RN 055 Weigering verklaring van geen bedenkingen Zonneweide Stiphout - bijlage Ruimtelijke Onderbouwing Zonneweide Stiphout behorend bij aanvraag omgevingsvergunning
Tekst van het document
Om deze doelstellingen toetsbaar te maken, kent de Wet natuurbescherming (Wnb) een goedkeurings-vereiste voor plannen die significante gevolgen voor de betreffende gebieden zouden kunnen hebben (artikel 2.7, eerste lid, Wnb) en een vergunningsplicht voor projecten die (significant) negatieve gevolgen voor de betreffende gebieden zouden kunnen hebben (artikel 2.7, tweede lid, Wnb). De goedkeuring voor de vergunning wordt alleen verleend wanneer voldoende zeker is dat de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende Natura 2000-gebied niet in het geding zijn. Wanneer significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden op grond van een passende beoordeling niet kunnen worden uitgesloten, kan alleen goedkeuring aan het plan of een vergunning voor het project worden verleend, indien een zogenaamde ADC-toets met succes doorlopen kan worden (artikel 2.8, vierde lid, Wnb). Dat betekent dat het project nodig is omwille van een dwingende reden van groot openbaar belang, er geen alternatief bestaat met minder grote effecten op Natura 2000 en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Afdeling heeft geoordeeld dat het PAS niet aan alle eisen van de Habitatrichtlijn voldoet.
Het PAS geeft onvoldoende zekerheid dat met de uitgifte van ontwikkelingsruimte significante gevolgen voor Natura 2000 zijn uitgesloten. De consequentie is dat het PAS niet als basis voor toestemming voor projecten of andere activiteiten kan worden gebruikt. Toetsing van effecten van stikstofdepositie gaat daarom weer volgens de in voorgaande alinea beschreven procedure. Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming (Wnb) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Hierbij worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld.
Zonneweide Stiphout Pagina 28 van 56
Voor ‘Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten’ (artikel 3.1 respectievelijk 3.5) geldt dat voortplantings- en rustplaatsen van beschermde soorten niet opzettelijk verstoord of vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet mogen worden gedood of verwond. Voor ‘Andere soorten’ (artikel 3.10) geldt eveneens dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van beschermde soorten niet vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet mogen worden gedood of verwond. Verbodsbepalingen ten aanzien van de verstoring zijn niet van toepassing op deze soorten. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag, oftewel provincies en het ministerie van LNV de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 Wet Natuurbescherming. In de provincie Noord-Brabant geldt voor ruimtelijke ingrepen een vrijstelling voor soorten uit de soortgroepen zoogdieren (aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat) en amfibieën (bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en bastaardkikker).
Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld en voor welke de voorgenomen activiteiten strijdig zijn met de bepalingen in de nieuwe wet, geldt een ontheffingsplicht. Een ontheffing kan alleen worden verleend indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is mogelijk om ten aanzien van ‘Andere soorten’ te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wnb, mits de voorgenomen activiteit als zodanig in de gedragscode is beschreven. Er is dan geen ontheffingsplicht van toepassing. Natuurnetwerk Nederland Het beleidskader van de overheid dat niet in wetgeving is vastgelegd bestaat uit: Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN); Natuurnetwerk Brabant (hierna: NNB). Het Natuurnetwerk Nederland is op provinciaal niveau uitgewerkt tot het provinciale natuurnetwerk met kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden, beheergebieden en robuuste ecologische verbindingszones. De wettelijke bescherming (Wro) van het NNN is geregeld via het bestemmingsplan. Het NNB is onderdeel van het NNN in Noord-Brabant, en is provinciaal vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De afweging voor ingrepen in het NNN gaat volgens het “nee, tenzij-principe”.
In onderstaand schema is dit stapsgewijs weergegeven. Ingrepen met een significant negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden mogen niet plaatsvinden, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en indien er geen alternatieven zijn. Indien bij een ingreep schade wordt aangericht aan een NNN-gebied, dan dient dit in ieder geval gemitigeerd te worden. Verlies van kwaliteit en/of oppervlakte dient te worden gecompenseerd. Daarnaast kan salderen van positieve en negatieve effecten op het NNN uitkomst bieden om projecten in het NNN te realiseren. Het verkennend natuuronderzoek geeft inzicht in de ligging van NNN gebieden in de omgeving van het plangebied en de noodzaak voor het doorlopen van het ‘nee, tenzij-principe. In de provincie Brabant is de externe werking van het NNB van toepassing. Een “nee, tenzij-toets” behoeft alleen te worden doorlopen indien er sprake is van een RO-procedure met betrekking tot wijziging van de bestemming van het plangebied.
Zonneweide Stiphout Pagina 29 van 56
Figuur 14 Het ”nee, tenzij"-principe van het compensatiebeginsel
Betekenis voor het planvoornemen Gebiedsbescherming - Natura 2000 gebieden Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van Natura 2000-gebieden en maakt geen deel uit van het leefgebied voor kwalificerende habitat- en/of vogelrichtlijnsoorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten waarvoor het nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ is aangewezen, heeft tevens geen ecologische relatie met het plangebied. Van een (indirect) oppervlakteverlies van leefgebied van kwalificerende soorten in of buiten het Natura 2000-gebied is derhalve geen sprake. Effecten zoals verdroging, vernatting, optische-, licht- en geluidsverstoring dan wel overige directe effectindicatoren zijn op voorhand uitgesloten vanwege de grote afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied. Stikstofdepositie als gevolg van de inzet van werktuig in de aanlegfase is naar verwachting verwaarloosbaar, gezien de tijdelijke aard en kleinschaligheid van de werkzaamheden. Mede gelet op de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie niet te verwachten.
Figuur 15 Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden.
Zonneweide Stiphout Pagina 30 van 56
Soortenbescherming Planten Het voorkomen van beschermde flora kan worden uitgesloten op basis van het ontbreken van bekende verspreidingsgegevens en geschikte groeiplaatsen binnen de invloedsfeer van het plangebied. Vleermuizen Een functie van het plangebied als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen kan worden uitgesloten door het ontbreken van geschikte bebouwing binnen het plangebied. De bomen en boomlanen hebben mogelijk een functie als verblijfplaats voor boombewonende soorten en als vliegroute. De mogelijke functie als vliegroute zal door plaatsing van zonnepanelen niet in het geding komen. De percelen zelf zijn niet geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, de opgaande vegetatie en ruigte aan de randen van de percelen echter wel. Om te voorkomen dat foerageergebied met de ingreep (tijdelijk) wordt aangetast, worden er vleermuiskasten in het gebied geplaatst. Indien nodig, zal de vegetatie aan de randen van de percelen tijdens de gebruiksfase worden teruggebracht dan wel hersteld, waardoor blijvende, negatieve effecten op foerageergebied kunnen worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Uit het verkennend en aanvullend natuuronderzoek is gebleken dat delen van het plangebied functioneren als leefgebied voor kleine marterachtigen: de steenmarter en de bunzing.
