CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 009 Nota van Zienswijzen

Gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Woonvisie: dit voorstel is niet behandeld, maar doorgeschoven naar de raadsvergadering van 12 maart 20243.730 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Zienswijzen op Concept-Woonvisie gemeente Helmond Ter inzage: vanaf 28 augustus tot en met 6 oktober 2023 is het voor iedereen mogelijk om een zienswijze in te dienen. Er zijn 2 formele zienswijzen ontvangen, een schriftelijk (met een mondelinge toelichting) en een mondeling. Nr.

Datum

Indiener

Zienswijze

Reactie

1

14 september 2023 (mondeling)

Dhr. Van de Kam namens VB&T makelaars.

1a. Het is belangrijk om de corporaties in stelling te brengen en dit sterk te stimuleren. Zij zijn dé maatschappelijke partij voor de gemeente en kunnen zorgen voor meer sociale huur en idealiter ook meer middenhuur en sociale koop in Helmond. 1b. Door sociale huurwoningen te verkopen kunnen andere doelgroepen worden aangetrokken in een wijk.

We kunnen ons hierin vinden, dit is dan ook een van de kernpunten van de woonvisie.

1c. We moeten in Helmond focussen op twee doelgroepen. Ten eerste ouderen. Door hen te verleiden te verhuizen naar kleinere woonvormen, komen geschikte woningen vrij voor jongeren/gezinnen. Dat helpt hen in de woon carrière. Doorstroming is dus heel belangrijk. Er moet daarom een stimulans komen voor ouderen om naar een kleiner appartement te verhuizen. Denk qua passend aanbod voor ouderen niet alleen aan huurwoningen, maar juist ook aan koopwoningen. Zeker ouderen <75 jaar willen nog best wel kopen, en niet huren. Daar moet je passend aanbod voor toevoegen. 1d. Een tweede belangrijke doelgroep zijn jongeren. Het is van belang om het eigen woningbezit onder jongeren te stimuleren. Nu zien we een mismatch tussen inkomens en aanbod: voor jongeren is het heel moeilijk om een woning te kopen. Daarom zou maatschappelijk gebonden aanbod een oplossing kunnen zijn, met een rol voor de corporaties.

evt. aanpassing

Klopt, maar het is in eerste instantie nodig om hier zeer terughoudend mee om te gaan gezien de krapte in dit segment. Pas wanneer voldoende sociale huur is toegevoegd, ook op plekken waar nu nog weinig sociale huur is, ligt meer differentiatie voor de hand. Zie punt 5 van de samenvatting. Het belang van aantrekkelijk aanbod voor senioren en doorstroming voor zowel koop als huur onderschrijven we in deze woonvisie.

We zijn het hiermee eens. Maatschappelijk gebonden eigendom (bijv. Via constructies als Koopgarant of Slimmer Kopen) bij de corporaties juichen we toe. Dit heeft nadrukkelijk een plek gekregen in de woonvisie.

1e. We moeten terug in de m2 per woning. Dit is jarenlang tegengehouden in Helmond, waardoor we hier de boot hebben gemist. In Eindhoven zijn bijvoorbeeld wel kleine woningen gerealiseerd. Om dit recht te trekken moeten we meer kleinere woningen (50-60 m2) realiseren. Ook de corporaties hebben hier een rol in. Wil je kleine woningen realiseren, dan is het huursegment daar namelijk het meest geschikt voor. Beleggers stappen op dit moment niet snel in, vandaar de blik op de corporaties.

In de woonvisie geven we aan dat gezien de doelgroepen (betaalbaarheid) en de grotendeels binnenstedelijke locaties kleiner bouwen inderdaad voor de hand ligt (zie vernieuwende woonvormen).

1f. Er leven zorgen over BSD. Het aandeel gestapeld/grondgebonden is niet in verhouding en de parkeernorm is te laag. Gevaar bestaat dat je mensen aantrekt

Zeer recent heeft ons college gekozen voor een nieuwe koers.

1

2

19 september 2023 (schriftelijk). Mondelinge toelichting op 1 november 2023.

