E1 VNG 2024-016 Eerste VNG-reactie op hoofdlijnenakkoord en voorbereiding
Tekst van het document
Aan de leden
Datum
17 mei 2024 Ons kenmerk
U202400259 Lbr. 24/016 Telefoon
0703738393 Bijlage(n)
2
Onderwerp
Eerste VNG-reactie op hoofdlijnenakkoord en voorbereiding Extra ALV 24 mei 2024 Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij ontvangt u een eerste VNG-reactie op het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen en de geactualiseerde resolutie ‘Nieuw kabinet, gebruik en borg de kracht van het lokaal bestuur’, die wordt behandeld in de Extra ALV van 24 mei a.s. in het Beatrixtheater in Utrecht. Na de Extra ALV van 24 mei a.s. ontvangt u ook het definitieve begrotingsadvies van de VNG. Eerste VNG-reactie op het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen In de vroege ochtend van 16 mei verscheen het hoofdlijnenakkoord ‘Hoop, lef en trots’. Namens de VNG liet voorzitter Sharon Dijksma weten: ‘Ik feliciteer de vier partijen met het bereiken van een akkoord. Het is een belangrijke eerste stap, maar er is nog wel werk aan de winkel’ (zie VNGbericht Gemeenten zijn nodig voor nadere uitwerking coalitieakkoord. In een eerste bredere reactie van de VNG op het hoofdlijnenakkoord (bijlage) geven we aan welke voorstellen in het hoofdlijnenakkoord de gemeenten raken, welke gevolgen dit voor gemeenten heeft én op welke voor gemeenten belangrijke onderwerpen het hoofdlijnenakkoord nog weinig of geen duidelijkheid geeft. In de komende periode zullen wij u op de hoogte houden van de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord. Voorbereiding Extra ALV van 24 mei a.s.
Geactualiseerde resolutie ‘Nieuw kabinet, gebruik en borg de kracht van het lokaal bestuur’ In de ledenbrief ‘Uitnodiging Extra ALV 24 mei 2024’ van 26 april jl. ontving u de concept-resolutie ‘Nieuw kabinet, gebruik en borg de kracht van het lokaal bestuur’. Daarbij kondigden wij u aan na
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
vng.nl
het verschijnen van het eindrapport van de informateurs en het hoofdlijnenakkoord een geactualiseerde resolutie aan u voor te leggen. Deze geactualiseerde resolutie (bijlage) behandelen we in de Extra ALV van 24 mei a.s. Programma deelsessies en Extra ALV op 24 mei a.s. U bent van harte welkom bij de Extra ALV en de daaraan voorafgaande deelsessies. U kunt zich aanmelden via: Meld u aan voor de extra ALV. Tijdens de Extra ALV leggen we de resolutie ‘Nieuw kabinet, gebruik en borg de kracht van het lokaal bestuur’ aan u voor. Hiermee stellen we opnieuw de kaders van de VNG-inzet richting de kabinetsformatie vast. Het plenaire programma begint met een beschouwing van demissionair minister-president Mark Rutte. Programma: - 12.15 - 13.00 uur: Inloop met lunch - 13.00 - 14.00 uur: Deelsessies actuele thema’s Voorjaarsnota en kabinetsformatie - 14.00 - 14.15 uur: Zaalwissel en uitreiking stemkastjes - 14.15 - 16.00 uur: Plenair programma met toespraak Mark Rutte en aansluitend de extra ALV - 16.00 - 17.00 uur: Borrel Meer informatie: Bekijk alle stukken voor de Extra ALV Indienen amendementen/moties en woordvoering in de Extra ALV van 24 mei a.s. Op de resolutie kunt u amendementen indienen of u kunt in een motie aanvullende oproepen aan het bestuur doen.
Gelet op de zeer korte tijd tot aan de Extra ALV, volgende week vrijdag, vragen wij u om amendementen en moties zo spoedig mogelijk in te dienen. Hoe dan ook zullen de mogelijkheden van gemeenten om hun standpuntbepaling voor te bereiden op moties/ amendementen en preadviezen van het bestuur uitermate beperkt zijn. We wijzen u daarom ook nadrukkelijk op de mogelijkheid om in de Extra ALV het woord te voeren en zich daar rechtstreeks te richten tot de leden en het bestuur. Namens het bestuur zal de voorzitter of de verantwoordelijke commissievoorzitter reageren op uw inbreng en uiteraard kunnen ook andere aanwezigen reageren. U kunt zich vooraf aanmelden als inspreker of ter vergadering het woord vragen.
Indienen amendementen/moties en woordvoering - Informatie over de procedure rond indiening en ondertekening vindt u hier - Moties en amendementen kunt u indienen via e-mail: motiealv@vng.nl - Insprekers kunnen zich vooraf aanmelden via e-mail: motiealv@vng.nl
Definitieve begrotingsadvies VNG na Extra ALV 24 mei a.s. Op 1 maart jl. ontving u een eerste, voorlopig begrotingsadvies. Het was onze bedoeling om u na de Voorjaarsnota een definitief begrotingsadvies te geven. Het verschijnen van het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen leidt ertoe dat wij u dit advies pas na de Extra ALV van 24 mei a.s. zullen geven.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/3
Wij hopen u op 24 mei te ontmoeten in het Beatrixtheater in Utrecht. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
mr L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/3
Eerste analyse van het hoofdlijnenakkoord voor gemeenten
Inhoudsopgave Gemeenten staan klaar om hoofdlijnenakkoord handen en voeten te geven
2
Bestaanszekerheid en koopkracht
5
Grip op asiel en migratie
8
Wonen en volkshuisvesting, infrastructuur, openbaar vervoer en luchtvaart; elke regio telt
10
Een goede toekomst voor landbouw en visserij, voor voedselzekerheid, voor natuur
13
Energie, leveringszekerheid en klimaatadaptatie
14
Toegankelijke publieke voorzieningen; zorg en onderwijs
16
Goed bestuur en een sterke rechtsstaat
20
Nationale veiligheid
24
Internationaal en Europa
27
Solide overheidsfinanciën, economie en vestigingsklimaat
29
Den Haag, 17 mei 2024 1
Gemeenten staan klaar om hoofdlijnenakkoord handen en voeten te geven Voor inwoners en bestuurders van gemeenten is het goed nieuws dat er in Den Haag stappen gezet zijn en er een hoofdlijnenakkoord is. Daarin lezen we een aantal herkenbare punten, zoals over wonen, bestaanszekerheid en goed bestuur. De VNG is bezorgd over de effecten van het asielbeleid op korte termijn. Gemeenten zijn een onmisbaar onderdeel van de uitwerking van het akkoord, zodat het een regeerprogram met uitvoerbare plannen wordt. Bestaanszekerheid Op de Bestaanszekerheidstop heeft de VNG voorstellen gedaan die we naar tevredenheid terugzien in het hoofdlijnenakkoord. De aangekondigde maatregelen voor de bijstand, voor het kindgebonden budget en voor de schuldhulpverlening zijn stappen in de goede richting die mensen gaan helpen. Er wordt terecht een groep ‘werkende armen’ benoemd. Gemeenten zien mensen die vallen onder het CAOprogramma Aan de Slag ook als onderdeel van die groep. Zij zullen geen baat hebben bij de voorgestelde lastenverlichting. De VNG komt in de gesprekken met concrete voorstellen die ook deze groep meer bestaanszekerheid bieden. Wonen De VNG organiseerde eerder dit jaar samen met o.a. Aedes, NEPROM en Bouwend Nederland een Woontop. We zijn blij dat veel voorstellen die daar gedaan zijn, terugkomen in het hoofdlijnenakkoord.
