RN 028 Bijlage 4 Nota van beantwoording formele reacties gewijzigde GR MRE 2024
Tekst van het document
De formulering is overgenomen van de ‘Handreiking informatie- en archiefbeheer bij de uitbesteding van taken aan samenwerkingsverbanden', zoals ook verzocht is in verschillende reacties.
Uittreding Het Algemeen Bestuur heeft op 20 december 2023 besloten op basis van de ontvangen reacties geen wijzigingen door te voeren. In de voorgestelde wijzigingen is al opgenomen dat het Algemeen Bestuur kan afwijken. Hierbij kan ook rekenschap worden gegeven van de jurisprudentie. Er wordt een concrete uittreedregeling voorgesteld, die 21
We stellen dan ook voor om deze in te steken zoals deze is opgenomen bij de GR Veiligheidsregio en GGD. Dit betekent respectievelijk 100%-66%-33% van de bijdrage in de jaren 1 tot en met 3 en vanaf jaar 4 0%. Uittreding [Someren] Wij merken op dat de in conceptbepaling 47 voorgestelde uittreedregeling ons zorgen baart. Onwenselijk is dat bij uittreding de uittredende partij niet deelt in enig opgebouwd vermogen, maar wél deelt in mogelijk verlies. Het ontbreken van details over de uittreedvoorwaarden leidt er verder toe dat deze bepaling niet (goed) op zijn merites beoordeeld kan worden. Het heeft er in elk geval alle schijn van dat deze bepaling een eventuele uittreding bijzonder onaantrekkelijk maakt. Dat is dan niet in lijn met de rechtspraak: uittredingskosten mogen geen boete op uittreding zijn. Ook al zijn wij niet voornemens uit de gemeenschappelijke regeling te treden, wij opteren wel voor een uittreedbepaling waarbij de uittreedkosten reëel en redelijk zijn. Immers, niemand weet wat de toekomst brengt. Uittreding [Eindhoven] Wij constateren dat de uittredingsregeling van de 4 grote GR’en op verschillende manieren is uitgewerkt. Dit verdient ons inziens nader onderzoek naar haalbaarheid, uitvoerbaarheid en harmonisatie tussen de 4 grote GR’en.
De GR dient conform de Wgr bepalingen te hebben omtrent de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding. Dit was al het geval voor GR’en die voor onbepaalde tijd zijn getroffen, maar deze verplichting geldt door de wetswijziging ook voor GR’en van bepaalde tijd. Daarnaast schrijft de wet voor waarover afspraken gemaakt moeten worden. Volgens de wetgever laat de praktijk zien dat veel problemen worden ervaren ten gevolge van de uittreding omdat in de GR vaak wordt volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het (algemeen) bestuur de uittreedvoorwaarden vaststelt. De nieuwe wetgeving is om die reden aangescherpt.
evenwichtig is voor de uittredende gemeente en voor de blijvende gemeenten. Een termijn van 5 jaar voor de afbouw van de bijdrage komt in Nederland binnen meer gemeenschappelijke regelingen voor. Wanneer een gemeente uittreedt, deelt deze gemeente niet in toekomstige verliezen in het algemeen. Wel deelt de uittredende of uitgetreden gemeente in eventuele verplichtingen (verliezen) vanuit de Attero naheffing voor onderlevering van afval en verplichtingen vanuit de nazorg van Gulbergen. Deze 2 specifieke onderdelen zijn collectieve onderwerpen, waarvan de grondslag van een mogelijke verplichting al lang geleden is ontstaan. Inmiddels hebben alle gemeenten de naheffing voldaan en is de VvC ontbonden. Daarom zijn in de regeling en toelichting de bepalingen, die hierop betrekking hadden geschrapt. Het delen in opgebouwd vermogen is niet mogelijk. De algemene reserve dient ervoor om risico’s op te kunnen vangen. En de risico’s nemen voor de MRE niet af als een gemeente uittreedt. Naast de algemene reserve kent de MRE ook bestemmingsreserves. Hiervoor geldt dat de voorziene kosten, die met deze reserves worden gedekt, niet afnemen wanneer een gemeente uittreedt. Dit maakt dat uit deze reserves geen betaling kan worden gedaan aan een uittredende gemeente. De uittreedregeling van de MRE is inderdaad anders dan die van de andere 3 regiobrede gemeenschappelijke regelingen.
