RN 073 Concept statuten Stichting Openbare Basisscholen Helmond
Tekst van het document
Statuten STATUTEN Begripsbepalingen Artikel 1 1.
In deze statuten wordt verstaan onder: a.
"raad": de raad van toezicht;
b.
"bestuur": het college van bestuur;
c.
"stichting": de Stichting Openbare Basisscholen Helmond;
d.
"gemeenteraad": de gemeenteraad van de gemeente Helmond, welke de instandhouding van de openbare scholen, aan de stichting heeft overgedragen;
e.
"scholen": de scholen zoals deze lijst met de namen van de scholen die onder het bevoegd gezag van de stichting vallen,
f.
"schriftelijk
(bericht)":
elk
via
gangbare
communicatiekanalen
overgebracht bericht, daaronder begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, gericht aan of afkomstig van het adres dat voor dit doel bekend is gemaakt; g.
"Wpo": de Wet op het primair onderwijs danwel een daarvoor in de plaats komende regeling.
2.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.
3.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht in en omgekeerd.
Naam en zetel; duur Artikel 2
1. De stichting draagt de naam: Stichting Openbare Basisscholen Helmond. 2. De stichting heeft haar zetel in de gemeente Helmond. 3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Doel en middelen Artikel 3
1.
De stichting heeft tot doel het geven van openbaar onderwijs aan de scholen die onder haar gezag vallen, overeenkomstig artikel 46 Wet op het primair onderwijs. Om het doel te verwezenlijken kan de stichting gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn.
2.
De stichting beoogt niet het maken van winst.
Organen Artikel 4
De stichting kent de volgende organen: a.
het college van bestuur, zijnde het bevoegd gezag in de zin van de Wet op het primair onderwijs van de door de stichting in stand gehouden scholen, hierna te noemen: "bestuur"; en
b.
de raad van toezicht, hierna te noemen: de "raad".
College van bestuur; samenstelling en benoeming; belet en ontstentenis Artikel 5 1.
Het bestuur bestaat uit een door de raad te bepalen aantal leden.
2.
Indien het bestuur uit één lid bestaat, draagt deze persoon de titel: "bestuurder". Indien het bestuur uit meerdere leden bestaat, wijst de raad één van hen aan tot voorzitter van het bestuur.
3.
De leden van het bestuur worden benoemd door de raad, met inachtneming van het bepaalde in artikel 12 lid 3.
4.
Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad, na verkregen advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en profielschets.
5.
De leden van het bestuur respecteren en onderschrijven de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs.
6.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.
7.
Indien het bestuur uit meerdere leden bestaat, neemt of nemen bij ontstentenis of belet van een lid een ander lid of de andere leden de volledige taken van het bestuur waar. Het overblijvende lid of de overblijvende leden blijft of blijven bevoegd om rechtsgeldige besluiten te nemen.
8.
Bij belet of ontstentenis van het enige lid of alle leden van het bestuur benoemt de raad met inachtneming van het bepaalde in artikel 12 lid 3 onverwijld een andere persoon tot bestuurder.
9.
De raad stelt de rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden van het bestuur vast binnen de kaders van de CAO bestuurders funderend onderwijs.
College van bestuur; taken en bevoegdheden
Artikel 6 1.
Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Het bestuur is bevoegd gezag van de onder de stichting ressorterende scholen in de zin van de Wet op het primair onderwijs en als zodanig eindverantwoordelijk voor het bestuur van de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen.
2.
Aan het bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe, die tot het bevoegd gezag behoren en die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
3.
Het bestuur is, met inachtneming van het bepaalde in lid 7 onder f. en g., bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 106 Wpo, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
4.
Het bestuur is bevoegd om, onverminderd zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid, taken en bevoegdheden te mandateren.
5.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het vastleggen van taken en bevoegdheden die het bestuur opdraagt aan de directeuren en voor het vastleggen van instructies ten aanzien van deze taken en verantwoordelijkheden in het managementstatuut overeenkomstig artikel 31 Wpo.
6.
Het bestuur draagt met inachtneming van de Archiefwet 1995 zorg voor de archiefbescheiden.
7.
