CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 008 Bijlage 3 Nota van Antwoord ontwerp-Omgevingsvisie Helmond 2040

Gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Omgevingsvisie Helmond 20407.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Antwoord ontwerp-Omgevingsvisie Helmond 2040 27-11-2023

Deze Nota van Antwoord is onderdeel van de Omgevingsvisie Helmond 2040 en bevat de binnengekomen zienswijzen op de ontwerp-Omgevingsvisie en de omgevingseffectrapportage en de antwoorden hierop. De ontwerp-Omgevingsvisie en omgevingseffectrapportage hebben ter inzage gelegen van 28 augustus tot en met 6 oktober 2023. De zienswijzen van inwoners zijn geanonimiseerd.

1

Nr.

Wie

Zienswijze

1

Ws Aa en Maas

2

Ws De Dommel

3.1

Gemeente Deurne

De waterbelangen hebben een plek gekregen in de omgevingsvisie. Goed om te zien dat de lagenbenadering is gehanteerd als basis. Het advies is om bij de verdere uitwerking gebruik te maken van de Klimaatonderlegger Brabant, de Signaleringskaart en Landelijke Maatlat voor klimaatadaptief bouwen. Het waterschap wordt graag betrokken bij de verdere uitwerking in omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Het waterschap is tevreden over de betrokkenheid bij de totstandkoming en verheugd dat water, bodem en klimaatadaptatie een nadrukkelijke plek hebben gekregen. Het waterschap ziet uit naar de verdere samenwerking voor een klimaatbestendig en leefbaar Helmond. Sluit zich verder aan bij standpuntbepaling van Aa en Maas. De ontwerp-Omgevingsvisie Helmond 2040 sluit in grote lijnen aan bij de ambities zoals onder andere neergelegd in de richtinggevende keuzes uit de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Ook de in het verleden door Helmond en Deurne gezamenlijke geformuleerde randvoorwaarden en ambities voor de Groene Peelvallei zijn doorvertaald (Structuurvisie Centrumgebied Groene Peelvallei vastgesteld in 2011). De intensieve recreatieve zone aan de zuidzijde van Berkendonk is overgenomen als zoekgebied voor intensieve leisure.

In lijn met de eerder gepubliceerde concept Mobiliteitsvisie Helmond 2040 wordt in de ontwerp-Omgevingsvisie Helmond 2040 ingezet op een autoluw centrum, waar autogebruik niet overal meer wordt gefaciliteerd. De opgave voor de Kasteeltraverse gaat voorbij aan het gegeven dat deze keuze vraagt om een alternatief dat zorgt voor een vlotte verkeersafwikkeling en bereikbaarheid van zowel Helmond als de regio. De zienswijze van 25 mei 2023 op de mobiliteitsvisie dient, omdat de ambitielijn uit de Mobiliteitsvisie overeenkomt met de ambitie zoals in de Omgevingsvisie verwoord binnen ‘De verbonden stad’, als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Op 9 juni 2023 heeft uw college van burgemeester en wethouders gereageerd op de zienswijze op de Mobiliteitsvisie Helmond. Mede naar aanleiding daarvan is door u aangegeven dat in regioverband het gesprek over de ambities en keuzes die in de Mobiliteitsvisie zijn gemaakt, gevoerd gaat worden. Wij rekenen op constructieve gesprekken met uitkomsten waar eenieder zich in herkent en waarmee we zorgdragen voor een bereikbare en leefbare regio. De uitkomsten zullen naar verwachting vragen om een bijstelling van de

3.2

2

Voorstel beantwoording en verwerking in Omgevingsvisie Geen aanleiding tot wijzigingen in de omgevingsvisie. De samenwerkingsafspraken worden vormgegeven.

Geen aanleiding tot wijzigingen in de omgevingsvisie. De samenwerkingsafspraken worden vormgegeven.

Geen aanleiding tot wijzigingen in de omgevingsvisie.

Helmond beoogt de leefbaarheid in het centrum te verbeteren en de stad voor te bereiden op de schaalsprong. Dit is een van de belangrijkste ambities en tevens een grote opgave. Een centraal spoor daarin is het afbouwen van het autoverkeer op de Kasteeltraverse. Om het autoverkeer op de Kasteeltraverse stapsgewijs af te kunnen bouwen is een robuust flankerend maatregelenpakket randvoorwaardelijk. Uitgangspunt daarbij is dat de overlast niet naar elders wordt verplaatst. Wij hebben in het kader van de gesprekken over de Mobiliteitsvisie voorgesteld om het flankerend maatregelenpakket uit te werken in een transitieagenda. Wij zullen deze transitieagenda samen met de regio verder vormgeven.

4.1

4.2

Gemeente Laarbeek

Mobiliteitsvisie Helmond 2040 alsmede de Omgevingsvisie Helmond 2040. Wij vragen u hierop toe te zien en te komen tot gedragen en eenduidige beleidsvisies. Juicht vanuit de gezamenlijke Ontwikkelstrategie de inzet op ketenmobiliteit en overstappunten toe. Goede OV verbindingen van en naar Helmond, inclusief hubs en transferia, zijn ook voor inwoners van Laarbeek van toenemend belang Er wordt onvoldoende aandacht geschonken aan de regionale context van de Helmondse keuzes op het punt van automobiliteit. Mist gezamenlijkheid in de Helmondse benaderingswijze. In de omgevingsvisie wordt teruggegrepen op het oude voorkeurstracé voor de N279. Daarmee lijkt Helmond voor te sorteren op de uitkomsten van de Brede BelangenBenadering die in regionaal verband is afgesproken.

4.3

Op p. 73 en in het voorkeursalternatief staat een ‘inprikker vanuit robuuste randen’ getekend tussen Helmond en Aarle-Rixtel. De robuuste rand is de N279 zelf (niet Aarle-Rixtel of de N615). Het is voor ons onacceptabel als verkeer van Helmond wordt gestuurd om ‘in te prikken’ op de robuuste rand (N279) door de bebouwde kom van Aarle-Rixtel én de bebouwde kom van Beek en Donk heen. Ons inziens bevindt de inprikker naar de robuuste rand N279 voor Helmond zich in Helmond, namelijk aan de oostzijde van de stad.

