RN 001 Bijlage 1 Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Helmond 2024
Tekst van het document
Dit betekent dat aanbieder in ieder geval beschikt over: een veiligheidsmanagementsysteem, een systeem ter waarborging van een veilig medicatiebeleid en een alarmeringssysteem bij calamiteiten; 3. de aanbieder raadpleegt de inwoners en/of zijn mantelzorgers periodiek inzake de ervaren kwaliteit van de dienstverlening. Bijvoorbeeld door een systematische CQ meting of het afnemen van een vergelijkbare methodische vragenlijst. § 3 Beroepsbekwaamheidseisen en diploma-eisen per ondersteuningsvorm In onderstaande tabel is opgenomen welke deskundigheidseisen gelden per ondersteuningsvorm. Begeleiding (dit omvat zowel De voorziening begeleiding wordt uitgevoerd door een professional ambulante begeleiding als met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 begeleiding groep) gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. Beschermd wonen en Beschermd thuis
Voor beschermd wonen en beschermd thuis dient mbo-geschoold personeel te worden ingezet onder directe aansturing en verantwoordelijkheid van een voldoende gekwalificeerde Hbo-er. De Mbo-opgeleide medewerkers dienen minimaal Mbo-niveau 3 met succes te hebben afgerond in een studierichting die relevant is voor de begeleiding aan deze specifieke doelgroep. Minimaal één van de direct bij de inwoner betrokken hulpverleners beschikt over een relevante Hbo-opleiding, waaronder: Sociale Studies, Sociaal Pedagogische Hulpverlener (SPH), Sociaalpsychiatrisch Verpleegkundige (SPV), Hbo-Verpleegkundige (Hbo-V), relevante InService-opleiding, Maatschappelijk Werker (MW), naast relevante werkervaring met deze doelgroep.
§ 4 Eisen aan begeleidingsplan Als het gaat om ondersteuning waarvoor een begeleidingsplan is vereist, moet het plan aan de volgende eisen voldoen: 1. Er moet uit blijken dat een brede uitvraag is gedaan, waarbij aandacht is voor alle leefdomeinen (denk aan inkomen, werk en opleiding, tijdsbesteding, huisvesting, vaardigheden bij activiteiten
2.
3. 4.
5. 6.
van het dagelijks leven (ADL), sociaal netwerk (en woonomgeving) en maatschappelijke participatie). Het plan moet perspectiefgericht zijn. Doelen zijn geformuleerd die duidelijk, concreet en haalbaar zijn en die niet alleen perspectief bieden op de langere termijn, maar zich ook richten op praktische, snelle resultaten. Activiteiten zijn geformuleerd gericht op het behalen van de korte- en lange termijn doelen met een duidelijke prioritering. De informele en formele betrokkenen zijn in kaart gebracht. Afspraken over de afstemming tussen de betrokkenen zijn gemaakt. Beschreven wordt wie de regie voert: cliëntsysteem, casemanagement door de aanbieder of gemeentelijke toegangspoort. In het plan is een goede balans tussen formele en informele zorg opgenomen. Bovendien wordt in het plan goed beschreven hoe wordt samengewerkt met het sociale netwerk en hoe gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en informele voorzieningen in de samenleving (verenigingen en vrijwilligersorganisaties). De mogelijkheden voor deelname aan gewone maatschappelijke activiteiten worden onderzocht en gestimuleerd. Dat betekent dat er kennis van de sociale kaart nodig is. In het plan staat beschreven hoe wordt gewerkt aan versterking van de eigen regie van de inwoner en aan versterking van zijn/haar sociale netwerk.
Het eigen denkvermogen (leervermogen) wordt aangesproken en de inwoner is, naar vermogen, eigenaar en regisseur van zijn eigen plan.
Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 9 januari 2024. De raad voornoemd, de voorzitter,
de griffier,