Voorafgaande goedkeuring van de raad is vereist voor bestuursbesluiten inzake: a. het vaststellen van de begroting en meerjarenbegroting; b.
het vaststellen van de jaarrekening, het treasurystatuut en het jaarverslag;
c.
het vaststellen van het strategisch beleid, het meerjarenbeleid en het managementstatuut;
d.
het stichten, opheffen, fuseren of afsplitsen van scholen of delen van scholen, daaronder mede verstaan het aangaan/beëindigen van duurzame samenwerkingsrelaties met derden;
e.
ingrijpende reorganisaties, waaronder in ieder geval moet worden verstaan het gelijktijdig of binnen een kort tijdsbestek beëindigen van de arbeidsovereenkomsten
dan
wel
ingrijpend
wijzigen
van
de
arbeidsvoorwaarden van meer dan tien procent (10%) van het in dienst van de stichting zijnde personeel;
f.
het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen;
g.
het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt;
h.
het aangaan van geldleningen vanaf een zeker bedrag, vast te stellen door de raad;
i.
investeringen of een combinatie van investeringen die buiten de begroting een bedrag te boven gaan waarvan de hoogte jaarlijks door de raad wordt vastgesteld;
j.
het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo;
8.
k.
een aanvraag tot faillissement of surseance van betaling;
l.
juridische fusie en juridische splitsing van de stichting.
Het bestuur behoeft naast de goedkeuring van de raad bij de genoemde besluiten in het vorige lid ook goedkeuring dan wel instemming van zowel de gemeenteraad van de gemeente Helmond voor besluiten tot: a. het wijzigen van de statuten van de stichting; b.
het ontbinden van de stichting;
c.
het opheffen van een school.
Indien het een besluit bedoeld onder a. betreft en de gemeenteraad niet binnen zes maanden nadat hij is uitgenodigd om instemming te verlenen aan het voorgenomen besluit inhoudelijk heeft gereageerd op deze uitnodiging, wordt de instemming door de de gemeenteraad geacht te zijn verleend. Het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente kan voor het aflopen van die termijn te kennen geven dat de termijn met drie maanden wordt verlengd. Indien het een besluit onder b. en c. betreft is de uitdrukkelijke goedkeuring van de gemeenteraad vereist. College van bestuur; gedragsregels en werkwijze Artikel 7 1.
Het bestuur richt zich ten aanzien van de vervulling van zijn taak op het doel en het belang van de door de stichting in stand gehouden scholen en het belang van de samenleving.
2.
Het bestuur oefent zijn taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden uit met inachtneming van het in de wet, en de statuten en de reglementen bepaalde. De gedragsregels, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het bestuur zijn nader vastgelegd in het reglement van het college van bestuur.
3.
Het bestuur draagt, conform artikel 13 van de statuten en met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in het reglement van de raad, zorg voor een adequate informatievoorziening over de gang van zaken binnen de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen aan de raad.
4.
Het bestuur zal met betrekking tot hetgeen hem uit hoofde van zijn functie vertrouwelijk te zijner kennis is gekomen de nodige zorgvuldigheid en geheimhouding in acht nemen.
5.
Elk lid van het bestuur is gelijkelijk bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. Het bestuur draagt zorg voor openbare kennisgeving van de vergadering. Daarbij geeft het aan op welke plaats de agenda en de bijbehorende stukken ter inzage liggen.
6.
De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar, tenzij en voor zover het bestuur besluit dat het belang van de stichting, de door de stichting in stand gehouden scholen of de privacy van betrokkenen zich daartegen verzet.
7.
In de vergaderingen van bestuur heeft ieder lid van het bestuur één stem. Alle besluiten worden door het bestuur genomen met een volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Indien het bestuur uit meerdere leden bestaat, wordt in de besluitvorming gestreefd naar consensus. Indien de stemmen staken, is de stem van de voorzitter van het bestuur doorslaggevend.
8.
Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk geschiedt en alle leden van het bestuur met het betreffende voorstel instemmen. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.
College van bestuur; vertegenwoordiging Artikel 8 1.
Het bestuur alsmede ieder lid van het bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2.
In alle gevallen waarin een of meer leden van het bestuur een tegenstrijdig belang met de stichting heeft of hebben, dan wel er sprake is van een verstrengeling van belangen, wordt de stichting niettemin vertegenwoordigd op de wijze als bepaald in lid 1, doch na voorafgaande goedkeuring van de raad.
3.
Het ontbreken van de goedkeuring door de raad van een besluit van het bestuur als
bedoeld
in
artikel
6
lid
7
onder
f.
en
g.
tast
de
vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur aan. Het ontbreken van de goedkeuring door de raad van andere besluiten van het bestuur tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur niet aan. 4.
Het bestuur kan besluiten tot verlening van een schriftelijke volmacht aan
derden,
om
de
stichting
binnen
de grenzen
van
die
volmacht
te
vertegenwoordigen. College van bestuur; defungeren, schorsing en ontslag Artikel 9 1.
