CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 034 Aanbiedingsbrief Senzer rapportage Berenschot Participatiewet

Gemeenteraad 20 mei 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Zienswijze begroting 2026 Gemeenschappelijke Regeling Senzer2.427 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1/6

Memo Van:

Martin Heekelaar

Datum:

7 februari 2025

Aan:

Senzer

Status:

Intern vertrouwelijk

Onderwerp:

Rapportage Resultaten Participatiewet Senzer

Senzer is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wsw. Senzer vroeg Berenschot om de prestaties op het terrein van de Participatiewet in beeld te brengen. We baseren ons op publieke data (bron: CBS en ministerie van SZW). De prestaties zijn goed vergelijkbaar met andere (vergelijkbare) gemeenten omdat de inzet van middelen in principe niet hoger of lager is dan het bedrag dat door de rijksoverheid beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wsw. Met andere woorden, de prestaties worden in principe niet beïnvloed door een onevenredig hoge of lage inzet van middelen. De werkwijze zoals uitgewerkt in de Bijdrageverordening van Senzer leidt tot een transparante inzet van de Rijksmiddelen die daartoe beschikbaar zijn. Senzer houdt daar in haar begroting rekening mee en zorgt ervoor dat niet meer wordt besteed. In onze rapportage kijken we naar de volgende indicatoren: •

Bijstandsafhankelijkheid: we kijken naar het aantal huishoudens dat een bijstandsuitkering ontvangt als percentage van het aantal huishoudens.

•

Ontwikkeling van de bijstandsafhankelijkheid: De verhouding van de bijstandsafhankelijkheid in 2024 ten opzichte van de bijstandsafhankelijkheid in 2011. In 2011 ging de bijstandsafhankelijkheid sterk omhoog. Rond 2017 ging landelijk de bijstandsafhankelijkheid (met name vanwege de krapte op de arbeidsmarkt) weer omlaag. In 2024 kijken we dus in hoeverre de uitvoeringsorganisatie erin geslaagd is om het bijstandsniveau weer terug te krijgen op het niveau in 2011.

•

Saldo op het BUIG-budget: Het verschil tussen het budget dat gemeenten krijgen voor het betalen van bijstandsuitkering en de werkelijke uitgaven die zij doen, als percentage van het beschikbare budget.

•

Inzet loonkostensubsidies: We onderzoeken de mate waarin de uitvoeringsorganisatie erin slaagt om mensen die staan ingeschreven in het doelgroepregister, aan de slag te krijgen met een loonkostensubsidie.

•

Omvang beschut werk: De mate waarin mensen op een beschutte werkplek aan het werk worden geholpen, als percentage van de taakstelling.

Het spinnenweb In het volgende diagram brengen we de vijf indicatoren bij elkaar. We laten zien hoe Senzer per indicator scoort ten opzichte van andere gemeenten. Elke indicator wordt gescoord op een schaal van 0-100%1. Hoe hoger de score, hoe beter het voor de betreffende gemeente is. Hoe groter het

Om een zo zuiver mogelijke vergelijking te maken, hebben we de scores van de zeven individuele Senzergemeenten gewogen met het aantal bijstandsgerechtigden. De score van Helmond weegt dus zwaarder dan bijvoorbeeld Laarbeek. 1

2/6

oppervlak dat wordt ingesloten door de afzonderlijke punten (en de verbindingslijnen), hoe beter de score op het totaal van de indicatoren.

Toelichting: •

Bijstandsafhankelijkheid: de bijstandsafhankelijkheid onderzoeken we door de bijstandsafhankelijkheid te vergelijken met de bijstandsafhankelijkheid in tien gemeenten die qua sociaal-economische structuur het meest op de Senzer-gemeenten lijken. We selecteren deze zogenoemde referentiegemeenten aan de hand van de uitkomsten van het objectief verdeelmodel dat het ministerie van SZW gebruikt voor de verdeling van het bijstandsbudget. Vervolgens zetten we het verschil tussen de uitkomst van elke Nederlandse gemeente met het gemiddelde van de bijbehorende referentiegemeenten op volgorde van het grootste negatieve verschil tot het grootste positieve verschil. De positie delen we door het totaal aantal gemeenten. Dat levert de score (in procenten) op. De score van 50% betekent dat de uitkomst van het saldo BUIG op gemiddeld niveau zit: er zijn evenveel gemeenten die minder goed scoren als gemeenten de beter scoren ten opzichte van (het gemiddelde van) de Senzer gemeenten.

