RN 033 Gezinshuis Weyerweg 51 – inpassing in bestemmingsplan - Nota van zienswijzen - geanonimiseerd
Tekst van het document
Nota van zienswijzen gelet op artikel 3.12, lid 5 Wabo betreffende het project ”Realiseren gezinshuis (jeugdhulpverlening) Weyerweg 51” Samenvatting zienswijzen Onduidelijkheid aanvraag en omvanq te verlenen toestemming afwijking Onder punten 1 t/m 5 worden de volgens reclamant van toepassing zijnde feiten en achtergronden geschetst, onder punt 6 het juridisch kader. De zienswijzen zijn punten 7 t/m 27.
Beantwoording gemeente Ad 1-6) Punten worden voor kennisgeving aangenomen.
7. De aard en omvang van de aanvraag en dientengevolge die van de te verlenen toestemming voor de afwijking van het bestemmingsplan is onvoldoende duidelijk.
Ad 7 en 8) Het aanvraagformulier is weliswaar summier ingevuld maar voorziet samen met de bijgevoegde stukken in een met de indieningsvereisten in de Regeling omgevingsrecht beoogde ontvankelijke aanvraag.
8. Op het aanvraagformulier staat in het geheel geen projectomschrijving genoemd, behalve dat verwezen wordt naar de ruimtelijke onderbouwing. Voor zover bekend ontbreken ook diverse andere gegevens in de aanvraag. Met het vorenstaande wordt niet voldaan aan de indieningsvereisten voor de aanvraag zoals bepaald in de Regeling omgevingsrecht. 9. De ruimtelijke onderbouwing omvat een zeer summiere weergave van de gewenste bedrijfsactiviteiten op het perceel in de passage op pagina 8, onder 2.3. ‘Gewenste situatie’. Veel verder dan de omschrijving dat het zou gaan om zes kinderen of jongeren in de leeftijd van 0 tot 23 jaar die begeleid worden door een echtpaar gaat de ruimtelijke onderbouwing niet. Er wordt niet ingegaan op de leeftijd, noch op de aard en omvang van de problematiek waarmee de gehuisveste kinderen te maken krijgen. Afgezien van het feit dat het in deze ruime omschrijving kan gaan om zeer jonge kinderen tot en met jong volwassenen, wat op zich al een enorm verschil maakt, wordt niet ingegaan op de aard en de omvang van de problematiek waar de kinderen of jongvolwassen die worden gehuisvest worden, mee te maken hebben. Gaat het om lichte problematiek of juist heel zware problematiek?
Ad 9 t/m 14) Reclamant richt zich in deze punten hoofdzakelijk op persoonsgebonden zorgkwaliteitszaken en beweerd gedrag. De aangevraagde afwijking van het bestemmingsplan is een instrument van ruimtelijke ordening. Verlenen of weigeren van de gevraagde omgevingsvergunning kan en mag alleen op basis van ruimtelijk relevante en daarmee hoofdzakelijk object gebonden aspecten.
11. In dat opzicht gaat uw college met de beoogde afwijking al te licht om met de vergunningaanvraag. Niet blijkt dat u in voldoende mate heeft onderzocht wat de omgevingseffecten van de beoogde afwijking zullen zijn.
De aard van de zorg maakt dat het gezinshuis ruimtelijk gezien een ‘naar binnen’ gericht gebruik van de gronden en opstallen op het bewuste perceel vormt. Het aantal bewoners is te vergelijken met dat van een groot gezin. Een gezin dat woont op een ruim 8000m2 metend perceel in het buitengebied, omgeven door andere ruim bemeten agrarische- en woonpercelen,
De bij de aanvraag behorende ruimtelijke onderbouwing bevat onder 1.3 en 2.3 voldoende informatie over de aard en mate waarin de zorg wordt uitgeoefend om de ruimtelijk relevante toets te kunnen doen die antwoord geeft op de vraag of het gezinshuis passend is binnen de geldende woonbestemming of dat een maatschappelijke bestemming is vereist. Op basis daarvan en de talrijke jurisprudentie rondom ‘minder traditionele woonvormen’ in een Een bedrijfsplan of enig plan van aanpak ontbreekt. woonbestemming, hebben wij vastgesteld dat het gezinshuis in beperkte mate niet voldoet aan de kenmerken die maken dat deze rechtstreeks passend is in de geldende woonbestemming 10. Een goede beschrijving van de uitgangspunten van de beoogde instelling voor jeugdzorg is (zie bijv. ook: ECLI:NL:RVS:2011:BR464): echter essentieel om te kunnen bepalen wat de effecten op de omgeving zijn, is onontbeerlijk De aard van begeleiding van het gezinshuis maakt dat geen sprake is van nagenoeg om te kunnen vaststellen wat exact de omgevingsfactoren zullen zijn en in hoeverre rechten van zelfstandige bewoning. De bewoners verblijven in beginsel de gehele dag in de woning belanghebbenden worden beïnvloed. / op het woonperceel met behulp van begeleiding die in principe de gehele dag, zeven dagen per week wordt geboden. Dat duidt op permanente begeleiding.
