RN 057 QA Beethoven Wonen-Subsidievoorwaarden-GREX-en-VEX
Tekst van het document
Q&A Beethoven Wonen – Subsidiemaatregel Beethoven Wonen Versie: 23 juni 2025, wordt bijgewerkt bij nieuwe informatie Status: Werkdocument Gebruik: Voor vakspecialisten bij gemeenten, woningcorporaties, provincies en uitvoerende partijen betrokken bij subsidieaanvragen en projectuitvoering. Voor meer algemene informatie, bekijk de Q&A Beethoven Wonen – Algemene informatie. Navigeer naar: -
Algemene vragen over deelname en planning Subsidievoorwaarden GREX (grondexploitatie) Subsidievoorwaarden VEX (vastgoedexploitatie) Aanvraagvereisten en beoordeling Na toekenning: uitvoering, rapportage en betaling
Algemene vragen over deelname en planning 1. Komt mijn project in aanmerking voor Beethoven? Antwoord: Projecten komen in aanmerking als ze bijdragen aan de realisatie van minimaal 40 woningen en/of onzelfstandige studenteneenheden, met een start bouw uiterlijk in 2030. Afhankelijk van het type project wordt subsidie aangevraagd via de Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX-regeling) of de VEX-regeling (vastgoedexploitatie). Voor de Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX) geldt dat minimaal 50% van de woningen betaalbaar moet zijn. De bouw van de eerste woning moet binnen drie jaar na toekenning starten, en de oplevering uiterlijk eind 2033 plaatsvinden. Er moet sprake zijn van een aantoonbaar financieel tekort. NB: bij eerdere communicatie over de regeling GREX is aangegeven dat de start bouw binnen twee jaar moet plaatsvinden. Bij de definitieve regeling wordt deze aanpassing (bouwstart binnen drie jaar) formeel vastgelegd. Voor VEX moet minimaal twee derde van de woningen betaalbaar zijn. Voor VEX is het onder voorwaarden mogelijk kleinere projecten binnen 1 gemeente te bundelen om de grens van 40 te halen. 2. Wat is de planning en wat zijn de termijnen voor de eerste tranche? Antwoord: Voor GREX kunnen aanvragen worden ingediend van medio september tot begin oktober.
De exacte data worden bekendgemaakt bij vaststelling van de regeling (eerste week van juli). Voor VEX kunnen aanvragen worden ingediend van 1 oktober tot en met 30 oktober 2025. De beoordeling duurt circa 12 weken Let op: gemeenten wordt gevraagd om vóór de zomer projecten aan te leveren als onderlegger voor een aanvraag. 3. Wat als mijn project nog niet klaar is voor de eerste tranche? Antwoord: Er volgen meerdere tranches tot tenminste 2028. Gemeenten kunnen projecten voorbereiden voor indiening in een latere ronde.
4. Zijn projecten met start bouw na 31-12-2030 subsidiabel? Antwoord: Nee, de bouw van de laatste woning in het project moet uiterlijk starten in 2030 om in aanmerking te komen. 5. Wat gebeurt er als een aanvraag niet op tijd wordt ingediend? Antwoord: Voor Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX) heeft dit mogelijk gevolgen, omdat het budget van €23,75 miljoen in 2025 niet kan worden doorgeschoven. Niet-benutte middelen vervallen. Wel kan het project in een volgende tranche opnieuw worden ingediend. Voor VEX geldt: als een project niet op tijd wordt ingediend, vervalt de subsidie binnen de betreffende tranche. Indien er een volgende tranche komt én het project nog voldoet aan de voorwaarden, kan het opnieuw worden ingediend. 6. Kunnen subsidies worden gecombineerd of gestapeld voor één project? Bijvoorbeeld VEX en GREX, of WBI en VEX? Antwoord: Zie handreiking. 7. Moet de cofinanciering al via een raadsbesluit zijn vastgesteld? Antwoord: De aanvrager moet aantonen dat ten minste 25% van de publieke onrendabele top wordt gefinancierd door gemeenten. Op het moment van aanvraag moet er voldoende zekerheid zijn over de toegezegde bijdragen. Het college van B&W stemt bij indiening in met de opgegeven medebekostiging (eventueel onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad). De toezegging mag voorwaardelijk zijn aan het verkrijgen van de subsidie. 8.
Wie kan een aanvraag indienen? Antwoord: Voor zowel de regeling VEX als de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX) dient het college van B&W de aanvraag in. De verwachting is dat gemeenten hierbij samenwerken met woningcorporaties of ontwikkelaars.
