CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

E1 2023-004 Ledenbrief VNG Wijziging Model Re-integratieverordening Participatiewet ivm Wet Uitvoeren Breed Offensief

Gemeenteraad 14 maart 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Ingekomen stukken VNG30.765 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Aan de leden

Datum

2 februari 2023 Kenmerk

TRE/U202300063 Lbr. 23/004 Telefoonnummer

070-3738393 Bijlage(n)

4

Onderwerp

Wijziging Model Re-integratieverordening Participatiewet in verband met Wet Uitvoeren Breed Offensief Geachte leden van college en gemeenteraad, Aanleiding In deze ledenbrief informeren wij u over de aanpassing van de VNG Model Reintegratieverordening Participatiewet en het intrekken van de VNG Model Verordening loonkostensubsidie Participatiewet. Deze aanpassing heeft gevolgen voor beleid en uitvoering bij gemeenten. Achtergrond Bij brief van 7 september 2018 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het zogenaamd “Breed Offensief” aangekondigd om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. In de wet “Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief)” (hierna: Wet Uitvoeren Breed offensief) is het juridisch raamwerk rondom deze maatregelen neergelegd. Het doel van de maatregelen is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Inhoud wetswijziging Met de maatregelen “Breed Offensief” wil de regering, kort gezegd, bereiken dat: • Regelingen rondom mensen met een beperking eenvoudiger worden voor werkgevers en werknemers. • Werken aantrekkelijker wordt gemaakt voor mensen met een arbeidsbeperking.

• Werkgevers en werkzoekenden elkaar gemakkelijker kunnen vinden in het matchingsproces. • Het bijdraagt aan duurzaam werk voor de doelgroep.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202300063

PROD

De maatregelen “Breed offensief” omvatten binnen het bestek van de Wet Uitvoeren Breed offensief: • Een expliciet aanvraagrecht voor werknemers en werkgevers voor persoonlijke ondersteuning op maat, zoals een jobcoach. • Meer transparantie over de mogelijkheid voor werkgevers en werknemers om loonkostensubsidie aan te vragen bij gemeenten. • Een extra vrijlatingsregeling voor inwoners met een arbeidsbeperking die (deeltijd) werken en daarnaast een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen. • Een verordeningsplicht voor gemeenten, in het wetsvoorstel opgenomen aan de hand van vijf onderwerpen, die in een verordening moeten worden uitgewerkt. • Een wijziging van de kostendelersnorm, die voortaan geldt vanaf 27 in plaats van 21 jaar. • De vier-weken zoektermijn voor jongeren met een arbeidsbeperking wordt afgeschaft. Wet van kracht op 1 juli 2023 De Wet Uitvoeren Breed offensief wordt, voor zover het de verordeningsplicht betreft, op 1 juli 2023 van kracht (Stb. 2022, 500). Dat betekent dat gemeenten op die datum hun reintegratieverordening aangepast moeten hebben. Om gemeenten tijd te geven zich hierop voor te bereiden, bieden we nu de aangepaste modelverordening aan.

Consequenties voor de Model Re-integratieverordening Participatiewet De bepalingen uit de Wet Uitvoeren Breed offensief die feitelijk een wijziging van de Participatiewet behelzen, waaronder het in de wet opgenomen aanvraagrecht voor een voorziening, vragen een uitwerking of nadere regeling in een gemeentelijke verordening. De VNG Model Reintegratieverordening Participatiewet, waarop wordt voortgebouwd, is daartoe aangepast en bij deze ledenbrief gevoegd. De VNG Model Verordening loonkostensubsidie Participatiewet wordt ingetrokken omdat die door het vervallen van de grondslag juridisch achterhaald is. Bijlagen Deze ledenbrief bevat vier bijlagen: Bijlage 1 - Was-wordt-tabel Model Re-integratieverordening Participatiewet met artikelsgewijze toelichting: Deze kan desgewenst gebruikt worden voor de raadsvoordracht voor de wijziging van de verordening. Bijlage 2 - Model Raadsbesluit wijziging Re-integratieverordening Participatiewet: Opgemaakt in Word 2.0-format (GVOP/DROP) voor publicatie, zonder toelichting. Bijlage 3 - Geconsolideerde tekst van de Model Re-integratieverordening Participatiewet met artikelsgewijze toelichting (gewijzigd model, januari 2023), met wijzigingen bijgehouden.

