CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 055 Weigering verklaring van geen bedenkingen Zonneweide Stiphout - bijlage Ruimtelijke Onderbouwing Zonneweide Stiphout behorend bij aanvraag omgevingsvergunning

Gemeenteraad 29 juni 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: 2. Zonneweide Stiphout: weigering verklaring van geen bedenkingen inz. vergunningstraject SolarCentury (19.05-21.05 uur; 120 minuten)16.916 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke Onderbouwing Zonneweide Stiphout

Verantwoording Titel

Ruimtelijke onderbouwing Zonneweide Stiphout

Projectnummer

369379

Referentienummer Revisie

Versie 4

Datum

01-06-2021

Auteur

Rolien De Jong

E-mailadres

Rolien.dejong@sweco.nl

Gecontroleerd door

Lisanne Teunissen

Goedgekeurd door

Lourens Hogenbirk

Zonneweide Stiphout Pagina 2 van 56

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplan 1.4 Opzet ruimtelijke onderbouwing

4 4 5 5 6

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

7

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

8

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Algemeen 4.2 Rijksbeleid en Europese richtlijnen 4.3 Provinciaal en regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie beleidskader

11 11 11 13 15 18

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingseffecten 5.1 Algemeen 5.2 Landschap 5.3 Archeologie 5.4 Cultuurhistorie 5.5 Bodemkwaliteit 5.6 Water 5.7 Natuur en soorten 5.8 Geluid 5.9 Milieuzonering 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Externe veiligheid 5.12 Kabels en leidingen 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.15 Conclusie

19 19 19 19 21 22 23 24 29 29 30 30 31 32 32 33

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

34 34 34

Hoofdstuk 7

36

Conclusie

Bijlagen toelichting

37

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

38

Bijlage 2

Historisch bodemonderzoek

39

Bijlage 3

Gedragscode Zon op Land

40

Bijlage 4

Natuuronderzoek

41

Bijlage 5

Participatie- /communicatieplan

42

Bijlage 6

De noodzaak voor zon op land

43

Besluittekst

57

Zonneweide Stiphout Pagina 3 van 56

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Aanleiding

Het zonne-energiebedrijf Solarcentury, met haar vestiging in Den Bosch, is van plan een zonneweide te realiseren in Stiphout in de gemeente Helmond. Een zonneweide is een perceel met zonnepanelen waar duurzame energie wordt opgewekt. Solarcentury wil een zonneweide op de voormalige vuilstortlocatie ‘’Leemkuilen’’ bouwen. De zonneweide biedt de gemeente Helmond veel voordelen. Op een gebied van 22 hectare, dat vanwege haar vroegere functie als vuilstortplaats een lage natuurlijke en landschappelijke waarde heeft, kan binnenkort duurzame energie worden opgewekt. Daardoor kunnen ruim 7.000 huishoudens met de opgewekte energie van zonneweide Stiphout verzorgd worden. Het plan past binnen de politieke lange-termijn-doelstellingen van het rijk, de provincie NoordBrabant en van de gemeente Helmond. De toekomstige zonneweide zal zo worden vormgegeven dat deze niet tot minder, maar juist tot hogere natuurwaardes zal leiden. Schapen kunnen op een gedeelte van de zonneweide grazen. Daarnaast zorgen nieuwe groenstroken, het verdikken van bestaande groenstroken en de gebiedseigen vegetatie onder de panelen voor een versterking van de groenstructuren én een toename aan biodiversiteit. Kleine zoogdieren kunnen op het terrein foerageren. Ook wordt de zonneweide landschappelijk en cultuurhistorisch ingepast.

Tenslotte worden plannen voor de zonneweide in samenwerking met de omwonenden ontwikkeld (paragraaf 6.2 en bijgevoegd participatie- en communicatieplan). De zonneweide past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Helmond’. Om de zonneweide toch mogelijk te maken, dient de gemeente Helmond af te wijken van het vigerende bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van een buitenplanse afwijkingsprocedure op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), en dient de uitgebreide procedure te worden doorlopen. De rapportage die u op dit moment leest, vormt de ruimtelijke onderbouwing voor deze procedure. Deze onderbouwing toont aan dat het zonneweide-initiatief binnen het ruimtelijk beleid van de gemeente Helmond past en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Over Solarcentury Solarcentury is één van de ’s werelds meest vertrouwde en gerespecteerde zonneenergiebedrijven. Opgericht in 1998 hebben wij deel uitgemaakt van de evolutie die zonneenergie tot de aantrekkelijke energiebron van vandaag heeft gemaakt. Solarcentury staat voor een duurzame, natuurvriendelijke en landschappelijk goede vormgeving van zonneparken, met netto-winst voor de natuur.

We staan voor een proces waarbij burger en andere belanghebbenden meedenken, gehoord worden en uiteindelijk meeprofiteren. We zorgen voor een ontwikkeling van zonneparken als een tijdelijk ruimtebeslag zonder negatieve erfenis op het perceel. Solarcentury ontwikkelt, beheert en ontmanteld de zonneweides en blijft gedurende de gehele periode aanspreekbaar. Vanuit onze vestiging in Den Bosch worden met een team van circa 60 medewerkers grootschalige zonnevelden ontwikkeld. Daarnaast zijn er de eerste projecten met kleinschalige en grootschalige energieopslag (in samenwerking met Tesla) en de combinatie van zonnepanelen en waterstof. Hiermee is ons bedrijf de ideale partner om de energietransitie binnen uw gemeente vorm te geven. Solarcentury is lid van de branchevereniging Holland Solar en volgt de principes van de Gedragscode Zon op Land (zie bijlage 3), die eind 2019 door negen maatschappelijke en brancheorganisaties werd ondertekend.

Zonneweide Stiphout Pagina 4 van 56

1.2

Ligging plangebied

De beoogde locatie voor de zonneweide bevindt zich tussen de Venstraat en de Stiphoutse Dreef, nabij de Europaweg N270 in de gemeente Helmond. Het plangebied betreft meerdere percelen. Deze bestaan voor het grootste deel uit grasvelden en akkerland, omringd door houtwallen. Het plangebied is globaal weergegeven in figuur 1.1 en wordt begrensd door:   

de N270 in het zuiden; agrarische percelen in het zuiden en het westen; Woningen in het noorden.

Figuur 1.1 Satellietfoto van het plangebied (blauw omkaderd).

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied bevindt zich binnen het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Helmond’ uit het jaar 2012. Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen:  Agrarisch met waarden – Landschap  Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap  Natuur  Verkeer – onverhard De gronden binnen het gebied zijn bestemd voor agrarische doeleinden, voor bos, voor onverharde wegen en ter behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden, landschappelijke en hydrologische waarden.

Zonneweide Stiphout Pagina 5 van 56

Figuur 2 Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Helmond

Het zonneweide-initiatief past niet binnen de huidige gebruik- en bouwregels van het vigerende bestemmingsplan. De zonneweide wordt immers niet gerealiseerd voor agrarische doeleinden. Om de zonneweide desondanks mogelijk te maken dient de gemeente Helmond daarom af te wijken van het vigerende bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning.