Een concreet voorbeeld hiervan kan al worden gegeven uit het feit dat cliënten sinds Deze begeleiding is professioneel c.q. erop gericht de jeugdige te leren zoveel mogelijk de komst van de instelling voor jeugdzorg, met enige regelmaat een hasjlucht ruiken op zelfstandig te leven. Het verblijf in de woning kan daarvan niet los worden gezien. Dat hun perceel. Is uw college in dit verband bekend met de opvattingen van de instelling wijst in de richting van een verplicht begeleidingstraject en -indien nodig- een over middelengebruik en in hoeverre is gewaarborgd dat voldaan wordt aan de eisen behandelingstraject dat is gericht op een beter functioneren tijdens en na afloop van die onder meer in het Damocles-beleid van de gemeente worden gesteld? dat verblijf.
12. Dat wreekt zich des te meer daar op de website van de instelling staat vermeld: Een belangrijk onderdeel van de behandeling in het gezinshuis is het contact met het netwerk van het kind. Ouders, broertjes en zusjes, opa’s en oma’s etc. zijn welkom in het gezinshuis en contacten en bezoeken worden gestimuleerd voor zover dit veilig is en ten gunste van de ontwikkeling van het kind. Onduidelijk is wat daarvan de effecten zijn. Hoe vaak komt er bezoek in de instelling?
Anders dan reclamant zien wij niet in dat het gezinshuis ruimtelijk gezien een onevenredige inbreuk vormt op het woon- en leefklimaat ter plaatse.
13. Reeds uit het ontbreken van een afdoende projectomschrijving, het inkaderen van bedrijfsactiviteiten en een beschrijving van de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten en een plan van aanpak, is onvoldoende duidelijk waarvoor uw college nu eigenlijk toestemming wil verlenen. 14. Uw voorgenomen besluit is derhalve reeds feitelijk onvoldoende inzichtelijk, onvoldoende voorbereid en niet zorgvuldig. Geen vermelding gebruik bijgebouw 15. In de aanvraag en de ruimtelijke onderbouwing ontbreekt de informatie over doel en bestemming van het bijgebouw. Het bijgebouw wordt gebruikt als slaapplek voor de eigen kinderen, terwijl volgens het geldende bestemmingsplan een bijgebouw niet ten behoeve van wonen mag worden gebruikt.
Ad 15) Alhoewel de bewering van het (structureel) bewonen van het bijgebouw niet wordt ondersteund door bewijs, is het gebruiken daarvan voor privédoeleinden van initiatiefnemers passend binnen de reeds geldende woonbestemming. Het is bij hen bekend dat wij geen medewerking verlenen aan het uitbreiden van de maatschappelijke functie naar het bijgebouw. Dit zal bij het beschikken op de aanvraag expliciet worden meegenomen.
