E VNG stukken
Tekst van het document
Ingekomen stukken Hoofddocument: E22 VNG 2026-015 Wet versterking lokale omroepen Nummering
2026-07-E22
Onderwerp
E22 VNG 2026 015 Wet versterking lokale omroepen
Categorie
E VNG ledenbrieven
Datum ontvangst
10-06-2026
Datum raadsvergadering
07-07-2026
Hoofddocument
E22 VNG 2026-015 Wet versterking lokale omroepen
Hoofddocument: E23 VNG 2026-016 indexatiepercentage contributie 2027 Nummering
2026-07-E23
Onderwerp
E23 VNG 2026 016 indexatiepercentage contributie 2027
Categorie
E VNG ledenbrieven
Datum ontvangst
16-06-2026
Datum raadsvergadering
07-07-2026
Hoofddocument
E23 VNG 2026-016 indexatiepercentage contributie 2027
Hoofddocument: E24 VNG 2026-017 Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen Nummering
2026-07-E24
Onderwerp
E24 VNG 2026 017 Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen
Categorie
E VNG ledenbrieven
Datum ontvangst
18-06-2026
Datum raadsvergadering
07-07-2026
Hoofddocument
E24 VNG 2026-017 Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen
Aan de leden
Datum
9 juni 2026 Ons kenmerk
U202600268 Lbr. 26/015 Telefoon
070 – 373 83 93 Bijlage(n)
1
Onderwerp
Wet versterking lokale omroepen
Geachte leden van college en gemeenteraad, Naar verwachting treedt op 1 november 2026 de Wet versterking lokale omroepen (een aanpassing van de Mediawet 2008) in werking als het parlement er de komende periode tijdig mee instemt. Deze wetswijziging zorgt voor een nieuwe inrichting van het stelsel van lokale omroepen, met ingrijpende veranderingen voor gemeenten. De daadwerkelijke start met nieuw aangewezen streekomroepen is vervolgens op 1 januari 2028. In deze ledenbrief informeren we u over deze veranderingen en over de vraagstukken waar u als gemeente mogelijk mee te maken heeft, bijvoorbeeld rond de financiering van de streekomroepen. Korte schets inhoud wetsvoorstel In het kort omvat de wetsvoorstel het volgende: - Het huidige aantal van circa 230 lokale omroepen wordt teruggebracht naar maximaal 80 streekomroepen, die meestal meerdere gemeenten bedienen. - De instandhoudings- en financieringsplicht van gemeenten voor de eigen omroep verdwijnt en gaat over naar het rijk. - Het normbedrag dat het rijk aan gemeenten uitkeert voor de instandhouding van de omroepen (ca. € 13 miljoen) wordt uit het gemeentefonds genomen. Dat bedrag wordt opgehoogd met circa € 18 miljoen tot in totaal € 31 miljoen euro, en via een door het rijk vastgestelde verdeelsleutel rechtstreeks over de streekomroepen verdeeld.
- De enige formele taak die voor gemeenten overblijft is dat de gemeenteraad iedere 5 jaar een advies geeft welke streekomroep een aanwijzing als lokale publieke omroep moet krijgen. Wettelijke taken streekomroep Doel van de wet is te komen tot een professionele, onafhankelijke lokale nieuwsvoorziening voor iedere inwoner in Nederland. Dat betekent dat de lokale publieke omroep (hierna: streekomroep) verantwoordelijk wordt voor lokale nieuwsvoorziening, onafhankelijke journalistiek en maatschappelijke en culturele verbinding in de streek. In antwoord op vragen van de Tweede
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/4
Kamer heeft de minister deze taak verder gespecificeerd: de streekomroep moet journalistiek aanbod verzorgen voor het gehele verzorgingsgebied. De verslaglegging moet dus aandacht besteden aan alle aangesloten gemeenten. De Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO), het beoogde nieuwe samenwerkings- en coördinatieorgaan, werkt deze taken uit in een beleidskader. In dit zogenoemde concessiebeleidsplan staat waar iedere streekomroep in het nieuwe stelsel aan moet voldoen. Pas na vaststelling van de wet wordt het concessiebeleidsplan definitief vastgesteld en gepubliceerd. Maar uit de tekst van het wetsvoorstel wordt al duidelijk dat de nadruk van de streekomroep op lokale journalistiek moet liggen. Een robuuste en professionele lokale journalistiek, ter versterking van de lokale democratie, is namelijk de kern en bestaansreden van het nieuwe stelsel. Financiering lokale publieke omroep De minister van OCW stelt in de toelichting op de wet dat het rijksbudget van € 31 miljoen voldoende is voor de wettelijke (journalistieke) basistaken van de streekomroep. In antwoord op vragen van de Tweede Kamer geeft ze aan bij de financiering van de basistaken in elk geval geen rekening te houden met financiering door gemeenten.
