CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 064 Geactualiseerde GR Senzer en memorie van toelichting

Gemeenteraad 7 oktober 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Zienswijze geactualiseerde GR Senzer11.762 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Laarbeek d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Laarbeek De burgemeester de secretaris

Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Someren d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Someren De burgemeester de secretaris

25

26

Toelichting De cursieve tekst betreft de tekst die betrekking heeft op de gemeenschappelijke regeling.

Algemeen De gemeenschappelijke regeling is een collegeregeling. Dat betekent dat geen raadsbevoegdheden zijn ingebracht. Voor de taakuitvoering van het openbaar lichaam wordt gewerkt met overgedragen bevoegdheden (delegatie).

Positie raden De positie van de gemeenteraad bij het treffen van een collegeregeling is in de wet geregeld. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt in artikel 1 tweede lid dat de gemeenteraad voor het treffen van zo’n regeling toestemming moet geven. Dat geldt bij het aangaan, wijzigen, toetreden en uittreden. De door het college gevraagde toestemming kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Dat impliceert een beperkte toetsing. Die toetsing is wel nodig omdat met het aangaan van een nieuwe gemeenschappelijke regeling de gemeente er een verbonden partij bij krijgt en de financiële gevolgen van de regeling opgenomen worden in de begroting van de gemeente. De hieruit voortvloeiende verplichtingen zijn zelfs verplichte uitgaven als bedoeld in artikel 193 Gemeentewet. Als zodanig heeft het aangaan en het functioneren van een gemeenschappelijke regeling gevolgen voor het budgetrecht van de gemeenteraad. Het is daarom ook juist dat de gemeenteraad in de gelegenheid is hierover een standpunt in te nemen binnen de geschetste wettelijke kaders (niet in strijd met het recht of het algemeen belang). Het college van burgemeester en wethouders is individueel en gezamenlijk verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad voor het gevoerde bestuur (zie artikel 169 Gemeentewet).

De gemeenteraad bestaat uit de gekozen volksvertegenwoordigers, die door hun verkiezing democratisch gelegitimeerd zijn. Die verantwoordingsplicht van het college en de individuele leden verandert niet als de colleges van burgemeester en wethouders besluiten een collegeregeling aan te gaan.

Verantwoording Voor de leden van het algemeen bestuur blijft die verantwoordingsplicht voor elk lid naar de raad van de eigen gemeente bestaan. Het vragenrecht en recht van interpellatie blijven bestaan ook jegens collegeleden die lid zijn van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam. Ingevolge artikel 16 vierde lid Wgr kan de gemeenteraad een lid van het algemeen bestuur dat afkomstig is uit de eigen gemeente ontslag verlenen. Daarenboven geldt dat raadsleden gebruik kunnen maken van het enquêterecht ex artikel 155a Gemeentewet en voorts ook dat rekenkamer(commissies) onderzoeken kunnen doen (zie artikel 26 van de regeling). In financieel opzicht blijven de gemeenteraden in positie omdat zij jaarlijks hun zienswijze kenbaar kunnen maken over de ontwerpbegroting. Dat bedrijfsplan komt tot stand in overleg tussen het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Hierin worden de afspraken per gemeente vastgelegd. Elk college van burgemeester en wethouders en elk individueel collegelid is daarop in de eigen gemeente aanspreekbaar. Door toezending van de jaarrekening van het openbaar lichaam wordt achteraf verantwoording afgelegd. Eerder is dat intern gebeurd bij de aanbieding van de jaarrekening door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam.

Ten slotte wordt opgemerkt dat indien een tussentijdse begrotingswijziging nodig is, die leidt tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdrage, de raden van de deelnemende gemeenten wederom in de gelegenheid zijn zich daarover uit te spreken en hun zienswijze kenbaar te maken (zie artikel 31 derde lid regeling), tenzij er geen sprake is van aanpassing van de gemeentelijke bijdragen.

Wettelijk kader Op deze gemeenschappelijke regeling zijn van toepassing de Wet gemeenschappelijke regelingen zoals deze luidt op 1 juli 2022, de Gemeentewet, de Wsw, de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), Wet kinderopvang (Wko) en aanverwante wet- en regelgeving.