Daar komt bij dat in het bijgebouw ook een bar is ingericht met ruimte voor feesten. Het gebruik van de bar ten behoeve van het project wordt in de ruimtelijke onderbouwing niet verder omschreven. Evenmin wordt ingegaan op aspecten omtrent (brand)veiligheid. Daarmee is de ruimtelijke onderbouwing onvolledig, wordt uw college niet volledig geïnformeerd en kunt u geen voldragen besluit nemen. Geen goede ruimtelijke onderbouwing 16. Het ontbreken van een deugdelijke feitelijke grondslag loopt als een rode draad door de Ad 16) De aanvraag en bijlagen zijn van voldoende kwaliteit om een brede afweging te maken ruimtelijke onderbouwing zoals die is aangeleverd heen en wreekt zich op meerdere punten. Op van alle terzake doende ruimtelijke belangen. het moment dat onvoldoende duidelijk is wat exact de bedrijfsactiviteiten zullen zijn, is al niet meer te bepalen of voldaan wordt aan de toepasselijke wet- en regelgeving en beleid. Ontbreken noodzaak en belang voor het aanwijzen van deze locatie 17. In de omgeving zijn reeds diverse (leegstaande) objecten te vinden waar reeds de status 'maatschappelijk vastgoed’ aan is toegekend. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt niet dat een afweging is gemaakt waarom juist op deze locatie deze bestemming moet worden toegekend. Strijd met de structuurvisie. 18.
Initiatiefnemers stellen in de ruimtelijke onderbouwing dat met de transformatie van een woonhuis naar een gezinshuis met maatschappelijke functie er sprake is van een project dat binnen de structuurvisie past en dat het plan daarom in overeenstemming is met de structuurvisie.
Ad 17-18) Zonder nadere onderbouwing over welk leegstaand vastgoed het volgens reclamant gaat, kan op dit punt slechts algemeen gereageerd worden. Zoals ook in de ruimtelijke onderbouwing onder 3.3.1 staat, is de Structuurvisie Helmond 2030 geen blauwdrukplan met een vastomlijnde koers maar juist een flexibel meebewegend beleidskader dat beter toegerust lijkt op de snel veranderende (ruimtelijke) behoeften en opgaven van deze tijd. Het voorliggende project ziet op een beperkte functieverandering ten opzichte van de geldende woonfunctie en omvat geen wijziging van de inrichting en uitstraling van de gronden. Het is een kleinschalig initiatief op een groot perceel. Met het oog op de stadland benadering is dit een nagenoeg neutrale ontwikkeling. Wel is er aansluiting bij het
Dit standpunt verdraagt zich evenwel niet met de structuurvisie zelf. De huidige woonbestemming ligt in wat door de structuurvisie wordt aangeduid als 'Stad Landprojecten' met een proactieve benadering voor in dit geval de Geledingszone Brouwhuis. Ten aanzien van deze aanduiding wordt blijkens de structuurvisie genoemd dat het gebied belangrijk is voor de omgevingskwaliteit en dat Landschap en recreatief medegebruik worden versterkt. Uit niets in de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de gewenste bestemming leidt tot een versterking van de omgevingskwaliteit, noch dat het landschap wordt versterkt, noch dat het recreatieve medegebruik worden versterkt. Integendeel de inrichting van een instelling voor jeugdzorg lijkt vanwege de intensiteit (verkeersaantrekkende werking, een bar in het bijgebouw die wordt ingericht ten behoeve van feesten, laat opblijven, wisselende jongeren die er verblijven) juist haaks te staan op de in de structuurvisie genoemde functies.
structuurvisie thema Zorg. Daarin meldt de structuurvisie het volgende over: “Met de transitie jeugdzorg en decentralisatie Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) neemt de gemeentelijke rol op het vlak van zorg toe. Dit biedt meer kansen om het voorzieningenniveau te bepalen. De gemeentelijke rol is vooral faciliterend en stimulerend en zal meer gericht zijn op het samenbrengen van partners en het stimuleren van creativiteit om te komen tot gedragen oplossingen. Het faciliteren kan in het ruimtelijk domein door bijvoorbeeld het optimaal benutten van maatschappelijk vastgoed dat in de wijken aanwezig is.” Dit moet zoals hiervoor aangegeven niet als blauwdruk worden gezien. Wel als meebewegend kader waarmee kansen worden benut en maatwerk mogelijk blijft. Deze kans dient zich aan met het kleinschalige zorginitiatief van het gezinshuis aan de Weyerweg 51. De beweerde activiteiten die als tegengesteld aan de in de structuurvisie nagestreefde kwaliteiten worden opgevoerd, ontberen bewijs.