Dhr. Sievers, directeurbestuurder Woonpartners namens de directeurbestuurders van de overige in Helmond werkzame corporaties. Mondelinge toelichting op 1 november 2023 door dhr. Sievers, dhr. Beijnsberger (directeur-bestuurder Woonbedrijf) en dhr. Van Liebergen (Wocom).

die niet anders kunnen, in plaats van mensen die bewust kiezen voor wonen op deze manier. Het is een utopie. 1g. De gemeente moet regie nemen op wat ontwikkelaars bouwen en wat zij mogen/gaan vragen voor de woningen. Een zogenaamde volkshuisvestelijke toets met de boeken op tafel. 2a. Introductie We danken u voor de samenwerking en de nauwe betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Woonvisie 2040 Helmond. We ervaren deze manier van participeren als prettig en hebben het gevoel dat we samen werken aan een inclusieve stad Helmond.

In de woonvisie hebben we aangegeven meer regie te gaan nemen op betaalbaarheid, zodat de juiste segmenten op de goede locaties worden gebouwd. We hebben hier kennis van genomen en waarderen de inbreng van de corporaties bij de totstandkoming.

De volkshuisvestelijke uitdagingen die we lezen in de concept woonvisie zijn voor ons herkenbaar. In de prestatieafspraken hebben en maken we daarover al concrete afspraken met elkaar zoals het netto toevoegen van 2.000 sociale woningen tot en met 2030. Het benutten van de bestaande woningvoorraad door het inzetten van instrumenten om zo meer voordeuren te creëren. Ook leveren we een bijdrage aan de realisatie van nieuwbouwwoningen in de middenhuur en onderzoeken we de verkoop onder voorwaardemogelijkheden. Waarbij we allen streven naar voldoende beschikbare en betaalbare woningen in evenwichtige wijken. Bij het betaalbaar houden van de woningen behoort ook de duurzaamheidsopgave. Onze nieuwbouwwoningen leveren we gasloos op zoals overeengekomen in de intentieovereenkomst ‘Groen licht voor een aardgasvrij Helmond’ 2017. In de bestaande woningen richten we ons op het verminderen van de CO2-uitstoot met als einddoel uiterlijk CO2-neutraal in 2050. Dit doen we samen met u als gemeente door prestatieafspraken te maken en uitvoering te geven aan de opgave die voortkomt uit energietransitievisie. In onze samenwerking zetten we dagelijks stappen om de uitdagingen aan te gaan en waar te maken. Om de woonvisie meer kracht bij te zetten, willen we graag als de Helmondse corporaties onze bevindingen op de concept woonvisie met u delen.

Onze bevindingen lichten we op een aantal punten specifieker toe om duidelijk te maken dat het geen onwil is, maar dat we als corporaties ook gebonden zijn aan bijvoorbeeld wet- en regelgeving en financiële kaders. 2b. Algemeen. De concept woonvisie is goed en begrijpelijk leesbaar. Wat we merken tijdens het lezen is dat ambities en doelen meerdere keren aan de orde komen. Maar de kracht van de herhaling wordt soms teniet gedaan, omdat de lading anders is of kan zijn. Bijvoorbeeld door de woorden eisen en streven of ongedeelde en inclusieve stad wisselend toe te passen. We adviseren u de visie kort en bondig te houden om zo misinterpretatie te voorkomen.

In de visie wordt beschreven wat voor woonstad we als Helmond in 2040 willen zijn. Daarvoor zijn afgewogen keuzes noodzakelijk en zijn er meerdere knoppen om aan te draaien. Dit heeft geleid tot een uitgewerkte visie. Volgens ons kloppen de bedragen en omschrijvingen, maar we streven uiteraard naar een zo eenduidig mogelijke interpretatie. Juist daarom verwijzen we naar de jaarlijks te actualiseren regionale Begrippenlijst.

We hebben de tekst aangepast (prijzen van 2024), en gebruiken een term (huurtoeslaggrens) en zorgen voor een correcte link.

2

In de woonvisie worden termen als energieneutraal en levensloopbestendig genoemd. Voor de uitleg van de definities wordt veelal verwezen naar de ‘Regionale begrippenlijst Wonen’ die jaarlijks uitkomt. Over de bedoeling achter de definities ontstaat veelal spraakverwarring, terwijl de inhoud zeer bepalend is voor het product en de daarbij behorende investeringen. Het helpt ons om een nadere toelichting te krijgen op de termen om toekomstige misstanden te voorkomen. Dit geldt ook voor de bedragen die genoemd worden. Voor ons is het overzichtelijker wanneer u het prijspeil rechtstreeks koppelt aan de bedragen. De voetnoot kent nu geen directe link. En we zien dat de definities van sociale huur bij het duiden van de kernvoorraad en de inkomensgrenzen niet correct wordt toegepast. Herhaaldelijk wordt de DAEB-inkomensgrens of de liberalisatiegrens verward met de huurtoeslaggrens. 2c. Rol corporaties Eén van de uitdagingen is een goede balans te vinden in de betaalbare opgave ofwel de ‘gouden driehoek’ (sociale huur, middenhuur en sociale koop). Dit ondersteunen we. Immers onze taak is het zorgen voor betaalbare woningen voor huishoudens die daarin zelf niet kunnen voorzien. Alleen is het de vraag in welke mate wij als corporaties deze volkshuisvestelijke opgave alleen kunnen en willen dragen, ook in financiële en wettelijke (onder andere Woningwet) zin.