27

Relevante artikelsgewijze toelichting Hieronder wordt een beknopte artikelsgewijze toelichting gegeven. Artikel 3 Doel In het eerste lid van dit artikel is expliciet het belang als bedoeld in artikel 10 eerste lid Wgr benoemd waarom de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten deze regeling treffen: dat gebeurt ter behartiging van de sturing en beheersing van uitvoeringstaken en van ondersteunende processen van de deelnemende gemeenten Artikel 4 Bevoegdheden Delegatie is in dit artikel verankerd voor alle ingebrachte taken, mandaat is verwijderd (en geldt dus alleen voor de extra taken in artikel 3 vierde lid). De bevoegdheid om nadere regels en beleidsregels te stellen is in lijn gebracht met de delegatie. Er is geen wijziging opgetreden in verordenende bevoegdheden. De raden blijven bevoegd de materiële verordenende bevoegdheden voor bijvoorbeeld de Participatiewet uit te oefenen. De bevoegdheid om nadere en beleidsregels te stellen heeft alleen betrekking op de gedelegeerde bevoegdheden. Omdat het dagelijks bestuur bestaat uit leden uit alle deelnemende gemeenten, komen de regels op een gedragen wijze tot stand. Voorts wordt gewezen op de algemene verantwoordingsplicht van leden van het algemeen bestuur op grond van artikel 25 van de regeling en 16 van de Wgr. Dit geldt dus ook voor het stellen van nadere regels en beleidsregels.

Expliciet is in de regeling opgenomen dat het algemeen bestuur bevoegd is privaatrechtelijke rechtspersonen op te richten of daarin deel te nemen. Artikel 31a tweede lid van de Wgr bevat inmiddels de bepaling dat het algemeen bestuur van het openbaar lichaam de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid moet stellen vooraf hun zienswijzen kenbaar te maken Artikel 5 Taken In dit artikel zijn de taken van Senzer beschreven. Het oude vierde lid (uitbreiding taken eerst na aanpassing van de gemeenschappelijke regeling) is gelet op praktische belemmeringen bij bijvoorbeeld de uitvoering van de Covid-regelingen niet meer opgenomen. In het vijfde lid is conform artikel 10 tweede lid Wgr de mogelijkheid beschreven om andere taken over te dragen aan Senzer. Het gaat hier om nieuwe, andere basistaken dan de taken die zijn opgenomen in het eerste lid. Voorgeschreven wordt dat dit pas kan als er eensluidende besluiten van alle colleges zijn genomen voor een dergelijke delegatie van nieuwe basistaken. Artikel 7 Samenstelling algemeen bestuur Onderwerp van deze gemeenschappelijke regeling is de uitoefening van collegebevoegdheden. Op grond van artikel 13 zesde lid Wgr kunnen alleen leden van het college van burgemeester en wethouders lid zijn van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Senzer. Elk college wijst twee leden voor het algemeen bestuur aan.

Op deze manier is men steeds verzekerd van de bestuurlijke betrokkenheid van de deelnemende gemeente bij het bestuur over het openbaar lichaam. Plaatsvervanging is niet mogelijk. Artikel 8 Werkwijze algemeen bestuur In artikel 22 eerste lid van de Wgr is geregeld dat het algemeen bestuur een reglement van orde vaststelt. In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: vaststellen vergaderschema; opstellen agenda, uitnodiging c.q. kennisgeving vergadering en verslagleggingswijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming; handhaving van de orde tijdens de vergadering; besloten- c.q. openheid van vergadering. In beginsel zijn de vergaderingen openbaar. Onder voorwaarden kan besloten worden tot een besloten vergadering. De onderwerpen waarover niet in een besloten vergadering kan worden beraadslaagd of besloten, zijn limitatief opgesomd in het derde lid. De verwijzing naar de artikelen uit de Gemeentewet hebben betrekking op het functioneren van de gemeenteraad (b.v. ordehandhaving, onthouden van deelname aan stemmingen). In de Wgr wordt de gemeenteraad gelijkgesteld aan het algemeen bestuur. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur kunnen de vergaderingen als toehoorder bijwonen. Zij hebben in die hoedanigheid geen stemrecht.

Artikel 9 Besluitvorming Het algemeen bestuur bestaat uit veertien leden. Elk lid heeft een stem. Besloten wordt in beginsel met een gewone meerderheid van stemmen. Besluiten betreffende vaststelling van de begroting en begrotingswijzigingen en jaarstukken dienen genomen te worden met een meerderheid van minimaal tien stemmen. De ratio hiervoor is gelegen in de overtuiging dat dergelijke voor de samenwerking wezenlijke besluiten meten steunen op een gekwalificeerde meerderheid. Dit artikel is ongewijzigd overgenomen van de bestaande regeling.

