RN 036 1.3 bijlage bij TL 2 Rapportage onderzoek externe veiligheid (15887.012 D1) 51416331
Tekst van het document
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID RAKTWEG 41 TE HELMOND
Rapportage onderzoek externe veiligheid Raktweg 41 te Helmond Opdrachtgever
Crijns Rentmeesters Witvrouwenbergweg 12 5711 CN Someren
Rapportnummer Versienummer
16698.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
2 december 2021
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
De heer Q. Duong, BEng
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer ing. M. de Loos
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BELEID EN REGELGEVING ...................................................................................................... 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
3
INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED ......................................................................... 5 3.1 3.2 3.3
4
Uitgangspunten................................................................................................................. 7 Resultaten ......................................................................................................................... 8
VERANTWOORDING GROEPSRISICO’S............................................................................... 10 5.1 5.2 5.3 5.4
6
Hogedruk aardgastransportleiding ................................................................................... 5 Transport .......................................................................................................................... 5 Inrichting ........................................................................................................................... 6
RISICOANALYSE HOGEDRUK AARDGASTRANSPORTLEIDING ......................................... 7 4.1 4.2
5
Wet- en regelgeving ......................................................................................................... 2 Plaatsgebonden Risico ..................................................................................................... 2 Groepsrisico...................................................................................................................... 2 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) ................................................................ 2 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling Basisnet........................... 3 Verantwoordingsplicht ...................................................................................................... 3
Systematiek van effectringen ......................................................................................... 10 Analyse van scenario’s ................................................................................................... 10 Zelfredzaamheid ............................................................................................................. 11 Preventie, beheersing en bestrijding .............................................................................. 11
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ....................................................................................... 12
BIJLAGEN: 1. 2.
- Kwantitatieve risicoanalyse huidige situatie hogedruk aardgastransportleiding - Kwantitatieve risicoanalyse toekomstige situatie hogedruk aardgastransportleiding 16698.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd voor de bestemmingsplanwijziging van het perceel aan de Raktweg 41 te Helmond. Het agrarisch bedrijf wordt herbestemd naar een woonfunctie met een recreatieve nevenactiviteit. Er worden maximaal zes recreatiewoningen gerealiseerd in de bestaande bebouwing binnen het plangebied. In figuur 1.1 is een globale situering van het plangebied weergegeven.
© OpenStreetMap Figuur 1.1 Situering plangebied
Vanwege de ligging nabij de hogedruk aardgastransportleiding dient er een kwantitatieve risicoanalyse te worden verricht. Het onderzoek heeft als doel te bepalen of er wordt voldaan aan de grenswaarde ten aanzien van veiligheidsaspecten, zoals genoemd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Hiertoe wordt onder andere het groepsrisico bepaald. Hiertoe wordt onder andere het groepsrisico bepaald. Daarnaast worden de risico’s rondom het plangebied beschouwd.
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 1 van 14
2
BELEID EN REGELGEVING
2.1 Wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op het transport van gevaarlijke stoffen en bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Het transport van gevaarlijke stoffen via wegen en spoorlijnen wordt geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Voor transport middels buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing. Voor externe veiligheid staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd. 2.2 Plaatsgebonden Risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Voor het plaatsgebonden risico geldt dat er geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden binnen de 10-6/jaar-contour (wettelijk harde grenswaarde). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Voor de definitie van de begrippen kwetsbare, en beperkt kwetsbare objecten wordt verwezen naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 2.3 Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang.
Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. 2.4 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Bevb sluit aan op de risicobegrippen zoals deze in het Bevi worden gehanteerd. Concreet betekent dit dat rondom buisleidingen een 10-6/j plaatsgebonden risicocontour zal moeten worden berekend en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een leiding het groepsrisico dient te worden verantwoord. Het Bevb is van toepassing op: hogedruk aardgastransporten (> 16 bar); brandstofleidingen voor de categorieën K1, K2 en K3 (inclusief brandstofleidingen van Defensie); overige leidingen met gevaarlijke stoffen zoals aangewezen bij ministeriële regeling. Het betreft onder andere CO2 , buteen en chloor. Het Bevb sluit aan op de risicobegrippen zoals deze in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden gehanteerd. Voor het plaatsgebonden risico wordt een kans op overlijden van 1 op de 1 miljoen per jaar acceptabel geacht.
