E7 VNG 2023-032 Model Verhuurverordening Wet goed verhuurderschap
Tekst van het document
In aanvulling daarop is ook sprake van recidive indien de verhuurder handelt in strijd met de algemene regels van goed verhuurderschap als bedoeld in artikel 2 van de wet. De terugkijktermijn van vier jaar is opgenomen in artikel 19, derde lid, onder b, van de wet. Het is dus niet nodig deze termijn in de toelichting op de verhuurverordening te onderbouwen. Ook als de verhuurder in strijd handelt met de regels van goed verhuurderschap als bedoeld in artikel 2 van de wet, kunnen burgemeester en wethouders overigens een bestuurlijke boete opleggen. In artikel 19, eerste lid, van de wet is al vastgelegd dat de boete bij een eerste overtreding ten hoogste het bedrag kan zijn dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Bij recidive is dat de vijfde categorie. Het is niet nodig hiervoor een bepaling in de verhuurverordening op te nemen. In paragraaf 5.5.4 van de VNG Handreiking goed verhuurderschap wordt in het kader van de escalatieladder meer informatie gegeven over de bestuurlijke boete. Daarnaast wordt in paragraaf 5.5.5 van de VNG Handreiking goed verhuurderschap ingegaan op de verplichting voor burgemeester en wethouders om een opgelegde bestuurlijke boete openbaar te maken.
Artikel 6. Overgangsrecht voor al aangevraagde en voor al verleende vergunningen Deze bepaling is facultatief, omdat deze enkel relevant is voor gemeenten die al een vergunningstelsel hebben. Als een gemeente voor inwerkingtreding van de verhuurverordening al heeft voorzien in regelingen inzake een verhuurvergunning, de exploitatie van verhuurbemiddelingsbedrijven of het tegengaan van uitbuiting en onevenredige benadeling van huurders, dan vervallen deze regelingen van rechtswege één jaar na inwerkingtreding van de wet. Artikel 6 van de Model Verhuurverordening voorziet tegen die achtergrond in een overgangsbepaling voor gemeenten die al over een verhuurvergunning beschikken. In het eerste lid van dit artikel is bepaald, dat aanvragen die ingediend zijn voor inwerkingtreding van de verhuurverordening, verder afgehandeld worden met toepassing van de wet en de verhuurverordening. Op grond van het tweede lid gelden de voor inwerkingtreding van de verhuurverordening al verleende verhuurvergunningen als verhuurvergunning zoals bedoeld in de verhuurverordening. Het derde lid bepaalt dat burgemeester en wethouders de voorwaarden, voorschriften of beperkingen die verbonden zijn aan de voor inwerkingtreding van de verhuurverordening al verleende verhuurvergunningen kunnen vervangen.
Dat kan nodig zijn om de aan de verhuurvergunning verbonden voorwaarden in overeenstemming te brengen met artikel 8 van de wet. De overgangstermijn van één jaar start met het in werking treden van de wet op 1 juli 2023. Dat betekent dat gemeenten uiterlijk 1 juli 2024 hun bestaande regels vervangen moeten hebben door een nieuwe verordening en de keuze moeten maken om reeds aangevraagde en verleende vergunningen onder te brengen in het nieuwe vergunningstelsel. Op 1 juli 2024 komt het oude stelsel van rechtswege te vervallen. In hoofdstuk 7 ‘Inwerkingtreding en Overgangsrecht’ van de VNG Handreiking goed verhuurderschap is meer informatie te vinden over het overgangsrecht
10
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Artikel 7. Invoeringsregeling verhuurvergunning Artikel 24 van de wet bevat een regeling voor bestaande verhuursituaties: voor hen geldt de vergunningplicht niet eerder dan zes maanden na inwerkingtreding van de verordening. Dit wordt verder uitgewerkt in artikel 7 van de verordening. Het eerste lid bevat de termijn waarin de vergunningplicht – en dus: het verbod op verhuur zonder verhuurvergunning – niet geldt voor bestaande verhuursituaties. De gemeenteraad kan zelf de duur van de termijn bepalen, zolang deze maar minimaal de in artikel 24 van de wet genoemde termijn van zes maanden is. Omwille van duidelijkheid wordt voorgesteld om een concrete datum te noemen. Bij het noemen van een datum is het van belang om rekening te houden met het feit dat bestaande regelingen inzake een verhuurvergunning, de exploitatie van verhuurbemiddelingsbedrijven en het tegengaan van uitbuiting en onevenredige benadeling van huurders één jaar na inwerkingtreding van de wet vervallen. Als er voor de inwerkingtreding van de verhuurverordening al een regeling van kracht is, dan ligt het voor de hand ervoor te zorgen dat de nieuwe regels voor het einde van de overgangstermijn van één jaar voor bestaande situaties gelden zodat de oude en de nieuwe regels naadloos op elkaar aansluiten.
Opmerking verdient daarbij wel dat de overgangstermijn voor bestaande verhuursituaties zes maanden na inwerkingtreding van de verordening is. Bij bestaande regelgeving is er sprake van een overgangstermijn van één jaar na inwerkingtreding van de wet. Als de verhuurverordening meer dan zes maanden na de inwerkingtreding van de wet in werking treedt, is een naadloze overgang dus niet mogelijk. Het tweede lid maakt zekerheidshalve expliciet, dat burgemeester en wethouders voor de in het eerste lid genoemde datum, bevoegd zijn om op aanvragen van bestaande verhuurders te beslissen. Over die bevoegdheid zou discussie kunnen ontstaan, omdat de bepaling die de vergunningplicht bevat, ook de bevoegdheidsgrondslag bevat: als een vergunningplicht voor een bepaalde categorie verhuurders niet geldt, zou men kunnen stellen dat burgemeester en wethouders niet bevoegd zijn om ten aanzien van die categorie verhuurvergunningen te verlenen. Dat is uiteraard onwenselijk, gelet op een ordelijke invoering van de verhuurvergunning.
Artikel 8. Intrekking oude vergunningstelsel In artikel 25 van de wet is geregeld dat bepaalde bestaande vergunningenstelsels van rechtswege één jaar na inwerkingtreding van deze wet komen te vervallen. Stelt een gemeente die een dergelijk vergunningstelsel heeft, binnen dat jaar een verhuurverordening vast, dan moet het bestaande vergunningstelsel ingetrokken worden. Artikel 8 voorziet daarin. Bij het intrekken is het van belang om rekening te houden met de datum die in artikel 7 is genoemd. Om die reden is in artikel 8 als optie een concrete datum genoemd. Dit biedt huurders en verhuurders de meeste duidelijkheid. Als alternatief is een periode van zes maanden opgenomen.
Artikel 9. Inwerkingtreding In artikel 9 dient de datum van inwerkingtreding te worden bepaald. Deze datum kan niet eerder gelegen zijn dan de datum van publicatie van de verordening in het gemeenteblad. Omdat het van belang is dat de betrokkenen (en ook voor de uitvoering, het toezicht en de handhaving) voldoende gelegenheid hebben om zich met de nieuwe regels vertrouwd te maken en zich erop in te stellen, verdient het echter aanbeveling om voor de inwerkingtreding meer tijd te nemen.
Artikel 10. Citeertitel De wet spreekt al van verhuurverordening. Dit is dus de citeertitel van deze verordening. Het verdient aanbeveling daar de naam van de gemeente aan toe te voegen en eventueel een jaartal.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl juli 2023