Geluid 19. Onder het kopje 4.7 Geluid van de ruimtelijke onderbouwing staat dat de bewoning van het gezinshuis in ruimtelijke uitstraling te vergelijken is met een ‘normaal’ huishouden en dat dit door het gebruik van het woonhuis als gezinshuis niet zal veranderen. Dat is nog maar de vraag omdat niet bekend is welke kinderen t/m jongvolwassen er gehuisvest zullen worden en er sprake is van een voortdurende doorstroming en wisseling van samenstelling. Daarbij is de instelling gericht op de huisvesting van personen die om wat voor reden dan ook niet naar een 'normaal' gezin toe kunnen. Ook wordt er blijkens de website naar gestreefd om familie, vrienden en kennissen van de kinderen tot en met jongvolwassenen, te betrekken en uit te nodigen. Uit de ruimtelijke onderbouwing wordt niet duidelijk wat de omgevingseffecten zijn voor wat betreft geluid.
Ad 19) Wij beschouwen het gezinshuis niet als een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 zin van de Wet milieubeheer, daar met de omvang van een groot gezin geen sprake is van een bedrijfsmatige omvang. Daardoor is het normenstelsel in de milieuwet- en regelgeving ten aanzien van onder meer geluid afkomstig van een inrichting niet van toepassing. Uit het (ruimtelijk) milieuhygiënisch oogpunt van geluid is daarmee sprake van een (normale) woonsituatie. Een situatie vergelijkbaar met die welke reeds op grond van de geldende woonbestemming rechtstreeks mogelijk is. Nader onderzoek op de omgevingseffecten van geluid is in het kader van de voorliggende ruimtelijke belangenafweging dan ook niet noodzakelijk.
Verkeer en parkeren 20. Aannemelijk is dat de instelling een verkeersaantrekkende werking heeft. De doorstroom van jongeren met mogelijk auto's en brommers leidt al tot een hogere verkeersdruk dan bij een ‘gewoon’ gezin. Dit effect wordt nog versterkt door een toename van bezoek van familie, vrienden en kennissen in een steeds wisselende samenstelling. Onduidelijk is in dit verband op welke grond in de ruimtelijke onderbouwing uitgegaan wordt twee benodigde parkeerplaatsen (4.11). Kennelijk gaat de ruimtelijke onderbouwing uit van een woonbestemming als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Beleidsregel Parkeernormen 2017. Daarbij wordt miskend dat het verzoek ziet op het toekennen van een maatschappelijke bestemming naast de reeds aanwezige bestemming wonen. Dat betekent dat er een parkeernorm van 2 voor de categorie dure koopwoning geldt, met daarnaast extra parkeervoorzieningen voor de maatschappelijke functie. Bij een analoge toepassing van de norm die voor een verzorgingstehuis geldt zou er een extranorm moeten worden opgelegd van
Ad 20) Sinds 23 januari 2020 geldt de Beleidsregel parkeernormen Helmond 2020. Voor specifiek een gezinshuis is in deze beleidsregel geen eigen norm opgenomen. De norm die volgens de verkeerskundige het dichtst bij komt is die van een dure koopwoning met een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning. Omdat er totaal maximaal 6 kinderen komen wonen in de leeftijd van 0 tot 23 jaar kan dit gelijk gesteld worden aan een traditioneel gezin. Voor de kinderen zelf acht de verkeerskundige het eisen van extra parkeerplaatsen daarom niet nodig. Het eisen van extra parkeercapaciteit voor bezoek door de ouders van de kinderen wordt wel reëel geacht. Uitgegaan wordt van gemiddeld 2 ouders die tegelijk op enig moment op bezoek zijn. Dat genereert 2 extra parkeerplaatsen bovenop de 2 voor de categorie koopwoning-duur. Onder dit laatste valt overigens het bezoekersaandeel voor overige partijen (bijv. huisarts, therapeut). Het totaal aantal vereiste parkeerplaatsen komt op 4. Deze kunnen op eigen terrein gerealiseerd worden.