Er wordt terecht een groot bedrag vrijgemaakt voor woningbouw en er is aandacht voor sociale woningbouw en huur. Het regeerprogram zal ook duidelijkheid moeten gaan geven over de uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid als het gaat om natuur, stikstof, drinkwater en water-bodem, verkeer en bereikbaarheid en gezonde leefomgeving. Goed bestuur Het akkoord noemt Nederland een gedecentraliseerde eenheidsstaat en geeft aan dat gemeenten, provincies en waterschappen in staat moeten worden gesteld om adequaat en zelfstandig als democratisch gelegitimeerde overheidsorganen te functioneren. De medeoverheden moeten vroegtijdig betrokken worden bij voorbereiding van beleid en wetgeving. Dit alles leest als een erkenning van de positie van gemeenten en een uitnodiging om nauw samen te werken aan het regeerprogram. Het zou goed zijn als het nieuwe constitutioneel hof ook de scheidsrechter wordt die ervoor kan zorgen dat de rijksoverheid zich aan de eigen wetten op het gebied van medebewind houdt. Klimaat en energie De afgelopen hebben rijk en gemeenten veel geïnvesteerd in maatregelen voor de energietransitie en het klimaat. Het akkoord laat een relatief stabiel beleid op deze twee thema’s zien en dat is zeer wenselijk omdat de overheid daarmee een betrouwbare partner is.
Gemeenten leveren graag een bijdrage aan de concretisering van de plannen, zodat betaalbaarheid en leveringszekerheid voor onze inwoners op orde zijn, ook op het gebied van klimaatadaptatie. Financiën Zonder balans tussen taken en middelen kunnen gemeenten hun werk niet doen. Om goede zorg te kunnen blijven geven en te investeren in voorzieningen voor inwoners en de leefomgeving hebben 2
gemeenten voldoende middelen nodig. Het hoofdlijnenakkoord houdt de miljardenkorting op gemeenten vanaf 2026 in stand. In de gesprekken met het nieuwe kabinet over de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord staat dus op alle beleidsterreinen de vraag centraal wat er binnen het beschikbare budget gedaan kan worden. Helder is dat er vanaf 2026 te weinig geld is om de bestaande taken goed uit te voeren. Om taken en middelen in balans te krijgen moet er geld bij of moeten er taken af. Spreidingswet De VNG heeft grote zorgen over het intrekken van de spreidingswet. Gemeenten waren hier juist voorstander van. Het afschaffen van de spreidingswet zal de opvangcrisis alleen maar verergeren, omdat de instrumenten om de opvang van mensen goed te kunnen regelen, ontbreken. De consequenties hiervan komen grotendeels op het bord van gemeenten en hun inwoners terecht. Dit gaan we allemaal snel merken in het straatbeeld en dat is onacceptabel. Het voeren van stevig beleid is een politieke keuze, maar het moet wel uitvoerbaar zijn. Leonard Geluk Algemeen directeur VNG
3
Analyse hoofdlijnenakkoord
4
Bestaanszekerheid en koopkracht Bestaanszekerheid Wat staat er in het akkoord? De vier partijen willen maatregelen nemen op de korte termijn, omdat mensen onzeker zijn over hun dagelijks bestaan en hun levensonderhoud, maar ook over de kosten van basisbehoeften (voedsel, wonen, energie) en de zekerheid daarvan op de middellange termijn. Bestaanszekerheid gaat over de hoogte van het inkomen maar ook over de beschikbaarheid van wonen, zorg en onderwijs. De vier formerende partijen willen lastenverlichting op arbeid, verlaging van de marginale druk, een knelpuntenaanpak voor specifieke groepen en het halveren van het eigen risico in de zorg. Daarnaast wordt de verbetering van de (gemeentelijke) schuldhulpverlening doorgezet en de aanmanings- en incassokosten van de overheid gaan fors omlaag. Stapsgewijs wordt gewerkt aan verbeteringen in de sociale zekerheid, fiscale regelingen en de toeslagen, zodat werken meer loont. Wetgeving wordt voorbereid voor een hervorming van het toeslagen- en belastingstelsel. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hebben, samen met publieke dienstverleners en ketenpartners, de afgelopen periode gepleit voor een Deltaplan bestaanszekerheid waarin fundamentele veranderingen in het stelsel van bestaanszekerheid worden gemaakt voor de komende tien jaar zodat gemeenten hun eigen lokale agenda bestaanszekerheid kunnen waarmaken.
De verklaring van de Top Bestaanszeker Nederland is hiervoor het uitgangspunt. Het is positief dat in het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat grote opgaven zoals bestaanszekerheid (wonen en energietransitie) in gezamenlijkheid met gemeenten moeten worden opgepakt. Dit biedt ons een basis om het gesprek voort te zetten over bestaanszekerheid en er gezamenlijk werk van te maken. Het akkoord bevat met name maatregelen voor de korte termijn. We werken graag met het kabinet een langetermijnvisie uit, met bouwstenen voor de korte, middellange en lange termijn die de inwoner en gemeenten toekomstperspectief bieden. Stapsgewijs werken gemeenten graag mee aan verbeteringen in de sociale zekerheid, fiscale regelingen en de toeslagen. Het fundamenteel herzien van de Participatiewet is daar wat ons betreft een belangrijk onderdeel van. Net als het voortzetten van de ingeslagen koers rond bijvoorbeeld de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur en het arbeidsmarktbeleid. In het hoofdlijnenakkoord zijn veel maatregelen opgenomen rondom ‘werken moet lonen’. Omdat werk helaas niet voor iedereen de oplossing is, moeten gemeenten echter ook in staat worden gesteld om inwoners te kunnen begeleiden naar werk, een zinvolle dagbesteding of andere vormen om te kunnen participeren in de samenleving. Bestaanszekerheid en kansengelijkheid gaan hand in hand.
De kansen aan de onderkant van de arbeidsmarkt kunnen voor groepen inwoners alleen verzilverd worden als er structurele middelen blijven voor re-integratie en ondersteuning. Gemeenten hebben die duidelijkheid nodig om inwoners de begeleiding en ondersteuning te kunnen blijven geven. Het vorige – demissionaire – kabinet heeft een eerste stap gezet rond beschut werk en de transitie van de sociaal ontwikkelbedrijven. Het ontbreken van een grotere ambitie voor de sector en vooral ook de voortdurende onduidelijkheid over financiering van CAO Aan de Slag zullen stevig onderwerp van gesprek zijn. In het akkoord staan diverse koopkrachtmaatregelen en een knelpuntenaanpak voor specifieke groepen, waaronder werkende armen en gezinnen met kinderen die in armoede leven. We missen echter de 5
uitvoering van het advies van de Commissie-Sociaal Minimum. Er wordt geen werk gemaakt van voldoende en voorspelbaar inkomen conform het advies incl. een periodieke herijking. Gemeenten vinden het van belang dat het totaalpakket rondom bestaanszekerheid goed in samenhang wordt beoordeeld en doorberekend. In hoeverre draagt het totaalpakket bij aan het borgen van bestaanszekerheid op de korte én lange termijn? We onderzoeken graag gezamenlijk wat de effecten zijn voor de inwoner en de uitvoerbaarheid. Gemeenten blijven zich inzetten op het terrein van schuldhulpverlening, zoals de basisdienstverlening. We gaan graag in gesprek over de verdere uitwerking van dit onderdeel, sociale incasso en de zienswijze van het kabinet op de aanpak van de problematiek bij de bron. Wat gemeenten betreft betekent dit ook dat we het gesprek vervolgen om de oorzaak van schulden aan te pakken, zoals de online gokindustrie en ‘buy now pay later’ bij online winkelen. Kinderopvang Wat staat er in het akkoord? De stelselherziening kinderopvang die Rutte IV heeft ingezet wordt doorgezet. Wat betekent dit voor gemeenten? Het doorzetten van de huidige plannen betekent ook dat de zorgen van de VNG over de verwachte nadelen, vooral voor de toegang van de kinderopvang en de kansenongelijkheid, blijven.