28

Artikel 10 Bevoegdheden In artikel 33 Wgr is bepaald dat de bevoegdheden bij de regeling worden overgedragen bij het algemeen bestuur berusten tenzij bij de wet of in de regeling anders is bepaald. In artikel 33b van de Wgr zijn bevoegdheden opgesomd die in elk geval behoren bij het dagelijks bestuur. Hiermee is het behoud van het monistische stelsel zoals dat voor 6 maart 2002 voor gemeenten van kracht was in de Wgr vastgelegd. Verwijzing naar de Gemeentewet zoals die voor 6 maart 2002 van kracht was, is hiermee overbodig geworden. De raadsadviescommissie is toegevoegd in de opsomming over de bevoegdheden tot instelling van commissies. Artikel 12 Samenstelling dagelijks bestuur Op grond van artikel 14 derde lid Wgr mogen de leden van het dagelijks bestuur nimmer de meerderheid uit maken van het algemeen bestuur. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om te werken met een personele unie tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Dit heeft geleid tot de keuze voor een dagelijks bestuur dat bestaat uit zeven leden waaronder de voorzitter en een algemeen bestuur dat bestaat uit veertien leden. De zittingsperiode parallel aan de zittingsperiode van de colleges van burgemeester en wethouders is opgenomen om wijzigingen in de samenstelling van dagelijks bestuur aan het begin van een nieuwe collegeperiode mogelijk te maken.

Artikel 14 Bevoegdheden dagelijks bestuur Dit artikel is niet gewijzigd. Artikel 15 Vergaderingen dagelijks bestuur De bepalingen in de Gemeentewet betrekking hebben op stemmingen en het functioneren van het college van burgemeester en wethouders zijn van overeenkomstige toepassing. De vergaderingen van het dagelijks bestuur vinden plaats achter gesloten deuren. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde op dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden. Artikel 16 Geheimhouding De verwijzing naar de Wet openbaarheid van bestuur is veranderd in die naar de Wet open overheid in dit artikel over geheimhouding. Artikel 17 Voorzitter, vice-voorzitter, De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op grond van het bepaalde in artikel 13 negende lid Wgr. In de regeling is opgenomen dat het lid van het algemeen bestuur dat afkomstig is uit de qua inwoneraantal grootste gemeente wordt aangewezen als voorzitter. Voor de betreffende gemeente spelen in kwantitatief opzicht de grootste belangen. Daarbij komt nog dat in kader van de indeling van Nederland in arbeidsmarktregio’s Helmond is aangewezen als centrumgemeente van de arbeidsmarktregio Helmond-Peel. Ook voor de sociale partners die betrokken zijn bij de werking van de arbeidsmarktregio is een voorzitter die afkomstig is uit de centrumgemeente, die voor hen gemakkelijk aanspreekbaar is, wenselijk.

Om genoemde redenen is het uiterst wenselijk dat dat portefeuillehouder in het college van Helmond aangewezen wordt als voorzitter. Een externe voorzitter is niet mogelijk. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur (artikel 13 negende juncto artikel 14 eerste lid 1 Wgr). Het dagelijks bestuur kent geen plaatsvervangers. Dat betekent dat bij afwezigheid van de voorzitter een andere lid fungeert als vice-voorzitter van het dagelijks bestuur. De facto kunnen de voorzitter, vice-voorzitter en secretaris gezamenlijk optrekken met de algemeen directeur en als presidium bij de voorbereidingen van de vergaderingen van algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Artikel 18 Secretaris De secretaris wordt aangewezen door het algemeen bestuur uit de leden van het dagelijks bestuur. De secretaris is zowel secretaris van het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur en wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door een medewerker van het openbaar lichaam. Het dagelijks bestuur regel in overleg met de algemeen directeur de bijstand van de secretaris. Artikel 19 Commissies van advies Raadsleden kunnen in een collegeregeling geen lid zijn van een adviescommissie. De instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur en aan de voorzitter geschiedt door het algemeen bestuur.

Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter worden ingesteld door het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter.

Artikel 20 Raadsadviescommissie In dit artikel is de raadsadviescommissie bedoeld in de nieuwe Wgr opgenomen en beschreven.