0,7 per wooneenheid (= 6 x 0,7 = 4,2). Om te voldoen aan de parkeernorm zouden er dus 6 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Nu zal, gelet op de oppervlakte van het perceel, er wel voldoende ruimte zijn om deze parkeerplaatsen aan te leggen, maar onduidelijk is of de aanleg van 6 parkeerplaatsen andere (omgevings)effecten heeft. In elk geval is de ruimtelijke onderbouwing op dit onderdeel onvoldoende uitgewerkt. Economische uitvoerbaarheid 21. Initiatiefnemer stelt in paragraaf 5.1 dat de realisatie van het project volledig wordt gerealiseerd voor rekening en risico van de initiatiefnemer en dat op basis van het programma er een sluitende begroting is op basis waarvan het plan uitvoerbaar is. Dat is echter de vraag. De jeugdzorginstelling heeft gekozen voor de aanschaf van een rietgedekte villa op een perceel van 8.430 m2 met een riante vijver, een bijgebouw van 1.430 m2 (zijnde een paardenstal die deels is ingericht als feestruimte met bar. De begrote aanschaf- en investeringskosten bedragen € 950.000,-- (waarvan in elk geval € 870.000,-- aan koopprijs) De benodigde aanvangsfinanciering komt uit een hypotheek ter grootte van € 810.000,-- en voorts uit crowdfunding (Oneplanetcrowd) voor een bedrag van € 140.000,-. 22.
Blijkens de Raadsinformatiebrief van 18 augustus 2020 wordt aan een jongere in de gemeente Helmond die geplaatst wordt in een gezinshuis een bedrag toegekend van € 4.335,31 per maand. Volgens dezelfde Raadsinformatiebrief ontvangt daarmee gezinshuis De Glimlach het bedrag van € 26.011,86 per maand. Dat is een fors bedrag, zeker nu in de gemeente Helmond jeugdzorggelden onder druk staan.
Ad 21-22) Gezinshuis De Glimlach is een particulier initiatief. Het is in beginsel aan initiatiefnemers om te beoordelen of het project kan worden uitgevoerd en of dit voor haar rendabel is. De gemeente en het gezinshuis sluiten een planschadeverhaalsovereenkomst af opdat de kosten die samenhangen met een eventuele de tegemoetkoming in planschade door initiatiefnemers worden gedragen. Zoals de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraken van resp. 8 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:354) en 1 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2544) voorts heeft overwogen “kan in het kader van een procedure tegen een omgevingsvergunning een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van het project, waaronder ook de financieeleconomische uitvoerbaarheid is begrepen, slechts leiden tot vernietiging van het bestreden besluit indien en voor zover het aangevoerde leidt tot de conclusie dat het college op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het project niet kan worden uitgevoerd.” Met het oog daarop stellen wij het volgende.
Het Tarief 2020 voor zorg in een gezinshuis bedraagt volgens de huidige productdienstencatalogus (pdc) € 4335.31, omgerekend per dag (*12/365) dus € 142,53. In de Ruimtelijk is dit laatste relevant in verband met de economische uitvoerbaarheid. Uitgaande van bijlagen bij de zienswijzen wordt een pdc met een iets lager tarief van € 133,20 per etmaal het betalen van rente + aflossing (op grond van de huidige hypothecaire regels) is met de gepresenteerd. In deze bijlage wordt verondersteld dat ca. 63 % van het tarief is bedoeld voor financiering van het gezinshuis het volgende bedrag gemoeid: de vergoeding van personele kosten. Het restant is voor huisvesting (10 %), dagelijkse - Hypotheek ABNAMRO ad € 810.000,- . Bij een rente van 2,5% en een looptijd van verzorging (10 %) en overhead (17 %). De vergelijking die reclamant maakt met de 30 jaar bij volledige aflossing is dit € 3.937,- per maand. Bij een rente van 2,5 procent en een huisvestingskostencomponent in het tarief is een aanname die wordt gedaan zonder te weten of looptijd van 20 jaar en volledige aflossing is dit € 5.062,- per maand sprake is van een hypothecaire lening met aflossing en of daardoor wel of niet wordt voldaan - Crowdfunding ad € 140.000,- tegen 6,8% rente en een aflossingsverplichting binnen aan de veronderstelling in de tariefberekening.