Subsidievoorwaarden regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX) 9. Wat zijn subsidiabele activiteiten in de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX)? Antwoord: De regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX) levert een bijdrage aan het publieke onrendabele tekort op een grondexploitatie. Dit tekort ontstaat wanneer de noodzakelijke en toerekenbare publieke investeringen hoger zijn dan de publieke opbrengsten uit bijvoorbeeld grondverkoop of kostenverhaal. 10. Onder welke voorwaarden kan ik een bijdrage aanvragen uit de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven? Antwoord: Een project komt in aanmerking voor subsidie uit de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX) als het: • • • • •
Bijdraagt aan het realiseren of versnellen van betaalbare woningbouw in een afgebakend projectgebied; Een aantoonbaar publiek financieel tekort kent; Minimaal 40 (netto) woningen toevoegt, waarvan minimaal 50% betaalbaar; Nog niet gestart is met de bouw van woningen; Binnen drie kalenderjaren start met de bouw van de eerste woningen en uiterlijk op 31 december 2030 met de laatste woningen;
•
Uiterlijk op 31 december 2033 volledig gerealiseerd is.
11. Mogen actieve grondexploitaties opgevoerd worden in de aanvraag, als de start bouw van de woningen nog niet heeft plaatsgevonden? Antwoord: Ja, dat mag. De aanvraag voor de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX) heeft betrekking op woningen waarvan de bouw nog niet is gestart, maar die binnen afzienbare tijd kunnen starten. De bouw van de eerste woning moet binnen drie jaar na de datum van de uitkeringsbeschikking starten. De bouw van de laatste woning moet uiterlijk in 2030 gestart zijn. 12. Mag een tekort in vastgoedexploitatie worden opgenomen in de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX)? Antwoord: Nee. Alleen een tekort in de publieke grondexploitatie komt in aanmerking voor subsidie via de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX). Wel kunnen lagere opbrengsten als gevolg van een betaalbaar woningbouwprogramma effect hebben op de publieke opbrengstenkant van de grondexploitatie. 13.Hoe moeten ‘kosten voor de betaalbaarheid van de woningen’ worden opgevoerd in de bijlage ‘Indieningsspreadsheet’? Antwoord: De hoogte van de huur- of verkoopprijzen van de woningen is van invloed op grondwaarde. Voor publieke ontwikkelingen kan de grondopbrengst worden berekend in tabblad 1.1.d van de spreadsheet. Een groter aandeel betaalbare woningen leidt doorgaans tot lagere opbrengsten.
Als er sprake is van een faciliterende businesscase waarbij de woningen ontwikkeld worden op private gronden, dan kan het betaalbare programma leiden tot macro-aftopping. De (verwachte) opbrengst van het kostenverhaal kan ingevuld worden op tabblad 7.1.b. in rij 31. Doordat de effecten van de betaalbaarheid in beide gevallen (actief dan wel faciliterend beleid) al aan de opbrengstenkant zijn verwerkt (en daarmee meegerekend in het publieke onrendabele top), is het niet mogelijk om een aparte reeks met kosten van betaalbaarheid op te voeren (zoals bijvoorbeeld gederfde inkomsten als gevolg van een groter betaalbaar programma of een hogere inbrengwaarde van de grond omdat er een minder betaalbaar woonsegment beoogd was). 14. Wat als de gemeente vaste grondprijzen hanteert? Antwoord: Om de publieke onrendabele top te bepalen, wordt de aanvrager gevraagd inzicht te geven in de publieke kosten- en opbrengstenposten van het project. De grondprijs voor sociale huurwoningen kan worden opgevoerd als onderdeel van de opbrengsten. Het (vastgestelde) grondprijzenbeleid kan daarbij dienen als onderbouwing, eventueel geïndexeerd naar prijspeil. Er is in de spreadsheet dan geen sprake van marktwaarde. Bij het opvoeren van kosten en opbrengsten geldt dat alleen de onrendabele top op een publieke grondexploitatie opgevoerd kan worden.