We werken samen met partners aan een sterke pedagogische basis om te zorgen voor een goede start en goede toekomst van iedere jeugdige. 'Kinderopvang toegankelijk voor alle kinderen' is hierbij een belangrijke bouwsteen. Het doorzetten van de huidige plannen voor de bijna gratis kinderopvang dreigen ervoor te zorgen dat juist ouders met een laag inkomen moeilijker gebruik kunnen maken van de opvang. Bijna gratis kinderopvang zorgt voor een stijgende vraag waardoor de prijzen gaan stijgen. Dit wordt versterkt door het personeelstekort dat er nu al is. Zonder aanvullende maatregelen neemt daardoor de toegankelijkheid van de kinderopvang af en wordt de kansenongelijkheid vergroot. In de VNG-Quickscan signaleren gemeenten deze problemen. Zij zien flinke risico’s voor de toegankelijkheid en de kwaliteit van de kinderopvang en vrezen dat de voorstellen leiden tot een afname van de kansengelijkheid voor kinderen én ouders. De VNG pleit ervoor om de arbeidseis te laten vervallen zodat ook niet-werkende ouders van kinderopvang gebruik kunnen maken en alle ouders op de arbeidsmarkt en maatschappelijk kunnen participeren. Het maakt bovendien aparte regelingen overbodig zoals kinderopvang op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI).
Arbeidsmarkt(wetgeving) Wat staat er in het akkoord? Zekerheid op de arbeidsmarkt stimuleren, bijvoorbeeld voor echte zelfstandigen (zzp’ers) in het zelfstandigenbeleid en door regulering van de uitzendsector. Daarnaast streeft het nieuwe kabinet naar meer vaste contracten voor werknemers. Daartoe wordt de wetsbehandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) en de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) voortgezet.
6
Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief nieuws dat de reeds lopende wetstrajecten omtrent het arbeidsmarktbeleid (m.n. stimuleren van duurzame arbeidsrelaties en het remmen van de flexibilisering) worden voortgezet. Hervorming WW Wat staat er in het akkoord? Het kabinet wil stapsgewijs werken aan verbeteringen in de sociale zekerheid, zodat werken loont. Een onderdeel daarvan is het hervormen van de WW. Wat betekent dit voor gemeenten? Hoe deze hervorming zal worden vormgegeven is onderdeel van het regeerprogram. Gemeenten zullen mogelijk meer moeten gaan inzetten op herplaatsing van werknemers zodat ontslag en instroom in de WW kan worden voorkomen. Gemeenten kennen boven op wettelijke WW-uitkeringen nog aanvullingen in de cao en daarnaast van-werk-naar-werk afspraken. Compensatie transitievergoeding Wat staat er in het akkoord? Werkgevers met 25 of meer werknemers hebben na 1 juli 2026 geen recht meer op de compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Dit leidt tot een stijging van de werkgeverslasten. Bij langdurig zieke werknemers is de werkgever verplicht 2 jaar loon door te betalen, en na afloop daarvan een transitievergoeding indien de werknemer wordt ontslagen. De werkgever kan via het UWV de betaalde transitievergoeding terugvorderen.
Echter, deze mogelijkheid wordt per 1 juli 2026 afgeschaft, wat betekent dat werkgevers de volledige lasten zullen dragen voor de loondoorbetaling én de transitievergoeding bij een langdurig zieke werknemer.
7
Grip op asiel en migratie Wat staat er in het akkoord? Het nieuwe kabinet zet in op forse inperking van de immigratie, met name door een zeer streng toelatingsregime voor asielzoekers. Het nieuwe kabinet wil daartoe o.a. een tijdelijke asielcrisiswet uitroepen, een asielbeslisstop invoeren, het tweestatusstelsel opnieuw invoeren en het recht op opvang gedifferentieerd versoberen. De spreidingswet wordt ingetrokken en er komt een verbod op het verlenen van voorrang aan statushouders op de sociale huurmarkt (NB. de taakstelling tot huisvesting van statushouders op basis van de Huisvestingswet blijft wel in stand). Mensen zonder verblijfstitel worden z.s.m. (gedwongen) uitgezet, het niet meewerken aan terugkeer wordt strafbaar en de rijksbijdrage aan de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) wordt beëindigd. Tot slot wil het kabinet harder optreden tegen overlastgevers en criminaliteit aanpakken, o.a. door daders uit de opvang te zetten. Het kabinet wil ook andere migratiestromen beter beheersen, waaronder arbeidsmigratie. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten willen een stabiel opvanglandschap, ongeacht of er veel of weinig asielzoekers zijn. Daarvoor is beleid nodig dat uitvoerbaar en betaalbaar is, een juridische toets doorstaat en een daadwerkelijke oplossing biedt voor knelpunten.
We voorzien dat een aantal voorgestelde maatregelen als gevolg kunnen hebben dat er méér asielopvangplekken nodig zijn en dat er meer mensen op straat belanden. De instroombeperkende maatregelen zullen op korte termijn nog geen effect hebben. Gemeenten wordt in deze periode geen enkel perspectief geboden voor de reeds aanwezige asielzoekers en statushouders. Gemeenten vinden het essentieel om de asielopvang te organiseren zolang er asielzoekers naar Nederland komen. Hierin helpen gemeenten op onderdelen het rijk in hun verantwoordelijkheid voor de asielopvang. De ‘gedifferentieerde versobering van het recht op opvang’ (die in het akkoord niet nader wordt toegelicht) mag wat ons betreft nooit tot gevolg hebben dat groepen mensen op straat belanden. Het intrekken van de Spreidingswet is een onwenselijke stap. Zelfs bij een lagere instroom blijft een evenredige spreiding van groot belang, ook om draagvlak te behouden. Gemeenten verwachten dat het voorstel om voorrang voor statushouders op de sociale huurmarkt te verbieden, ertoe leidt dat er geen uitstroom plaatsvindt en dat de druk op de asielopvang verder toeneemt, of zorgt voor een toename van dakloosheid. Hoewel gemeenten de krapte op de woningmarkt erkennen en graag met het nieuwe kabinet in gesprek gaan over oplossingen, vindt de VNG deze maatregel geen passend antwoord op de problematiek.
Niet alleen omdat daardoor meer opvangplekken nodig zijn, maar ook omdat statushouders op deze manier later onderdeel worden van de samenleving, wat snelle inburgering en participatie belemmert. Ook andere maatregelen, zoals het afschaffen van de vergunning voor onbepaalde tijd en aanscherping van de eisen voor naturalisatie, werpen een drempel op voor de integratie en participatie. Desalniettemin kijken we graag samen met het nieuwe kabinet naar mogelijkheden om ervoor te zorgen dat mensen die bij naturalisatie nog onvoldoende Nederlands spreken, kunnen meedoen en participeren in de samenleving.
8
Meer handvatten om overlast te bestrijden kunnen helpen. Gemeenten hebben ook de wens om overlast te voorkomen door preventieve maatregelen. Een strenge aanpak van asielzoekers die worden verdacht van een strafbaar feit mag er niet toe leiden dat zij uit de opvang worden gezet en gaan rondzwerven en elders voor (meer) overlast zorgen. Gemeenten vrezen dat beëindiging van de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) ernstigere en meer zichtbare problematiek in steden creëert. Ongedocumenteerden die al jaren in Nederland zijn en om uiteenlopende redenen niet (kunnen) terugkeren naar het land van herkomst, zullen bij sluiting van de LVV immers niet zomaar verdwijnen. Strafbaarstelling zal er eerder voor zorgen dat mensen uit het zicht van de autoriteiten verdwijnen. In het hoofdlijnenakkoord worden verschillende aanscherpingen in de asielprocedure voorgesteld, zoals een asielbeslisstop en de herinvoering van het tweestatusstelsel. Gemeenten zien hierin een risico: dit kan leiden tot langere procedures en daardoor langer verblijf in de asielopvang, waardoor er nog meer opvangplekken nodig zijn. Ten aanzien van de opvang van Oekraïense ontheemden staat in het hoofdlijnenakkoord alleen dat de eigen bijdrage voor opvang omhoog moet. Daarover blijft de VNG graag met het rijk in gesprek.
Daarnaast vragen we het aanstaande kabinet ook na te denken over scenario’s waarin een deel van de Oekraïners (langdurig) in Nederland blijft. Een langetermijnplan is noodzakelijk om passende maatregelen te nemen naar de toekomst toe. We vinden het van belang dat de verschillende migrantenstromen, met elk hun eigen kansen en uitdagingen, in samenhang worden bezien. Ten aanzien van arbeidsmigratie is het belangrijk dat de ingezette lijn van het uitvoeren van de adviezen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten worden voortgezet. Daarnaast wordt in het hoofdlijnenakkoord ook de wens geuit om malafide partijen aan te pakken. Onze zorg zit met name in de uitvoering hiervan in samenwerking met partijen zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie. Verder missen we in het akkoord extra maatregelen om de registratie van arbeidsmigranten in de Basisregistratie Persoonsgegevens te verbeteren.