•

Ontwikkeling van de bijstandsafhankelijkheid: We hebben de ontwikkeling van de bijstandsafhankelijkheid vergeleken met de referentiegemeenten. We hebben een vergelijkbare systematiek toegepast als voor de bijstandsafhankelijkheid (zie hiervoor). Senzer heeft een score van 77% dat betekent dat Senzer gemiddeld bij de 23% best presterende gemeenten zit voor wat betreft het omlaag brengen van de bijstandsafhankelijkheid in de afgelopen jaren, in vergelijking met de referentiegemeenten.

•

Saldo op het BUIG-budget: Het verschil tussen het budget dat gemeenten krijgen voor het betalen van bijstandsuitkering en de werkelijke uitgaven die zij doen, als percentage van het beschikbare budget. Hier hebben we de gemeenten op een rij gezet voor wat betreft de verwachte (op basis van de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden) uitkomst van het saldo BUIG-budget in procenten, in 2024. Bij een score van 55% verwachten wij dus dat Senzer gemiddeld bij de 45% best presterende gemeenten in Nederland zit. Bij 50% mag je ervan uitgaan dat het saldo ongeveer gelijk is aan nul.

•

Inzet loonkostensubsidies: We onderzoeken de mate waarin de uitvoeringsorganisatie erin slaagt om mensen die staan ingeschreven in het doelgroepregister, aan de slag te krijgen met een loonkostensubsidie. Bij de score van 70%, zit Senzer gemiddeld dus bij de 30% best presterende gemeenten die er in slagen om mensen met een inschrijving in het doelgroepregister met een LKS aan het werk te krijgen.

•

Omvang beschut werk: De mate waarin mensen op een beschutte werkplek aan het werk worden geholpen, als percentage van de taakstelling. Een percentage van 43% betekent dat

3/6

Senzer bij de 43% minst goed presterende gemeenten voor wat betreft het aan de slag krijgen van mensen met een indicatie beschut werk in relatie tot de taakstelling. Deze uitkomst lijkt te schuren met de inzet van LKS (relatief veel). Navraag bij Senzer levert op (wat we vaker horen in andere gemeenten met een vergelijkbaar beeld) dat de inzet van de uitvoeringsorganisatie erop gericht is om mensen met een arbeidsbeperking zoveel mogelijk aan het werk te krijgen met een LKS en dat daarbij niet noodzakelijkerwijs gekeken wordt of iemand wel of geen indicatie beschut werk heeft. Uitgangspunt is dat iedereen die kan werken, ook daadwerkelijk aan het werk gaat. Met andere woorden, de verwachting is dat er een groep mensen is die aan de slag is met een LKS, die een indicatie beschut werk zou krijgen, als die zou worden aangevraagd. Voor de arbeidsvoorwaarden maakt dat voor betrokkenen niets uit. Het verschil is dat bij een indicatie beschut werk, Senzer verplicht is om mensen – tot aan het aantal in de taakstelling – aan het werk te helpen. Als mensen deze indicatie niet hebben, heeft Senzer deze verplichting niet. Senzer moet haar beleid/werkwijze met betrekking tot het indiceren van beschut werk herbezien, omdat de rijksoverheid voornemens is de Rijksfinanciering voor deze doelgroep in de toekomst te baseren op indicatiestelling en realisatie van beschut werk.

Deze nieuwe verdeling is voorzien in de loop van 2026. Hierna voeren we een verdere verkenning uit van de verschillende prestatie-indicatoren.

Bijstandsdichtheid en ontwikkeling bijstandsdichtheid In de volgende grafieken tonen we de bijstandsdichtheid vanaf 2011 (links) en de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid, waarbij de bijstandsdichtheid in 2011 op 100% is gesteld (rechts).

Welk beeld levert dit op? •

We zien dat de bijstandsdichtheid in het gebied van Senzer op een lager niveau ligt dan het landelijke niveau. De bijstandsdichtheid ligt iets hoger dan in de referentiegemeenten. Het verschil met de referentiegemeenten is in de afgelopen jaren (fors) minder geworden. Met name na 2017 is het verschil kleiner dan in de jaren daarvoor. In 2024 zien we dat de bijstandsdichtheid ongeveer op het niveau van de referentiegemeenten ligt. Met andere woorden; de bijstandsdichtheid lag in het Senzer-gebied aanvankelijk op een hoger niveau dan in de referentiegemeenten. In de afgelopen jaren ligt de bijstandsafhankelijkheid ongeveer op hetzelfde niveau.