1.4

Opzet ruimtelijke onderbouwing

In deze ruimtelijke onderbouwing vindt u in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het planvoornemen. Hoofdstuk 4 besteedt aandacht aan het relevante ruimtelijke beleidskader. In hoofdstuk 5 komen verschillende milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 7 wordt tot slot geconcludeerd of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Zonneweide Stiphout Pagina 6 van 56

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit een bruto-oppervlakte van ongeveer 22 hectare grond. Het gebied diende in het midden van de vorige eeuw als vuilstortplaats, Leemkuilen. Momenteel wordt het gebied gebruikt voor agrarische-, verkeers- en zeer beperkt voor natuurdoeleinden. De gemeente Helmond is een van de grondeigenaren. Het plangebied bestaat uit meerdere percelen. Deze percelen bestaan voor het grootste deel uit grasvelden en akkerlanden, omringd door houtwallen. Er bevinden zich twee houten schuurtjes en een voormalige stal op het plangebied. In de directe omgeving staan woningen (aan de noordzijde van het plangebied) en een aantal stallen (aan de zuidzijde van het plangebied). Het plangebied is verder omgeven door onverharde wegen, akkerland, grasland en bosrijk gebied. Figuur 3 geeft een globale impressie van het plangebied.

` Figuur 3 Globale impressie plangebied

Zonneweide Stiphout Pagina 7 van 56

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

Het plan voor deze zonneweide omvat meer dan alleen het opwekken van energie. Naast het opwekken van energie wordt de natuur en biodiversiteit gestimuleerd en in recreatie voorzien. Mede door de industriële uitbreidingen en de agrarische activiteiten in het gebied is een dergelijke ecologische ontwikkeling zeer welkom en kansrijk. Een zonneweide kan hier een buffer vormen tussen natuur, agrarisch, woon, en industriegebied. Ook voor de zuivering en infiltratie van grondwater biedt deze zonneweide kansen. De grondwaterstand kan worden aangepast op een gewenst niveau en er wordt geprobeerd zoveel mogelijk water vast te houden op het perceel. De bestaande wandelpaden door het gebied blijven openbaar toegankelijk en vanuit die wandelpaden worden de zonnepanelen slechts beperkt zichtbaar. Ook wordt een terrein van ca. 1 ha ingericht voor recreatie met onder andere een poel om water in het gebied langer vast te houden. Een van de grondeigenaren is voornemens om hier actief een functie te vervullen voor ouderen, bijvoorbeeld door het wekelijks aanbieden van (gratis) koffie en thee met een praatje (zie hiervoor ook het informatiepunt in figuur 7). Daarnaast wordt, naast enkele randen rondom de zonneweide een nieuwe schapenweide aangelegd van ca. 2,5 ha. De zonnepanelen worden in oost-west richting geplaatst.

Op de plek van het voormalige ven zullen in de toekomst de zonnepanelen slechts beperkt zichtbaar zijn door het toevoegen van een grondwal / oplopend talud. Hierbij wordt beoogd om een link te maken met het voormalige ven, door de zonnepanelen op de voorgestelde wijze te plaatsen zal goed gekeken moeten worden of een ven zichtbaar is of zonnepanelen. De meeste zonnepanelen hebben een hoogte van ca. 1.5 meter (hoogste punt), zie hiervoor figuur 7. De niet gearceerde delen hebben een hoogte van ca. 1.5 meter. De panelen beginnen op een hoogte van ca. 60 centimeter boven het maaiveld. Deze hoogte is noodzakelijk voor de maaiwerkzaamheden die af en toe op gezette tijden uitgevoerd moeten worden. Bovendien zorgt deze hoogte, evenals de ruimte tussen de panelenrijen aan de boven en onderzijde en de ruimte tussen de zonnepanelen zelf, ervoor dat er zonlicht en regen op de bodem valt, waardoor de organische groei van planten inclusief natuurlijke CO2-vastlegging niet onderbroken wordt. De breedte van één rij zonnepanelen is ca. 5 meter (zie figuur 5.1). De blauwe pijlen in figuur 5.1 geven aan dat tussen de zonnepanelen ruimte is gelaten zodat water gelijkmatig wordt verspreid onder de panelen. Een deel van de zonnepanelen heeft een hoogte van 2.1 meter (hoogste punt). Het laagste punt van deze zonnepanelen is ca.

1.2 meter, zodat onder deze zonnepanelen schapen kunnen worden geweid door de aangrenzende pluimveehouder. Figuur 5.2 en 5.3 geven een impressie van het zijaanzicht en de landschappelijke inpassing. De vermelde maatvoering is (behoudens de maximale hoogte) indicatief en kan afwijken van de daadwerkelijke constructie in verband met technologische ontwikkelingen. In het landschapsplan zijn van alle verschillende landschappelijke inpassingsstructuren dergelijke zijdoorsneden toegevoegd.

Figuur 5.1 Zonnepanelen van ongeveer 1.5 m hoog in zonneweide Stiphout (maten in mm). Tussen de zonnepanelen zelf wordt ruimte gelaten zodat water tussen de panelen door kan lopen. Deze maatvoering is (behoudens de maximale hoogte) indicatief en kan afwijken van de daadwerkelijke constructie in verband met technologische ontwikkelingen.

Zonneweide Stiphout Pagina 8 van 56

Figuur 5.2 Impressie van de zonneweide Stiphout

Figuur 5.3 Impressie van de zonneweide Stiphout voor het deel waar schapen kunnen weiden

De zonneweide bestaat uit verschillende rijen met zonnepanelen en de daarbij behorende randapparatuur. De opgewekte stroom van de zonnepanelen wordt getransporteerd naar zogenaamde transformatoren. Er worden meerdere van deze transformatoren met een hoogte van 2.15 meter in het plangebied geplaatst. Deze worden aangesloten middels een tracé van leidingen op een transformator. Daarnaast worden er mogelijk 12 batterij containers met een capaciteit van in totaal 5 MW naast de zonnepanelen geplaatst. De eventuele plaatsing van deze containers is afhankelijk technische ontwikkelingen het komende jaar. Vanwege de positie zijn de batterij containers geheel niet zichtbaar vanuit het openbaar gebied. De afmetingen van de batterij containers zijn ca. 3m hoog en 6m lang. De eventueel te plaatsen batterij containers zijn opgenomen op de technische tekeningen behorende bij deze ruimtelijke onderbouwing. De locaties van de randapparatuur (m.u.v. de eventuele batterij containers) zijn aangegeven in de ‘landschappelijke inpassing’ in bijlage 1. Er zal verder onderzoek gedaan moeten worden met betrekking tot de bodemgesteldheid, soort verontreiniging en draagkracht in verband met de aanwezigheid van (zacht) stortmateriaal in de bodem om zodoende de exacte locaties te kunnen bepalen.

Zonneweide Stiphout Pagina 9 van 56

De voormalige koeienstal op het grote midden perceel blijft behouden en wordt weer in gebruik genomen ten behoeve van de zonneweide. Ook de bestaande groenstructuren blijven zo veel mogelijk behouden. Er is bewust gekozen voor een opstelling met ruimte voor groenstroken, omdat dit goed is voor de biodiversiteit en ruimte geeft om schapen te laten grazen. De velden waarop de zonnepanelen komen te staan, worden niet openbaar toegankelijk. Om de velden worden zogenoemde wildhekwerken geplaatst met houten palen van maximaal twee meter hoog, met grotere gaten, waardoor klein wild het gebied kan betreden. Aan de onderzijde van het hekwerk zijn de gaten groter zodat ook grotere dieren zoals bijvoorbeeld vossen het hekwerk kunnen passeren. In het gebied komt een poel voor dieren. Aan de randen van de velden wordt een informatieve wandelroute gecreëerd over bestaande paden, met diverse informatieborden over de geschiedenis en de huidige inrichting van het gebied (zie figuur 6 voor een impressie). Hiervoor wordt advies ingewonnen via Natuurplatform Helmond (o.a. IVN) en de heemkundekring. Ook worden er rustplaatsen voor toeristen gecreëerd. Recreatie in het gebied wordt zo gestimuleerd.