4.4

Laarbeek maakt zich zorgen over de impact van nieuwe Helmondse verkeersplannen op het regionale wegennet (zie ook een eerder brief van de Peelgemeenten op de mobiliteitsvisie). De wens tot ontlasting van het centrum mag niet leiden tot een waterbedeffect naar omliggende gemeenten. Laarbeek vertrouwt op de toezegging dat deze opgaven in gezamenlijkheid worden geadresseerd en dat we in regionale bereikbaarheidsoverleggen tot afspraken kunnen komen om de vraagstukken die in deze omgevingsvisie onvoldoende beantwoord worden, alsnog effectief aan te pakken. Laarbeek heeft de keuze gemaakt om géén zonneparken toe te staan in het authentiek en historisch landschap ten zuiden van de kern Aarle-Rixtel. In de ontwerp-omgevingsvisie van Helmond daarentegen, is de keuze gemaakt om in het ‘cultuurhistorisch aandachtsgebied’ ten zuidoosten van natuurgebied Molenheide, wél zonnevelden kleiner dan 20 hectare toe te staan. Dit gebied grenst zowel aan een natuurgebied (Molenheide) als aan het voornoemd historisch landschap. Wij

4.5

3

Geen wijzigingen in de omgevingsvisie Geen wijzigingen in de omgevingsvisie

In de omgevingsvisie is het tracé aangegeven conform het laatste standpunt van de Helmondse raad. In het provinciale project N279 wordt (opnieuw) bekeken welke opties het beste invulling geven aan ons belang met betrekking tot het waarborgen van de leefbaarheid in de aangrenzende wijken. Als dit leidt tot nieuwe inzichten, dan kan hierover een nieuw raadsbesluit genomen worden. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. Bij voorkeur takt een stedelijke inprikker rechtstreeks aan op een robuuste rand. Voor de noordelijke inprikker is dat niet het geval, maar we zien dat deze route wel als zodanig wordt gebruikt. Dit gebruik heeft zowel in Helmond als Laarbeek consequenties. Voorstel is om samen met de regio te kijken hoe deze situatie te verbeteren is. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie Zie hiervoor ook onze eerder reactie bij de gemeente Deurne. Wij gaan met de regio het gesprek aan over de transitieagenda voor de Kasteeltraverse.

Zie ook zienswijze Stichting Geloof, Hoop en Liefde. De opgave voor Helmond om klimaatneutraal te worden is groot. Naast zon op dak hebben we ook zon op maaiveld nodig. Elk initiatief wordt beoordeeld op landschappelijke inpasbaarheid. Indien nodig betrekken we daarbij ook onze buurgemeenten.

4.6

vinden dit geen passende combinatie van functies en vragen u met klem uw omgevingsvisie op dit punt aan te passen. Verzoek om het zoekgebied aan de rand van de Goorloop langs het kanaal, aan de grens van Laarbeek te laten vervallen. Dit zoekgebied is vanuit landschappelijk oogpunt een hoogst onwenselijke locatie; het sluit niet aan op de gebiedsvisie voor Aarle-Rixtel zuidoost die eerder ook ambtelijk met Helmond is besproken.

4.7

Geeft in overweging om de definitie van een ‘klein’ zonneveld (maximaal 20 hectare) aan te passen. Vanuit een zorgvuldige, landschappelijke inpassing bezien, kan deze maat onmogelijk als een kleinschalig zonneveld worden aangemerkt.

4.8

Ambities voor meer natuur, beekherstel en recreatieve verbindingen sluiten aan Laarbeekse wensen. Zij passen ook bij de gezamenlijke gebiedsontwikkeling van ’t Gulden Land. Op de ‘visiekaart bescherming’ is aan de noordwestzijde van Helmond een ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ aangeduid. Ook dit sluit geografisch en functioneel naadloos aan op het ‘historisch landschap’ ten zuiden van de kern Aarle-Rixtel, zoals aangewezen in de december 2021 vastgestelde Laarbeekse Omgevingsvisie Buitengebied. Dit geldt ook voor de gemeentegrensoverschrijdende regionale waterbergingsopgave. Op het punt van waterrecreatie blijft uw visie dat het steviger benutten van de Helmondse kanalen voor waterrecreatie kansen biedt voor het verhogen van de aantrekkelijkheid van Helmond. Vooralsnog ontbreekt in uw visie een concrete uitwerking ervan. Wij vertrouwen erop dat eventuele concrete voorstellen in dit kader aan de bestuurlijke tafel van ’t Gulden Land zullen worden voorgelegd. Helmond streeft naar 70% betaalbare woningen en verwacht tegelijkertijd dat het aandeel sociale huurwoningen, nu 37%, daalt in de toekomst. In een tijd waarin de woningnood hoog is, en de druk vanuit het Stedelijk Gebied Eindhoven op de perifere gemeenten binnen onze Brainport nog altijd toeneemt, is het bouwen van voldoende betaalbare woningen voor Laarbeek een topprioriteit. Om een

4.9

4.10

4

Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. In de huidige situatie ligt dit gebied tegen een kassencomplex/tuinbouwbedrijf op het grondgebied van Laarbeek en lijkt daarom niet bij voorbaat te conflicteren (onder voorbehoud van de vereiste landschappelijke inpassing). Als Laarbeek en Helmond in het kader van de ontwikkeling van dit gebied gezamenlijk tot een andere conclusie komen, kan deze aanduiding geschrapt worden. In de RES zijn zoekgebieden opgenomen voor zonnevelden vanaf 20 hectare. Die liggen niet op het grondgebied van Helmond. Het beleid van de gemeente Helmond richt zich daarom op de categorie tot 20 hectare. De eisen met betrekking tot landschappelijk inpassing gelden altijd. We zullen de oppervlaktes in de tekst verduidelijken. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie.

Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. We zullen concrete voorstellen terugbrengen naar de bestuurlijke tafel van ’t Gulden Land.

We zetten volop in op betaalbaarheid zoals ook landelijk wordt voorgeschreven en we met de Rijksoverheid, provincie en regio hebben afgesproken in de Woondeal. De woningbouwprogrammering stemmen we regionaal af binnen het coördinatieteam van het Stedelijk Gebied Eindhoven.

waterbedeffect te voorkomen vraagt Laarbeek nadrukkelijk aandacht voor de woningbouwprogrammering in het segment sociale huur.

4.11

5.1

Novar

5.2

6

Cumela

Omgevingsvisie is richtinggevend en op hoofdlijnen. Behoudens de opmerkingen in de zienswijze is er veel overeenstemming op de beleidsuitgangspunten. Veel zal in programma’s verder uitgewerkt moeten worden, zeker op het mobiliteitsdossier. Laarbeek doet een oproep tot pro-actief gezamenlijk optrekken bij de uitwerkingen. Zoekt ruimte voor de ontwikkeling van een zonnepark bij Berkendonk, mede ter invulling van de energievraag voor de warmtekrachtcentrale van Ennatuurlijk (warmtepompen aquathermie). Novar verzoek handhaving van het afweegbaar gebied bij Berkendonk. Opnemen voorwaarde ten behoeve van zoekgebied intensieve leisure dat recreatie (in welke vorm ook) enkel in combinatie met duurzame opwek kan worden gerealiseerd.