Een tekort op een vastgoedexploitatie komt niet in aanmerking voor een bijdrage uit de Woningbouwimpuls. 15. Is het mogelijk om een risicovoorziening in de kostenopstelling op te nemen? En zo ja, op welke wijze? Antwoord: Bij de beoordeling van het criterium ‘noodzaak van de bijdrage’ wordt o.a. gekeken naar het realiteitsgehalte van het publieke onrendabele top. Het gepresenteerde tekort wordt gevalideerd op verschillende aspecten, waaronder ‘risico’s en risicoreserveringen’. Daarom moet de financiële vertaling van de risico’s worden toegelicht in
de bijlage ‘Toelichting op de begroting en maatregelen’. In de bijlage moeten de opgevoerde kosten onder ‘onvoorzien’ worden toegelicht. Of als de risico’s niet (volledig) in de post ‘onvoorzien’ zijn opgenomen, moet de aanvrager toelichten welke risico’s in andere posten zijn opgenomen (bijvoorbeeld een post ‘onvoorzien’ in de kosten voor het bouwrijp maken). Het kan hierbij uiteraard alleen gaan om posten die voor rekening van de gemeente komen. 16. Kunnen bouwkosten voor maatschappelijke voorzieningen als kosten worden opgevoerd? Antwoord: Nee. Kosten voor publieke functies zoals scholen, culturele centra en sportvoorzieningen kunnen niet worden opgevoerd als subsidiabele kosten in de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven. Uitgangspunt hierbij is de kostensoortenlijst uit het Omgevingsbesluit (artikel 8.15 en Bijlage IV) en de plankostenscan (Omgevingsregeling). 17. Welk prijspeil moet worden aangehouden voor kosten en opbrengsten? Antwoord: Per tranche verschilt het prijspeil, afhankelijk van het jaar dat het loket wordt opengesteld en het moment dat de middelen worden beschikt. Doorgaans is het prijspeil op 1/1 of op 1/6 in een bepaald jaar. Voor aanvragen die in 2025 worden ingediend moeten gebruik maken van het prijspeil 1 januari 2026. 18.
Hoe wordt omgegaan met staatssteun? Antwoord: Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te waarborgen dat er geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Een nadere toelichting hierover volgt in een separaat informatieblad. 19. Gaat de aanvraag via eHerkenning? Antwoord: Ja via eHerkenning niveau 2+ met de machtiging 'RVO diensten op niveau eH2+'. 20. Is er een model voor aanbiedingsbrief? Antwoord: Ja er wordt een format van de aanbiedingsbrief beschikbaar gesteld via de website. 21. Hoe moet gebouwd parkeren opgevoerd worden in de bijlage ‘indieningsspreadsheet’? Antwoord: Gebouwd parkeren kan in de aanvraag op verschillende manieren voorkomen, bijvoorbeeld: • • •
Gekoppeld aan het woningbouwprogramma, Als centrale parkeervoorziening (hub) of gemengde garage voor bezoekers; Voor bewoners of andere functies zoals werken of winkelen.
Afhankelijk van de eigendomssituatie moet dit als volgt in de spreadsheet worden opgenomen: • • •
Op gemeentelijke (publieke) grond: via tabblad 1.1.d, vanaf rij 110. Op private gronden: via tabblad 1.1.e, vanaf rij 106. De realisatie van een parkeervoorziening op gemeentelijke grond binnen of buiten het projectgebied (tabblad 1.1.d rijen 110 en volgende) komt uiteindelijk tot uitdrukking in de post verkoop bouwrijpe/woonrijpe grond. o
Als de te realiseren parkeerplaatsen een onrendabele top hebben (verkoopwaarde/marktwaarde is onvoldoende om realisatiekosten af te
dekken), leidt dit binnen sheet 71.1.d. automatisch tot een lagere opbrengst van de post verkoop bouwrijpe grond/woonrijpe grond. •
De realisatie van een parkeervoorziening op private grond, binnen of buiten het projectgebied (tabblad 1.1.e) kan op verschillende manieren worden opgevoerd in de spreadsheet: o De parkeervoorziening die deel uitmaakt van de private ontwikkeling(en) loopt via het kostenverhaal (middels tabblad 1.1.e (rij 106 ev.)). Dit komt uiteindelijk tot uitdrukking in de opbrengstenpost Kostenverhaal. o Als de te realiseren parkeervoorziening(en) geen inkomsten uit kostenverhaal oplevert of opleveren, is de exploitatiebijdrage € 0. o Als de te realiseren parkeervoorziening(en) een negatieve bijdrage/afwaardering betekent of betekenen binnen de totale te verhalen kosten, kan dit als negatieve exploitatiebijdrage op dit onderdeel duidelijk worden gemaakt.
