CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 055 Weigering verklaring van geen bedenkingen Zonneweide Stiphout - bijlage Evaluatie participatie- en communicatieplan zonneweide Venstraat Stiphout

Gemeenteraad 29 juni 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: 2. Zonneweide Stiphout: weigering verklaring van geen bedenkingen inz. vergunningstraject SolarCentury (19.05-21.05 uur; 120 minuten)4.968 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie participatie- en communicatieplan zonneweide: Venstraat Stiphout Deel A en B. Algemeen Op basis van beleidskaders

De casus Zonneweide Venstraat Stiphout is gesitueerd in het gebied Stiphoutse leemkuilen. Dit gebied is voor een groot deel na de jaren vijftig gebruikt voor de stort van huishoudelijk afval en industrieel afval. . De percelen bestaan nu voor het grootste deel uit grasvelden en akkerlanden omdat een andere vorm van agrarisch gebruik niet is toegestaan. Er lopen verschillende fiets- en wandelpaden in de omgeving van het beoogde perceel. Met de ontwikkeling van de zonneweide is het de bedoeling dat de wandelmogelijkheid wordt uitgebreid en dat deze aansluitend is. Naast het toevoegen van wandelroutes wordt ingezet op informatievoorzieningen zoals bijvoorbeeld informatieborden met natuureducatie en/of informatie over de historie van het gebied en uiteraard energieopwekking en bewustwording van verbruik.

Succesfactoren van participatie Om het participatieproject van Solarcentury te analyseren is er gebruik gemaakt van twee documenten. Het eerste document is een master thesis van Joris van Bommel, afgestudeerd aan de Radboud Universiteit. Hij heeft een weloverwogen normenkader samengesteld met succesfactoren voor burgerparticipatie. De succesfactoren die hij heeft opgesteld zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Het hebben van een vertrouwensrelatie Voldoende middelen Beleidsbetrokkenheid Communicatie Context Methode

Deze factoren worden verder in de evaluatie duidelijker geformuleerd en toegelicht. Het tweede document werdgemaakt in opdracht voor Het Stedelijk Innovatieprogramma. Pröpper, Litjens en Westeijn (2006) hebben onderzocht wanneer participatie werkt. In hun onderzoek zijn de casussen van Dordrecht en Leiden meegenomen. De succesfactoren die in hun onderzoek zijn meegenomen zijn: 7. Participatieve infrastructuur op concern-of systeemniveau 8. Toepasselijke architectuur van afzonderlijke processen 9. Persoonlijke houding en vaardigheden 10. Voldoende participatiegraad van de samenleving 11. Resultaten uit het verleden als sociaal kapitaal voor de toekomst

Er is behoorlijk wat overlap tussen de sets succesfactoren die zijn aangehaald door de twee documenten. Dit wordt gedurende analyse duidelijk.

Evaluatie van het participatie- en communicatieplan van Solarcentury In deze paragraaf worden alle hierboven genoemde succesfactoren toegelicht en geëvalueerd aan de hand van het participatie- en communicatieplan van Solarcentury.

1. Het hebben van een vertrouwensrelatie Deze succesfactor gaat na of er sprake is van een constructieve relatie tussen inwoners en initiatiefnemer. Om te analyseren of er sprake is van een vertrouwensrelatie zijn de vragen in onderstaande tabel geformuleerd: Vertrouwensrelatie 1.1 Is er onderling vertrouwen?

Antwoord 

1.2 Hebben de betrokkenen elkaar nodig?

1.3 Is er een gedeeld belang?

1.1 Is er onderling vertrouwen? Het is lastig vast te stellen uit het document of er onderling vertrouwen heerst. Er wordt in het document wel aangegeven dat ‘een samenwerking leert dat het met deze benadering lukt om elkaar te vinden’. Dit geeft aan dat Solarcentury vertrouwen in een samenwerking met omwonende heeft maar het spreekt niet het expliciete vertrouwen in de omwonende van Stiphout uit. 1.2 Hebben de betrokkene elkaar nodig? In het plan staat dat ‘De acceptatie van het project is uiteraard sterk afhankelijk van de betrokkenheid van de omwonenden en belanghebbenden’. Dit geeft aan dat voor het stukje acceptatie de omwonende en belanghebbenden nodig zijn. Er wordt niet expliciet beschreven of belanghebbende nodig zijn bij het realiseren van de zonneweide. Omwonende en belanghebbenden hebben Solarcentury uiteraard nodig als partij die zonneweides aanlegt, zodat er een duurzame energie wordt opgewekt. Er wordt ook aangegeven dat het zonneproject enkel succesvol ontwikkeld wordt, indien alle belanghebbenden inclusief omwonende volledig betrokken zijn bij de ontwikkeling. Daarnaast stuurt Solarcentury aan om lokaal eigenaarschap te realiseren en de zonneweide 100% over te dragen aan de lokale omgeving. Solarcentury heeft hier betrokkenen zeker in nodig. Zie eveneens financiële participatie 1.

