het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid moet stellen vooraf hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Artikel 5 Taken In dit artikel zijn de taken van de uitvoeringsorganisatie Blink beschreven. Artikel 6 Organen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 7 Samenstelling Algemeen bestuur Onderwerp van deze gemeenschappelijke regeling is de uitoefening van collegebevoegdheden. Op grond van artikel 13 zesde lid Wgr kunnen alleen leden van het college van burgemeester en wethouders lid zijn van het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam Blink. Door de deelname van PREZERO aan de regeling heeft ook de directie van PREZERO als verantwoordelijk vennootschapsrechtelijk orgaan zitting in het Algemeen bestuur (zie artikel 95 Wgr). Elk college kan een lid voor het Algemeen bestuur aanwijzen. Ook dient er per gemeente een plaatsvervangende lid aangewezen te worden. Op deze manier is men steeds verzekerd van de bestuurlijke betrokkenheid van de deelnemende gemeente bij het bestuur over het openbaar lichaam. Ook PREZERO is middels een lid in het Algemeen bestuur vertegenwoordigd.
Het door het college van Helmond aangewezen plaatsvervangend lid fungeert bij afwezigheid of ontstentenis als plaatsvervangend voorzitter van het Algemeen bestuur, niet als plaatsvervangend voorzitter van het Dagelijks bestuur (zie toelichting bij artikel 17). Artikel 8 Werkwijze Algemeen bestuur In artikel 22, eerste lid van de Wgr is geregeld dat het Algemeen bestuur een reglement van orde vaststelt. In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: vaststellen vergaderschema; -
opstellen agenda, uitnodiging c.q. kennisgeving vergadering en verslaglegging; wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming; handhaving van de orde tijdens de vergadering; besloten- c.q. openheid van vergadering. In beginsel zijn de vergaderingen openbaar. Onder voorwaarden kan besloten worden tot een besloten vergadering. De onderwerpen waarover niet in een besloten vergadering kan worden beraadslaagd of besloten, zijn limitatief opgesomd in het derde lid.
De verwijzing naar de artikelen uit de Gemeentewet hebben betrekking op het functioneren van de gemeenteraad (b.v. ordehandhaving, onthouden van deelname aan stemmingen). In de Wgr wordt de gemeenteraad gelijk gesteld aan het Algemeen bestuur. De vergaderingen van het Algemeen bestuur zijn openbaar. De plaatsvervangende leden van het Algemeen bestuur kunnen de vergaderingen als toehoorder bijwonen. Zij hebben in die hoedanigheid geen stemrecht. Artikel 9 Besluitvorming. Het Algemeen bestuur bestaat uit 9 leden. Elk lid heeft een stem. Besloten wordt in beginsel met een gewone meerderheid van stemmen. Besluiten betreffende vaststelling van de begroting en begrotingswijzigingen en jaarstukken behoeven unanieme instemming van de leden van het Algemeen bestuur. De ratio hiervoor is gelegen in het bepaalde in artikel 34.
Artikel 10 Bevoegdheden In artikel 33 Wgr is bepaald dat de bevoegdheden bij de regeling worden overgedragen bij het Algemeen bestuur berusten tenzij bij de wet of in de regeling anders is bepaald. In artikel 33b van de Wgr zijn bevoegdheden opgesomd die in elk geval behoren bij het dagelijks bestuur. Hiermee is het behoud van het monistische stelsel zoals dat voor 6 maart 2002 voor gemeenten van kracht was in de Wgr vastgelegd. Verwijzing naar de Gemeentewet zoals die voor 6 maart 2002 van kracht was, is hiermee overbodig geworden. Artikel 11 Geheimhouding Bepaling is gelijk aan bepalingen uit de Gemeentewet die gelden voor raadsvergaderingen. Artikel 12 Samenstelling Dagelijks bestuur Op grond van artikel 14 derde lid Wgr mogen de leden van het Dagelijks bestuur nimmer de meerderheid uit maken van het Algemeen bestuur. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om te werken met een personele unie tussen het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur. Dit heeft geleid tot de keuze voor een Dagelijks bestuur dat bestaat uit drie leden waaronder de voorzitter. Twee leden, waaronder de voorzitter, zijn afkomstig uit de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, die tevens zitting hebben in het Algemeen bestuur. Het derde lid is het door PREZERO aangewezen lid van het Algemeen bestuur.