Er kunnen dus geen aparte kosten worden opgevoerd voor het onrendabele deel van parkeergarages in de begroting. Dit geldt ook voor parkeerterreinen/garages gekoppeld aan sociale woningen. In de bijlage ‘Toelichting op de begroting en maatregelen’ kan een toelichting worden gegeven op de samenstelling en opbouw van het parkeerprogramma en hoe dit vertaald is naar de invoer van de Indieningsspreadsheet. Ook kan de vrije bijlage (maximaal 10 pagina’s) worden benut voor extra toelichting op de situatie en kan onzekerheid in kosten worden geïllustreerd met bijvoorbeeld een scenarioanalyse. 22. Wat zijn de richtlijnen voor de onderbouwing van de waarde van de in te brengen gronden of het te realiseren programma? Antwoord: In de aanvraag moet de actuele inbrengwaarde worden onderbouwd met een taxatie of waarde-advies, opgesteld door een onafhankelijke deskundige (bijv. een geregistreerd taxateur). De onderliggende uitgangspunten in de taxatie of het waarde-advies zijn leidend voor de aanvraag. In de bijlage ‘Toelichting op de begroting’ moet worden gereflecteerd op de meegeleverde taxatie. Hierbij moet kort in worden gegaan op de gehanteerde methode, en de hoogte van de getaxeerde waarde in relatie tot het te realiseren woningbouwprogramma en de kosten verbonden aan de ingrepen die daarvoor moeten worden uitgevoerd.
U moet een verklaring geven als de ‘herontwikkelingswaarde’ de grondslag is voor de taxatie of het waarde-advies en als deze taxatiewaarde hoger is dan de residuele inbrengwaarde die volgt uit de businesscase van de aanvraag. Hierin legt u uit hoe deze afwijking ontstaat. 23. Is een taxatie of waarde-advies een verplichte bijlage bij de aanvraag? Antwoord: Ja. Voor de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven is een actuele taxatie of waarde-advies verplicht. Deze moet opgesteld zijn door een onafhankelijke deskundige en mag niet ouder zijn dan één jaar. Indien nodig dient deze te worden geïndexeerd naar actuele waarde. 24. Zijn er ook alternatieven voor een taxatie of een waarde-advies? Bijvoorbeeld WOZ-waardes of de marktwaarde voor de corporatiewoningen zoals opgenomen in het jaarverslag? Antwoord: Nee. Voor de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven zijn WOZ-waarden of andere waardebepalingen niet toegestaan als alternatief. De inbrengwaarde wordt bepaald op basis van de hoogste van twee waarden: •
De gebruikswaarde (volgens het geldende bestemmingsplan);
•
De herontwikkelingswaarde (op basis van de programmatische en stedenbouwkundige opzet in de aanvraag).
25. Hoe oud mag een taxatie zijn? Antwoord: Een taxatie of waarde-advies is actueel als deze niet ouder is dan drie maanden. In ieder geval mag het document niet ouder zijn dan één jaar. Bij sterk gewijzigde prijsontwikkelingen moet het worden geïndexeerd naar een actuele waarde (niet ouder dan drie maanden). 26. Welke posten zijn uitgesloten van subsidie? Antwoord: Kosten voor publieke functies zoals scholen, culturele centra of sportvoorzieningen komen niet in aanmerking voor subsidie. Bij het opvoeren van kosten wordt uitgegaan van de kostensoortenlijst uit het Omgevingsbesluit (artikel 8.15 en bijlage IV) en de plankostenscan van de Omgevingsregeling. 27. Kunnen kosten voor planschade worden opgevoerd? Antwoord: Ja, mits onderbouwd. Als de gemeente planschade (of nadeelcompensatie) moet betalen aan een private partij vanwege bijvoorbeeld een wijziging van het bestemmingsplan, mogen deze kosten als vrije post worden opgevoerd. Voorwaarde is wel dat dit onderbouwd wordt met een onafhankelijke taxatie of risicoanalyse volgens planschadecriteria. Ook is het de verantwoordelijkheid van de gemeente om te borgen dat geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Als niet formeel is vastgesteld dat er sprake is van planschade, komt dit niet in aanmerking voor subsidie. In dat geval moet de gemeente het Rijk informeren, zodat de beschikking daarop kan worden aangepast.