Op de percelen waar geen zonnepanelen worden geplaatst, worden landschappelijke elementen zoals de omvangrijke groenstructuren gecreëerd of versterkt, bijvoorbeeld door de aanleg van bloemrijke akkerranden, struwelen en houtwallen. Omringende waardevolle houtopstanden blijven onaangetast. Slechts enkele opstanden hebben uit natuurperspectief weinig waarde. Het gaat hier om opstanden die voornamelijk uit verwilderd onkruid bestaan. Deze opstanden zullen worden verwijderd, zodat hier schapen kunnen grazen en zonnepanelen opgesteld kunnen worden. Een verdere toelichting vindt u in de ‘landschappelijke inpassing’ in bijlage 1.

Figuur 6 Een impressie van informatieborden in het gebied

Figuur 7 geeft een overzicht van de geplande veranderingen in het projectgebied. In de figuur is te zien waar de (verhoogde) zonnepanelen exact worden geplaatst en waar recreatieve functies worden toegevoegd. Goed is te zien dat de zonnepanelen door groen worden afgeschermd door het aanleggen van bloemrijke, in hoogte oplopende akkerranden, struwelen en houtsingels. Op deze manier vallen de zonnepanelen nauwelijks op in het bestaande landschap. De zwarte pijlen geven zichtlijnen aan, vanuit de bebouwing en de wandelpaden. In het landschappelijk inpassingsplan, welke is opgenomen als bijlage, is onderstaande visieschets nader toegelicht en zijn diverse zijdoorsneden van de landschappelijke inpassing opgenomen.

Zonneweide Stiphout Pagina 10 van 56

Figuur 7 De visieschets voor het plangebied

Zonneweide Stiphout Pagina 11 van 56

Hoofdstuk 4 Beleidskader

4.1

Algemeen

Voor uw besluitvorming over de zonneweide is beleid van de overheid op Europees, nationaal, provinciaal en gemeentelijk bestuursniveau relevant. De doorwerking van het beleid van hogere overheden en van het wettelijk kader komt eveneens aan de orde bij de toets aan de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 is per omgevingsaspect het wettelijk kader samengevat.

4.2

Rijksbeleid en Europese richtlijnen

4.2.1

Europese richtlijnen over hernieuwbare energie

In 2015 zijn tijdens de klimaattop van de Verenigde Naties in Parijs 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag, dat de uitstoot van broeikasgassen fors moet terugdringen. Vanuit de Europese Unie verplicht de zogenaamde RES-richtlijn (Renewable Energy Systems) lidstaten duurzame energie te ontwikkelen, waaronder zonne-energie. Lidstaten dienen op nationaal niveau concrete ontwikkelingsplannen op te zetten. Afgelopen jaar is het Nederlandse klimaatakkoord vastgesteld waarbij partijen (waaronder de VNG) zich hebben vastgelegd aan 49% CO2-emissie reductie in 2030. Om dat te bereiken hebben de partijen onder andere afgesproken om begin 2025 voor 35 TWh aan zonne- en windenergie projecten op land vergund te hebben. Zonne-energie zal in de toekomst een steeds groter onderdeel uitmaken van de energiemix. De nationale overheid stimuleert op verschillende manieren de grootschalige opwekking van zonne-energie, onder meer door de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+). Betekenis voor het planvoornemen Het initiatief voor de zonneweide Stiphout past binnen de beschreven doelstellingen van de nationale overheid en draagt bij aan het verduurzamen van de Nederlandse energiehuishouding. 4.2.2

Nationale Omgevingsvisie

In 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het Rijk een lange termijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw spelen hierbij een rol. In de NOVI zijn deze opgaven samengevat in vier prioriteiten: 

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Deze prioriteit gaat over het klimaatbestendig inrichten van Nederland, waarmee we Nederland voorbereiden op klimaatverandering en zeespiegelstijging. Een klimaatbestendige inrichting vraagt om een betere afstemming van de fysieke leefomgeving op de eigenschappen van het bodem-watersysteem, maar ook om het inzetten op duurzame energie. Naar 2050 toe zal het aandeel duurzame energie alleen maar toenemen. Dit vraagt om aanpassingen aan de infrastructuur, maar ook om het bieden van ruimte voor de bronnen van duurzame energie. Duurzaam economisch groeipotentieel Deze prioriteit gaat over het duurzaam en circulair maken van de Nederlandse economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Naar 2050 toe zullen logistieke functies worden geclusterd op logistieke

Zonneweide Stiphout Pagina 12 van 56

knooppunten, die goed bereikbaar zijn op een (internationaal) verkeers- en vervoersnetwerk. Sterke en gezonde steden en regio’s Deze prioriteit gaat over het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. Naar 2050 toe wordt er ingezet op een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s, zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuur inclusief. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Deze prioriteit gaat over het creëren van een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Naar 2050 wordt er ingezet op een zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap.

Bovenstaande prioriteiten worden de komende jaren in samenhang aangejaagd en gerealiseerd. Betekenis voor het planvoornemen Het initiatief voor de zonneweide sluit goed aan op de prioriteiten zoals beschreven in de NOVI. Met name de eerste, tweede en vierde prioriteit benadrukken het belang van het investeren in een duurzame energievoorziening, in evenwicht met natuur en landschap, voor een gezonde en kwalitatieve toekomst. 4.2.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening & Regeling algemene regels ruimtelijke ordening In de NOVI zijn kaders vastgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen. Deze zijn normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) bevestigt in juridische zin de kader stellende uitspraken. Bijbehorende kaartbeelden en tabellen zijn in de ministeriele regeling Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Rarro) opgenomen. Er zijn 13 nationale belangen juridisch verankerd in de Barro. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen:  rijksvaarwegen;  mainportontwikkeling Rotterdam;  kustfundament;  grote rivieren;  Waddenzee en waddengebied;  defensie;  hoofdwegen en landelijke spoorwegen;  elektriciteitsvoorziening;  buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen;  Natuurnetwerk Nederland;  primaire waterkeringen buiten het kustfundament;  IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte);  erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Betekenis voor het planvoornemen Het plangebied is gelegen binnen de radarverstoringsgebieden Volkel en Herwijnen, en dient zich daarmee te houden aan de regels voor het nationale belang ‘defensie’. Radarverstoringsgebieden zijn gebieden waar beperkingen gelden ten aanzien van bestemmingsplannen ten behoeve van een goede werking van de radar op radarstations. Goede radarbeelden zijn essentieel voor een goed zicht op luchtverkeer en om nationale veiligheid in het algemeen te ondersteunen. De radarstations die deze beelden produceren, zijn gevoelig voor verstoringen door hoge bouwwerken of bewegende objecten. Rondom belangrijke

Zonneweide Stiphout Pagina 13 van 56

radarstations van het Ministerie van Defensie zijn daarom radarverstoringsgebieden aangewezen. Deze gebieden en bijbehorende regels zijn weergegeven en beschreven in de Rarro1. De Rarro schrijft in artikel 2.4 voor dat de maximale hoogte van bouwwerken die binnen een straal van 15 kilometer vanaf het radarstation Volkel liggen 49 meter is. Voor bouwwerken die binnen een straal van 15 kilometer vanaf het radarstation Herwijnen liggen, geldt een maximale hoogte van 25 meter. De zonnepanelen inclusief randapparatuur zijn maximaal 3 meter hoog en overschrijden de maximaal toegestane hoogtes niet, en passen daarmee binnen de kaders van de Barro en Rarro. Ook ligt het plangebied voor de zonneweide ten dele in een Natuurnetwerk Nederland gebied. Hierbinnen is het beleid gericht op behoud en ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan mits cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden worden behouden dan wel versterkt. De herontwikkeling van het huidige plangebied met als functie een stortplaats naar een zonnepark waarbij omliggende groenstructuren en biodiversiteit worden versterkt, sluit goed aan op het beleid omtrent het Natuurnetwerk Nederland. In hoofdstuk 5 wordt hier verder op ingegaan.