De zittingsperiode parallel aan de zittingsperiode van de colleges van burgemeester en wethouders is opgenomen om wijzigingen en omloop in samenstelling van Dagelijks bestuur mogelijk te maken. Artikel 13 Taak Dagelijks bestuur Naast de vaste portefeuilles van voorzitter en plaatsvervangend-voorzitter is er tenminste een portefeuillehouder financiën. Daarnaast kunnen er meer portefeuilles worden gevormd. Combinatie van portefeuilles is mogelijk. Artikel 14 Bevoegdheden Dagelijks bestuur Dit artikel behoeft geen toelichting. Verwezen wordt naar het gestelde bij artikel 10. Artikel 15 Vergaderingen Dagelijks bestuur De bepalingen in de Gemeentewet betrekking hebben op stemmingen en het functioneren van het college van burgemeester en wethouders zijn van overeenkomstige toepassing. De vergaderingen van het Dagelijks bestuur vinden plaats achter gesloten deuren. Het Dagelijks bestuur stelt een regelement van orde op dat aan het Algemeen bestuur wordt toegezonden. Artikel 16 Geheimhouding Identiek aan het gestelde onder artikel 11. Artikel 17 Voorzitter, plaatsvervangend-voorzitter, De voorzitter wordt door en uit het Algemeen bestuur aangewezen op grond van het bepaalde in artikel 13 negende lid Wgr. Eén externe voorzitter is niet mogelijk. De voorzitter van het Algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur (artikel 13 lid 9 juncto artikel 14 lid 1 Wgr).
Het Dagelijks bestuur kent geen plaatsvervangers. Dat betekent dat bij afwezigheid van de voorzitter van het Dagelijks bestuur het andere lid van het Dagelijks bestuur fungeert als plaatsvervangend voorzitter van het Dagelijks bestuur. Vanwege rollenscheiding is
het lid van het Algemeen bestuur dat door PREZERO is aangewezen niet benoembaar tot voorzitter of plaatsvervangend voorzitter. Artikel 18 Secretaris Uitgegaan wordt van de situatie dat het Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur worden bijgestaan door een ambtelijk secretaris. De secretaris kan afkomstig zijn van een van de deelnemende gemeente en deels werkzaam zijn voor het openbaar lichaam. Artikel 19 De controller Bepaling is afkomstig uit oorspronkelijke gemeenschappelijke regeling. Toegevoegd zijn het tweede en derde lid om betrokken functionaris ook richting Dagelijks bestuur en Algemeen bestuur beter te positioneren. Artikel 20 Bestuurscommissies Omwille van korte heldere bestuurlijke lijnen dient terughoudend omgegaan te worden met het instellen van het zware instrument van bestuurscommissies. Voor de volledigheid is deze optie toch in de regeling opgenomen. Het Algemeen bestuur dient ingevolge artikel 25 eerste lid Wgr het voornemen om een functionele bestuurscommissie in het leven te roepen te melden bij de raden van de deelnemende gemeenten en bij de directie van PREZERO en hen in de gelegenheid stellen hun wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het Algemeen bestuur. Artikel 21 Commissies van advies Raadsleden kunnen in een collegeregeling geen lid zijn van een adviescommissie.
De instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur en aan de voorzitter geschiedt door het Algemeen bestuur. Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter worden ingesteld door het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter. Artikel 22 Werkgroepen, overlegvormen. Het gaat hier om informele overlegvormen, die als zodanig niet zijn benoemd in de Gemeentewet. Genoemde overlegvormen kunnen een rol spelen bij de beleidsvoorbereiding of beleidsuitvoering. Artikel 23 Tegemoetkoming. Uitgangspunt is dat zo min mogelijk bestuurskosten ten laste van het openbaar lichaam Blink gebracht. Denkbaar is dat in incidenteel gevallen een uitzondering gemaakt moet worden op deze hoofdregel. In een op te stellen verordening zal dit uitgewerkt moeten worden. Artikel 24 Interne inlichtingenplicht en verantwoordingsplicht lid Dagelijks bestuur. De artikelen 24 tot en met 26 zijn aangepast als gevolg van de wijziging van de Wgr per 1 januari 2015. Artikel 24 verwijst naar artikel 19a Wgr. Artikel 25 Externe inlichtingenplicht. Artikel 25 spiegelt met artikel 17 van de Wgr.
Artikel 26 Externe verantwoordingsplicht. Dit artikel spiegelt met artikel 16 Wgr, dat ingevolge artikel 18 Wgr eveneens van toepassing is op collegeregelingen. Artikel 27 Informatieplicht rekenkamer(commissies) en accountant. Door expliciete vermelding van deze medewerkingsplicht kunnen de lokale reken(commissies) hun onderzoeksterrein uitbreiden naar het openbaar lichaam. Het tweede lid ziet op de accountantscontrole ten behoeve van PREZERO. Artikel 28 Directeur. De directeur is in dienst van PREZERO en op basis van een detacheringsovereenkomst te werk gesteld bij Blink. Te werkstelling geschiedt voor een door het Algemeen bestuur te bepalen aantal dagdelen per week. Als zodanig geeft de directeur leiding aan het personeel dat wordt ingehuurd via Personeel Blink B.V. Artikel 29 Personeel Uitgangspunt is dat Blink geen eigen personeel in dienst heeft, doch dat naar behoefte personeel op basis van een detacheringsovereenkomst ingehuurd kan worden bij Personeel Blink B.V. Met inachtneming van de aanbestedingsregelgeving kan door Blink bij PREZERO materieel en menskracht ingehuurd worden. Optioneel is in de regeling opgenomen dat Blink zelf personeel in dienst neemt op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Uitgesloten is daarmee dat ambtenaren in dienst treden bij Blink. Artikel 30 Rechtspositie Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 31 Financiële informatieplicht Dit artikel vloeit voort uit het bepaalde in artikel 34b Wgr. Artikel 32 Begroting De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn ook van toepassing verklaard op de gemeenschappelijke regelingen. Ook het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is van toepassing. De ontwerpbegroting wordt zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten met welke producten verband houden. Het Dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting minimaal acht weken voordat zij wordt vastgesteld toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten conform het bepaalde in artikel 35 Wgr. Binnen die periode zijn de colleges in de gelegenheid het gevoel van de gemeenteraad in te winnen. Het Dagelijks bestuur stuurt de vastgestelde begroting toe aan gedeputeerde staten vóór 1 augustus in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. De termijn waarop de begroting uiterlijk moet zijn vastgesteld door het Algemeen bestuur stelt gemeenten in staat de uitgaven die gemoeid zijn met het openbaar lichaam in de eigen begroting te verwerken. Het gaat immers om verplichte uitgaven ex artikel 193 Gemeentewet. Artikel 33 Verrekenmodel Blink PREZERO deelnemende gemeenten Dit artikel bevat een herformulering van artikel 19 uit de gemeenschappelijke regeling Blink 2012. Getracht is tot een heldere tekst te komen.
Artikel 34 De middelen Dit artikel bevat een herformulering van artikel 18 uit de gemeenschappelijke regeling Blink 2012. Getracht is tot een heldere tekst te komen. Artikel 35 Rekening Het Algemeen bestuur stelt de rekening vast vóór 1 juli in het jaar volgend op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft. De jaarrekening wordt na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant en aan de colleges van de deelnemende gemeenten en aan PREZERO gezonden. Artikel 36 Jaarverslag Artikel behoeft geen nadere toelichting. Wel wordt de aandacht gevestigd op het feit dat het Algemeen bestuur na vaststelling van het jaarverslag hierover een bijeenkomst organiseert voor de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 37 Verplichte uitgaven. De kosten voortvloeiend uit deelname aan een gemeenschappelijke regeling zijn voor de deelnemers verplichte uitgaven als bedoeld in artikel 193 Gemeentewet. Als de gemeenteraad deze kosten opvoert als uitgaven in de programmabegroting gebeurt dat door gedeputeerde staten. Deelname aan het openbaar lichaam is daarom geen vrijblijvende aangelegenheid. Artikel 38 Financiële gegoedheid. Het openbaar lichaam zal bancaire relaties moeten aangaan. Deze bepaling is op verzoek van de Bank Nederlandse Gemeenten opgenomen.