Het groepsrisico is voorzien van een oriëntatiewaarde, die gesteld is op F∙N2 < 10-2 per jaar, waarin F de kans per jaar is met N het aantal slachtoffers. Dit is gelijk aan de stippellijn tussen het gele en rode vlak in figuur 2.1.
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 2 van 14
Figuur 2.1 Visualisatie oriëntatiewaarde groepsrisico
2.5 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling Basisnet Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt plaats over het spoor, over de weg en het water. Om gevaarlijke stoffen te vervoeren moeten vervoerders zich houden aan veiligheidseisen. Aan transportroutes en de omgeving nabij deze transportroutes zijn eisen gesteld. Het Basisnet maakt het mogelijk dat het vervoer van gevaarlijke stoffen blijft plaatsvinden op een verantwoord veilige manier. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen via de hoofdinfrastructuur. De onderliggende infrastructuur valt niet rechtstreeks onder het Basisnet, maar hier kan wel aansluiting bij worden gezocht. Het Bevt bevat de uitwerking van de ruimtelijke component van het Basisnet. Doel van dit besluit is waarborgen van een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Verder bevat het besluit onder andere regels die strekken tot het inzichtelijk maken van de kans op een ramp met veel slachtoffers en het op een transparante wijze wegen van het risico ten opzichte van toe te laten ruimtelijke ontwikkelingen. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico is gelijk aan de oriëntatiewaarde uit het Bevb.
2.6 Verantwoordingsplicht In het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te verantwoorden en te onderbouwen. Daarbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient rekening te houden met de hoogte van het groepsrisico. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag het plan voor te leggen bij de veiligheidsregio. Volgens het Bevt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico indien - het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde waarde, of - het groepsrisico niet meer dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden.
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 3 van 14
In de toelichting bij een bestemmingsplan wordt, voor zover het gebied waarop dat plan betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een weg, spoorweg of binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval ingegaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en b. voor zover dat plan betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.
Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter van een transportroute, wordt in de toelichting bij dat plan tevens ingegaan: de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten zijn, en de als gevolg van het bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft; het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan.
Dit geldt tevens in het kader van het Bevb voor ruimtelijke plannen die ontwikkelingen mogelijk maken binnen het invloedsgebied van buisleidingen. In het Bevb is voor de verantwoordingsplicht een onderscheid gemaakt tussen het 100%-letaliteitsgebied en het 1%-letaliteitsgebied. Binnen eerstgenoemd gebied geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht, in laatstgenoemd gebied dient alleen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd te worden.
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 4 van 14
3
INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED
Met behulp van de risicokaart kan een eerste indruk van de risicobronnen in de omgeving van een plangebied worden gemaakt. In figuur 3.1 is een uitsnede weergegeven van de risicokaart.
1 5
4 3
2
Figuur 3.1 Uitsnede risicokaart met aanduiding locatie
In onderstaande paragrafen worden de genummerde risicobronnen nader toegelicht. 3.1 Hogedruk aardgastransportleiding Op circa 45 meter ten westen van de grens van het plangebied is een hogedruk aardgastransportleiding (1) gelegen. De leiding heeft een diameter van 42 inch en een werkdruk van 66,20 bar, waardoor de leiding een inventarisatieafstand heeft van 490 meter. Omdat het plangebied binnen de inventarisatieafstand van de leiding is gelegen, is derhalve een kwantitatieve risicoanalyse noodzakelijk. 3.2 Transport De afstand vanaf het midden van het spoor Eindhoven – Venlo (2) tot de grens van het plangebied bedraagt circa 860 meter. Via deze transportroute, die onderdeel uitmaakt van het Basisnet, worden gevaarlijke stoffen vervoerd. In de onderstaande tabel zijn het invloedsgebied en aantallen transporten van de stofcategorie weergegeven. Tabel 3.1 Overzicht invloedsgebied en aantallen transporten bron stofcategorie
invloedsgebied [m]
route 12, Eindhoven - Venlo (bron nr. 2)
460
A
aantal transporten per jaar 2.150
Het plangebied is niet gelegen binnen 200 meter van het spoor. Een kwantitatieve risicoanalyse en een verantwoording van het groepsrisico vanwege het spoor is derhalve niet noodzakelijk.
