CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 038 RES Zienswijze Helmond

Gemeenteraad 25 mei 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: Zienswijze Regionale Energie Strategie 1.01.187 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze Op basis van de Klimaatwet moet in 2050 de CO2-uitstoot met 95% zijn afgenomen, ten opzichte van 1990, en streven we ernaar om in 2030 de uitstoot van CO2 met 49% te verminderen. De Europese Unie heeft ondertussen een akkoord bereikt voor 55% CO2 reductie in 2030. In het kader van het Nationaal Klimaatakkoord heeft het Rijk aan alle 30 regio's in Nederland gevraagd te onderzoeken hoe en waar ze energie kunnen besparen en energie duurzaam kunnen opwekken. Voor grootschalige duurzame opwek is landelijk een opgave vastgesteld van 35 TWh. Regio's stellen hiervoor een Regionale Energiestrategie (RES) op. De RES 1.0 is gebaseerd op de volgende elementen • • • •

Besparing binnen de gebouwde omgeving. Inpassen opwekking van duurzame elektriciteit op land (wind en zon). Warmtetransitie in de gebouwde omgeving door het opstellen van lokale transitievisies warmte ondersteunt door een Regionale Structuurvisie Warmte. Een benodigde infrastructuur voor transport en opslag van energie.

PBL analyse op de Concept-RES’en Op basis van de concept RES heeft de Rijksoverheid een eerste analyse van de RES’en laten maken. Deze is op veel punten technisch inhoudelijk maar kijkt ook naar het proces. In deze analyse blijkt dat veel afhangt van de uitwerking op de volgende thema’s: ➢ Bestuurlijk draagvlak en maatschappelijke betrokkenheid Er zijn tot nu toe nog geen grote knelpunten, maar die kunnen wel ontstaan als inwoners erbij worden betrokken en zoekrichtingen worden vertaald in concrete keuzes. ➢ Ruimtegebruik Ruimtegebruik heeft in alle regio’s aandacht, maar de ruimtelijke kwaliteit wordt pas in de uitwerking zichtbaar. Daar valt nog veel te winnen. Regio’s kunnen veel van elkaar leren. ➢ Elektriciteit Het bod is hoog, maar de ambitie is nog weinig concreet. De regio’s kiezen nu vooral voor zonne-energie. Dat kan nog een momentopname blijken te zijn. ➢ Energiesysteem efficiëntie – in vrijwel alle regio’s zijn er knelpunten in het netwerk Regio’s en netbeheerders zoeken al naar oplossingen. Afspraken over prioritering en kosten moeten nog worden gemaakt. ➢ Regionale Structuurvisie Warmte De eerste stappen zijn gezet, maar de uitwerking ervan wacht nog op de gemeentelijke warmteplannen.

Aanbevelingen uit het PBL rapport Inhoudelijk wordt vooral aangegeven dat de landschappelijke afwegingen per regio veel van elkaar verschillen en dat de RES’en op dit moment tot een lappendeken leiden. •

•

Om de RES’en weloverwogen en met zo veel mogelijk draagvlak uit te werken, is veel interactie nodig met alle belanghebbenden in het maatschappelijke, politieke, bestuurlijke en inhoudelijke domein. De uitwisseling met inwoners enerzijds en provincie en Rijk anderzijds moet worden versterkt.

• • •

•

Er moet meer aandacht komen voor integratie van het energiesysteem, lokaal en op regioniveau, om de mogelijke voordelen te kunnen benutten. Regio’s zijn bezig met een inhoudelijke inhaalslag. Dat vergt extra aandacht. Er moeten nog veel stappen worden gezet in de participatie en ruimtelijke uitwerking. Hiervoor is experimenteren en leren in de praktijk nodig. Daarbij kunnen regio’s veel van elkaar leren. Het Nationaal Programma RES is hiervoor een natuurlijk schakelpunt. Bij de verdere uitwerking van de RES’en zal de ontwikkeling van kennis en informatie op een meer systematische manier moeten plaatsvinden.