7 jaar, maakt € 2.459,- per maand; - Onderhoudskosten, energiekosten, verzekeringskosten, gemeentelijke heffingen en Het gezinshuis is een VOF. Als ondernemers met minder inkomen dan het uitgangspunt van 63 overige kosten voor de kapitale villa (schatting € 2.500,-) per maand. % van het tarief tevreden zijn en de kwaliteit van zorg is voldoende -waarvan het tegendeel tot Met het vorenstaande wordt een bedrag van tussen de € 8.000 en € 10.000 per maand uit de post jeugdzorg aan de huisvesting voor zes jongeren besteed. Daarmee ligt het percentage dat uit die post aan huisvesting wordt besteed tussen de 30 en 40% (ter vergelijking het Netwerk Sociaal Domein Midden Nederland adviseert een percentage van 10 voor huisvestingskosten Gezinskosten (bijlage 6). Dit betekent dat een onevenredig groot deel van het budget dat voor de jongeren is bestemd wordt besteed aan huisvesting. Daarbij geldt dat volgens de Verordening houdende de regels
nog toe niet is gebleken- dan is dat voor ons niet op voorhand een reden om te twijfelen aan de financieel economische uitvoerbaarheid van het gezinshuis.
voor Jeugdhulp van de gemeente Helmond gelden die bijvoorbeeld in de vorm van een Persoonsgebonden Budget beschikbaar worden gesteld, niet mogen worden gebruikt ter dekking van Overheadkosten van de organisatie die is belast met de uitvoering van de Jeugdhulpdienstverlening. Verder vermeld de programmabegroting 2020-2023 dat de "grootste risico’s hebben betrekking op de uitgaven in het kader van Jeugdzorg. In 2018 was sprake van een financieel tekort. Dit is gedekt vanuit incidentele middelen. Vanwege onzekerheden over rijksinkomsten en bestedingen, in combinatie met een hoge tarievenstructuur, is sprake van een verhoogd risicoprofiel. Daarbij wordt Helmond geconfronteerd met een noodzaak tot forse bezuinigingen en er zijn enorme tekorten op jeugdzorg in de gehele regio Zuidoost-Brabant. De economische uitvoerbaarheid van het project is daarmee afhankelijk van de bereidheid van de gemeente om het project op deze wijze langdurig te financieren. Als die bereidheid niet op voorhand wordt uitgesproken, is de economische uitvoerbaarheid van het plan niet langer gegarandeerd en dient om die reden de medewerking van de gemeente te worden geweigerd. Het gaat er in dit verband om hierover een zuiver en zorgvuldig besluit te nemen om daarmee te voorkomen dat de gemeenteraad voor een voldongen feit komt te staan en de gemeente in een onomkeerbare situatie wordt gerommeld.
Kwalificaties initiatiefnemers 23. Omdat in de aanvraag voor zover is kunnen nagaan, gegevens omtrent de initiatiefnemers en hun kwalificaties ontbreken, is thans niet duidelijk of de initiatiefnemers wel voldoen aan de vereisten om een gezinshuis te mogen exploiteren. Niet duidelijk is of uw college dit heeft gecontroleerd, waarmee ook niet duidelijk is of het plan volgens de geldende wet- en regelgeving wel mag worden uitgevoerd. Ook daarmee is onduidelijk of het plan wel uitvoerbaar is.
Ad 23) Zoals hiervoor aangegeven, kan de gevraagde bestemmingsplanafwijking slechts getoetst worden op ruimtelijk relevante gronden. Kwalificaties van de ondernemers spelen daarin een zeer marginale rol. Dat neemt niet weg dat die kwalificaties wel onderwerp van overheidsbeleid zijn in het Sociaal Domein (het Gezinshuis is vanuit zorgkwaliteit gecontracteerd aan de gemeente) en vanuit die invalshoek -waar mogelijk- door ons worden gecontroleerd.
Belanghebbenden 24. In de ruimtelijke onderbouwing wordt in het geheel niet ingegaan op de positie van omwonenden/belanghebbenden.