Cumela Nederland is de brancheorganisatie van de ondernemers die met mensen en materieel als specialisten in de groen-, grond- en infrasector werken. Cumelabedrijven in Helmond zijn hoofdzakelijk actief in het buitengebied. Vraagt om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het

5

Op basis van aanstaande wetgeving moeten gemeenten inzetten op tweederde betaalbare woningen in de nieuwbouw. Bij gemeenten met veel sociale huur – zoals Helmond – moet tenminste 40% van de nieuwbouwplannen in het middensegment vallen. Voor de sociale huur volgt dan een aandeel van circa 27% in de nieuwbouwplanning. Dat vinden we voor Helmond echter te weinig. In de conceptwoonvisie blijven we de komende jaren sturen op minimaal 30% sociale huur in de nieuwbouwplannen. Dit onderwerp is verder uitgewerkt in de conceptwoonvisie Helmond. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. De oproep wordt onderschreven en zal ofwel in bestaande (regionale) overleggen vorm worden gegeven of via apart op te starten overleggen. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. Het gebied wordt gehandhaafd op de kaart. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie.

We onderschrijven de mogelijkheden voor het combineren van functies. Daarbij hanteren we wel de omgekeerde insteek: de realisatie van recreatie/leisure staat voorop, de mogelijkheden voor combi met zon moet zich hiernaar voegen. We zullen dit verduidelijken in de tekst van de omgevingsvisie. In algemene zin geldt dat de er in de omgevingsvisie ruimte geboden wordt voor ontwikkeling van (nieuwe) bedrijvigheid. Zeker op bestaande bedrijventerreinen, maar ook via uitbreiding van bedrijventerrein (m.n. Varenschut-Noord) en (onder voorwaarden) op (voormalige) agrarische

buitengebied mogelijk te maken. Cf. de ‘Ja, mits…….’, gedachte en de genoemde aspecten in deze visie c.q. bestemmingsplan (later: omgevingsplan) te betrekken.

7.1

Stichting Geloof, Hoop en Liefde

De Stichting is van mening dat er geen ruimte is voor zonnevelden op landgoed Croy, omdat dit niet past bij het historische karakter van het landschap. Het lijkt de Stichting daarom weinig zinvol de aanduiding te handhaven, omdat de Stichting hier eigenaar is. De St refereert aan de zonneladder, waarin het gebruik van landbouwgrond alleen toegestaan kan worden als uit onderzoek blijkt dat het nodig is om de energiedoelstelling te halen.

7.2

De stichting is van mening dat het Landgoed Croy niet geschikt is voor een intensief recreatief gebruik. Aanleg van meer paden zal leiden tot een intensiever gebruik en zal het karakter van het landgoed aantasten. Het uitbreiden van fietspaden, ruiterpaden en/of wandelpaden staat daarom bij de stichting niet op de agenda.

7.3

Er wordt aandacht gevraagd voor het historische karakter van de zandpaden (en semiverharde paden) die nog in het gebied aanwezig zijn. Handhaving van deze paden wordt vanuit cultuurhistorisch en ecologisch oogpunt van groot belang geacht.

7.4

Wij waarderen het voornemen van Helmond de natuur te behouden echter een duidelijke definitie van wat basiskwaliteit van natuur moet zijn, wordt node gemist om een inhoudelijke reactie hierop te geven. De stichting is bekend met de wens van de gemeente om de buitengebieden meer en meer te betrekken bij de inrichting van het zogenaamde “recreatiegroen” voor het toenemende aantal inwoners. Daarom het verzoek om bij de komende plannen

7.5

6

bedrijfslocaties in het buitengebied. In het buitengebied komt dat neer op maatwerk, waarbij uitgangspunt is dat een bedrijf naar aard en omvang moet passen in de omgeving. We voegen dit toe in de omgevingsvisie. Uit de Visie zonnevelden en zonnedaken is gebleken dat Helmond bij volledige toepassing van alle andere oppervlakken (cf. zonneladder) nog een forse restopgave over houdt. Het gebruik van zon op maaiveld is dus nodig om een bijdrage te leveren aan het realiseren van de energiedoelstelling. Bij de aanduiding ‘afweegbaar gebied’ heeft het criterium eigendom geen rol gespeeld. De aanduiding ‘afweegbaar’ betekent nadrukkelijk niet dat er een zonneveld moét komen. De eigenaar van de grond moet mee willen werken. Is dat niet het geval, dan kan er sowieso geen initiatief ontwikkeld worden. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. Kansen voor versterking van de recreatieve infrastructuur (extensief) nemen we mee in uitwerking van de landschapsvisie. Uiteindelijk zal op projectniveau met betrokken partijen bekeken woorden wat wenselijk en haalbaar is. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. We hebben oog voor de ecologische en cultuurhistorische waarde van zandpaden, en zullen dit als zodanig beschrijven in de landschapsvisie. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. De uitwerking van de basiskwaliteit natuur vindt plaats als onderdeel van de landschapsvisie.

De Stichting wordt betrokken bij het participatieproces voor de landschapsvisie. Ook zullen

de stichting tijdig uit te nodigen zodat hier gezamenlijk opgetrokken kan worden bij de ontwikkeling. 7.6

Op bladzijde 61 staat aangegeven dat: “In de omgeving van Helmond heeft waterschap Aa en Maas een aantal regionale waterbergingsgebieden ingericht.” Ons is niet bekend dat dergelijke gebieden al zijn ingericht. De gemeente heeft inmiddels per mail al bevestigd dat deze tekst onjuist is maar dat hiermee reserveringsgebieden worden bedoeld. De stichting vraagt om terughoudendheid in het aanwijzen van landbouwgronden voor deze reserveringsgebieden en deze gebieden met name te situeren in bestaande natuurgebieden. Het onttrekken van landbouwgrond aan haar functie dan wel het bemoeilijken van de agrarische exploitatie, zal het exploitatiemodel van de stichting aantasten en zal leiden tot waardevermindering van de gronden. Het aanwijzen van het gebied rondom de Eenselaar lijkt nu nogal prematuur aangezien er momenteel geen behoefte bestaat bij het waterschap aan dergelijke gebieden. Landbouw: De gemeente zoekt naar mogelijkheden voor verbrede landbouw, de productie van biobased materialen en een passende invulling voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen (VAB’s). Volgens de stichting is het actief bevorderen middels subsidie hèt instrument om bepaalde ontwikkelingen te stimuleren. Verkeer: Vraagt aandacht voor het sluipverkeer vanuit Stiphout over Rootakkers/Croylaan en de Jonker Karellaan. Het ontmoedigen hiervan zou de leefbaarheid en waarde van het gebied vergroten.