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 5 van 14
3.3 Inrichting Op circa 460 meter ten zuiden van de grens van het plangebied is het distributiecentrum EDCO (3) gelegen. De hoofdactiviteit van de inrichting is laad-, los-, en overslagactiviteiten en opslag. Het maatgevend scenario is een toxische wolk als gevolg van brand. De afstand van de grens van het invloedsgebied 961 meter. In hoofdstuk 5 wordt een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven. Op circa 790 meter ten zuidwesten van de grens van het plangebied is Gebroeders Gerrits Metaalhandel Helmond B.V. (4) gelegen. De inrichting is op de risicokaart vermeld vanwege een bovengrondse propaantank (12.000 liter). De veiligheidsafstand bedraagt 15 meter. Gezien de afstand tot het plangebied gelden er geen belemmeringen. Op circa 850 meter ten noordoosten van de grens van het plangebied is een inrichting (5) gelegen voor het fokken en houden van varkens. De inrichting is op de risicokaart vermeld vanwege een bovengrondse propaantank (3.000 liter) op het terrein. De veiligheidsafstand bedraagt 10 meter. Gezien de afstand tot het plangebied gelden er geen belemmeringen. Overige inrichtingen op meer dan 1 kilometer afstand zijn niet relevant.
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 6 van 14
4
RISICOANALYSE HOGEDRUK AARDGASTRANSPORTLEIDING
4.1 Uitgangspunten Voor de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de leiding is gebruik gemaakt van het softwarepakket Carola versie 1.0.0.52. De transportgegevens van de leiding zijn via de gemeente Helmond aangeleverd door exploitant Gasunie. Het inventarisatiegebied is een gebied parallel aan de leiding met een lengte van tenminste 1 kilometer aan weerszijden van het plan. In figuur 4.1 is het inventarisatiegebied van de leiding en het plangebied weergegeven.
Figuur 4.1 Inventarisatiegebied (zwart) en buisleiding (rood)
De populatiegegevens binnen het inventarisatiegebied zijn ontleend aan de BAG-populatieservice. Hiervoor is gebruik gemaakt van het databestand versie 2021-07. In de bestaande situatie zijn ter plaatse van het agrarisch bedrijf circa 3,6 aanwezigen.
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 7 van 14
In het bestaande agrarisch bedrijfsgebouw worden zes recreatiewoningen gerealiseerd. Voor een vakantiewoning is aangesloten bij een reguliere woning/vakantiehuis met een aanwezigheidspercentage van 50% in de dagperiode en 100% in de nachtperiode. In de dagperiode zijn 7,2 (= 6 x 2,4 x 0,5) personen aanwezig en in de nachtperiode 14,4 (= 6 x 2,4 x 1) personen. 4.2 Resultaten De recreatiewoningen liggen buiten de belemmeringenstrook van 5 meter zodat er geen belemmeringen gelden. In figuur 4.2 is het plaatsgebonden risico als gevolg van de aardgastransportleiding A585 in de toekomstige situatie ter hoogte van het plan weergegeven. Hieruit blijkt uit dat er geen plaatsgebonden risicocontour van 10-6/jaar aanwezig is. Voor de kwetsbare objecten worden derhalve geen belemmeringen verwacht.
Figuur 4.2 PR-contouren aardgastransportleiding
Het maximaal aantal slachtoffers in de huidige situatie en toekomstige situatie bedraagt 328 personen. Er is geen sprake van een toename van het aantal slachtoffers. Het berekend groepsrisico voor de huidige en toekomstige situatie als gevolg van deze leiding ter hoogte van het plan is weergegeven in figuur 4.3.