Dit is ook nodig, omdat het karakter van de MRE anders is dan die van bijvoorbeeld de Veiligheidsregio. Als een gemeente uit de Veiligheidsregio of GGD treedt, moeten de wettelijke taken wel door blijven gaan. Het is dan logisch dat de uittredende gemeente materialen, middelen en mensen overneemt van de gemeenschappelijke regeling. Bijvoorbeeld kazernes en brandweerauto’s. Hiermee zijn de frictiekosten bij -in dit voorbeeld- de Veiligheidsregio beperkt. Als een gemeente uit de MRE treedt, kan niet 1/21 van de MRE worden overgedragen. Dit geeft hogere frictiekosten. En deze hogere frictiekosten komen voor rekening van de gemeenten, die blijven samenwerken in de MRE. Dan is een langere afbouwregeling (dan bij de Veiligheidsregio of GGD) legitiem. 22
In de GR moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeente(n), waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. In de voorgestelde wijzigingen van de GR’en is hier uitvoering aan gegeven, maar niet op een eenduidige manier. De voorwaarden waaronder uitgetreden kan worden, verschilt namelijk per GR. We vragen ons af ook of die voorstellen financieel haalbaar en uitvoerbaar zijn voor gemeenten en of er geen nadere harmonisatie van de voorwaarden op dit onderdeel tussen de GR’en kan plaatsvinden.
Evaluatie
49
Wij doen hierbij dan ook een oproep om, conform de wijze waarop de kaders voor P&C instrumenten en reservevorming eenduidig voor de 4 GR’en zijn vastgesteld, tot een voor de 4 grote GR’en eenduidige uittredingsregeling te komen en de hiervoor genoemde financiële aspecten van haalbaarheid en uitvoerbaarheid hierin mee te nemen. Artikel 48, lid 1 Evaluatie [Veldhoven] De evaluatie van de regeling wordt gekoppeld aan het samenwerkingsakkoord / de regionale agenda. Dit begrijpen wij. Daarmee komt het moment van evalueren uit op het einde van een bestuursperiode en aan het begin van een nieuwe bestuursperiode. Wij vragen u dit moment te verleggen en de evaluatie in het midden van de bestuursperiode te houden. Evaluatie [Valkenswaard] Naar onze mening wordt onvoldoende invulling gegeven aan de verplicht op te nemen evaluatiebepaling. Het houden van een evaluatie is bij uitstek een middel om de grip van de gemeenteraden op gemeenschappelijke regelingen te verhogen en hiermee de democratische legitimatie van deze regelingen te versterken. Door het primaat voor het houden van een evaluatie bij het Algemeen Bestuur te beleggen of in zijn geheel niet toe te passen wordt er suboptimaal gebruik gemaakt van de instrumenten die de Wet gemeenschappelijke regelingen ons biedt. We hadden graag gezien dat er een periodieke evaluatie voorgesteld zou worden, zodat betrokken gemeenteraden een
Een ander verschil met de andere regiobrede regelingen is dat de MRE een Stimuleringsfonds kent. En het deel daarvoor in de inwonerbijdrage vervalt vanaf het eerste jaar van uittreden. Om te borgen dat uitreding niet onredelijk verloopt voor zowel de uittredende als de blijvende gemeente(n), kan het Algemeen Bestuur afwijken van deze bepaling.
Evaluatie Het Algemeen Bestuur heeft op 20 december 223 besloten op basis van de ontvangen reacties geen wijzigingen door te voeren. In de concept-regeling is opgenomen dat het samenwerkingsakkoord fungeert als een vorm van evaluatie. Zowel een evaluatie als het opstellen van het samenwerkingsakkoord zijn intensieve processen. Wanneer deze gesplitst worden zal dit substantieel veel tijd vergen van de MRE, gemeentebesturen en ambtenaren. Dit pleit ervoor om de evaluatie niet in het midden van een bestuursperiode te houden. Daarnaast geeft het moment van het begin van een bestuursperiode (periodiek) de mogelijkheid om gedurende 3 tot 4 jaar de kracht van de samenwerking optimaal te benutten en resultaten voor de regio te bereiken.
23
helder, accuraat en actueel beeld hebben van hetgeen zich afspeelt binnen de regeling. Wijziging of opheffing 50 HOOFDSTUK 15 GESCHILLENBESLECHTING Geschillen 51 Klachten 52 Inwerkingtreding 53 Citeertitel 53 TOELICHTING Toelichting [Geldrop-Mierlo] Tot slot verwachten wij dat het toevoegen van een toelichting aan de regeling zal helpen bij toepassing van de regeling. Het bevordert een eenduidige interpretatie en daarmee de transparantie. Ons verzoek is daarom om deze toe te voegen.
Toelichting Een algemene en artikelgewijze toelichting zijn onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling. Er is voor gekozen de toelichting aan te passen, nadat de reacties op de gewijzigde tekst van de Gemeenschappelijke Regeling zijn ontvangen.
