OUD RN 056 Bijlage Collegevoorstel Reis- en verblijfskosten wethouders A. Bonte en M.V. de Kort
Tekst van het document
Collegevoorstel besluitvormend Portefeuillehouder
P.J.M.G. Blanksma-van den Heuvel
Commissie:
Opdrachtgever Opsteller Datum Concernplanning-nummer Zaaknummer
Buisman, Ellen Elize Raaphorst / Martijn Lier 7 juli 2022
Raad:
51067262
Onderwerp Reis- en verblijfskosten wethouders A. Bonte en M.V. de Kort Voorstel 1. Kennis te nemen van de door de gemeenteraad bij benoeming op 15 juni 2022 van wethouders A. Bonte en M.V. de Kort, toegekende ontheffing van het vereiste van ingezetenschap voor de duur van één jaar en toekenning van de vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer op basis van openbaar vervoer en/of vergoeding van pensionkosten, waarvan de praktische invulling van dit besluit wordt gemandateerd aan het college; 2. Te besluiten om gedurende de collegeperiode 2022-2026 – voor zover de ontheffing van het vereiste van ingezetenschap is toegekend door de gemeenteraad – reiskostenvergoeding woon-werkverkeer op declaratiebasis toe te kennen, ongeacht het vervoersmiddel dat in de praktijk wordt gebruikt, aan wethouders A. Bonte en M.V. de Kort en met inachtneming van hetgeen hierover is opgenomen in de Regeling rechtspositie decentrale ambtsdragers; 3. Te besluiten om gedurende de collegeperiode 2022-2026 – voor zover de ontheffing van het vereiste van ingezetenschap is toegekend door de gemeenteraad – wethouders A. Bonte en M.V. de Kort tevens de mogelijkheid te bieden om, wanneer de werkzaamheden dit vragen, gebruik te maken van een overnachting op declaratiebasis; 4.
Te besluiten het maximum van de bovengenoemde vergoedingen, te weten reiskosten én eventuele overnachtingen tezamen, vast te stellen op 18% van de maandelijkse wethoudersbezoldiging; 5. De gemeenteraad in kennis te stellen van dit besluit met tussenkomst van de raadsgriffier. Inleiding Uw college heeft op 4 juli jl. geen besluit genomen. Wel is meegegeven dat de gemeenteraad moet worden geïnformeerd, dat het voorstel niet moet zien op een duidelijk verschil tussen manier van reizen tussen de bestuurders en dat het voorstel zoals dat voorgelegen heeft niet voldoet aan het besluit dat de gemeenteraad heeft genomen. De fractie GroenLinks heeft de heer A. Bonte voorgedragen als nieuwe wethouder van de gemeente Helmond. Op woensdag 15 juni 2022 heeft deze benoeming plaatsgevonden door de gemeenteraad. Daarbij is de heer Bonte voor een periode van één jaar ontheffing verleend van het wettelijke vereiste van ingezetenschap. Tevens is besloten een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer toe te kennen op basis van openbaar vervoer en/of een vergoeding van pensionkosten. Door de PvdA is de heer M.V. de Kort voorgedragen als nieuwe wethouder van de gemeente Helmond. De heer de Kort is eveneens op woensdag 15 juni 2022 benoemd door de gemeenteraad en deze heeft daarbij ook aan hem een ontheffing verleend van het wettelijke vereiste van ingezetenschap voor een periode van één jaar.
Ook in geval van de heer De Kort is besloten een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer toe te kennen op basis van openbaar vervoer en/of een vergoeding van pensionkosten. Het is de wens van de wethouders om te komen tot een gezamenlijk en gedragen collegebesluit omtrent de praktische invulling van de meergenoemde genoemde vergoeding. Hierbij in overweging nemende dat: de gemeenteraad bij de benoeming heeft besloten de vergoeding van reiskosten op basis van de grootheid openbaar vervoer toe te kennen, ongeacht het vervoersmiddel waarvan de wethouder in de praktijk gebruik maakt; de werkzaamheden van de wethouders in voorkomende gevallen op zeer late dan wel zeer vroege tijdstippen plaatsvinden, waardoor de mogelijkheid gebruik te maken van een overnachting effectiever en efficiënter is.