7.7

7.8

7.9

8

Inwoner

Verder het verzoek om bij de inrichting (verlichting) en de aanplanting (bomen, bermen) van de paden, lanen en wegen rekening te houden met het door de stichting gekoesterde beeld en gebruik van het waardevolle historische landschap. Heeft een zienswijze ingediend tegen een aanduiding ‘afweegbaar gebied’ tegenover hun woning. Redenen hiervoor zijn: landschappelijk bezwaarlijk, aantasting van uitzicht, past niet in functie als uitloopgebied en overgangszone naar het nabijgelegen natuurgebied. Zorg over betrokkenheid bij eventuele initiatieven en rechtsgelijkheid: wie bepaalt wat en wanneer? T.o.v. de eerdere kaart uit 2020 zijn er wijzigingen aangebracht. Dat zou ruimte moeten geven om ook hier een andere afweging te maken

7

wij de Stichting tijdig bij de start van de gebiedsplannen betrekken. Wijzigingen in de omgevingsvisie. Voor de volledigheid: er zijn aan de oostzijde van Helmond regionale waterbergingsgebieden ingericht (Diesdonk, Bakelse Beemden), maar niet bij landgoed Croy. Hier is inderdaad sprake van een ‘reserveringsgebied’ (wij passen dit aan in de legenda van de kaart). Dit gebied is niet aangewezen door de gemeente, maar door de provincie in haar interimOmgevingsverordening. De gemeente moet hier in de omgevingsvisie en bij het opstellen/wijzigen van het omgevingsplan in zoverre rekening mee houden, dat er geen functies worden toegestaan die het waterbergend vermogen van het gebied aantasten. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie.

Het schaalniveau van de omgevingsvisie leent zich niet goed voor het adressen van dit knelpunt. We zullen dit meenemen in de landschapsvisie. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. We nemen dit mee in de landschapsvisie. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. De opgave voor de energietransitie is groot. Helmond zal hier ook zijn bijdrage aan moeten leveren, onder andere door duurzame opwek van energie op maaiveld. Ons landschap zal hierdoor veranderen, maar deze transitie biedt ook mogelijkheden voor kwaliteitsverbeteringen. Eventuele initiatieven zullen dit moeten aantonen en hierop moeten investeren. Initiatieven voor realisatie van zonnevelden zijn altijd vergunningplichting en onze raad heeft hiervoor een participatieplicht opgenomen. Omgeving en

belanghebbenden moeten betrokken worden bij de ontwikkeling van een initiatief. De recente actualisatie van de kaart uit 2020 volgt op de evaluatie van het beleid in 2021/2022. 9

Inwoner

Het geplande tracé rond Dierdonk is in het PIP niet gebaseerd op argumenten, die stand houden bij de RvS, en er is geen nieuw onderzoek gedaan om de omleiding te kunnen beargumenteren. Het verzoek is het huidige tracé op te nemen in de visie en aan te geven op basis van welke ontwikkelingen er wellicht voor een ander tracé gekozen gaat worden. Als de omleiding op deze wijze toch in de visie wordt gehandhaafd, dan is er sprake van een politiek besluit.

10.1

VNO-NCW

Heldere visie, waarin de verschillende vraagstukken in samenhang worden beschreven. Kan zich hier in grote lijnen in vinden. Inzet op betaalbare woningen heeft steun Er lijkt soms sprake van tegenstrijdigheden. Voorbeeld: natuurinclusief, maar toch betaalbaar bouwen. Helderheid over financiering van bepaalde keuzes ontbreekt.

10.2 10.3

10.4

10.5

Mist samenhang in regionaal verband, met name met de Peelgemeenten. Omgevingsvisie is vooral geënt is op de ontwikkeling van de stad Helmond en heeft te weinig oog heeft voor de kansen die de regio biedt. Als stedelijke trekker van de regio, doet Helmond zich daarmee tekort. Als voorbeeld worden genoemd: openbaar vervoer en duurzaamheidsambities. Grootste punt van zorg is de ruimte voor bedrijven. Door binnenstedelijke transformatie en beperkte uitbreiding neemt de krapte verder toe. Helmond is aangewezen op ruimte elders en ‘leunt’ hiermee op ruimte die in de regio gevonden moet worden. Onduidelijk is hiermee hoe de gemeente haar ambitie wil bewerkstelligen om per woning ten minste een arbeidsplaats toe te voegen. Op dit punt roept VNO-NCW Helmond met klem op meer nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen

8

In de omgevingsvisie is het tracé aangegeven conform het laatste standpunt van de Helmondse raad. In het provinciale project N279 wordt (opnieuw) bekeken welke opties het beste invulling geven aan ons belang met betrekking tot het waarborgen van de leefbaarheid in de aangrenzende wijken. Als dit leidt tot nieuwe inzichten, dan kan hierover een nieuw raadsbesluit genomen worden. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. Geen wijzigingen Geen wijzigingen Dit wordt verder uitwerkt in (omgevings-) programma’s. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. In de praktijk is deze regionale samenhang er zeker en we zijn ons bewust van de onderlinge relaties en de kansen op regionaal niveau. In paragraaf 2.2. staat hierover al het e.e.a. beschreven We zullen dit nog verduidelijken. Wij zijn ons bewust van de grote uitdaging op het gebied van economie en arbeidsplaatsen. Uitbreiding van werklocaties zal nodig zijn, evenals het toekomstbestendig maken van de bestaande terreinen. Onze inspanning zijn er op gericht om Varenschut-noord in ontwikkeling te krijgen evenals het regionaal bedrijventerrein. We voorzien daarnaast dat scherpere keuzes nodig zijn in het type bedrijvigheid dat we willen vestigen. Het is niet alleen een kwestie van ‘meer’ maar ook ‘anders’. Juist in de binnenstedelijke transformatie

zoeken we naar toevoeging van economische functies en arbeidsplaatsen. We zullen dit aanscherpen in de omgevingsvisie. 10.6

De gemeente schetst een grosso modo realistisch beeld over waar zij naar toe wil met de regionale bereikbaarheid. Wat ons opvalt is dat de Omgevingsvisie hierin niet de lijn volgt van de Mobiliteitsvisie. VNO-NCW wijst het ‘knippen’ van de Kasteel Traverse zonder flankerend beleid ten stelligste af.

10.7

Het tegengaan van (milieu)hinder is goed, maar daarbij moet het middel het doel niet voorbij streven. Nota bene: zonder industrie, geen werkgelegenheid en zonder spoor of wegen, geen mobiliteit en bereikbaarheid. Met de nodige aanpassingen ligt er een volledige visie voor de gemeente Helmond. Benut de kansen in de regio en durf de verantwoordelijkheid te nemen als regionale trekker. Voor de circulaire economie is ruimte nodig, zeker in de periode dat deze zich nog naast de lineaire economie ontwikkeld. Het gaat zowel om fysieke ruimte als ‘milieuruimte’. Die ruimte lijkt in de omgevingsvisie niet aanwezig. Hoe gaat de gemeente hiermee om?