Uitvoering GR [Heeze-Leende] Als raad benadrukken we, dat het belangrijk is de aanpassingen niet alleen vast te leggen in de nieuwe gemeenschappelijke regeling, maar deze ook uit te voeren. Zo kan recht gedaan worden aan de zorgen, die de raadsleden hebben en wordt de democratische legitimiteit van het regionale samenwerkingsverband versterkt. Uitvoering GR [Valkenswaard] Middels deze zienswijze willen wij als raad benadrukken dat het belangrijk is de aanpassingen niet alleen vast te leggen in de nieuwe gemeenschappelijke regeling, maar deze ook zo uit te voeren. Zo kan recht gedaan worden aan de zorgen die raadsleden hebben en wordt de democratische legitimiteit van het regionale samenwerkingsverband versterkt. Wisselwerking [Heeze-Leende] Wij blijven aandacht vragen voor een goede wisselwerking tussen de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie en het samenwerkingsverband. Wisselwerking [Valkenswaard] Tot slot blijven wij aandacht vragen voor een goede wisselwerking tussen de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie en het samenwerkingsverband.
Uitvoering Gemeenschappelijke Regeling MRE heeft het adagium afspraak is afspraak hoog in het vaandel.
OVERIG
Wisselwerking MRE is ook gebaat bij een goede wisselwerking en zet zich hiervoor vanzelfsprekend in. Ook de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie kunnen hieraan bijdragen en hebben hierbij een eigen rol en verantwoordelijkheid.
24
Reglement van orde vergaderingen algemeen bestuur Termijn verzending agenda’s en vergaderstukken Algemeen Bestuur [Deurne] In de gemeenschappelijke regeling is in artikel 10 de bepaling opgenomen dat het Algemeen Bestuur voor zijn vergadering een reglement van orde vaststellen. In het Reglement van orde vergaderingen Algemeen Bestuur Metropoolregio Eindhoven 2022 zijn bepalingen opgenomen aangaande de termijnen waarop agenda’s en vergaderstukken moeten worden toegezonden. Die termijn is nu bepaald op ten minste 10 dagen voor de vergadering. Naast het feit dat deze periode op zich al krap is, constateren we in de afgelopen periode dat geregeld sprake is van nazendingen van belangrijke voorstellen waardoor een integrale ambtelijke advisering onder druk komt te staan en daarmee de positie van de colleges wordt verzwakt. Ons voorstel is deze termijn te verruimen naar 21 dagen. Wij verzoeken u daarom om gelijktijdig met de gemeenschappelijke regeling het Reglement van orde vergaderingen Algemeen Bestuur aan te passen.
Termijn verzending agenda’s en vergaderstukken Algemeen Bestuur In het Reglement van orde vergaderingen Algemeen Bestuur is opgenomen dat de agenda met bijbehorende stukken ten minste 10 (werk)dagen voor de vergadering aan de leden worden verzonden. In de praktijk is ingepland, dat deze vergaderstukken ongeveer een maand van te voren door het Dagelijks Bestuur worden besproken. De agenda wordt in principe direct daarna verzonden. Ook het MRE vindt het belangrijk dat de te bespreken stukken tijdig aan de leden worden toegestuurd, zodat ook de gemeenten voldoende tijd hebben voor een goede voorbereiding. Soms vragen voorstellen echter meer voorbereidingstijd, waardoor bespreking in het Dagelijks Bestuur later dan gepland plaatsvindt. Verruimen van de verzendtermijn maakt de werkruimte voor MRE onnodig star. Flexibiliteit is gewenst. De inzet blijft de stukken tijdig te versturen en nazendingen zoveel mogelijk te beperken.
Reglement van orde vergaderingen dagelijks bestuur Termijn verzending agenda’s en vergaderstukken dagelijks bestuur [Deurne] Eenzelfde knelpunt doet zich voor bij de aanlevering van stukken voor vergaderingen van het dagelijks bestuur. Daar ontbreekt op dit moment zelfs een reglement van orde, hoewel de regeling wel die mogelijkheid biedt. Wij stellen voor een dergelijke bepaling ook voor de werkwijze van het dagelijks bestuur op te nemen.
Termijn verzending agenda’s en vergaderstukken dagelijks bestuur Het MRE kent geen reglement van orde vergaderingen Dagelijks Bestuur. Hieraan is niet eerder behoefte aan geweest of naar gevraagd. Verruimen van de huidige verzendtermijn maakt de werkruimte voor MRE onnodig star. Flexibiliteit is gewenst. De inzet blijft de stukken tijdig te versturen en nazendingen zoveel mogelijk te beperken.
25
Dit punt zal ter overweging worden voorgelegd aan de nieuwe secretaris-directeur MRE (indiensttreding 1 maart 2024). ###
26