Omdat gemeenten geen wettelijke instandhoudings- en financieringsplicht meer hebben voor de streekomroep is gemeentelijke financiering in beginsel niet meer nodig. Gemeentelijke financiering is hoogstens aanvullend en nooit voorwaardelijk voor de uitvoering van de wettelijke omroeptaak. De omroepsector stelt zich echter op het standpunt dat het rijksbudget onvoldoende is voor de gewenste kwaliteitsslag van de streekomroep en heeft daarom een dringend beroep op gemeenten gedaan om wel aanvullend te financieren. Overwegingen aanvullende gemeentelijke financiering De VNG verwacht dat veel gemeenten een afweging zullen maken of aanvullende financiering nodig is. Voor die afweging geeft de VNG een aantal overwegingen mee: - Instandhouding en financiering van de streekomroep is geen wettelijke taak meer voor gemeenten. Deze taak wordt op grond van de wet belegd bij het rijk. - Het rijk doet in verband hiermee een uitname uit het gemeentefonds van in totaal ca. € 13 miljoen. Dit is het normbedrag dat gemeenten geacht werden te besteden aan de omroep. Dat normbedrag gaat straks via het rijk naar de streekomroepen. - Als gemeenten besluiten de streekomroep aanvullend te financieren, moeten ze dat zelf bekostigen. Dat maakt de kans klein dat het rijk deze financiering later voor zijn rekening zal nemen.
De streekomroep zal dan naar verwachting voor langere tijd op aanvullende gemeentelijke financiering rekenen. Opties aanvullende gemeentelijke financiering Als een gemeente besluit de streekomroep aanvullend te financieren, zijn daarvoor na de wetswijziging 3 opties: 1. het verlenen van een subsidie op grond van de Wet versterking lokale omroepen 2. het verlenen van een subsidie op basis van de eigen regelgeving 3. het verlenen van een opdracht Deze opties worden nader toegelicht in Bijlage 1: Opties aanvullende gemeentelijke financiering.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/4
Adviestaak gemeente bij aanwijzing omroep In de nieuwe aanwijzingsprocedure adviseert een gemeenteraad niet meer over de keuze voor een streekomroep maar deelt scores uit op 4 criteria die hieronder genoemd staan. Ook de NLPO adviseert over een eigen set criteria. Het Commissariaat voor de Media wijst op basis van beide adviezen de zendgemachtigde aan. Iedere gemeenteraad in een verzorgingsgebied adviseert apart over een aanvraag. Dit doet de gemeenteraad door scores uit te delen aan de hand van de volgende criteria: •
•
•
•
De aanvragende streekomroep heeft een Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO), een afzonderlijk orgaan dat representatief is voor de belangrijkste maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen die in het verzorgingsgebied voorkomen. De aanvragende streekomroep heeft een beleidsplan dat de voornemens en afspraken bevat over de inzet van vrijwilligers en over samenwerkingen met lokale partners in het verzorgingsgebied. De aanvragende streekomroep laat zien hoe de aanvrager met zijn voorgenomen mediaaanbod de geografische en sociaal-culturele verscheidenheid in het verzorgingsgebied bedient. De aanvragende streekomroep laat zien hoe het voorgenomen media-aanbod zichtbaar en vindbaar zal zijn in het verzorgingsgebied.
De gemeenteraad moet zijn advies geven binnen 22 weken na ontvangst van de aanvragen die zijn aangeleverd door het Commissariaat voor de Media. Die termijn laat weinig ruimte om het advies ambtelijk of bestuurlijk af te stemmen met andere gemeenten in een streek. Mocht de wens van afstemming toch bestaan, dan is het aan te raden al voor de start van de procedure het adviesproces zo in te richten dat de afstemming kan plaatsvinden. Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO) In het nieuwe stelsel krijgt het Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO) een sterkere positie binnen de streekomroep. Het PBO bestaat uit minimaal 5 leden, die een maatschappelijke stroming vertegenwoordigen zoals cultuur, sport, jeugd, religie & levensbeschouwing, zorg & welzijn, ondernemers, onderwijs, natuur & milieu. Het PBO dient voldoende representatief te zijn voor de samenleving. Verdeling van de leden over de gemeenten van een verzorgingsgebied is geen eis die de wet stelt aan het PBO. Het PBO dient de binding met de inwoners en gemeenten in het eigen verzorgingsgebied te bewaken en het bestuur van de streekomroep daarover te adviseren. Omdat gemeenten in het nieuwe stelsel op grotere afstand van de streekomroep komen te staan, is het PBO een belangrijke schakel tussen omroep, inwoners en gemeenten.