In het bosje rechts naast de grote schuur (nummer 2 in figuur 16) is zowel de bunzing als de steenmarter aangetroffen. Bij de realisatie van de zonneweide blijft dit bosje niet behouden. Tegenover dit bosje wordt een gebied van ca. 1 ha bos opengesteld en in een poel voorzien. Verwacht wordt dat het leefgebied voor de bunzing en steenmarter niet onevenredig worden aangetast. De steenmarter bevindt zich ook in een kleinere schuur (nummer 3 in figuur 16). Deze schuur staat op instorten en zal uit veiligheidsoverwegingen worden gesloopt. Er dient hiervoor ontheffing voor de steenmarter te worden aangevraagd. Binnen het plangebied zijn ook algemene, beschermde soorten aangetroffen zoals konijn, vos, ree, das en eekhoorn en verschillende muizensoorten (zie voor een impressie figuur 17). Deze zijn of kunnen worden vrijgesteld van ontheffingsplicht bij ruimtelijke ingrepen. Hiervoor wordt een aparte procedure doorlopen. Voor deze soorten geldt echter wel de algemene zorgplicht (artikel 1.11 (lid 1 & 2) Wnb). Aan deze zorgplicht wordt voldaan doordat het hekwerk rondom het zonnepark te passeren is voor fauna en de zonneweides schuilplaatsen en voedsel aan verschillende soorten bieden. Het zonnepark zal daarmee fungeren als foerageergebied voor deze soorten.
Figuur 16 Locaties van de vier schuren binnen het plangebied die geïnspecteerd zijn op aanwezigheid van uilen en kleine marters
Zonneweide Stiphout Pagina 31 van 56
Vogels Uit het verkennend en aanvullend natuuronderzoek is gebleken dat de kerkuil, steenuil, buizerd en torenvalk aanwezig zijn in de schuren (kerkuil) en bomen (buizerd en torenvalk) in het plangebied. De kerkuil is specifiek aangetroffen in de grote schuur (nummer 2 in figuur 16). Deze schuur zal worden hergebruikt voor opslag en tegelijkertijd worden geoptimaliseerd voor de kerkuil. De ontheffing voor de kerkuil zal daarom worden meegenomen in de ontheffingsaanvraag voor de bunzing en steenmarter. Voor de rest van de vogelsoorten geldt dat het plangebied als foerageergebied dient. Het gaat hier echter niet om foerageergebied dat essentieel is voor het behoud van de functionaliteit voor verblijfplaatsen buiten het plangebied. De zonnepanelen worden landschappelijk ingepast, waardoor de functie als foerageergebied behouden blijft. Tijdens de uitvoeringsfase zal rekening worden gehouden met de aanwezigheid van algemeen voorkomende broedvogels tijdens het broedseizoen. Van belang is dat broedende vogels niet zodanig opzettelijk verstoord worden gedurende het broedseizoen dat de instandhouding van de soort in het geding komt.
Figuur 17 Een impressie van dieren in een zonneweide
Vissen Binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep zijn geen bestaande waarnemingen bekend van beschermde vissen. De werkzaamheden (plaatsen van zonnepanelen) hebben verder geen externe werking op nabij gelegen wateren. Nader onderzoek naar beschermde vissen is derhalve niet noodzakelijk. Amfibieën en reptielen In de omgeving van de voorgenomen ingreep is het voorkomen van beschermde amfibieën en reptielen op voorhand uitgesloten, gelet op het ontbreken van geschikt biotoop en de geïsoleerde ligging van het plangebied. In de sloten rondom het plangebied komen mogelijk algemene amfibieënsoorten voor zoals bruine kikker en kleine watersalamander. Deze zijn echter vrijgesteld van ontheffingsplicht bij ruimtelijke ingrepen. Nader onderzoek naar het voorkomen van beschermde amfibieën en reptielen is niet noodzakelijk. Ongewervelden In de omgeving van de voorgenomen ingreep zijn waarnemingen bekend van ongewervelden, zoals de gevlekte witsnuitlibel, kleine ijsvogelvlinder en bosbeekjuffer. De poel die zal worden gecreëerd in het gebied kan worden gebruikt door deze soorten. Een functie van het plangebied als essentieel leefgebied voor beschermde ongewervelden is op voorhand echter uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop. Nader onderzoek naar beschermde ongewervelden is niet noodzakelijk. Biodiversiteit Er wordt 9 hectare extra natuur gecreëerd.
Om de biodiversiteit hiervan te optimaliseren gaat Solarcentury zich laten adviseren door natuurexperts over welke inheemse bloemen, planten, struiken en bomen er moeten komen. Ook Natuurplatform Helmond en partners krijgen de mogelijkheid om mee te beslissen en te adviseren om de natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te stimuleren. De inzet is dat de omgeving voor insecten, vogels, amfibieën en voor zoogdieren verbetert. De deskundigen (o.a. imkers) helpen de aanplant van de zonneweide zo in richten dat er zoveel mogelijk soorten baat bij hebben.
Zonneweide Stiphout Pagina 32 van 56
Natuurnetwerk Nederland en Natuurnetwerk Brabant Een klein gedeelte (ca. 5.000 m²) van het plangebied is onderdeel van het NNB. Dit gedeelte betreft tevens de voormalige stortlocatie waardoor weinig tot geen natuurwaarden aanwezig zijn. Er worden geen zonnepanelen geplaatst in het gebied dat is toegewezen aan het NNB. Om te borgen dat de plaatsing van zonnepanelen in het plangebied geen effecten heeft op wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB-gebieden in én rondom het plangebied, gaat de ontwikkeling gepaard met het stimuleren van duurzame groei van gebiedseigen bloemen en kruiden en het behouden van waardevolle groenstructuren. Zo worden er op tussen de NNB gebieden bloemrijke akkerranden van minimaal 50 meter breedte geplant. Deze brede akkerranden zijn te zien in figuur 7 en vormen de ecologische verbindingszones tussen de NNB-gebieden. Op deze wijze wordt het initiatief ingepast in de omgeving en wordt de mogelijke impact van het plaatsen van de zonnepanelen op NNB-gebieden in en buiten het plangebied gecompenseerd en ten opzichte van de huidige situatie juist versterkt. Het plangebied ligt tevens in de Groenblauwe mantel, zoals in paragraaf 5.2 is omschreven. Hierbinnen is het beleid gericht op behoud en ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap.
Ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan mits cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden behouden dan wel versterkt worden. Dit betekent dat de uitwerking van een nadere onderbouwing volgens het ‘ja, mits-principe’ noodzakelijk is. Van cruciaal belang bij dit aspect is het feit, dat het plangebied vroeger een vuilstortlocatie was. Het is de bedoeling deze voormalige stortplaats tot een zonneweide te herinrichten, waarbij er wordt geïnvesteerd in het versterken van de natuurwaarden en de biodiversiteit in vergelijking tot de huidige situatie. Dit levert een verbetering op van de waarden in het NNB en de Groenblauwe mantel.