Bijlage 4 – Implementatiehandleiding bij de wijziging van de Re-integratieverordening Participatiewet: Nadere toelichting van de te maken keuzes en instructies voor de toepassing van de verordening. Meer informatie De geconsolideerde teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelgeving.nl). De VNG modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr/).

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/3

Vragen Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Klantcontactcentrum van de VNG (0703738393 of e-mail: info@vng.nl).

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/3

Was-wordt-tabel wijziging Model Re-integratieverordening Participatiewet (januari 2023) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets EN/OF iets] = door gemeente te kiezen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - Combinaties zijn ook mogelijk. - Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vetgedrukt en – als de bestaande tekst al vet was gedrukt - ook onderstreept. Artikel 1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: - doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; - grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar;

- korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar;

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; - grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; -interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; - jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; - korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; - overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; - persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; [- praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek;]

- wet: Participatiewet.

- voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; - werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; - werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; - wet: Participatiewet.

Het opschrift van hoofdstuk 2 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Hoofdstuk 2. Beleid en financiën

Hoofdstuk 2. Beleid en evaluatie

Artikel 2 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2. Evenwichtige verdeling en financiering 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in artikel 6, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 8, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 4. Het college zendt […(bijvoorbeeld tweejaarlijks] aan de gemeenteraad een Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst Artikel 2. Evenwichtige verdeling en evaluatie 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in [artikelen (artikel 6)], aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in [artikelen (de artikelen 4, 5 en 8)], aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 4. Het college zendt [termijn (tweejaarlijks)] aan de gemeenteraad een verslag over de

verslag over de doeltreffendheid van het beleid. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad.

doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad. 5. Het college verzamelt voor het verslag systematisch informatie over: a. […]; b. […]; en c. […].

Artikel 3 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3 Algemene bepalingen over voorzieningen [1. Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan vast waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.]

2. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet , de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet ;

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst Artikel 3 Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c.

de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet;

d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

d. de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.

Artikel 4 (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [Artikel 4. Werkstage 1. Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep, en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. 2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkstage, en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.]

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst [Artikel 4. Werkstage 1. Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep; en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. 2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkstage; en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.]

Artikel 5 (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [Artikel 5. Sociale activering 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon.]

Nieuwe tekst [Artikel 5. Sociale activering 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.]

Artikel 6 (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [Artikel 6. Detacheringsbaan 1. Het college kan zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.]

Nieuwe tekst [Artikel 6. Detacheringsbaan 1. Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.]

Artikel 7 (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7. Scholing 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. [...], en b. [...]. [3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet .]

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst Artikel 7. Scholing 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. [...]; en b. [...]. [3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet.]

Artikel 9 (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9. Participatievoorziening beschut werk 1. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken worden de volgende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aangeboden: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken, of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Voor zover nodig worden aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aangeboden: a. arbeidsmatige dagbesteding als bedoeld in artikel […] van de [citeertitel Wmoverordening]; b. sociale activering als bedoeld in artikel 5; c. scholing als bedoeld in artikel 7; d. persoonlijke ondersteuning als bedoel in artikel 11; e. schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. [3.

In aanvulling op het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet, [worden [ten hoogste] [aantal] OF wordt een aantal van [ten hoogste] [percentage] aan] additionele dienstbetrekkingen per jaar gerealiseerd. [4. In de additionele dienstbetrekkingen wordt voorzien in volgorde van vaststelling dat gegadigden uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben [… (bijvoorbeeld personen die ten minste […] jaar oud zijn, die algemene bijstand ontvangen, met een loonwaarde van ten minste […], met een verstandelijke of lichamelijke beperking, chronische psychische of psychosociale problemen)] hebben daarbij voorrang.]