•

In de grafiek rechts zien we dat de bijstandsafhankelijkheid in Nederland tussen 2011 en 2017 steeg met circa 20%. In het Senzer-gebied was ‘slechts’ sprake van een stijging van 10%. We zien in 2024 dat de bijstandsafhankelijkheid landelijk en bij de referentiegemeenten in 2024 ongeveer 5% lager is dan in 2011. Voor Senzer geldt dat de bijstandsafhankelijkheid bijna 15% lager ligt dan in 2011. Met andere woorden, de bijstandsafhankelijkheid is in de afgelopen jaren (veel) meer omlaag gebracht dan landelijk gemiddeld.

4/6

Saldo BUIG Gemeenten ontvangen een (grotendeels) vast budget voor het betalen van de bijstandsuitkeringen en de loonkostensubsidies (het BUIG-budget). Het budget is vast (i.e. het beweegt zo min mogelijk mee met de werkelijke bijstandsuitgaven) omdat het ministerie van SZW gemeenten wil prikkelen met het BUIG-budget om te komen tot een zo laag mogelijke bijstandsafhankelijkheid. Met andere woorden, gemeenten worden door het ministerie van SZW geprikkeld om zoveel mogelijk mensen aan het werk te helpen en daarmee de bijstandsafhankelijkheid zo laag mogelijk te houden, waardoor een gunstig saldo op het BUIG-budget gerealiseerd kan worden: zo laag mogelijk uitgaven aan bijstandsuitkering bij een vast/gegeven BUIG-budget. De budgetten worden verdeeld op basis van een objectief verdeelmodel. Het uitgangspunt is dat het budget toereikend is. Dat betekent dat je bij goed beleid en een goede uitvoering uit moet kunnen komen met het beschikbare budget. Bij een besparing op het budget is sprake van een bovengemiddelde prestatie. Bij een tekort is de prestatie ondergemiddeld. Bij voorkeur is het saldo BUIG zoveel en zo vaak mogelijk positief (budget groter dan de uitgaven)2. Het volgende diagram brengt in beeld hoe het BUIG-budget en de BUIG-uitgaven alsmede het saldo van beide zich in de afgelopen 20 jaar voor de Senzer-hebben ontwikkeld.

Het ministerie stuurt erop dat het macrobudget grosso modo gelijk is aan de werkelijke uitgaven. Het meerjarig aandeel in het BUIG-budget van de Senzer-gemeenten en het aandeel in de totale, landelijke BUIG-uitgaven staat in de volgende grafiek. Bij voorkeur is het aandeel in het BUIGbudget zo vaak mogelijk hoger dan het aandeel in de landelijke BUIG-uitgaven. Dat betekent dat bij een BUIG-aandeel dat groter is dan het uitgavenaandeel, op de langere termijn sprake is van een positief saldo. De verhouding tussen het gemeentelijk aandeel in de uitgaven en het budget geeft een duidelijker beeld van de gemeentelijke prestaties.

Aandachtspunt is dat het verdeelmodel niet perfect werkt. Er zijn gemeenten met onterechte tekorten en onterechte besparingen op het BUIG-budget. Dat wordt erkend door het ministerie van SZW. Daarom moet het saldo op het BUIG-budget altijd beoordeeld worden in combinatie met de prestaties op andere indicatoren; wat we in dit memo trachten te doen. 2

5/6

Wat leiden we hieruit af? •

Het beeld voor Senzer ziet er relatief goed uit. Sinds de oprichting in 2016 was in 2016 en in 2017 eerst nog sprake van financiële tekorten. Ook in 2019 zien we nog een (kleiner) tekort. In de overige jaren (2018 en 2020 tot en met 2023) zien we relatief hoge besparingen op het BUIG-budget. Dat wijst op goed prestaties voor wat betreft de re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en het zo laag mogelijk houden van de bijstandsafhankelijkheid.