9
Wonen en volkshuisvesting, infrastructuur, openbaar vervoer en luchtvaart; elke regio telt Algemeen bevindingen: • Algemeen: Hoofdstukken en onderwerpen staan in het hoofdlijnenakkoord los van elkaar. Dit kan ertoe leiden dat de verschillende fysieke maatregelen onderling botsen. Voor gemeenten is het van essentieel belang dat de uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid van de totale aanpak in balans is over alle domeinen. Zie ook het hoofdstuk Internationaal en Europa voor de juridische kant in EU-perspectief. • Ook worden gezondheidsaspecten als randvoorwaarden voor gezonde leefomgeving en economie niet of nauwelijks benoemd. • Veel hangt af van de nadere invulling c.q. uitvoering en uitvoerbaarheid. O.a. op dit laatste wil VNG actief haar rol vervullen. Wonen Wat staat er in het akkoord? Volkshuisvesting blijft een topprioriteit. Wat opvalt is dat er geen grote beleidswijzigingen worden aangekondigd. Bestaande wetsvoorstellen worden doorgezet of beperkt aangepast. Wel wordt er extra geld uitgetrokken voor woningbouw, namelijk € 1 miljard per jaar en € 500 miljoen voor daaraan relateerde mobiliteit. Dit is serieus geld maar veel minder dan we in het kader van uitvoeringsagenda wonen en woontop hebben berekend dat nodig is. In het akkoord wordt erkend dat grond een belangrijke voorwaarde is voor woningbouw.
Het is positief dat er daarom werk gemaakt wordt van een belasting op ongebouwde grond met een woonfunctie en een planbatenheffing. In het hoofdstuk financiën worden deze maatregelen, die op termijn extra geld voor woningbouw zouden kunnen opleveren, wat nader geanalyseerd. Ook trekt het akkoord € 500 miljoen uit voor verhoging van de huurtoeslag. Het nieuwe kabinet zet de gewenste lijn door dat corporaties een grotere rol moeten krijgen in het middensegment. In het akkoord wordt aangekondigd dat het verboden wordt voor gemeenten om statushouders alleen om reden van hun status voorrang te geven voor woonruimte. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zullen vanwege de voorstellen extra investeringsmiddelen krijgen voor het mogelijk maken van woningbouw. Enerzijds via directe ondersteuning vanuit het rijk, anderzijds via bijvoorbeeld de planbatenheffing. Gemeenten vinden dat de beschikbare rijksmiddelen primair bestemd moeten zijn voor de publieke tekorten bij woningbouw en gemeenten niet gekort moeten worden ter compensatie. Ook willen we waken voor uitgebreide aanvraag- en verantwoordingsprocedures. De vraag is wel of het voldoende is, ook de andere randvoorwaarden, bijvoorbeeld rondom personeel, energielevering, drinkwaterlevering en stikstof moeten op orde zijn.
De aanpassingen van de Wet versterking regie volkshuisvesting betekenen een verruiming om regionaal af te wijken van het percentage sociale huur. Aandachtspunt is daarbij hoe geborgd kan worden dat alle gemeenten zorgdragen voor meer sociale huur. Het verbod op het toewijzen van woningen aan statushouders roept veel vragen op. Onduidelijk is hoe gemeenten dan moeten voldoen aan de jaarlijkse taakstelling bij het huisvesten van statushouders. 10
Ruimtelijke ordening Wat staat er in het akkoord? Er komt een coördinerend minister, die regie voert op de ruimtelijke ordening en op waar hoeveel woningen gebouwd moeten worden. Het kabinet zet een stevig aantal ambities door, zeker op het vlak van bouwen en wonen, landbouw en visserij, economie en mobiliteit. Dit zijn allemaal functies die ruimte nodig hebben. Wat betekent dit voor gemeenten? Ruimtelijke ordening is meer dan volkshuisvesting en vraagt om duidelijke prioritering van ruimtevragers. Dit lijkt nu aan de regio en gemeenten overgelaten te worden. Voor de bouwplannen is het van belang om verschillende factoren mee te nemen in de ruimtelijke planning zoals o.a. zoetwaterbeschikbaarheid en drinkwater, netcongestie, natuur en geschiktheid water en bodemgeschikte bouwlocaties. Deze factoren vragen concrete keuzes op hoofdlijnen en hoofdstructuren door het toekomstige kabinet, met een goede mix tussen regie op nationaal niveau en lokale afwegingsruimte. Voor versterking van de uitvoeringskracht gaan wij uit van de beginselen en het instrumentarium van omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. Hierop hebben wij blijvende samenwerking en commitment van het rijk nodig. Mobiliteit Wat staat er in het akkoord? Het akkoord spreekt over een grote impuls voor o.a.
infrastructuur (op minimaal basisniveau) en bereikbaarheid (weer oppakken gepauzeerde grote projecten en OV-verbinding platteland). Er zijn echter geen extra middelen toegekend behalve € 2,5 miljard voor het ontsluiten van locaties voor woningbouw. Het kabinet wil zero emissiezones uitstellen. De aanschaf van elektrische voertuigen blijft ondersteund worden, maar de subsidies stoppen per 2025. Wat betekent dit voor gemeenten? Het akkoord is geen grote trendbreuk. Onbekend blijft of de impuls voor infrastructuur ook voor gemeentelijke infrastructuur is en met welke middelen de ambities voor bereikbaarheid worden gerealiseerd. Gemeenten worden niet gesteund in de mobiliteitstransitie en verkeersveiligheid. Het instellen van zero emissiezones is een gemeentelijke bevoegdheid en gemeenten willen dat zero emissiezones niet uitgesteld worden. De vraag is hoe elektrische voertuigen gestimuleerd worden als de subsidies stopgezet worden. Veiligheid in het OV Wat staat er in het akkoord? In overleg met vervoerders en andere overheden worden maatregelen genomen om de veiligheid in het OV te verbeteren. Te denken valt aan de inzet van meer BOA’s in trein en bus die ook daadwerkelijk op kunnen en mogen treden (bv. door uitbreiding van bevoegdheid identiteit vast te stellen) en het invoeren van bodycams voor hoofdconducteurs op basis van vrijwilligheid.
11
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten willen vasthouden aan de huidige regelingen, waarin inzet van bodycams bij BOA’s kan op basis van vrijwilligheid. Daarmee beschouwen we dit als een ondersteuning aan de bestaande praktijk. Elke Regio Telt Wat staat er in het akkoord? Voor woningbouw, infrastructuur en de bereikbaarheid staat de gebiedsgerichte benadering voorop; elke regio telt. Om de bereikbaarheid in heel Nederland, ook op lange termijn, op orde te houden en verder te verbeteren, is actie nodig. De inzet op infrastructuurprojecten, voor een deel in regio's waar weinig verbindingen zijn, vragen voldoende personeel, vergunningsruimte en middelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Hier is momenteel weinig concreets over te zeggen. De ambitie zijn wenselijk maar we hebben grote vragen over uitvoerbaarheid.
Wat staat er in het akkoord? Bij spoorverbindingen wordt per regio bezien wat nodig is, waarbij niet alleen focus ligt op de grote steden. In de grensregio’s is een goede aansluiting van spoorverbindingen met het buurland essentieel. De aanleg van de Lelylijn wordt voortgezet, waarbij met de aanleg wordt gestart in Groningen als dit uitvoeringstechnisch mogelijk is. Internationaal spoorvervoer wordt bevorderd door barrières voor nieuwe toetreders weg te nemen. Er komt een voorstel voor grensoverschrijdend spoorvervoer inclusief de aansluiting van vijf treinstations op internationale hsl-lijnen (bv. Hengelo, Venlo, Heerlen, Groningen en Zwolle). De bereikbaarheid van het landelijk gebied wordt verbeterd door het busvervoer tussen dorpskernen op het platteland te versterken. Wat betekent dit voor gemeenten? Het akkoord komt overeen met het standpunt van de VNG. De aandacht voor goede aansluiting van grensregio's met het buitenland is welkom. De ambities op bereikbaarheid zijn goed maar busverbindingen zijn niet zonder reden verdwenen of in frequentie afgenomen. Meer lokaal regelruimte en flexibiliteit om te kunnen komen tot passende oplossingen is wenselijk. Denk bijvoorbeeld aan kleinschalig vervoer waar nu o.a. het knelpunt is dat zulke oplossingen moeilijk combineren met landelijke regelingen voor bijvoorbeeld studenten.
