RN 038 Toelichting duurzame opwek in de concept RES 1.0
Tekst van het document
Grootschalige opwek in de concept RES 1.0 Drie categorieën voor duurzame opwek
In deze notitie beschrijven we de mogelijkheden voor grootschalige opwek in de Metropoolregio Eindhoven, zoals deze in de concept RES 1.0 zijn opgenomen. In het doorlopen proces tot nu toe is informatie opgehaald, getoetst, samengebracht en vervolgens vertaald naar de wijze waarop de Metropoolregio Eindhoven energie duurzaam gaat opwekken. Op basis daarvan zijn de volgende drie categorieën bepaald die onderdeel uitmaken van onze bijdrage van 2 TWh: 1. Via no-regret maatregelen; 2. In zoekgebieden voor grootschalige opwek; 3. Via energie-opwek ten dienste van andere opgaven en doelen. 1. No-regret maatregelen Binnen het stedelijk gebied zetten we maximaal in op opwek via zon op grote daken van bedrijven. Ook grote daken in het buitengebied, van bijvoorbeeld stallen, benutten we waar mogelijk maximaal voor zonne-energie. Met zonnepanelen op daken organiseren we vraag en aanbod van elektriciteit dicht bij elkaar. We gebruiken de ruimte op deze manier dubbel, beperken de visuele impact en gebruiken het elektriciteitsnetwerk zo efficiënt mogelijk. Ook zoeken we naar innovatieve oplossingen en meervoudig ruimtegebruik door bijvoorbeeld de mogelijkheden van zonnepanelen boven niet overdekte parkeerterreinen te onderzoeken.
Daarnaast liggen er binnen het stedelijk gebied restruimten waar mogelijkheden zijn voor zonnevelden, bijvoorbeeld op of nabij vliegvelden, langs hoofdinfrastructuur (bermen, taluds) of gebieden die in transitie zijn en daarom als pauzelandschap kunnen worden aangewezen. Daarnaast zijn er gebieden die in aanmerking kunnen komen als energielandschap, te weten het terrein van Nyrstar/Metalot in Budel-Dorplein en het voormalig glastuinbouwgebied in Deurne. 2. In zoekgebieden voor grootschalige opwek Naast de inzet op de ‘no-regret maatregelen’, zullen we ons ook moeten richten op realisatie van zonnevelden en windturbines. We hebben hiervoor een zorgvuldig proces ingezet met behulp van ontwerpend onderzoek in de concept-RES en vervolgens met het planMER. Met behulp ban de informatie uit de planMER zijn de globale zoekgebieden uit de concept-RES nader afgebakend en meer in detail weergegeven. Daarnaast ontstaat er inzicht in de milieueffecten (leefomgeving, landschap en ecologie), de kansen voor koppeling aan andere thema’s (landbouw, economie, natuur en klimaat) en de mogelijke energieopbrengst van de zoekgebieden. Op de kaart op pagina 46 in de concept RES 1.0 zijn de zoekgebieden in onze regio op basis van de tussenresultaten van de planMER weergegeven. 3. Via energie-opwek ten dienste van andere opgaven en doelen.
De categorie ‘energie ten dienste van andere opgaven’ gaat over de mogelijkheden om energie in te zetten ondergeschikt aan een andere gebiedsopgave. In elke gemeente in de regio kunnen kansen liggen voor deze vorm van energieopwekking. Doordat energie hier ten dienste van een andere opgave dient is de bijdrage in TWh relatief klein. Vanwege het detailniveau waarop naar inpassing van deze categorie moet worden gekeken, heeft de regio de ruimtelijke visualisatie op regionaal niveau in de concept RES 1.0 achterwege gelaten en geen opwekpotentie aangegeven. Wel geeft de regio ruimte om op lokaal niveau aan deze categorie invulling te geven. Deze categorie valt bovendien buiten de reikwijdte en het detailniveau van het planMER. De resultaten uit de technische 1
bijlage landschap, behorende bij het planMER, kunnen gemeenten gebruiken bij de invulling van ’energie ten dienste van’.
De opbouw van het RES bod
Met de resultaten van de voorgenoemde stappen en op basis van de genoemde 3 categorieën heeft de Metropoolregio Eindhoven een inschatting gegeven van hun bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh. “We willen in totaal 2 TWh bijdragen aan grootschalige duurzame-energie initiatieven in 2030.” Het bod voor grootschalige opwek is gelaagd opgebouwd. Ten tijde van het schrijven van de concept RES 1.0 zag dit er als volgt uit: Het eerste deel van het bod voor grootschalige opwek zijn de gerealiseerde grootschalige hernieuwbare elektriciteitsprojecten (groter dan 15 KWh). Dit is goed voor 0,51 TWh van ons bod. Het tweede deel van het bod bestaat uit de projecten die in de pijplijn (0,64 TWh) zitten, dit zijn windturbineparken, grootschalige zonnedaken en zonnevelden waarvoor een SDE+ subsidie is beschikt. In de concept RES 1.0 gaan we er vanuit dat wij 60% van de pijplijn projecten daadwerkelijk kunnen realiseren. Dit is samen goed voor 1,15 TWh. Het realiseren van no-regret maatregelen heeft vervolgens prioriteit. En wel in de volgorde die de zonneladder in de RES 1.0 voorschrijft. Een deel daarvan is al gerealiseerd of zit in de pijplijn. Het resterende deel aan no-regret maatregelen is goed voor 0,28 TWh. Tot slot gaat de regio een deel van de potentie van de zoekgebieden ‘voor grootschalige opwek’ en ‘opwek ten dienste van’ invullen.
Dit zijn de zoekgebieden voor wind en zon op land, waarbij we voor ‘energie-opwek ten dienste van’ dus geen ruimtelijke weergave kunnen geven. Het grondgebonden deel van onze doelstelling gaat om totaal nog 0,57 TWh.
Afbeelding 1. Opbouw bod 2 TWh (peildatum 16 februari 2021)