Tijdens het lezen van de woonvisie bekruipt ons het gevoel dat deze rol sterk wordt toegedicht aan de corporaties. De meerwaarde van de volkshuisvestelijke realisatie zit ons inziens meer in het bundelen van krachten en het loslaten van belangen. Uiteindelijk gaat het niet zozeer om wie het doet, maar wat we samen doen om te komen tot een inclusieve stad met ook voldoende woningen in de ‘gouden driehoek’. Zoals gezegd is het een kwestie van willen en kunnen. Iedere corporatie heeft binnen de volkshuisvestelijke opgave haar eigen doelen, ambities en financiële huishouding. Zo wil of kan niet iedere corporatie zich inzetten op de realisatie van middenhuur of het verkopen van woningen middels bijvoorbeeld het instrument Slimmer Kopen. In de woonvisie lezen we zeer specifieke maatregelen terug om de ambities en doelen te bereiken. Echter is het niet een vast gegeven dat dit voor (iedere) corporatie de gebaande weg is. Ons inziens worden daardoor verwachtingen geschept, die niet in alle opzichten haalbaar zijn.

Ter verduidelijking op de woonvisie, voor de toevoeging van nieuwe segmenten denken we voorlopig vooral aan het nieuw bouwen van deze segmenten (en niet aan het omzetten van bestaande sociale huur naar sociale koop of naar middenhuur – al is dat in de toekomst wel een optie als de markt minder krap is).

We hebben de nodige nuances aangebracht in de tekst.

Wij willen corporaties blijven uitdagen om ook in het sociale koopsegment en in de middenhuur te investeren (zoals nu ook al gebeurt in Helmond). We denken juist aan de corporaties, vanwege hun specifieke maatschappelijke betrokkenheid. Zodat woningen ook voor het middensegment behouden kunnen blijven. Dit uiteraard binnen de geldende juridische kaders – en zonder dat dit ten koste gaat van (investeringen in) sociale huurwoningen. We begrijpen dat de focus van de corporaties ligt bij de sociale huuropgave. Dat hierbij niet alle corporaties dezelfde rol hebben, is logisch. En ook dat hierbij de samenwerking met marktpartijen wordt gezocht, want we verwachten zeker niet dat de corporaties het middensegment huur en betaalbare koop volledig voor hun rekening nemen. We willen kijken wat wel mogelijk is, en hierover jaarlijks afspraken maken.

3

Een bijkomend feit is dat we als corporaties vooral inzetten op zoveel mogelijk behoud van de bestaande woningvoorraad om zo de beschikbaarheid niet verder onder druk te zetten. En graag woningen willen toevoegen aan de woningvoorraad om het woningtekort te laten slinken. Maar zoals we hebben aangegeven, maken we ons grote zorgen over de verhouding zachte en harde projecten. Deze zorg is er vandaag de dag nog. De stappen van plannen naar concrete realiseerbare woningbouwprojecten zijn nog steeds onvoldoende geborgd. Terwijl ‘grote’ ontwikkelingen zoals BSD, EHAD en Houtdonk van cruciaal belang zijn voor het behalen van de gewenste aantallen nieuwbouwwoningen. Daarbij hebben we u als gemeente hard nodig. We zouden het op prijs stellen wanneer in de woonvisie daar meer kracht aan wordt bijgezet. Vooral omdat het uitblijven van het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad niet alleen gevolgen heeft voor vandaag de dag, de krapte op de woningmarkt. De gevolgen voor de middellange termijn zijn problematischer. Als we het laten aankomen op een boeggolf aan nieuwbouwprojecten naar 2030 toe dan is de volkshuisvestelijke opgave financieel niet haalbaar. Niet uitgegeven middelen zijn namelijk niet automatisch beschikbaar op een later tijdstip. We hebben als corporaties per jaar een investeringsruimte ter beschikking die mede bepaald wordt door de financiële normen van het Aw/WSW.