Tijdspad Onder voorbehoud van tijdige behandeling en besluitvorming in de Tweede en Eerste Kamer ziet het tijdspad voor invoering van de Wet versterking lokale omroepen er als volgt uit: •
1 november 2026
•
15 november 2026
•
15 november-1 januari 2027
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Inwerkingtreding Wet versterking lokale omroepen en lagere wetgeving; rijksbudget streekomroep bekend Voornemen bekend van gemeenten die aanvullend wensen te financieren in de publieke mediaopdracht Openstelling aanwijsprocedure streekomroepen
3/4
•
Begin februari 2027
• • •
Voor 6 juli 2027 Medio november 2027 1 januari 2028
Bekendmaking kandidaten door het Commissariaat voor de Media; start adviestraject gemeenten en NLPO Advies gemeenten naar Commissariaat voor de Media Besluit aangewezen streekomroep Alle huidige zendmachtigingen zijn vervallen; 80 streekomroepen zijn aangewezen
Regionale informatiebijeenkomsten VNG Om gemeenten voor te bereiden op het nieuwe stelsel en hen te ondersteunen in de voorbereiding en planning van de aanwijzingsprocedure, organiseert de VNG in november 2026 - onder voorbehoud dat de wet dan is aangenomen – 6 informatiebijeenkomsten door het hele land. De data voor deze bijeenkomsten publiceren we via onze nieuwsbrief Lokale Media en onze website. Heeft u belangstelling voor de nieuwsbrief meld u dan aan. Wat betekent dit voor de ambtelijke organisatie en griffie? De aanwijzingsprocedure start formeel begin februari 2027, wanneer het Commissariaat voor de Media de kandidaten voor de zendmachtiging bekend maakt bij de gemeenten. Omdat de doorlooptijd kort is (de procedure moet voor de zomer 2027 zijn afgerond) is het verstandig het proces voor te bereiden en de data voor behandeling in college en raad te reserveren. Eventuele aanvullende financiering van de streekomroep brengt voor zowel optie 1 als 2 de normale werklast met zich mee van aanvraag, begrotingsbehandeling, beschikking en verantwoording. Vragen? Heeft u vragen, neem dan contact op met ons KCC via telefoonnumer 070 – 373 83 93 Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur
Bijlage: Opties aanvullende gemeentelijke financiering
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/4
Bijlage 1 bij ledenbrief Wet versterking lokale omroepen, dd. 9 juni 2026 Opties aanvullende gemeentelijke financiering Als een gemeente besluit de streekomroep aanvullend te financieren, dan zijn daarvoor na de wetswijziging drie opties: 1. Het verlenen van een subsidie op grond van de Wet versterking lokale omroepen. 2. Het verlenen van een subsidie op basis van de eigen regelgeving. 3. Het verlenen van een opdracht. Ad 1. Het verlenen van een subsidie op grond van de Wet versterking lokale omroepen De Wet versterking lokale omroepen geeft gemeenten de ruimte om de streekomroep aanvullend te financieren. Om gebruik te maken van deze mogelijkheid dienen gemeenten voorafgaand aan de start van de vijfjaarlijkse aanwijzingsprocedure het budget bekend te maken dat beschikbaar is voor de aan te wijzen streekomroep tijdens de aanwijzingsperiode. Het gaat hier nog om een voornemen, geen toezegging. Een gemeente kan enkel aan het begin van een aanwijzingsperiode gebruik maken van deze route; daarna instappen is niet mogelijk. Ad 2. Het verlenen van een subsidie op basis van de eigen regelgeving Gemeenten beschikken over eigen regelgeving voor het verlenen van subsidie. Het gaat dan veelal om de Algemene Subsidieverordening en de subsidieregelingen die daarop zijn gebaseerd.
Omdat er in de Wet versterking lokale omroepen al regels staan over het verlenen van subsidies door gemeenten voor het uitvoeren van de lokale publieke mediaopdracht, zijn de mogelijkheden voor deze financiering echter beperkt. Gemeenten kunnen op grond van de eigen regelgeving alleen subsidie verlenen voor de uitvoering van specifieke activiteiten die buiten de lokale publieke mediaopdracht vallen. Omdat het hierbij gaat om aanvullende financiering die niet toeziet op financiering van de wettelijke taak van streekomroepen, moeten gemeenten zelf controleren of aan de staatssteunregels wordt voldaan. Ad 3. Het verlenen van een opdracht Tot slot kunnen gemeenten ook een opdracht aan een streekomroep verlenen. Vanwege de regels in de aangepaste Mediawet 2008 over het verlenen van subsidies door gemeenten voor het uitvoeren van de lokale publieke mediaopdracht, geldt echter ook hier dat de mogelijkheden voor deze financiering beperkt zijn. Gemeenten kunnen alleen een opdracht verlenen voor de uitvoering van specifieke activiteiten die buiten de lokale publieke mediaopdracht vallen. Omdat het hierbij gaat om aanvullende financiering die niet toeziet op financiering van de wettelijke taak van streekomroepen, moeten gemeenten zelf controleren of aan de staatssteunregels wordt voldaan.
Voor- en nadelen opties aanvullende gemeentelijke financiering Voordelen optie 1: Het verlenen van een subsidie op grond van de Wet versterking lokale omroepen - Deze optie biedt voordelen aan de streekomroep. Die heeft vooraf duidelijkheid over de gemeentelijke financiering. Bovendien is er sprake van een gelijk speelveld omdat iedere omroep die zich kandidaat stelt dit van tevoren weet; - Het voordeel voor gemeenten is dat aan de voorkant al duidelijk is dat er geen sprake zal zijn van ongeoorloofde staatssteun;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/2
-
Gemeenten kunnen algemene voorwaarden aan de financiering verbinden. Bijvoorbeeld dat bij verkiezingen steeds een debat wordt georganiseerd en uitgezonden of dat er in journaals ook voor nieuws uit elke afzonderlijke gemeente aandacht is. Deze voorwaarden gelden voor het hele verzorgingsgebied, mogen niet in strijd zijn met de Mediawet 2008 of de lagere regelgeving, het concessiebeleidsplan of het aanwijzingsbesluit. Ook mogen zij niet ingaan op de inhoud van het media-aanbod.
