RN 001 Bijlage 3c Advies Capra Advocaten inzake dubbele vergadervergoeding op 1 avond
Tekst van het document
Uitsluitend per e-mail: raadsgriffie@helmond.nl
PERSOONLIJK/VERTROUWELIJK Aan de raad van de gemeente Helmond T.a.v. de griffier Postbus 950 5700 AZ HELMOND
30 mei 2023 Gemeente Helmond / vergoeding raadsleden (C) D35845/VC mr. V.L.S. van Cruijningen 088-579 0010
Geachte heer De Graaf, Bij deze kom ik tegemoet aan het verzoek om advies over de nieuwe verordening die de vergoedingen voor raadsleden regelt. Ik beperk mij daarbij tot de voorgestelde bepaling inzake de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie. Artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (nader: het Rechtspositiebesluit) geeft een commissielid in de daar bedoelde zin aanspraak op een vergoeding per bijgewoonde vergadering. Afwijking van deze bepaling ten nadele van het commissieleid staat dit besluit niet toe (onder omstandigheden wel ten voordele). Dat maakt het naar mijn mening voorstelbaar dat een commissielid die het niet eens is met de Helmondse uitwerking zich op het standpunt zal stellen dat de voorgestelde lokale bepaling op dit punt niet verbindend is, wegens strijd met een hogere regeling (t.w. het Rechtspositiebesluit). De uitkomst van die discussie laat zich niet met zekerheid voorspellen, maar ik vind het alleszins pleitbaar om de woorden 'per bijgewoonde vergadering’ zo uit te leggen dat het commissielid aanspraak heeft op één vergoeding als hij bij één of meerdere gelijktijdige vergaderingen aanwezig is geweest.
Als het voor het te gelde maken van deze aanspraak zou volstaan om slechts een deel van de vergadering bij te wonen, zou de wetgever eerder hebben gekozen voor een formulering als 'per vergadering die geheel of gedeeltelijk is bijgewoond'. Dat laatste staat er niet. Aanwezigheid houdt wat mij betreft in beginsel ook (de mogelijkheid tot) actieve deelname in; bij twee vergaderingen die tegelijkertijd plaatsvinden lijkt mij dat moeilijk voorstelbaar, ook niet als het commissielid bij beide vergaderingen is ingelogd via een platform als Teams. Bijwonen
is immers meer dan alleen een scherm openzetten (al zijn er vast ook commissieleden die wel fysiek bij een vergadering aanwezig zijn, maar geen inhoudelijke inbreng hebben). Sacrosanct is die redenering niet: het is denkbaar dat een commissielid bij twee vergaderingen zijn gezicht laat zien en bij de onderwerpen die hem aangaan tijdens beide vergaderingen een inhoudelijke bijdrage levert. Hij heeft dan mogelijk een punt als hij claimt beide vergaderingen te hebben bijgewoond in de zin van het Rechtspositiebesluit. De haalbaarheid van een dergelijke claim schat ik echter in als gering. Om het beoogde standpunt over de uitleg van de bedoelde bepaling uit het Rechtspositiebesluit te kunnen innemen is een uitwerking in de lokale verordening in de zin zoals voorgesteld strikt genomen niet nodig, maar naar mijn mening wel nuttig, al was het om een drempel op te werpen voor het starten van een discussie over de in Helmond gehanteerde uitvoeringspraktijk. Ik adviseer wel om de bepaling nog iets te redigeren: zoals het er nu staat zou er maar één keer een vergoeding worden betaald aan een commissielid die op dezelfde dag twee of meer vergaderingen heeft bijgewoond die niet gelijktijdig worden gehouden, en dat lijkt me niet de bedoeling.
Dit misverstand wordt uitgesloten als het bijvoorbeeld zo wordt geformuleerd: "Voor het bepalen van de in het eerste lid genoemde vergoeding, wordt het deelnemen door een commissielid aan één of meer vergaderingen die op dezelfde dag en tegelijkertijd worden gehouden, beschouwd als het bijwonen van één vergadering." Ik vertrouw u hiermede van dienst te zijn geweest.
Met vriendelijke groet,
V.L.S. van Cruijningen
2