Subsidievoorwaarden VEX (vastgoedexploitatie) 28. Waarom is de eerste tranche beperkt tot woningcorporaties? Antwoord: De regeling VEX wordt in de eerste tranche beperkt tot woningcorporaties omdat deze groep snel kan starten met beperkte aanvullende ondersteuning. Commerciële partijen kunnen vanaf de tranche in 2026 meedoen. 29. Zijn turnkey projecten subsidiabel via VEX? Antwoord: Ja, turnkey-projecten zijn subsidiabel binnen de regeling VEX, mits de subsidie nog niet eerder is toegekend voor het betreffende project en de woningen bestemd zijn voor een woningcorporatie. 30. Zijn Friends-woningen, flexwoningen en Slimmer kopen subsidiabel? Antwoord: Slimmer Kopen en vergelijkbare vormen van verkoop onder voorwaarden zijn subsidiabel. Friends-woningen zijn uitgesloten van subsidie via de regeling VEX. Flexwoningen en onzelfstandige studenteneenheden zijn subsidiabel mits zij voldoen aan de eisen voor permanente kwaliteit zoals vastgesteld in het Bouwbesluit. Flexwoningen moeten daarbij voldoen aan de minimale instandhoudingstermijnen. 31. Wat zijn de voorwaarden voor instandhouding? Antwoord: Voor de regeling VEX (vastgoedexploitatie) gelden de volgende minimale instandhoudingstermijnen: • • • •
Sociale huurwoningen: 25 jaar Middenhuurwoningen: 15 jaar Verkoop onder voorwaarden: 15 jaar Betaalbare koopwoningen: 5 jaar
•
Bij betaalbare koop (niet zijnde verkoop onder voorwaarden) geldt daarnaast een anti-speculatiebeding en een zelfbewoningsplicht.
32. Mag een project ook commerciële plint, zorgfunctie of ontmoetingsruimte bevatten? Antwoord: Ja, projecten met gemengde functies kunnen worden ingediend voor de regeling VEX. Let op: alleen de betaalbare woningen binnen het project komen in aanmerking voor subsidie. 33. Wat is de bijdrage per woning? Antwoord: De gemiddelde subsidie bedraagt €11.000 per woning, voor studenteneenheden is dit gemiddeld €6500 per eenheid. Het exacte bedrag is afhankelijk van factoren zoals het type woning, de locatie en de ontwikkelende partij. Binnenkort wordt een tabel met indicatieve bedragen beschikbaar gesteld. 34. Hoe wordt omgegaan met staatssteun bij VEX? Antwoord: Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om ongeoorloofde staatssteun te voorkomen. De Metropoolregio Eindhoven (MRE) laat momenteel een juridische toets uitvoeren om aanvullende handvatten te bieden. Zodra hierover meer duidelijkheid is, wordt extra informatie beschikbaar gesteld. Aan deze lopende verkenning kunnen op dit moment geen rechten worden ontleend. 35. Hoe wordt de subsidieovereenkomst vastgelegd bij VEX? Antwoord: Op dit moment is het uitgangspunt dat de subsidieovereenkomst wordt vastgelegd door de gemeente op basis van een beschikking vanuit de MRE aan de gemeente. Hierin worden de subsidiebedragen en bijbehorende voorwaarden formeel vastgesteld. 36.
Hoe verlopen kasstromen bij VEX? Antwoord: Op dit moment is het uitgangspunt dat de MRE de subsidie uitkeert aan de gemeente, die vervolgens dit doorzet aan de eindbegunstigde. Daarbij wordt de vereiste cofinanciering door de gemeente toegevoegd. 37. In welke vorm dient de 25% co-financiering door de gemeente te worden afgedragen, kan dat ook in de vorm van bijv. tijd, een verlaging van grondprijzen of een verlaging van leges? Antwoord: De cofinanciering binnen de regeling VEX (vastgoedexploitatie) moet bestaan uit een financiële bijdrage van 25% door de gemeente. Deze staat los van andere (eventuele) bijdragen zoals het verlagen van grondprijzen, leges of het beschikbaar stellen van ureninzet. 38. Is de minimale projectgrootte van 40 woningen nog te wijzigen? Antwoord: Nee, de minimale projectgrootte is vastgesteld op 40 woningen of studenteneenheden. Binnen de regeling VEX (vastgoedexploitatie) is het echter onder voorwaarden mogelijk om kleinere projecten van woningcorporaties te bundelen tot één aanvraag die gezamenlijk aan de drempel voldoet.