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst Artikel 9. Participatievoorziening beschut werk 1. Het college verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. arbeidsmatige dagbesteding als bedoeld in artikel […] van de [citeertitel Wmoverordening]; b. sociale activering als bedoeld in artikel 5; c. scholing als bedoeld in artikel 7; d. persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 11; of e. schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. [3. In aanvulling op het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet, [(worden [ten hoogste] [aantal]) OF (wordt een aantal van [ten hoogste] [percentage] aan)] additionele dienstbetrekkingen per jaar gerealiseerd. 4.

In de additionele dienstbetrekkingen wordt voorzien in volgorde van vaststelling dat gegadigden uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Personen die [voorrangsgroep (ten minste […] jaar oud zijn, die algemene bijstand ontvangen, met een loonwaarde van ten minste […], met een verstandelijke of lichamelijke beperking, chronische psychische of psychosociale problemen)] hebben daarbij voorrang.]

Artikel 10 (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [Artikel 10. Ondersteuning bij leer-werktraject Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leerwerktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969 , nog niet is geëindigd, of b. van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.]

Nieuwe tekst [Artikel 10. Ondersteuning bij leer-werktraject Het college kan, overeenkomstig artikel 10f van de wet, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leerwerktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of b. van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.]

Artikel 11 (artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 11. Persoonlijke ondersteuning Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten.

Nieuwe tekst Artikel 11. Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A.

Artikel 12 (artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12. No-riskpolis Variant 1 1. Het college kan werkgevers de kosten van een no-riskpolis vergoeden als: a. de werkgever voor ten minste de duur van [periode (bijvoorbeeld zes maanden)] een arbeidsovereenkomst aangaat met een werknemer; b. de werknemer voorafgaande aan de aanvang van de arbeid behoort tot de doelgroep; c. de werknemer een structurele functionele of andere beperking heeft of de werkgever ten behoeve van de werknemer een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de wet ontvangt; d. artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is, en e. de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de gemeente.

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst Artikel 12. No-riskpolis (Vervallen)

2. Voor vergoeding komt uitsluitend in aanmerking een no-riskpolis die ten hoogste vergoedt: a. het loon van de werknemer tot [percentage (bijvoorbeeld 120 procent)] van het minimumloon, en b. [percentage (bijvoorbeeld 15 procent)] boven de dekking voor extra werkgeverslasten. 3. Het college vergoedt de no-riskpolis tot en met [periode (bijvoorbeeld 12 maanden)] na indiensttreding van de werknemer bij de werkgever. Variant 2 1. Een werkgever komt in aanmerking voor een no-riskpolis als: a. de werkgever voor ten minste de duur van [periode (bijvoorbeeld zes maanden)] een arbeidsovereenkomst aangaat met een werknemer; b. de werknemer voorafgaande aan de aanvang van de arbeid behoort tot de doelgroep; c. de werknemer een structurele functionele of andere beperking heeft of de werkgever ten behoeve van de werknemer een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de wet ontvangt; d. artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is, en e. de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de gemeente. 2. De no-riskpolis vergoedt: a. het loon van de werknemer tot [percentage (bijvoorbeeld 120 procent)] van het minimumloon, en b. [percentage (bijvoorbeeld 15 procent)] boven de dekking voor extra werkgeverslasten. 3. Om de werkgever een no-riskpolis te kunnen verstrekken, sluit de gemeente een verzekering af met [verzekeraar] en treedt op als verzekeringnemer.

De begunstigde is de werkgever. 4. Het college verstrekt de no-riskpolis tot en met [periode (bijvoorbeeld 12 maanden)] na indiensttreding van de werknemer bij de werkgever.