Nadelen optie 1: Het verlenen van een subsidie op grond van de Wet versterking lokale omroepen - Gemeenten moeten de aanvullende financiering medio november 2026 toezeggen. Dan moet de aanwijzingsprocedure nog starten en is de streekomroep nog niet bekend. Ook ligt er dan nog geen formeel beleidsplan en begroting. Er is dus nog veel onzeker; - De subsidie moet na de aanwijzing van een streekomroep in een beschikking vastgelegd worden. Gemeenten zijn hierbij niet gebonden aan het kenbaar gemaakte bedrag en kunnen zelf bepalen hoe hoog de verleende subsidie is en of die tussentijds wordt aangepast, net als in het reguliere systeem van gemeentelijke subsidiëring; - De financiering is bestemd voor de lokale publieke mediaopdracht van de streekomroep voor het hele verzorgingsgebied. De subsidie komt dus niet alleen ten goede aan de gemeente zelf. De voorwaarden die de gemeente kan stellen, mogen ook niet specifiek op de eigen gemeente betrekking hebben. Voordelen optie 2: Het verlenen van een subsidie op basis van de eigen regelgeving - Door op grond van de eigen regelgeving subsidie te verlenen behoudt een gemeente de regie over de eigen uitgaven. De gemeente kan, binnen de grenzen van de Mediawet, zelf voorwaarden stellen en de subsidie tussentijds aanpassen; - Er is een helder beeld van het doel.
Bij de aanvraag voor de zendmachtiging moet iedere kandidaat aangeven wat het voor het rijksbudget kan doen. Bij de aanvraag bij de gemeente staan de activiteiten voor de gemeentelijke subsidie centraal; - Gemeenten kunnen zelf een afweging maken of zij de subsidie alleen voor de eigen gemeente verlenen of in gezamenlijkheid met alle gemeenten in een verzorgingsgebied. Nadelen optie 2: Het verlenen van een subsidie op basis van de eigen regelgeving - Bij het verlenen van de subsidie moet rekening worden gehouden met het feit dat wellicht sprake kan zijn van ongeoorloofde staatssteun. Daarbij is ook van belang dat subsidies schaarse rechten zijn. Wellicht dat dus ook anderen dan de zendgemachtigde aanspraak moeten kunnen maken op de subsidie; - Omdat het hierbij gaat om aanvullende financiering die niet toeziet op financiering van de wettelijke taak van streekomroepen, moeten gemeenten zelf controleren of aan de staatssteunregels wordt voldaan. - Gemeenten kunnen op grond van de eigen regelgeving alleen subsidie verlenen voor de uitvoering van specifieke activiteiten die buiten de lokale publieke mediaopdracht vallen. Deze mogelijkheden zijn beperkt.
Het gaat dan bijvoorbeeld om een subsidie voor een verslag van de opening van een lokaal museum of het verstrekken van praktische informatie over de gemeente; Voor- en nadelen optie 3: Het verlenen van een opdracht De voor- en nadelen zijn bij deze optie in grote lijnen gelijk aan de voor- en nadelen bij optie 2.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Aan de leden
Datum
16 juni 2026 Ons kenmerk
U202600228 Lbr. 26/016 Telefoon
070 373 83 93
Onderwerp
Indexatiepercentage contributie 2027
Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij informeren we u over het indexatiepercentage van de contributie voor 2027, volgens de besluitvorming op de Najaars ALV van 28 november 2025. De compensatie voor de loon- en prijsontwikkeling is gebaseerd op een combinatie van de loonvoetsector van de overheid (4,2%) en de HICP, de geharmoniseerde consumentenprijsindex (1,9%). Deze indices worden afgezet tegen de kosten van de VNG-basisorganisatie. De indices zijn in maart 2026 door het CPB gepresenteerd in het Centraal Economisch Plan 2026. Op basis hiervan zijn de te verwachte kosten voor de VNG berekend. De gewogen indexatie voor de loon- en prijsontwikkeling komt daarmee uit op 4,6%. Samen met de ingroei van 1,0% komt de contributieontwikkeling uit op 5,6% voor 2027. Bij vragen Neem contact op via info@vng.nl of 070 373 83 93.
Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/1
Aan de leden
Datum
18 juni 2026 Ons kenmerk
U202600296 Lbr. 26/017 Telefoon
070 – 373 83 93 Bijlage(n)
2
Onderwerp
Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen
Geachte leden van college en gemeenteraad,
De VNG voerde begin dit jaar een succesvolle lobby om de gereserveerde subsidiegelden voor lokale politieke partijen voor dit jaar uit te keren via het gemeentefonds. Op die manier kunnen gemeenten de subsidie nog in 2026 uitvoeren. Dit is voor het rijk onmogelijk gebleken omdat de wettelijke basis in de vorm van de Wet op de politieke partijen nog ontbreekt. Deze wet is namelijk nog niet aangenomen. De streefdatum van inwerkingtreding van het ministerie van BZK is nu 1 januari 2028. In de meicirculaire 2026 is informatie opgenomen over deze subsidie. De VNG heeft daarop een Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen ontwikkeld, om deze (tijdelijke) taak zo simpel mogelijk te maken voor gemeenten. Het college kan deze regeling vaststellen, waarna de subsidie kan worden aangevraagd door alle lokale politieke partijen en door alle lokale afdelingen van landelijke partijen die een zetel in de raad hebben. Aanleiding De VNG voert al jaren een lobby voor een subsidie voor lokale politieke partijen. Op de Algemene Ledenvergadering van de VNG van 26 juni 2024 heeft u een motie aangenomen waarin u de VNG oproept zich bij het kabinet in te zetten voor een structurele gelijke subsidieregeling voor landelijke en lokale politieke partijen.