Vandaar dat het voor ons zeer belangrijk is dat er een continuïteit is in de nieuwbouwopgave, zeker voor de eerstvolgende jaren. 2d. Geprefereerde combinatie tussen kwantiteit en kwaliteit In de woonvisie komen twee ambities sterk aan bod. De ambitie om de woningvoorraad uit te breiden met 15.500 woningen in de periode 2020 – 2040, waarvan 30% bestemd is voor sociale huurwoningen en 15% in de middenhuur. Waarbij we de kanttekening plaatsen dat het percentage van 30% zorgt voor een verlaging van het aandeel sociale woningvoorraad over geheel Helmond. In uw ambitieakkoord gaat u nog uit van een aandeel van 37,5%.

Continuïteit van de woningbouw en in het bijzonder in het betaalbare segment vinden we net als de corporaties van groot belang en dit heeft dan ook een plek in de woonvisie. Ook vinden hierover al gesprekken plaats en ontwikkelen we samen met de corporaties deze woningbouwgebieden.

Mondelinge toelichting op 1 november 2023: Corporaties onderschrijven de lijn van tenminste 30% sociale huur in de nieuwbouw. Dit betekent dat op termijn het aandeel sociale huur in de gehele woningvoorraad langzaam gaat afnemen. Dit kan ook, zonder dat dit tot krapte leidt door ook het aanbod in de andere segmenten van de gouden driehoek uit te breiden (middenhuur en betaalbare koop).

Dit vinden we voor Helmond te weinig en daarom willen we sturen op minimaal 30% sociale huur in de nieuwbouwplannen. Dit betekent in combinatie met de grote nieuwbouwproductie inderdaad wel dat verhoudingsgewijs het aandeel sociale huur langzaam afneemt. Door te sturen op 30% sociale huur krijgen we op termijn een meer evenwichtige woningvoorraad.

Tekst is hierop nog aangevuld.

In lijn met de Woondeal en mogelijk a.s. wetgeving: elke gemeente zet in op tweederde betaalbare woningen van de nieuwbouw. Gemeenten met veel sociale huur - zoals Helmond - moeten hierbinnen vooral het middensegment (huur en koop) versterken, met tenminste 40% van de nieuwbouwplannen. Voor de sociale huur volgt dan een aandeel van circa 27% in de nieuwbouw.

Dat kan ook, omdat we hiermee aansluiten op de gezamenlijk onderzochte woningbehoefte (onderzocht door ABF en STEC). En omdat we dit combineren met meer aanbod in andere betaalbare segmenten zoals de betaalbare koop en de

4

middenhuur (gouden driehoek), waardoor meer doorstroming op gang komt vanuit de sociale huur. Daarnaast gaan gemeenten in de regio met minder sociale huur dit segment versterken op basis van de Woondeal. En worden de huren in het middenhuursegment door de Rijksoverheid gereguleerd, waardoor dit voor een grotere doelgroep betaalbaar wordt. Ook wordt huurtoeslag voor huurders met een laag inkomen in het middenhuursegment mogelijk. In het Coalitieakkoord staat: ‘We vinden het belangrijk dat ook mensen met een kleinere portemonnee voldoende mogelijkheden hebben om te huren én om te kopen. Iedereen moet kansen krijgen! We gaan uit van een kernvoorraad van 37,5% sociale huur; in overleg met woningcorporaties bekijken we wat nodig is voor de toekomst en zo nodig wordt dit herzien.’ Met de woonvisie wordt dit in gezamenlijkheid herzien.

En er worden voorwaarden gesteld aan de nieuwbouwkwaliteit van de woningen zoals energieneutraal en levensloopbestendigheid. We waarderen de ambities die u als gemeente heeft. We realiseren ons dat daarin een essentiële rol is weggelegd voor ons als corporaties. Maar gelijktijdig constateren we dat de wenselijke opeenstapeling van kwaliteitseisen niet realistisch en financieel haalbaar is. Kwaliteitverhogende eisen gaan veelal gepaard met extra kosten. De investeringskosten van een woning nemen toe. Dat heeft enerzijds een nadelig effect op de betaalbaarheid. Anderzijds is duidelijk dat we de kwaliteitseisen financieel, absoluut in de huidige marktomstandigheden, niet kunnen dragen. Zeker ook in combinatie met de uitbreidingsopgave waarvoor de corporaties ook aan de lat staan. We kunnen immers het geld van onze huurders maar één keer uitgeven. Willen we onze gezamenlijke ambitie, het uitbreiden van de woningvoorraad, realiseren dan is het noodzakelijk om de kwaliteitsvoorwaarden (energieneutraal en levensloopbestendig) wat minder hard te stellen. We zetten ons als corporaties dan financieel minder vast. We houden daardoor voldoende middelen beschikbaar voor het realiseren van voldoende passende woningen