Naast voorgenoemde belangen, zijn er geen nationale belangen in het Barro aangegeven die de ontwikkeling van de zonneweide in de weg staan. 4.2.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de zogenaamde 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: Ladder) geïntroduceerd. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro), waarna deze op 1 oktober 2012 in werking is getreden. Het doel van deze Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang, gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Betekenis voor het planvoornemen Volgens jurisprudentie (uitspraak van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:709) blijkt dat een windpark niet als stedelijke ontwikkeling wordt beschouwd. Een zonneweide is vergelijkbaar met een windpark en is naar oordeel van de Afdeling van de Raad van State ook geen stedelijke ontwikkeling (uitspraak van 25 april 2018 ECLI:NL:RBOVE:2018:1387). Derhalve is toepassing van de Ladder niet aan de orde. Desondanks kan worden gesteld dat er voldoende mogelijkheden zijn voor een zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik bij het plaatsen van een zonneweide. Meervoudig ruimtegebruik Zonne-energie is een passieve vorm van energieopwekking, waardoor er mogelijkheden zijn voor extensief medegebruik.

Hierbij kan gedacht worden aan het versterken van natuurwaarden en het aanbrengen van bloemstroken die als leef-en foerageergebied voor bijen dienen of de biodiversiteit te stimuleren. of het laten grazen van kleinvee, zoals schapen, Op overige delen worden landschappelijke en ecologische elementen gecreëerd en/of versterkt door middel van het aanleggen van bomen, struiken en houtwallen. Een andere optie is het laten grazen van kleinvee, zoals schapen en ganzen. Dit is mogelijk doordat er tussen en onder delen van de zonnepanelen ruimte wordt overgelaten voor grazende schapen. Benutten van 'loze' ruimte

1

Een kaart van de radarstations en radarverstoringsgebieden in Nederland is hier te vinden: https://www.rvo.nl/file/kaart-radarstations-en-radarverstoringsgebieden.

Zonneweide Stiphout Pagina 14 van 56

De locatie bevindt zich tussen het centrum van Stiphout en de N270, binnen Natuurnetwerk Brabant en Natuurnetwerk Nederland en op 6 kilometer afstand van een Natura 2000-gebied (zie paragraaf 5.7 voor meer informatie). Daarnaast is de locatie een voormalige vuilstortplaats. Op diverse plekken ligt het stortmateriaal zo’n 10 centimeter onder het maaiveld. Op dit moment kunnen de percelen daarom enkel worden benut voor grasteelt en is het gebied in principe niet geschikt voor andere functies. Door het aanleggen van een zonnepark kan deze ´loze ruimte´ in het plangebied zinvol worden benut, waarbij de biodiversiteit in het gebied wordt versterkt. Hiervoor wordt ook samengewerkt met Natuurplatform Helmond. Er zullen een aantal insectenhotels worden toegevoegd en er moet nog worden onderzocht of het mogelijk is om bijenkasten te plaatsen in overleg met lokale imkers.

4.3

Provinciaal en regionaal beleid

4.3.1

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening

In februari 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening herzien. Deze ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem. Er wordt ingezet op een multifunctioneel landelijk gebied, waar functies als landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen. Ook is er aandacht voor sterke regionale economische clusters en (inter)nationale bereikbaarheid. Dit is vertaald in de volgende 14 provinciale ruimtelijke belangen:

1. Regionale contrasten 2. Een multifunctioneel landelijk gebied 3. Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem 4. Een betere waterveiligheid door preventie 5. Koppeling van waterberging en droogtebestrijding 6. Duurzaam gebruik van de ondergrond 7. Ruimte voor duurzame energie 8. Concentratie van verstedelijking 9. Sterk stedelijk netwerk 10. Groene geledingszones tussen steden 11. Goed bereikbare voorzieningen 12. Economische kennisclusters 13. (inter)nationale bereikbaarheid

14. Beleefbaarheid stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur Betekenis voor het planvoornemen Het initiatief van de zonneweide sluit goed aan op het tweede en zevende provinciale ruimtelijke belang. Met het realiseren van de zonneweide wordt namelijk op een voormalige vuilstortplaats in het landelijk gebied duurzame energie opgewekt en tegelijkertijd ruimte geboden aan natuur en recreatie. 4.3.2.

Brabantse Omgevingsvisie

In december 2019 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Dit is een visie op de fysieke leefomgeving volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. De Brabantse Omgevingsvisie fungeert naast de provinciale Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. De structuurvisie blijft daarmee van kracht. De Omgevingsvisie bevat de vier belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De provincie geeft steeds meer prioriteit aan alternatieven voor fossiele energiewinning. Zo wil Brabant in 2050 100% voorzien zijn van duurzame energie, grotendeels afkomstig uit de eigen provincie. Duurzame energiebronnen zijn onder andere windenergie, warmtekrachtkoppeling,

Zonneweide Stiphout Pagina 15 van 56

zonne-energie, biomassavergisting en geothermie. Duurzame energie biedt veel kansen, maar vraagt wel om een ruimtelijke visie en landschappelijke inpassing. De Brabantse omgevingsvisie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. De Omgevingsvisie vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) biedt. Betekenis voor het planvoornemen Werken aan de Brabantse energietransitie vormt één van de vier provinciale hoofdopgaven voor de toekomst. De provincie wil bijdragen aan de ontwikkeling en opwekking van duurzame energie. Het initiatief voor de zonneweide past daarmee binnen de beleidsdoelstelling van de provincie. 4.3.3

Omgevingsverordening Noord-Brabant

In het kader van de Wro heeft de provincie Noord-Brabant in 2019 een omgevingsverordening opgesteld met eisen ten aanzien van ruimtelijke besluiten van gemeenten. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken; in de omgevingsverordening staat welke maatregelen nodig zijn en met welke regels rekening moet worden gehouden om de ambities te realiseren. Het initiatief voor de zonneweide dient rekening te houden met Artikel 3.5 uit de omgevingsverordening. Artikel 3.5 lid 2 gaat in op basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies bij ruimtelijke ontwikkelingen, opdat een goede omgevingskwaliteit en een veilige gezonde leefomgeving wordt gewaarborgd. Er dient rekening te worden gehouden met: zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; en meerwaardecreatie. Ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moeten tevens gepaard gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied, zoals is omschreven in artikel 3.9. Dit artikel is verder uitgewerkt in de Beleidsregel Kwaliteitsverbetering Landschap Helmond 2015, van de gemeente Helmond. Het plangebied is gelegen in de zone 'Groenblauwe mantel', zoals te zien is in figuur 8.