In de brief aan de tweede kamer van 12 februari 2021 wordt afgesloten met de volgende alinea Uiterlijk vanaf 1 juli 2021 starten alle regio’s met de voorbereiding van de verankering van de RES in het eigen omgevingsbeleid via de instrumenten van de Omgevingswet en/of de Wet ruimtelijke ordening. Dit met het oog op de datum van 1 januari 2025 voor het afgeven van de Omgevingsvergunning die noodzakelijk is om in 2030 de 35 TWh gerealiseerd te hebben. Op deze wijze behouden we het tempo dat nodig is voor 2030 voor zowel netbeheerders als initiatiefnemers van projecten én bieden we de mogelijkheid voor iets meer ruimte voor het staartje van zorgvuldige belangenafweging en participatie. Advies commissie Brenninkmeijer In de formatie van een nieuw kabinet moet de inzet van burgerfora worden verankerd, bepleit de commissie. Onafhankelijke loting moet bepalen wie er een oproep ontvangt om mee doen aan een burgerforum. Op die manier krijgt een representatieve groep burgers zitting in een burgerforum, ook wel burgerberaad. Dit zou ingevuld moeten worden door middel van loting en middels langdurige trajecten waarin burger meepraten over grote thema's.

Zienswijze We zien dat het Rijk enerzijds aangeeft dat er meer interactie moet plaatsvinden, meer draagvlak en meer kennisuitwisseling. Echter, er worden ons geen handvaten gegeven hoe dit te doen. Nu wordt middels het Advies van de commissie Brenninckmeijer ingezet op burgerfora , die echter veel meer aan de voorzijde van trajecten als de RES zouden moeten meedenken en niet zo zeer in de fase waar we volgens het Rijk nu in zitten, de stap naar uitvoering. Ook is er een duidelijk spanningsveld tussen de oproep tot meer participatie, uitwisseling en afstemming en het feit dat de termijnen van 1 juli 2021 en januari 2025, door het Rijk, wel gehandhaafd blijven. De ruimte die aan de achterzijde gesuggereerd wordt om te komen tot zorgvuldige afweging en participatie is dan ook moeilijk te rijmen met de benodigde inzet aan de voorzijde. We zien dat de opgave in uitwerking en proces niet past op wat een transitie vraagt en niet is afgestemd op wat er lokaal speelt. Daardoor bestaat het risico dat we het draagvlak voor de RES en de energietransitie in algemene zin verliezen. Duidelijk zou moeten zijn dat de RES uitwerking is van plannen voor overmorgen (lees: 2025-2030) maar gezien de voorbereidingstijd nu al om keuzes vraagt.

En dat deze plannen nog uitwerking vragen, aanpassing van het energiesysteem, aanpassing van de kaders en subsidieregelingen en, last but not least, een transitie in denken.

Hierbij missen wij sturing vanuit het Rijk op het grotere geheel. Niet alleen communicatief waar het gaat om nut en noodzaak en de doelstellingen, maar ook als het gaat om de integraliteit van de verschillende klimaattafels, de relatie tussen de RES en de lokale opgaves per gemeente, aanpassingen aan het elektriciteitssysteem en de lange termijn koers. Zonder duidelijke handvaten voor de vormgeving van draagvlak, de afweging tussen maatschappelijke meerwaarde en individueel belang, de rol van Rijk, provincie en gemeente en langjarige doelstelling waarop gestuurd wordt, is het voor lokale overheden lastig laveren tussen landelijk klimaat, provinciale koers en lokale omstandigheden. Nu de opgave voor CO2-reductie verder is vergroot naar 55% in 2030 bestaat de kans dat een experiment zoals burgerfora het proces gaat vertragen, met als gevolg dat doelstellingen niet gehaald worden. Het advies van Brenninkmeijer geeft immers een richting. Echter, dit voorstel lijkt meer te passen bij nieuw beleid en inpassing van grote thema's waarover aan de voorzijde draagvlak en acceptatie gecreëerd moet worden. Dit lijkt een stap terug. Vraag is hoe dit nu qua timing geborgd kan worden; we zijn met de RES en ons eigen beleid immers al een heel eind op weg. Daarnaast is de vraag of dit ook voor individuele projecten een oplossing is.

Er kan immers niet voor elk lokaal project een onafhankelijk forum worden opgericht. Daarbij geeft het advies aan dat dit een aanvulling is op de huidige democratische vormgeving. Hoe dit zich tot de huidige besluitvorming verhoudt, wordt niet benoemd er ontbreekt een juridische grondslag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10077082/2