CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 050 Beantwoording technische vragen Auditcomité Jaarverantwoording 2024

Gemeenteraad 1 juli 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Jaarverantwoording 20249.120 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarverantwoording 2024 Technische vragen en antwoorden Hieronder treft u de technische vragen en antwoorden van de Jaarverantwoording 2024. De vragen zijn gesteld door de Audit comité.

*Algemeen* Nr. Technische vraag: 1

Vraag: Ook in deze Jaarverantwoording zou een afkortingenlijst welkom zijn.

Antwoord: Het auditcomité heeft een conceptversie ontvangen. Daarin waren een aantal elementen nog niet opgenomen, waaronder de acroniemenlijst. Inmiddels is deze klaar en wordt toegevoegd aan het boekwerk dat aan de gemeenteraad wordt toegestuurd.

*Beleidssamenvatting* Nr. Technische vraag: 2

Op pagina 6: Jaarrekening in 1 oogopslag Vraag: Jaarrekening ontbreekt nog! Antwoord: De verkorte jaarrekening wordt inderdaad pas toegevoegd nadat eventuele accountantscorrecties bekend en verwerkt zijn. Dit om te voorkomen dat er twee keer kosten gemaakt worden voor de opmaak.

*Financiële samenvatting* 2.1 Algemene inleiding Nr. Technische vraag: 3

Op pagina 7: Vraag: Wat zijn de oorzaken dat er een bedrag van per saldo €2,78 miljoen niet rechtmatig tot stand is gekomen? Antwoord: In hoofdstuk 4.5.3. “Rechtmatigheid” wordt dit uitgebreid toegelicht. € 1,13 miljoen is een overschrijding op investeringen en € 1,65 voor Europese aanbestedingen.

Nr. Technische vraag: 4

Op pagina 7: Vraag: Waarom is een begrote dotatie aan de algemene reserve niet eerder ingeboekt, terwijl deze wel in de 2e berap is goedgekeurd? Antwoord: Het verwachte jaarrekeningsaldo 2024 van € 1,2 miljoen is bij de 2e Berap 2024 begroot met de insteek om deze toe te voegen aan de reserve “grote projecten”. Dit kun je pas verwerken als het werkelijk jaarrekeningsaldo 2024 bekend is. Bij de vaststelling van de jaarverantwoording 2024 wordt het jaarrekeningsaldo 2024 in 2025 toegevoegd aan de reserve “grote projecten’, na vaststelling door de gemeenteraad. Dit kan niet eerder.

1

2.2 Toelichting grootse afwijkingen Nr. Technische vraag: 5

Op pagina 9: Wordt gesproken over een egalisatiereserve Sociaal Domein en over een reserve Sociaal Domein. Vraag: Wordt hiermee hetzelfde bedoeld? Antwoord: Ja, hiermee wordt hetzelfde bedoeld.

Nr. Technische vraag: Op pagina 12: Wordt gesteld dat een benodigde onttrekking van €250.000 bij het college van B en W niet is uitgevoerd. Vraag: Waarom zou deze in eerste instantie uitgevoerd moeten worden? Antwoord: De mutatie in deze voorziening betreft het saldo van toekomstige en huidige pensioenverplichtingen. Dit bedrag betreft het onderdeel huidige pensioenuitbetalingen. 6

Nr. Technische vraag: 7

Op pagina 13. Het resultaat over 2024 bedraagt 12,7 mio. De resultaatbestemming bedraagt in totaal 8 mio (tabel pagina 13). Resteert een nettoresultaat van circa 4,7 mio. Vraag: Dit zal naar ik aanneem worden toegevoegd aan de algemene reserve. Antwoord: Het college is voornemens om de raad voor te stellen het nettoresultaat toe te voegen aan de reserve grote projecten, de ‘spaarpot voor de Schaalsprong’. Dit in lijn met eerdere jaren.

Nr. Technische vraag: 8 Ik heb begrepen dat gemeenten vanaf 2024 10% van het surplus in de algemene reserve (de reserve waar geen bestemming aan is gegeven) mogen aanwenden voor het dekken van structurele exploitatielasten. Vraag: Gaat onze gemeente van deze mogelijkheid gebruik maken?

Antwoord: Het klopt dat deze mogelijkheid er is onder voorwaarden. Of onze gemeente van deze mogelijkheid gebruik gaat maken bepalen we bij het opstellen van de programmabegroting 2026. Voor het college weegt zwaar dat het structureel inzetten van de algemene reserve, onze ‘spaarpot voor de kwaliteitssprong’, géén oplossing is voor de structurele tekorten bij onder meer de open-einde regelingen in het sociaal domein, en dat het onze mogelijkheden om in de kwaliteitssprong te investeren beperkt.

2.4 Overzicht financiële afwijkingen crisis en herstelnota Nr. Technische vraag: 9

Op pagina 20: De omvang van de reserve corona bedraagt eind 2024 in totaal 4,54 mio (voor MFA Rijpelberg en extra perspectief voor jongeren). Deze projecten lopen door tot en met 2027. Vraag: Wat is nu de status van MFA Rijpelberg? Antwoord: In het nieuwbouwproject MFA Rijpelberg zijn inmiddels diverse stappen gezet. Op dit moment loopt de aanbestedingsprocedure voor de architect. Indien er na de voorlopige gunning geen bezwaren worden ingediend, kan het contract met de geselecteerde architect voor de zomervakantie gesloten worden.

2

Nr. Technische vraag: 10

Op pagina 20: Er wordt verwacht dat er nog een bedrag van 3,54 mio uit de reserve corona besteed gaat worden. Er resteert dan 1 mio. Voorgesteld wordt om deze 1 mio bij de VJN 2025 toe te voegen aan de algemene middelen en deze te betrekken bij de beschikbare bestedingsruimte voor de begroting 2026. Tevens wordt voorgesteld de reserve corona te handhaven tot de afwikkeling van de kosten in 2027 en daarna op te heffen. Vraag: Moet dan niet tot na 2027 gewacht worden met de vrijval van 1 mio van de reserve corona? Antwoord: Op dit moment is al bekend dat er geen verplichtingen rusten op het bedrag van € 1 miljoen. Dus mag de raad hier ook nu al een nieuwe bestemming aan geven.

*Beleidsprogramma's* *Programma 1: Meedoen, rondkomen, vooruitkomen* Nr. Technische vraag: 11

Op pagina 23 en 24: Project ‘Kansrijk’ Het project ‘Kansrijk’ is een bewonersinitiatief. Voortrekkers: oud-schooldirecteur Drouen en andere sleutelfiguren. Het gaat uit van de inwoners en niet van wat instanties bedacht hebben. Volgens mij is het project succesvol, maar toch nog een paar Vragen: a. Hoe is de financiering (en geldstromen) geregeld van dit project en hoe vindt de verantwoording over de bestede gemeenschapsgelden plaats? Kansrijk is oorspronkelijk gestart in Mierlo-Hout en heeft zich alvorens de uitrol van start is gegaan, uitgebreid naar de wijken Brandevoort en Helmond-West. Het initiatief is van en voor inwoners, en beschikt op dit moment nog niet over een formele stichtingsstatus. Voor de stadsbrede uitrol van Kansrijk verloopt de financiering via wijkaccommodatie De Geseldonk. De inhoudelijke verantwoording van het project vindt plaats via kwartaalgesprekken en een eindrapportage. De financiële afwikkeling verloopt via wijkaccommodatie De Geseldonk en is opgenomen in de accountantsverklaring. b. Hoe is de continuïteit gewaarborgd? De uitrol van Kansrijk in de stad Helmond, voortvloeiend uit een motie van de gemeenteraad, is in het laatste kwartaal van 2024 gestart en loopt door tot en met 2027. Het betreft een project met een duidelijke begin- en eindfase. Kansrijk is actief in de wijken Mierlo-Hout, Brandevoort en Helmond-West.

In het laatste kwartaal van 2024 is gestart met de uitrol in Helmond-Oost, en is een eerste verkenning uitgevoerd in HelmondNoord. De opstart in een nieuwe wijk wordt professioneel begeleid, waarna het initiatief – zoals in de andere actieve wijken – wordt overgedragen aan de wijkbewoners zelf, zodat het lokaal wordt gedragen en voortgezet. c. Ik heb begrepen dat hiervoor geen entiteit is opgericht. Is het niet te overwegen om hiervoor bijvoorbeeld een (ANBI)stichting op te richten? Dit is een politieke vraag.

d. Dezelfde vraag kan worden gesteld met betrekking tot het project ‘Praten over later”, omdat hiervoor blijkbaar ook aansluiting wordt gezocht met het project “Kansrijk”. Dit is een politieke vraag. Antwoorden: (Dit is een politieke stelling) Antwoorden staan onder de vragen hierboven.

3

Nr. Technische vraag: 12

Op pagina 38: 3.1.3.3 Wat heeft het gekost per HP? Toelichting afwijking HP 409 specialistische jeugdzorg. Dit HP heeft een nadelig saldo van 3,3 mio! Vragen: a. Welke maatregelen neemt onze gemeente om de kosten van specialistische jeugdzorg te beperken zonder concessies te doen aan de kwaliteit van de zorg? b. Wat zijn effectieve strategieën? Ik denk bijvoorbeeld aan: preventie, vroegsignalering, kortdurende interventies sneller inzetten voordat problemen escaleren, zorg inkopen op basis van resultaat i.p.v. op volume, regie op doorverwijzingen, versterken van het netwerk rondom het kind enz. Antwoorden: a. Ten behoeve van de begroting 2026 zijn beheersmaatregelen opgesteld om te komen tot een duurzaam sociaal domein. Deze worden op hoofdlijnen bij de begroting 2026 met uw raad gedeeld. b. Bij het bepalen van de beheersmaatregelen is gekeken welke maatregelen (bewezen) effectief zijn en welke aansluiten bij de transformatiebeweging waarbij we sturen op minder inzet van 2e lijns zorg.

*Programma 2: Duurzaam en leefbaar* Nr. Technische vraag: Op pagina 50: Opstellen omgevingsplan ‘t Hout is te omvangrijk c.q. te complex. Nu dus alleen deel\ “De Bergen’. Vraag: a. Hoe gaan we dit voor de rest van Helmond doen? b. Het moet totaal in 2032 afgerond zijn. Wat was er te complex? Antwoord: a. Stapsgewijs. We zijn gestart met een bestaande woonwijk en een beperkt aantal functies in de wijk ‘De Bergen’. Hierna gaan we verder met de wijk ’t Hout waar meer functies aanwezig zijn. Daarbij worden ook de regels voor milieubelastende activiteiten opgenomen. Evenals regels voor externe veiligheid, geluid, geur etc. Vervolgens gaan we aan de slag met een andere wijk in Helmond. En met de bedrijventerreinen, het buitengebied. Daarnaast hebben we themagewijze herzieningen. b. Een omgevingsplan is een heel ander plan dan een bestemmingsplan. We hebben één omgevingsplan in plaats van 154 bestemmingsplannen. De regels die we opnemen voor alle functies, zoals wonen, groen, water, bedrijf etc. moeten we zoveel mogelijk uniform maken voor de hele gemeente. Dit vereist een goede inventarisatie van de huidige bestemmingsplannen. Bovendien moeten we ook al nadenken hoe gebiedsontwikkelingen in deze uniforme regels passen. Deze 154 bestemmingsplannen moeten we vertalen naar één omgevingsplan. Dat is een groot omvangrijk project. 13

In een bestemmingsplan stonden alleen gebruiksregels en ruimtelijke bouwregels voor de verschillende bestemmingen. In een omgevingsplan staan regels over de fysieke leefomgeving. Dit is een veel breder begrip en het omgevingsplan is een veelomvattender plan. In het omgevingsplan moeten ook regels worden opgenomen die nu in verordeningen zoals de APV zijn opgenomen. We hebben van het Rijk de zogenaamde bruidsschat ontvangen, dat zijn regels die voorheen door het Rijk centraal werden geregeld, waarover gemeenten nu een eigen keuze moeten maken. Hieronder vallen regels die voorheen bijvoorbeeld in het Bouwbesluit, Activiteitenbesluit, de Wabo, Wet geluidhinder etc. waren opgenomen. Dit betreft bijvoorbeeld regels over aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit, wijzigen geluidsnormen, geurnormen, brandaandachtsgebieden, beperkingengebieden, aanleg wegen zonder geluidproductieplafonds, gemeentelijke monumenten, het uitzetten van rooilijnen, aansluiting op een distributienet voor elektriciteit, bluswatervoorzieningen, opstelplaats brandweervoertuigen, overbewoning woonruimte, aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken, lozing grondwater bij sanering of ontwatering, zwerfafval. Om maar een paar voorbeelden te geven van de regels die niet in een bestemmingsplan stonden en nu wel in het

4

omgevingsplan een plaats moeten krijgen. Een veelheid aan nieuwe regels waar een besluit over genomen moet worden. En waarbij we ook onze ketenpartners, zoals de ODZOB nodig hebben. Alle regels in ons omgevingsplan moeten voldoen aan de instructieregels van het Rijk die zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. En ook aan de instructieregels van de provincie, zoals opgenomen in de omgevingsverordening Noord-Brabant. Een bestemmingsplan kende een vaste structuur en opbouw voor iedere gemeente. Een omgevingsplan kent deze vaste opbouw en structuur niet. We moeten zelf gaan uitdenken hoe we de structuur van ons omgevingsplan vorm willen geven.

Nr. Technische vraag: Op pagina 53: onderaan “Nieuwe ontwikkelingen wonen.” Er is een digitaal meldpunt voor meldingen rondom Wet goed Verhuurderschap en Wet betaalbare huur. Vraag: Worden er veel meldingen gemaakt bij dit meldpunt? Graag aantallen als deze bekend zijn. Antwoord: Het aantal meldingen blijft vooralsnog laag; tot nu toe zijn er vijf meldingen binnengekomen via het online meldpunt. Na onderzoek bleek dat deze meldingen geen betrekking hadden op situaties waarop de wet van toepassing is, waardoor handhaving op basis van deze wet niet mogelijk was. 14

Nr. Technische vraag: 15

Op pagina 54: Toelichting afwijking hoofdproduct 825. Ruimtelijke ordening algemeen. Er is het nodige vertraagd door uiteenlopende oorzaken. Vraag: Is er zicht op of deze vertragingen in 2025 worden ingelopen, dus op schema komen? Antwoord: Deze vragen hebben geen betrekking op de jaarverantwoording 2024, maar lopen vooruit op het gesprek over de voorjaarsnota en de programmabegroting 2026 – 2029.

Technische vraag: Nr. 16

Op pagina 55: Toelichting hoofdproduct 850. Volkshuisvesting. Er zijn in 2024 geen subsidies verstrekt voor de ontwikkeling van sociale huurwoningen. Vraag: Waarom niet? Antwoord: Er is in 2024 een aanvraag ingediend, maar hierop was aanvullende informatie nodig. Dit wordt verwacht in 2025. In 2024 is derhalve geen subsidie verstrekt.

Nr. Technische vraag: 17

Op pagina 57: 3.2.2.2. Ontwikkeling centrum. “Ons Oostende” heeft vertraging opgelopen. Deze plek is al jaren een doorn in het oog van vele. Vragen: a. Wanneer gaat hier gebouwd worden? b. Wat is de reden van deze vertraging? Antwoorden: A Volgens planning wordt dit jaar na de zomer gestart met bouwrijp maken, en in het voorjaar van 2026 gestart met bouwen. B De reden ligt in de haalbaarheid van het plan. Hierdoor is het deels binnen het vastgesteld bestemmingsplan herontwikkeld door de ontwikkelende partij.

5

Nr. Technische vraag: 18

Op pagina 57: Vergroening centrum Vraag: Wordt er in financieel opzicht serieus nagedacht over structurele middelen voor het onderhoud van al het “nieuwe groen”? Het is nu al erg lastig om het bestaande groen goed bij te houden o.a. door gebrek aan middelen. Antwoord: Ja, hier denken wij serieus over na. Bij uitbreiding van areaal wordt er standaard gereserveerd voor onderhoud en vervanging

Nr. Technische vraag: 19

Op pagina 65: Verstevigen uitvoering BIBOB. Vraag: Sinds wanneer is de beschikbaar gestelde capaciteit ingevuld? Antwoord: De beschikbaar gestelde capaciteit is begin (Q1) 2024 ingevuld.

Nr. Technische vraag: 20

Op pagina 65: Crisisbeheersing en rampenbestrijding. Vraag: Het is fijn te lezen dat er nu structurele financiering is maar wat waren de specifieke zaken waarvoor eerst alleen incidenteel geld beschikbaar was? Antwoord: Dit betrof materieel budget bestemd voor onvoorziene zaken naar aanleiding van een incident (bijv. kosten ten aanzien van vervangende huisvesting / opvang of nazorg).

Nr. Technische vraag: 21

Op pagina 70: onderaan/ pagina71 bovenaan. Budget klimaat en energie. CDOKE middelen 2023 voor uitvoeringskosten van klimaatakkoord en nieuwe taken. Er zijn in 2024 ongeveer 13 formatieplaatsen ingevuld. Vraag: Over welke afdeling(en) hebben we het dan? Antwoord: De formatieplaatsen vallen binnen de afdelingen Stedelijk Beleid, Stedelijke Ontwikkeling, Realisatie & Beheer, Bestuur & Organisatie en Financiën.

Nr. Technische vraag: 22 Op pagina 76: Onderhoud openbare ruimte. Onderaan: We gaan de komende jaren meer bomen planten voor koelteplekken. Vraag: Wordt er dan wel rekening gehouden met daken waarop zonnepanelen liggen die mogelijk door nieuwe bomen op den duur geen zon meer krijgen? We willen immers graag duurzame energie opwekken. Antwoord: Ja, hier houden we rekening mee.

6

*Programma 4 Bestuur en organisatie* Nr. Technische vraag: 23

Op pagina 103: Vraag: Wat zijn de financiële effecten van het VNG-congres en lobbywerk? Antwoord: De mogelijkheid om als regio het jaarcongres te organiseren, kan de Brainportregio nationaal op de kaart zetten. Bovendien wordt er tijdens het congres ruimte gemaakt voor excursies en side events verspreid over de regio, dus ook Helmond kan zich als stad goed profileren. Voor de stad Helmond betekent het daarnaast concreet dat er hotelovernachtingen geboekt gaan worden, waarmee de lokale economie (winkels/restaurants etc.) voordeel zal ondervinden van dit congres in Eindhoven. Het letterlijk in geld uitdrukken wat het VNG-congres Helmond oplevert is niet mogelijk. De winst moet vooral gezocht worden in de mogelijkheid tot positionering/profilering, en deelnemers bekend maken met de ambities van de Stad, als investering voor de toekomst. De lobby betaalde zich afgelopen periode zowel uit in daadwerkelijke concrete middelen (bijv. De Regiodeal), maar ook in verdere profilering en positionering. Het aan mogen schuiven bij de juiste tafels (Rijk en regio) en daar het Helmonds belang agenderen, is daar een belangrijk voorbeeld van. Hier gaat het om zowel ambtelijke lijnen als bestuurlijke samenwerking. De lobbyactiviteiten zijn momenteel zeer gericht op het verwezenlijken van de schaalsprong.

Verschillende middelen uit Den Haag worden de komende tijd door Helmond aangesproken (Wonen, Infra, Voorzieningen etc.). Daar daadwerkelijk gebruik van kunnen en mogen maken, vergt een continue lobby-inzet met een eigen organisatie die voldoende voorbereid is op deze kansen. De lobbyist heeft een intern en extern netwerk en heeft dagelijks contact over deadlines, beïnvloedingsmomenten en het Helmonds verhaal met betrokken ambtenaren en bestuurders.

Nr. Technische vraag: 24

Op pagina 107: Vraag: Hoeveel middelen zijn besteed aan participatiebevordering (zoals toolboxen en trainingen)? Antwoord: Voor participatiebevordering is 155k uitgegeven aan personeel en 25k aan overige uitgaven.

Nr. Technische vraag: 25

Op pagina 109: Vraag: Zijn de kosten van communicatieaanpassingen (brieven, folders, website) binnen het programma gebleven? Antwoord: Ja, de communicatiekosten zijn binnen de programma’s gebleven.

Nr. Technische vraag: 26

Op pagina 114: Vraag: Hoe zijn de extra kosten voor gastontvangst en inrichting Huis voor de Stad in beeld gebracht? Antwoord: Zoals ook in de jaarverantwoording 2024 aangegeven is de door de Raad nog vast te stellen visie op dienstverlening het uitgangspunt geweest voor de inrichting van de dienstverlening in het Huis voor de Stad. Het Huis voor de Stad is het hart van de dienstverlening én het visitekaartje van de gemeente Helmond en is dé plek waar je geholpen wordt. Hier heten we bezoekers in een open en transparante sfeer, op een warme en persoonlijke manier welkom. Er zijn geen burgerzaken- en receptiebalies meer. Om de verwachtingen van de bezoeker waar te maken (en wegwijs te maken) worden deze met persoonlijke aandacht en begeleiding

7

ontvangen. De in de begroting 2024 beschikbaar gestelde middelen van € 156.000 voor extra medewerkers gastvrijheid zijn ingezet. De fysieke inrichting van het gebouw is onderdeel geweest van de investering voor het Huis voor de Stad.

Nr. Technische vraag: 27 Op pagina 115: Vraag: Is het negatieve saldo van de Stadswinkel inclusief de €90.000 extra kosten voor gratis afleveren reisdocumenten?

Antwoord: Binnen hoofdproduct 070 Stadswinkel is een begrotingspost opgenomen van € 90.000 voor het gratis thuis laten bezorgen van reisdocumenten. De werkelijke kosten voor deze dienst bedragen circa € 77.000. Het (positieve) verschil van circa € 13.000 is onderdeel van het (als totaal nadelig) saldo op hoofdproduct 070 Stadswinkel van € 258.000.

Nr. Technische vraag: 28

Vraag: Is sprake van onderschrijding of overschrijding van het budget voor organisatieontwikkeling?

Antwoord: Er is minder uitgegeven dan verwacht. Dat is een onderschrijding van het geraamde budget.

Nr. Technische vraag: 29 Op pagina 120: Vraag: Wat zijn de financiële gevolgen van de organisatieontwikkeling in 2024 en verder, inclusief de herstructurering en sleutelposities? Antwoord: Door de organisatieontwikkeling is één medewerker boventallig geworden. De managementstructuur is aangepast en verwerkt in onze begroting.

Nr. Technische vraag: 30

Op pagina 120: Vraag: Hoe zijn de kosten voor hybride werken (digitale hulpmiddelen, thuiswerkbeleid, werkplekken) financieel onderbouwd? Zijn daar separate budgetten voor? Antwoord: Deze uitgaven zijn onderdeel van het budget voor arbeidsvoorwaarden zoals aangevraagd in de begroting 2024. Daarnaast wordt voor de implementatie in 2024 deels gebruik gemaakt van de reserve arbeidsvoorwaarden.

Nr. Technische vraag: 31 Op pagina 122: Vraag: In de tabel onder 3.4.7.3 staat bij het totaal -851 als “voordeel”. Dit hoort volgens mijt een nadeel te zijn

Antwoord: Juiste constatering. Dit wordt aangepast.

8

*Algemene dekkingsmiddelen* Nr. Technische vraag: 32 Op pagina 123: Vraag: Hoe zijn de hogere OZB-opbrengsten van €322.000 tot stand gekomen? Antwoord: Bij aanvang van het belastingjaar werd nog uitgegaan van hogere proceskosten bij de afhandeling van WOZbezwaren en beroepen. Daarvoor is een extra budget van 200K beschikbaar gesteld. Dit budget blijkt achteraf, met name door de wetswijziging die de hoogte van de proceskostenvergoedingen beperkt, niet nodig te zijn geweest. Daarnaast vallen de OZB-opbrengsten ongeveer 100K hoger uit, een kleine afwijking van 0,36% ten opzichte van de raming. Ten tijde van het opstellen van de begroting zijn nog niet alle WOZ-waarden bekend, kleine afwijkingen in de uiteindelijke realisatie zijn dus onvermijdelijk.

Nr. Technische vraag: 33 Op pagina 123: Vraag: a. Aangezien er een extra rentevoordeel is van € 660.000 op de startersleningen, is mogen we dan veronderstellen dat de rente die we vragen voor deze leningen te hoog is vastgesteld? Of is het zo dat deze rentes in eerder stadium langjarig zijn vastgelegd en we dit benodigde kapitaal zelf uiteindelijk tegen kortlopende rentes hebben aangetrokken, waardoor financieel voordeel ontstaat? b. Schuilt er in deze wijze van aantrekken en uitzetten van gelden geen financieel risico? c. Waarom zijn hoofdproducten twee keer afzonderlijk weergegeven?

Antwoord: a. Nee, dat kun je niet stellen. Ten eerste betreft het rentevoordeel niet alleen de startersleningen, maar alle leningen. Ten tweede wordt de rente, welke in rekening wordt gebracht, bepaald door SVN, deze rente is voor elke gemeente hetzelfde. Het voordeel ontstaat doordat er meer leningen zijn uitgezet doordat de regels zijn verruimd. De extra rentebaten komen onder andere door rentevoordelen op de SVN-leningen, niet in zijn geheel. b. Nee, op het moment is de rente minus de beheerslasten welke in rekening worden gebracht voor de startersleningen hoger dan onze interne renteomslag. Het financieel risico is hierdoor minimaal. Dinsdag 20-05-2025 is raadsvoorstel 025 aangenomen. Hierdoor wordt een plafond ingesteld, om te voorkomen dat de renteomslag stijgt. c. De exploitatie en reserves worden afzonderlijk gepresenteerd. Daarom staan bepaalde hoofdproducten hier tweemaal.

Nr. Technische vraag: 34 Op pagina 124: Vragen: a. Welke (financiële) risico’s zijn verbonden aan de vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren? b. Wat verklaart het verschil in renteopbrengsten op leningen versus de lagere renteomslag? c. De toelichting komt namelijk niet overeen met de bedragen die in de tabel 3.5.1 vermeld staan. Antwoorden: A) Na deze vrijval voorzien we voldoende middelen om een verwacht bedrag aan afboekingen op te vangen van onze debiteurenpost. Het kan altijd zo zijn dat er uiteindelijk meer of minder afgeboekt moet worden. Dat kun je zien als risico. B) De daadwerkelijk gemaakte externe rentelasten over de korte en lange financiering minus de externe rentebaten worden toegerekend aan de taakvelden. Doordat de renteopbrengsten zijn gestegen moet

9

er minder toegerekend worden wat een positief effect heeft op de renteomslag. Het BBV schrijft voor hoe met de renteomslag omgegaan moet worden en hier voldoen we aan. C) Ervanuit gaande dat het over de toelichting bij hoofdproduct 944 gaat, komt het bedrag overeen met een afrondingsverschil van € 3.000. In de tabel wordt een positief saldo gepresenteerd van € 413.000. De verklaring: + € 660.000 (toegenomen renteopbrengsten) – € 350.000 (rentecorrectie) + € 100.000 (voordeel door minder bankkosten) = € 410.000. Met afronding is geen rekening gehouden in de toelichting.

Nr. Technische vraag: 35 Op pagina 125: Vraag: a. Wat is de oorzaak van het voordeel van €1,2 miljoen bij het innen van overige belastingen? b. Wat is de reden dat de voorziening dubieuze debiteuren is vrijgevallen? c. Zijn dat administratieve afboekingen geweest of hebben deze dubieuze debiteuren alsnog alle vorderingen betaald? d. Zijn deze voordelen structureel te verwachten? Antwoord: a. Zoals in de tekst op pagina 124 ook aangegeven bestaat dit voordeel uit 2 grote onderdelen: de voorziening dubieuze debiteuren (zie ook b-d) en opbrengsten uit dwanginvordering, die maar deels geraamd zijn. b. De voorziening is niet vrijgevallen, maar kon wel flink worden verlaagd, omdat de openstaande posten sterk zijn teruggebracht, waardoor ook de hoogte van de voorziening evenredig kon worden verlaagd. c. Een flink deel van de openstaande posten is inderdaad betaald. d. Het voordeel is eenmalig. We gaan ervanuit, dat de hoogte van de voorziening altijd op een minimaal niveau zal moeten blijven staan. Er zullen naar verwachting altijd openstaande posten blijven.

Nr. Technische vraag: 36 Op pagina 125: Vraag: Wat verklaart het verschil in renteopbrengsten op leningen versus de lagere renteomslag? De toelichting komt namelijk niet overeen met de bedragen die in de tabel 3.5.1 vermeld staan. Antwoord: Zie antwoord 34.

Nr. Technische vraag: 37 Op pagina 125: Vraag: Doorbelasting overhead kent een positief saldo van ruim € 800.000 en wordt veroorzaakt door meer uren die zijn toegeschreven aan de grondexploitatie. Bij de grondexploitatie moet dit logischerwijze tot een nadeel geleid hebben. In hoeverre zijn deze kosten uiteindelijk doorberekend in te declareren leges of doorgelegd aan externe partijen of andere kostenplaatsen?

Antwoord: Leges- en andere tarieven worden vooraf bepaald op basis van de begroting, en niet tussentijds aangepast op basis van de realisatie. Dit betekent dat er boekhoudkundig een voordeel of nadeel kan ontstaan ten opzichte van de begroting.

10

Nr. Technische vraag: 38 Op pagina 124: Vraag: Waarom is de begrote dotatie aan de algemene reserve van €1,2 miljoen niet eerder ingeboekt?

Antwoord: Zie vraag 4.

Nr. Technische vraag: 39 Op pagina 124: Vraag: Dat er een voordelig saldo van € 512.000,-- op overhead is, heeft grotendeels te maken met een voordeel doordat er projecten niet geheel gerealiseerd zijn in 2024. Mag ik ervan uitgaan dat deze gelden overgeheveld worden naar 2025 middels een resultaatbestemming?

Antwoord: Het betreft een voordelig saldo op een reserve. De middelen worden niet onttrokken aan de reserve automatisering en blijven beschikbaar. Een overheveling is dus niet aan de orde.

Nr. Technische vraag: 40

Vraag: Op welke wijze wordt gemonitord of budgetten wel of niet terecht overgeheveld worden via een resultaatbestemming en of eerder gereserveerde bedragen vrij moeten vallen omdat deze niet meer uitgegeven worden aan het eerder bepaalde doel?

Antwoord: Hiervoor zijn interne spelregels opgesteld, zie artikel 8 van de Financiële Verordening gemeente Helmond. Een verzoek tot resultaatbestemming wordt gecontroleerd door zowel de eigen afdelingsmanager, de financieel adviseur, afdelingsmanager Financiën en concerncontroller of ze hieraan voldoen. Het college bepaalt of het voorstel aan de raad wordt voorgelegd. Uiteindelijk beslist de raad hierover bij vaststelling van de jaarrekening.

*Verplichte paragrafen* *Lokale heffingen” Nr. Technische vraag: 41

Op pagina 127: Vraag: Er wordt gesteld dat het overschot van de afvalstoffenheffing gestort wordt in een reserve afvalstoffenheffing. Op dezelfde bladzijde lezen we dat er sprake is van een storting in de voorziening afvalstoffenheffing. Is het nou een reserve of voorziening en wat is het totaalsaldo van deze reserve of voorziening na deze dotatie? Antwoord: De storting vindt plaats in de voorziening. Het saldo van de voorziening is na deze storting €1.790.000,-

Nr. Technische vraag: 42 Op pagina 127: Vraag: Wat is de structurele impact van de lagere proceskosten bij WOZ-bezwaren? Komt dit bijvoorbeeld nog tot uiting in bijstelling van de tarieven? Antwoord: De toename van de WOZ-proceskosten is nooit structureel in de begroting opgenomen. Er is een standaard budget van enkele tienduizenden euro's, dat (indien nodig) óf bij een Berap óf bij de jaarrekening is verhoogd. In de tariefstelling is nooit apart rekening gehouden met deze extra kosten voor bezwaarafhandeling. Bijstelling van de tarieven is dan ook niet aan de orde.

11

Nr. Technische vraag: 43

Vraag: Zijn er financiële gevolgen van mogelijke wetswijzigingen in lokale heffingen?

Antwoord: De laatste grote wijziging op het gebied van lokale heffingen hangt samen met de invoering van de Omgevingswet, die ook een flinke impact heeft gehad voor de Legesverordening en leges voor bouwactiviteiten. De gevolgen daarvan worden geleidelijk zichtbaar en zullen waar nodig in komende begrotingen verwerkt worden. Andere wijzigingen betreffen vooral wettelijke maximumtarieven. Behoudens de discussie die het kabinet wil starten over maximering van OZB-stijgingen lijken er verder geen grote wijzigingen te komen; de herziening van de lokale belastingen staat vooralsnog op een laag pitje.

Nr. Technische vraag: 44 Op pagina 127 Vraag: Hoe verhoudt de stijging afvalstoffenheffing vanaf 2026 zich tot historische trends en welke structurele kostenstijgingen liggen daaraan ten grondslag? Antwoord: Besluitvorming over de hoogte van de afvalstoffenheffing 2026 volgt vanuit het traject rondom de vaststelling van de begroting 2026, dit valt buiten de scope van de jaarverantwoording 2024.