1.3 Is er gedeeld belang? Dit kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Het doel is om in 2050 een vermindering van 95-100% broeikasgassen hebben te hebben om een bijdrage aan de wereldwijde klimaatverandering te beperken. Duurzaamheidinitiatieven als zonneweides dragen hieraansteentje bij. Dit is uiteraard een gedeeld belang. Op het lokale niveau is er ook een gedeeld belang tussen belanghebbende en omwonenden en Solarcentury. Solarcentury conformeert zich namelijk aan het feit dat de zonneweide een meerwaarde zal vormen aan de omgeving. Voor omwonende is het logischerwijs belangrijk dat hun fysieke leefomgeving niet teveel word aangetast en dat het uiterlijk van de omgeving benadeeld wordt.

2. Zijn er voldoende middelen? Bij deze succesfactor wordt er gekeken naar middelen in de brede zin. Middelen van Solarcentury en middelen voor betrokkene worden hier allebei geanalyseerd. De volgende vragen zijn gesteld om na te gaan of er voldoende zijn: Middelen 2.1 Is er genoeg personele bezetting?

antwoord 

2.2 Zijn er genoeg financiële middelen?

2.3 Voldoende informatievoorziening voor burgers?

2.1 Is er genoeg personele bezetting om het participatietraject te leiden?

Er worden verschillende participatiemiddelen ingezet om het participatietraject te leiden. Er is in het document niet aangegeven dat er tegen personele tekorten wordt aangelopen. De participatiemiddelen die worden ingezet vereisen maatwerk en zijn tijdrovend. De keukentafel gesprekken zijn gevoerd met een groot aantal omwonende. Er kan gemakshalve van worden uit gegaan dat er geen personele tekorten te zijn, al wordt dit niet expliciet genoemd. 2.2 Zijn er genoeg financiële middelen? De realisatie van het de zonneweide is gebaseerd op het mee laten profiteren van de omwonenden en financiële participatie. Er is een duidelijke profijtplan en financiële participatie opgesteld. Er worden verschillende vormen van financiële participatie toegepast. Hierbij wordt aangegeven dat financiële participatie afhankelijk is van de lokale interesse om mee te investeren. Als er geen interesse is, neemt Solarcentury het voortouw om alternatieve oplossingen aan te dragen en te realiseren. 2.3 Voldoende informatievoorziening voor burgers? Zoals eerder vermeld worden er meerdere participatiemiddelen ingezet en dus verschillende manieren om informatie te generen voor burgers. Zo zijn er keukentafelgesprekken voor aangrenzende omwonenden, informatiebijeenkomsten en een website gerealiseerd. Voor de informatiebijeenkomsten zijn er brieven verstuurd en de website is inmiddels online.

3. Beleidsbetrokkenheid Beleidsbetrokkenheid betekent dat er voldoende steun en ruimte is voor burgerparticipatietrajecten. Hieronder staan de vragen die bij deze succesfactor horen: Beleidsbetrokkenheid 3.1 Is er genoeg beleidsruimte en is er binnen Helmond een aanwezigheid van een participatie cultuur?

antwoord /

3.2 Is het proces goed te volgen? Transparant proces?

3.1 Is er genoeg beleidsruimte en is er binnen Helmond een aanwezigheid van een participatie cultuur? Het lijkt erop dat de exacte inpassing van het gebied nog niet vast staat. Hier kunnen belanghebbenden, waaronder omwonenden, hun steentje aan bijdragen. De mate waarin is echter niet geheel duidelijk. Dit gaat over zaken als: ‘het plaatsen van informatieborden en rustplaatsen voor bezoekers, het (lokaal) beheer en groenonderhoud van het gebied, en de vegetatiekeuze op en rondom de zonneweide zoals de omzoming, natuurelementen als bijenkasten, en het beheer van het gebied’. Op dit gebied is er dus beleidsruimte voor de omwonenden en andere inwoners,’ zij input kunnen leveren op bijvoorbeeld het ontwerp of de mogelijkheden van multifunctioneel ruimtegebruik. Ze worden daarom intensief betrokken bij het participatieproces’. Het lijkt echter al vast te staan dat de zonneweide op deze locatie terecht komt en de minimale hoeveelheid en omvang staan eveneens niet ter discussie. Deze passage geeft dit beeld ook weer: ‘De ruimtelijk belangrijkste keuzes worden in de vergunning vastgelegd en eventueel ook direct met bijvoorbeeld een omwonende’. Uit de gesprekken zijn suggesties van diverse omwonenden ter harte genomen en hebben geleid tot een aangepast ontwerp. Dit geeft wel aan dat er beleidsruimte was voor omwonenden voor de ruimtelijke inrichting.