Wij verwachten van zulke toekomstgerichte zaken meer effect dan van terugbrengen wat er ooit was. U leest meer over Elk Regio Telt bij het hoofdstuk Goed bestuur en Sterke Rechtsstaat.
12
Een goede toekomst voor landbouw en visserij, voor voedselzekerheid, voor natuur Landelijk gebied Wat staat er in het akkoord? Dit akkoord schetst een ambitie om toekomstperspectief te bieden aan het landelijk gebied. Vakkennis van boeren, tuinders en vissers worden centraal gesteld, door van middel- naar doelsturing te gaan. Er wordt geambieerd bedrijfsspecifieke emissiedoelen te formuleren en een juridisch houdbare ‘afrekenbare stoffenbalans’ te ontwikkelen. Innovatie wordt breder opgepakt en krijgt meer ruimte in beleidsontwikkeling, bijvoorbeeld via een apart innovatieprogramma voor robotisering. Er worden meerdere maatregelen beschreven om het toekomstperspectief van de agrariër te ondersteunen, zoals langjarige financiële ondersteuning van agrarisch natuurbeheer en ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen. Ook wordt veel aandacht besteed aan een gebiedsgerichte aanpak, waarbij de agrariër centraal staat. De uitwerking van een aantal van de voorstellen, bijvoorbeeld als het gaat om de derogatie, Nitraatrichtlijn, de mestaanpak en het herijken van N2000-gebieden focust op onderhandelen in Brussel. Zo wordt in het akkoord meermaals verwezen naar Brussel om een aantal hete hangijzers voor agrarische ondernemers aan te pakken (zie hiervoor verder het hoofdstuk Internationaal en Europa): • • • •
Opnieuw onderhandelen over derogatie van de Nitraatrichtlijn; Derogatievrije zones (overgangsgebieden) rondom N2000-gebieden beperken; Maximale hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest uit Nitraatrichtlijn schrappen; Herijking van N2000-gebieden.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het bieden van toekomstperspectief aan het landelijk gebied is belangrijk. Dat zien we terug in het akkoord. Evenals een gebiedsgerichte aanpak waar gemeenten er nauw bij betrokken zijn in lopende gebiedsprocessen. Randvoorwaardelijk voor ontwikkeling blijft echter de stikstofreductie voor de totale transitie van het landelijk gebied. Haalbaarheid, uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid van de totale aanpak over alle domeinen heen is voor gemeenten een belangrijk aandachtspunt. Ook de financierbaarheid vraagt aandacht nu het transitiefonds wegvalt. Gemeenten moeten binnen de meegegeven kaders in staat zijn taken uit te voeren.
13
Energie, leveringszekerheid en klimaatadaptatie Algemeen bevindingen • De maatregelen zijn allemaal vrij sectoraal gericht terwijl een meer integrale benadering mist. • Veel onderwerpen met een ruimtelijke impact worden niet genoemd, of heel algemeen, zoals bijvoorbeeld een thema als klimaatadaptatie. Energietransitie en klimaat Wat staat er in het akkoord? Het akkoord stelt relatief stabiel beleid voor en houdt zich aan bestaande afspraken. Maar stelt zich teweer tegen nieuwe nationale koppen (hogere normen of hoger tempo bijvoorbeeld) op Europees beleid. Belangrijkste kenmerken zijn minder afhankelijkheid van onbetrouwbare landen, draagbaar, haalbaar en uitvoerbaar klimaatbeleid, handelingsperspectief voor burgers en bedrijven en ondersteuning specifieker gericht op mensen met een kleine beurs en kleine bedrijven. Er wordt een aantal specifieke aanpassingen in het beleid voorgesteld: • Geen verplichting warmtepomp bij nieuwe cv-ketel; • Geen verplichte labelsprongen voor koopwoningen, • Windmolens zoveel mogelijk op zee in plaats van op land. • Invoering zero-emissiezones uitstellen om uitzonderingen landelijk te kunnen regelen (de instelling van zulke zones blijft wel gemeentelijke bevoegdheid). • De maatwerkafspraken industrie worden doorgezet, maar de extra CO 2-heffing vindt geen doorgang. • Er komen minimaal 4 kerncentrales bij, mogelijk ook meerdere kleinere.
• Oplossen van netcongestie krijgt voorrang, waarbij de regie bij het kabinet ligt, o.a. in de prioritering aansluitingen. • De eerste schijf van de energiebelasting op gas wordt verlaagd, net als bij een aantal andere belastingen op fossiele brandstoffen. • De salderingsregeling wordt in 2027 helemaal afgeschaft. • Er wordt een bezuiniging van € 1,2 miljard op het Klimaatfonds (van de € 35 miljard) ingeboekt en er is een generieke taakstelling op subsidies van € 1 miljard. Deze gaat ook verduurzamingssubsidies raken. • Er zijn geen extra uitvoeringsmiddelen voor gemeenten beschikbaar gesteld (waar het ROB eerder dit jaar wel voor pleitte). Ook zijn er andere aankondigingen zoals overheveling SPUKS naar het gemeentefonds met een forse afslag, en afschaffen transitiefonds. Uit dit transitiefonds werden ook financiële bijdragen geleverd voor energietransitiemaatregelen in het landelijk gebied. Deze optelsom aan financiële reducties leidt tot meer druk op de hoeveelheid beschikbare uitvoeringsmiddelen. Wat betekent dit voor gemeenten? De mate waarin de taken en bevoegdheden van gemeenten worden geraakt zit met name in de beschikbaarheid van uitvoeringsmiddelen. Een groot deel van de extra middelen uit het ROB-advies zijn bedoeld voor infrastructuur en het oplossen van netcongestie en voor woningisolatie, doelen waar het akkoord zelf prioriteit aan geeft.
Ook de wijzigingen in het flankerend beleid (zoals hierboven geschetst)
14
en mogelijk een lagere doelstelling op windenergie hebben effect op de opgaven van gemeenten. Zo wordt de business case voor duurzame warmte moeilijker door de lagere belasting op aardgas. De VNG mist een integrale benadering met andere opgaven, zoals wonen en bestaanszekerheid. Klimaatadaptatie Wat staat er in het akkoord? Nederland moet zich verder aanpassen aan de klimaatverandering. De adaptatie-aanpak wordt geactualiseerd en is er o.a. aandacht voor funderingsschade aan gebouwen en infrastructuur en de beschikbaarheid van zoetwater. Er is hierbij geen financieel kader opgenomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn aan de slag met klimaatadaptatie. Om te versnellen is ondersteuning nodig waaronder een bijpassend financieel kader. Ook de funderingsaanpak vraagt om extra inzet en maatregelen zoals blijkt het recent Rli-advies ‘Goed gefundeerd’. Water en bodem sturend (WBS) Wat staat er in het akkoord? In het Hoofdlijnenakkoord staat ‘Er wordt toekomstbestendig gebouwd en rekening gehouden met water, bodem, landschap en stedenbouwkundige kwaliteit’. En er staat ook dat ‘geen extra, nationale duurzaamheidsregels voor bouwen opgelegd worden’. Wat betekent dit voor gemeenten? De gevolgen voor gemeenten zijn nog onduidelijk en vraagt om verdere integrale uitwerking waarbij de uitvoerbaarheid centraal staat.