10.8

11.1

11.2

Den Ouden

Naast het BZOB wordt een natuurgebied ontwikkeld (de Groene Punt). Dit kan leiden tot beperkingen voor omliggende bedrijventerreinen.

9

De omgevingsvisie en mobiliteitsvisie beogen (uiteraard) hetzelfde doel. De uitgangspunten voor infrastructuur, waaronder die voor de Traverse, zijn hetzelfde, waarbij de mobiliteitsvisie is al wel verder invulling geeft op een aantal onderdelen. Voor de Kasteeltraverse wordt een transitieagenda opgesteld, van waaruit flankerende maatregelen worden ontwikkeld. Het ‘knippen’ van de Kasteeltraverse zonder flankerend beleid is zeker niet de intentie. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie

Geen wijzigingen in de omgevingsvisie

Wij richten ons in de eerste plaats op het circulair maken van de bedrijven en economische activiteiten die zich binnen onze gemeentegrenzen bevinden. Het uitgangspunt daarbij is dat er in principe geen (extra) milieubelasting op de woonomgeving plaatsvindt (m.n. geur en geluid). Dit kan zowel in fysieke zin als qua milieuruimte leiden tot een herschikking binnen een gebied. Het kan ook een aanjager zijn van innovatie in bedrijfsprocessen. We gaan dit onderwerp verder uitwerken in een omgevingsprogramma. We verduidelijken dit in de omgevingsvisie. Het is de ambitie van onze raad om in de Groene Punt natuur te ontwikkelen. De maatregelen hiervoor zijn inmiddels bijna afgerond. Het gebied maakt straks

12

IVN vogelwerkgroep De Zwaluw

De stad is het snelst groeiende biotoop voor vogels. Het IVN ziet graag dat natuurinclusief bouwen in de omgevingsvisie wordt opgenomen.

13.1

Provincie NBrabant

Complimenten voor de visie die voorligt. Helder document met integraal beschreven ambities die concreter worden uitgewerkt. Daarnaast fijn om betrokken te zijn geweest in het proces om te komen tot deze visie. Veel opgaven op regionaal en provinciaal schaalniveau zijn meegenomen in de omgevingsvisie en vertaald naar ambities voor Helmond. Link tussen omgevingsvisie en omgevingseffectrapportage (OER) Op enkele thema’s wordt geconstateerd dat de kans op hinder kan toenemen. In de omgevingsvisie wordt niet helder beschreven hoe hiermee omgegaan wordt. Graag aandacht hiervoor bij de verdere uitwerking in programma’s.

13.2

13.3

Aandacht voor interbestuurlijke samenwerking Lopende trajecten en samenwerkingen zijn niet overal benoemd. Advies is om deze een plek te geven in de visie. (Dit advies komt op meerdere plekken in de zienwijze terug, gerelateerd aan het onderwerp dat wordt behandeld).

13.4

Hoofdstuk 2 Advies is om te verwijzen naar de meest recente Woondeal Hoofdstuk 4 Het initiatief om bebouwingsconcentratie in het buitengebied vast te leggen wordt ondersteund. Helmond als duurzame stad Er is in de omgevingsvisie veel aandacht voor erfgoed, maar er wordt niet ingegaan

13.5

13.6

10

deel uit van het Natuurnetwerk (maar is geen Natura2000-gebied). Wij zullen bekijken in hoeverre deze functie leidt tot beperkingen voor bestaande en toekomstige bedrijventerreinen. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. Natuurinclusief bouwen is al opgenomen in de omgevingsvisie en wordt onder andere uitgewerkt in de basiskwaliteit natuur. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie Geen wijzigingen in de omgevingsvisie

De effecten van de beleidsambities zijn in de OER beschreven in termen van kansen en risico’s. Door het strategische karakter van de omgevingsvisie kunnen hier nog geen kwantitatieve waarden aan gekoppeld worden en is het lastig om hierop maatregelen te formuleren. We nemen dit mee in de uitwerking in programma’s. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie De omgevingsvisie beoogd een lange-termijn-visie met doelen en ambities voor bescherming en ontwikkeling van ons grondgebied te zijn. De governance en samenwerkingsverbanden om dit te realiseren kunnen in de loop der jaren veranderen. We zullen in hoofdstuk 7 een overzicht opnemen van de belangrijkste gremia op dit moment. Wordt aangepast. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie

Dit is een terechte constatering en een omissie in de OER. De archeologische waarden worden wel

om de afbreuk die de ontwikkelingen kunnen hebben op het archeologisch bodemarchief. In de OER worden archeologische waarden alleen meegenomen bij buitengebied en energie. Er wordt niet gemotiveerd waarom dit bij andere onderwerpen niet wordt meegenomen.

13.7

Advies is om archeologisch onderzoek voor alle ontwikkellocaties in een overkoepelend onderzoek onder regie van de gemeente te laten uitvoeren om versnippering te voorkomen. Bovendien kunnen hiermee kosten worden bespaard en tijdswinst worden geboekt.

13.8

Het begrip Circulaire economie is in de Omgevingsvisie vooral gerelateerd aan het thema afval. Dit is slechts één van de vier aangrijpingspunten voor circulariteit. Daarnaast draait het om de vermindering van het gebruik van grondstoffen, substitutie en levensduurverlenging. Advies is om het begrip circulaire economie in de omgevingsvisie breder te formuleren. Op de Ambitiekaart Helmond als duurzame stad – ontwikkelen wordt in het zuiden van de gemeente een gebied aangemerkt als nieuwe natuur. Het gaat om de taartpunt ter hoogte van de splitsing van de Zuid-Willemsvaart. We merken op dat dit gebied deels bestaat uit voormalige stortlocaties. Als deze informatie eerder niet bekend was, zou dit tot een andere uitkomst van de afweging voor dit gebied kunnen leiden. Helmond als vitale stad Er mist nog een schets van het huidige economische systeem, waaruit blijkt dat de

13.9

13.10

11

beschermd via onze archeologische beleidskaart uit 2017 die het hele Helmondse grondgebied omvat. Deze beleidskaart is een toetsingskader bij nieuwe ontwikkelingen. Bij vergunningaanvragen wordt de inschatting gemaakt of behoud in situ mogelijk is of dat er opgegraven moet worden. In de Erfgoedvisie en de uitwerking hiervan is opgenomen dat we het archeologiebeleid in 2024 gaan actualiseren. In de omgevingsvisie nemen we bij de gebiedsgerichte uitwerking mee dat archeologie een aandachtpunt is bij (gebieds)ontwikkelingen. De archeologische beleidskaart en het bijbehorend beleid is leidend voor de locaties waar bij ontwikkelingen archeologisch onderzoek nodig is. Reden om niet tot overkoepelend onderzoek over te gaan is dat de ontwikkellocaties niet gelijktijdig voor onderzoek toegankelijk zijn. We gaan alleen dan onderzoeken als bekend is dat de locatie geroerd wordt door de ontwikkeling. Als bevoegd gezag houden we de regie op de afzonderlijke ontwikkelingen. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. We passen dit aan in de omgevingsvisie.