College van Burgemeester en Wethouders van Helmond
Blz. 1 van 3
De toepasselijke landelijke regelgeving op dit gebied betreft het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Volledigheidshalve treft u deze bijgaand aan (bijlage 1 en 2). Het bovengenoemde Raadsbesluit van 15 juni 2022 wordt eveneens bijgevoegd (bijlage 3). Beoogd effect voor college Het beoogde effect van dit voorstel is om te komen tot een gezamenlijk en gedragen collegebesluit omtrent de praktische invulling van het besluit van de gemeenteraad van 15 juni 2022, zoals gemandateerd aan het college. Argumenten 2.1. Vergoeding vindt plaats naar gelang het vervoermiddel dat is gebruikt De vergoeding vindt plaats ongeacht welk vervoermiddel in de praktijk wordt gebruikt om de reis af te leggen van woonplaats naar werk of van werk naar woonplaats. Dit kan op basis van kilometers gebeuren of op basis van het openbaar vervoer zijn. Zo heeft wethouder De Kort aangegeven vrijwel altijd gebruik te maken van de auto, maar mocht ooit de behoefte bestaan om per trein de reis af te leggen, dan wordt die ruimte in het beslispunt geboden. Door niet specifiek een manier van reizen te koppelen aan een van de twee wethouders, wordt niemand benadeeld en komt dit ook overeen met de geldende regelingen. 3.1. Deze wijze van vergoeden biedt de noodzakelijke flexibiliteit aan de beide wethouders.
Door deze wijze van vergoeding, waarbij zowel reiskosten als een eventuele overnachting naast elkaar bestaan, kunnen de beide wethouders de meest effectieve en efficiënte werkwijze kiezen passend bij hun werkschema en verplichtingen. 4.1. Door een maximum van 18% van de maandelijkse bezoldiging aan de vergoedingen onder beslispunt 2 en 3 tezamen te verbinden blijft deze in lijn met de Regeling rechtspositie decentrale ambtsdragers. De vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer én het gebruik maken van een overnachting op declaratiebasis tezamen wordt gemaximeerd tot 18% (oftewel: €1502,65) van de maandelijkse wethouders bezoldiging, exclusief emolumenten (bijv. eindejaarsuitkering, vakantiegeld, enz.). Beide wethouders hebben aangegeven niet voor een volledig voorziening voor overnachting te kiezen, maar eveneens gebruik te maken van woon-werkverkeer. In deze keuze wordt ten behoeve van de gewenste flexibiliteit voorzien door het college. Echter, door deze maximering zal de lastendruk voor de gemeente niet toenemen. Eventuele kosten boven de genoemde 18% komen ten laste van de betreffende wethouder. Zo wordt gehandeld in lijn van de geest van de toepasselijke regelgeving. 5.1. Om transparantie te borgen wordt terugkoppeling gegeven aan de gemeenteraad over de invulling van het gegeven mandaat.
In het besluit van de gemeenteraad van 15 juni 2022 wordt het college gemandateerd om uitvoering te geven aan de reis- en verblijfkostenvergoeding. In het kader van transparantie, wordt het wenselijk geacht hen te informeren over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het mandaat. Een raadsinformatiebrief is hiervoor een te zwaar instrument. Derhalve wordt ervoor gekozen de gemeenteraad in kennis te stellen van de praktische uitwerking van haar besluit via een bericht me tussenkomst van de raadsgriffier. Kanttekeningen 2.1. Het voorstel wijkt af van het raadsbesluit van 15 juni 2022. Het raadsbesluit ziet specifiek op een vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer op basis van het openbaar vervoer. In het collegevoorstel (beslispunt 2) wordt deze specifieke inkadering losgelaten. Vergoeding vindt plaats op basis van daadwerkelijk gemaakte reis van woon-werk en met inachtneming van artikel 3.6 van de Regeling rechtspositie decentrale ambtsdragers. Dit risico wordt echter gemitigeerd doordat in het raadsbesluit een passage is opgenomen die stelt: “De implementatie van de uiteindelijke keuze van de heren Bonte en De Kort voorreiskosten en/of pensionkosten wordt gemandateerd aan het college van B&W.”. Dit maakt dat het college de ruimte heeft om af te wijken van de door de raad gestelde voorwaarde 'op basis van openbaar vervoer'.
Financiën De vergoeding voor woon-werkverkeer is aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Hiervoor geldt onder voorwaarden een gerichte vrijstelling. Kosten van openbaar vervoer kunnen vrijgesteld worden vergoed voor de werkelijke kosten van het afgelegde traject. Een kilometervergoeding kan vrijgesteld worden vergoed tot maximaal 0,19 per kilometer. De genoemde reiskosten van de beide wethouders worden op declaratiebasis verrekend. Het is niet nodig om per reisdag specifiek bij te houden hoeveel daadwerkelijk is gereden of welk traject is afgelegd. Dekking voor deze kosten zal komen uit de budgetten voor de personele lasten van het college. College van Burgemeester en Wethouders van Helmond
Blz. 2 van 3
Communicatie / Vervolg Dit voorstel wordt, na vaststelling in de vorm van een besluit door het college, door de griffier aan de gemeenteraad toegezonden ter informatie. Bijlagen Bijlage 1 – Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Bijlage 2 – Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers Bijlage 3 – Raadsbesluit 37, vergadering 15 juni 2022
College van Burgemeester en Wethouders van Helmond
Blz. 3 van 3