Uit het document is uiteraard niet op te maken of er een participatiecultuur heerst in Helmond. 3.2 Is het proces goed te volgen? Is het transparant? Solarcentury heeft in het plan globaal aangegeven wat de rol kan zijn van betrokkenen in de verschillende fasen. Het is echter onduidelijk op welke manier er gecommuniceerd is. Uit de bijlage blijkt dat omwonenden via e-mail, telefonisch en in persoonlijk contact zijn uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst. Het kopje ‘planning schema’ geeft een weergave van het proces en wie, wanneer en op welke manier bij het proces wordt betrokken. Daarnaast is de website online waarop informatie gevonden kan worden. Het is niet duidelijk wat de conclusies van de gesprekken met omwonende uiteindelijk hebben opgeleverd inzake draagvlak. De grafiek zijnde de conclusie geeft immers niet aan welke inwoners voor zijn.

4. Communicatie De communicatie naar participanten moet eerlijk, betrouwbaar, duidelijk, relevant en tijdig zijn. Als er op deze manier gecommuniceerd wordt, is de kans groter dat een participatietraject succesvol is. De volgende vragen zijn geformuleerd: Communicatie 4.1 Is er gecommuniceerd dat er een mogelijkheid is om te participeren? 4.2 En waarom participatie belangrijk bij deze casus? 4.3 En is er gecommuniceerd wat de initiatiefnemer wilt bereiken? 4.4 En is er gecommuniceerd over werking van de procedures en regels tijdens het proces? 4.5 Is er een realistische verwachtingspatroon gecreëerd?

antwoord X/    

4.1 Is er gecommuniceerd dat er een mogelijkheid is om te participeren? Dit is aangegeven. In de stakeholder-analyse wordt er namelijk aangegeven dat in alle participatiecommunicatiefases direct omwonenden als eerste worden betrokken. Niet-direct omwonenden worden geïnformeerd door een informatiebijeenkomst. Daarnaast wordt er via wijkkranten en weekbladen gecommuniceerd. Op basis van het beleid kan wel aangegeven worden dat de vraag gesteld moet worden of dit tijdig gebeurd is. In het beleid wordt immers aangegeven dat voorafgaand aan het initiatief draagvlak en eventuele financiële participatie bij omwonende uitgangspunt zou moeten zijn (hier zou het initiatief moeten starten). In dit proces was het initiatief en het plan al in een relatief ver stadium 4.2 En waarom participatie belangrijk bij deze casus? Er is op meerdere plekken in het document aangegeven waarom het belangrijk is om omwonenden en belanghebbenden bij het plan voor de zonneweide te betrekken en informeren. Het blijft echter vrij globaal en de echte toegevoegde waarde van bewoners van Stiphout wordt niet benadrukt. Er is daarnaast wel een gedegen stakeholderanalyse gemaakt. 4.3 En is er gecommuniceerd wat de initiatiefnemer wilt bereiken? In het document komt duidelijk naar voren wat Solarcentury wilt bereiken en met welke zaken rekening gehouden moet worden.

Ik neem aan dat dit tijdens de informatiebijeenkomsten of keukentafelgesprekken naar boven is gekomen.

4.4 En is er gecommuniceerd over werking van de procedures en regels tijdens het proces? Op de website worden de procedures en regels uitgelegd. Ook tijdens de informatiebijeenkomsten is dit besproken. 4.5 Is er een realistische verwachtingspatroon gecreëerd? Afgaande op de thema-analyse, is dit het geval. De kaders zijn duidelijk gesteld waardoor de beleidsruimte enigszins beperkt lijkt. Uit de uiteindelijke wijzigingen in het project blijkt dat enige vrijheid en inbreng wel geboden is.