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 8 van 14
Figuur 4.3 Berekend groepsrisico (links huidige situatie en rechts toekomstige situatie)
Tussen de bestaande situatie en de toekomstige situatie is sprake van een beperkte toename van het groepsrisico. De conclusie is dat het groepsrisico ter hoogte van het plangebied ruim lager is dan 0,1 x oriëntatiewaarde in zowel de bestaande als toekomstige situatie. Het plangebied ligt geheel binnen de 100%-letaliteitszone waardoor op basis van artikel 12 van het Bevb niet kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. In figuur 4.4 zijn de letaliteitzones weergegeven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de mogelijkheden tot preventie, beheersing en bestrijding van de calamiteit en de zelfredzaamheid van de aanwezigen binnen het plangebied.
Figuur 4.4 Letaliteitzones
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 9 van 14
5
VERANTWOORDING GROEPSRISICO’S
In dit hoofdstuk wordt een verantwoording van het groepsrisico gegeven van de buisleiding A-585. Dit betreft een volledige verantwoording van het groepsrisico. Op basis van artikel 12 lid 1 van het Bevb dient de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. 5.1 Systematiek van effectringen Om de optredende effecten te kunnen benoemen wordt gebruik gemaakt van een systematiek van effectringen zoals weergegeven in figuur 5.1. Binnen de eerste ring komt 99% van de onbeschermde aanwezigen in de buitenlucht te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden of raken gewond: van zeer zwaargewond tot lichtgewond. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade in de eerste ring tot lichte schade in de derde ring. De effectafstanden zijn van toepassing vanaf elke willekeurig positie van de calamiteit.
Figuur 5.1 Visualisatie effectringen (bron: scenarioboekev.nl)
5.2 Analyse van scenario’s Het maatgevende scenario met betrekking tot buisleidingen is een fakkelbrand. Tot en met circa 185 meter vanuit het hart van de aardgastransportleiding liggen de woningen binnen de 100%letaliteitszone. De 100%-letaliteitszone komt grotendeels overeen met de 1e effectring en de house burning distance (HBD). Binnen de 100%-letaliteitszone (35 kW/m2) of HBD zullen alle aanwezigen in de buitenlucht zo goed als zeker komen te overlijden in geval van een fakkelbrand en zullen alle aanwezige brandbare materialen binnen 185 meter vlam vatten door warmtestraling. Omdat het plangebied geheel binnen de 100%-letaliteitszone is gelegen, is het verplaatsen van de woningen buiten de 100%-letaliteitszone niet mogelijk.
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 10 van 14
Voor personen binnen en buiten is het handelingsperspectief vluchten van de bron af en schuilen achter objecten en muren. De grens voor letale brandwonden ligt rond de 10 kW/m2 op een afstand van circa 485 meter van de buisleiding. Het passeren van deze grens is slechts korte tijd mogelijk met speciale beschermende kleding aan. Deze grens zal in de werkelijkheid minder scherp zijn, omdat na verloop van tijd de hoogte en druk van de fakkelbrand afneemt. De kans dat een fakkelbrand optreedt is klein, maar niet uit te sluiten. Voor het plangebied is het raadzaam om de verhoogde risico’s aan het bevoegd gezag voor te leggen en te accepteren. Door een calamiteit bij het distributiecentrum EDCO kunnen giftige gassen vrijkomen. De toxische wolk kan zich snel ontwikkelen en verplaatsen. Afhankelijk van het type stof, windrichting en plaats van de calamiteit kunnen hoge concentraties optreden. Via waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) en NL-Alert worden personen in de omgeving gewaarschuwd. Bij een calamiteit met giftige gassen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen. Ventilatievoorzieningen moeten eenvoudig centraal uitgeschakeld en/of dichtgezet kunnen worden. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken.
5.3 Zelfredzaamheid Omdat de kans op een calamiteit het grootst is gedurende de dagperiode waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd aan of nabij de buisleiding, zullen aanwezigen naar verwachting voldoende alert zijn om direct te kunnen handelen. In geval van een eventuele calamiteit kunnen bewoners in diverse richtingen vluchten. Verondersteld mag worden dat de buisleiding goed onderhouden is en in de huidige situatie voldoende gronddekking heeft. Aanwezigen binnen de 100%-letaliteitszone moeten vooraf worden geïnformeerd over aanstaande werkzaamheden aan de leiding en moeten worden gewezen op de mogelijke scenario’s en hoe hierop te handelen. Een goede infrastructurele begeleiding tijdens de graafwerkzaamheden kan de kans op calamiteiten verkleinen. Het sluiten van het terrein gedurende de graafwerkzaamheden is ook een goede voorzorgsmaatregel. 5.4 Preventie, beheersing en bestrijding De brandweer kan niet voorkomen dat gebouwen binnen de 100%-letaliteitszone/HBD in brand raken door de fakkelbrand. Alleen nadat de fakkel is gedoofd kan branduitbreiding worden voorkomen. Ten westen van het plan is voldoende open water beschikbaar. Hulpdiensten kunnen het plangebied bereiken via de Raktweg. Primair aandachtspunt is het verlenen hulp aan slachtoffers. De effectbestrijding zal gericht zijn op het bestrijden van eventuele secundaire brandhaarden.