Artikel 6 van de Omgevingsverordening regelt de bescherming en ontwikkeling van de Groenblauwe mantel en de ontwikkelingsmogelijkheden voor natuur- en waterfuncties. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen de mantel zijn mogelijk, mits ze gunstig zijn voor de landschappelijke waarden van het gebied. De waarden in de Groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan het bodem-watersysteem (zoals de aanwezigheid van een kwel), aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), of aan het voorkomen van bijzondere planten en dieren (zie ook artikel 3.32).

Zonneweide Stiphout Pagina 16 van 56

Figuur 8 Ligging plangebied ten opzichte van de Groenblauwe mantel, de lichtgroene gebieden op deze kaart geven de NNB gebieden aan. Zie hiervoor ook hoofdstuk 5.7

Een klein gedeelte (ongeveer ca. 5.000m²) van het plangebied ligt in een Natuurnetwerk Brabant-gebied. Dit gebied beslaat onder andere de voormalige vuilstortlocatie waardoor de huidige natuurwaarden laag zijn. Volgens artikel 3.26 van de Omgevingsverordening moet er in een Natuurnetwerk Brabant-gebied rekening worden gehouden met de zogenaamde ‘Attentiezone waterhuishouding’. De Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het Natuur Netwerk Brabant. Het plaatsen van de zonneweide heeft geen negatief effect op de hydrologische instandhoudingsdoelstellingen. Artikel 3.41 van de Omgevingsverordening geeft regels over zonneparken. In de verordening wordt omschreven dat de voorkeur uitgaat naar het plaatsen van zonnepanelen op daken of op gronden in of aansluiting op het stedelijk gebied. Binnen deze ‘voorkeursgebieden’ blijkt echter niet voldoende ruimte beschikbaar te zijn. Onder voorwaarden is het daarom mogelijk zonneparken te realiseren buiten het stedelijk gebied, het liefst bij rioolwaterzuiveringsinstallaties of vuilstortplaatsen. De zonneweide in Stiphout ligt geheel in het landelijk gebied. Een ontwikkeling hier is mogelijk indien:   

de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving; de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft; er uit een gemeentelijke visie blijkt dat zonneparken buiten het stedelijk gebied nodig zijn om aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie te voldoen, aangezien de mogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied en op daken onvoldoende blijken. De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria:   

de mate van meervoudig ruimtegebruik; de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

Indien er wordt afgeweken van het bestemmingsplan – wat bij de zonneweide in Stiphout het geval is – moet de omgevingsvergunning aan de volgende voorwaarden voldoen:  de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt;  na het verstrijken van de termijn wordt de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonneenergie verwijderd.  voor het voorgaande punt wordt financiële zekerheid gesteld. Betekenis voor planvoornemen

Zonneweide Stiphout Pagina 17 van 56

Het initiatief voldoet aan de voorwaarden van de Omgevingsverordening Noord-Brabant:  De ontwikkeling van de zonneweide past binnen de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik, gezien het om bebouwing gaat ten behoeve van het transporteren en leveren van energie. De ontwikkeling houdt daarbij rekening met alle waarden in het gebied, zoals is omschreven in Hoofdstuk 5. Ook is er sprake van meerwaardecreatie, doordat de percelen worden gebruikt voor het opwekken van zonne-energie, het behouden en versterken van groenstructuren en biodiversiteit, en het grazen van vee. Tenslotte gaat de ontwikkeling gepaard met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, zoals is omschreven in Bijlage 1. De zonneweide past daarmee goed binnen de richtlijnen uit de artikelen 3.5 en 3.9.  De ontwikkeling gaat gepaard met een positieve bijdrage aan ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken (artikel 3.32), aangezien de groenstructuren in het plangebied zoveel mogelijk behouden kunnen worden.  Op basis van het historisch bodemonderzoek, te vinden in bijlage 2, is aangetoond dat de kwaliteit van het grondwater ter plaatse en direct rondom de voormalige stortplaats in een lichte mate tot lokaal sterke mate is beïnvloed. Deze beïnvloeding bestaat uit ‘eutrofiëring” van het grondwater gekenmerkt door hogere concentraties chloride, stikstofverbindingen en zouten.

Uit paragraaf 5.6 blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve impact heeft op de alreeds vervuilde waterhuishouding in het plangebied (artikel 3.26).  De ontwikkeling voldoet aan de regels voor zonneweiden in het landelijk gebied (artikel 3.41), aangezien de ontwikkeling plaatsvindt op een oude vuilstortplaats, qua omvang past in de omgeving (zie Bijlage 1) en er sprake is van maatschappelijke meerwaarde. De percelen worden immers niet alleen gebruikt voor het opwekken van zonne-energie, maar ook voor het behouden en versterken van groenstructuren en biodiversiteit, en het grazen van vee. Tevens wordt het planvoornemen besproken met de bewoners en bedrijven in de directe omgeving via persoonlijke overleggen, en is reeds een informatieavond georganiseerd en er zullen nog meerdere informatiebijeenkomsten voor bewoners en bedrijven uit Stiphout volgen. Daarnaast blijkt uit de gemeentelijke visie (zie paragraaf 4.4.2) dat zonneparken buiten stedelijk gebied noodzakelijk zijn.  De omgevingsvergunning wordt verbonden aan de voorwaarden zoals vermeld in deze ruimtelijke onderbouwing. Zie paragraaf 4.4.1 voor nadere toelichting. 4.3.4

Gebiedsstrategie Duurzame Energieopgave

De Gebiedsstrategie Duurzame Energieopgave Brabant is in september 2016 vastgesteld. In deze gebiedsstrategie is omschreven wat de impact van duurzame energie op de ruimte is en welke keuzes er tussen verschillende soorten duurzame energievoorziening moeten worden gemaakt. Hierbij is niet alleen (de beschikbaarheid van) ruimte en de huidige kwaliteit van die ruimte bepalend, maar ook wat een duurzame energievoorziening voor bijdrage kan leveren aan versterking en ontwikkeling van de sociale en economische potenties van een gebied. Betekenis voor het planvoornemen Zonne-energie zal een belangrijke bijdrage gaan leveren aan de energieopgave in Brabant: het behoort tot de hernieuwbare energiebronnen met de grootste potentie. Zowel zonnepanelen op daken als zonne-akkers op stortplaatsen behoren tot kansrijke mogelijkheden. Het initiatief voor de zonneweide past daarmee binnen de strategie van de provincie.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie Helmond 2030

De gemeenteraad van de gemeente Helmond heeft in 2014 de Structuurvisie Helmond 2030 vastgesteld. Helmond werkt aan een duurzame ontwikkeling, waardoor de gemeente gezonder, veiliger en leefbaarder wordt. Er is sprake van een duurzame ontwikkeling wanneer er een goede balans is tussen ‘people’ (sociale/ menselijke aspecten), ‘planet’ (milieuaspecten) en ‘profit’ (economische aspecten). Helmond heeft onder andere de ambitie geformuleerd om in 2030 klimaatneutraal te willen zijn. Om dit doel te bereiken, wil de gemeente omschakelen van fossiele brandstoffen naar wind- en zonne-energie. Zonneweide Stiphout Pagina 18 van 56