Het is bekend dat dit gebied deels bestaat uit vuilstortlocaties. De mogelijkheden voor natuurontwikkeling en bijbehorende (beheer)maatregelen zijn hier op aangepast. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. Deze analyse is gedaan in de Economische visie 2030 (vastgesteld in jan 2022) en in de Foto van de Leefomgeving, die onderdeel is van de

genoemde investeringen nodig zijn. Advies is om dit mee te nemen in de verdere uitwerking.

omgevingseffectrapportage. Bij de verdere uitwerking wordt deze informatie meegenomen. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. Voor Helmond ligt de focus in de eerste plaats op het circulair maken van de bestaande economie binnen de aanwezige milieuruimte. Zie hiervoor ook ons antwoord op de zienswijze van Den Ouden. Voor de nog te ontwikkelen werklocaties moet de milieuruimte nog bepaald worden. Voor het regionaal bedrijventerrein zitten wij hiervoor ook met de provincie aan tafel.

13.11

Een omschakeling naar een meer circulaire economie vraagt ook om bedrijven met hogere milieucategorieën. In de paragraaf circulaire economie onder ambitie 2 geeft de gemeente aan het uitgangspunt te hanteren dat er geen overlast voor de omgeving mag ontstaan. Dit uitgangspunt heeft invloed op de keuzes die ten aanzien van werklocaties worden gemaakt. Het advies is om deze link duidelijker te leggen.

13.12

Omgevingsveiligheid De paragraaf over Omgevingsveiligheid richt zich met name op de risico's rondom het spoor. De overige bronnen met externe veiligheidsrisico's (risicovolle bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en door buisleidingen) worden niet benoemd. Deze thema’s kregen wel een plek in het “Programma externe veiligheid” dat door de gemeente Helmond is vastgesteld (9 juni 2022). Dit programma komt tegemoet aan de doelen op het gebied van omgevingsveiligheid die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie

Het klopt dat de paragraaf Omgevingsveiligheid vooral gericht is op de risico's rondom het spoor. Dit betekent niet dat de andere risicobronnen minder belangrijk zijn voor de gemeente Helmond. Dit blijk o.a. uit de omgevingseffectrapportage. We zullen dit aanpassen in de tekst van de omgevingsvisie. Het ‘programma externe veiligheid’ waarnaar u verwijst is niet door de gemeente Helmond vastgesteld. Het is in 2022 opgesteld door een student als onderdeel van een afstudeerproject. Helmond werkt op dit moment aan de vernieuwing van het externe veiligheidsbeleid.

13.13

Mobiliteitstransitie De mobiliteitstransitie kan meer verbonden worden met diverse andere opgaven zoals klimaat, energie, woningbouw, duurzaamheid en brede welvaart. De ruimte is, zeker in Helmond, schaars en daarom kunnen deze opgaven en mobiliteit(stransitie) niet los van elkaar bezien worden. Daarbij helpt het als mobiliteit veel meer als middel in plaats van een zelfstandig doel gezien wordt. Door hier niet alleen vanuit de gemeente, maar ook vanuit de regio naar te kijken kunnen waardevolle en ruimtebesparende verbindingen worden gemaakt. Er zijn structurele en mogelijk zelfs radicale aanpassingen nodig waaronder op het gebied van parkeren in het centrum, in bestaande en nieuwe woongebieden. Hierop kan en moet de gemeente sturend zijn. De ambitie om de parkeerbehoefte

Wij zijn het hiermee eens. Mobiliteitstransitie is geen doel op zich. Wij zullen dit verduidelijken in de tekst.

13.14

12

Dit staat inderdaad niet duidelijk in de omgevingsvisie. We passen dit in de tekst aan op basis

13.15

te beperken is niet opgenomen in de omgevingsvisie, terwijl dit de meest efficiënte manier is om de alternatieven aantrekkelijker te maken, te zorgen voor minder automobiliteit en daarmee ruimte te besparen. Openbaar vervoer en deelmobiliteit Het is belangrijk om voor het thema openbaar vervoer te schakelen met de provincie vanuit haar rol als OV-autoriteit. Er is een aantal zaken in deze visie verder geconcretiseerd waarbij een HOV-verbinding Eindhoven-Helmond door de provincie niet herkend wordt als een prioritaire opgave (anders dan wat er nu al is via de spoorverbinding op dit traject). Voor de provincie is de regionale uitwerking van toekomstbeeld OV 2040 leidend en hierin is deze verbinding niet naar voren gekomen. Eén van de uitlopers van de Brainportlijn loopt inderdaad wel naar Helmond maar dat loopt via de A67 en niet via het centrum van Eindhoven.

13.16

Deelmobiliteit wordt veel genoemd. Het aanbod van deelmobiliteit is erg afhankelijk van de potentie die deelmobiliteit-aanbieders zelf zien voor Helmond. Op dit moment is er nagenoeg geen deelmobiliteit in Helmond. Om de potentie van deelmobiliteit te kunnen benutten adviseren we om in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie aandacht te hebben voor de mogelijke oorzaken hiervan.

13.17

Ketenmobiliteit en hubs We onderschrijven de ambitie om in te zetten op de realisatie van hubs. In de Omgevingsvisie wordt deze ambitie nog niet concreet uitgewerkt, zo blijft nog onduidelijke welke hubs waar nodig zijn. We gaan ervanuit dat dit nader invulling krijgt in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie en zijn daar graag bij betrokken.

13

van de teksten zoals die opgenomen zijn in de mobiliteitsvisie. In de mobiliteitsvisie wordt een toekomstbeeld geschetst van de verkeersstructuur van Helmond en de regio, waarbij mobiliteitstransitie uitgangspunt is. Inschatting is dat daarin het OV alleen een substantiële rol kan spelen als het OV-netwerk in en rondom Helmond fors wordt uitgebreid. Het toekomstbeeld OV 2040 is daarvoor verre van toereikend. Reden om maatregelen op te nemen die niet in dat toekomstbeeld zijn opgenomen. Graag gaat Helmond het overleg aan om het OV-netwerk nog substantieel uit te breiden ten opzichte van het bestaande toekomstbeeld OV. In de omgevingsvisie worden een aantal teksten verduidelijkt. Wij nemen uw advies ter harte. We zijn van mening dat deelmobiliteit een belangrijke aanvulling kan zijn op OV en fiets als onderdeel van een totaalpakket aan mobiliteitsmiddelen om de gewenste transitie te bereiken. Bij de uitwerking van de mobiliteitsvisie zullen we rekening houden met de potentie van deelmobiliteit in de Helmondse situatie en aandacht hebben voor de succes- en faalfactoren van de verschillende vormen van deelmobiliteit die zich aandienen. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie Het klopt dat de mobiliteitshubs in de Omgevingsvisie nog niet concreet zijn opgenomen. In de Mobiliteitsvisie Helmond 20240 (als uitwerking van de Omgevingsvisie) is daar wel al meer richting aan gegeven.