Figuur 18 Ligging van het plangebied (rood gemarkeerd) ten opzichte van het NNB (groen gemarkeerd)
5.8
Geluid
5.8.1
Relevant kader
De Wet Geluidshinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het nemen van een omgevingsvergunning, indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Betekenis voor planvoornemen Binnen het plangebied wordt geen geluidgevoelige bebouwing opgericht. De zonnepanelen zijn geen geluidsbron. Het initiatief zorgt daarnaast niet voor een substantiële verkeersaantrekkende werking, waardoor omliggende woningen hinder zouden kunnen ondervinden. Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is niet aan de orde. Het aspect geluid vorm geen belemmering voor voorgaande ontwikkeling.
Zonneweide Stiphout Pagina 33 van 56
5.9
Milieuzonering
5.9.1
Relevant kader
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening is een scheiding tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies wenselijk. Op deze manier wordt enerzijds hinder en gevaar op gevoelige functies, zoals woningen, voorkomen of zoveel mogelijk beperkt, anderzijds wordt voldoende zekerheid geboden aan bedrijven, zodat zij hun activiteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG-brochure) uit het jaar 2009 geeft een advies over richtafstanden. In de VNGbrochure zijn richtafstanden opgenomen die gelden voor milieubelastende activiteiten ten opzichte van woningen. Betekenis voor het planvoornemen Zonnepanelen zijn niet specifiek in de brochure opgenomen. Van zonnepanelen is geen milieuhinder te verwachten. Tevens de eventueel te plaatsen batterij containers hebben geen milieuzonering. Dat geldt wel voor de bijbehorende transformatoren, die overdag (enig) geluid produceren. In dit opzicht kan een vergelijk worden gemaakt met de in de VNG-brochure vermelde elektriciteitsdistributiebedrijven van < 10 MVA. Het betreft hier een milieucategorie 2inrichting met een richtafstand van 30 m vanwege geluid. De dichtstbijzijnde gevoelige bestemming is gelegen op meer dan 30 m afstand van het plangebied.
Het initiatief leidt derhalve niet tot een milieu-hygiënisch conflict op dit punt.
5.10
Luchtkwaliteit
5.10.1 Relevant kader In de Wet milieubeheer (hierna: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waarin in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Kern van het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (hierna: NSL). Hierin staat wanneer en op welke wijze overschrijdingen van de luchtkwaliteit dienen te worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Projecten die 'niet in betekenende mate' (hierna: nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de hiervoor geldende grenswaarden. De beoordelingscriteria of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)". In dit Besluit is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma, een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.
Op grond van artikel 5.16 Wm wordt een omgevingsvergunning enkel verleend, wanneer aannemelijk is gemaakt dat: het plan niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of; de luchtkwaliteit als gevolg van het vergunde plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of, bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of; het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of; de ontwikkeling is opgenomen of past in het NSL.
Zonneweide Stiphout Pagina 34 van 56
Betekenis voor planvoornemen De zonneweide leidt niet tot een substantiële verkeersaantrekkende werking en is daarmee niet van invloed op de luchtkwaliteit. Op grond van de Wm is hier sprake van een project dat 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
5.11
Externe veiligheid
5.11.1 Relevant kader In een plan dat kwetsbare objecten zoals woningen mogelijk maakt moet aandacht worden besteed aan externe veiligheid. Nieuwe kwetsbare objecten mogen namelijk niet binnen de risicocontour (invloedsgebied van een risicobron) van bestaande risicobronnen liggen. Risicobronnen zijn bijvoorbeeld inrichtingen waar wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen. Het beleid voor externe veiligheid is geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In de genoemde besluiten zijn de diverse risicocontouren met betrekking tot externe veiligheid vastgelegd. Betekenis voor planvoornemen Uit de Risicokaart blijkt dat in de directe nabijheid van het plangebied een autoweg (N270) loopt waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Daarnaast ligt er een buisleiding van Gasunie Transport Services op ongeveer 230 meter afstand van het plangebied. Ook liggen er twee producenten van gevaarlijke stoffen in de omgeving: een varkenshouderij (300 meter afstand) en een waterstofproducent (450 meter afstand). Met voorliggend plan worden echter geen kwetsbare objecten mogelijk gemaakt, waardoor de wegen, buisleiding en producten van gevaarlijke stoffen geen belemmeringen met zich mee brengen voor het planvoornemen.
De batterij containers, die mogelijk in het gebied worden geplaatst, vallen niet onder het Bevi. Wel blijkt dat uit het document ‘Verkenning risico’s van de energietransitie voor de nationale veiligheid’ (2019) dat buurtbatterijen (batterij containers) oververhit kunnen raken en mogelijk tot brand kunnen leiden, indien deze niet vakkundig worden aangelegd of onderhouden. Het plaatsen van de batterij containers zal echter wel vakkundig worden aangelegd en onderhouden, rekening houdend met de richtlijnen uit de Publicatie 37 ‘Lithium-ion accu’s’ uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. De zonneweidebetreft geen nieuwe risicovolle inrichting. Ook de eventuele batterij containers, die volgens geldende richtlijnen zullen worden geplaatst en onderhouden, zijn veilig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.
Zonneweide Stiphout Pagina 35 van 56
Figuur 19 Uitsnede Risicokaart
5.12
Kabels en leidingen
5.12.1 Relevant kader Bepaalde leidingen zijn vanuit regelgeving of rijksbeleid vastgelegd in het bestemmingsplan. Dit is het geval bij bovengrondse hoogspanningslijnen en buisleidingen. Bij andere leidingen bepaalt het bevoegd gezag of dit wenselijk is. Betekenis voor planvoornemen Er is in het plangebied geen sprake van bestaande buisleidingen. Er loopt een buisleiding ongeveer 250 meter van het plangebied (aan de westzijde), aangegeven met een rode stippellijn in figuur 19. De zonneweide heeft geen invloed op deze buisleiding. Er zal in het plangebied wel een transformatorhuisje met bijbehorend tracé van leidingen worden geplaatst voor aansluiting op het hoogspanningsnet. Dit heeft geen invloed op de aanwezige kabels en leidingen in het gebied.
5.13
Verkeer en parkeren
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de aspecten verkeer en parkeren. Betekenis voor planvoornemen In de aanlegfase zal een geringe en incidentele verhoogde verkeerstoename plaatsvinden voor de aanleg van de zonnepanelen. In de gebruiksfase zal er (bijna) geen sprake zijn van een toename van verkeer, enkel ten behoeve van het onderhoud van de panelen. De rijkswegen en lokale wegen kunnen de verkeersintensiteit aan.