Artikel 13 (artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [Artikel 13. Loonkostensubsidie 1. Het college kan een loonkostensubsidie verstrekken aan werkgevers die met een

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst [Artikel 13. Loonkostensubsidie kwetsbare werknemers 1. Het college kan een loonkostensubsidie, anders dan de loonkostensubsidie bedoeld in hoofdstuk 3A, verstrekken aan werkgevers

kwetsbare, uiterst kwetsbare of gehandicapte werknemer een arbeidsovereenkomst sluiten. 2. De loonkostensubsidie bedraagt ten hoogste [percentage (bijvoorbeeld 50 procent)] van de loonkosten gedurende maximaal [periode (bijvoorbeeld 12 maanden)] respectievelijk [periode (bijvoorbeeld 24 maanden)] ten behoeve van de kwetsbare respectievelijk de uiterst kwetsbare werknemer. Voor de gehandicapte werknemer bedraagt deze ten hoogste [percentage (bijvoorbeeld 75 procent)] van de loonkosten gedurende de gehele arbeidsperiode. 3. Onder kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die: a. voorafgaand aan de indienstneming gedurende [periode (bijvoorbeeld 6 maanden)] geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; b. geen startkwalificatie bezit; c. ouder is dan [leeftijd (bijvoorbeeld 50 jaar)], of d. alleenstaande ouder is. 4. Onder uiterst kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste [periode (bijvoorbeeld 24 maanden)] werkloos is geweest. 5. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing plaatsvindt. 6. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer.]

die met een kwetsbare, of uiterst kwetsbare werknemer een arbeidsovereenkomst sluiten. 2. De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste [percentage (50 procent)] van de loonkosten gedurende maximaal [periode (12 maanden)] respectievelijk [periode (24 maanden)] ten behoeve van de kwetsbare respectievelijk de uiterst kwetsbare werknemer.

3. Onder kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die: a. voorafgaand aan de indienstneming gedurende [periode (6 maanden)] geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; b. geen startkwalificatie bezit; c. ouder is dan [leeftijd (50 jaar)]; of d. alleenstaande ouder is. 4. Onder uiterst kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste [periode (24 maanden)] werkloos is geweest. 5. De loonkostensubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 6. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk.]

Artikel 14 (artikel I, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [Artikel 14. Uitstroompremie 1. Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op algemene bijstand. 2. Een langdurig werkloze in de zin van het eerste lid is: een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst [Artikel 14. Uitstroompremie 1. Het college kan eenmalig een uitstroompremie van [bedrag] toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op een uitkering van het college. 2. Onder een langdurig werkloze wordt verstaan: een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of

langer op een uitkering aangewezen is of is geweest. 3.

langer op een uitkering van het college aangewezen is geweest. 3. Onder duurzame uitstroom wordt verstaan: een periode van uitkeringsonafhankelijkheid van tenminste [periode (6 maanden)].

De premie kan worden aangevraagd vanaf [periode (bijvoorbeeld de zevende maand)] na de indiensttreding.]

4. De premie kan worden aangevraagd vanaf [periode (de zevende maand)] na de indiensttreding en moet binnen [periode (18 maanden)] na de indiensttreding zijn aangevraagd.]

Na artikel 14 wordt een artikel en een hoofdstuk ingevoegd (artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit), luidende: Bestaande tekst

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst Artikel 14a. Proefplaats 1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. [2. Het doel van een proefplaatsing is [(het voor een beperkte duur opdoen van werkervaring in een specifieke functie) OF (de inschakeling van de persoon in arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet)].] 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e.

de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen.

4. Het college weigert de toestemming bedoeld in het eerste lid als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk [of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet]. 5. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. [6. Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A.] Hoofdstuk 3A. Specifieke bepalingen doelgroep Breed offensief Paragraaf 3A.1 Administratief proces loonkostensubsidie Artikel 14b. Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3.

Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. [Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute.] 4. Het college stelt binnen [aantal] weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het [(preferente proces loonkostensubsidie) OF (administratieve proces zoals weergegeven in de Bijlage)] in acht. Paragraaf 3A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 14c. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal [aantal (zes)] maanden, met een minimale arbeidsduur van [aantal] uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f.

er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de [maatschappelijke] opbrengsten van uitstroom naar werk. Artikel 14d. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. [3. Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen [aantal] weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon.] [4. Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist.] 5. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 6. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. [7.

Het college maakt binnen [aantal] werkdagen na afronding van het onderzoek, een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek dat wordt neergelegd in een onderzoeksverslag. 8. Op basis van het onderzoeksverslag neemt het college een besluit en zendt dit aan de persoon of zijn gemachtigde en, indien van toepassing, aan de werkgever.] Artikel 14e. Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning;

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. [2. Het college geeft in een beschikking tot afwijzing van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening op grond van het feit dat er een voorliggende voorziening bestaat, in ieder geval aan welke voorziening dit betreft.] Paragraaf 3A.3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk Artikel 14f. Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van [(de gemeente) OF (een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht)]. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. [3.