Ook wordt in het Hoofdlijnenakkoord geen koppeling gemaakt tussen het water- en bodemsysteem en de transitie in het landelijk gebied. Inwoners en ondernemers hebben een goede oplossing nodig, zoals voor verzilting, zoetwatertekorten of ruimte voor waterberging. Gemeenten en andere partijen hebben duidelijkheid nodig over duurzaamheidsregels, op het ambitieniveau van het akkoord van Parijs. Anders verwacht de VNG voortdurende juridische onzekerheid, vertraging en zwakke business cases rond projecten.
15
Toegankelijke publieke voorzieningen; zorg en onderwijs Jeugd Wat staat er in het akkoord? De hervormingsagenda jeugd wordt doorgezet. Hierbij verwijst het kabinet specifiek naar oordelen van de Raad van State en de Algemene Rekenkamer. Tevens zet het kabinet in het bijzonder in op het versneld afbouwen van de gesloten jeugdzorg, het verminderen van het aantal uithuisplaatsingen en het verbeteren van de rechten van kinderen en ouders. Ook heeft het kabinet besloten om de extra bezuiniging van € 511 miljoen op de jeugdzorg te schrappen. Wat betekent dit voor gemeenten? Dat we al onze inzet door kunnen zetten op de Hervormingsagenda Jeugd. Ook geeft dit zekerheid dat de financiële afspraken hieruit gestand zijn gedaan, inclusief de rol van de deskundigencommissie. Het definitief wegvallen van de extra bezuiniging van € 511 miljoen is goed nieuws. Ook de noodzaak van de afbouw van gesloten jeugdzorg onderschrijven wij. We spreken de verwachting uit dat bij de verdere uitwerking de huidige inhoudelijke kaders van de hervormingsagenda leidend zullen blijven. Dit is namelijk bepalend om het effect op gemeenten vast te stellen. We missen een keuze over het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming. Om gezinnen beter te helpen en de rechten van ouders en kinderen te versterken is een stelselwijziging rondom de jeugd- en gezinsbescherming cruciaal.
Onderwijs en Cultuur Wat staat er in het akkoord? In de onderwijsparagraaf ontbreken duidelijke uitspraken over de rol van het onderwijs in het bevorderen van gelijke kansen voor onze inwoners. Wel is er veel aandacht voor basisvaardigheden, wordt gesteld dat voor- en vroegschoolse educatie van belang is, en heeft het kabinet aandacht voor passend en speciaal onderwijs. Ook wil het kabinet dat er een stop komt op de wildgroei aan subsidies en in plaats daarvan een solide financiering bieden. In het financiële kader wordt gemeld dat de subsidie (€ 200 miljoen structureel) voor de maatschappelijke diensttijd (MTD) wordt geschrapt. En dat de subsidie voor heterogene brugklassen wordt afgeschaft (€ 57 miljoen structureel) en het programma School en Omgeving wordt beperkt tot de 5% scholen met de grootste positieve achterstandsscore (€ 157 miljoen structureel). Ook wordt een generieke korting op subsidies gemeld waarvan niet duidelijk is of en hoe die ook effect heeft in het onderwijs. Daarnaast wil het kabinet een lastenverzwaring (als inkomsten) doorvoeren door het verlaagde btw-tarief op cultuurgoederen en -diensten af te schaffen. Er wordt bevorderd dat onderwijsaanbod in stad en platteland binnen een redelijke reistijd bereikbaar is. Daartoe moeten binnen de onderwijsbegroting middelen worden herschikt.
16
Wat betekent dit voor gemeenten? In het hoofdlijnenakkoord ontbreekt aandacht voor het belang van gezond opgroeien, ontwikkelen en opvoeden in onze samenleving. Wat we zien gebeuren is dat de samenleving steeds complexer wordt en dat er allerlei vraagstukken over opvoeden en opgroeien als “probleem” binnenkomen in de jeugdzorg, de kinderopvang of in het klaslokaal. Terwijl het eigenlijk vaak gaat om alledaagse vragen en onzekerheden van kinderen en jongeren die zij in de lokale gemeenschap, met vrienden, in de buurt, het gezin, de kerk, de vereniging of de school zouden kunnen bespreken. Het risico van deze probleemgerichte aanpak is dat we op zoek gaan naar behandelingen en medische en individuele (jeugdhulp) aanpak. Die aanpak is niet altijd effectief en kans soms zelfs negatieve gevolgen hebben. Het effect is ook dat de wachtlijsten (jeugdhulp en het speciaal onderwijs) en het aantal thuiszitters toenemen. En deze jongeren blijven zitten met hun vragen. Daarom is het belangrijk dat we werken aan het versterken van de pedagogische basis. We zien het als een gemiste kans dat deze notie in het hoofdlijnenakkoord ontbreekt. Daarnaast ontbreekt een verdere uitwerking van de omzetting van subsidies naar een solide financiering in het onderwijs, terwijl een aantal subsidies wel wordt geschrapt. Dit gaat ten koste van de inzet op eerlijke kansen in het onderwijs.
Ook hebben we zorgen over het effect van de bezuinigingen op de gewenste versterking van de kwaliteit van het onderwijs en de pedagogische basis. Ondanks opeenvolgende alarmerende rapporten over de staat van de onderwijshuisvesting in Nederland en de financiële tekorten aldaar (bv 2017, 2020, 2021) kiest ook dit kabinet niet voor een structurele reparatie van de budgetten voor onderwijshuisvesting bij gemeenten en schoolbesturen. Als gevolg hiervan zal zullen schoolgebouwen opnieuw verder verouderen. Scholen zijn daardoor steeds minder geschikt om naar de normen van vandaag les in te geven en voldoen in steeds mindere mate aan de eisen en wensen ten aanzien van energieprestaties en binnenklimaat. Het afschaffen van het verlaagde btw-tarief heeft direct gevolgen voor de betaalbaarheid en toegankelijkheid van cultuur voor inwoners. Prijsstijgingen van entreebewijzen en tickets kunnen leiden tot minder bezoekers. Dit heeft gevolgen voor de hoogte van de publieksinkomsten van culturele organisaties. Gemeenten zijn in veel gevallen eerste of medefinancier van het culturele aanbod onder voorwaarde van voldoende eigen (publieks)inkomsten. Een disbalans door een btw-verhoging leidt mogelijk tot minder (divers) aanbod en zet de brede toegankelijkheid van cultuur daarmee onder druk.
Publieke gezondheid Wat staat er in het akkoord? Op het vlak van de publieke gezondheid staat in het akkoord dat preventie meer centraal komt te staan om daarmee de zorg voor de toekomst ook toegankelijk te houden. Aandacht voor sport en bewegen, het verkleinen van gezondheidsverschillen en het beheersen van de zorgvraag zijn daarbij belangrijk. Verder komt er een nieuwe, samenhangende aanpak van vaccinaties, met name ter bescherming van kinderen. Wat betekent het voor gemeenten? Er is nog niet uitgewerkt hoe de voornemens van de partijen zich verhouden tot de decentrale taak van gemeenten via de Wet Publieke Gezondheid. Het is ook niet duidelijk hoe de ambitie zich verhoudt tot de opgenomen financiële maatregel om de intensivering in publieke gezondheid terug te draaien vanaf 17
2025 met uiteindelijk € 300 miljoen. De rol en mogelijkheden van gemeenten om een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheid komen hierdoor onder druk te staan. De uitwerking van een nieuwe aanpak om de vaccinatiegraad onder kinderen te verhogen, is welkom. Maar nog onduidelijk is wat dit betekent voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma waar gemeenten via hun GGD’en verantwoordelijk voor zijn. Maatschappelijke Ondersteuning en Zorg Wat staat er in het akkoord? Op het vlak van maatschappelijke ondersteuning en zorg willen partijen door met een hoofdlijnenakkoord voor de curatieve zorg. Aan de hand van de evaluatie IZA wordt een nieuw akkoord voor de jaren tot en met 2028 voorbereid, waarvan de volumegroei gelijk is aan het laatste jaar van het IZA. Dit hoofdlijnenakkoord moet structureel € 590 miljoen opleveren. Met het halveren van het eigen risico in de curatieve zorg dat inwoners betalen voor hun zorgverzekering, willen partijen zorgmijding voorkomen en drempels voor chronisch zieken verlagen. Daar staat het afschaffen van de huidige tegemoetkoming voor extra kosten als gevolg van hun ziekte of handicap voor arbeidsongeschikten tegenover. Verder wordt in de langdurige ouderenzorg de eerdere bevriezing van verpleeg- en verzorgingshuisplekken teruggedraaid. Hiervoor is € 600 miljoen beschikbaar voor de Wlz per 2027.