We begrijpen dat de duurzaamheidsambitie zeker ten aanzien van energieneutrale woningbouw hoog is. We willen hieraan vasthouden, met oog op de woonlasten en een zo duurzaam mogelijke woonomgeving. We begrijpen de aangebrachte nuances. Dit bezien we ook in het licht van de lijn van de rijksoverheid, die soortgelijke punten heeft. De ambities blijven onverkort van kracht, maar we willen een werkbare tussenstap inbouwen door in de stad de ambitie van energieneutrale woningbouw gezamenlijk uit te werken.

De tekst is hierop aangepast.

We willen er ook op wijzen dat hogere ontwikkelkosten door duurzaamheidseisen ook op andere manieren kunnen worden gemitigeerd. Zo bespreken we momenteel parkeernormen, en kunnen we indien aantoonbaar nodig voor sociale huur financieel bijdragen vanuit een speciaal fonds.

5

voor onze doelgroepen op basis van woonbehoefte, locatie en middelen. En de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Waarbij we voldoen aan de wet- en regelgeving, de Nationale Prestatieafspraken en de overeenkomsten c.q. afspraken die we met elkaar maken of hebben vastgelegd in onder meer de Woondeal Zuidoost Brabant en de prestatieafspraken. Zo streven we als corporaties naar een energieneutrale woning vanuit de geldende energietransitievisie. Zo hebben we de intentie om levensloopbestendige woningen te realiseren op basis van de visie Wonen, Welzijn en Zorg. Zo zijn we met elkaar in gesprek over het bouwconcept WoonST 2.0. In de stuurgroep van 7 september 2023 heeft Brink zelfs een door ons allen gedragen voorstel gedaan. En nu wordt dit overschaduwd door de woonvisie waarin u andere eisen stelt aan duurzaamheid dan we met elkaar bij WoonST 2.0 overeenkomen. Dat vinden we zeer opvallend.

Wanneer we spreken over levensloopbestendig dan doelen wij op gelijkvloerse woningen.

Mondelinge toelichting op 1 november 2023: Corporaties staan zonder meer achter de duurzaamheidsambities zoals gesteld in de Woonvisie, maar hebben hierbij een aantal nuances die zij graag over het voetlicht willen brengen. Op de eerste plaats is een gelijk speelveld van belang – zodat iedereen (en niet alleen corporaties) zich aan de duurzaamheidseisen houdt. En ook is het zaak -gezien de behoefte aan een vlotte nieuwbouw van meer sociale huurwoningen- in het ontwikkelproces geen ruis te krijgen over verschillende eisen, zoals energieneutraal, het nieuwe normaal en het Bouwbesluit. Hierin speelt mee dat woningbouw een lange doorlooptijd kent; strengere eisen kunnen niet van de een op de andere dag direct worden opgelegd. 2d. Overig De voorgaande bevindingen waren vooral gericht op hetgeen u in de concept woonvisie voorlegt. Graag willen we ook een aantal zaken aan de orde stellen, die we nu niet teruglezen in de woonvisie. a. De focus in de concept woonvisie ligt vooral op de kwantiteit en de kwaliteit van de woningen. Als corporaties streven we naar een thuis voor onze huurders. Thuis gaat in ons perspectief niet alleen over de kwaliteit van de woning. Ook de leefomgeving is bepalend voor het thuisgevoel. Waarbij het niet alleen gaat om de omgevingsbeleving. Ook voorzieningen zoals bijvoorbeeld scholen, sport, ontmoeten, zorg en infrastructuur zijn van essentieel belang.

In de woonvisie missen wij uw ambitie en doelen op dit gebied met name in de bestaande wijken. Vooral omdat in ‘sommige’ wijken de leefbaarheid meer en meer onder druk komt te staan. En nog eens versterkt wordt door de toevoeging van sociale nieuwbouw in wijken waar het aandeel sociaal al hoog is. Als corporaties zijn we dé aangewezen partner om samen met u hierover na te denken.

