CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 054 Bijlage 4 Begeleidend memo Kaderbrief en Ontwerpbegroting Senzer 2024

Gemeenteraad 23 mei 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Gemeenschappelijke regeling Senzer Ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-20271.790 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Begeleidend memo Senzer Kaderbrief 2024, Ontwerpbegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 Aan:

Gemeenteraden

Betreft:

Kaderbrief 2024, Ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

Inleiding Jaarlijks stelt het dagelijks bestuur van Senzer een ontwerpbegroting op overeenkomstig de Gemeentewet, Wet gemeenschappelijke regeling en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Deze ontwerpbegroting wordt vervolgens aangeboden aan de raden zodat zij daarop hun zienswijze kenbaar kunnen maken. Tegelijkertijd met de Ontwerpbegroting wordt de Kaderbrief 2024 aangeboden aan de gemeenteraden. In de Kaderbrief zijn de overige effecten van wet- en regelgeving en meer autonome ontwikkelingen weergegeven. Tevens zijn de financiële en beleidsmatige kaders die van toepassing zijn op de voorliggende begroting hierin opgenomen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze van de Raden is vervat bij de Ontwerpbegroting en Kaderbrief en biedt deze aan bij het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het algemeen bestuur stelt vervolgens de begroting vast. Tenslotte stuurt het dagelijks bestuur de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling, in ieder geval vóór 15 september, aan gedeputeerde staten ter goedkeuring.

Voorstel De begroting die aan u voorligt is een basisbegroting zonder franje. Ten opzichte van meerjarenraming bij de begroting 2023 wordt een extra gemeentelijke bijdrage gevraagd van 4,1 miljoen euro. Dit is 1,3% meer dan de eerder gevraagde gemeentelijke bijdrage. Deze verhoging is het effect van loon- en prijsontwikkeling en beetje volumeontwikkeling van het bestand bijstandsgerechtigden. Deze begroting kent een verhoogd risicoprofiel en een aantal zaken wijst op een aanvullende financieringsvraag in de toekomst: Senzer werkt met het concept ‘werk maken van uitkeringen’. Wij hebben dan ook ten opzichte van andere gemeenten in Nederland veel mensen die met loonkostensubsidie (gedeeltelijk) aan het werk. We zetten dit zelfs in voor mensen waar geen besparing van een uitkering tegenover staat. Uiteindelijk loont het onder de streep in meerdere opzichten als mensen aan het werk zijn. Met de huidige financiering door het Rijk (middelen en verdeelsleutel) kunnen we het concept ‘werk maken van uitkeringen’ echter niet financieel sluitend maken. We weten op dit moment niet of het Rijk de financiering verder gaat aanpassen.

Datum: 2 0 - 3 - 2 0 2 3

Pagina 1 van 4

De vraag naar dienstverlening voor de doelgroep waar Senzer voor aan de lat staat verandert als gevolg van economische en maatschappelijke ontwikkelingen en als gevolg van sturing door het Rijk. Dit betekent extra financiële investeringen voor de gemeenten. Waar het dan onder meer over gaat is het volgende. Senzer gaat in toenemende mate werken op basis van maatwerk voor inwoners, dit vraag in- en externe afstemming en aanpassing van onze dienstverlening. De leerwerkinfrastructuur wordt aangepast op basis van een intensievere ondersteuningsvraag van mensen uit de doelgroep en op de vraag en mogelijkheden van bedrijven. Samenwerken met partners in het sociaal domein en de arbeidsmarktregio vraagt om investeren in overleg, afstemming en het in samenhang ontwikkelen van dienstverlening. Op de agenda van het Rijk staat een aantal wetswijzigingen die fors impact gaan hebben. Het zal leiden tot verbetering van onze dienstverlening, maar om dit te realiseren zal het in eerste instantie implementatiekracht van ons vragen. Senzer moet zijn bedrijfsvoering op de ontwikkeling van de dienstverleningsvraag aanpassen en komt wat dit betreft uit een achterstandspositie. Voor bedrijfsvoering blijven daarom in de aankomende jaren nog enkele forse impulsen nodig, onder meer voor digitaal werken, huisvesting en modern HRbeleid.