Er wordt ook een lastenverlichting ingeboekt in de Wlz, oplopend tot structureel € 270 miljoen, als gevolg van het versnellen van digitale vormen van zorg en de aanname dat dit meer arbeidsproductiviteit oplevert. Er is de ambitie om de personeelskrapte in de zorg met grote prioriteit op te pakken, maar de middelen (€ 130 miljoen) die vanaf 2022 beschikbaar zijn in het programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ) worden afgeschaft. De partijen zetten in op ICT/digitale middelen, administratieve lastenverlichting en het aantrekkelijker maken van het werken in de zorg, bv. door meer zeggenschap. Tot slot wil het kabinet goede regionale afspraken tussen ziekenhuizen over bereikbaarheid bij acute zorg in de buurt en van streekziekenhuizen; de insteek wordt dat streekziekenhuizen behouden blijven. Ook is aangegeven dat de positie van de eerstelijnszorg en onderlinge samenwerking verbeterd zal worden. Wat betekent het voor gemeenten? De vier partijen richten zich vooral op de curatieve en langdurige zorg in het hoofdlijnenakkoord.
De voorgenomen voortzetting van een hoofdlijnenakkoord voor de curatieve zorg is positief, maar met het terugdraaien van de intensivering en subsidies in de publieke gezondheid en het ontbreken van aandacht voor het belang van een sterk sociaal domein, vallen ook belangrijke voorwaarden weg voor gemeenten om bij te dragen aan de beweging van zorg naar gezondheid. Preventie wordt ook nog erg individueel en in termen van leefstijl benaderd. We weten vanuit kostenperspectief en effectiviteit dat collectieve preventie, gezond leven makkelijker maken via een gezonde leefomgeving en een stevige sociale basis ziekte en zorg voorkomen. Gemeenten zijn hier met hun GGD en maatschappelijke partners de uitgelezen uitvoerder van. Ook als het gaat om aandacht voor de consequenties van de vergrijzing en het toenemend beroep op maatschappelijke ondersteuning in de thuissituatie, ondersteuning van mantelzorgers en zorg van kwetsbare groepen, zoals dak- en thuislozen. Aandacht hierop ontbreekt volledig in dit hoofdlijnenakkoord. Een goede basis van ondersteuning en laagdrempelige zorg in de wijk 18
en voldoende passende woonvoorzieningen is cruciaal om het beroep op curatieve en langdurige zorg naar de toekomst toe te beheersen. Het weer beschikbaar komen van verpleeg- en verzorgingshuisplekken is positief nieuws voor inwoners en mantelzorgers, die daardoor eerder de benodigde zorg kunnen ontvangen en minder lang een beroep hoeven te doen op de Wmo of crisiszorg. Ook de maatschappelijke waarde van streekziekenhuis voor de gemeenschap mag niet worden onderschat. Het is van belang dat gemeenten in dat regionale gesprek ook worden betrokken. De oplopende personeelstekorten in de zorg baren ook gemeenten zorgen, het hoofdlijnenakkoord vraagt nog verdere uitwerking in hoe partijen dit daadwerkelijk willen realiseren. Huisvesting van aandachtsgroepen Wat staat er in het akkoord? Op het vlak van de huisvesting van aandachtsgroepen staat in het akkoord dat partijen de inzet op de huisvesting van aandachtsgroepen willen voortzetten. Ook is de inzet dat er bij nieuwbouw gemiddeld minimaal 30% sociale huur wordt gerealiseerd. Gebiedsgerichte differentiatie moet mogelijk zijn en het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting wordt aangepast om gemeenten hier meer lokale ruimte te geven. Wat betekent dit voor gemeenten? De genoemde groepen in het akkoord zijn anders dan omschreven in de wet Versterken regie volkshuisvesting.
Het is onduidelijk in hoeverre dit een bewuste keuze is. Wel staat expliciet benoemd dat statushouders géén voorrang meer mogen krijgen bij het toekennen van woningen. Het is nog onduidelijk hoe gebiedsgerichte differentiatie zich verhoudt tot het VNG-standpunt dat alle gemeenten moeten toewerken naar 30% sociale huur. Streekziekenhuizen en zorg dichtbij Wat staat er in het akkoord? Een hoofdlijnenakkoord, gericht op beheersbaarheid van zorguitgaven en de kwaliteit van de zorg; goede regionale afspraken tussen ziekenhuizen over bereikbaarheid bij acute zorg in de buurt en van streekziekenhuizen; de insteek wordt dat streekziekenhuizen behouden blijven. Er wordt onderzoek gedaan naar alternatieve bekostigingsvormen van de spoedzorg, anders dan het huidige stelstel van marktwerking. Wat betekent dit voor gemeenten? Deze ambitie maar vraagt om het veranderen van veel meer kwaliteitsnormen dan spoedzorg alleen. Vanuit gemeenten wordt uitgekeken naar meer regelruimte om andere oplossingen mogelijk te maken. De ambitie om naar andere uitgangspunten dan marktwerking te kijken moeten breder getrokken worden dan (spoed)zorg alleen. Liever uitgaan van maatschappelijke effectiviteit dan van efficiency.
19
Goed bestuur en een sterke rechtsstaat Representatieve democratie Wat staat er in het akkoord? Versterking van de regionale band tussen kiezers en gekozenen in de Tweede Kamer door invoering van een nieuw kiesstelsel. De Kiesraad wordt omgevormd tot een Kiesautoriteit met meer zeggenschap over het verkiezingsproces. De aanstellingswijze van de burgemeester blijft ongewijzigd. Ook staat er in het akkoord dat de initiatiefwet voor invoering van het bindend correctief referendum verder in behandeling wordt genomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Een wetsvoorstel tot invoering van een nieuw kiesstelsel voor de Tweede Kamer ter versterking van de regionale band tussen kiezers en gekozenen wordt dit jaar ingediend, gericht op tijdige inwerkingtreding voor de volgende verkiezingen. De snelle invoeringsdatum kan grote gevolgen hebben voor de uitvoering door gemeenten. Ook kan de Kiesautoriteit meer invloed krijgen op het verkiezingsproces. Politieke ambtsdragers Wat staat er in het akkoord? Vanaf 1 januari 2026 is er voor één jaar een nullijn voor de loonontwikkeling van politieke ambtsdragers. Wat betekent dit voor gemeenten? Recent is een nieuwe CAO Rijk afgesloten voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2025. Onderdeel daarvan is een gemiddelde loonstijging van 9,7 procent. Deze CAO blijft in stand.