De Mobiliteitsvisie zal op het onderdeel ‘hubs’ nader uitgewerkt worden, waar bij wij graag de Provincie en andere partners in de regio betrekken. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie.

N279 De uitspraak van de gemeenteraad over de omleiding Dierdonk is gebaseerd op de eerdere Provinciale Inpassingsplannen. We hopen en verwachten dat gemeente Helmond, in het kader van de Brede Belangen Benadering die nu gevolgd wordt, ook open staat voor andere ideeën en gedachten. Dit zodat niet al voorgesorteerd wordt op de uitkomsten vanuit het participatieproces naar voren kunnen komen.

13.18

Kaart Helmond als verbonden stad - Verzoek tot aanpassing van het ‘Voorkeurstracé robuuste rand N279’ (zie ook opmerking hierboven). - Er wordt niet duidelijk wat de gemeente bedoelt met ‘aanpassen kruispunt N279/N270’. De gestippelde pijlen lopen ver van de kruispunten af, en kunnen suggereren dat er sprake is van nieuwe infrastructuur. Dat is volgens ons (behoudens eventuele aanpassingen aan de aansluiting N279/N270), niet de bedoeling. - De Rembrandtlaan staat aangegeven als ‘inprikker vanuit de robuuste rand’ (in dit geval N279), maar dat dat dus nog wél gebaseerd is op bestaande robuuste N279 rand, en niet op de door Helmond aangegeven ‘voorkeurstracé’. Wat is de status van deze inprikker? - De A/N270 is in regionaal verband benoemd als de zogenaamde Bundelroute, die loopt tot aan het centrum van Helmond. Op de kaart staat deze echter in zijn geheel opgenomen als ‘inprikker’. Verzoek is dit aan te passen

In de omgevingsvisie is het tracé aangegeven conform het laatste standpunt van de Helmondse raad. In het provinciale project N279 wordt (opnieuw) bekeken welke opties het beste invulling geven aan ons belang met betrekking tot het waarborgen van de leefbaarheid in de aangrenzende wijken. Als dit leidt tot nieuwe inzichten, dan kan hierover een nieuw raadsbesluit genomen worden. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie. -

-

-

13.19

6.1 Centrum Klimaatadaptatie wordt in de tekst benoemd bij het stedelijk gebied

14

We passen de legendatekst aan naar ‘robuuste rand’. Het tracé blijft op de kaart staan. De aanpassing van de knoop N279/N270 is in samenspraak met de provincie en de gemeente Deurne toegevoegd aan de projectscope van het project N279. Doel is de knoop zodanig om te bouwen dat ze bijdraagt aan de afbuiging van doorgaand verkeer op de N270 buiten Helmond om. De aanduiding op de kaart is bedoeld om deze afbuiging te visualiseren, niet om een nieuw tracé te suggereren. We zullen dit verduidelijken in de legendatekst. We zullen de status van deze inprikker in de tekst verduidelijken. De stedelijke inprikkers vormen de belangrijkste verbindingen van en naar de stad. Aan de westzijde is dat de verbinding naar de A270. Het is bekend dat deze verbinding ook onderdeel uitmaakt van de regionaal benoemde bundelroutes, dit sluit elkaar niet uit.

Dit is een fout in de diagrammen. We zullen dit aanpassen.

(wateroverlast, hittestress), maar in de spindiagrammen wordt de beweging naar klimaatbestendigheid juist gesuggereerd in het buitengebied en minder in het stedelijk gebied. Terwijl in de tekst bij het spindiagram bij het buitengebied niets over klimaatbestendigheid staat. Hoe ziet de gemeente dit voor zich? 13.20

6.2 Werkgebieden Bij het onderwerp Business-campussen wordt erg toegespitst op bedrijven die zich hier wel/niet kunnen vestigen. Het zou meerwaarde hebben als daarnaast wordt ingegaan op wat men wil bereiken met deze campussen (vanuit economisch perspectief) en hoe zij willen aansluiten op het brainport ecosysteem.

De ontwikkeling van de campussen is een van de speerpunten van de Brainport Nationale Actieagenda. Campussen bieden een aantrekkelijke, innovatieve leer- en werkomgeving voor de triplehelixpartners met de meest geavanceerde (test)faciliteiten. Daarmee sluiten ze goed aan bij de Brainport Principles die we als uitgangspunt nemen bij de ontwikkeling van werklocaties. Voor Helmond biedt dit de mogelijkheid om gewenste doorlopende leerlijnen op MBO+/HBO-niveau aan te trekken waarmee we talent aan onze stad kunnen binden en ons economisch profiel kunnen verbreden. We richten ons daarbij op sectoren die passen bij het ‘DNA’ van Helmond en het campus-landschap in Brainport completeren. We zullen dit toevoegen in de omgevingsvisie.

13.21

Verspreid liggende kleine bedrijventerreinen Hier wordt gesteld dat transformatie van deze kleine bedrijventerreinen voor de hand ligt. Hoe zorgt de gemeente Helmond voor voldoende ruimte voor bedrijven, als hier transformatie voor ingezet wordt?

We kijken bij besluitvorming over transformatielocaties naar de totale werkgelegenheid en zoeken nadrukkelijk de mogelijkheden voor gemengde woonwerkmilieus. We voegen dit toe in de tekst. Daarnaast zetten we in op intensivering van ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen en uitbreiding van bedrijventerrein in Varenschut-noord en het regionaal bedrijventerrein.

13.22

6.4 Buitengebied Voor het buitengebied worden een aantal ambities verwoord die passen bij de huidige transitie. Het (verder) uitsluiten van intensieve veehouderij en het opteren voor verbrede, kleinschaliger circulaire landbouw, zo mogelijk/nodig met andere functies zoals recreatie, zorg en dergelijke, passen daarbij. Niettemin zou goed zijn om de meerwaarde van in combinatie opgepakte andersoortige ontwikkelingen

We voegen dit toe in de tekst van de omgevingsvisie bij paragraaf 6.4.