Aanvraagvereisten en beoordeling 39. Wat moet ik aanleveren bij een aanvraag? Antwoord: Voor de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX) moet de aanvraag bestaan uit: •
Een volledige businesscase of begroting;
• • •
Een onderbouwde berekening van het financiële tekort; Een bestuurlijk besluit over de cofinanciering; Een aanbiedingsbrief.
De benodigde formats worden via de website gedeeld. Voor de regeling VEX (vastgoedexploitatie, eerste tranche voor woningcorporaties) geldt een vereenvoudigd aanvraagproces. Het aanvraagformulier bevat onder andere de volgende onderdelen: • Een beschrijving van het project; • De tijdslijnen van het project; • Juridisch-planologische status; • Eventuele andere toegekende subsidies of lopende subsidieaanvragen; • Het beoogde eindresultaat van het project in aantal en type woningen; • Het onderschrijven door gemeente en ontwikkelende partij dat met de toekenning van de Beethoven middelen de financiering van het project rond is en het project binnen 2 jaar start bouw kent. De exacte indieningsvereisten worden nog verder uitgewerkt in het aanvraagformulier. 40. Wanneer worden aanvullende documenten, zoals de aanvraagformulieren en subsidieovereenkomst (eventueel in concept), gedeeld met MRE-gemeenten? Antwoord: Na vaststelling van de regelingen worden de benodigde formats gedeeld. Het streven is om medio juli een conceptversie beschikbaar te stellen. 41. Hoe lang duurt beoordeling van een aanvraag? Antwoord: In beginsel wordt de aanvraag binnen 12 weken na indiening beoordeeld. 42 Wat zijn veelvoorkomende afwijzingsgronden? Antwoord: Veelvoorkomende afwijzingsgronden zijn: • • • • •
Er is geen start bouw binnen 2 jaar; Het financiële tekort is onvoldoende onderbouwd; Er is geen bestuurlijke dekking voor de cofinanciering; Het aandeel betaalbare woningen is onvoldoende; Er is sprake van dubbelfinanciering.
Na toekenning: uitvoering, rapportage en betaling 43. Hoe wordt de subsidie uitgekeerd? Antwoord: Voor de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX): de subsidie wordt voor 100% bevoorschot bij toekenning. Jaarlijks vindt monitoring plaats, inclusief verantwoording via het SISA-systeem. Voor de regeling VEX: de subsidie wordt uitgekeerd ná oplevering van de woningen. Er worden geen voorschotten verstrekt. 44. Wat zijn de rapportageverplichtingen? Antwoord: Voor de regeling Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX): jaarlijks dient een inhoudelijke voortgangsrapportage te worden aangeleverd, inclusief een start-bouwmelding aan het ministerie.
Voor de regeling VEX: er geldt een tweejaarlijkse rapportageverplichting volgens een vastgesteld format. 45. Wanneer vindt terugvordering plaats? Antwoord: Voor beide regelingen geldt: indien niet wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden, zoals het niet starten van de bouw binnen drie jaar of het uitvallen van het project, kan de subsidie worden teruggevorderd. Voor VEX (Vastgoedexploitatie) geldt dat terugvordering in de praktijk niet aan de orde is, aangezien de betaling pas na oplevering van de woningen plaatsvindt. 46. Is uitstel mogelijk als een project vertraging oploopt? Antwoord: Voor Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (GREX): de mogelijkheden voor uitstel zijn nog in onderzoek. Eventuele voorwaarden worden opgenomen in de subsidiebeschikking. Voor VEX: ja, uitstel is mogelijk onder bijzondere omstandigheden, zoals juridische procedures of ecologische belemmeringen. Er kan maximaal één jaar uitstel worden verleend, mits dit goed wordt onderbouwd. 47. Mag een gemeente bij niet-doorgaan van een project haar cofinanciering terugtrekken? Antwoord: Indien een project niet doorgaat of niet tijdig wordt gerealiseerd, vervalt de volledige subsidie vanuit Beethoven Wonen, inclusief de 25% cofinanciering die door de gemeente is toegezegd.
Disclaimer Deze Q&A is opgesteld op basis van de huidige stand van zaken en de in ontwikkeling zijnde VEX- en GREX-regelingen binnen het programma Beethoven Wonen. Hoewel de informatie met zorg is samengesteld, kunnen er nog wijzigingen optreden in de definitieve verordeningen. De Q&A biedt een globaal overzicht en is bedoeld als hulpmiddel bij de voorbereiding op subsidieaanvragen. De informatie is indicatief en kan wijzigen bij formele besluitvorming. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend.