RN 044 QRA Remat Chemie
Tekst van het document
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V.
projectnummer 0459417.100 definitief revisie 7.0 30 augustus 2022
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V.
projectnummer 0459417.100 definitief revisie 7.0 30 augustus 2022
Auteurs SAVE
Opdrachtgever Remat Chemie B.V. Vossenbeemd 5 5705 CL HELMOND
Colofon Projectgroep bestaande uit ir. R.A.M. (Rob) van Geffen
Gecontroleerd: J. Janzen
datum vrijgave 30-08-2022
beschrijving revisie 7.0 definitief
vrijgave I. v Langevelde
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2
Doelstelling Leeswijzer
1 1
2
Externe veiligheid
2
2.1 2.2 2.3
Wettelijk kader Toetsingskader Remat Chemie Berekeningswijze
2 2 2
3
Beschrijving van de inrichting
3
3.1 3.1.1 3.2
Omgeving Mogelijke gevaren van buiten de inrichting Inrichting
3 4 4
4
Subselectie
7
4.1 4.2 4.3
Selectie van relevante stoffen Selectie van Insluitsystemen Selectie op basis van insluitsysteem
7 8 10
5
Risicoanalyse
11
5.1 5.2 5.2.1 5.2.1.1 5.2.1.2 5.2.2 5.2.2.1 5.2.2.2 5.2.3 5.2.3.1 5.2.3.2 5.2.4 5.2.5 5.2.5.1 5.2.5.2 5.2.6 5.2.6.1 5.2.6.2 5.2.7 5.2.7.1 5.2.7.2 5.3
Gebruikte stoffen Activiteiten PGS15-opslagvoorzieningen Scenario’s Invoergegevens SAFETI-NL Bulkopslag Scenario’s Uitgewerkte scenario’s Tankautoverlading Scenario’s Uitgewerkte scenario’s Pompen Leidingen Scenario’s Uitgewerkte scenario’s Tapplateau’s Scenario’s Uitgewerkte scenario’s Productie Scenario’s Uitgewerkte scenario’s Ontstekingsbronnen
11 11 11 11 12 13 13 13 14 14 15 20 20 20 20 21 21 22 23 23 23 24
5.4
Meteogegevens en oppervlakteruwheid
24
6
Resultaten
25
6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.2 6.2.1
Plaatsgebonden risico Toetsing plaatsgebonden risico Beschouwing plaatsgebonden risico 10-6 per jaar contour Bijdrage aan het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar Groepsrisico Toetsing groepsrisico
25 26 27 27 28 29
7
Conclusie
30
Bijlage 1: Wettelijk kader Bijlage 2: Plattegrond van de inrichting (voorgenomen situatie) Bijlage 3: Effectafstanden Bijlage 4: Risk ranking Bijlage 5: Ligging risicobronnen
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
1
Inleiding Remat Chemie B.V. (hierna te noemen Remat Chemie) regenereert en verkoopt oplosmiddelen, zuivert mengsels met behulp van destillatie om zo zuivere componenten te verkrijgen welke geschikt zijn voor hergebruik. Remat Chemie vraagt voor haar activiteiten een nieuwe omgevingsvergunning aan waarbij de capaciteit van de inrichting wordt verhoogd en diverse uitbreidingen worden aangevraagd. In het kader van de aanvraag dient er een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgesteld te worden. Met een QRA worden de externe veiligheidsrisico’s inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de normstelling ten aanzien van externe veiligheid zoals deze is opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). De genoemde externe veiligheidsrisico’s worden veroorzaakt door ongewenste gebeurtenissen met op de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen. De Handleiding Risicoberekening Bevi (HRB) beschrijft zowel de gebeurtenissen waarnaar gekeken moet worden alsmede de wijze waarop de risicoanalyse uitgevoerd dient te worden. Antea Group heeft in opdracht van Remat Chemie deze QRA uitgevoerd. In het voorliggende rapport is deze QRA opgenomen.
1.1
Doelstelling Met deze QRA wordt inzicht gegeven in de risico's voor personen in de omgeving van de inrichting van Remat Chemie als gevolg van ongewone voorvallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen en wordt getoetst in welke mate deze aanvaardbaar zijn op grond van geldende toetsingskaders.
1.2
Leeswijzer Deze rapportage is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 2: Behandelt het toetsingskader met betrekking tot externe veiligheid, alsmede de berekeningswijze. hoofdstuk 3: Beschrijft de inrichting, omgeving en de voor de externe veiligheid relevante bedrijfsactiviteiten, hoofdstuk 4: Behandelt de subselectie om zo te bepalen welke insluitsystemen relevant zijn. hoofdstuk 5: Geeft een overzicht van de relevante insluitsystemen en scenario’s zoals opgenomen in het risicoberekeningsmodel. hoofdstuk 6: Geeft de resultaten van de berekening en een toetsing aan de normen. hoofdstuk 7: Geeft de conclusies.
Versie beheer Datum 06-05-2020 20-10-2020 30-08-2022
Kenmerk Antea Group, 459417, Rev 1.0 Antea Group, 459417, Rev 4.0 Antea Group, 459417, Rev 7.0
Blad 1 van 30
Beschrijving Revisie QRA QRA opgesteld QRA aangepast n.a.v. opmerkingen OMWB QRA aangepast (gewijzigde lay-out tankput 2 verwerkt)
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
2
Externe veiligheid
2.1
Wettelijk kader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor dit geval (inrichtingen) is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader waarin de normstelling ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd. De uitkomsten van deze QRA worden getoetst aan de normstelling conform Bevi (zie hoofdstuk 5). Hiervoor wordt eerst het plaatsgebonden risico en het groepsrisico bepaald. Beide begrippen worden toegelicht en uitgewerkt in bijlage 1.
2.2
Toetsingskader Remat Chemie Remat Chemie regenereert en verkoopt oplosmiddelen, zuivert mengsels met behulp van destillatie om zo zuivere componenten te verkrijgen welke geschikt zijn voor hergebruik. Vanwege de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen overschrijdt Remat Chemie de drempelwaarden voor gevaarlijke stoffen conform de Seveso III richtlijn1 en valt daarmee onder de verplichtingen van het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo). Dit betekent tevens dat het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing is en dat een kwantitatieve risicoanalyse moet worden uitgevoerd en worden getoetst aan de normstelling ten aanzien van het plaatsgebonden- en groepsrisico.
2.3
Berekeningswijze Het Bevi geeft aan dat de externe veiligheidsrisico's berekend moeten worden conform de Handleiding risicoberekeningen Bevi (HRB) met het berekeningspakket SAFETI-NL. Zowel de HRB als SAFETI-NL zijn het resultaat van een jarenlange ontwikkeling op het gebied van risicoanalyse en berekeningen. De meest recente versies, waarop dit onderzoek is gebaseerd, zijn voor de HRB versie 4.3 en voor SAFETI-NL versie 8.3 dit betreffen per 1 januari 2021 de formeel aangewezen versies.
1
Richtlijn 2012/18/EU van het Europees parlement en de raad, van 4 juli 2012.
Blad 2 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
3
Beschrijving van de inrichting
3.1
Omgeving De inrichting van Remat Chemie ligt aan de Vossenbeemd 5 te Helmond. In Figuur 3.1 is een topografische kaart met daarop de globale ligging van de inrichting opgenomen. In de figuur zijn de globale inrichtingsgrenzen in rood weergegeven.
Figuur 3.1 Locatie van Remat Chemie te Helmond rood omkaderd. Remat Chemie is gelegen op bedrijventerrein Hoogeind. In de directe omgeving van de inrichting bevinden zich de volgende inrichtingen: - Een leegstaand bedrijfspand (te huur - oktober 2020) aan de westzijde met daarnaast Van Enckevort B.V. Helmond en Parabeam 3D Glass Fabrics; - Alco lettering reclamepresentatie belettering & reclame en Duplex textiel aan de noordzijde; - Jansen beton aan de zuidzijde met daarachter de Zuidwillemsvaart; - Kimmenade aan de oostzijde en daarachter bedrijventerreinen; De afstand tot de dichtstbijzijnde aaneengesloten woonbebouwing bedraagt circa 65 meter aan de zuidoostzijde. De inrichting ligt binnen het bestemmingsplan Hoogeind – Beemdweg onherroepelijk 11-03-2014. Op grond van het genoemde bestemmingsplan zijn de gronden van de inrichting bestemd als bedrijventerrein, met functieaanduiding bedrijf in de categorieën 2 tot en met 4 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. De bedrijfsactiviteiten passen derhalve binnen de aangewezen bestemming.
Blad 3 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
3.1.1
Mogelijke gevaren van buiten de inrichting De inrichting van Remat Chemie is op basis van de domino-aanwijzing uit 2014 niet aangewezen als ontvangende inrichting.
3.2
Inrichting Remat Chemie is een bedrijf dat oplosmiddelen regenereert. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van batch-gewijze gefractioneerde destillatie, filtratie, mengen en filmverdamping. Ten behoeve van de processen worden producten en “grondstoffen” opgeslagen in diverse bulktanks, IBC’s vaten en andere opslagvoorzieningen. De aan- en afvoer gebeurt middels bulktransport en stukgoederen (IBC, vaten etc.). Op een plattegrond, opgenomen in bijlage 2, is de ligging van de diverse installaties, productieruimten en opslagvoorzieningen waarover Remat Chemie beschikt ten behoeve van de productie weergegeven. De diverse activiteiten zijn onder te verdelen in: Opslag middels diverse magazijnen (grondstoffen/producten in emballage, vaten, containers etc.), buitenopslag (onder andere gascilinders, IBC’s etc.) en opslagtanks; Productie; Tapplateau’s; Overslag (aan-, afvoer van bulkstoffen en emballage); Intern transport middels leidingen. Opslag Binnen de inrichting worden diverse producten opgeslagen in verschillende opslaglocaties. Remat Chemie beschikt over vier PGS15-opslagvoorzieningen2 waar verpakte gevaarlijke goederen in emballage worden opgeslagen. Deze goederen zijn van de ADR-klassen 3, 6.1, 8 en 9. De opslag N/F betreft een inpandige opslag met beschermingsniveau 1. De opslag P betreft een open opslag conform PGS15.
Remat Chemie beschikt ook over twee open opslagen, hier worden lege ongereinigde IBC’s en vaten opgeslagen (<10 ton). Daarnaast beschikt Remat Chemie over een CMR Container conform PGS15 met een inhoud <10 ton. Kleine hoeveelheden gevaarlijke stoffen (< 2 ton) zijn opgeslagen in daarvoor bestemde opslagkasten, conform vergunning. Voor de opslag van diverse oplosmiddelen (producten en grondstoffen) in de klassen K1 en K2 wordt gebruikgemaakt van cilindrische tanks. De opslagtanks zijn opgesteld in tankputten welke beschikken over een schuimblussysteem. De tanks beschikken over een dubbel onafhankelijke overvulbeveiliging en wanneer de drempel is bereikt wordt de vulklep automatisch gesloten. De tanks beschikken daarnaast over een Compressed Air Foam (CAF)blusgassyteem. In Tabel 3.1 zijn de tanks welke aanwezig zijn bij Remat Chemie weergegeven. De tanks worden grotendeels gebruikt voor de opslag van K1 oplosmiddelen maar ook oplosmiddelen van lagere klassen kunnen worden opgeslagen in de tanks. In tankpark 4 bevinden zich een aantal tanks die nooit voor K1 stoffen worden gebruikt, hierbij is uitgegaan van K2 vloeistof. Tevens worden soms mengsels/stoffen opgeslagen welke ook toxisch zijn, dit betreffen mengsels met decaline, methanol, 2-methylfuraan en MCL/TDI. Deze stoffen worden opgeslagen in tanks in tankput 2 of 3.
2
Een opslaglocatie voor verpakte gevaarlijke stoffen (conform PGS15)
Blad 4 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
Tabel 3.1 Tank
Opslagtanks aanwezig bij Remat Chemie te Helmond Klasse of stof Inhoud* [m3] Maximale [K1/K2] vloeistofhoogte [m] Tankenpark 1 T101 K1 26,5 T102 K1 26,5 T103 K1 26,5 T104 K1 28 5 T105 K1 28 T106 K1 28 T107 K1 28 T108 K1 28 T109 K1 28 Tankenpark 2 T201 K1/toxisch 33 T202 K1 33 T203 K1 33 T204 K1 33 8,4 T205 K1 33 T206 K1 33 T207 K1 33 T208 K1 33 T209 K1 11 T210 K1 11 3,6 T211 K1 11 Tankenpark 3 T302 K1 15 T303 K1 15 T304 K1 15 T305 K1 15 T306 K1 15 3,3 T307 K1 15 T308 K1 15 T309 Dichloormethaan 15 T310 Dichloormethaan 15 T311 K1 28 T312 K1 28 5 T313 K1/toxisch 28 Tankenpark 4 T401 K1 33 T402 K1 33 T403 K1 33 T404 K2 33 5 T405 Dichloormethaan 33 T406 Dichloormethaan 33 T407 K2 33 T408 K2 33 *vulgraad 90% van de inhoud
Blad 5 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
Het betreffen enkelwandige atmosferische opslagtanks. De tanks zijn gepositioneerd in tankputten zie tabel 3.2. Tabel 3.2 Tankput 1 2 3 4
Relevante gegevens met betrekking tot tankputten bij Remat Chemie Oppervlakte Hoogte tankput Blussysteem [m2] [m] 100 0,6 Schuim 150 0,35 Schuim 120 0,32 Schuim 64 0,20 Schuim
Productie Binnen de inrichting van Remat Chemie bevinden zich twee productieruimtes, de procesapparatuur is in deze ruimten inpandig opgesteld. De volgende processen/installaties zijn hierbij van belang: Filmverdampers Destillatieprocessen Fractioneer processen Afvulunits De ruimtes betreffen productieruimten B/H en U welke beide beschikken over een CO2-blusgassysteem. De ruimte U is volledig 60 minuten brandwerend uitgevoerd. Tapplateau De tapplateau’s worden gedurende werkdagen gebruikt voor het verpompen van vloeistoffen vanuit vaten en IBC’s, tanks en bulkwagens. De tapplateaus worden gebruikt voor het verpompen van IBC’s/vaten naar opslagtanks en verpompen van/naar tankwagens. Overslag Verlading van verpakkingen. De verlading en overslag van producten en grondstoffen vindt plaats in de PGS 15 ruimte N/F en (nabij) de open opslagen onder de overkapping. Overslag van oplosmiddelen. Oplosmiddelen (grondstoffen en producten) worden aangevoerd via tankwagens. De verlading vindt plaats op verschillende verlaadplaatsen nabij de tankenparken. Voor de verlading is voor alle K1/K2 stoffen uitgegaan van K1 vloeistof. Tevens vindt zo nu en dan overslag plaats van de eerder benoemde mengsels met toxische eigenschappen. Dit vindt enkel plaats op verlaadplaats 1. Leidingen Ten behoeve van intern transport beschikt Remat Chemie over diverse leidingen, zowel in- als uitpandig.
Dit betreffen zowel leidingen voor transport van oplosmiddelen (producten/grondstoffen) als water, N2 en CO2.
Blad 6 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
4
Subselectie
4.1
Selectie van relevante stoffen Het uitgangspunt voor de selectie van stoffen is dat wanneer het bedrijf onder het Brzo (en Bevi) valt (zoals hier het geval), alle stoffen en processen die externe veiligheidseffecten buiten de inrichtingsgrenzen kunnen veroorzaken, in de QRA opgenomen dienen te worden (paragraaf 2.2.1, Module C, van de HRB). Als eerste stap vindt een subselectie plaats van het aantal relevante insluitsystemen. Voor het uitvoeren van de subselectie is gebruikgemaakt van de HRB. De HRB wijst specifieke activiteiten aan die altijd moeten worden geselecteerd en niet via de subselectie geselecteerd dienen te worden. Dit zijn: Risico’s van reactieproducten en run-away reacties: bij Remat Chemie vinden geen processen plaats waarbij run-away reacties relevant zijn. Opslag van (zeer) grote hoeveelheden stikstof, zuurstof of kooldioxide: de bijbehorende risico’s betreffen verstikking door zuurstoftekort- of overmaat. Alleen koolstofdioxide komt bij Remat chemie voor ten behoeve van het CO2-blusgassysteem3. Overige stoffen komen bij Remat Chemie niet in de genoemde zeer grote hoeveelheden voor en zijn derhalve niet relevant; Opslagen van verpakte gevaarlijke stoffen (groter dan 10 ton) die vallen onder de richtlijn PGS 15. Binnen de inrichting van Remat Chemie bevinden zich twee PGS15-opslagvoorzieningen (>10 ton).
Daarnaast dient de bulkverlading (en de transporteenheden) in principe altijd geselecteerd te worden voor de QRA, tenzij aangetoond wordt dat de bijdrage van (een deel van de) bulkverlading verwaarloosbaar is, bijvoorbeeld op basis van effectafstanden of onderlinge vergelijking. De overige activiteiten die eerder genoemd zijn, worden hieronder beschouwd conform de RIVM-methodiek “QRA-selectiemethodiek “toxisch en/of ontvlambaar”” van 24 mei 2016. Volgens deze methodiek kan gesteld worden dat alleen de stoffen die acuut toxisch (H330 en H331) of brandbaar (H220, H221 en H224 t/m H226) relevant zijn voor de QRA. Brandbare stoffen Binnen de inrichting van Remat Chemie komen diverse brandbare stoffen (K1 en K2) voor, waaronder ethanol, methanol, aceton, ontvetter, ethylacetaat, tolueen, hexaan et cetera. Al deze stoffen hebben H-zinnen die vallen in bovenstaande categorie ‘brandbaar’. Toxische stoffen Binnen Remat chemie worden ook stoffen met de H-zinnen H330 of H331 op- en overgeslagen. Het betreffen enkel stoffen met beperkte toxiciteit (2-methylfuraan, methanol, decaline en MCL/TDI mengsels). Bij verlading van bulkwagens, tijdens inname, worden monsters genomen en analyses uitgevoerd om te controleren of de stof binnen de toegestane kwalificaties valt. Indien de aangeleverde stoffen buiten de toegestane kwalificaties valt wordt de stof geweigerd.
3
De CO2-tank tank ten behoeve van het blusgassysteem heeft een inhoud van 27 ton. Met een berekening in SAFETI-NL is bepaald op basis van de alarmeringsgrenswaarde van CO2 dat er geen effecten buiten de inrichtingsgrens van Remat Chemie te verwachten zijn voor het instantaan falen scenario van de tank. Derhalve is de opslagtank ten behoeve van CO2 niet nader beschouwd in de QRA.
Blad 7 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
Conclusie Op basis van de criteria zijn de activiteiten en stoffen beschouwd, geconcludeerd kan worden dat alle K1 en K2 stoffen relevant zijn voor de QRA. Een aantal van de mengsels heeft ook toxische componenten, hiervan is tolueendiisocyanaat (TDI) de meest toxische component (op basis van de LC50 inhalatie).
4.2
Selectie van Insluitsystemen Voor het selecteren van de installaties en installatieonderdelen, binnen een inrichting die van belang zijn voor de externe veiligheid, wordt de inrichting verdeeld in een aantal afzonderlijke insluitsystemen. Deze insluitsystemen worden als aparte eenheden beschouwd in de QRA. De volgende, voor de externe veiligheid relevante, insluitsystemen met K1/K2 klasse vloeistoffen zijn bij Remat Chemie aanwezig4: tankopslag; tankwagens; leidingen (en pompen); Productie-units: destillatie-units, filmverdampers, mengtanks, refractorinstallaties; Tapplateau’s. Onderstaand worden de diverse insluitsystemen besproken en gemotiveerd of, op basis van effect afstanden, dit type insluitsystemen relevant zijn voor de QRA. Tankopslag Gezien de ligging van de tankputten nabij de inrichtingsgrens, is de bulkopslag geselecteerd voor de QRA. Tankwagens Dit betreft de overslag van oplosmiddelen vanuit opslagtanks naar de tankauto’s en de overslag vanuit tankauto’s naar de opslagtank. Conform de HRB dient de bulkverlading altijd te worden opgenomen in de QRA. Derhalve is de verlading nader uitgewerkt in hoofdstuk 5. Leidingen en pompen Dit betreft de leidingen inclusief pompen die gebruikt worden voor de overslag van de producten en grondstoffen tussen de opslagtanks, tapplateaus en tankauto’s.
Alle leidingbruggen betreffen gebundelde leidingen (1,5 en 2 inch) welke door een omhullende buis zijn aangelegd. Indien er een lek/breuk ontstaat, zal de vloeistof door de buis welke onder afschot is gelegen afstromen naar een van de calamiteitenkelders (via tankput 2 en tapplateau 1). Binnen de omhulling bevinden zich geen ontstekingsbronnen. In het geval er wel ontsteking plaats zou vinden (door een externe ontstekingsbron) zal slechts een kleine stroom brandende vloeistof ontstaan (gezien de buis onder afschot met aansluiting op de calamiteitenkelder met CO2-blussing). Geen effecten buiten het terrein. Derhalve zijn deze scenario’s niet relevant voor de externe veiligheid. Een aantal leidingen, zoals tussen de productiehallen U en B/H, zijn aangelegd zonder beschermende omhulling. In het geval van een breuk/lek zal een plas ontstaan op het terrein. Deze leidingen zijn relevant voor de externe veiligheid en derhalve opgenomen in de QRA. Productie-units Dit betreffen de destillatie-units, filmverdampers, etc. welke opgesteld zijn in de productieruimten B/H en U.
4
De PGS15 opslag voorzieningen zijn niet opgenomen in de lijst met insluitsystemen.
Blad 8 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
Hal U De productie-units geheel opgesteld binnen Hal U zijn niet relevant voor de QRA. De hal beschikt over opvang/lekbakken in het geval van het falen van een installatie(onderdeel), tevens is er een CO2 blusgasinstallatie aanwezig welke ingrijpt in het geval van een calamiteit. Daarnaast is de hal 60 minuten brandwerend uitgevoerd, hierdoor zijn effecten buiten de inrichting niet te verwachten in het kader van deze QRA. De destillatie kolommen 3 en J bevinden zich deels buiten de hal doordat ze boven het dak van de hal uitsteken. Alleen de scenario’s die kunnen leiden tot uitstroom buiten de hal zijn relevant. Onderdelen horend bij de destillatie unit welke geheel binnen de hal zijn gelegen zijn derhalve niet nader beschouwd vanwege de brandwerendheid van de hal zoals reeds beschreven. Concreet betekent dit dat alleen de scenario’s met betrekking tot de kolom van de destillatie installatie zijn uitgewerkt. Hal B/H Van de productie-units in de productieruimten B en H zijn de effectafstanden bepaald, daar deze ruimten niet over een 30 minuten brandwerende omhulling beschikken.
De vraag die hiermee beantwoord kan worden is: "Leidt het catastrofaal falen van het insluitsysteem met de geselecteerde stof tot een 1% letaliteitsafstand die buiten de inrichtingsgrenzen komt?" Zo ja: dan dient dit insluitsysteem opgenomen te worden in de QRA; Zo nee: dan is dit insluitsysteem niet relevant voor deze QRA. Hiertoe zijn de invoergegevens en maximale effectafstanden weergegeven in Tabel 4.1. De ruimten B en H beschikken wel over een CO2-blusgassyteem, hiermee is geen rekening gehouden bij het bepalen van de effectafstanden (conform de HRB). Tabel 4.1
Relevante invoer gegevens met betrekking tot de productie-units in de ruimten B en H en de bepaalde effectafstanden. Productie unit Volume Temperatuur* Bund Maximale Minimale afstand [m3] oppervlakte effectafstand tot [m2] [m] inrichtingsgrens [m] B81 en B84 1,3 20 150 32 32 C93 1,6 20 100 32 33 Destillatie units 1 en 2 7,5 20 40 25 34 (hal H) * De druk is atmosferisch. Als modelstof is uitgegaan van n-hexaan voor K1-stoffen conform de HRB. Dit is een conservatieve benadering5. Op basis van de bepaalde effectafstanden kan worden geconcludeerd dat de productie units in de productieruimten B/H, op basis van de worstcase modelstof n-hexaan, geen 1%-letaliteitseffect hebben buiten de inrichting. Hierbij is blussing door de veiligheidssystemen en/of ingrijpen door operators niet meegenomen. Op basis hiervan zijn de insluitsystemen niet relevant voor de QRA en worden deze niet meegenomen in de QRA. Tapplateau’s De tapplateau’s 1 en 3 zijn gelegen nabij de inrichtingsgrens en leiden tot effecten buiten de inrichting. Tapplateau 2 is centraal gelegen op het terrein en heeft een lekbak met een oppervlakte van 15 m2. De lekbak wordt uitgerust met een overloop naar de calamiteitenput voor 5
In de praktijk worden de installaties ook op hogere temperaturen bedreven. Dit is het geval indien wordt gewerkt met K2 vloeistoffen met hogere kookpunten. Voor deze situatie heeft Antea Group effectberekeningen uitgevoerd en hieruit is gebleken dat de effecten niet buiten de inrichtingsgrens komen en kleiner zijn dan de vermelde effectafstanden in tabel 4.1.
Blad 9 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
het geval dat de capaciteit van de lekbak niet voldoende is. Op basis van de maximale effectafstand (1%-letaliteit), welke 20 m bedraagt, zal dit plateau niet leiden tot effecten buiten de inrichtingsgrens. Derhalve is tapplateau 2 niet relevant voor de QRA. Tapplateaus 1 en 3zijn gezien de ligging t.o.v. de erfgrens wel relevant.
4.3
Selectie op basis van insluitsysteem Zoals in voorgaande paragrafen is uiteengezet zijn de activiteiten/insluitsystemen met K1 en K2 stoffen geselecteerd voor de QRA. Daarnaast zijn de bulk op- en overslag van een aantal mengsels met toxische componenten ook relevant voor de QRA. Op basis van de effectafstanden en passieve brandbescherming zijn de productie-units in de ruimten B/H en U niet relevant voor de QRA, met uitzondering van de twee destillatiekolommen in hal U. De volgende insluitsystemen worden nader uitgewerkt in deze QRA:
PGS 15 opslagvoorzieningen (>10 ton); Bulkopslag van K1 en K2 stoffen; Bulklossing en -verlading van K1 en K2 stoffen; Intern leidingtransport (zonder beschermende omhulling); Tapplateau ‘s 1 en 3; Destillatiekolommen 3 en J in Hal U.
Bij de los- en laadactiviteiten zijn zowel het transportmiddel (tankauto), leidingen, pompen en de verlading zelf meegenomen.
Blad 10 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
5
Risicoanalyse
5.1
Gebruikte stoffen Binnen de inrichting van Remat Chemie worden in insluitsystemen zowel K1 als K2 stoffen opgeslagen/verwerkt. Vanwege deze wisseling en diversiteit van K1 en K2 stoffen is ervoor gekozen voor (bijna) alle insluitsystemen uit te gaan van K1 stoffen, met uitzondering van een klein aantal insluitsystemen dat nooit voor K1 stoffen wordt gebruikt (dit is expliciet vermeld in de QRA). Als modelstof voor de oplosmiddelen (producten en grondstoffen) van klasse K1-stoffen is n-hexaan gebruikt, conform de HRB. Daarnaast is n-nonaan gebruikt als modelstof voor brandbare vloeistoffen van de klasse K2. Voor de op- en overslag van mengsels met toxische componenten wordt uitgegaan van 2,4-tolueendiisocyanaat. Dit betreft de meest toxische component. Hiervoor is het stoffenbestand opgevraagd bij het RIVM op basis van de interim probit relatie (d.d. 23-04-2019).
5.2
Activiteiten In de volgende paragrafen wordt per activiteit omschreven welke scenario's conform de HRB zijn gehanteerd en welke overige uitgangspunten zijn gehanteerd.
5.2.1
PGS15-opslagvoorzieningen
5.2.1.1
Scenario’s Opslagen met minder dan 10 ton aan gevaarlijke stoffen hoeven volgens de HRB niet te worden meegenomen in de QRA zoals reeds vermeld. Twee opslagvoorzieningen voor gevaarlijke stoffen bij Remat Chemie overschrijden deze minimale hoeveelheid van 10 ton en dienen te worden opgenomen in de QRA. Het betreft: PGS 15 ruimte N/F; PGS 15 opslag P. De risico's die in de QRA van PGS15-opslagvoorzieningen volgens de HRB aan de orde moeten komen, zijn uitgewerkt in de volgende twee type scenario's: 1. Risico’s als gevolg van het falen van een verpakking toxische (vloei)stof (ADR 6.1 verpakkingsgroep I) bij overslag in de open lucht. 2. Risico’s van toxische verbrandingsgassen. Dit onderdeel bestaat uit twee componenten: a) een opgeslagen product vormt bij brand toxische verbrandingsproducten; b) een opgeslagen toxisch product (ADR-klasse 6.1 VG I of VG II) wordt deels onverbrand met de rookgassen meegevoerd. Ad 1. Het falen van een verpakking toxische (vloei)stof bij overslag in de open lucht (scenario 1), is niet meegenomen in deze QRA, omdat er geen overslag van deze stoffen in de open lucht plaatsvindt. Ad. 2. Scenario 2b betreft stoffen uit de ADR klasse 6.1, verpakkingsgroep I en II, opgeslagen in hoeveelheden groter dan 5 respectievelijk 50 ton. Omdat stoffen van ADR klasse 6.1
Blad 11 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
verpakkingsgroep I en II bij Remat Chemie niet boven deze grenswaarden per compartiment voorkomen, is dit scenario niet meegenomen in de QRA. Dit betekent dat alleen het scenario 2a (toxische verbrandingsproducten) moet worden uitgewerkt voor Remat Chemie. Half open opslagen De HRB vermeldt over half open opslagen het volgende: “Bij buitenopslagen met een overkapping die verder grotendeels ‘open’ zijn, waarin de opgeslagen stoffen voornamelijk tegen de regen zijn beschermd, vindt nauwelijks afkoeling van verbrandingsgassen plaats en worden om deze reden in de rekenmethode niet meegenomen.” Door het open karakter van deze opslagen zal bij brand pluimstijging optreden, waardoor een aanzienlijke verdunning van de toxische gassen op leefniveau plaatsvindt. Derhalve hoeven deze opslagen niet opgenomen te worden in de modellering. PGS15 opslagvoorziening P is hierdoor niet nader beschouwd in deze QRA. Dit betekent dat de PGS15 opslagvoorziening N/F moet worden opgenomen in de modellering, de uitgangspunten en invoergegevens voor SAFETI-NL zullen hierna worden toegelicht.
5.2.1.2
Invoergegevens SAFETI-NL Volgens opgave van Remat Chemie bedragen de percentages stikstof, zwavel en chloor 0,3%. De in de HRB aangedragen voorbeeldstof is hierop aangepast. De gebruikte molecuulformule in SAFTEI-NL om deze situatie te simuleren is: 0,3% N, 0,3% S en 0,3% Cl:
C3,90H8,50O1,06Cl0,01N0,025S0,01P1,35
Door het invoeren van onderstaande invoerparameters in het berekeningspakket SAFETI-NL worden de scenario's uit de HRB automatisch gegenereerd en uitgewerkt. De relevante invoergegevens staan in tabel 5.1. Hierbij is uitgegaan van 100% ADR 3 stoffen in de opslagvoorziening. Er worden geen spuitbussen en/of gaspatronen (ADR klasse 2) opgeslagen in de ruimte. Tabel 5.1 PGS 15 ruimte
Uitgangspunten scenario's toxische verbrandingsproducten voor SAFETI-NL Oppervlakte
Blussysteem
[m2] Hal N/F
1.156
1.3
ADR2 en ADR3 [fractie]
Hoogte hal [m]
Hoogte gebouw [m]
Deuren sluiten
1
4,5
4,5
Automatisch
[handmatig/automatisch]
Voor het vaststellen van de lijwervel wordt uitgegaan van het gehele gebouw waarvan de PGS15 voorziening eventueel deel van uitmaakt: hiertoe dient volgens de HRB een vierkant gebouw te worden ingevoerd. In dit geval is voor gebouw N/F een vierkant gebouw van 34 bij 34 meter ingevoerd.
Blad 12 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
5.2.2
Bulkopslag
5.2.2.1
Scenario’s Binnen de inrichting van Remat Chemie vindt opslag van K1 en K2 stoffen plaats in bovengrondse atmosferische opslagtanks verdeeld over 4 tankputten. Daarnaast worden mengsels met toxische componenten opgeslagen in tankputten 2 en 3 middels een tank met respectievelijk een volume van 33 en 28 m3. Alle tanks zijn niet verwarmd en grondstoffen/producten worden bij omgevingstemperatuur opgeslagen. De twee tanks waarin mogelijk deze toxische mengsels worden opgeslagen zijn tevens met de modelstof voor K1 stoffen gemodelleerd, hierdoor zijn deze tanks dubbel meegenomen in de modellering (worst case). Een aantal tankputten is opgedeeld in meerdere delen door (deels) aanwezige tussenwanden in de put. Voor dergelijke tankputten is het oppervlak van de compartimenten gebruikt als oppervlakte van de tankput, aangezien de plasoppervlakte hierdoor wordt bepaald. De tanks kunnen falen en zijn om deze reden gemodelleerd conform de faalscenario’s uit de HRB, Module C paragraaf 3.6. De volgende basisscenario's voor enkelvoudig omhulde atmosferische tanks zijn volgens de HRB van toepassing voor de tanks. Tabel 5.2 Scenario 1. 2. 3.
5.2.2.2
Scenario’s voor opslag in atmosferische tanks
Instantaan vrijkomen gehele inhoud Vrijkomen van de gehele inhoud in 10 minuten in een constante en continue stroom Continu vrijkomen uit een gat met een effectieve diameter 10 mm
Frequentie [per jaar] 5,0 x 10-6 5,0 x 10-6 1,0 x 10-4
Uitgewerkte scenario’s De tanks zijn gemodelleerd, waarbij per tank de betreffende inhoud, vloeistofhoogte, etc. zijn ingevoerd conform Tabel 3.1. Voor de tankputten zijn oppervlaktes van de tankputten en de hoogte van de tankputwand gemodelleerd conform Tabel 3.2. Met betrekking tot de invoer van de scenario’s moet worden opgemerkt dat de tankputten elk beschikken over een afvoer naar een calamiteitenkelder (260.000 en 280.000 liter respectievelijk). Deze calamiteitenkelders kunnen dus tenminste de inhoud van de grootste tank uit de betreffende tankput opvangen. Lekscenario en 10 minuten Doordat de vloeistof direct wordt weggevoerd naar deze calamiteitenkelder welke is uitgerust met een CO2 gasblussyteem zijn diverse scenario’s met betrekking tot het lek scenario’s niet meer relevant. Er zal hooguit een zeer beperkte plas (spoor vloeistof tussen de lekkagelocatie en de afvoer) en dus brandende oppervlakte aanwezig zijn in de tankput. Tevens kan een plasbrand in de tankput worden bestreden met het CAF-systeem. Deze scenario’s zijn derhalve niet langer relevant voor de externe veiligheid, doordat er geen effect buiten de inrichting te verwachten is. Daarnaast is de capaciteit van de opening naar de calamiteitenkelder voor het 10 minuten scenario, waarbij maximaal 3,3 m3/min vrijkomt, toereikend.
Ook voor dit scenario zal hooguit een zeer kleine oppervlakte van de put bedekt zijn met brandende vloeistof. Hierdoor zijn de effecten voor deze scenario’s niet relevant geacht voor de QRA. De scenario’s voor de toxische stoffen zijn niet aangepast en worst case gemodelleerd.
Blad 13 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
10 minuten scenario: Zoals reeds beschreven zal slechts een klein oppervlak van de tankput bedekt zijn met vloeistof (tussen het lek en afvoer naar calamiteitenkelder). Hierdoor is voor plasbranden geen effect buiten de inrichting te verwachten. Daarnaast kan het CAF-systeem een eventuele brand bestrijden. Doordat er een zeer beperkte plasoppervlakte aanwezig is in de tankput en de overige vloeistof wordt afgevoerd naar de calamiteitenkelder (met CO2blussysteem) is verdamping en het ontstaan van een wolkbrand met effecten tot buiten de inrichting niet mogelijk geacht. Een fakkel is echter wel mogelijk en kan tot relevante risico’s leiden. Derhalve is het fakkelscenario voor elk van de tanks opgenomen als standalone model in de QRA. Hierbij zijn invoerwaarden (uitstroomsnelheid, debiet, etc.) gehanteerd overeenkomstig met het fakkelscenario dat is opgenomen in het fixed duration model (vrijkomen in 10 minuten). Voor de kans is uitgegaan van het standaard scenario vermenigvuldigd met de kans op een fakkelscenario conform de foutenboom uit de HRB (0,065 voor K1 vloeistoffen in stationaire insluitsystemen). Lek scenario: In het kader van voorgaande toelichting zijn lekscenario’s in principe ook niet relevant voor de QRA. Daar het effect van deze scenario’s op de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour nihil is, zijn de lekscenario’s toch opgenomen in de QRA (worst case).
5.2.3
Tankautoverlading
5.2.3.1
Scenario’s Binnen de inrichting van Remat Chemie vindt bulkverlading middels tankwagens plaats. Er zijn vier laadplaatsen waar oplosmiddelen geladen en gelost kunnen worden. Op de verlaadplaatsen 1, welke bestaat uit 2 los-/laadplaatsen, en 3 wordt met behulp van laad-, losslangen verladen. Verlaadplaats 4 is uitgerust met laad-, losarmen ten behoeve van de verlading. Op basis van de HRB paragraaf 3.14 en 3.15 van Module C dienen voor de tankauto verlading twee onderdelen van de verlading beschouwd te worden, namelijk de tankauto en de verlading. Tankauto De verlading wordt beschouwd aan de hand van twee scenario’s conform paragraaf 3.14 Module C van de HRB. Tabel 5.3 Scenario’s voor tankauto met een atmosferische tank Scenario 1. 2.
Instantaan vrijkomen van de gehele inhoud Vrijkomen van de gehele inhoud uit de grootste aansluiting
Frequentie [per jaar] 1,0 x 10-5 5,0 x 10-7
Op basis van de geldende verkeersreglementen (lage snelheid, gereguleerde en beperkte toegang) en eigenschappen van de omgeving wordt gesteld dat een Loss of Containment als gevolg van externe beschadiging of brand in de omgeving niet relevant is. Verlading De verlading wordt beschouwd aan de hand van paragraaf 3.15 uit module C van de HRB. De gehanteerde scenario’s zijn in Tabel 5.4 en Tabel 5.5 weergegeven. Tabel 5.4 Scenario’s voor de verlading met laad-/losslangen Scenario 1.
Breuk van de laad-/losslang
Blad 14 van 30
Frequentie [per uur] 4,0 x 10-6
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
Scenario 2. 3.
Lek van de laad-/losslang met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter, maximaal 50 mm Instantaan vrijkomen gehele inhoud, plasbrand
Tabel 5.5 Scenario 1. 2. 3.
5.2.3.2
Frequentie [per uur] 4,0 x 10-5 5,8 x 10-9
Scenario’s voor de verlading met laad-/losarmen
Breuk van de laad-/losarm Lek van de laad-/losarm met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter, maximaal 50 mm Instantaan vrijkomen gehele inhoud, plasbrand
Frequentie [per uur] 3,0 x 10-8 3,0 x 10-7 5,8 x 10-9
Uitgewerkte scenario’s De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op tankwagens en verlading van/naar tankwagens bij Remat Chemie:
Het volume van tankauto’s bedraagt: 33 m3; De maximale vulgraad voor tankwagens bedraagt: 0,9; Tijdens verlading is een operator aanwezig welke kan ingrijpen; Diameter van de slang/arm bedraagt: 3 inch; Grootste aansluiting van de tankwagen is: 3 inch; De aanvoer oplosmiddelen (K1/K2) in bulk bedraagt: 25.000 m3/jaar; De afvoer oplosmiddelen (K1/K2) in bulk bedraagt: 25.000 m3/jaar; Op basis van de aan- en afvoer van bulkverlading is uitgegaan van 50.000 m3 verlading per jaar; De aan- en afvoer van mengsels met toxische componenten bedraagt: 713 m3/jaar via verlaadplaats 1; Pompdebiet bedraagt: 20 m3/uur, verladingstijd 1,5 uur per verlading; Verdeling over de verlaadplaatsen (K1/K2): o Verlaadplaats 1 (twee verlaadplaatsen) – 60%; o Verlaadplaats 3 – 15%; o Verlaadplaats 4 – 25% (waarvan 50% K1-vloeistoffen en 50% K2-vloeistoffen).
De faalfrequenties moeten worden gecorrigeerd voor de tijd dat de verlading plaatsvindt en dat de tankwagen aanwezig is. De verladingstijd is afhankelijk van het verladingsdebiet. In Tabel 5.6 zijn de bepaalde frequenties weergegeven. Per verlading is extra tijd voor aan-/afkoppelen, papierwerk e.d. meegenomen: 30 min. De verlading vindt altijd plaats onder toezicht van de chauffeur en een operator. Hierdoor kan door ingrijpen van deze operator of chauffeur de uitstroomtijd van bovengenoemde scenario’s beperkt worden. In module C paragraaf 4.2.6.1 van de HRB worden richtlijnen en voorwaarden gegeven welke betrekking hebben op verladingen onder toezicht. Deze paragraaf stelt dat ingrijpen door de operator de uitstroomtijd in de QRA kan beperken tot twee minuten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Blad 15 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
1.
De ter plaatse aanwezig operator heeft van het begin tot en met het einde van de verlading zicht op de verlading en de laad-/losslang of -arm. In het bijzonder zit de operator tijdens de verlading niet in de cabine van de tankwagen of binnen een gebouw; 2. Het ter plaatse aanwezig zijn van de operator wordt geborgd door een voorziening zoals een dodemansknop of door een procedure in het veiligheidsbeheerssysteem en wordt tijdens inspecties gecontroleerd; 3. Het inschakelen van de noodstopvoorziening door de aanwezig operator in het geval van een lekkage tijdens de verlading is vastgelegd in een procedure; 4. De ter plaatse aanwezige operator is voldoende opgeleid en tevens bekend met de geldende procedures; 5. De noodstopvoorziening is volgens geldende normen gepositioneerd, zodanig dat er in korte tijd ongeacht de uitstroomrichting een noodknop bediend kan worden. De faalkans van het effectief aanspreken van de noodstopvoorziening die hierbij wordt aangehouden is 0,1 per aanspraak. Remat Chemie borgt dat de tankwagen en de operator samen met de chauffeur samen toezicht houden op de verladingen. Hiermee wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden. Hierdoor kunnen de uitstroomtijden van de scenario’s uit Tabel 5.4 verkort worden. Op de verlaadplaatsen 1 en 3 wordt, zoals aangegeven, gebruik gemaakt van slangen voor de verlading.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een zowel een slang aan de zuig- als perszijde van de pomp, derhalve is rekening gehouden met de faalfrequenties van twee slangen per los/laadplaats. Tevens zijn er twee opstelplaatsen waar tankwagens geparkeerd kunnen worden aanwezig op het terrein bij Remat Chemie. Voor deze tankwagens zijn de scenario’s zoals hierboven beschreven onder “tankauto” gehanteerd. Er is uitgegaan van de constante aanwezigheid van een (volledig) gevulde geparkeerde tankwagen op de opstelplaats nabij tankput 4. Op de laad/losplaats bij tankput 3 kan ook een volle tankwagen worden gestald, dit komt maximaal gedurende 30 dagen per jaar voor. De faalfrequenties zijn derhalve gecorrigeerd voor de aanwezigheidsfractie. In Tabel 5.6 zijn de te hanteren scenario’s opgenomen, hierbij worden tevens de uitstroomtijd van het scenario en de verdeling tussen het scenario waarbij door de operator wordt ingrepen en het 30 minuten durende scenario weergegeven.
Blad 16 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
Tabel 5.6
Bepaalde faalfrequenties voor de scenario’s m.b.t. tankauto(verlading)
Scenario Verlaadplaats 1 K1-vloeistoffen 1. Instantaan vrijkomen van de gehele inhoud 2. Vrijkomen van de gehele inhoud uit de grootste aansluiting 3. Breuk van de laad-/losslang (ingrijpen operator) 4. Breuk van de laad-/losslang (geen ingrijpen) 5. Lek van de laad-/losslang met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter (ingrijpen operator) 6. Lek van de laad-/losslang met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter (geen ingrijpen) 7. Instantaan vrijkomen gehele inhoud, plasbrand Toxische mengsels 1. Instantaan vrijkomen van de gehele inhoud 2. Vrijkomen van de gehele inhoud uit de grootste aansluiting 3. Breuk van de laad-/losslang (ingrijpen operator) 4. Breuk van de laad-/losslang (geen ingrijpen) 5. Lek van de laad-/losslang met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter (ingrijpen operator) 6. Lek van de laad-/losslang met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter (geen ingrijpen) Verlaadplaats 3 1. Instantaan vrijkomen van de gehele inhoud 2. Vrijkomen van de gehele inhoud uit de grootste aansluiting 3. Breuk van de laad-/losslang (ingrijpen operator) 4. Breuk van de laad-/losslang (geen ingrijpen) 5. Lek van de laad-/losslang met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter (ingrijpen operator) 6.
Lek van de laad-/losslang met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter (geen ingrijpen) 7. Instantaan vrijkomen gehele inhoud, plasbrand Verlaadplaats 4 K1-vloeistoffen 1. Instantaan vrijkomen van de gehele inhoud 2. Vrijkomen van de gehele inhoud uit de grootste aansluiting 3. Breuk van de laad-/losarm (ingrijpen operator)
Blad 17 van 30
Verdeling per aanspraak [-]
Uitstroom tijd [sec]
Verladings/ aanwezigheids duur [uur]
Berekende faalfrequentie [per jaar]
0,9 0,1
120 1.800
2020 2020 1515 1515
2,30 × 10-6 1,15 × 10-7 1,09 × 10-2 1,21 × 10-3
0,9
120
1515
1,09 × 10-1
0,1 -
1.800 -
1515 1515
1,21 × 10-2 8,79 × 10-6
0,9 0,1
120 1.800
5,48 × 10-8 2,74 × 10-9 2,59 × 10-4 2,88 × 10-5
0,9
120
48 48 36 36 36
0,1
1.800
36
2,88 × 10-4
0,9 0,1
120 1.800
506 506 379,5 379,5
5,77 × 10-7 2,89 × 10-8 2,73 × 10-3 3,04 × 10-4
0,9
120
379,5
2,73 × 10-2
0,1 -
1.800 -
379,5 379,5
3,04 × 10-3 2,20 × 10-6
0,9
120
421 421 315,75
4,80 × 10-7 2,40 × 10-8 8,53 × 10-6
2,59 × 10-3
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
Scenario
4. 5.
Breuk van de laad-/losarm (geen ingrijpen) Lek van de laad-/losarm met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter (ingrijpen operator) 6. Lek van de laad-/losarm met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter (geen ingrijpen) 7. Instantaan vrijkomen gehele inhoud, plasbrand K2- vloeistoffen 1. Instantaan vrijkomen van de gehele inhoud 2. Vrijkomen van de gehele inhoud uit de grootste aansluiting 3. Breuk van de laad-/losarm (ingrijpen operator) 4. Breuk van de laad-/losarm (geen ingrijpen) 5. Lek van de laad-/losarm met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter (ingrijpen operator) 6. Lek van de laad-/losarm met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter (geen ingrijpen) 7. Instantaan vrijkomen gehele inhoud, plasbrand Opstelplaatsen (geparkeerde) tankwagens Verlaadplaats 3 1. Instantaan vrijkomen van de gehele inhoud 2. Vrijkomen van de gehele inhoud uit de grootste aansluiting Opstelplaats (nabij tankput 4) 1. Instantaan vrijkomen van de gehele inhoud 2. Vrijkomen van de gehele inhoud uit de grootste aansluiting
Verdeling per aanspraak [-] 0,1
Uitstroom tijd [sec] 1.800
Verladings/ aanwezigheids duur [uur] 315,75
Berekende faalfrequentie [per jaar] 9,47 × 10-7
0,9
120
315,75
8,53 × 10-5
0,1 -
1.800 -
315,75 315,75
9,47 × 10-6 1,83 × 10-6
0,9 0,1
120 1.800
421 421 315,75 315,75
4,80 × 10-7 2,40 × 10-8 8,53 × 10-6 9,47 × 10-7
0,9
120
315,75
8,53 × 10-5
0,1 -
1.800 -
315,75 315,75
9,47 × 10-6 1,83 × 10-6
-
-
720 720
8,21 × 10-7 4,11 × 10-8
-
-
8766 8766
1,00 × 10-5 5,00 × 10-7
Er is beschouwd welke plasgroottes kunnen ontstaan per losplaats: Losplaats 1 is onder afschot gelegen. Tussen de twee losplaatsen voor tankwagens is een goot gelegen naar de calamiteitenkelder, aan beide zijden van de goot ligt de vloer onder afschot naar deze goot. De plas die hierdoor maximaal zal ontstaan bedraagt 200 m2. Vanwege dit afschot en de goot met afvoer zal in het geval van een breuk en lek van de laad-/losslang een plas van maximaal 50 m2 ontstaan. Ook een spill bij een geparkeerde tankwagen op de opstelplaats zal naar deze goot afstromen. Losplaats 3 is onder afschot gelegen naar een goot. De plas die hierdoor maximaal zal ontstaan bedraagt 95 m2. Vanwege dit afschot en de goot met afvoer zal in het geval van een breuk en lek van de laad-/losslang een plas van maximaal 50 m2 ontstaan.
Blad 18 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
-
Losplaats 4 is onder afschot gelegen naar een goot. De plas die hierdoor maximaal zal ontstaan bedraagt 80 m2. Vanwege dit afschot en de goot met afvoer zal in het geval van een breuk en lek van de laad-/losslang een plas van maximaal 50 m2 ontstaan.
Voor het plasbrandscenario is de diameter ingevoerd zoals door Safeti-NL berekend op basis van de uitstroming gedurende het instantaan falen scenario voor de tankauto.
Blad 19 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
5.2.4
Pompen De HRB geeft met betrekking tot pompen in relatie tot de verlading het volgende aan: Bij verlading van een opslagreservoir naar een transporteenheid en omgekeerd is het falen van de pomp al opgenomen in de faalfrequentie voor de verlading. Faalscenario’s voor de pomp worden niet apart meegenomen. Hierbij moet de pomp duidelijk verbonden zijn met deze verladingsactiviteit, dus er moet sprake zijn van een specifieke pomp op de verlaadplaats of op de transporteenheid. Daar bij Remat Chemie gebruik wordt gemaakt van dedicated pompen voor de verlaadplaatsen/tanks hoeven de scenario’s voor de pompen niet los opgenomen te worden in de modellering.
5.2.5
Leidingen
5.2.5.1
Scenario’s Remat Chemie beschikt over diverse leidingen voor het transport van producten van tankauto’s naar tankputten, en van tankputten naar tankauto’s, tapplateaus et cetera. Alle leidingen bij Remat Chemie zijn dedicated (per tank) uitgevoerd. De leidingen hebben een diameter van 2 inch. Conform de HRB zijn de scenario’s breuk en lek van de transportleidingen gemodelleerd. Voor deze bovengrondse leidingen zijn de scenario’s van toepassing uit Tabel 5.7 afkomstig uit paragraaf 3.8 van de HRB, Module C. Het betreft leidingen met een nominale diameter < 75 mm. Tabel 5.7 Scenario’s voor bovengrondse leidingen Scenario Nominale diameter < 75 mm 1. Breuk van de leiding 2. Lek met een effectieve diameter van 10 % van de nominale diameter, maximaal 50 mm
Frequentie [per meter per jaar] 1,0 x 10-6 5,0 x 10-6
De scenario’s zijn alleen van toepassing gedurende de tijdfractie per jaar waarin de leidingen worden gebruikt.
5.2.5.2
Uitgewerkte scenario’s Bij Remat Chemie zijn alle leidingen dedicated per tank. Vanwege het aantal leidingen is ter vereenvoudiging van het model gekozen om de leidingen per bundel te modelleren. Hierbij is aan de leiding een gebruiksfractie toegekend met een waarde van alle gebruiksfracties van soortgelijke leidingen bij elkaar opgeteld. Alleen de leidingen met K1/K2 stoffen welke zich buiten bevinden zonder omhulling zijn gemodelleerd. De zuidelijke bundel leidingen op het terrein tussen tankputten 1 en 4 is in de voorgenomen situatie volledig omsloten en de omhulling ligt onder afschot met een afvoer naar de calamiteitenkelder (situatie overeenkomstig met de leidingbrug op het terrein), derhalve is deze leidingbundel niet relevant voor de QRA (zie ook § 4.2).
Blad 20 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
In Tabel 5.8 zijn de gemodelleerde leidingen opgenomen tevens is aangegeven welke leidingen ze representeren. Tabel 5.8 Leiding
Overzicht leidingen en representatieve leidingen Representeert Lengte [m]
Tankput 4/productieruimte U – Productie B/H
12
Gebruikstijd per leiding per dag [uur]
4 leidingen
1,2
In Tabel 5.9 zijn de bepaalde faalfrequenties per leiding bepaald. Tabel 5.9 Leiding
Berekende faalfrequenties voor de representatieve leidingen Scenario Gebruiksfractie [-]
Tankput 4/productieruimte U – Productie B/H
1. 2.
Breuk van de leiding Lek met een effectieve diameter van 10 % van de nominale diameter, maximaal 50 mm
0,05
Berekende faalfrequentie [per jaar] 2,40 × 10-6 1,20 × 10-5
In de invoer is uitgegaan dat de druk in de leiding is afkomstig van de hydraulische druk in het opslagvat (5 m vloeistofhoogte). De leidingen worden afgeschermd waardoor een spill in het geval van lek/breuk beperkt blijft tot de bund onder de leidingen. Deze bund heeft een afvoer naar de calamiteitenkelder bij tankput 4. Om deze reden is een bund ingevoerd van 10 m2 en 15 m2 voor de acht zuidelijk gelegen en vier noordelijk gelegen leidingen op het terrein, respectievelijk.
5.2.6
Tapplateau’s
5.2.6.1
Scenario’s Verlading van K1/K2 vloeistoffen tussen IBC’s, tankwagens en opslagtanks vindt plaats via tapplateau’s. Verlading van en naar tankwagens is reeds gemodelleerd middels de bulkverlading (zie paragraaf 5.2.3). Verlading van en naar IBC’s via tapplateau’s is in paragraaf 5.2.3 niet meegenomen en dient derhalve nog nader te worden beschouwd en opgenomen te worden in de modellering. De volgende scenario's (zie Tabel 5.10) voor verlading zijn volgens de HRB van toepassing voor de voor de tapplateau’s conform paragraaf 3.15 van de HRB, Module C. Hierbij zijn de faalfrequenties van de gebruikte pompen op de tapplateau’s reeds opgenomen in de faalfrequentie van de verlading.
Blad 21 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
Tabel 5.10 Scenario 1. 2.
5.2.6.2
Scenario’s voor de verlading
Breuk van de laad-/losslang Lek van de laad-/losslang met een effectieve diameter van 10% van de nominale diameter, maximaal 50 mm
Frequentie [per uur] 4,0 x 10-6 4,0 x 10-5
Uitgewerkte scenario’s De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op tankwagens en verlading van/naar tankwagens bij Remat Chemie:
Het maximale uitstroomvolume is de maximale tankinhoud van tanks 25 m3 voor tapplateau 1 en 30 m3 voor tapplateau 3; Diameter van de slang bedraagt: 2 inch; De afstand voor de afstand tot de locatie waar de breuk zich bevindt is uitgegaan van 5 meter.
De faalfrequenties moeten worden gecorrigeerd voor de tijd dat de verlading plaatsvindt. De verladingstijd is afhankelijk van het verladingsdebiet. In Tabel 5.11 zijn de bepaalde frequenties weergegeven. Tabel 5.11 Bepaalde faalfrequenties voor de verladingsscenario’s m.b.t. tapplateau’s Scenario Verladingsduur Berekende faalfrequentie [uur] [per jaar] Tapplateau 1 1. Breuk van de laad-/losslang 2.190 8,76 × 10-3 2. Lek van de laad-/losslang met een effectieve diameter van 10% van de 2.190 8,76 × 10-2 nominale diameter Tapplateau 3 1. Breuk van de laad-/losslang 1.460 5,84 × 10-3 2. Lek van de laad-/losslang met een effectieve diameter van 10% van de 1.460 5,84 × 10-2 nominale diameter Wederom is beschouwd welke plasgroottes kunnen ontstaan per scenario: -
Tapplateau 1 is inpandig gesitueerd, de ruimte is gelegen onder afschot richting een opvangput (calamiteitenkelder). De maximale plas die binnen de ruimte ontstaat is 42 m2. Tapplateau 3 bevindt zich geheel boven een lekbak met een oppervlakte van 28 m2.
Deze oppervlaktes zijn voor de scenario’s ingevoerd door middel van een bund.
Blad 22 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
5.2.7
Productie
5.2.7.1
Scenario’s De twee destillatiekolommen (fractioneerkolommen) in hal U, welke boven het dak van de hal uitsteken, zijn relevant voor de QRA. De volgende scenario's (zie Tabel 5.12) voor een destillatiekolom zijn volgens de HRB van toepassing voor de voor de tapplateau’s conform paragraaf 3.10 van de HRB, Module C. Hierbij zijn de faalfrequenties van de gebruikte pompen op de tapplateau’s reeds opgenomen in de faalfrequentie van de verlading. Tabel 5.12 Scenario 1. 2. 3. 4.
Scenario’s voor destillatiekolom
Instantaan vrijkomen van de gehele inhoud van de kolom Vrijkomen van de gehele inhoud in 10 min. In een continue en constante stroom Continu vrijkomen uit een gat met een effectieve diameter van 10 mm, rectificerende sectie Continu vrijkomen uit een gat met een effectieve diameter van 10 mm, strippende sectie
Frequentie [per uur] 5,0 x 10-6 5,0 x 10-6 5,0 x 10-5 5,0 x 10-5
De scenario’s zijn alleen van toepassing gedurende de tijdfractie per jaar waarin de destillatie units worden gebruikt.
5.2.7.2
Uitgewerkte scenario’s Normaliter dienen de verschillende onderdelen (refluxvat, condensor, etc.) van een destillatie unit gemodelleerd te worden. In dit geval bevinden deze onderdelen zich binnen de hal U welke beschikt over een brandwerendheid van meer dan 60 minuten. Derhalve zijn deze onderdelen niet relevant voor de QRA. Enkel de destillatiekolom is opgenomen in de modellering, hierbij is een gat van de rectificerende sectie niet meegenomen daar deze zich bevinden aan de onderzijde van de kolom, binnen hal U. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op de fractioneerkolommen 3 en J welke opgesteld zijn in hal U bij Remat Chemie:
De opstellingen zijn continu in gebruik (tijdsfractie = 1); De inhoud van de kolom is 25 m3; Kolom 3 wordt bedreven op maximaal 100 oC en kolom J op 250 oC, in de berekening is uitgegaan van 70 oC daar dit de worstcase situatie betreft (uitgaande van de destillatie van K1-vloeistoffen).
De frequenties zijn gebruikt conform Tabel 5.12, waarbij scenario 3 niet is ingevoerd zoals beschreven.
Blad 23 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
5.3
Ontstekingsbronnen Buiten de populatie zijn geen verdere ontstekingsbronnen gemodelleerd. Dit betreft een worstcase benadering conform HRB waarbij wordt aangenomen dat (eventuele) gaswolken pas bij maximale omvang ontsteken.
5.4
Meteogegevens en oppervlakteruwheid Voor de dispersieberekeningen is de verdeling van de windsnelheid, windrichting en weerstabiliteit van belang. Gebruik is gemaakt van meteorologische gegevens van Eindhoven als meest nabij gelegen weerstation. Voor het overige zijn de standaard invullingen van Safeti-NL onveranderd gelaten. Voor de dispersieberekeningen is derhalve de ruwheidslengte van 0,3 m gehanteerd, dit is de standaard ruwheidslengte.
Blad 24 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
6
Resultaten De resultaten worden gepresenteerd in de vorm van het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de maximale effectafstand (invloedsgebied).
6.1
Plaatsgebonden risico Huidige situatie Het plaatsgebonden risico zoals berekend in 2010, middels rapportage: Kwantitatieve risicoanalyse t.b.v. aanvraag WM-Vergunning, versie 1.0, maart 2010 met kenmerk BR/TR/RV-927 door Reijngoud Veiligheid B.V., is weergegeven in Figuur 6.1. Dit betreft het rapport dat onderdeel uitmaakt van de vergunde situatie.
Figuur 6.1 Het plaatsgebonden risico (en invloedsgebied) voor Remat Chemie te Helmond zoals berekend in de QRA van 2010
Blad 25 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
Aangevraagde situatie Het berekende plaatsgebonden risico voor de voorgenomen situatie, conform de uitgangspunten beschreven in hoofdstuk 5, is weergegeven in Figuur 6.2.
Figuur 6.2 Het berekende plaatsgebonden risico voor Remat Chemie te Helmond voor de voorgenomen situatie. Zoals in figuur 6.1 en 6.2 wordt geïllustreerd overschrijdt de PR-10-6/jaar contour in beide situaties de inrichtingsgrens.
6.1.1
Toetsing plaatsgebonden risico De 10-6/ jaar-contour is maatgevend voor de toetsing aan de normstelling vanuit het Bevi. Uit figuur 6.1 blijkt dat deze contour tot buiten het terrein van Remat Chemie reikt. De contour is niet gelegen over kwetsbare objecten, hiermee is voldaan aan het Bevi met betrekking tot de normstelling van het plaatsgebonden risico. Aangezien de contour tevens niet is gelegen over beperkt kwetsbare objecten is ook voldaan aan de richtwaarde uit het Bevi. De 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour behorend bij de voorgenomen situatie neemt op een aantal plaatsen toe ten opzichte van de vigerende situatie en neemt op andere plaatsen juist af. Aangezien het vigerende bestemmingsplan verwijst naar de PR-contour horende bij de bestaande situatie van Remat wordt met de nieuwe situatie afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. Dat betekent dat dit in het bestemmingsplan moet worden verdisconteerd om tot een situatie te komen welke inpasbaar is conform het bestemmingsplan. Ter illustratie is in figuur 6.3 een nadere analyse van de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour aan de zuidzijde opgenomen. Hieruit blijkt dat de PR-contour niet is gelegen over
Blad 26 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
het bouwvlak hetgeen betekent dat de ligging van de PR-contour van de nieuwe situatie nagenoeg geen impact heeft op het bestemmingsplan.
Figuur 6.3 Ligging van de berekende10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour voor Remat Chemie te Helmond in de voorgenomen situatie ten opzichte van bouwvlakken.
6.1.2
Beschouwing plaatsgebonden risico 10-6 per jaar contour Uit een vergelijking van de nu berekende plaatsgebonden risicocontouren voor de voorgenomen situaties met de huidige vergunde contouren valt te concluderen dat de plaatsgebonden risicocontouren tussen de versies verschillen. Dit verschil wordt mede veroorzaakt door verschillen in de modellering: de voorgaande QRA is gebaseerd op een oudere versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevi (HRB); in de berekeningen van 2010 zijn de productie-units opgenomen in de modellering; in de QRA van 2010 is gerekend met een verouderde versie van Safeti-NL. Daarnaast zijn er voor de voorgenomen situatie, zoals reeds benoemd, nieuwe tanks en productie-units opgenomen in de modellering en is de doorzet verhoogd t.o.v. de situatie in 2010.
6.1.3
Bijdrage aan het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar Op vier locaties is de bijdrage van de verschillende scenario’s aan het plaatsgebonden risico bepaald. Hiertoe zijn Risk ranking points geplaatst ter hoogte van de 10-6 per jaar plaatsgebonden
Blad 27 van 30
Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Remat Chemie B.V. projectnummer 0459417.100 30 augustus 2022 revisie 7.0 Remat Chemie B.V.
risicocontour aan de zijden waar de contour de inrichtingsgrens overschrijdt. De locaties van de vier Risk ranking points zijn opgenomen in Figuur 6.4.