Zonneweide Stiphout Pagina 36 van 56
5.14
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
5.14.1 Relevant kader Het instrument milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Voor een aantal activiteiten geldt daarom een zogenoemde m.e.r.-plicht (C-lijst in het Besluit m.e.r.). Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor andere activiteiten geldt dat zij afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben (D-lijst in het Besluit m.e.r.). Voor deze laatste activiteiten geldt een zogenaamde m.e.r.-beoordelingsplicht. Betekenis voor het planvoornemen Een zonneweide staat niet op de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Wel kan een dergelijk project tot de (tijdelijke) herinrichting van een stuk land leiden. De vraag is of de activiteit die mogelijk wordt gemaakt onder onderdeel D9 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. valt. Onderdeel D9 betreft een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan. De drempelwaarde van categorie D9 wordt in elk geval niet overschreden (125 ha).
In haar uitspraak van 21 maart 2017 (Zonnepark Midden-Groningen ECLI:NL:RBNNE:2017:1061) bevestigt de rechtbank Noord-Nederland dat een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan geen besluit is waarvoor op grond van categorie D9 een m.e.r.-beoordeling hoeft te worden uitgevoerd. Tevens moet worden beoordeeld of de activiteit die mogelijk wordt gemaakt, onder onderdeel D22.1 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage valt. Onderdeel D22.1 betreft de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Een zonneweide wekt weliswaar elektriciteit op maar is wat betreft activiteit en potentiële milieugevolgen niet vergelijkbaar met de oprichting van een elektriciteitscentrale (> 200 MW) zoals bedoeld in kolom 2 van categorie D22.1. In de Nota van Toelichting op het besluit MER is aangegeven dat uit de milieueffectrapporten die gemaakt zijn voor de oprichting van elektriciteitscentrales, blijkt dat de potentiële milieugevolgen met name effecten betreffen op bodem en water, luchtverontreiniging, externe veiligheid, gevolgen voor het landschap, de cultuurhistorie en de archeologie alsmede flora, fauna en ecologie.
In het geval van de oprichting van een zonneweide op de locatie in Stiphout zijn deze milieugevolgen nauwelijks aanwezig tot afwezig zoals blijkt uit voorgaande paragrafen. Op basis van bovenstaande afweging kan worden geconcludeerd dat er geen aanleiding is voor het opstellen van een (vormvrije) mer-beoordeling.
5.15
Conclusie
De ontwikkeling is getoetst aan alle relevante milieuaspecten. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling grotendeels niet leidt tot een aantasting van het milieu of tot overschrijding van de wettelijke normen. Om met zekerheid nadelige effecten uit te sluiten is nader ecologisch onderzoek verricht, naar de effecten van de planontwikkeling op de leefomgeving van de kleine marterachtigen, vogels met jaarrond beschermde nesten, en de torenvalk, das en eekhoorn. Voor de kerkuil, bunzing en steenmarter dient ontheffing te worden aangevraagd. De overige milieuaspecten vormen geen belemmering voor de uitvoering van het project. Hierbij herinneren wij u er nogmaals aan, dat de huidige locatie een oude stortplaats betreft. Het gebruiken van de stortplaats door de zonneweide gaat gepaard met het behouden, dan wel versterken van ecologische structuren in het plangebied, wat zich gunstig uitwerkt op de waarden in de NNN en NNB-gebieden.
Zonneweide Stiphout Pagina 37 van 56
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Er wordt met de geplande zonneweide geen ontwikkeling mogelijk gemaakt, die voldoet aan de definitie van ‘bouwplan’ zoals bepaald in artikel 6.2.1 van het Bro. De Initiatiefnemer Solarcentury zal de kosten tijdens de ontwikkelingsfase dragen. Zoals toegelicht in bijgevoegd participatieplan wordt de zonneweide voor 100% overgedragen aan de omgeving voordat met de bouw (afgezien van voorbereidende onderzoeken en werkzaamheden) wordt gestart. De nieuwe eigenaar zijnde bijvoorbeeld een lokale cooperatie zal de overnamesom voldoen. Solarcentury draagt zorg voor de bouw, het bouwkostenmanagement en het onderhoud van de zonneweide. Deze kosten worden in principe uit de exploitatie van de zonneweide voldaan. Hoe met eventuele planschade wordt omgegaan is vastgelegd en afgedekt in de anterieure overeenkomst met gemeente Helmond. Eventuele gemeentelijke kosten worden door middel van leges afgedekt. Het plan is hiermee financieel uitvoerbaar. Voor de totstandkoming van deze zonneweide wordt na vergunning verlening een subsidie op grond van de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE++) aangevraagd. Met deze subsidie wordt de zogeheten onrendabele top van de elektriciteitsproductie van de zonneweide via een bedrag per kWh gecompenseerd. Met de SDE++ geeft het Rijk voor 15 jaar een ondergrens aan in de elektriciteitsopbrengsten voor de initiatiefnemer.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Planparticipatie en financiële participatie
Cruciaal bij de ontwikkeling van de zonneweide is de betrokkenheid van de omwonenden en andere belanghebbenden. Solarcentury staat ervoor dat een zonneweide meerwaarde moet bieden aan de omgeving. Niet enkel in de vorm van duurzame energie, maar ook doordat mensen mee kunnen denken met de inrichting en (financieel) mee kunnen profiteren van de energietransitie. Zo biedt het initiatief mogelijkheden voor omwonenden om financieel mee te profiteren. Daarnaast wordt er geld gedoneerd aan SolarAid. In bijlage 5 Participatie- & Communicatieplan wordt de planparticipatie en financiële participatie nader toegelicht en hierbij wordt concreet ingegaan hoe de omgeving ook financieel kan mee profiteren. Voor dit onderdeel verwijzen wij u dan ook naar voormelde bijlage. Aanpassingen in ontwerp naar aanleiding van omgevingsdialoog: Sinds het derde kwartaal van 2019 is Solarcentury met diverse omwonenden in gesprek en in december 2019 is een fysieke informatiebijeenkomst georganiseerd en vervolgens zijn nog twee digitale bijeenkomsten georganiseerd. In de gesprekken waren een aantal mensen kritisch over het ontwerp maar er kwam ook een overwegend positief geluid naar voren en vooral een welwillendheid om na te denken over het ontwerp. Deze suggesties van omwonenden en andere belanghebbenden hebben we gebruikt om het plan aan te passen.
Uiteindelijk is het initiele plan uit 2019 flink kleiner geworden, heel veel natuur toegevoegd, recreatie, een extra talud en meer ruimte voor meer openheid in het gebied. Voor een nadere toelichting verwijzen wij u naar bijlage 5 waarin de aanpassingen aan het plan verder zijn toegelicht.