Inmiddels is duidelijk dat er een structurele subsidieregeling komt voor lokale politieke partijen en voor lokale afdelingen van landelijke partijen. Deze regeling is opgenomen in het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp). Dit wetsvoorstel is ingediend bij de Tweede Kamer maar wacht nog op inhoudelijke behandeling. Op de begroting van BZK staat sinds enkele jaren een bedrag van € 8,15 miljoen gereserveerd voor de subsidie. Zoals vermeld, kan deze nog niet uitgekeerd worden vanwege de nog ontbrekende wettelijke basis.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/3
De VNG heeft er daarom bij de Tweede Kamer op aangedrongen dat er een tijdelijke subsidieregeling komt. Tijdelijk, omdat deze regeling kan vervallen zodra de Wpp in werking treedt. Daarbij heeft de VNG, namens gemeenten, het aanbod gedaan dat gemeenten de subsidie eenmalig uitkeren. De Kamer heeft met dit voorstel ingestemd, zoals u kunt nalezen in ons eerdere nieuwsbericht: Kamer stemt voor subsidie lokale partijen via gemeentefonds (25 maart 2026) Model Subsidieregeling De VNG heeft daarnaast een Model Subsidieregeling ontwikkeld die vastgesteld kan worden door het college. Uitgangspunt is dat de regeling zo eenvoudig mogelijk is, zowel voor de uitvoering door gemeenten als voor het aanvragen door de lokale politieke partijen. Er is zoveel mogelijk aangesloten bij de relevante bepalingen uit de Wpp, de wettelijke regeling die naar verwachting in de toekomst gaat gelden. Dit is ook de reden dat in de regeling gesproken wordt over decentrale politieke partijen, een term uit de Wpp, en niet over lokale politieke partijen. Subsidie voor 2026 Er is subsidie beschikbaar voor dit jaar. Er is door het amendement van de Tweede Kamer in totaal € 5,45 miljoen in het gemeentefonds gestort. Dit is minder dan het bedrag dat nodig is om de subsidie uit te keren volgens de bedragen die zijn opgenomen in de Wpp.
In de Wpp wordenverschillende subsidiebedragen toegekend, afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente. Doordat de subsidie € 5,45 miljoen bedraagt, kunnen de subsidiebedragen uit de Wpp niet gebruikt worden. In onze implementatiehandreiking is aangegeven voor 2026 welke bedragen voor welke gemeente gelden. Wetsvoorstel Wpp De minister van BZK heeft recent laten weten (Kamerstuk 36742, nr 14) dat de verwachting is dat de Wpp op 1 januari 2028 in werking treedt. De minister wil de ervaringen met deze tijdelijke regeling monitoren en betrekken bij de begroting van 2027. Er is immers alleen geld vrij gemaakt voor 2026. Of dit in 2027 weer gebeurt, en op welke manier, is momenteel onduidelijk. De VNG beschouwt deze tijdelijke subsidieregeling als een pilot, waarbij nagegaan kan worden of de Wpp uitvoerbaar is. In dit geval met name voor de decentrale partijen. Maar ook de ervaringen van gemeenten zijn waardevol voor de in te stellen Nederlandse autoriteit politieke partijen, die in de toekomst de subsidies gaat verstrekken. Geen rol voor de griffie(r) Er is bewust voor gekozen om de subsidieregeling te laten vaststellen door het college, zodat de uitvoering wordt gedaan door ambtenaren van de gemeenten. De griffie(r) heeft hier geen rol. De griffie ondersteunt de raadsleden.