Er is daarom door de gemeente een visie op zonnevelden geformuleerd. Voor wat betreft de locatiekeuze voor de zonneparken wordt allereerst gekeken naar de technische mogelijkheden. Vervolgens wordt bekeken of het in de gebieden waar het technisch mogelijk is, ook landschappelijk aanvaardbaar is om zonnevelden te realiseren. Er wordt te allen tijde landschappelijke inpassing en maatschappelijk draagvlak geëist. Uit de visie kunnen de volgende kaders worden afgeleid:  Er kan een omgevingsvergunning voor de duur van maximaal 25 jaar worden verleend voor zelfstandige zonnepanelen.  Er wordt op voorhand financiële zekerheid gesteld dat de opstellingen voor de zonnepanelen na de looptijd van de vergunning duurzaam worden verwijderd, waarbij de gebruikte grond in (minimaal) de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht.  De locatie van het zonnepark is vanuit technisch oogpunt aanvaardbaar, waarbij sprake moet zijn van een ligging in de nabijheid van bestaande energie-infrastructuur, in de nabijheid van grote afnemers of bij locaties die reeds voorzien zijn van een voldoende zware aansluiting.  De locatie van het zonnepark is daarnaast vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar, waarbij wordt getoetst aan de in de visie omschreven ontwerprichtlijnen op de 3 niveaus landschap, kavel en object.

 Bij vergunningverlening moet biodiversiteit aantoonbaar worden geborgd en/of verbeterd, door aansluiting te zoeken bij gebiedskenmerken en het versterken van aanwezige beplanting.  Bij initiatieven voor de realisatie van een zonneveld dient vooraf het draagvlak hiervan onder de omwonenden te worden getoetst.

Figuur 9 Uitsnede structuurvisie Helmond 2030 (plangebied in zwarte cirkel)

Zonneweide Stiphout Pagina 19 van 56

Het plangebied voor de zonneweide in Stiphout is in figuur 9 aangeduid met de groene pijl als ‘stad – land relatie’. Het gebied grenst namelijk aan het stedelijk gebied (dorpskern Stiphout en industrieterrein), maar maakt deel uit van het buitengebied Helmond. De visie voor het buitengebied wordt sterk bepaald door de opbouw van het gebied, de ligging van het buitengebied nabij de stad Helmond en de ontwikkelingen die hier hebben plaatsgevonden, dan wel verwacht worden. Uitgangspunt hierbij is dat waarden in het gebied mede sturend zijn voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. In het buitengebied worden recreatie, behoud en beleving van de natuur- en landschapswaarden steeds belangrijker. De gemeente Helmond blijft zich dan ook inzetten voor het behoud en versterking van de kwaliteit van natuur en landschap. Beleefbaarheid van het landschap via met name recreatie, is hierbij eveneens van belang. Nieuwe ontwikkelingen zullen logischerwijs moeten inspelen op het behouden of verder versterken van de huidige gebiedskwaliteiten. Hiermee kan tevens versnippering van het buitengebied worden voorkomen. Betekenis voor het planvoornemen De zonneweide past binnen de ambitie van de gemeente Helmond om in 2030 klimaatneutraal te zijn en draagt bij aan de benodigde energietransitie.

Door de ligging van het plangebied, grenzend aan het stedelijk gebied maar onderdeel van het buitengebied, is het gebied uitermate geschikt voor het opwekken van energie ten behoeve van woningen in de nabije stedelijke gebieden. Daarnaast is de zonneweide technisch aanvaardbaar (zie de planbeschrijving in hoofdstuk 3) en wordt de zonneweide nauwkeurig in het landschap ingepast (zie het landschappelijk inpassingsplan in paragraaf 5.2). Waar mogelijk worden waardevolle structuren versterkt en wordt er ingezet op (extensief) medegebruik door het aanbrengen van bloemrijke akkerranden om als leef- en foerageergebied voor bijen te dienen en het weiden van schapen onder een gedeelte van de zonneweide. Voorafgaand is het draagvlak onder omwonenden getoetst (zie participatieproces in paragraaf 6.2.1). De zonnepanelen zullen voor de vergunde duur van 25 jaar worden geëxploiteerd (uitgaande van het gegeven dat deze duur ingaat op het moment dat de zonneweide energie gaat leveren). Na de looptijd van de vergunning zullen de opstellingen voor de zonnepanelen duurzaam worden verwijderd. SolarCentury werkt hiervoor samen met PV CYCLE, een onafhankelijke non profit organisatie gespecialiseerd in het verwerken van afval van opstellingen voor o.a. zonnepanelen. Financiële zekerheid voor duurzame verwijdering wordt gegarandeerd (zie ook paragraaf 6.2).

Tevens wordt aan de criteria voor vergunningverlening voldaan (zie ook paragraaf 4.3.2). De realisatie van de zonneweide in Stiphout sluit hiermee goed aan op het gemeentelijk beleid. 4.4.2 Visie zonnevelden en zonnedaken gemeente Helmond 2020 In de Visie zonnevelden en zonnedaken gemeente Helmond 2020 omschrijft de gemeente het belang van zonne-energie om de beoogde doelstellingen uit het Klimaatakkoord te behalen. Hierbij gaat de eerste voorkeur naar plaatsing van panelen op daken. Dit kost geen ‘nieuwe’ ruimte en valt daarmee onder zuinig ruimtegebruik. Als tweede voorkeur kiest de gemeente Helmond voor grondgebonden panelen op de eigen kavel of voor grotere opstellingen op de grond binnen en aansluitend aan bestaand stedelijk gebied. Buiten bestaand stedelijk gebied worden vooral kansen gezien voor initiatieven rond rioolwaterzuiveringsinstallaties en op vuilstortplaatsen, waarbij er sprake is van meervoudig ruimtegebruik. Uit de visie kunnen de volgende kaders worden afgeleid, welke voortborduren op de kaders uit de Structuurvisie Helmond 2030:

 Er kan een omgevingsvergunning voor de duur van maximaal 25 jaar worden verleend voor zelfstandige zonnepanelen.

 Er wordt op voorhand financiële zekerheid gesteld dat de opstellingen voor de zonnepanelen na de looptijd van de vergunning duurzaam worden verwijderd, waarbij de gebruikte grond in (minimaal) de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht.  De locatie van het zonnepark is vanuit technisch oogpunt aanvaardbaar, waarbij sprake moet zijn van een ligging in de nabijheid van bestaande energie-infrastructuur, in de nabijheid van grote afnemers of bij locaties die reeds voorzien zijn van een voldoende zware aansluiting. De kosten voor de aansluiting van het zonnepark op het elektriciteit netwerk worden betaald door de initiatiefnemer/ ontwikkelaar.

Zonneweide Stiphout Pagina 20 van 56

 De locatie van het zonnepark is daarnaast vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar,  

 

waarbij wordt getoetst aan de in de visie omschreven ontwerprichtlijnen op de 3 niveaus landschap, kavel en object. Bij initiatieven voor de realisatie van een zonneveld dient vooraf het draagvlak hiervan onder de omwonenden te worden getoetst. Wat betreft de landschappelijke inpassing moet worden gezocht naar een balans in de driehoek People-Planet-Profit. Dit houdt in dat het initiatief economisch haalbaar moet zijn, maar tegelijkertijd moet bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit (verbetering biodiversiteit) en belevingswaarde voor inwoners en recreanten. Er moet sprake zijn van meervoudig ruimtegebruik. Voor zonneparken die groter zijn dan 5.000 m2 moet een bijdrage worden geleverd aan maatschappelijke doelen. Hierbij kan gedacht worden aan het betrekken van een lokale energiecoöperatie of het herinvesteren in de natuur.