Zonneweide Stiphout Pagina 38 van 56
Financiële participatie: Ook dit onderdeel is nader toegelicht in bijlage 5 Participatie- & Communicatieplan. Op hoofdlijn streeft Solarcentury naar:
100% lokaal eigendom; Particulieren uit Helmond krijgen de mogelijkheid om mede eigenaar te worden van de zonneweide. Dit kan door direct te investeren in het eigen vermogen of door mee te doen aan de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (Postcoderoos). Deze twee vormen van eigenaarschap samen zullen tenminste voorzien in 50% lokaal eigenaarschap. Solarcentury streeft samen met de grondeigenaar, een aantal particulieren uit Stiphout, Morgen Groene Energie en Energiehuis Helmond na om lokaal eigenaarschap te realiseren. Solarcentury steunt de ambitie om samen met omwonenden een park te ontwikkelen in gedeeld eigendom en is ook volledig bereid toe te werken naar 100% lokaal eigendom, met dan uiteraard een ontwikkelbedrag voor de inspanning die Solarcentury geleverd heeft. Op deze wijze heeft de omgeving de mogelijkheid om mee te bepalen en risicodragend mee te investeren. Een van de grondeigenaren staat garant dat minimaal 50% lokaal eigenaarschap wordt bereikt. Indien de lokale omgeving voor minder dan 50% wenst te investeren dan vult deze grondeigenaar het overige aan. Op basis van de informatiebijeenkomsten en keukentafelgesprekken is het bekend dat een aantal particulieren uit Stiphout interesse heeft om via een postcoderoos energie af te nemen uit de zonneweide. Op basis van de huidige gegevens verwachten wij circa 37.500 panelen te installeren.
10% komt dan neer op het lokaal wegzetten van circa 3.750 panelen. De inspanningen die zijn en ook nog worden uitgevoerd zijn nader toegelicht in bijlage 5 Participatie- & Communicatieplan.
Omgevingsfonds; Aanvullend op het bovenstaande zal van elke opgewekte MWh zal voor een periode van 10 jaar € 0,50 afgedragen worden aan een omgevingsfonds die wordt opgezet samen met de project coöperatie. Dit komt neer op een bedrag aan ca. € 10,000 per jaar. De project coöperatie zorgt ervoor dat de gelden in dit fonds lokaal ten goede komen aan (leefbaarheids-) initiatieven. Voor bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen op de daken van scholen, particuliere woningen, of de Helmondse Atletiek Club (H.A.C.). De project coöperatie beheert het omgevingsfonds. Dit omgevingsfonds maakt onderdeel uit van het percentage lokaal eigenaarschap aangezien de lokale omgeving hiervan profiteert en volledige zeggenschap heeft over de inzet van dit fonds. Indien de RvO SDE++ subsidieronde van 2021 niet benut kan worden dan vervalt deze bijdrage / het omgevingsfonds. Bij aanvang van de zonneweide zal dit bedrag ook worden benut voor het verlenen van kortingen aan particulieren die op hun eigen dak zonnepanelen zouden willen plaatsen.
Energie uit zonneweide voor omwonenden; De zonnestroom zal uiteindelijk verkocht worden aan een energiedistributiebedrijf. Solarcentury regelt dat de inwoners in de directe omgeving (gelijke postcode) de mogelijkheid krijgen om deze zonnestroom in te kopen tegen een gereduceerd tarief. Bij de zonneparken die (op dit moment) door Solarcentury in 2021 gerealiseerd worden heeft dit geresulteerd in 500 kWh korting (gratis elektriciteit) per huishouden gedurende een periode van 5 jaar, naast de voormelde regelingen.
Lokale werkgelegenheid; Wellicht is de meest concrete en effectieve wijze van participatie wanneer mensen uit de regio meewerken bij de aanleg en het beheer van de zonneweide. Met de komst van hiervan wordt lokale werkgelegenheid gecreëerd. Solarcentury streeft ernaar om zoveel
Zonneweide Stiphout Pagina 39 van 56
mogelijk werkzaamheden lokaal uit te laten voeren. Er zijn reeds met diverse lokale bedrijven intentieverklaringen gesloten om samen te werken.
Altijd financiële participatie. Een van de grondeigenaren staat garant voor 50% lokaal eigenaarschap indien de omgeving gematigde interesse heeft om mee te investeren. De omvang van de financiële participatie is uiteindelijk afhankelijk van lokale interesse om mee te investeren. Solarcentury verplicht zichzelf om altijd lokale financiële participatie te realiseren. Indien er niet voldoende interesse zou zijn, dan zullen Solarcentury en gemeente Helmond een passende alternatieve oplossing moeten vinden. Voorbeelden van mogelijke oplossingen zouden kunnen zijn: 1. verlagen van het minimumbedrag per aandeel; 2. verruimen van het gebied voor financiële participatie (Metropoolregio Eindhoven, landelijk); 3. naast particulieren ook bedrijven uit Helmond toestaan om financieel mee te participeren; 4. Gemeente Helmond krijgt de mogelijkheid om financieel mee te participeren.
Maatschappelijke meerwaarde Ook dit onderdeel is nader toegelicht in bijlage 5 Participatie- & Communicatieplan. Op hoofdlijn streeft Solarcentury naar:
Financieel profijt omgeving; Zie voorgaand gedeelte met betrekking tot financiële participatie en lokale werkgelegenheid.
Recreatie; Alle bestaande wandelpaden blijven openbaar toegankelijk én deze wandelpaden worden uitgebreid met andere recreatieve functies. Zo wordt een gebied van ruim 1 ha opengesteld en krijgt de aanwezige poel ten noorden van Venstraat een rustpunt voor wandelaars en fietsers. Diverse educatieborden worden geplaatst zodat recreanten meer te weten komen over het gebied. Daarnaast is een van de grondeigenaren voornemens om in de oude koeienstal een ontmoetingsplek te creëren waar wandelaars en fietsers gratis een kop koffie of thee met een praatje kunnen krijgen.
Educatie; Zonneweide Venstraat Stiphout is een kans om informatie te bieden en te leren over de ontwikkeling van een zonneweide. Dit maakt de energietransitie tastbaar en kan jongeren enthousiast maken om voor deze sector te kiezen. Daarom zullen we na realisatie van het project een blijvend educatief programma aanbieden over zonnepark en met historische- en natuurinformatie over het gebied zien. Hierbij worden onder andere basisscholen (bijvoorbeeld ‘Praktijkles Red de Bij’) en het middelbaar onderwijs betrokken door het aanbieden van stages.
Het uitgangspunt van Solarcentury is dat de omgeving profilteert van zonneweide Stiphout. Samen met de omgeving maakt Solarcentury een zinvol verschil in de strijd tegen klimaatverandering. 6.2.2
Formele procedures
Zoals hiervoor beschreven spreekt Solarcentury met omwonenden en zal dit blijven doen, zie hiervoor ook bijgevoegd participatie- en communicatieplan. Los van dit informele participatietraject gelden de formele procedures.
Zonneweide Stiphout Pagina 40 van 56
In artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wabo is opgenomen dat voor een activiteit die in strijd is met het bestemmingsplan, de zogenaamde uitgebreide procedure moet worden doorlopen. De uitgebreide voorbereidingsprocedure kent een doorlooptijd van 26 weken en kan eenmaal worden verlengd met zes weken. De uitgebreide procedure is van toepassing op het planvoornemen voor de zonneweide Stiphout. Op de voorbereiding van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan is artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor) van toepassing. Daarin is bepaald dat het bij bestemmingsplannen verplichte bestuurlijk vooroverleg ook wordt gevoerd bij deze besluiten. Dit houdt in, dat overleg plaats vindt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in geding zijn als gevolg van het project. Op deze procedure is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Voordat een besluit wordt genomen, legt de vergunningverlenende instantie het ontwerpbesluit en waar nodig de ontwerpverklaring van geen bedenkingen met de overige relevante stukken (waaronder deze ruimtelijke onderbouwing) zes weken ter inzage.
Eenieder heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Bij besluitvorming op de aanvraag van de omgevingsvergunning worden de zienswijzen beoordeeld. Als de omgevingsvergunning wordt verleend, treedt deze in werking met ingang van de dag na afloop van de beroepstermijn, tenzij een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan. Na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning vormt die vergunning de basis om af te wijken van het bestemmingsplan. Na bekendmaking van de vergunning is het voor diegenen die een zienswijze ingediend hebben mogelijk om beroep in te stellen bij de rechtbank en eventueel een voorlopige voorziening aan te vragen. Na uitspraak van de rechtbank kan hoger beroep worden aangetekend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (en kan eveneens een voorlopige voorziening worden aangevraagd). Een andere formele procedure die kan worden ingezet voorafgaand aan het besluit om de omgevingsvergunning al dan niet te verstrekken is de Wet ‘Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur’ (hierna: Bibob). Met behulp van de Wet Bibob kan het bestuursorgaan dat de vergunning verleent onderzoeken of de persoon ‘met wie zij zaken doet’ betrouwbaar en integer is.
Als uit onderzoek blijkt dat de aanvrager van de vergunning (of subsidie) verdacht wordt van betrokkenheid bij criminele activiteiten, zal de overheid de gevraagde vergunning niet afgeven of een reeds verleende vergunning intrekken.
Zonneweide Stiphout Pagina 41 van 56
Hoofdstuk 7 Conclusie
Om de zonneweide binnen het plangebied in Stiphout te realiseren wordt op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wabo, een omgevingsvergunning aangevraagd. De zonneweide binnen het plangebied in Stiphout is een gewenste ontwikkeling. Het laat uw gemeente een flinke stap maken in de verduurzaming van de energievoorziening, zoals in Europees, landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid gewenst is. Daarnaast zal Solarcentury staan voor meerwaarde, voor de natuur in het gebied en voor de omwonenden. De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan alle relevante milieuaspecten. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling grotendeels niet leidt tot een aantasting of overschrijding van de wettelijke normen, maar juist een versterking van het milieu bewerkstelligt. Om het plan voor een zonneweide mogelijk te maken is er wel een aanpassing van het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied Helmond’’ nodig. We hopen dat u hier uw medewerking aan wilt geven en zien uit naar een goede samenwerking.
Zonneweide Stiphout Pagina 42 van 56
Bijlagen toelichting
In onderstaande bijlagen zijn het landschappelijk inpassingsplan, het historisch bodemonderzoek, de gedragscode Zon op Land, het verkennend en aanvullend natuuronderzoek en het Participatie- & Communicatieplan voor de planvoornemens voor de zonneweide Stiphout opgenomen.
Zonneweide Stiphout Pagina 43 van 56
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
Zonneweide Stiphout Pagina 44 van 56
Bijlage 2
Historisch bodemonderzoek
Zonneweide Stiphout Pagina 45 van 56
Bijlage 3
Gedragscode Zon op Land
Zonneweide Stiphout Pagina 46 van 56
Bijlage 4
Natuuronderzoek
Verkennend natuuronderzoek Aanvullend natuuronderzoek
Zonneweide Stiphout Pagina 47 van 56
Bijlage 5 Participatie- & Communicatieplan
Zonneweide Stiphout Pagina 48 van 56
Bijlage 6 De noodzaak voor zon op land Zon op land in de komende jaren Elektriciteitsopwek uit zon groeit op dit moment hard, zowel op land als op dak. De kostendaling heeft ertoe geleid dat de techniek nu in aanmerking komt voor subsidie. Enkele jaren geleden vielen aanvragen meestal buiten het beschikbare budget voor SDE++-subsidie, waarvoor het principe ‘de goedkoopste eerst’ geldt. Ook voor huishoudens is het nu steeds aantrekkelijker om, gebruik makend van de salderingsregeling, panelen op het eigen dak te leggen. In 2020 realiseerde de zonne-sector 10 GWp aan opgesteld vermogen; goed voor ruim 8 TWh. Samen met wind-op-land (10 TWh) is afgelopen jaar reeds de helft van de voor 2030 minimaal beoogde hoeveelheid voor hernieuwbaar uit land geproduceerd (35 TWh).
Figuur: Verwachte groei hernieuwbare energieopwek is spectaculair (TWh). Bron: Berekening Holland Solar 2021 op basis van RVO-cijfers
Van de 7 GWp aan zonnestroom in 2019 was 1 GWp zon-op-land. In absolute termen is dat bescheiden, maar 3 jaar terug was er nog nagenoeg geen zon-op-land; in relatieve zin is dit dus een grote groeier. Het succes voor zon geldt helaas niet voor andere duurzame technieken. Wind op zee groeit conform planning ook hard, maar daarbuiten is er weinig sprake van succes. Wind op land wordt nauwelijks ontwikkeld. Bio-energie – tot voor kort de grootste bron van duurzame energie – is politiek zo omstreden geraakt dat er geen subsidie voor bio-elektriciteitsopwek meer wordt verstrekt en ook biowarmte stagneert. Andere technieken zoals geothermie en aquathermie zijn erg duur en kunnen enkel de specifieke markt voor lage temperatuur warmte bedienen. Geheel andere technieken (kern, waterstof import) zijn voorlopig peperduur, hebben lange aanlooptijd, beperkt in potentie en zijn voor 2030 zeker geen optie.
Zonneweide Stiphout Pagina 49 van 56
200 150 100 50 0 2020 Zon/wind op land
Wind op zee
2030 Zon op kleine daken
Aardwarmte
Warmtepomp (buitenwarmte)
biomassa
Figuur: Verwachte groei hernieuwbare energieopwek is spectaculair (TWh). Bron: cijfers PBL-KEV 2020
Het gevolg van het achterblijven van met name warmte-technieken is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL-KEV 2020) datde elektriciteitssector volgens planning verduurzaamt (dankzij met name wind en zon, zie figuur 2), maar dat alle andere sectoren fors achterblijven (zie figuur 3).