De subsidie is niet bestemd voor raadsleden en moet ook niet verward worden met de fractieondersteuning die fracties in de raad ontvangen op basis van artikel 33 van de Gemeentewet. De fractieondersteuning is bestemd voor de ondersteuning van de werkzaamheden van raadsleden. Bijvoorbeeld om een fractiemedewerker aan te stellen. De subsidie voor lokale politieke partijen is bestemd voor de partijorganisatie. Deze kan de subsidie bijvoorbeeld gebruiken voor het scouten van nieuwe raadsleden, voor het opleiden van nieuwe raadsleden en voor promotie- en campagnemateriaal voor de partij. De subsidies voor decentrale politieke partijen en die voor de fractieondersteuning zijn dus twee verschillende geldstromen, die naar verschillende aanvragers gaan en bestemd zijn voor verschillende activiteiten. Het is dus niet zo dat de subsidie aan lokale politieke partijen de regeling voor fractieondersteuning vervangt. Wat betekent dit voor de ambtelijke organisatie? Er is een aantal zaken dat uitgevoerd moet worden door de ambtelijke organisatie. Allereerst moet een collegevoorstel voor de subsidieregeling aangenomen worden. Het overnemen van het VNGmodel zal voor de meeste gemeenten voldoende zijn. Na het collegebesluit zal de regeling
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/3
bekendgemaakt worden. Het ligt voor de hand dat de mogelijke aanvragers van de subsidie hierover specifiek geïnformeerd worden. In het geval dat uw gemeente kiest voor een aanvraagformulier, kan dit meteen meegestuurd worden. Daarnaast zal de subsidieambtenaar de aanvraag moeten beoordelen. Na een positief besluit op de subsidieaanvraag zal deze verwerkt en uitbetaald moeten worden door een medewerker van de financiële afdeling. Daarmee zijn de werkzaamheden voor de gemeente afgerond. Er vindt door de gemeente geen toezicht op de besteding van de subsidiegelden plaats. Vragen Neem in het geval van vragen contact op met ons klantcontactcentrum via info@vng.nl of 070 373 83 93. De modelregeling wordt opgenomen in de Kennisbank Decentrale Regelgeving van Sdu. Op het VNG-forum Gemeenterecht kunnen ambtenaren vragen stellen en kennis over dit onderwerp delen. Webinar Het Kennispunt Lokale Politieke Partijen houdt samen met de VNG op 23 juni een webinar over de modelregeling gericht op lokale politieke partijen. Meer informatie vindt u op de website van het Kennispunt. We hopen hiermee het aanvraagproces voor de lokale partijen te vergemakkelijken, zodat de aanvragen snel door de gemeenten verwerkt kunnen worden. Mochten we veel vragen van gemeenten ontvangen, dan zullen we ook voor deze doelgroep een webinar of vragenuur organiseren. Bijlagen 1.
Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen 2. Implementatiehandreiking Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/3
Bijlage 2: Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen (nieuw model, juni 2026) Leeswijzer Deze VNG modelsubsidieregeling biedt verschillende mogelijkheden tot aanpassing aan de lokale situatie van een gemeente. Deze worden expliciet gemaakt door blokhaken en een korte instructie in blauw. Deze zijn ook eenvoudig te vinden door te zoeken (Ctrl+F) op een blokhaak ([) in de tekst. - [invullen: …] of [invullen: iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 1. - [eventueel opnemen: iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 8, derde lid. - [kies optie: iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 7, vierde lid. - [(bijvoorbeeld: iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 8, tweede lid. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 8, tweede lid. Het model is opgemaakt in de Word-importstijlen van KOOP. Het model kan hierdoor na aanpassing eenvoudig worden geüpload in DROP voor publicatie. Zie voor meer informatie: DROP | Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties | Voor overheden | KOOP Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties. Voorafgaand aan het aanbieden aan het college van burgemeester en wethouders en het uploaden moeten de keuzes zijn gemaakt en moeten deze leeswijzer, de blauwe teksten en de kop- & voettekst zijn verwijderd.
Nadere uitleg en instructies zijn opgenomen in de implementatiehandleiding die hoort bij dit model. Het model bevat ook een modeltoelichting. Besluit van het college van burgemeester en wethouders van [invullen: naam gemeente] tot vaststelling van de Subsidieregeling decentrale politieke partijen [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal] (Subsidieregeling decentrale politieke partijen [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal]) Het college van burgemeester en wethouders van [invullen: naam gemeente]; gelet op artikel [invullen: artikelnummer(s) delegatiegrondslag (bijvoorbeeld: 3; 6, vierde lid; 7, vierde lid; 8, derde lid; 12, tweede lid; 14, derde lid; 15, derde lid; 16, derde lid)] van de [invullen: citeertitel Algemene subsidieverordening]; besluit vast te stellen de volgende subsidieregeling: Subsidieregeling decentrale politieke partijen [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal] Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: - Asv: [invullen: citeertitel Algemene subsidieverordening]; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente [invullen: naam gemeente]; - decentrale politieke partij: a.
vereniging die met haar conform artikel G 3 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente [invullen: naam gemeente], waarbij aan die lijst ten minste een zetel is toegewezen; of
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/12
-
b. orgaan zonder rechtspersoonlijkheid dat blijkens de statuten deel uitmaakt van een vereniging die met haar conform artikel G 1 of G 2 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente [invullen: naam gemeente], waarbij aan die lijst ten minste een zetel is toegewezen; gift: door een decentrale politieke partij aanvaarde handeling, niet zijnde subsidie, die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een decentrale politieke partij ten koste van zijn eigen vermogen verrijkt; zetel: zetel in de gemeenteraad van de gemeente [invullen: naam gemeente].
Artikel 2. Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 5 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Doel van de subsidie Het doel van de subsidieregeling is de gemeentelijke democratie te ondersteunen en financiële en organisatorische transparantie van decentrale politieke partijen te bevorderen. Artikel 4. Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan een decentrale politieke partij. Artikel 5. Subsidiabele activiteiten 1. De subsidie wordt verleend voor uitgaven die direct samenhangen met de volgende activiteiten: a. politieke vormings- en scholingsactiviteiten; b. informatievoorziening; c. het onderhouden van contacten met zusterpartijen buiten Nederland en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van die partijen; d. politiek-wetenschappelijke activiteiten; e. activiteiten ter bevordering van de politieke participatie van jongeren en andere ondervertegenwoordigde groepen; f. het werven van leden; g. het betrekken van niet-leden bij activiteiten van de politieke partij; h. werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers; i. activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes. 2.