Daarnaast volgt de gemeente de ‘Zonneladder’. De zonneladder brengt een hiërarchie aan in de geschiktheid van locaties voor zonne-energie. In de eerste trede worden locaties omschreven die als ‘no-regret’ worden beschouwd. Een oude vuilstortplaats valt onder deze trede, zie onderstaande afbeelding en toelichting.

Betekenis voor het planvoornemen Zoals aangegeven in de vorige paragraaf voldoet de zonneweide in Stiphout aan de juridische, financiële, technische, ruimtelijke en omgevingskaders voor zonnevelden in de gemeente Helmond. Daarnaast is het initiatief economisch haalbaar (zie paragraaf 6.1) en draagt het tegelijkertijd bij aan een verbetering van de biodiversiteit door het versterken van waardevolle structuren en de belevingswaarde door het aanleggen van een informatieve wandelroute en rustplaatsen voor recreanten in het gebied. Een rustplek nabij de woningen van een van de grondeigenaren wordt ca. 1 ha groot. Een van de grondeigenaren is voornemens om hier actief een functie te vervullen voor ouderen, bijvoorbeeld door het wekelijks aanbieden van koffie en thee met een praatje. Het gebied wordt daarmee meervoudig benut. Het initiatief biedt mogelijkheden voor omwonenden om financieel mee te profiteren, zie hiervoor het bijgevoegde participatie- en communicatieplan. Tenslotte worden oude vuilstortplaatsen als ‘no-regret’ locaties beschouwd voor het opwekken van zonne-energie, gelijk aan het realiseren van zonnepanelen op daken. In de visie wordt aangetoond en onderbouwd dat het leggen van Zonneweide Stiphout Pagina 21 van 56

zonnepanelen op daken niet voldoende soelaas biedt en er noodzaak bestaat om aangrenzend aan het stedelijk gebied zonneparken te bouwen om voldoende energie te kunnen opwekken. Zo blijkt uit de ‘gebalanceerde ontwikkeling’ van TKI-Urban Energy dat een forse extra groei van zonne-energie - naast andere technieken voor 2030 - nodig is om de klimaatdoelen te halen. Via o.a. elektrificatie kunnen industrie en andere sectoren worden verduurzaamd. Naast veel zon op dak is er ook een grote behoefte aan zon op land. In bijlage 6 wordt dit verder toegelicht met tekst en cijfers. Ook in de nabije omgeving van de planlocatie in Stiphout bieden bestaande bouwblokken niet voldoende mogelijkheden om zonnepanelen te realiseren. Er is met de grondeigenaren en/of vastgoedbezitters in de nabije omgeving gesproken. In bijlage 6 wordt dit verder toegelicht. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat bestaande bouwblokken niet voldoende kunnen worden benut voor het plaatsen van zonnepanelen. De realisatie van de zonneweide in Stiphout sluit hiermee goed aan op de visie Zonnevelden en Zonnedaken en de ambitie van de gemeente Helmond.

4.5

Conclusie beleidskader

Het planvoornemen past binnen de gestelde kaders op Europees en landelijk niveau. Het Europees- en landelijk beleid zetten namelijk aan tot energietransitie, inclusief de ontwikkeling van zonneweides. De uitrol van zon (en wind) op land wordt hoofdzakelijk overgelaten aan provincies en gemeenten. De provincie Noord-Brabant erkent de ontwikkeling van duurzame energie als één van de provinciale prioriteiten. De Omgevingsverordening Noord-Brabant maakt het initiatief onder voorwaarden mogelijk. Ook de gemeente Helmond wil duurzame energie verder ontwikkelen en biedt hier mogelijkheden voor binnen het plangebied, mits er rekening wordt gehouden met de geldende landschapswaarden en de kaders vanuit de visie Zonnevelden en Zonnedaken Gemeente Helmond. Kortom, het voornemen voor een zonneweide past in het beleid van de overheden.

Zonneweide Stiphout Pagina 22 van 56

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingseffecten

5.1

Algemeen

De gevolgen voor de milieu- en omgevingskwaliteit vormen een belangrijke afweging bij het al dan niet toelaten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk komen de voor het project relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod.

5.2

Landschap

5.2.1

Relevant kader

De percelen waarop de zonneweide gerealiseerd wordt, maken onderdeel uit van het zogenaamde Brabants mozaïeklandschap. Het huidige landschap kenmerkt zich sterk als coulisselandschap, bestaande uit akkers en weiden begrenst met bomenlanen, houtwallen, struweel en hagen. Het plangebied wordt aan verschillende zijden begrensd door kavels die behoren tot de Groenblauwe mantel, zie figuur 8. Het gaat hier om bossen, jonge houtige opstanden en natuurlijk beheerde weidegronden. De waarden in de Groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), het watersysteem (zoals de aanwezigheid van kwel) en het voorkomen van bijzondere planten en dieren. Nieuwe ontwikkelingen binnen de Groenblauwe mantel zijn mogelijk als deze bestaande natuur-, bodem- en waterfuncties respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van deze waarden of het (cultuurhistorisch waardevolle) landschap. In de Groenblauwe mantel biedt de provincie ruimte aan de groeiende vraag naar 'diensten' die het landelijke gebied aan de samenleving kan bieden. Het opwekken van zonne-energie behoort tot de mogelijkheden. 5.2.2

Betekenis voor het planvoornemen

Om de zonneweide landschappelijk in te passen en de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden en structuren te versterken is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Hierin is een aantal uitgangspunten opgesteld voor de ruimtelijke inpassing van de zonneweide. Hierbij gaat het om het optimaal gebruik maken van de ruimtewerking van het coulisselandschap, het behouden van zichtrelaties, het toepassen van gebiedseigen beplanting en het leggen van ecologische verbindingen met in én rondom het plangebied. Dit laatste wordt gedaan door het aanleggen van bloemrijke, in hoogte oplopende akkerranden, struwelen en houtsingels, zoals in hoofdstuk 3 al is omschreven. Op deze wijze wordt de zonneweide zó in het landschap ingepast, dat de dragende structuren gehandhaafd blijven of versterkt worden, en de cultuurhistorische waarde intact blijft. Voor een nadere onderbouwing verwijzen we naar het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1.

Zonneweide Stiphout Pagina 23 van 56

5.3

Archeologie

5.3.1

Relevant kader

In de Erfgoedwet is de bescherming van archeologisch erfgoed geregeld. Deze wet verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verwachten archeologische waarden. Archeologische waarden zijn in Nederland veelal onzichtbaar, aangezien ze grotendeels verborgen liggen in de bodem. Hierdoor zijn ze niet eenvoudig te karteren. Voor de onbekende waarden heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) opgesteld. Voor de bekende waarden is de Archeologische Monumentkaart (AMK) opgesteld. De gemeente Helmond heeft een eigen archeologische verwachtingskaart opgesteld (figuur 10).