Figuur: Aandeel hernieuwbaar blijft beperkt binnen totale energievraag (TWh). Bron: cijfers PBL-KEV 2020
Het huidige beleid zou in 2030 slechts leiden tot 34% emissiereductie t.o.v. 1990, waar -49% afgesproken is en waar Europa recent de doelen verder heeft verhoogd naar -55%. Elektrificatie als antwoord Elektrificatie met energie uit zon en wind wordt nu breed gezien als het antwoord richting 2030, niet alleen voor de verduurzaming van de huidige elektriciteitsvraag (vervanging kolen en gascentrales), maar ook ter verduurzaming van de warmtevraag uit huizen, de industrie en de energie inzet in de mobiliteit. Dit is extra vraag naar hernieuwbaar opgewekte elektriciteit uit zon en wind, waarvoor bij het Klimaatakkoord niet gepland was. Vooral voor de industrie wordt een flinke extra elektriciteitsvraag verwacht. In april 2021 heeft de ‘Stuurgroep Extra Opgave’ vanuit het uitvoeringsoverleg Klimaatakkoord een advies gegeven over de ‘extra opgave’ aan elektriciteitsproductie die in 2030 nodig is. Dit advies luidde dat er bovenop de 120 TWh aan nu verwachte vraag, alleen al uit de industrie met een extra vraag aan hernieuwbare elektriciteit van 45 TWh gerekend moet worden (voor warmteboilers, groene waterstof productie, etc). Ook vanuit de mobiliteit en gebouwde omgeving is een forse extra vraag te verwachten CE-Delft in opdracht van TenneT becijferde deze extra vraag op ongeveer 20 TWh. Tezamen is dit dus dus 65 TWh extra waarvoor bij het Klimaatakkoord niet gepland was in 2030.
Dit is aanvullend op andere verduurzamingsopties als CCS en andere technieken. Dit is
Zonneweide Stiphout Pagina 50 van 56
uiteraard een gigantische opgave, bovenop en meer dan de totale opgave. Voor de route naar 2050 – wanneer we een volledig CO2-vrije energievoorziening moeten hebben - is de behoefte alleen maar groter.
Figuur: Een overzicht van de energieproductie komende jaren. Bronnen:*1: uitgangspunten Klimaatakkoord en cijfers PBL-KEV 2020*2: Extra vraag berekent door CE-Delft 2020 en Stuurgroep Extra Opgave
Kan de extra vraag bediend worden zonder zon op land? 1. Een eerste optie is niet te kiezen voor elektrificatie waardoor de extra opwek niet nodig is. Dan haalt Nederland ook bij lange na haar doelen niet. Dat lijkt ons geen optie. 2. Na 2030 kunnen geheel andere technieken wellicht mogelijk worden die nu niet aan de orde zijn. De notie geldt wel dat richting 2050 de noodzaak voor veel en veel meer duurzame energie aanwezig is, waardoor deze mogelijke technieken eerder ‘aanvullend’ zullen zijn. 3. Richting 2030 zullen wind en zon dus de vraag naar 65 TWh extra moeten bedienen. a. Een deel kan gehaald worden met extra wind op zee – waarvoor nu 49 TWh gepland staat. Enkele tenders van enkele GW extra kunnen mogelijk zijn, voor zegge 10-20 extra TWh. Daarbij dient aangemerkt te worden dat het aanwijzen van nieuwe gebieden nu al vastzit, vanwege discussies met andere belangen op de Noordzee en over de aanlanding van de zeewindstroom. b. Wind op land lijkt geen grote slagen te kunnen maken. De groei momenteel zit met name in repowering (bestaande vervangen door grotere turbines). c. Zon op dak kan zeker extra groeien en een deel van de extra opgave bedienen. TKI-Urban Energy gaf onlangs (31 maart 2021) het potentieel voor 2050. Het scenario van 200 TWh zonnestroom is een theoretisch maximum en enkel bij zeer dwingend ambitieus beleid in 2050 mogelijk.
70 TWh is realistischer voor 2050 en een deel van deze ambitie zou wellicht eerder kunnen. Dit scenario wordt door TKI-Urban Energy geschetst met een ‘gebalanceerde ontwikkeling’ (meest kansrijk) en een ‘focus op daken’. Dit laatste is niet aan de orde voor 2030, als überhaupt al. Het vereist verplichtend beleid waarvoor geen partij nu pleit. Een gebalanceerde groei van zon op dak én land lijkt dan de enige weg om mede met elektrificatie ter grootte van 65 TWh de klimaatdoelen van 2030 te halen. Dit wordt bevestigd door het scenario geschetst in onderstaand figuur.
Zonneweide Stiphout Pagina 51 van 56
Figuur: Oppervlakte nodig voor groei zon-PV naar 70 TWh. Bron: TKI-Urban Energy, maart 2021
Motivatie keuze zonneweide versus zon op dak Helmond Hierbij gaan wij in op de vraag die u stelt: “De aanvrager moet aantonen dat op er op de dakvlakken van bestaande bouwblokken geen of onvoldoende mogelijkheden zijn om zonnepanelen te realiseren. Indien er op de dakvlakken van bestaande bouwblokken mogelijkheden zijn voor het realiseren van zonnepanelen, dan dient de aanvrager deze mogelijkheden te benutten.” 1) Uiteraard zijn er in Helmond diverse daken die niet met panelen bedekt zijn waar dit technisch wel zou kunnen. De bewoner of gebouweigenaar kiest er in deze gevallen voor geen gebruik te maken van de salderingsregeling of SDE++ om panelen te installeren. Wij als ontwikkelaar zijn niet in staat verandering aan te brengen in die overwegingen, a. Zon op land is complex; het vereist een ruimtelijk plan, omgevingsmanagement, een vergunning en uitvoering van de vele eisen uit de gedragscode zon op land en ander beleid over landschap, natuur en omwonenden inclusief lokaal eigendom. Een bedrijf als Solarcentury kan een verschil maken en zorgen voor een zonnepark dat anders niet ontwikkeld zou zijn. Zo zorgen wij voor extra duurzame energie. b. Voor zon op dak is geen vergunning en geen omgevingsmanagement nodig.