De in het eerste lid genoemde activiteiten komen alleen voor subsidie in aanmerking voor zover zij plaatsvinden binnen of gericht zijn op het gebied van de gemeente [invullen: naam gemeente]. Artikel 6. Subsidietermijn De subsidie wordt verleend voor de periode 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar. Artikel 7. Subsidiebedrag 1. De hoogte van de subsidie die aan een decentrale politieke partij wordt toegekend, is afhankelijk van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze decentrale politieke partij geregistreerde aanduiding, of een afkorting daarvan, heeft gestaan. 2. Als bij de laatstgehouden verkiezingen een of meer zetels zijn toegewezen aan een lijst waarop artikel H 3, derde lid, van de Kieswet is toegepast, wordt voor de vaststelling van het aantal zetels als bedoeld in het eerste lid uitgegaan van een daartoe strekkende gezamenlijke
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/12
verklaring van de betreffende decentrale politieke partijen over de toerekening van de toegekende zetels bij de laatstgehouden verkiezingen aan deze partijen. 3. Als een decentrale politieke partij als bedoeld in het eerste lid fuseert in de zin artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wordt de som van het aantal zetels als bedoeld in het eerste lid aan de nieuwe decentrale politieke partij toegerekend, met dien verstande dat door de rechtsvoorganger niet al subsidie op basis van de betreffende zetel(s) is aangevraagd. 4. De subsidie bedraagt € [kies optie: 488,00 OF 634.00 OF 742,00 OF 843,00 OF 982,00 OF 1.195,00] per zetel voor de in artikel 6 genoemde periode van één jaar. Artikel 8. Subsidieaanvraag 1. Een decentrale politieke partij kan subsidie aanvragen voor de in artikel 5 genoemde activiteiten bij het college. 2. In [kies optie: aanvulling op OF afwijking van OF aanvulling op en in afwijking van] artikel [invullen: artikelnummer in de Asv (bijvoorbeeld: 6)] van de Asv legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. de geregistreerde aanduiding dan wel afkorting daarvan van de aanvrager die bij de laatstgehouden verkiezing boven een lijst heeft gestaan; b. het aantal zetels dat bij de vaststelling van de verkiezingsuitslag aan de onder a. bedoelde lijst is toegewezen; c.
de rechtsvorm, de statutaire naam, en het vestigingsadres van de rechtspersoon namens welke de aanvraag wordt gedaan en de handtekeningen van degene(n) die bevoegd is/zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen; d. indien van toepassing: een verklaring van de politieke vereniging waarvan het orgaan zonder rechtspersoonlijkheid deel uitmaakt, waaruit blijkt dat de aanvraag is ingediend door degene(n) die bevoegd is/zijn de vereniging lokaal te vertegenwoordigen; e. het IBAN-rekeningnummer en tenaamstelling waarop het subsidiebedrag overgemaakt dient te worden. 3. [eventueel opnemen: Voor de aanvraag maakt de aanvrager gebruik van het door het college vastgesteld aanvraagformulier.] Artikel 9. Aanvraagtermijn De aanvraag wordt [kies optie: in afwijking van OF overeenkomstig] artikel [invullen: artikelnummer in de Asv (bijvoorbeeld: 7, tweede lid)] van de Asv vóór 6 april van het subsidiejaar ingediend. Artikel 10. Beslistermijn subsidievaststelling 1. Het college besluit [kies optie: in afwijking van OF overeenkomstig] artikel [invullen: artikelnummer (bijvoorbeeld: artikel 8, tweede lid)] van de Asv] uiterlijk 30 juni van het jaar waarin de periode aanvangt waarvoor de subsidie is aangevraagd. 2.
Het college gaat daarbij [kies optie: in afwijking van OF overeenkomstig] artikel [invullen: artikelnummer] van de Asv] direct over tot het nemen van het besluit tot subsidievaststelling. Artikel 11. Aanvullende verplichtingen 1. In aanvulling op artikel [invullen: artikelnummer (bijvoorbeeld: 12)] van de Asv is de subsidieontvanger verplicht transparant te zijn over zijn organisatie en een zodanige administratie te voeren dat deze een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij. 2. Op grond van de in het eerste lid genoemde transparantieplicht maakt de subsidieontvanger op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch actueel openbaar: a. de statuten van de vereniging; b. een overzicht van zijn neveninstellingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering politieke partijen;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/12
c.
de procedure voor de kandidaatstelling en de benoeming van de leden van het bestuur en zijn statutaire organen; d. de voorwaarden die aan het lidmaatschap, en aan de benoeming in de organen, bedoeld in onderdeel c, worden verbonden; e. de samenstelling van de in onderdeel c bedoelde statutaire organen; f. de procedure voor de totstandkoming van kandidatenlijsten bij verkiezingen en, indien van toepassing, de criteria op basis waarvan personen daarvoor worden geselecteerd; g. uiterlijk 30 juni een financieel verslag over het voorafgaande kalenderjaar; en h. uiterlijk 31 augustus een activiteitenverslag van de met de subsidie (mede) mogelijk gemaakte activiteiten. 3. Op grond van de in het eerste lid genoemde verplichting tot het voeren van een financiële administratie die een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij neemt de subsidieontvanger in ieder geval de volgende zaken in zijn administratie op: a. de ontvangen subsidies; b. de aanvaarde giften met een cumulatieve geldwaarde van meer dan € 250,00 van één donateur in het kalenderjaar, inclusief de naam en het adres van de donateur en de datum van ontvangst; c. de overige inkomsten; d. de vermogenspositie; en e. de schulden boven de € 5.000,00, inclusief de naam en het adres van de schuldeiser en de datum van het ontstaan, en bewaart deze gedurende zeven jaar. 4.