In de woonvisie hebben we doelbewust gekozen voor een visie gericht op de woningen. Het belang van de door de corporaties aangeven voorzieningen voor het thuis voelen onderschrijven we uiteraard. We gaan hier onder meer verder op in bij de Omgevingsvisie en in wijkontwikkelingsplannen.

We hebben het belang hiervan in de tekst aangegeven en er wordt doorverwezen naar andere stukken.

6

b. Uw ambitie als gemeente richt zich voornamelijk op de uitbreiding van de woningvoorraad en daarmee op de nieuwbouwopgave die voor ons ligt. Deze ambitie begrijpen we, alleen daardoor wordt de bestaande woningvoorraad ons inziens onderbelicht in uw visie. We willen graag samen met u hieraan meer gewicht geven in de woonvisie. Mede vanuit de thema’s: doorstroming, het benutten van de bestaande woningvoorraad en evenwichtige wijken. Ofwel het toevoegen van sociale woningen in wijken waar het aandeel sociaal niet of zeer beperkt vertegenwoordigd is. Immers de bestaande woningvoorraad biedt potentie. Plus de ontwikkeling in de bestaande woningvoorraad is van invloed op de programmering van de nieuwbouw. Juist dit samenspel biedt ons kansen en mogelijkheden voor een inclusieve stad. c. Bij de beleidskaders zien we dat de visie op Wonen, Welzijn en Zorg en het programma Wonen en Zorg voor ouderen als basis geldt voor de woonvisie. Maar het onderdeel Wonen en Zorg zien we niet expliciet terug in de visie zelf. Ook niet in relatie tot de leefbaarheid. Het huisvesten van mensen met een woon-zorgvraag heeft impact op de veerkracht in de wijken en vraagt een inspanning van de corporaties, zorginstellingen maar ook van u als gemeente. Gezien het tijdspad van de woonvisie en het belang van het onderwerp richting de toekomst verdient het ons inziens meer nadrukkelijke aandacht.

Dit punt onderschrijven we. We willen zeker ook de bestaande voorraad voldoende aandacht geven. Dit heeft ook een plek in de woonvisie. Ook doorstroming en spreiding hebben een prominente plek.

Een aantal pagina’s over de bestaande voorraad m.b.t. levensloopbestendigheid en duurzaamheid gaven we een andere titel om hier de nadruk meer op te leggen.

Hiervoor verwijzen we naar de Visie Wonen-ZorgWelzijn, omdat deze visie hierop een aanvulling vormt. Op pagina 22 en 43 van het concept zijn we hierop wel ingegaan; wij hebben hier nog enige passages toegevoegd naar aanleiding van de zienswijze.

Wij hebben dit in de tekst aangevuld op de betreffende pagina's (wonen en zorg en leefbaarheid en draagkracht)

d. In de woonvisie benoemd u specifieke doelgroepen. Aangezien u een specifiek beleid voert voor ‘Woonwagens en standplaatsen’ en ‘Arbeidsmigranten’ stellen we het op prijs wanneer u in de woonvisie ook bij het huisvesten deze doelgroepen stilstaat.

Ten aanzien van woonwagens en standplaatsen: wij willen dit samen met de corporaties nader uitwerken en dit zullen we in de tekst aanvullen. Ten aanzien van arbeidsmigranten: daar staan we uitgebreid bij stil in de woonvisie. Wel zullen we de links naar de betreffende stukken aanvullen.

De links naar het beleid voor arbeidsmigranten voegen we toe. Ten aanzien van woonwagens en standplaatsen geven we in de tekst aan dat we hierover op een later moment met onder meer de corporaties in gesprek gaan.

2e Tot slot Het uitdragen en het tot leven brengen van de woonvisie zien we als een plicht van ons allemaal. Vandaar dat we het belangrijk vinden dat we aan de voorkant voldoende draagvlak hebben voor de woonvisie. Waarbij we ons ervan bewust zijn dat we met de woonvisie alleen er nog niet zijn. Willen we de neergelegde verwachtingen met elkaar waar maken naar de inwoners van Helmond dan is het belangrijk om met elkaar op constructieve wijze invulling te geven aan de woonvisie op zowel strategisch, tactisch als operationeel niveau. Graag nodigen we u uit om samen met ons daartoe de eerste stappen te zetten door het vervolg op de woonvisie te agenderen.

Op deze uitnodiging gaan wij graag in en we zullen hiertoe na vaststelling het initiatief nemen.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13581155/1