5. Context Deze factor gaat over de context van de situatie. De volgende vragen worden hierbij gesteld: Context 5.1 Wordt het probleem door burgers als belangrijk ervaren?

antwoord 

5.2 Zijn burgers betrokken op het moment dat zij ook daadwerkelijk iets kunnen beslissen?

5.1 Wordt het probleem door burgers als belangrijk ervaren? Het probleem kan hier, net als de vraag of er een gedeeld belang is, op meerdere manieren geïnterpreteerd worden. Het grote probleem, klimaatverandering wordt over het algemeen door burgers als belangrijk ervaren. Er moet een aparte analyse voor uitgevoerd worden om de mening van mensen in Stiphout wat betreft klimaatverandering in kaart te brengen. Het plaatsen van een zonneweide wordt over het algemeen ook als belangrijk ervaren omdat dit de directe omgeving aangaat van mensen in Stiphout. Hoe meer lokaal, hoe belangrijker inwoners het probleem vinden. Het ‘not-in-my-backyard-principe’ is hier toepasbaar. Zie eveneens de uitkomsten van de door gemeente uitgevoerde enquête april 2021. Zie analyse enquête bijlage 2 5.2 Zijn burgers betrokken op het moment dat zij daadwerkelijk iets kunnen beslissen? Uit de volgende passage blijkt dat Solarcentury dit in ieder geval belangrijk vindt: ‘Solarcentury vindt het belangrijk dat omwonenden zo vroeg mogelijk worden betrokken bij de planvorming van het zonneveld, zodat zij goed op de hoogte zijn en onderdeel uit maken van de plan- en besluitvorming’. Inwoners zijn betrokken tijdens het ontwikkelen van het plan en voordat de vergunning is verleend. Nadat de vergunning is verleend is, informeert Solarcentury de betrokkenen.

Voorafgaand aan de procedure zijn er gesprekken gevoerd met omwonende en zijn de plannen aangepast

6. Methode Hier gaat het om het kiezen van de juiste methode en het correct uitvoeren van deze methode. De vragen die hierbij zijn: Methode 6.1 Is de methode van participatie afgestemd op de doelgroep en doelstellingen? 6.2 Is er nagedacht welke mate van invloed inwoners krijgen? 6.3 Is het participatietraject toegankelijk voor iedereen die wil deelnemen?

antwoord X/  

6.1 Is de methode goed afgestemd op de doelgroep en doelstellingen? Zoals eerder vermeld zijn er drie participatiemiddelen ingezet. Een daarvan zijn de keukentafelgesprekken. Door keukentafelgesprekken te voeren wordt er een persoonlijke band opgebouwd met de omwonenden. Dit lijkt een goede methode om direct betrokkenen bij het participatieproces te betrekken. De doelstelling is om zonneweide te plaatsen en hiermee het natuurlijke karakter van het gebied te versterken. Er is extra aandacht aan de voetbalvereniging en atletiek club besteed omdat zij de meest dichtbij zijnde accommodaties van zonneweide Stiphout zijn. Er is speciale aandacht voor deze organisaties. Deze keukentafelgesprekken zijn gevoerd na de informatiebijeenkomst. Dit lijkt ook de juiste volgorde. Bij het betrekken van betrokkene wordt er onderscheid gemaakt in de positie van de stakeholder. ‘Zo wordt er bijvoorbeeld een omwonende grenzend aan het initiatief eerder benaderd dan iemand die verder weg woont’. Dit geeft aan dat de methode van participatie en de timing is afgestemd op de doelgroep. De methode lijkt dus goed. Vraag is wel gezien ook de uitkomsten van de enquête en de ontwikkelingen die zich de afgelopen maanden hebben afgespeeld rondom dit project of de methode ook voor de specifieke doelgroep de juiste was. 6.2 Is er nagedacht welke mate van invloed inwoners krijgen? Hier is over nagedacht.

Zie 3.1, 4.5 en 5.1. 6.3 Is het participatietraject toegankelijk voor iedereen die wil deelnemen? Er wordt aangegeven dat er geïnteresseerden kunnen zijn van buiten Stiphout en dat zij welkom zijn om aan het participatietraject deel te nemen.

De volgende factoren komen uit het andere document dat is gemaakt in opdracht voor Het Stedelijk Innovatieprogramma. Veel factoren zijn niet relevant omdat die al behandeld zijn of slaan op de gemeentelijk organisatie van Helmond. In dit geval is Solarcentury de initiatiefnemer.

7. Adequate infrastructuur op systeem of concernniveau 7.1 Participatie staat in het teken van gezamenlijk optreden met raad – college naar buiten 7.2 Aanwezigheid en gebruik van een adequate methodiek voor de gehele gemeente of afwegingskader voor participatie/ interactief beleid

antwoord ? 