Nr. Technische vraag: 45 Op pagina 128: Vraag: De naheffingen parkeercontrole overschrijden de kosten, terwijl nadrukkelijk vermeld wordt dat de opbrengsten uit naheffingen de kosten van parkeercontroles niet mogen overschrijden Wat zijn de consequenties? Antwoord: De kostendekkendheid van de naheffingen kan ter discussie worden gesteld door bezwaarmakers. Wel is het zo, dat de hoogte van een tarief wordt vastgesteld op basis van begroting, niet op basis van de jaarrekening. Uiteraard worden grote afwijkingen uit het verleden, mits structureel, wel meegenomen bij toekomstige begrotingen, maar hier zit dus tijd tussen. Het mag niet zo zijn, dat er structureel meer opbrengsten zijn dan kosten, maar dat is ook niet de verwachting. De verwachting is ook, dat er meer kosten toegerekend kunnen worden dan tot nu toe gebeurt. Het aantal naheffingen lijkt gezien de eerste cijfers voor dit jaar ook te stabiliseren.

Nr. Technische vraag: 46 Vraag: In hoeverre zijn alternatieven voor de huidige samenwerking met Blink onderzocht, bijvoorbeeld goedkopere of efficiëntere uitvoeringsvarianten? Antwoord: Er zijn geen alternatieven voor de samenwerking met Blink onderzocht. Wel is Blink in de zienswijze op de begroting 2026 gevraagd om verschillende scenario’s te verkennen om de bedrijfsvoering te optimaliseren.

Nr. Technische vraag: 47 Vraag: Hoe verhouden de huidige én verwachte tarieven zich tot het landelijk gemiddelde? Antwoord: De huidige afvalstoffenheffing variëren volgens de COELO-atlas 2025 voor meerpersoonshuishoudens van het laagste tarief 34 euro (Nijmegen) tot het hoogste tarief van 602 euro (Wassenaar). Het gemiddelde bedraagt 364 euro. Helmond zit daar met 313 euro ruim onder. Over de verwachte tarieven kan nog niets gezegd worden zonder besluitvorming door de raad.

12

Nr. Technische vraag: 48

Vraag: Welke scenario's zijn er doorgerekend voor het beheersen van de tarieven in de toekomst?

Antwoord: De beantwoording van deze vraag hoort in het traject van de bespreking van de begroting 2026. *Weerstandsvermogen en risicobeheersing*

Nr. Technische vraag: 49 Op pagina 135: Vraag: Welke concrete risico’s zijn in 2024 toegevoegd of verwijderd t.o.v. 2023? Antwoord: Er zijn geen risico's toegevoegd of verwijderd. Uitsluitend de omvang en de kans en impact zijn geactualiseerd.

Nr. Technische vraag: 50 Op pagina 135: Vraag: Hoe robuust is de risico-inschatting gezien economische onzekerheden? (inflatie en stijging bouwkosten?) Antwoord: Dit betreft een inschatting van mogelijk (extreme) prijsstijgingen, rekening houdend met de lopende investeringskredieten. De reguliere prijsstijgingen zijn reeds onderdeel van de lopende kredieten. Wij onderkennen dat het moeilijk is om risico's van extreme prijsstijging te kunnen calculeren. Voorzichtigheidshalve hebben wij hiertoe wel een bedrag opgenomen.

Nr. Technische vraag: 51 Op pagina 137: Vraag: Is de risicobenadering bij grondexploitaties gewijzigd ten opzichte van 2023? Antwoord: Nieuw in de risicoanalyse is dat, zoals op pagina 138 is aangegeven, ook rekening is gehouden met kansen die zich aandienen voor een financiële bijdrage van het rijk voor de realisatie van de schaalsprong van het ontwikkelperspectief Centrum + 2040. De gemeente zal alsdan ook een financiële bijdrage moeten leveren (cofinanciering). In de risicoanalyse is hiervoor nu een bedrag opgenomen.

Nr. Technische vraag: 52

Op pagina 137: Vraag: Waarom is het weerstandsvermogen grondbedrijf precies op 1,0 gezet en niet hoger gehouden voor de zekerheid? Antwoord: De hoogte van de ratio weerstandsvermogen is geen bewuste keuze maar het resultaat van enerzijds de beschikbare middelen en anderzijds een analyse van de risico’s en benodigde middelen voor kansen op cofinanciering. Overigens wordt de ratio niet sec voor het grondbedrijf bepaald maar voor de totale gemeente. In de Financiële Verordening is door de gemeenteraad het minimum voor de hele gemeente bepaald op 1,5.

13

Nr. Technische vraag: 53

Op pagina 139: Vraag: De winst binnen het grondbedrijf bedraagt in 2024 maar liefst 54,9 miljoen Euro. Als gevolg daarvan zal de belastingdienst graag haar belastingcenten over deze winst willen ontvangen. Aangezien het tarief voor de VPB op dit moment 25,8% bedraagt, zou dit een claim van ongeveer 14,5 miljoen Euro betekenen. Waar kan ik deze belastingverplichting in de jaarrekening ergens terugvinden? Antwoord: Zoals ook in de paragraaf grondbeleid is aangegeven is het resultaat van het grondbedrijf bij de jaarrekening 2024 € 54,9 miljoen. Dit resultaat is opgebouwd uit winstnemingen op grondexploitaties met een verwacht positief eindresultaat (€ 8,0 miljoen) en een bijstelling van de voorziening voor verlieslatende grondexploitaties (€ 46,9 miljoen minder negatief dan vorig jaar). Veruit het grootste gedeelte van het resultaat heeft dus geen betrekking op winstgevende grondexploitaties. Er kan dus niet zomaar gesteld worden dat er ook sprake is van € 54,9 miljoen winst, het grootste gedeelte van het resultaat heeft betrekking op verwacht minder verlies in de toekomst. De voornaamste oorzaak voor de bijstelling van de verwachte eindresultaten zijn de hogere grondprijzen en de effecten die dat heeft op de toekomstige indexering en rentelast. In hoeverre dit uiteindelijk ook zal leiden tot een hogere VPB last is nu nog niet te bepalen.

Voor de VPB geldt een eigen fiscale openingsbalans en eigen voorschriften voor rentetoerekening en kostentoerekening aan de in de toekomst nog te realiseren grondopbrengsten. De verwachting is dat de hogere grondprijzen in de toekomst zullen gaan leiden tot een hogere VPB last, alleen zijn die nu nog niet te becijferen. In de risicoanalyse is deze mogelijke toekomstige last onderkend, maar omdat er nog geen uitsluitsel gegeven kan worden over de hoogte is dit vooralsnog als P.M. opgenomen.

Nr. Technische vraag: 54

Op pagina 139: Vraag: Heeft een eventueel negatief resultaat van het grondbedrijf in 2025 recht op VPB-teruggave? Antwoord: Conform de VPB-regelgeving mogen verliezen verrekend worden met winsten. Verliezen mogen 1 jaar terug verrekend worden en naar de toekomst toe onbeperkt. Dus als voorbeeld: mocht uiteindelijk blijken dat we een VPB last gaan krijgen in de fiscale aangifte over 2024 dan mogen we eventuele verliezen die we in het verleden hebben opgebouwd (in de jaren tot 2024) verrekenen met de winst in 2024. Daarnaast mogen we, als 2025 fiscaal een verlies zou geven, dat verlies dan ook nog verrekenen met de winst in 2024.

Nr. Technische vraag: 55

Op pagina 139: Vraag: Is de toevoeging van €54,9 miljoen aan reserve grondbedrijf gebaseerd op gerealiseerde opbrengsten of boekhoudkundige waarderingen? Antwoord: Het resultaat van € 54,9 miljoen is voor een gedeelte van € 8,0 miljoen opgebouwd uit winstnemingen volgens de Percentage of Completion (POC) methode. De overige € 46,9 miljoen betreft een bijstelling van de voorziening voor verliesgevende grondexploitatie. Dit betekent feitelijk dat we € 46,9 miljoen minder apart hoeven te zetten in een voorziening om de verwachte verliezen in de toekomst op te vangen. Het volledige bedrag van € 54,9 miljoen komt dus feitelijk vrij beschikbaar en is conform het gesloten circuit voor het grondbedrijf toegevoegd aan de reserve grondbedrijf. De reserve grondbedrijf dient om onvoorziene risico’s (en kansen) op te vangen die (nog) niet zijn opgenomen in de waardering van de eindresultaten. Hierbij wijzen wij erop dat ook de risico’s van het grondbedrijf navenant zijn toegenomen.

14

Nr. Technische vraag: 56

Op pagina 180 Vraag: Welke drie grondexploitaties zijn verantwoordelijk voor de vrijval van € 46,9 miljoen verliesvoorziening en wat is de resterende looptijd? Antwoord: In de tabel op bladzijde 188 is in de laatste kolom opgenomen wat de bijstelling van de verliesvoorziening per grondexploitatie is geweest. In die tabel is ook de op dit moment verwachte einddatum van de grondexploitaties opgenomen.