15

13.23

13.24

13.25

13.26

14.1

Commissie MER

hierbij ook te benoemen. Zeker als sprake is van een integrale benadering van gebiedskwaliteiten kan dit de landbouw-ambities ten goede komen. In deze paragraaf wordt aangegeven dat er in het buitengebied ruimte is voor kleinere zonnevelden, die kleiner zijn dan 20 hectare. In ambitie 2 en de bijlage zonneladder is beleid hiervoor opgenomen. In de bijlage van de zonneladder wordt echter een grens benoemd van 2 hectare. We vragen ons af welke van de twee oppervlakten door de gemeenten gehanteerd wordt als grens voor een kleiner zonneveld. 7.5 De beleidscyclus Voor erfgoed komt, zoals voor meer deelaspecten, een aparte visie. We vertrouwen erop dat hierin onze eerdere opmerkingen over de noodzaak van een integrale gemeentelijke erfgoedkaart en duiding van cultuurhistorische waardevolle of karakteristieke panden worden meegenomen. Bijlage: Nadere uitwerking visie zonnevelden In de gemeentelijke Zonnevisie is een zonneladder opgenomen waarbij trede 4 Grootschalig enkelvoudig (productieve landbouwgrond) is genoemd. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en ook in de provinciale Interim Omgevingsverordening is trede 4 zon op landbouw- (en natuur) gronden. Dat wil zeggen dat hierbij niet specifiek de term enkelvoudig wordt gebruikt.

Het kabinet wil dat - als het benutten van de potentie op daken en gevels en deze terreinen redelijkerwijs niet mogelijk is, of de RES-opgave voor hernieuwbare opwek onder druk komt te staan- alleen gebruik worden gemaakt van trede 4 als er sprake is van multifunctioneel gebruik. Momenteel wordt deze Voorkeursvolgorde Zon nader uitgewerkt door rijkspartijen in overleg met IPO en VNG. Het is goed om hier notie van te hebben omdat dat consequenties heeft voor de invulling van zon in het landelijk gebied en daarmee voor de uitwerking van de ambities in de gemeentelijke zonne- en omgevingsvisie. Volgens de commissie MER sluiten de alternatieven niet aan bij alle hoofdopgaven en knelpunten. De commissie MER is van mening dat een aantal aspecten (o.a. sociaalmaatschappelijke aspecten, energie en klimaat) onderbelicht zijn gebleven.

16

We hanteren een grens van 20 hectare voor een kleiner zonneveld. De bijlage gaat nader in op beleid dat van toepassing is op zonnevelden tussen 2 en 20 hectare. Velden kleiner dan 2 hectare zijn altijd maatwerk. We zullen dit in de tekst nog verduidelijken. Dit wordt meegenomen in de Erfgoedvisie. Geen wijzigingen in de omgevingsvisie.

We passen dit aan in onze zonneladder.

Wij nemen hier kennis van. Indien nodig zal dit leiden tot een aanpassing van de omgevingsvisie en het zonnebeleid. Vooralsnog geen wijzigingen in de omgevingsvisie Deze aspecten komen wel degelijk terug in de OER, in de vorm van indicatoren waarop ‘gescoord’ wordt. De commissie had graag gezien dat deze aspecten een rol hadden gespeeld bij het formuleren van de varianten. Daar hebben we, bewust, niet voor gekozen. Enerzijds omdat deze aspecten voor ons in elke variant randvoorwaardelijk zijn. Anderzijds omdat de Omgevingsvisie zich moet beperken tot het fysieke domein, waarbij de invloed van maatregelen in het

14.2

De commissie MER geeft mee dat de effectbeoordeling niet (voldoende) navolgbaar is.

14.3

De commissie constateert dat in de Omgevingsvisie sprake lijkt van een gebiedsgerichte uitwerking, maar dat die in de omgevingseffectrapportage niet terugkomt. Naar mening van de commissie had de effectbeoordeling in de omgevingseffectrapportage gebiedsgerichter en daarmee specifieker kunnen of zelfs moeten zijn.

14.4

De commissie MER constateert dat de passende beoordeling niet van de huidige situatie uitgaat.

17

fysieke domein op sociaal-maatschappelijke aspecten, voor zover bekend, uiteraard wel is meegenomen. De OER is, door de aard van de Omgevingsvisie, zelf ook strategisch en kwalitatief van aard. Er is geen sprake van modelmatige onderbouwingen, maar van kwalitatieve beoordelingen op de verschillende indicatoren. Het vraagt een vrij uitgebreide analyse om de scores en onderlinge samenhang hiervan in de OER goed te kunnen duiden. De OER is daarmee geen makkelijk leesbaar en toegankelijk document. Dat wil overigens niet zeggen dat de effectbeoordelingen niet kloppen. Wij zijn het eens met de commissie dat de methodiek in de toekomst vereenvoudigd kan worden, wat de leesbaarheid en het begrip van de OER ten goede kan komen. We nemen dit mee als tip voor eventueel in de toekomst nog op te stellen omgevingseffectrapportages. In de omgevingsvisie is geen sprake van gebiedsgerichte uitwerkingen, maar van het duiden van ambities voor vier gebiedstypen. Binnen het gebiedstype ‘wijken’ zijn de maatregelen voor, bijvoorbeeld, klimaatbestendigheid in de ene wijk heel anders als in de andere wijk. Die maatregelen zijn niet op gebiedsniveau uitgewerkt, waardoor de effectbeoordeling ook niet op gebiedsniveau kan plaatsvinden. De aankomende jaren zullen maatregelen in gebiedsvisies en wijkplannen verder uitgewerkt worden.

Daarbij kan ook ingespeeld worden op de laatste ontwikkelingen en vormt de omgevingsvisie het kader. Dit klopt en is inmiddels aangepast. Dit heeft overigens niet tot andere uitkomsten beleid.

14.5

De commissie is van mening dat met de passende beoordeling niet is aangetoond dat de Omgevingsvisie uitvoerbaar is.

14.6

De commissie MER vindt de samenvatting van de OER niet publieksvriendelijk.

18

De passende beoordeling heeft niet het doel om een oordeel te kunnen vellen over uitvoerbaarheid van de Omgevingsvisie (vanuit stikstof). Er is gekeken naar risico’s en mogelijke mitigerende maatregelen. Bij gebieds- en projectuitwerkingen moet telkens opnieuw beoordeeld worden of het passend is en welke maatregelen nodig en mogelijk zijn. Daarbij kijkt de Omgevingsvisie bijna 20 jaar vooruit. In die periode zullen zowel wijzigingen in beleid en regelgeving als innovaties effect hebben op de stikstofuitstoot. Het is nu nog niet te voorspellen hoe groot die invloed zal zijn en daarmee kan ook niet geconcludeerd worden dat de Omgevingsvisie niet uitvoerbaar is. Dit is een terecht constatering van de commissie. Wij zullen na vaststelling van de Omgevingsvisie een aangepaste samenvatting maken die begrijpelijker is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13645262/1