Deze succesfactor staat in het teken van het gezamenlijk optreden van de raad, college en ambtelijke organisatie en of er voldoende steun is vanuit een politiek-bestuurlijke oogpunt. Voor deze casus is dit vanwege het feit dat dit initiatief er al was voordat het beleid was vastgesteld een lastige vraag. Punt dat hier genoemd is wel waardevol, namelijk de aanwezigheid en gebruik van een afwegingskader voor participatie. De ‘participatiewaaier’ zoals opgesteld door de Klimaatakkoordpartners dient als leidraad voor het participatie proces.

8. Toepasselijke architectuur van afzonderlijke processen antwoord 7.1 Adequate communicatie en interactie tijdens het Zie punt 4 participatieproces. 7.2 Adequate voorbereiding en doordenking van het proces met Zie punt 4 kennis van de feitelijke beleidssituatie 7.3 Helder management van verwachtingen richting deelnemers Zie 4.5 7.4 Feitelijke politiek-bestuurlijke inbedding van het ? participatieproces 7.5 Heldere inzet van communicatie en voor zover van toepassing Zie punt 4 helder weergegeven in voorliggende (politieke) keuzes 7.6 Adequate organisatie en spelregels voor het proces Zie 4.4 Deze succesfactor lijkt erg op de communicatie factor die bij punt 4 is geformuleerd.

9. De juiste persoonlijke houding en vaardigheden Dit gaat over de houding en vaardigheden van degene die communiceert met participanten. De vragen die bij deze factor horen zijn:

9.1 Is er een open houding voor inbreng van externen en erkenning dat zij vakbekwaam zijn? 9.2 Beschikken degene die het participatietraject leiden over adequate proces- en communicatieve vaardigheden?

antwoord  

9.1 Is er een open houding voor inbreng van externen en erkenning dat zij vakbekwaam zijn? Er is een open houding voor de inbreng van omwonenden, zoals al vaker aangegeven. Het feit dat zij vakbekwaam zijn en relevante kennis inbrengen is niet gemeld. Zoals in 4.2 aangegeven wordt de echte toegevoegde waarde van bewoners van Stiphout niet benadrukt. 9.2 Beschikken degene die het participatietraject leiden over adequate proces- en communicatieve vaardigheden? Tijdens de keukentafelgesprekken en informatiebijeenkomsten zijn deze vaardigheden erg belangrijk. In het plan is er niet ingegaan of werknemers van Solarcentury deze vaardigheden beschikken. Op basis van het plan van Solarcentury kunnen we dit dus niet waarderen. Als we de door inwoners toegezonden brieven meenemen in deze afweging, moet in elk geval vermeld worden dat een aantal inwoners hier vraagtekens bij heeft. En dat wij zien dat de beleving van deze eerste keukentafel gesprekken het traject geen goed heeft gedaan.

10. Voldoende participatiegraad Hier wordt nagegaan of er überhaupt voldoende burgers, instellingen en bedrijven zijn die willen participeren. Er is een stakeholderanalyse gemaakt van betrokkenen. Het is moeilijk om te bepalen of er genoeg instellingen en bedrijven (financieel) willen participeren. Solarcentury geeft aan ‘dat er nog maar weinig omwonenden en belanghebbenden betrokken, omdat het project in het toelatingsproces is’. De verwachting is echter dat wanneer het realisatieproces van de zonneweide dichterbij komt, de participatiegraad hoger wordt. Zie eveneens bijlage 1.b

11. Voldoende resultaten uit het verleden Solarcentury is bekend met dit soort projecten, dit komt ook naar voren in het plan:’ Solarcentury ziet wat de meerwaarde kan zijn van de zonneweide, voor de biodiversiteit, het klimaat en de portemonnee van direct betrokkenen. Onze jarenlange ervaring met dergelijke projecten en samenwerking met omwonenden leert dat het met deze benadering doorgaans lukt om elkaar te vinden’. Dit duidt erop dat er voldoende resultaten uit verleden zijn geboekt op dit gebied. Hierbij aan toevoegend, staat er in het plan dat ‘op basis van onze ervaringen tot nu toe, hebben we de overtuiging dat een zonneproject enkel succesvol ontwikkeld wordt, indien alle belanghebbenden inclusief omwonenden volledig betrokken zijn bij de ontwikkeling en de communicatie daaromtrent open, in dialoog en met wederzijds respect verloopt.’ Er zijn dus voldoende aanknopingspunten uit het verleden waar lering uit getrokken worden.