Nr. Technische vraag: 57 Vraag: Welke marge van onzekerheid hanteert men bij actualisering van deze verliesvoorzieningen en hoe robuust is deze onder de verschillende marktscenario’s? Antwoord: De actualisering van de verliesvoorziening is, conform de BBV-voorschriften, gebaseerd op de beste schatting. Daarbij wordt gebruik gemaakt van adviezen door onafhankelijke deskundigen voor de bepaling van de hoogte van de actuele marktprijzen en een beste inschatting van toekomstige ontwikkelingen op kostprijsstijgingen en grondprijsontwikkeling. In de risicoanalyse wordt gerekend met scenario’s die afwijken van die beste inschatting. Op basis van de impact van die scenario’s en een aanname van de kans dat ze zich voordoen wordt een risicobedrag bepaalt. Dat bedrag wordt meegenomen bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit.

Nr. Technische vraag: 58

Op pagina 140. Vraag: Hoe gevoelig is de toevoeging voor externe factoren, zoals rentestijgingen, netcongestie of vertraging van ruimtelijke procedures? Antwoord: In de risicoanalyse van de grondexploitaties is rekening gehouden met scenario’s van rentestijging. Verder is in de beste schatting van de grondexploitaties bij de planning c.q. fasering al rekening gehouden met de netwerkcongestie. Het effect van eventuele vertragingen door verder uitstel als gevolg van netwerkcongestie of bijvoorbeeld ruimtelijke procedures heeft geen grote effecten op de verwachte eindresultaten van grondexploitaties. Dit komt omdat de rente waarmee gerekend wordt (1%) nog steeds laag is. In de scenario’s voor de risicoanalyse van de grondexploitaties is daarom niet gerekend met vertragingen.

Nr. Technische vraag: 59

Op pagina ? (paragraaf weerstandsvermogen) Vraag: Waarom is niet een deel vrijval als risicovoorziening opgenomen in plaats van deze volledig toe te voegen aan de reserve? Antwoord: De hoogte van de verliesvoorziening is gebaseerd op de BBV-voorschriften. Daar mag niet van worden afgeweken. Voor het grondbedrijf geldt een gesloten circuit en op basis daarvan is het resultaat grondbedrijf toegevoegd aan de reserve grondbedrijf.

Nr. Technische vraag: 60

Op pagina 135 en verder Vraag: Is er sprake geweest van bijstellingen die in eerdere jaren als risico expliciet zijn gepresenteerd en zo ja, hoe verklaart u deze koerswijziging? Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij naar de beantwoording van vraag 51.

15

Nr. Technische vraag: 61

Op pagina 135 Vraag: Wat zijn de consequenties als meerdere grote risico’s (zoals tekorten sociaal domein en tegenvallende grondverkopen) zich gelijktijdig voordoen? Antwoord: Risico's die zich (tegelijkertijd) voordoen hebben een negatieve impact op het weerstandsvermogen. Met ons huidige weerstandsvermogen hebben wij naar verwachting voldoende middelen om de genoemde risico's (tekorten sociaal domein en tegenvallende grondverkopen) tegelijk op te kunnen vangen.

Nr. Technische vraag: 62 Op pagina 135 (paragraaf weerstandsvermogen) Vraag: Hoe wordt risico op tekorten sociaal domein financieel afgedekt binnen het weerstandsvermogen? Antwoord: Op vrijdag 18 april 2025 is de Voorjaarsnota van het Rijk gepresenteerd. De plannen die daarin zijn opgenomen brengen in ieder geval voor de jaren 2026 en 2027 (beperkte en grotendeels incidentele) verlichting. Pas in de meicirculaire worden de definitieve bedragen bekend. De eerste doorrekening laat zien dat we in de jaren 2026 en 2027 een positieve bijdrage ontvangen vanuit het Rijk, ook voor het onderdeel jeugd. Vanaf 2028 wordt de compensatie voor jeugd echter volledig tenietgedaan waardoor het tekort verder oploopt. Om de terugval in het gemeentefonds te dempen stelt het Rijk een beperkt bedrag beschikbaar. Ook draagt het Rijk bij aan de tekorten voor de jeugdzorg. Vanaf 2028 wordt de taakstelling op jeugd verhoogd van €1 miljard naar € 1,5 miljard. Wat de plannen betekenen voor onze begroting wordt verder toegelicht in de voorjaarsnota. (paragraaf 3.1.2) Dit geeft een eerste indicatie van hetgeen we mogen verwachten. Daarbij de opmerking dat het nog voorstellen zijn die nog verwerkt moeten worden in de Rijksbegroting die op Prinsjesdag gepresenteerd wordt.

Zodra de meicirculaire is ontvangen en doorgerekend, wordt u zoals gebruikelijk via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de gevolgen voor Helmond. Daarbij ontvangt u ook een geactualiseerd meerjarenperspectief. De risico's op tekorten sociaal domein worden in 2025 nog afgedekt door de reserve sociaal domein.

Nr. Technische vraag: 63

Op pagina 135 (paragraaf weerstandsvermogen) Vraag: Wordt rekening gehouden met rentewijzigingen bij de beoordeling van financiële risico’s? Antwoord: Voor de financiële risico's omtrent de rentewijzigingen verwijzen wij naar paragraaf 4.4.2 op pagina 145 van de jaarverantwoording. Om gemeenten te behoeden voor de gevolgen van rentefluctuaties zijn wettelijke normen gesteld waaraan gemeenten moeten voldoen. Dit zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide beogen de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan de financiering van respectievelijke korte- en lange schulden. Met de renterisiconorm biedt de wet Fido een richtlijn om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. Zoals blijkt uit de tabel op pagina 145 is de gemeente ruimschoots binnen de renterisiconorm gebleven. Op deze manier wordt het risico van rentewijzigingen gemonitord.

16

Nr. Technische vraag: 64

Op pagina 135 ev; paragraaf weerstandsvermogen Vraag: Welke scenarioanalyses zijn uitgevoerd om het weerstandsvermogen te toetsen onder stressomstandigheden? Antwoord: Er zijn, uitgezonderd het grondbedrijf (zie p.137 e.v.), geen scenarioanalyses uitgevoerd om het weerstandsvermogen te toetsen onder stressomstandigheden. De ons bekende risico's zijn in beeld gebracht en op omvang ingeschat. Zoals we bij vraag 61 hebben beantwoord heeft de gemeente Helmond, indien zich gelijktijdig meerdere significante risico's zich voordoen, voldoende middelen om deze risico's op te vangen.

Nr. Technische vraag: 65

Op pagina Vraag: Waar de weerstandsratio in 2022 nog ver boven de ondergrens van 1,5 lag, ligt deze nu op deze ondergrens. Is de omvang van het weerstandsvermogen voldoende in relatie tot de toenemende investeringsopgaven (zoals schaalsprong, en verstedelijking) en bijbehorende extra risico's? Antwoord: De omvang van het weerstandsvermogen is berekend op de mogelijke kosten van risico's die we op dit moment onderkennen, waar we een concreet geldbedrag aan koppelen en waar we ook geen andere beheersmaatregelen voor hebben getroffen. De kosten, die de door u genoemde ontwikkelingen met zich meebrengen, maken onderdeel uit van de jaarlijkse, integrale besluitvorming bij voorjaarsnota en begroting. We zorgen aan de voorkant dat er geld is om deze kosten op te vangen. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de reserve grote projecten die we hebben ingesteld die onder andere bedoeld is om investeringsopgaven in dit kader te bekostigen. Overigens worden de fluctuaties vooral veroorzaakt door de ontwikkelingen in het grondbedrijf.

Nr. Technische vraag: 66

Op pagina 156 ev ; paragraaf verbonden partijen Vraag: Hoe worden risico’s van verbonden partijen (zoals PPS-constructies) meegenomen in de weerstandsanalyse? Antwoord: Deze worden meegenomen in de paragraaf weerstandsvermogen als er sprake is van een risico. De impact en omvang worden in de paragraaf per specifiek risico toegelicht. Voor de PPS constructie Automotive Campus is op pagina 138 van de jaarverantwoording toegelicht dat hier rekening mee is gehouden.