29

Artikel 21 Bestuurscommissies Omwille van korte heldere bestuurlijke lijnen dient terughoudend omgegaan te worden met het instellen van het zware instrument van bestuurscommissies. Voor de volledigheid is deze optie toch in de regeling opgenomen Het algemeen bestuur dient ingevolge artikel 25 eerste lid Wgr het voornemen om een functionele bestuurscommissie in het leven te roepen te melden bij de raden van de deelnemende gemeenten en hen in de gelegenheid stellen hun zienswijzen ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Artikel 22 Cliëntenparticipatie De grondslag voor participatie voor cliënten en ingezetenen is beschreven. Het artikel verwijst naar de voorgeschreven participatie in de specifieke wetten en de participatie op basis van de nieuwe Wgr. Artikel 23 De vergoeding voor de leden van de raadsadviescommissie is toegevoegd zoals wordt voorgeschreven in de nieuwe Wgr. Artikel 24 en 25 Inlichtingen en verantwoording De inlichtingenplicht is beschreven conform de nieuwe Wgr. Artikel 27 Algemeen directeur In de regeling is vastgelegd dat er onder een eenhoofdige leiding is van de uitvoeringsorganisatie van het openbaar lichaam: de algemeen directeur. Op grond van het nieuwe artikel 33b Wgr is het dagelijks bestuur het bevoegde orgaan als het gaat om benoeming, schorsing en ontslag. Het dagelijks bestuur stelt een instructie vast voor de algemeen directeur.

Artikel 29 Op grond van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) zijn de ambtenaren bij het openbaar lichaam per 1 januari 2020 werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling. En is op deze arbeidsovereenkomsten de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) van toepassing. Artikel 31 Begroting De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn ook van toepassing verklaard op de gemeenschappelijke regelingen. Ook het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is van toepassing. De ontwerpbegroting wordt zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten met welke producten verband houden. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting op grond van de nieuw Wgr minimaal 12 weken voordat zij wordt vastgesteld toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten conform het bepaalde in artikel 35 Wgr. Binnen die periode zijn de colleges in de gelegenheid het gevoel van de gemeenteraad in te winnen Het dagelijks bestuur stuurt de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting toe aan gedeputeerde staten vóór 1 augustus in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. De termijn waarop de begroting uiterlijk moet zijn vastgesteld door het algemeen bestuur stelt gemeenten in staat de uitgaven die gemoeid zijn met het openbaar lichaam in de eigen begroting te verwerken.

Het gaat immers om verplichte uitgaven ex artikel 193 Gemeentewet. De termijn voor zienswijzen van de raad is in overeenstemming gebracht met de nieuwe Wgr. Artikel 32 Rekening Het algemeen bestuur stelt de rekening vast vóór 1 juli in het jaar volgend op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft. De jaarrekening wordt na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant en aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden Artikel 33 Geldmiddelen Dit artikel is aangepast en vereenvoudigd. Het leidende beginsel blijft dat de deelnemende gemeenten ervoor zorgen dat het openbaar lichaam over voldoende middelen beschikt om taken uit te voeren. Artikel 34 Inkomsten In artikel 34 is de grondslag voor de bijdrageverordening opgenomen. Om te komen tot een gerechtvaardigde bijdrage van de afzonderlijke deelnemende gemeenten worden de uitgangspunten voor de verdeling van de bijdrage afgestemd met de deelnemende gemeenten en vastgelegd in verdeelprincipes. Deze vormen de basis voor de te hanteren verdeelsleutels. De verdeelsleutels worden bij gekwalificeerde meerderheid vastgesteld. Gekozen is voor 10 voorstemmen. Het openbaar lichaam Senzer verwerft ook inkomsten door het verrichten van opdrachten en werkzaamheden voor derden.

Daarbij valt te denken aan bijvoorbeeld detachering van medewerkers en het verrichten van groenonderhoud. Het gaat om op

30

jaarbasis wisselende inkomsten die, al dan niet, mede kunnen leiden tot een positief bedrijfsresultaat. Om die reden wordt een prudent financieel beleid voorgestaan. Benoemd is dat deze inkomsten aangewend kunnen worden als dekkingsmiddel voor de uitvoeringskosten van het openbaar lichaam. Artikel 37 Financiële voorschriften De verordenende bevoegdheid als genoemd in dit artikel wordt ontleend aan de Gemeentewet hoofdstuk XIV (artikelen 212 en 213). In artikel 4 tweede lid van de regeling is deze verordende bevoegdheid van het algemeen bestuur exclusief benoemd. Artikel 38 Bij overbrengen van archiefbescheiden is delegatie leidend gemaakt en dus is ook de zorgplicht bij Senzer neergelegd. Artikel 41 In dit artikel is een evaluatieverplichting opgenomen met een eerste termijn van 5 jaar. Artikel 43 tot en met 49 De regeling voor uittreding en wijziging is in overeenstemming gebracht met de nieuwe Wgr en legt uitgangspunten vast voor het proces en de wijze van berekening van een uittredingsvergoeding.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16030310/1