•

Als we echter kijken naar het aandeel in het BUIG-budget en het aandeel in de landelijke uitgaven, ziet het beeld er nog beter uit. We zien dat vanaf 2016 alleen in 2019 en 2020 het BUIG-aandeel iets onder het uitgavenaandeel ligt. In de andere jaren ligt het uitgavenaandeel onder het BUIG-aandeel. Na 2020 zien we een relatief sterke stijging in het BUIG-aandeel, terwijl het gemeentelijk (=Senzer) uitgavenaandeel op min of meer gelijk niveau blijft. Enerzijds wijst dat erop dat in het Senzer-gebied de bijstandsuitgaven in vergelijking met andere regio’s in NL, volgens de verwachting van de landelijke overheid gaat stijgen. Aan de andere kant biedt dat (mogelijk) ook kansen voor de Senzer-gemeenten om extra middelen te besparen op het BUIG-budget.

Inzet LKS en beschut werk Het volgende diagram toont de verwachte ontwikkeling van het aantal mensen met een arbeidsbeperking dat afhankelijk is van ondersteuning van de gemeenten en de inzet van het instrument LKS en beschut werk. We vergelijken de ontwikkeling met de ontwikkeling met de ontwikkeling elders in Nederland.

Alternatief is linkerbovenkant alleen de groene en zwarte lijn laten zien en dan met index werken Wat leiden we af uit het bovenstaand diagram? •

Het diagram links toont de inzet van het instrument LKS, waarbij het aantal mensen dat met een indicatie beschut werk met een LKS aan het werk is, apart in beeld wordt gebracht. Het staafdiagram toont de verwachtingen waarvan het ministerie van SZW bij de invoering van de Participatiewet vanuit ging. Het blauwe deel van het staafdiagram laat de taakstelling beschut werk zien. Het lijndiagram toont de realisaties. We zien dat landelijk de taakstelling beschut net niet gehaald wordt. We zien dat het totaal aantal LKS echter hoger is dan het verwachte aantal LKS-ers waarmee bij de invoering van de Participatiewet is gerekend.

•

Voor Senzer zien we – in het diagram rechts - dat vanaf 2018 sprake was van een relatief grote inzet van het LKS-instrument. De inzet van beschut werk blijft achter, zoals we hiervoor al bespraken.

6/6

Samenvattend •

Bijstandsafhankelijkheid: De bijstandsafhankelijkheid in het Senzer-gebied ligt op vergelijkbaar niveau als in gebieden met vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden. Tot 2017 lag de bijstandsafhankelijkheid in het Senzer-gebied echter op een hoger niveau. In de afgelopen jaren is het verschil fors minder geworden.

•

Inzet loonkostensubsidies: Het aantal loonkostensubsidies dat door gemeenten wordt ingezet wijst op de mate waarin mensen met een arbeidsbeperking aan het werk worden gehouden. De Senzer-gemeenten zittend gemiddeld bij de 30% best presterende gemeenten die er in slagen om mensen met een inschrijving in het doelgroepregister met een loonkostensubsidie aan het werk te krijgen. Met name vanaf 2018 zet Senzer relatief veel loonkostensubsidies in.

•

Omvang beschut werk: Het aantal mensen dat met een indicatie beschut werk aan het werk wordt geholpen blijft achter bij de landelijke ontwikkeling. Een verklaring daarvoor is dat Senzer vooral stuurt op het aan het werk krijgen van mensen met een arbeidsbeperking en daarbij niet speciaal kijkt of mensen wel of geen indicatie beschut werk hebben. In de praktijk maakt dat voor betrokkenen weinig verschil (ze zijn aan het werk, of ze nu wel of geen indicatie hebben van het UWV). Senzer is wel bezig met een inhaalslag, omdat het ministerie van SZW van plan is om het budget voor beschut werk in de loop van 2026 te verdelen op basis van realisatie.

•

BUIG-saldo: Het BUIG-saldo is het verschil tussen het budget dat gemeenten ontvangen voor het betalen van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies en de werkelijke uitgaven aan bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Sinds de oprichting van Senzer gaat het steeds beter. De aanvankelijke tekorten op het BUIG-budget in 2016 en 2017 zijn omgeslagen naar relatief hoge besparingen op het BUIG-budget. Dat wijst – in combinatie met de prestaties die we zien voor wat betreft de bijstandsafhankelijkheid en de inzet van loonkostensubsidies in het Senzer-gebied - op goede prestaties voor wat betreft de re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en het zo laag mogelijk houden van de bijstandsafhankelijkheid.

-o-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15482304/1