Nr. Technische vraag: 67 Op pagina 135 ev paragraaf Vraag: Wat is de reden dat in de risicoanalyse al rekening gehouden is met de mogelijke gevolgen voor nieuwe ontwikkelingen zoals Bredevoort en de PPs constructie voor de Automotive Campus, terwijl daar formeel volgens mij nog een besluit over is genomen door de gemeenteraad. Is dit conform BBV? Antwoord: De uitgebreide herziening van de grondexploitaties moet volgens de BBV-voorschriften gebaseerd worden op de besluitvorming van de raad op de balansdatum 31 december 2024. Besluiten van de raad na die datum mogen dus niet meegenomen worden in de balanswaardering van de beste schatting van de verwachte eindresultaten op deze grondexploitaties. De mogelijk nieuwe ontwikkeling van Nieuw Brandevoort en de PPS constructie voor de Automotive Campus mogen dus nog niet verwerkt worden in de balanswaardering. De

17

kans dat de oude plannen (waar tot nu toe de jaarrekening dus nog op is gebaseerd) nog tot uitvoering komen wordt steeds kleiner en met de risicoanalyse wordt nu al zo goed mogelijk geanticipeerd op de nieuwe ontwikkelingen. De gemeente is zelf vrij om te bepalen hoe ze de risicoanalyse vormgeven. Daarvoor gelden geen, zoals bij de balanswaardering dus wel het geval is, strikte BBV-voorschriften.

Nr. Technische vraag: 68 Op pagina 135 ev (paragraaf weerstandsvermogen) Vraag: Wat is de aanleiding voor wijziging van project overstijgende risicoparameters? Antwoord: Voor een toelichting op de wijziging van deze parameters zie paragraaf Grondbeleid pagina 183.

Nr. Technische vraag: 69

Op pagina 135 ev (paragraaf weerstandsvermogen) Vraag: Zijn personeel gerelateerde risico’s (zoals krapte en afhankelijkheid externen) financieel ingecalculeerd? Antwoord: Krapte en afhankelijkheden van externen is een inherent risico waarop zo goed als mogelijk wordt ingespeeld door de gemeente om dit risico zo klein mogelijk te houden. Dit zijn specifieke risico's waarmee in projecten (zo goed als mogelijk) rekening wordt gehouden.

Nr. Technische vraag: 70 Op pagina 135 ev (paragraaf weerstandsvermogen) Vraag: Hoe worden risico’s netcongestie en projectvertragingen gewogen? Antwoord: De risico's zijn als algemeen risico opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Er loopt momenteel een regionaal onderzoek om meer inzicht te krijgen in deze risico's. Dit gebeurt in het kader van het MIRT-project (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). Het risico op projectvertragingen is een specifiek risico waarmee in projecten (zo goed als mogelijk) rekening wordt gehouden.

*Onderhoud kapitaalgoederen*

Nr. Technische vraag: 71

Op pagina 143 ev (paragraaf onderhoud kapitaalgoederen) Vraag: Blijven de kosten voor wegenonderhoud (inclusief calamiteiten) binnen budget? Antwoord: Ja, het technische onderhoud aan wegen hebben wij in 2024 binnen budget Wegen uitgevoerd. De calamiteiten aan wegen hebben in 2024 een negatief saldo binnen het budget Reiniging wegen.

18

Nr. Technische vraag: 72 Op pagina 143: “Wegen”. Vraag: Wat zijn de financiële gevolgen van uitgesteld onderhoud en wat voor impact heeft dit op andere te plannen onderhoudsprojecten? Antwoord: Het uitstellen van onderhoud wordt altijd zorgvuldig afgewogen tegen de daaraan verbonden risico's, zoals bijvoorbeeld weersomstandigheden. De financiële gevolgen voor het uitstellen van onderhoud met enkele maanden tot een jaar blijven beperkt. In de meeste gevallen zijn er geen financiële gevolgen.

*Financiering*

Nr. Technische vraag: 73 Vraag: Wat zijn de verwachte ontwikkelingen voor de schuldenportefeuille bij gelijkblijvend investeringsritme? Antwoord: Binnen Helmond doen we aan totaalfinanciering. We kijken dus voor de gemeente totaal wat de financieringsbehoefte is en aan de hand daarvan worden eventueel middelen aangetrokken. Bij de begroting wordt meerjarig gekeken wat de investeringsbehoefte is en wordt een doorkijk gemaakt voor de benodigde financiering. Vooralsnog geen noemenswaardige ontwikkelingen.

*Bedrijfsvoering*

Nr. Technische vraag: Op pagina 151: Bij overschrijding van programma 3 staat “Echter hiertegenover staan ook meer direct gerelateerde baten …..” Vraag: ‘meer’ is een relatief begrip; er staat niet bij hoeveel meer en het is dus ook niet duidelijk of de overschrijding gecompenseerd wordt zoals onder a. genoemd. Antwoord: Juiste constatering. De tekst is aangepast door het woord “meer” te verwijderen. Tegenover de afwijkingen in de lasten van programma 3 van onderwijs/arbeidsmarkt en Speelhuis staan afwijking op baten die direct gerelateerd zijn aan deze onderwerpen. 74

Nr. Technische vraag: 75 Op pagina 152: 4.5.3 Onder het kopje “Bereikbaarheidsagenda” staat een zin waarin woorden lijken te ontbreken waardoor deze zin onsamenhangend klinkt. Vraag: Wat hoort hier precies te staan? Antwoord: Hierbij de juiste tekst: “Voor de bereikbaarheidsagenda zijn er verschillende kredieten beschikbaar gesteld. Deze kredieten bij elkaar hebben ultimo 2024 per saldo nog een bestedingsruime van € 2,552 miljoen (zie tabel in hoofdstuk 2.3). De overschrijding voor “Bereikbaarheidsagenda” heeft een administratieve oorzaak. Voor de bereikbaarheidsagenda in zijn totaliteit is geen sprake van een overschrijding. De verschillende kredieten worden bij één van de Beraps in 2025 administratief samengevoegd. “

Nr. Technische vraag: Op pagina 153: 4.5.4 2e zin: Er staat “we hebben……verwelkomt” Verwelkomd mag hier met een “d” geschreven worden. Antwoord: Is aangepast. 76

19

Nr. Technische vraag: 77 Op pagina 153: 4.5.4 “de gemeente streeft naar een verhouding van maximaal 15% flexibel personeel” ‘een verhouding van’ is overbodig in deze zin en maakt het niet duidelijker Antwoord: Is aangepast. *Verbonden partijen*

Nr. Technische vraag: Op pagina 157: 4.6.2.1 Halverwege “verzwaart” moet met een ‘d’ ipv ‘t’ Vraag: Laatste zin “incl GGA” wat betekent GGA? Antwoord: GGA betekent Gebiedsgerichte Aanpak. De MRE coördineert de gebiedsgerichte aanpak van verkeers(veiligheids) vraagstukken voor Zuidoost Brabant. 78

Nr. Technische vraag: Op pagina 160: 4.6.2.4 “ …. Groeiend instroom van nieuwkomers/immigranten ….” Hier worden arbeidsmigranten , statushouders, expats etc op één hoop gegooid. Vraag: Wat zijn de aantallen cq verhoudingen tussen de verschillende groepen? Antwoord: De instroom van nieuwkomers is hieronder verder uitgesplitst: - Oekraïense ontheemden: In Helmond vangen wij 433 Oekraïense ontheemden op. - Arbeidsmigranten: Volgens de laatste cijfers verblijven er 3.020 arbeidsmigranten in Helmond. Naar verwachting ligt dit aantal veel hoger, gezien de registratiegraad bij de Basisregistratie Personen (BRP) laag is onder deze doelgroep. - Kennismigranten: Volgens de laatste cijfers verblijven er 1.225 kennismigranten in Helmond. - Asielzoekers: Wij vangen op dit moment 50 Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen op. - Statushouders: Op dit moment burgeren er 344 statushouders in Helmond in. 79

Nr. Technische vraag: 80 Op pagina 166: 4.6.3.3 Laatste zin “… inkoop netverliezen …” Vraag: Wat betekent dit/ waar gaat dit over ? Antwoord: Inkoop netverliezen is de energie die verloren gaat tijdens het energietransport. Sinds 2020 zijn netbeheerders zelf verantwoordelijk voor de inkoop van deze netverliezen. Het risico dat Enexis Holding NV loopt is dat de netverliezen hoger worden doordat energieprijzen stijgen.

*Grondbeleid*

Nr. Technische vraag: 81 Op pagina 185: 4.7 Vraag: Schaal en teksten in eerste plaatje op die pagina zijn niet/nauwelijks leesbaar Antwoord: We gaan dit plaatje duidelijker maken in het definitieve boekwerk.

20

Nr. Technische vraag: 82 Op pagina 186: “ ambulancepost (op bedrijventerrein Rijpelberg) … “ De ambulancepost is aan de Deltaweg gerealiseerd. Dit ligt op enige afstand van bedrijventerrein Rijpelberg. Vraag: Wordt de Deltaweg nog tot bedrijventerrein Rijpelberg gerekend? Antwoord: Ja. Rijpelberg bedrijventerrein behelst van oudsher het gehele gebied tussen Rijpelberg en Brouwhuis. Aan de ene kant ligt nog het uitgeefbaar gebied rondom het oude Dijkse Boys terrein. Aan de andere kant is er, buiten de ambulancepost, nog 1 klein uitgeefbaar perceel aan de Deltaweg (naast Quick-fit).