Ad 24) Niet ontkend wordt dat het gezinshuis is gestart en na signalen door omwonenden via een bestemmingsplantoets is vastgesteld dat in de specifieke situatie van Gezinshuis De Glimlach in bepekte mate sprake is van strijd met de geldende woonbestemming. Daarna zijn er Dat tekent ook de aanpak van de initiatiefnemers, die eerst in strijd met het bestemmingsplan verschillende contacten geweest tussen omwonenden en medewerkers van Vergunningen, starten met de exploitatie van een jeugdinstelling en tot op heden geen enkele vorm van contact Veiligheid & Naleving en het Sociaal Domein. De gemeenteraad is gekend in de gezamenlijk hebben gezocht met omwonenden. Het tekent ook de opstelling van uw college doordat u door omwonenden aan dit bestuursorgaan gezonden brief. Het gezinshuis had zelf plannen om aanvankelijk, nadat om handhaving was verzocht, daar niet toe wilde overgaan. een inloopmoment voor de omwonenden te organiseren maar helaas heeft het gefaseerd strenger worden van de corona maatregelen roet in het eten gegooid. Wij hebben later Uit niets blijkt dat met de belangen van omwonenden rekening wordt gehouden. Er is geen aangeboden deze gemiste dialoog tussen partijen alsnog (online) te organiseren. De voorinspraak geweest, de plannen zijn nooit gepresenteerd, van een omgevingsdialoog is geen omwonenden hebben besloten af te zien van dat gesprek.
sprake geweest en aanvankelijk werd door de gemeente ontkend dat er sprake was van een vergunningplicht voor het project. Omwonenden zijn in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen in te dienen tegen de ter inzage liggende ontwerp-omgevingsvergunning. Een mogelijkheid die is benut. Omwonenden Vooropgesteld dient te worden dat cliënten geen bezwaar hebben tegen de opvang van enkele die om handhaving hebben verzocht en wiens verzoek is afgewezen vanwege een redelijk zicht
pleegkinderen in een huiselijke omgeving. Zij dragen dit zelfs een warm hart toe.
op legalisering door de ter inzage legging van de ontwerp-omgevingsvergunning zijn in de gelegenheid geweest daar rechtsmiddelen tegen in te brengen.
Echter, de komst van een jeugdzorginstelling zorgt voor veel onrust in de buurt. Het gaat om grotere aantallen kinderen, waarbij de samenstelling van de kinderen en jongvolwassenen steeds wisselt, met veelal complexe gedragsstoornissen, tot de leeftijd van 23 jaar. Volwassenen dus, die eronder begeleiding komen wonen. Tevens is er sprake van een dagbesteding. Op haar website zegt Gezinshuis De Glimlach daarover het volgende: uithuisgeplaatste kinderen en jongvolwassenen, professionele zorg, geen acceptatie van geweld, drugs of bedreiging (dit op voorhand benoemen geeft aan dat dergelijke risico’s blijkbaar kenmerkend zijn voor de doelgroep) en het stimuleren van contact/bezoek van ouders, broertjes, zusjes, oma's en opa’s voor zover dit veilig is (ook hieruit spreekt de complexe achtergrond van deze opvang). Daarbij dient nogmaals vermeld te worden dat cliënten met enige regelmaat een wiet-lucht ruiken die afkomstig is van het perceel. Cliënten vrezen dat er door de vestiging van de jeugdzorginstelling een ander woonklimaat zal ontstaan, mede door de veelal complexe gedragsproblemen van de doelgroep. Op basis van de ervaringen van het eerste halfjaar blijkt deze angst niet ongegrond.
De directe omgeving van de woning is verrommeld: kinderspeelgoed slingert rond, het zwembad (waar kleine kinderen buiten het zicht van verzorgers alleen spelen) ligt er smerig bij en er wordt nauwelijks onderhoud gepleegd aan het groen op het perceel. Op welke manier dit een veilige omgeving voor kwetsbare kinderen is, is hen dan ook een raadsel. In de ruimtelijke onderbouwing wordt op geen van deze aspecten ingegaan. Uw college geeft er ook overigens op geen enkele wijze blijk van dat u de belangen van omwonenden überhaupt heeft meegewogen. Uit geen enkel document, plan van aanpak of eventueel gedragslijn kan worden afgeleid wat de aanpak van de jeugdinstelling is op deze aspecten. 25. Daar komt nog bij dat cliënten de afgelopen jaren al geconfronteerd worden met een heel stel van maatregelen, zoals de aankoop van gronden door de provincie ten behoeve van wegaanleg en een fly-over, mogelijke uitbreiding van het bedrijventerrein. Waar hun perceel eerst was gelegen in een oase van rust, wordt van die rust steeds meer afgeknabbeld. Uw voorgenomen besluit geeft er geen blijk van dat op dit onderdeel een afweging is gemaakt.
Ad 25) De opgevoerde zaken vallen buiten de context van de aangevraagde projectafwijkng.