De bank verkrijgt hiermee de zekerheid dat het openbaar lichaam alle maatregelen zal nemen om de gemeenten aan hun verplichtingen te laten voldoen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in een circulaire uit 1999 aangedrongen op het opnemen van deze bepaling in gemeenschappelijke regelingen. Artikel 39 Financiële voorschriften De verordenende bevoegdheid als genoemd in dit artikel wordt ontleend aan de Gemeentewet hoofdstuk XIV (artikelen 212 en 213). In artikel 4 tweede lid van de regeling is deze verordende bevoegdheid van het Algemeen bestuur exclusief benoemd. Artikel 40 Archiefbescheiden Gekozen is voor een ruime formulering. Op dit tijdstip is geen sprake van mandatering van bevoegdheden noch van delegatie van bevoegdheden. Artikel 41 Archiefbewaarplaats Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 42 Ter beschikking te stellen archiefstukken. Het gaat om een technische uitwerking hoe om te gaan met het ter beschikking stellen van archiefstukken. Artikel 43 Evaluatie. In de regeling is expliciet vermeld dat Blink een cyclisch evaluatieonderzoek doet uitvoeren. De laatste keer dat dat gebeurd is, is op 1 juli 2014. Op basis van het uitgebrachte evaluatie onderzoek kunnen de deelnemers besluiten om uit te treden, zulks conform de procesgang als beschreven in artikel 45
Artikel 44 Toetreding Een gemeenschappelijke regeling dient een regeling te bevatten over toetreding. De bepaling van de condities bij toetreding wordt bepaald door het Algemeen bestuur in overleg met de toetredende gemeente. Toetreding veronderstelt wijziging van deze gemeenschappelijke regeling. Artikel 45 Uittreding. De gevolgen van uittreding en de daaraan te stellen voorwaarden worden geregeld door het Algemeen bestuur. Uittreding op grond van artikel 45 kan alleen op basis van de in het vierde lid genoemde gronden, zulks in tegenstelling tot het bepaalde in artikel 43 tweede lid. Artikel 46 Wijziging Gekozen is voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling alleen ingeval alle colleges na verkregen toestemming van de gemeenteraden en PREZERO hierover eensluidend besluiten. Artikel 47 Opheffing. Opheffing van de gemeenschappelijke regeling kan alleen ingeval alle colleges na verkregen toestemming van de gemeenteraden hierover eensluidend besluiten. Opheffing is voorts het geval als PREZERO besluit om uit te treden. Inhoudelijk komt deze bepaling overeen met hetgeen bepaald is in de gemeenschappelijke regeling Blink 2012. Artikel 48 Geschillen. Sinds 2015 worden geschillen tussen deelnemers aan een geschillencommissie voorgelegd voordat het geschil aan gedeputeerde staten wordt voorgelegd. Artikel 49 Klachten.
Het openbaar lichaam zal een klachtenvoorziening in stand moeten houden en daarvoor een verordening dienen vast te stellen. Het ligt in de rede dat door het openbaar lichaam aansluiting verzocht wordt bij de Nationale ombudsman als bovenliggende voorziening voor klagers. Artikel 50 Samenstelling bestuursorganen. Het betreft een overgangsbepaling. Artikel 51 Inwerkingtreding. Verwezen wordt naar artikel 26 tweede en derde lid Wgr. Artikel 52 Toezending. Verwezen wordt naar artikel 26 eerste lid Wgr.