*Overzicht baten en lasten*

Nr. Technische vraag: 83

Op pagina 196 / 198 /199: 6.2 Bij de beschrijving op blz 198/199 wordt zowel onder 16. als 17. Exact dezelfde tekst weergegeven. Vraag: De getallen in de tabel op blz 196 onder 16. Komen wel overeen, maar onder 17. niet Antwoord: Deze mutaties van de reserves vloeiden beide voort uit 1 handeling. Van deze handeling heeft de €137.000 betrekking op een mutatie tussen reserves, van het andere deel van €400.000 is enkel €182.000 gerealiseerd, vandaar dat daar niet het volledige bedrag is genoteerd maar enkel de realisatie. De toelichtingen op pagina 198/199 zijn samengevoegd tot 1 toelichting.

Nr. Technische vraag: 84 Op pagina 199: 6.2 Onder 18. staat “Per saldo zijn budget neutraal” Dit lijkt een kromme zin. Vraag: Wat hoort hier te staan? Antwoord: Aangepast naar ‘Per saldo zijn deze mutaties budgettair neutraal’.

* Meerjarenprognose Grondexploitaties 2024* Nr. Technische vraag: 85 Op pagina 11. Algemeen: Vraag: Kunt u uitleggen wat het verschil is tussen resultaat nominaal en resultaat eindwaarde? Antwoord: Met resultaat nominaal wordt de beste schatting van de kosten en opbrengsten volgens het huidige prijspeil bedoeld. Dat is dus zonder de toekomstige inflatiecorrecties en de rente. Het resultaat op eindwaarde is inclusief de inschatting van de toekomstige inflatiecorrecties en de rente .

Nr. Technische vraag: 86 Algemeen: We hebben 2 jaar geleden een cursus gekregen over het grondbedrijf. Daar is duidelijk aangegeven de residu waarde te moeten hanteren, te verwachten opbrengst van de woning min de bouwkosten met winstopslag is de verkoopwaarde van de grond.

21

Vraag: De bouwkosten zijn de laatste jaren harder gestegen dan de grondprijzen volgens mij is dan de opbrengst per m2 meter minder dan voorgaande jaren. Klopt mijn veronderstelling? Antwoord: Nee. De grondprijzen zijn de laatste jaren fors gestegen omdat de stijging van de marktprijzen (VON: vrij op naam) hoger is geweest dan de stijging van de bouwkosten. Daarmee is de residuele grondwaarde zowel bij het grondprijzenbesluit 2024 als bij het grondprijzenbesluit 2025 gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor.

Nr. Technische vraag: 87 Op pagina 11 3e bolletje U schrijf dat de focus van het MPG op de inhoud van de grondexploitaties ligt en niet op de financiële stand van zaken. U begrijpt dat wij als raadsleden het onderdeel financieel erg belangrijk vinden, zeker gezien de substantiële afwijkingen tov het vorig jaar. Bijvoorbeeld resultaat eindwaarde met een verschil van ruim 36 miljoen in 2040 Brandevoort 20 Vraag: Wat voor waarde kunnen/moeten we hechten aan deze financiële cijfers? Antwoord: De MPG is bedoeld om de raad te informeren en te betrekken bij de (aanpassingen op de) inhoud van de grondexploitaties. De financiële vertaling vindt vervolgens plaats bij de jaarrekening. Bij de jaarrekening wordt in de paragraaf grondbeleid toegelicht hoe de verschillen met het jaar daarvoor tot stand zijn gekomen. De MPG 2024 is een nulmeting om de raad inzicht te geven in de onderbouwing van de waardering van de grondexploitaties bij de jaarrekening 2024. Vanaf 2025 komt de MPG voorafgaand aan de jaarrekening en wordt in de MPG vastgelegd in hoeverre er aanpassingen zijn gedaan op de inhoud van de grondexploitaties. Met een akkoord van de raad op de inhoudelijke aanpassingen in de MPG (november) hebben we dan de basis voor een nieuwe financiële vertaling van de grondexploitaties bij de jaarrekening 2025.

Alsdan worden ook weer opnieuw de grondprijzen en de indexeringscijfers bepaald en dus de nieuwe verwachte eindresultaten op de grondexploitaties bepaald. Kortom: De MPG is bedoeld om de raad, voorafgaand aan de jaarrekening, mee te nemen in de inhoudelijke aanpassingen. Vervolgens vindt bij de daaropvolgende jaarrekening de financiële vertaling plaats. Dus voor een toelichting op de verschillen met vorig jaar op de grondexploitaties (o.a. Brandevoort 2) wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid in de jaarrekening.

Nr. Technische vraag: 88 Op pagina 21: Vraag: Heeft het financiële gevolgen het splitsen van Brandevoort 2 en Nieuw Brandevoort in 2026? Antwoord: Omdat Brandevoort 2 (zowel ten zuiden als ten noorden van het spoor) nu nog als 1 grondexploitatie wordt gezien wordt de grondexploitatie voor het gehele gebied toegerekend naar een eindwaarde op de einddatum 31.12.2040. Echter het zuidelijk gedeelte onder het spoor is naar verwachting over een paar jaar klaar. De einddatum 31.12.2040 heeft met name betrekking op het noordelijk gedeelte. Als de grondexploitatie wordt gesplitst hoeft voor het zuidelijk gedeelte niet meer gerekend te worden met de einddatum 31.12.2040. Dat zal met name een effect hebben op de rentelast van deze grondexploitatie. Ten tijde van de splitsing van deze grondexploitatie zal dit effect in beeld gebracht worden.

22

Nr. Technische vraag: 89 Vraag: Er zijn vele miljoenen geïnvesteerd in de voorbereiding van BSD nu dat dit plan niet doorgaat en er een compleet nieuw plan in voorbereiding is moeten de kosten dan niet worden afgeboekt? Is dat gebeurd? Antwoord: De kosten voor de planontwikkeling van het grondgebied van de grondexploitatie Brandevoort 2 (daar maakt BSD onderdeel van uit) zijn en worden geboekt op de grondexploitatie en maken dus onderdeel uit van de verwachte eindresultaten zoals die in de jaarrekening 2024 zijn gepresenteerd. Feitelijk zijn dus de gemaakte kosten onderdeel van de huidige boekwaarde van deze grondexploitatie. De kosten blijven in de grondexploitatie zitten tot deze wordt afgesloten.

Nr. Technische vraag: 90 Op pagina 22: Bij risico`s: Vraag: wat voor financiële gevolgen heeft het als we vrije sector woningen vervangen door betaalbare woningen? Bij Brandevoort Zuid? Antwoord: Dit zal een effect hebben op de grondopbrengsten. De hoogte van dat effect is afhankelijk van de feitelijke situatie. Duidelijk is wel dat aan een sociale woning een lagere grondopbrengst wordt toegerekend dan aan een vrijesectorwoning. Onder ‘betaalbaar’ verstaan we cf. woonvisie en in lijn met MRE begrippenlijst en rijksoverheid het volgende: 1. Sociale huur (tot € 900,07) 2. Middenhuur (€ 900,07-€ 1.184,82) 3. Betaalbare koop (tot € 405.000) De grondprijs verschilt per segment, zie Grondprijzen Gemeente Helmond. Betaalbaar toevoegen aan het woningbouwprogramma wil dus niet per definitie zeggen dat het negatief is voor de grondopbrengsten, want betaalbaar is meer dan alleen sociale huur; het ligt aan de specifieke programmering.

Nr. Technische vraag: 91

Op pagina 30: Er is in het verleden gekozen voor het ontwikkelen van een openbaar bijzonder gebouw (Jan van Brabant) we weten nu dat is plan niet op de gewenst manier door kan gaan. Vraag: Wat zijn de financieel gevolgen en zijn de nu meegenomen? En afgeboekt? Antwoord: Nee die zijn nog niet meegenomen. De balanswaardering van de grondexploitatie gebied cacaofabriek moet gebaseerd zijn op de besluitvorming door de raad per balansdatum 31.12.2024. Er is nog geen formeel raadsbesluit met een nieuwe grondexploitatie voor dit gebied vastgesteld door de raad dus moeten we dit nog op het oude plan blijven baseren. Zodra de nieuwe grondexploitatie wordt voorgelegd wordt ook duidelijk wat de financiële gevolgen zullen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15683314/1