Figuur 10 Uitsnede archeologische verwachtingskaart Helmond (zie zwarte cirkel voor plangebied)

Het plangebied ligt in een archeologisch landschap, namelijk ‘De Meijerij’. De Meijerij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Dit landschap heeft een nietaanwezige of lage archeologische verwachting. Bij de aanleg van grote infrastructurele werken of landbouwgronden zijn in het verleden delen van het plangebied geëgaliseerd en/of afgegraven. Daarnaast is binnen het plangebied eerst leem gewonnen en vervolgens afval gestort. Hierdoor is de kans op archeologische waarden sterk verminderd of zelfs geheel verdwenen. Het plangebied heeft daardoor een zeer lage archeologische verwachting. Betekenis voor planvoornemen Voor het planvoornemen is geen archeologisch onderzoek nodig. Het gebied heeft geen tot een zeer lage archeologische verwachting. De zonnepanelen hebben een funderingswijze op basis van ballastblokken en schroefpalen. De ballastblokken worden op het maaiveld geplaatst, waardoor zij geen impact hebben op het bodemarchief. De schroefpalen zijn hol, hebben een diameter van ca. 20cm en een maximale diepte van 70 cm, waardoor zij slechts in de zandlaag die bovenop het stortmateriaal is gestort worden geplaatst. Hierdoor is er sprake van slechts

Zonneweide Stiphout Pagina 24 van 56

een beperkte impact op het bodemarchief (zie figuur 11 voor het ontwerp). Ook het tracé van leidingen wordt niet in de diepe grond aangelegd. Indien archeologische waarden toch aanwezig zijn (wat niet wordt verwacht), worden deze, door beperkte bodemingrepen, niet verstoord. De bodemingrepen kunnen zonder verder voorbehoud worden uitgevoerd. Er zal nader bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden om te kunnen bepalen op welke plaatsen met ballast wordt gefundeerd en op welke plaatsen met schroefpalen.

Figuur 11.1 Voorbeeld ontwerp van de fundering van de zonnepanelen op basis van schroefpalen

Figuur 11.2 Voorbeeld ontwerp van de fundering van de zonnepanelen op basis van ballastblokken

5.4

Cultuurhistorie

5.4.1

Relevant kader

De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Een uitsnede van de CHW is opgenomen in figuur 12. Volgens de CHW zijn er geen bijzondere objecten of structuren binnen of in de nabije omgeving van het plangebied. Het plangebied heeft geen cultuurhistorische waarde en is geen cultuurhistorisch landschap.

Zonneweide Stiphout Pagina 25 van 56

Figuur 12 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart

Betekenis voor het planvoornemen Er zijn geen cultuurhistorische waarden, structuren en/of landschappen binnen en in de nabije omgeving van het plangebied. Daarnaast wordt de zonneweide zo ingepast dat de dragende landschappelijke structuren gehandhaafd blijven en/of versterkt worden.

5.5

Bodemkwaliteit

5.5.1

Relevant kader

Op grond van de Wet bodembescherming dient de kwaliteit van de bodem te worden bewaakt en dienen verontreinigingen van de bodem te worden voorkomen. De milieu hygiënische kwaliteit van de bodem dient geschikt te zijn voor de te realiseren functies. Om de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse in beeld te brengen is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2. Betekenis voor planvoornemen Uit het onderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie altijd een agrarische functie dan wel natuurfunctie (grasland en bossen) heeft gehad en nagenoeg niet bebouwd is geweest. Tot begin jaren ’50 van de vorige eeuw zijn er geen bijzondere veranderingen op te merken. Na de jaren ’50 heeft de onderzoekslocatie gefungeerd als watergebied (‘’De Vennen’’) en als stortplaats “Leemkuilen”. Hier werd voornamelijk huis- en stadsvuil en in mindere mate bouw-, sloop- en bedrijfsafval gestort. Verder diende het gebied als boomgaarde en manege-gebied. Op basis van het vooronderzoek wordt, vanwege de functie als stortplaats, een aanzienlijk risico op de aanwezigheid van bodemverontreiniging in zowel de grond als het grondwater verwacht. Zie figuur 13 voor de ligging van de stortplaatsen.

Aangezien het zonneweide-initiatief geen gevoelige bestemming betreft en de aanleg van de zonnepanelen ten dele op het maaiveld of in de zandlaag bovenop het stortafval zal plaatsvinden, vindt gering grondverzet plaats. Voor het grondverzet dat nodig is voor de schroefpalen en nodigde tracés van leidingen wordt nader onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek gaat in op de bodemgesteldheid, soort verontreiniging en draagkracht in verband met de aanwezigheid van (zacht) stortmateriaal in de bodem. Op basis van dit onderzoek worden de exacte locaties van de schroefpalen en nodigde tracés vastgelegd.

Zonneweide Stiphout Pagina 26 van 56

Figuur 13 Ligging stortplaatsen (in rood)

5.6 5.6.1

Water Relevant kader

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met een ruimtelijke ontwikkeling die door middel van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro is de watertoets verplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen. De watertoets omvat het proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Het Waterschap Aa en Maas is het bevoegde orgaan. Betekenis voor planvoornemen Waterhuishouding In de gedragscode Zon op Land (zie bijlage) hebben milieu- en natuurorganisaties en brancheorganisaties uit de zonne-energiesector zich gecommitteerd aan het voorkomen van verdroging van de bodem (zie hiervoor bijlage 3). Dit gebeurt door voldoende ruimte te laten tussen de oppervlakten met zonnepanelen. Het regenwater dat op de panelen valt, stroomt af richting de bodem, waar het water infiltreert. De zonneweide wordt door de vrije afstroming van het regenwater richting de onderliggende bodem niet gezien als toename in verharding. Watercompensatie is voor dit plan dan ook niet vereist. Afwaterketen en riolering De zonneweide wordt niet aangesloten op het rioleringsstelsel.

De ontwikkeling is dan ook niet van invloed op de belasting van het rioleringssysteem. Het hemelwater stroomt direct af richting de bodem waar dit water infiltreert. Het oppervlak van de zonnepanelen wordt niet verontreinigd. Door het afstromende regenwater vindt geen verontreiniging van bodem en water plaats. Watersysteemkwaliteit en ecologie De kwaliteit van het watersysteem blijft met de realisatie van de zonneweide hetzelfde. Op basis van het historisch bodemonderzoek, te vinden in bijlage 2, is aangetoond dat de kwaliteit van het grondwater ter plaatse en direct rondom de voormalige stortplaats in een lichte mate tot lokaal sterke mate is beïnvloed. Deze beïnvloeding bestaat uit ‘eutrofiëring” van het grondwater gekenmerkt door hogere concentraties chloride, stikstofverbindingen en zouten. Om te voorkomen dat de beïnvloeding toeneemt zullen niet-uitloogbare materialen worden gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.

Zonneweide Stiphout Pagina 27 van 56

Veiligheid en waterkeringen De geplande zonneweide heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Gezien het bovenstaande is het project uitvoerbaar op het gebied van water: het planvoornemen veroorzaakt geen merkbare veranderingen in de waterhuishouding in het plangebied.

5.7

Natuur en soorten

5.7.1

Relevant kader

Er zijn twee leidende kaders op het gebied van wet- en regelgeving voor natuur.

 De Wet natuurbescherming: o Gebiedsbescherming - Natura 2000-gebieden o Soortenbescherming  Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Om het relevante kader op het gebied van ‘natuur en soorten’ en de impact van een zonneweide in Stiphout in beeld te brengen, is een verkennend natuuronderzoek (d.d. 14 november 2019) en een aanvullend natuuronderzoek naar beschermde soorten (d.d. 6 juli 2020) uitgevoerd. De rapportages van deze onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 4, en worden hieronder toegelicht. Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming - Natura 2000 gebieden Bescherming van Natura 2000-gebieden vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitatten binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudings-doelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitatten en/of soorten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10308578/2