Voor een goede bestrijdbaarheid is het van belang dat het voor de brandweer mogelijk is om: - op tijd ter plaatse te zijn; - voldoende opstelplaatsen te hebben; - voldoende blusmiddelen te hebben.
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 11 van 14
6
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
In het kader van de herbestemming van het perceel aan de Raktweg 41 te Helmond naar een woonfunctie met een recreatieve nevenactiviteit heeft Econsultancy een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid. Het onderzoek heeft als doel het bepalen of er sprake is van overschrijding van de wettelijke eisen zoals genoemd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Uit de kwantitatieve risicoanalyse volgt dat het groepsrisico vanwege de hogedruk aardgastransportleiding in zowel de bestaande als de toekomstige situatie ruim lager is dan 0,1 x oriëntatiewaarde, maar wel zeer beperkt toeneemt. Bouwkundige maatregelen binnen deze zone bieden weinig tot geen bescherming (vanwege te hoge warmtestraling) en gaan gepaard met onevenredig hoge kosten. De hulpverleningsdiensten kunnen binnen deze zone geen hulp verlenen zolang er nog druk op de aardgasleiding staat. Hierdoor zijn personen binnen deze zone op zichzelf aangewezen en zullen zelf naar een schuilplek moeten vluchten. De kans op slachtoffers kan worden beperkt door bewoners vooraf te informeren over aanstaande werkzaamheden en de mogelijke scenario’s en hoe hierop te handelen. Het voorschrijven van strikter toezicht tijdens werkzaamheden verkleint de kans op calamiteiten.
De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost dient in de gelegenheid gesteld te worden om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen.
Econsultancy Swalmen, 2 december 2021
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 12 van 14
Bijlage 1. Kwantitatieve risicoanalyse huidige situatie hogedruk aardgastransportleiding
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 13 van 14
Kwantitatieve Risicoanalyse (huidige situatie) Door: Quoc Duong
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 3 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 5 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 5 2.2 Relevante leiding .............................................................................................. 5 2.3 Populatie.......................................................................................................... 7 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 9 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 9 4 Groepsrisico screening .............................................................................................10 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie .............................................................................................10 5 FN curves ...............................................................................................................11 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 4410.00 en stationing 5410.00 .............................11 6 Referenties .............................................................................................................12
Pagina 2 van 12
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar
Openbaar
•
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar
Ja Ja
Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Pagina 3 van 12
FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 4 van 12
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 30-11-2021. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Eindhoven, Volkel. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leiding Op basis van het gespecificeerde interessegebied is de volgende aardgastransportleiding meegenomen. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V.
7799_leiding-
1067.00
66.20
30-11-2021
Nederlandse Gasunie
A-585-deel-1
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Pagina 5 van 12
De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is Voor de in bovenstaande tabel opgenomen leidingen zijn geen risico mitigerende maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen.