Basisdienstverlening Met de begroting die aan u voorligt borgen we, ondanks dat het de uitvoering op spanning staat, de basisdienstverlening. Daarbij staat de doorontwikkeling en het anticiperen op bovenstaande ontwikkelingen niet helemaal stil. Met de incidentele middelen zoals de middelen uit het rekeningresultaat of middelen van de arbeidsmarktregio, bekostigen we pilots voor de doorontwikkeling van de dienstverlening en investeren op bedrijfsvoering zoals het programmamanagement voor digitalisering. Hiermee proberen we de brug te slaan naar de toekomstige situatie met een robuustere financiële basis. Meerjarenplan Dienstverlening Wat voor de dienstverlening nodig, wenselijk en mogelijk is voor de aankomende jaren of, over een aantal jaren, gaan we nu bepalen. We staan hiervoor inmiddels goed voorgesorteerd. De actuele positionering en de GR bieden ons het kader dat nodig is om de dienstverlening te bepalen en op basis van ieders rol de bijbehorende verantwoordelijkheden te nemen. Op dit moment wordt gewerkt aan het eerste Meerjarenplan Dienstverlening. Senzer en de gemeenten bereiden dit voor waarbij ook de netwerkpartijen en werkgevers worden geconsulteerd.

Een aantal ontwikkelingen in de context helpt hierbij zoals het feit dat er een arbeidsmarktplan voor de arbeidsmarktregio ligt en de het feit dat aanpassing van landelijke wet- en regelgeving bijvoorbeeld voor simpel switchen en maatwerk in de maak is. De raden kunnen op basis van het concept/ontwerp Meerjarenplan Dienstverlening de keuzes voor de toekomst maken. Hierbij zal balans gezocht worden tussen het gewenste beleid voor de diverse doelgroepen, de bijbehorende dienstverlening, de ontwikkelkracht van de organisatie en de

Datum: 2 0 - 3 - 2 0 2 3

Pagina 2 van 4

mogelijkheden voor de inzet van middelen als geld en menskracht. Het Meerjarenplan Dienstverlening gaat vervolgens de basis zijn voor de jaarlijkse Kaderbrieven. Het is niet realistisch om op dit moment vooruit te lopen op de keuzes, door alternatieve scenario’s voor de begroting te presenteren. We zullen immers een extra investeringsvraag (investering – rendement) gedegen moeten onderbouwen op basis van de keuzes die aan de voorkant gemaakt zijn door de raden in de context van de ontwikkelingen in de omgeving.

Financiële kaders en kanttekeningen bij de begroting Landelijk maatregelen en bijbehorende Rijksbijdragen: De regering heeft bij de septembercirculaire 2022 besloten om een maatregelenpakket samen te stellen met het oog op de begroting 2023. Een van de maatregelen is het bijstellen van het wettelijk minimumloon (WML) met 10,15% per 1 januari 2023. Deze is direct zichtbaar in de realisatie 2023 en daarmee ook de begroting 2024, maar niet verwerkt in een begrotingsbijstelling voor de middelen die naar de gemeenten overkomen. De onzekerheid in de loon- en prijsontwikkeling en de compensatie daarvan door het Rijk zijn daarmee een factor van belang bij het opstellen van de begroting voor 2024. De aannames voor de ontwikkeling van de bijdragen vanuit het Rijk op zowel de buig-middelen als de integratie-uitkeringen voor Wsw en beschut werken zijn opgenomen als stelpost per financieringsstroom. Uitvoeringslasten: De cumulatieve loon- en prijsindex van ruim 8% leidt tot een toename van de uitvoeringslasten met € 3,7 miljoen. De volumeontwikkeling laten een toename zien van zowel de bijstand als ook de participatieactiviteiten (loonkosten en overige re-integratie activiteiten). Daarnaast wordt het begeleiden van de doelgroep-medewerkers in de leerwerkinfrastructuur steeds intensiever. Dit levert een additionele onderbouwde kostenpost op van € 0,4 miljoen.