Eindevaluatie De tabel hieronder geeft weer in welke mate voldaan is aan een bepaalde succesfactor. Het blijkt dat aan alle succesfactoren ieder geval gedeeltelijk is voldaan, behalve aan #9 (persoonlijke houding en vaardigheden). Punt 9 is simpelweg niet opgenomen in het plan. Dit betekent dus niet dat de houding en/of vaardigheden niet voldoende zijn. Aan de meest punten voor een succesvol participatietraject wordt voldaan. Punten 1 en 3 zijn twijfelachtig. Norm (#)

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

Zonneveld Stiphout

/

X/

?

/

Bijlage 1 a en 1b Vergelijking met beleid Helmond Plan deel A

Voor wat betreft draagvlak deel A. Artikel 4.6 en 6. Bij initiatieven voor de realisatie van een zonneveld dient de aanvrager vooraf het draagvlak van het initiatief onder de omwonenden te toetsen door middel van een plan van aanpak participatie deel A. Elke initiatiefnemer die voornemens is een zonneveld aan te leggen, zal bij de aanvraag omgevingsvergunning een participatieplan moeten overleggen. Dit plan omvat de financiële participatie van inwoners van de gemeente Helmond en omwonenden van het zonneveld, zoals beschreven in artikel 4. lid10 en wordt opgenomen als deel B. De participatie inzake draagvlak zoals benoemd in artikel 4. lid 8 heeft dan al plaatsgevonden. Het plan van aanpak en de evaluatie en wordt opgenomen in het participatieplan als Deel A.

In het plan heeft initiatiefnemer het participatie plan beschreven. Zoals in de algemene opgave beschreven, zijn alle benodigde onderdelen van het participatieplan meegenomen in dit projectonderdeel. Het projectplan voldoet dus inhoudelijk aan de benodigde stappen die gezet zouden moeten worden. Er zijn echter een aantal onderdelen die niet eenduidig zijn weergegeven, dan wel niet de informatie geven die vanuit het beleid gevraagd is. Belangrijk hierbij is: of het plan van aanpak heeft bijgedragen aan het draagvlak? En of de uitvoering het draagvlak heeft vergroot? Er is een grafiek opgenomen waarin de conclusies van het draagvlak onderdeel worden gepresenteerd. Van de 26 benaderde personen (direct omwonend) zijn 5 adressen van grondeigenaren en daarmee initiatiefnemers. Met 10 personen is, na herhaaldelijke pogingen, geen contact geweest. Overige inwoners geven allen voorwaarden aan waaraan het plan zou moeten voldoen, tevens stellen ze het plan ter discussie. Er is niet duidelijk of na verwerking van deze punten inwoners akkoord zijn. Daarmee is voor de direct omwonende op basis van de tabel het daadwerkelijke draagvlak niet te herleiden. Er blijven immers maar 11 inwoners niet tegen waarvan de meerderheid nog voorwaarden meegeeft. Maar niet op voorhand aangeeft dan akkoord te zijn.

Alle positieve reacties of inwoners die mee willen investeren vallen in de categorie niet direct omwonende.

Bovenstaande is dan ook niet wat in het beleid bedoeld wordt met participatie deel A inclusief een evaluatie. Op basis van de uitkomsten van het plan en de evaluatie zou eenduidig moeten zijn hoeveel inwoners voor zijn en dat veel inwoners de meerwaarde van het plan zien of zijn gaan inzien. Ook in de toegevoegde bijlage waarin de gesprekken met inwoners zijn weergegeven, zijn geen conclusies opgenomen. Dan wel geven inwoners (zelf) niet aan voorstander te zijn.

Plan Deel B

In het Helmondse beleid omtrent zon staat het volgende geformuleerd (Artikel 4. 10 en Artikel 6): ‘Vooruitlopende op de nog vast te stellen Regionale Energie Strategie (RES) is het uitgangspunt dat per project de afweging wordt gemaakt welke bijdrage wordt gevraagd ten behoeve van de maatschappelijke waarde in relatie tot 50% deelname van burgers zoals in voornoemde RES wordt gevraagd. Er is dus een directe relatie tussen de 50% deelname en de maatregelen ten behoeve van inpassing en de maatschappelijke doelstellingen.’