Toets aan wet- en regelgeving 26. Het is opvallend dat de ruimtelijke onderbouwing een erg summiere omschrijving bevat et betrekking tot de instelling en de activiteiten die worden ontplooid. Een belangrijke toets die in het kader van een projectbesluit als het onderhavige moet worden afgelegd is of de instelling voldoet aan de toepasselijke wet- en regelgeving. Hoofdstuk 4 van de Jeugdwet stelt aan een instelling als deze de nodige eisen ten aanzien van de kwaliteit. Onduidelijk is of aan alle wettelijke vereisten is voldaan. Daarbij vereist artikel 4.1.3 van de Jeugdwet een hulpverleningsplan of plan van aanpak. Aan de hand van dit plan zou een nadere toets kan inzicht worden verschaft in alle activiteiten en kan nader worden bepaald wat de effecten zijn op de omgeving. Zonder deze informatie is dat niet goed mogelijk.
Ad 26) De kwaliteitsvereisten voor een instelling en de zorg uit de Jeugdwet zijn geen onderwerp van ruimtelijke toetsing. Het gezinshuis en de gemeente zijn aan elkaar gecontracteerd. Het Sociaal Domein ziet vanuit die verbinding toe op de te leveren zorgkwaliteit.
Verklaring van geen bedenkingen ontbreekt 27. In het ontwerp-besluit geeft u aan dat er geen ‘verklaring van geen bedenkingen’ is vereist omdat de gemeenteraad bij besluit van 5 april 2011 heeft besloten dat geen ‘verklaring van geen bedenkingen’ is vereist voor zover het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is ten aanzien van een aanvraag om omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3e van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Daarmee wordt miskend dat categorieën niet op een zodanige wijze mogen geformuleerd dat aan de aanwijzing geen of nauwelijks nog onderscheidende betekenis meer valt toe te kennen. De aanwijzing van de gemeenteraad voldoet niet aan de daaraan uit een oogpunt van rechtszekerheid te stellen eisen en maakt daarmee de in artikel 6.5, eerste lid, van het Bor neergelegde hoofdregel zinledig. Op 27 augustus 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3207) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de afdeling) geoordeeld dat een besluit van de gemeenteraad dat bepaalt dat een verklaring van geen bedenkingen nooit is vereist, wegens strijd met artikel 6.5, derde lid van het Bor, onverbindend is.
Ook het formuleren van de categorieën op zodanige wijze dat het college de vrije hand wordt gelaten om de gemeenteraad al dan niet om een verklaring van geen bedenkingen te vragen, is wegen strijd met de rechtszekerheid onverbindend. Dat is ook logisch omdat het primaat van een goede ruimtelijke ordening bij de gemeenteraad ligt en deze wordt vastgelegd middels het bestemmingsplan. Het wijzigen van die bestemming naar een geheel nieuwe bestemming behoort dan ook met instemming van de gemeenteraad te gebeuren. Het besluit van de gemeenteraad van 5 april 2011 stelt kortweg dat in alle gevallen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen wettelijk gezien vereist is, er een categorievrijstelling geldt ten aanzien van de verklaring van geen bedenkingen. Een dergelijke situatie is in strijd met het wettelijke uitgangspunt en hetgeen de Afdeling heeft bepaald. Het vorenstaande betekent dat het besluit van de gemeenteraad van 5 april 2011 onverbindend is en dat uw college geen besluit kan nemen dan nadat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Uw college is thans niet bevoegd het beoogde besluit te nemen.
Ad 27) Het besluit van de gemeenteraad d.d. 5 april 2011 is naar de op dat moment bestaande inzichten en beleidsruimte rechtmatig verleend. Art. 6.5 Bor bevat ook geen voorwaarden waaraan een aanwijzing van categorieën van gevallen moet voldoen, zodat de gemeenteraad daarin veel beleidsvrijheid toekomt. Onderkend wordt dat tussentijdse jurisprudentie die -zij het casuïstisch- dusdanig twijfel wekt over de verbindendheid van het in 2011 genomen raadsbesluit dat ten behoeve van het voorliggende project de gemeenteraad om een verklaring van geen bedenkingen wordt gevraagd alvorens definitief op de omgevingsvergunningaanvraag wordt beschikt.