De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject.] Artikel 14g. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen [aantal] weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard,

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Artikel 14h. Jobcoaching 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan [(de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Bijlage) OF (een van de in de Bijlage genoemde keurmerken)]. 2. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van [(de volgende begeleidingsregiems: [regiems en zwaarte met daarbij bij elk van de regiems een percentage aan begeleiding van het aantal gewerkte uren en de maximale duur van de regiems]) OF (een regiem waarbij de verleende jobcoaching in de eerste drie jaar wordt verleend voor een aantal uren dat maximaal overeenkomt met respectievelijk [percentage van aantal gewerkte uren in het eerste, tweede en derde jaar] van het aantal uren dat de aan de persoon opgedragen taken in beslag nemen) OF (een regiem waarbij de jobcoaching kan worden verleend voor een aantal uren jobcoaching per halfjaar en wel voor het eerste halfjaar maximaal [aantal uren], voor het tweede halfjaar [aantal uren] en vervolgens voor maximaal [aantal uren] per halfjaar voor de duur van [periode])]. 3. Het college kan van de in het tweede lid bedoelde maximale [(percentages) OF (uren)] afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 4.

Als de gemeente een of meer jobcoaches zelf [(in dienst) OF (gecontracteerd)] heeft, biedt het college deze bij voorrang aan. [5. Voordat het college de jobcoaching beëindigt verricht het college onderzoek. Wanneer de beëindiging plaatsvindt met instemming van de werkgever en de werknemer kan het college van dit onderzoek afzien.] Artikel 14i. Jobcoaching in natura 1. Het college kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 14c tot en met 14h van overeenkomstige toepassing. Artikel 14j. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

1. Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 14c tot en met 14h, worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. [4. Het college kan in beleidsregels uitwerken: a. aan welke eisen het coachingsplan moet voldoen; b. welke activiteiten een jobcoach moet kunnen uitvoeren; c. hoe de continuïteit van de jobcoaching geborgd moet zijn; of d. hoe de evaluatie van de jobcoaching plaats vindt.] [5.

Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede: a. ondersteuning geven gericht op het vinden van werk; of b. integrale ondersteuning geven bij de overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs.] Artikel 14k. Interne werkbegeleiding 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. [2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.] Paragraaf 3A.4. Specifieke bepalingen overige voorzieningen Artikel 14l. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woonwerkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 14m.

Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap 1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. [2. Het college kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit bepaalt.] Artikel 14n. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. [4. Het college kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer bepaalt.] [Artikel 14o. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn.] Artikel 15 (artikel I, onderdeel P) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 15. Intrekken oude verordening [en overgangsrecht] 1. De [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening] wordt ingetrokken. [2.

Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening], die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening] voor de duur: a. van [periode (bijvoorbeeld 12 maanden)], gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 3. Het college kan na afloop van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt voortgezet. 4. De [citeertitel ‘oude’ reintegratieverordening] blijft van toepassing ten

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Nieuwe tekst Artikel 15. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht 1. De [citeertitel Verordening loonkostensubsidie Participatiewet] wordt ingetrokken. 2. De [citeertitel ‘oude’ reintegratieverordening] wordt ingetrokken. 3. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening], die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening] voor de duur: a. van [periode (12 maanden)], gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening; of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a.

4. Het college kan na afloop van de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. 5. De [citeertitel ‘oude’ reintegratieverordening] blijft van toepassing ten

aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede lid.]

aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het derde en vierde lid.