Een lid van het bestuur defungeert: a.
door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen;
b.
door zijn vrijwillig of periodiek aftreden;
c.
door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;
2.
d.
door zijn ontslag door de rechtbank;
e.
door zijn overlijden;
f.
door zijn ontslag verleend door de raad.
Een lid van het bestuur kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de raad, ook wanneer hij voor bepaalde tijd is benoemd. Hij wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad te verantwoorden. Daarbij kan hij zich laten bijstaan door een raadsman. Het besluit tot schorsing of ontslag wordt door de raad genomen met inachtneming van het bepaalde in artikel 12 lid 3.
3.
De schorsing van een lid van het bestuur kan één of meer malen worden verlengd. De schorsing vervalt indien de raad niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot ontslag of tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing wordt genomen.
Raad van toezicht, samenstelling en benoeming, belet en ontstentenis Artikel 10 1.
De raad bestaat uit een door de raad te bepalen aantal van minimaal drie en maximaal vijf natuurlijke personen, onder wie een voorzitter en een vicevoorzitter.
2.
De leden van de raad worden benoemd door de gemeenteraad. De benoeming geschiedt op bindende voordracht van de raad, tenzij de benoeming geschiedt op bindende voordracht van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dan wel de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad zoals hierna bedoeld.
3.
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad, waarbij
geldt dat bij het opmaken van die voordracht ten minste de meerderheid van de oudergeleding vóór die voordracht dient te zijn. 4.
In aanvulling daarop wordt een derde gedeelte, verminderd met één in verband met het in de vorige zin bepaalde, van het aantal leden waaruit de raad bestaat op bindende voordracht van de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad benoemd. Voor zover een derde gedeelte niet een rond getal als resultaat kent, wordt dit getal naar boven afgerond.
5.
De voordrachten zoals hiervoor bedoeld worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie en vinden plaats aan de hand van een door de raad,
na
verkregen
medezeggenschapsraad,
advies vast
te
van
de
gemeenschappelijke
stellen
openbare
werving-
en
selectieprocedure en profielschets. 6.
De op voordracht benoemde leden van de raad vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van de bij de stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen.
7.
De raad wijst uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter aan. Bij afwezigheid van de voorzitter neemt de vicevoorzitter de werkzaamheden van de voorzitter waar.
8.
De leden van de raad dienen het doel van de stichting te onderschrijven. De leden van de raad richten zich bij de vervulling van hun taak op het belang van de stichting en de door de stichting in stand gehouden onderwijsinstellingen.
9.
Benoeming vindt plaats voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming is mogelijk voor maximaal één nieuwe periode van ten hoogste vier jaar. De raad stelt een rooster van aftreden op. Elk lid van de raad treedt volgens het rooster af.
10.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad behoudt zijn bevoegdheden.
11.
Bij belet of ontstentenis van één of meerdere leden van de raad nemen de overblijvende leden de werkzaamheden van de raad waar. De raad is alsdan bevoegd om rechtsgeldige besluiten te nemen. Bij belet of ontstentenis van alle leden van de raad zal door de gemeenteraad een nieuwe raad worden benoemd. De benoeming kan geschieden op verzoek van een afgetreden lid van de raad, het bestuur of de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
12.
De leden van de raad kunnen voor hun werkzaamheden worden gehonoreerd. Onkosten worden aan hen vergoed. Wanneer leden van de raad voor hun werkzaamheden worden gehonoreerd, geschiedt dit ingevolge een besluit van
de raad, genomen na overleg met het bestuur. De hoogte van het honorarium zal maatschappelijk passend zijn en wordt openbaar gemaakt. Raad van toezicht; defungeren, schorsing en ontslag Artikel 11 1.
Een lid van de raad defungeert: a.
door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen;
b.
door zijn vrijwillig of periodiek aftreden;
c.
door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;
d.
door zijn ontslag door de rechtbank;
e.
door zijn overlijden;
f.
door zijn ontslag verleend door de gemeenteraad op voordracht van de raad.
2.
Een lid van de raad kan worden geschorst en ontslagen door de gemeenteraad, al dan niet op verzoek van de raad, wegens onder meer: a.
verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren;
b.
onverenigbaarheid van functies of belangen;
c.
wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid van de raad redelijkerwijs niet van de stichting kan worden verlangd.
3.
Een lid van de raad dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich jegens de gemeenteraad te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van de raad over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord.
4.
De schorsing van een lid van de raad kan één of meer malen worden verlengd. De schorsing vervalt indien de gemeenteraad niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot ontslag of tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing wordt genomen.