De aanvrager zal, vooruitlopend op de aanvraag vergunning, een schriftelijke toelichting moeten geven inzake het te doorlopen proces, , met betrekking tot het participatieplan deel B. Voorbeelden zijn: Inspanningsverplichtingen Meervoudig opdrachtgeverschap Omgevingsovereenkomst waarin een participatieplan is opgenomen

Samenwerkingsovereenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente

In het document van Solarcentury staat het volgende beschreven: het streven is om de zonneweide voor 100% over te dragen aan de lokale omgeving. De lokale omgeving kan instappen wanneer een positieve SDE++ is verleend of tijdens de bouwfase. Solarcentury neemt hierin de volgende onderdelen mee: 1. 2. 3. 4. 5.

100% Lokaal eigendom & 10% Postcoderoos Omgevingsfonds Energie uit zonneweide voor omwonenden Lokale werkgelegenheid Financiële participatie grondeigenaar (50%)

Hierin wordt aangegeven dat Solarcentury 100 % overdracht nastreeft. Er wordt aangegeven dat de mogelijkheden er zijn en dat hierop de komende tijd zal worden ingezet. Ook wordt een omgevingsfonds in het leven geroepen waarmee maatschappelijke doelen in Stiphout kunnen profiteren van de opbrengsten van het plan. Er worden echter nu nog geen zekerheden geboden hoe dit zal worden gedaan. Wel plannen. In afwijking van het beleid is geen zekerheid geboden op dit punt. Samenwerkingsovereenkomsten, gedeeld opdrachtgeverschap of omgevingsovereenkomst ontbreekt.

Bijlage 2 Enquête De resultaten van de enquête zijn openbaar gedeeld en opgenomen in de bijlage. Belangrijkste conclusies zijn: Doel, doelgroep en respons van de enquête Op basis van de lopende discussie over de plannen voor een zonneweide in Stiphout en het belang van voldoende draagvlak, heeft het college van B&W besloten een brede enquête uit te voeren. Doel hiervan was enerzijds inzichtelijk te maken hoe Helmonders aankijken tegen de energietransitie (met de nadruk op het belang van zonne-energie) en de rol die zij daarin voor zichzelf weggelegd zien. Anderzijds focuste de enquête zich specifiek op de plannen voor een zonnepark in Stiphout, waarbij we inzicht wilden verkrijgen in het draagvlak van inwoners voor de plannen van Solarcentury alsook in draagvlak voor een zonnepark in het algemeen. Aangezien de enquête over meer ging dan alleen Stiphout is deze breed uitgezet. We hebben alle inwoners van 18 jaar en ouder in Stiphout benaderd (zij wonen immers in de buurt van het aangevraagde project). Daarnaast zijn 2.000 adressen elders in Helmond aangeschreven. Inwoners van Stiphout die de enquête in eerste instantie niet hebben ontvangen, hebben deze op verzoek alsnog gekregen. Mede voor hen is de periode waarin kon worden gereageerd met een week verlengd.

In de respons op de enquête zien we een groot verschil tussen enerzijds Stiphout en anderzijds de rest van Helmond. Van alle aangeschreven respondenten in Stiphout heeft 30,9% van de inwoners de enquête ingevuld. Van de mensen die binnen 900 meter van de beoogde locatie wonen ligt dit percentage iets hoger: 33%. De respons Helmond-breed ligt met 11,9% een stuk lager. Het is belangrijk deze percentages mee te wegen bij de beoordeling van de resultaten. Wel is de respons in Stiphout op basis van statistische uitgangspunten representatief om conclusies aan te kunnen verbinden. Enquêteresultaten over klimaatverandering in het algemeen Uit de enquête blijkt overall dat inwoners van Helmond, en ook meer specifiek in Stiphout, de klimaatverandering erkennen en aandacht willen besteden aan de energietransitie. 70% van de inwoners uit Stiphout is klimaatbewust. Ze maken zich zorgen over het klimaat en vinden het belangrijk anders met energie om te gaan. Dit percentage is Helmond-breed ongeveer hetzelfde. Interessant is dat het aantal Helmonders dat achter de energietransitie staat daarmee (iets) hoger ligt dan gemiddeld in Zuidoost Brabant (een cijfer dat we kennen uit een onderzoek in het kader van de Regionale Energie Strategie, waarin 1700 inwoners uit Zuidoost Brabant zijn geënquêteerd).