Gemeentelijke bijdragen: De financiële kaders wijzen op de Bijdrageverordening die voor het eerst van toepassing is op deze begroting van Senzer. De uitwerking van de Bijdrageverordening is terug te zien in de begrotingsopbouw aan de batenkant. Daarnaast zijn in de bijlagen de specificaties van de bijdragen per gemeente opgenomen op basis van de Bijdrageverordening. De verdeelsleutels van de gemeentelijke bijdragen zijn geëxpliciteerd en voor alle jaren van de begroting en meerjarenraming weergegeven. Daarbij is tevens aangegeven welk deel van het Cluster Participatie (exclusief minimabeleid) uit het Gemeentefonds wordt gevraagd als bijdrage voor de uitvoeringskosten van Senzer. De bijdrage ligt over de jaren heen op circa 90% van het Cluster Participatie (exclusief minimabeleid); zonder het positieve saldo op de buig (bijlage 4) zou de bijdrage uitkomen op circa 95%. Het positieve saldo op de buig is ingegeven door historische cijfers. Senzer laat al weer jaren achtereen een positief saldo op de buig zien als gevolg van het actief sturen op in-, door- en uitstroom van werkzoekenden/uitkeringsgerechtigden. Dit levert een lager gemiddeld uitkeringsbedrag aan de lastenkant op, dan het genormeerde bedrag dat van het Rijk wordt ontvangen. Deze werkwijze levert wel een hoger risicoprofiel, dat in het weerstandsvermogen sinds vorig jaar weer wordt afgedekt.

Datum: 2 0 - 3 - 2 0 2 3

Pagina 3 van 4

Verder wordt opgemerkt dat de loon- en prijsontwikkeling in 2022 en de raming voor 2023 flink hoger (extra 4%) is uitgevallen dan begroot voor beide jaren. De effecten daarvan worden door Senzer zelf opgevangen in de reguliere begrotingen voor 2022 en 2023 en door het aanspreken van de risicoreserve. Daarvoor is gekozen vanwege de stelselwijziging van de financiering door het Rijk. Vanaf 2023 is immers de integratie-uitkering Participatie grotendeels opgegaan in het gemeentefonds en als zodanig niet meer herleidbaar. De bestaande rekenregels uit de ‘oude’ GR konden niet meer worden toegepast voor de gewijzigde begroting 2023. Deze werkwijze heeft slechts effect op het sluitend krijgen van de begroting voor de jaren 2022 en 2023. De hogere indices hebben een structureel karakter en werken dus door in de begroting van Senzer voor 2024. Naast deze extra 4% bedraagt de loon- en prijsindex voor 2024 ook circa 4%. Beide indices leiden tot een hogere structurele bijdrage van de gemeentelijke bijdragen (algemeen deel). Gemeenten worden gecompenseerd voor de loon- en prijsontwikkelingen, voor wat betreft de algemene uitkering en integratie-uitkeringen. De financiële toegevoegde waarde per medewerker in de leerwerkinfrastructuur komt verder onder druk.

Met de huidige de economische en maatschappelijke ontwikkelingen begeleiden we een groep medewerkers met een grotere afstand tot werk dan voorheen. Dit heeft impact op de inrichting van leerwerkinfrastructuur met kleinere detacheringsgroepen, intensievere begeleiding, hogere mate van aanpassing van werk(plekken). Ondanks deze intensivering zal de loonwaarde van de medewerkers eerder dalen dan stijgen. Senzer past de leerwerkinfrastructuur op deze ontwikkeling aan maar het geeft hoe dan ook een zorg voor de structurele financierbaarheid van deze faciliteit. Dit risico is voor korte termijn verwerkt in de risicoreserve. Voor Rijksbijdragen zijn per financieringsstroom stelposten opgenomen voor compensatie van de verhoging van de WML en de geraamde doorwerking daarvan op buig-middelen en de bijdragen voor Wsw en beschut werk. Indien baten en lasten hiervoor uit elkaar gaan lopen, zal dit onder de aandacht van de gemeenten worden gebracht en desnoods worden verwerkt in een begrotingswijzing, al dan niet met een additionele financieringsvraag. Het principeakkoord voor de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) laat een fors hogere loonontwikkeling zien (7-13%) dan waarmee het CPB (en daarmee Senzer) rekening heeft gehouden. Een deel van de medewerkers van de begeleidingsorganisatie Senzer valt onder deze cao, het merendeel valt onder de cao Sociaal werk.

Als deze cao eenzelfde loonontwikkeling laat samen met de cao SGO zien levert dat een extra kostenpost op van circa € 1 miljoen. Dit risico is eveneens niet verwerkt in de lasten maar opgenomen in de risicoreserve.

Bijlagen: 1. Kaderbrief 2024 e.v. 2. Ontwerpbegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027

Datum: 2 0 - 3 - 2 0 2 3

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12649804/1