Raad van toezicht; taken en bevoegdheden Artikel 12 1.
De raad houdt toezicht op de verwezenlijking van de doelstelling van de stichting, de algemene gang van zaken binnen de stichting en de onderwijsinstellingen die door de stichting in stand worden gehouden, alsmede op het beleid en het functioneren van het bestuur. De raad adviseert het
bestuur gevraagd en ongevraagd. De raad is voorts belast met de overige werkzaamheden welke hem bij of krachtens deze statuten worden opgedragen. 2.
De taken en bevoegdheden van de raad zijn zodanig dat de raad een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. De raad is ten minste belast met: a.
het goedkeuren van de begroting, meerjarenbegroting en het jaarverslag en het meerjarenbeleidsplan van de stichting, alsmede het goedkeuren van de besluiten van het bestuur als genoemd in artikel 6 lid 7;
b.
het toezien op de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van de stichting, het bereiken van de doelen en gewenste resultaten en het belang van de samenleving;
c.
het houden van toezicht op het functioneren van het bestuur en het toezien op de naleving door het bestuur van de wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur als bedoeld in artikel 171 lid 1 Wpo en eventuele afwijkingen van die code;
d.
het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van financiële middelen.
3.
De raad benoemt, schorst en ontslaat de leden van het bestuur met twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derde van de in functie zijnde leden van de raad aanwezig of vertegenwoordigd is.
4.
De raad stelt, na bespreking met het bestuur, het reglement voor de raad vast. De gedragsregels, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de raad zijn nader vastgelegd in het reglement van de raad van toezicht. De raad keurt voorts het door het bestuur op te stellen reglement van het bestuur goed.
5.
De raad legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de taken en bevoegdheden als hiervoor genoemd in het jaarverslag van de stichting en draagt er zorg voor dat dit verslag ten minste aan het bestuur, de medezeggenschapsraden, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de gemeenteraad ter beschikking wordt gesteld.
Raad van toezicht; informatievoorziening Artikel 13
De raad wint informatie in: door de informatieverstrekking, gevraagd en ongevraagd, door het bestuur conform artikel 7 lid 3 van de statuten;
Raad van toezicht; werkwijze en vergaderingen Artikel 14 1.
De vergaderingen van de raad worden bijgewoond door het bestuur, tenzij naar het oordeel van de raad het belang van de stichting zich daartegen verzet. De raad vergadert minimaal vier keer per jaar.
2.
Naast bovengenoemde vergaderingen vergadert de raad minimaal eenmaal per jaar zonder de aanwezigheid van het bestuur. Deze vergadering heeft tot doel het functioneren van de raad te evalueren, alsmede de relatie tot het bestuur en de samenstelling en beoordeling van het bestuur.
3.
De agenda en de plaats van de vergaderingen worden door de voorzitter van de raad in overleg met het bestuur vastgesteld. Dit behoudens de vergadering genoemd in artikel 14 lid 2.
4.
De oproeping tot de vergadering wordt uit naam van de voorzitter van de raad door het secretariaat van de stichting verricht. De oproeping geschiedt – behoudens spoedeisende gevallen – schriftelijk en ten minste zeven dagen (de dag van de vergadering en de dag van de versturing van de stukken niet meegerekend) voor de vergadering en gaat vergezeld van de agenda en eventueel te bespreken stukken.
5.
Verslaglegging van de vergaderingen van de raad vindt plaats door het secretariaat van de stichting door middel van een verslag op hoofdpunten en een besluitenlijst.
6.
De raad vergadert in beslotenheid, onverminderd het in lid 1 bepaalde. Alleen op uitnodiging van de voorzitter kunnen derden aanwezig zijn bij de vergadering of een deel ervan.
7.
De raad kan ter vergadering alleen geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden van de raad aanwezig is dan wel telefonisch rechtstreeks met de in vergadering zijnde leden is verbonden en voor alle aanwezigen duidelijk hoorbaar is.
8.
Besluiten door de raad worden genomen bij gewone meerderheid van geldig uitgebrachte stemmen, voor zover de statuten niet anders bepalen. Indien de stemmen staken, heeft de voorzitter van de raad een doorslaggevende stem.
9.
De raad kan ook buiten vergadering besluiten, mits met voorkennis van het bestuur en mits alle in functie zijnde leden van de raad te kennen hebben gegeven tegen deze wijze van besluitvorming geen bezwaar te hebben. De stemmen worden alsdan schriftelijk uitgebracht. De besluiten worden conform lid 8 genomen.