Wel gaat vanaf 1 januari 2026 een nullijn gelden voor rijksambtenaren voor de periode van één jaar. Met deze nullijn wordt de loonontwikkeling van rijksambtenaren gematigd. Omdat de CAO Rijk doorwerkt op de lonen van politieke ambtsdragers gaan zij mee in de nullijn. Voor de politieke ambtsdragers van gemeenten betekent dit ook voor het jaar 2026 een nullijn. Extra waarborgen voor rechtsstatelijk handelen bij medebewindstaken Wat staat er in het akkoord? • Het waarborgen van de democratische rechtsstaat en stabiele overheidsfinanciën vormen onmisbare randvoorwaarden • Er komt op basis daarvan een agenda voor vernieuwing van de democratie, de rechtsstaat, het bestuur en de controle daarop. Extra investeringen van € 200 miljoen structureel. • Vaste Tweede Kamercommissie grondrechten en constitutionele toetsing. • Minister BZK coördineert aanpak van hardheden in beleid, wetgeving en uitvoering. • Constitutionele toetsing door constitutioneel hof. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten voeren veel medebewindstaken uit op basis van wetten in formele zin. Met deze voorstellen worden burgers beter beschermd tegen een overheid die zich niet aan de Grondwet houdt, zoals dat helaas is gebeurd met de Toeslagenaffaire. Een rechter zal niet alleen lagere regelgeving, maar ook wetten in formele zin aan de Grondwet gaan toetsen. 20
Een constitutioneel hof is alleen bedoeld om wetten in formele zin aan de Grondwet te kunnen toetsen. Het akkoord en het beoogde constitutioneel hof bieden geen handelingsperspectief voor gemeenten bij verschil van mening over beoogde medebewindstaken en onverwachte ontwikkelingen bij de uitvoering hiervan, terwijl dit wel essentieel is voor een gelijkwaardige verhouding met de rijksoverheid. Als het constitutioneel hof ook bij geschilbeslechting tussen overheden een rol kan spelen, is dat een welkome aanvullende waarborg. Realistische taken voor gemeenten Wat staat er in het akkoord? • De rijksdienst zet aantoonbaar meer in op vakmanschap, kennis, uitvoering en burgerperspectief; werving voor en roulatie bij de algemene bestuursdienst worden in deze context hervormd. • Goed bestuur voor de burger betekent ook: rijk, gemeenten, provincies en waterschappen moeten in staat worden gesteld om adequaat en zelfstandig als democratisch gelegitimeerde overheidsorganen te functioneren. Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. • De medeoverheden worden vroegtijdig betrokken bij voorbereiding van beleid en van wetgeving; de wetgever hakt uiteindelijk de knopen door. Wat betekent dit voor gemeenten? De aandacht voor goed bestuur, een sterke rechtstaat en herstel van vertrouwen is positief.
Het partnerschap tussen rijksoverheid en gemeenten staat niet in de concrete maatregelen van de in het akkoord aangekondigde agenda voor vernieuwing van de democratie, de rechtsstaat, het bestuur en de controle daarop. Gemeenten en het rijk hebben elkaar nodig bij het realiseren van echte, werkende oplossingen voor de problemen van mensen in Nederland. In de nadere uitwerking van het akkoord moet daarom ingezet worden op het borgen van de volgende punten: • daadwerkelijke inspraak van medeoverheden bij nieuw beleid; • bewuster kiezen welke taken bij gemeenten passen; • voldoende aandacht voor de haalbaarheid van ambities van de rijksoverheid in de praktijk van gemeenten. Zijn die wel uit te voeren, zeker in tijden van personeelskrapte? • de inzet van innovatie, gegevensuitwisseling en digitalisering om slimmer en beter invulling te geven aan opgaven. Samenwerking met de regio Wat staat er in het akkoord? Er wordt geïnvesteerd in structurele samenwerking met de regio. De bestaande regiodeals worden in overleg met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en decentrale overheden uitgebouwd tot strategische investeringsagenda’s met afspraken over wonen, bereikbaarheid, onderwijs en economie. Belangrijke gezamenlijke programma’s zoals het ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid’ en ‘Elke Regio Telt’, worden doorgezet.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het is goed dat het programma Elke Regio Telt wordt voortgezet. De invulling van structurele samenwerking met de regio kan helpen om te werken naar langjarige structurele financiering – en niet alleen voor investeringsagenda’s. Het is nog de vraag wat de passage uit het akkoord betekent voor de 21
invulling van de investeringsagenda’s. Ook is er geen nieuw budget vrijgemaakt voor de investeringsagenda’s, terwijl het budget voor de Regiodeals eindig is. Verantwoorde en transparante inzet AI en Algoritmen Wat staat er in het akkoord? • Er komt een wetenschappelijke standaard voor het gebruik van modellen en algoritmes. Beide moeten openbaar en navolgbaar zijn. De bijsluiter maakt duidelijk waarvoor ze wel en waarvoor ze niet bedoeld zijn en gebruikt kunnen worden. • Gebruik van AI (artificiële intelligentie) door de overheid biedt voordelen maar wordt ook aan voorwaarden gebonden zodat veiligheid, privacy en rechtsbescherming geborgd zijn. De overheid, waarbij de kennis van digitalisering moet worden versterkt, en de maatschappij worden weerbaar gemaakt tegen desinformatie en ‘deepfakes’. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten maken zich hard voor transparante en verantwoorde inzet van technologie, onder meer met algoritmeregistratie. Zij beschouwen dit als steun in de rug hiervoor. Vanuit het principe ‘normeren en democratiseren’ willen gemeenten dat elke technologie die bij toepassing potentieel invasief kan zijn op waarden en normen vanuit ethiek via democratische weg genormeerd wordt op mogelijkheden en onmogelijkheden voor toepassing. De wensen van het kabinet sluiten daarbij aan.
Wet open overheid en Archiefwet Wat staat er in het akkoord? Het nieuwe kabinet wil de Wet open overheid, de uitvoering hiervan en de hiermee gemoeide kosten evalueren. Het kabinet is ook voornemens om de overheidsarchieven op orde te brengen. Daartoe wordt de Archiefwet gemoderniseerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Concreet betekent dit een voortzetting van het huidige beleid. In 2023 is er een invoeringstoets opgesteld over de Wet open overheid (Woo). In deze invoeringstoets is een aantal kritische conclusies getrokken over de uitvoerbaarheid van de wet. Het kabinet moet een reactie hierover innemen. Het op orde krijgen van de informatiehuishouding is een belangrijke pijler uit de Woo. Gemeenten hebben hiervoor geen compensatie ontvangen. Andere rapporten hebben aangetoond dat er nog veel geïnvesteerd moet worden in de uitvoerig van de wet om een open overheid te realiseren. Het wetsvoorstel om tot een gemoderniseerde Archiefwet te komen is in april 2024 aangemeld voor plenaire behandeling. Het nieuwe kabinet is voornemens is dit wetstraject voort te zetten.
(Digitale) bereikbaarheid overheid Wat staat er in het akkoord? De bereikbaarheid van overheidsorganisaties voor burgers moet omhoog, onder meer door daadwerkelijke verruiming van de mogelijkheden, tijden en locaties voor contacten in persoon, meer tijdig en adequaat telefonisch contact en grotere beschikbaarheid van hulp bij digitaal contact. Bestaande nietdigitale communicatie door de overheid met burgers wordt gehandhaafd.
22
Wat betekent dit voor de gemeenten? Dit voornemen ondersteunt de ontwikkeling ingezet vanuit het programma Werk aan uitvoering om te komen tot versterking van de loketfunctie voor burgers onder meer door hoogwaardige digitale dienstverlening en overheidsbrede fysieke loketten. Er is echter geen vermelding in de financiële bijlage van budget of compensatie van de kosten van verruimde bereikbaarheid. Budgetmaatregel 40 (Generieke taakstelling subsidies) vermeldt o.a. bezuinigingen op subsidies waarvan de effectiviteit en doelmatigheid van de middelen vaak niet of onvoldoende zijn bewezen, o.m. inclusiviteit en participatie.
23
Nationale veiligheid Veiligheid en handhaving Wat staat er in het akkoord? Voor versterking van de nationale veiligheid wordt oplopend structureel € 300 miljoen per jaar beschikbaar gesteld voor meer slagkracht bij de politie, justitie en veiligheidsdiensten. Politie en justitie dichtbij, lokale handhaving leefbaarheid en veiligheid: er komt zichtbare aanwezigheid en meer politie en politieposten in wijken, in buurten, in de regio; de recherche wordt versterkt. Het streven is dat zoveel mogelijk wijkagenten meer tijd echt in hun wijk kunnen doorbrengen. Wijkrechtspraak wordt waar dat kan ook uitgebreid. Het opsporend en handhavend personeel in de veiligheidsketen, inclusief politie en boa’s, is neutraal, zonder religieuze symbolen gekleed. In overleg met vervoerders en andere overheden worden maatregelen genomen om de veiligheid in het OV te verbeteren. Te denken valt aan de inzet van meer boa’s in trein en bus die ook daadwerkelijk op kunnen en mogen treden (bv. door uitbreiding van identificatiemogelijkheden voor boa’s) Er wordt scherper onderscheid gemaakt tussen (vreedzaam) demonstreren en ordeverstorende acties. Wanordelijkheden, bedreigingen tegen anderen en openbaar geweld worden niet getolereerd.