Tegelijk zien we dat het duurzaam opwekken van energie niet in de top-3 staat van aspecten die inwoners belangrijk vinden aan hun eigen energieverbruik. Beschikbaarheid, veiligheid en betaalbaarheid worden belangrijker gevonden dan duurzaamheid. Uit de enquête concluderen we bovendien dat inwoners van Stiphout én Helmond het slechts beperkt van belang vinden dat de energie die zij gebruiken in de directe omgeving wordt opgewekt. Wel zien we dat inwoners over het algemeen zelf willen investeren in energiebesparende maatregelen zoals isolatie en zonnepanelen. Dit getal ligt in Stiphout net iets hoger dan in de overige wijken van Helmond. Enquêteresultaten over zonneparken in het algemeen Eén van de manieren om de energietransitie vorm te geven is het aanleggen van zonneparken. In het algemeen zien we dat inwoners van Helmond hier positiever tegenover staan dan inwoners uit Stiphout (64% tegenover 41%). Vergelijkbare percentages zien we bij vragen die gaan over de verantwoordelijkheid die de gemeente hierin draagt en bij de vraag of inwoners “sowieso negatief ten opzichte van zonneparken staan”. Inwoners vinden in grote aantallen dat zij moeten kunnen meedenken bij de (mogelijke) ontwikkeling van een zonnepark. Het aantal inwoners vanuit Stiphout dat dit (zeer) belangrijk vindt, ligt hoger dan in de rest van Helmond.

Tot slot achten Helmonders het niet “bijzonder belangrijk” om zelf te kunnen investeren in een zonnepark, maar zijn ze wel (en zeker in Stiphout) van mening dat een ontwikkelaar die een zonnepark aanlegt ook moet investeren in de inpassing ervan in de omgeving. Enquêteresultaten over plan Solarcentury in Stiphout De voorwaarden die inwoners in het algemeen verbinden aan de totstandkoming van een zonnepark zijn voor hen (zeker) ook van toepassing op het plan van Solarcentury. Voor het oordeel over het participatietraject is het belangrijk te beseffen dat relatief veel mensen hierover aangeven geen mening te hebben. Als we kijken naar de respondenten die wél een mening hebben over dit participatietraject, beoordeelt ongeveer helft dit als ‘slecht’ en ongeveer een kwart als ‘goed’. Een derde van de respondenten die binnen 150 meter van het plan woont, geeft aan niet betrokken te zijn. Voor de mensen die verder weg wonen is dit 85% of hoger. In het algemeen geldt dat ruim 2/3 van de inwoners van Stiphout het (helemaal) oneens is met de stelling dat zij positief staan tegenover het huidige plan van Solarcentury. Omgekeerd en vrijer

geformuleerd: bijna 70% van de respondenten staat negatief tegenover de voorgestelde ontwikkeling. Dit percentage ligt iets hoger voor mensen die dichtbij het plangebied wonen. Mensen die de klimaatverandering volledig erkennen en/of de mensen die toekomst zien in zonneparken zijn in het algemeen iets minder negatief over de plannen in Stiphout. Tussen deze factoren zien we een duidelijke samenhang Kantekening Opgemerkt dient te worden dat er weinig verschil is tussen de beantwoording van de vraag inzake de locatie en het oordeel van inwoners ten opzichte van het plan. Zijn de meeste inwoners tegen het plan omdat ze tegen de locatie zijn? Of zijn ze tegen de locatie omdat het plan niet in goede aarde valt? Hierbij moet ook in overweging genomen worden dat uit de enquête blijkt dat de meeste inwoners die de enquête hebben ingevuld in eerste instantie zijn geïnformeerd door De Stichting Geledingszone Stiphout of de Lindenberg. Dat betekent dat zij informatie laat in het traject hebben ontvangen. En niet door initiatiefnemer zijn meegenomen in het beoogde participatie traject. Dit wijzigt de conclusies die we getrokken hebben ten aanzien van de enquête niet maar dient wel benoemd te worden.

Zoals in de evaluatie van Morgen Groene Energie ook beschreven verwachten we namelijk dat de uitkomsten van de enquête anders waren geweest als het proces in gezamenlijkheid en eerder in het traject zouden zijn opgezocht. Het vooraan in het traject zoeken naar draagvlak is voorwaardelijk in het beleid, voldoende draagvlak is er op dit moment niet. Conclusie De resultaten van de enquête geven aan dat 25 % van de inwoners positief tegenover het initiatief staat. Daarmee is dit percentage lager dan het aantal wat gemiddeld in onze regio positief staat tegen over dit soort initiatieven. Wanneer we de enquête en het plan van aanpak Deel A samenvoegen is de conclusie dat het draagvlak voor dit plan aan de voorzijde onvoldoende is. En dat de kans die 25 % van de inwoners boden om dit plan naar een gedragen project te tillen niet gepakt is. Het aanhaken van deze 25% had ook bij de direct omwonenden kunnen leiden tot een proces waarbij de kansen van het park voorop stonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10308573/3