Boekjaar; jaarstukken Artikel 15 1.
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2.
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3.
Het bestuur stelt jaarlijks een begroting op voor het komende boekjaar en legt deze voor het einde van het boekjaar ter goedkeuring voor aan de raad.
4.
Het bestuur brengt in het jaarverslag jaarlijks aan de gemeenteraad verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs, de financiële situatie in het meerjarenperspectief en de kwaliteit van het onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt.
5.
Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Het bestuur maakt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening en het jaarverslag op.
6.
De raad benoemt de accountant, na overleg met het bestuur. De raad geeft de accountant de opdracht tot controle van de jaarrekening. De raad is bevoegd om de opdracht aan de accountant in te trekken.
7.
De jaarstukken als hiervoor bedoeld worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de raad en ten blijke daarvan door alle leden van het bestuur en alle leden van de raad ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan.
8.
Het bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaren lang te bewaren.
Statutenwijziging Artikel 16 1.
Het bestuur is met goedkeuring van de raad bevoegd om de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
2.
Het besluit tot goedkeuring van de raad wordt genomen met een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derde van de in functie zijnde leden van de raad aanwezig of vertegenwoordigd is.
3.
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder lid van het bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.
4.
Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledig doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
5.
Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot juridische fusie en/of splitsing.
Ontbinding en vereffening Artikel 17 1.
Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad. Het bepaalde in artikel 16 lid 2 is van overeenkomstige toepassing. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
2.
Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".
3.
De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij de raad en/of de gemeenteraad anders besluiten. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt uitgekeerd aan een door het bestuur na goedkeuring van de raad bij het besluit van ontbinding aan te wijzen rechtspersoon waarvan de doelstelling zo veel mogelijk overeenkomt met het doel van de stichting. Indien en voor zover een dergelijke aanwijzing niet heeft plaatsgehad of niet meer uitgevoerd kan worden, wordt op verzoek van vereffenaar(s) het batig saldo besteed overeenkomstig een door een rechter verbonden aan een rechtbank binnen wiens rechtsgebied de zetel van de stichting is gelegen te bepalen doel.
4.
Bij ontbinding van de stichting wordt het archief onder nader vast te stellen voorwaarden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Helmond.
Taken en bevoegdheden gemeenteraad; coördinatieplatform raadsbevoegdheden Artikel 18 1.
In aanvulling op het interne toezicht uitgeoefend door de raad, kan de gemeenteraad zich vanuit zijn wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs wenden tot het bestuur van de stichting.
2.
De gemeenteraad heeft, naast de bevoegdheid tot het verlenen van goedkeuring dan wel instemming aan de in artikel 6 lid 8 genoemde bestuursbesluiten, de volgende bevoegdheden:
a.
benoeming van leden van de raad op voordracht van de raad en schorsing en ontslag al dan niet op voordracht van de raad; en
b.
ontbinding van de stichting, indien er sprake is van handelen in strijd met de wet en/of ernstige taakverwaarlozing door het bestuur, doch met inachtneming van het hierna bepaalde.
3.
De gemeenteraad is bevoegd in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of het functioneren van het bestuur in strijd met de Wpo, zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zonodig de stichting te ontbinden.
4.
Het toezien op het functioneren van en handelen conform de Wpo door het bestuur is, als vermeld in artikel 12, primair de taak van de raad. In het reglement van de raad van toezicht worden de kwalificaties casu quo parameters uitgewerkt ten aanzien van het onderwerp 'ernstige taakverwaarlozing' door het bestuur, teneinde te bevorderen dat de taak van enerzijds de raad en anderzijds de gemeenteraad op dit onderwerp professioneel uitgeoefend kan worden. Deze bepalingen in het reglement van de raad van toezicht behoeven de goedkeuring van de gemeenteraad.
5.
De gemeenteraad stelt, alvorens hij overgaat tot het nemen van maatregelen als bedoeld in lid 3 van dit artikel, de raad in de gelegenheid in overleg te treden met de gemeenteraad en de mogelijkheden te verkennen en eventueel uit te voeren die noodzakelijk zijn om de gerezen bezwaren tegen het door het bestuur gevoerde beleid of het functioneren van het bestuur op andere wijze weg te nemen.
6.
De in artikel 153 Wpo uitgewerkte bevoegdheid tot opheffing van een door de stichting in stand gehouden openbare school is voorbehouden aan de gemeenteraad.
Slotbepaling Artikel 19. In gevallen waarin de wet, de statuten, het bestuur respectievelijk de raad niet voorzien, beslist de raad, gehoord het bestuur.