Een deel van onderstaande leiding loopt bovengronds waardoor CAROLA voor dat leidingdeel geen correcte waarden geeft voor PR en GR. Neemt u contact op met de leidingexploitant voor het bepalen van de risico's van deze leiding Leidingnaam
Begin
Eind stationing
stationing 7799_leiding-Z-540-01-deel-1
1767.670
1782.760
Pagina 6 van 12
2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Populatiepolygonen Label
Type
Aantal
Dichtheid
Vervangmodus
Percentage Personen
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
16698+Helmond_ge val+1_resultaten_re
Werken
4239
100/ 80/ 7/ 1/ 100/ 100
Werken
444
100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100
sultaten\bijeen_spor t_cel_zkh-dag100nacht80.txt 16698+Helmond_ge val+1_resultaten_re sultaten\industriedag100-nacht30.txt Pagina 7 van 12
16698+Helmond_ge
Werken
704
Wonen
38
val+1_resultaten_re sultaten\kantoor_kli niek_onderwijs_wink el-dag100-nacht0.txt 16698+Helmond_ge val+1_resultaten_re sultaten\wonend_va kantiehuis-dag50nacht100.txt
Pagina 8 van 12
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leiding is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor de leiding wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 9 van 12
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor de leiding wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 328 slachtoffers en een frequentie van 1.83E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.020 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 4410.00 en stationing 5410.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.1 Figuur 4.1 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 10 van 12
5 FN curves Voor de eerder genoemde leiding is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor de leiding de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 4410.00 en stationing 5410.00
Pagina 11 van 12
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut 620121001/2008. 2008.
[5]
voor
Volksgezondheid
en
Milieu.
RIVM-rapport
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 12 van 12
Bijlage 2. Kwantitatieve risicoanalyse toekomstige situatie hogedruk aardgastransportleiding
Rapport 16698.001 versie D1
Pagina 14 van 14
Kwantitatieve Risicoanalyse (toekomstige situatie) Door: Quoc Duong
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 3 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 5 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 5 2.2 Relevante leiding .............................................................................................. 5 2.3 Populatie.......................................................................................................... 7 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 9 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 9 4 Groepsrisico screening .............................................................................................10 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie .............................................................................................10 5 FN curves ...............................................................................................................11 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 4410.00 en stationing 5410.00 .............................11 6 Referenties .............................................................................................................12
Pagina 2 van 12
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar
Openbaar
•
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar
Ja Ja
Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Pagina 3 van 12
FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 4 van 12
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 30-11-2021. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Eindhoven, Volkel. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leiding Op basis van het gespecificeerde interessegebied is de volgende aardgastransportleiding meegenomen. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
N.V. Nederlandse
7799_leidingA-585-deel-1
1067.00
66.20
Datum aanleveren gegevens 30-11-2021
Gasunie
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Pagina 5 van 12
De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is Voor de
in bovenstaande
tabel
opgenomen leidingen zijn geen risico mitigerende
maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen.
Een deel van onderstaande leiding loopt bovengronds waardoor CAROLA voor dat leidingdeel geen correcte waarden geeft voor PR en GR. Neemt u contact op met de leidingexploitant voor het bepalen van de risico's van deze leiding Leidingnaam
Begin stationing
Eind stationing
7799_leiding-Z-540-01-deel-1
1767.670
1782.760
Pagina 6 van 12
2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Populatiepolygonen Label
Type
Aantal
Dichtheid
Vervangmodus
Percentage Personen
Raktweg 41 te Helmond
Wonen
15.0
Vervangen Bestaande Populatie
Pagina 7 van 12
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
16698+Helmond_g
Werken
4239
100/ 80/ 7/ 1/ 100/ 100
Werken
444
100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100
Werken
704
Wonen
38
eval+1_resultaten_ resultaten\bijeen_s port_cel_zkhdag100-nacht80.txt 16698+Helmond_g eval+1_resultaten_ resultaten\industrie -dag100nacht30.txt 16698+Helmond_g eval+1_resultaten_ resultaten\kantoor_ kliniek_onderwijs_w inkel-dag100nacht0.txt 16698+Helmond_g eval+1_resultaten_ resultaten\wonend_ vakantiehuisdag50-nacht100.txt
Pagina 8 van 12
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leiding is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor de leiding wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 9 van 12
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor de leiding wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 328 slachtoffers en een frequentie van 1.83E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.020 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 4410.00 en stationing 5410.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.1 Figuur 4.1 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 10 van 12
5 FN curves Voor de eerder genoemde leiding is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor de leiding de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7799_leiding-A-585-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 4410.00 en stationing 5410.00
Pagina 11 van 12
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut 620121001/2008. 2008.
[5]
voor
Volksgezondheid
en
Milieu.
RIVM-rapport
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 12 van 12