Het is het domein van de dakeigenaar die vrij eenvoudig zelf een SDE++ beschikking kan aanvragen of gebruik kan maken van de salderingsregeling en een installateur kan inhuren. Hier kan een bedrijf als Statkraft weinig bieden aan dakeigenaren. Het ligt niet in ons bereik om de groei van zon op dak te versnellen in plaats van zon op land. Wel stelt deze zonneweide een
Zonneweide Stiphout Pagina 52 van 56
omgevingsfonds ter beschikking om het plaatsen van zonnepanelen op daken te stimuleren, ook al is dit geen vereiste van gemeente Helmond. 2) Zon op dak en zon op land zijn geen communicerende vaten. De groei op dak is niet minder indien er op land een zonnepark wordt ontwikkeld. Beiden worden vanuit het landelijk beleid (SDE++) ondersteund waarbij zon op dak voorrang heeft in de regeling boven zon op land. Beperkingen ten aanzien van een zonnepark op land leidt tot minder duurzame energie; niet tot meer zon op dak in de regio of elders. 3) De Rijksdienst RVO zet voor alle gemeenten de verduurzaming op een rij. We zien daarin dat Helmond eigenlijk naast zon (nagenoeg geheel op dak) geen opwek van duurzame elektriciteit kent. De gemeente ligt met 4% ver achter bij de landelijke trend waarbij reeds 20% van de elektriciteitsvraag verduurzaamd is en ligt ook ruim achter bij de Metropoolregio Eindhoven die ruim 2,5 x meer hernieuwbare elektriciteit per inwoners opwekt. Het inwisselen van het project Stiphout voor zon op dak – als al mogelijk – verbetert dat beeld zeker niet. 4) Naar we begrijpen zijn er al enkele jaren lokale initiatieven (gemeente, energiecoöperatie) om zon op dak in Helmond te stimuleren. Het zonnepark Stiphout is in staat om de totale hernieuwbare elektriciteitsopwek uit deze honderden zonnedaken in één keer bijna te verdubbelen.
Het moge duidelijk zijn dat deze sprong door ons niet te evenaren is door een extra poging om het enthousiasme voor zonnedaken te vergroten.
Energieverbruik en hernieuwbare elektriciteitsopwek in Helmond (GWh/jr) Elektriciteitsverbruik
Rest hernieuwbare elektriciteit energieverbruik
2012
499
2118
2013
526
2065
2014
512
2028
2015
512
1991
3,6
2016
526
1940
4,8
2017
543
1983
6,5
2018
560
2027
10,5
2019
563
2027
22,5 Opwek Stiphout: 18
Zonneweide Stiphout Pagina 53 van 56
In beeld: energieverbruik en en hernieuwbare elektriciteitsopwek in Helmond (GWh/jr) 2500 2000 1500 1000 500 0 2012
2013 Energieverbruik
2014
'2015
2016
W.v. Elektriciteitsverbruik
2017
2018
W.v. hernieuwbare elektriciteit (m.n.zon op dak)
Bron: Cijfers gecombineerd en omgezet van TJ naar GWh uit RVO site: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/hernieuwbare-energie/
Zonnepanelen in de directe omgeving 4
9
5 1 3
6 2
8
7
Zonneweide Stiphout Pagina 54 van 56
2019
1. De woningen zijn gedeeltelijk voorzien van zonnepanelen en betreffen relatief beperkte daken. Met de komst van de zonneweide zou het kunnen dat de bedrijfsgebouwen in de toekomst gesloopt gaan worden. In dat kader bestaat geen interesse om op de bedrijfsgebouwen zonnepanelen te plaatsen; 2. Een staldak is volledig voorzien van zonnepanelen en voorziet ruim in het eigen gebruik. Gebouweigenaar heeft geen interesse om meer zonnepanelen te plaatsen op zijn daken; 3. Daken op dit moment niet voorzien van zonnepanelen. Er bestaan wel plannen om de daken gedeeltelijk te gaan voorzien van zonnepanelen op relatief korte termijn. Gebouweigenaar geeft wel aan niet meer op te willen wekken dan het eigen verbruik hierdoor zal slechts een beperkt gedeelte van dit dak benut zal gaan worden voor zonnepanelen; 4. 11 particuliere woningen aangrenzend aan de zonneweide.Vier van deze woningen hebben reeds zonnepanelen geïnstalleerd. Twee woningeigenaren hebben aangegeven geïnteresseerd te zijn in de korting die de zonneweide kan leveren op zonnepanelen middels het omgevingsfonds. De overige woningeigenaren hebben aangegeven niet geïnteresseerd te zijn om zonnepanelen te plaatsen; 5. Nieuw gebouwde woningen Stiphout Zuid. Deze woningen zijn allen gasloos en in die hoedanigheid ook voorzien van zonnepanelen; 6. Bedrijventerrein Schooten, in totaal 15 vastgoedeigenaren.
Energiecooperatie Morgen Groene Energie heeft de afgelopen jaren met de eigenaren overleg gevoerd over het plaatsen van zonnepanelen. Een aantal bedrijfspanden zijn voorzien van panelen maar de overige vastgoedeigenaren blijken niet geïnteresseerd om zonnepanelen te installeren vanwege het beperkte rendement of vanwege potentiële verhuur risico’s zoals bijvoorbeeld verzekeringseisen vanuit huurders wanneer zonnepanelen worden geplaatst; 7. Automotive Campus, Energiecooperatie Morgen Groene Energie is samen met gemeente Helmond de afgelopen vijf jaren bezig geweest om bedrijfsgebouwen op de Automotive Campus te voorzien van zonnepanelen. Dit bedrijventerrein heet campus maar de campussituatie moet weliswaar nog gerealiseerd worden. In totaal gaat het hier om 59 eigenaren. Op dit moment zijn het veel solitaire eigenaren die mogelijk hun vastgoed op relatief korte termijn zouden willen vervreemden en een aantal grotere vastgoedfondsen die geen interesse hebben om te investeren of simpelweg niet kunnen investeren vanwege de fondsstructuur. Ook is geen interesse om een recht van opstal te vestigen / het dak verhuren vanwege de mogelijke verhuur/verkooprisico’s aldus de vastgoedeigenaren. Onder de vastgoedeigenaren blijkt derhalve geen bereidheid voor het plaatsen van zonnepanelen; 8.
Groot bouwvlak waar momenteel concreet ontwikkelingen worden uitgevoerd om nieuwe bedrijfsgebouwen te realiseren. De vastgoedeigenaar heeft aangegeven zonnepanelen te gaan plaatsen maar wilde verder geen details verstrekken over concrete aantallen / benutting dakoppervlak; 9. Woningen Stiphout, via de informatiebijeenkomsten en diverse keukentafelgesprekken heeft Solarcentury toegelicht dat het omgevingsfonds dat de zonneweide beschikbaar stelt een korting kan verlenen voor inwoners van Stiphout. Voor deze regeling hebben 9 woningeigenaren zichzelf op dit moment concreet aangemeld. Dit aantal kan gedurende het vergunningentraject oplopen. Solarcentury zal deze woningeigenaren benaderen voor het plaatsen van zonnepanelen op het moment dat het omgevingsfonds tot stand is gekomen.
Zonneweide Stiphout Pagina 55 van 56
Besluittekst
Zonneweide Stiphout Pagina 56 van 56