Er wordt een bijlage toegevoegd (artikel I, onderdeel Q), luidende: Bestaande tekst

Nieuwe tekst [Bijlage behorende bij artikel 14b, vijfde lid Re-integratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal] […]]

Er wordt een bijlage toegevoegd (artikel I, onderdeel R), luidende: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Bijlage behorende bij artikel 14h, eerste lid Re-integratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal] […]

Toelichting Algemeen Op 1 juli 2023 wordt de Wet Uitvoeren Breed offensief, voor zover het de verordeningsplicht betreft, van kracht (Stb. 2022, 500). Daarmee wijzigt de Participatiewet. Het doel is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Gemeenten moeten hiervoor bij verordening zaken regelen. De [citeertitel Re-integratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal]] wordt gewijzigd. Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A In dit onderdeel worden nieuwe begrippen toegevoegd. Artikel I, onderdeel B In dit onderdeel wordt het opschrift van hoofdstuk 2 aangepast, zodat het beter de lading dekt. Artikel I, onderdeel C In dit onderdeel wordt het doel van de evaluatie verduidelijkt en wordt vastgelegd welke informatie daarvoor wordt verzameld. Dit zorgt voor meer transparantie. Artikel I, onderdeel D In dit onderdeel worden in verband met het in de Wet Uitvoeren Breed offensief opgenomen expliciete aanvraagrecht afwijzingsgronden opgenomen. Het onderdeel geeft ook invulling aan de met de Wet Uitvoeren Breed offensief geïntroduceerde verplichting om op grond van artikel 8a, tweede lid, Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

onderdeel g, van de Participatiewet regels te stellen met het oog op het afstemmen van verschillende voorzieningen binnen het sociaal domein. Artikel I, onderdelen [E tot en met J] In deze onderdelen worden technische en redactionele aanpassingen gedaan. Artikel I, onderdeel K In dit onderdeel wordt een aanpassing gedaan in verband met het nieuwe hoofdstuk 3A, waarnaar wordt verwezen. Artikel I, onderdeel L In dit onderdeel wordt bepaald dat een artikel vervalt omdat de voorziening niet langer noodzakelijk is. Met de Verzamelwet SZW 2022 is artikel 10d, twaalfde lid, van de Participatiewet met ingang van 1 januari 2022 komen te vervallen, waardoor de verstrekking van loonkostensubsidie bij ziekte doorloopt. Tevens is met de Verzamelwet SZW 2022 artikel 29e Ziektewet met ingang van 1 januari 2022 toegevoegd, waardoor het UWV de resterende loonsom bij ziekte betaald. Hierdoor is er geen no-risk polis van de gemeente meer nodig. Artikel I, onderdelen M en N In deze onderdelen worden technische en redactionele aanpassingen gedaan. Artikel I, onderdeel O Met dit onderdeel wordt een artikel en een hoofdstuk ingevoegd ter uitvoering van de aangevulde verordeningsverplichtingen die voortvloeien uit de Wet Uitvoeren Breed offensief. Artikel I, onderdeel P tot en met Q In deze onderdelen worden technische en redactionele aanpassingen gedaan.

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Model Raadsbesluit wijziging Re-integratieverordening Participatiewet (januari 2023) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets EN/OF iets] = door gemeente te kiezen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - Combinaties zijn ook mogelijk. - Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot wijziging van de Reintegratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal] (Reintegratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal]) en tot intrekking van de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal] (Verordening loonkostensubsidie Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e en tweede lid en 10b, [vijfde lid en] zevende lid, van de Participatiewet; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit: Artikel I De [citeertitel Re-integratieverordening Participatiewet] wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1 komt te luiden: Artikel 1.

Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; - grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; - interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; - jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; - korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; - overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet;

Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

- persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; [- praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek;] - voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; - werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; - werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; - wet: Participatiewet. B Het opschrift van hoofdstuk 2 komt te luiden: Hoofdstuk 2. Beleid en evaluatie C Artikel 2 komt te luiden: Artikel 2. Evenwichtige verdeling en evaluatie 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in [artikelen (artikel 6)], aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2.

Het college kan de voorzieningen, bedoeld in [artikelen (de artikelen 4, 5 en 8)], aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 4. Het college zendt [termijn (tweejaarlijks)] aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad. 5. Het college verzamelt voor het verslag systematisch informatie over: a. […]; b. […]; en c. […]. D Artikel 3 komt te luiden:

Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023

Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12434931/1