Het in het tweede lid, onderdeel g, bedoelde financieel verslag bevat de in het derde lid genoemde informatie, met uitzondering van het adres van de donateur. Als een donateur gelet op het belang van zijn veiligheid bezwaar heeft gemaakt tegen vermelding van zijn naam, kan deze achterwege blijven, met dien verstande dat in dat geval een omschrijving wordt gegeven van de categorie van instellingen of organisaties waartoe de donateur behoort. Artikel 12. Afwijkende termijnen eerste jaar 1. In afwijking van de in artikel 9 genoemde aanvraagtermijn kan een aanvraag worden ingediend binnen acht weken na bekendmaking van deze subsidieregeling. 2. In afwijking van de in artikel 10 genoemde uiterlijke beslisdatum, beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de in het eerste lid genoemde aanvraag. Artikel 13. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2026. Artikel 14. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling decentrale politieke partijen [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal]. Aldus vastgesteld in de vergadering van [invullen: datum].
De voorzitter, De gemeentesecretaris, Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [invullen: naam gemeente] tot vaststelling van de Subsidieregeling decentrale politieke partijen [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal] (Subsidieregeling decentrale politieke partijen [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal])
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/12
Algemeen Inleiding Deze toelichting behoort bij de Subsidieregeling decentrale politieke partijen [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal]. De toelichting bestaat uit dit algemene deel, gevolgd door een artikelsgewijs deel waarin specifieke bepalingen waar nodig worden toegelicht. Aanleiding Tijdens de begrotingsbehandeling is door de Kamer besloten om de in afwachting van de aanname van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Kamerstukken II 2024/25, 36 742, nr. 2) op de begroting van BZK gereserveerde € 8,15 miljoen voor de subsidiering van decentrale politieke partijen gedeeltelijk toe te voegen aan het gemeentefonds. Het gewijzigd amendement van de leden Clemminck en Tijs van den Brink (Kamerstukken II 2025/26, 36 800 B, nr. 19) heeft geleid tot een toevoeging van € 5,45 miljoen, waarbij het de bedoeling is om de inhoudelijke voorwaarden uit de Wpp zoveel mogelijk te volgen. Gemeenten worden hiermee in staat gesteld om in afwachting van de Wpp zelf een subsidieregeling te treffen voor het ondersteunen van decentrale politieke partijen. Deze subsidieregeling voorziet hierin. Doelstelling Deze subsidieregeling beoogd de gemeentelijke democratie te ondersteunen en financiële transparantie te bevorderen. Politieke partijen vervullen een belangrijke en onmisbare rol in het Nederlandse politieke systeem.
Ze verwoorden en vormen de politieke opvattingen in de samenleving, rekruteren kandidaten voor functies in het openbaar bestuur, en betrekken burgers bij de politieke besluitvorming. Het is voor de gemeentelijke democratie belangrijk dat decentrale politieke partijen budget hebben voor onder meer opleiding- en training van kandidaat raadsleden en het organiseren van bijeenkomsten met inwoners. Ook is het belangrijk dat inwoners inzicht hebben in hoe partijen zijn georganiseerd en in belangrijke financieringsstromen en de potentiële invloed daarvan op de gemeentelijke politiek. Omdat deze regeling vooruitloopt op de vaststelling van de Wet op de politieke partijen, waarmee de financiering en transparantie van decentrale politieke partijen voor langere tijd moet worden geregeld, is bij het opstellen van deze regeling zoveel mogelijk aangesloten bij de criteria uit dit wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting daarbij. In de artikelsgewijze toelichting wordt hier ook gericht naar verwezen. Effecten Het is de verwachting dat de decentrale politieke partijen door gebruik te maken van de financieringsmogelijkheden op grond van deze subsidieregeling beter in staat zijn om kennis te vergaren en activiteiten te organiseren, waardoor de leden van deze partijen en de inwoners van de gemeente beter bij het democratisch proces betrokken kunnen worden.
Door het bevorderen van de transparantie bij de subsidieontvangers draagt de regeling ook bij aan het vertrouwen in de gemeentelijke politiek. De uitvoeringskosten zijn door de keuze voor directe subsidievaststelling en het publiceren van de gerealiseerde activiteiten op de website van de subsidieontvanger, zo laag mogelijk gehouden. Verwacht wordt dat de transparantie ervoor zorgt dat de subsidiemiddelen goed worden besteed en het terugvorderen van subsidiegelden niet nodig zal zijn. Verhouding tot andere regelgeving Wanneer het gaat om het opstellen van een subsidieregeling dan is de gemeenteraad bevoegd om op grond van de gemeentelijke autonome verordenende bevoegdheid een subsidieverordening vast te stellen (artikel 149 van de Gemeentewet). Op grond van die bevoegdheid kan zij de bevoegdheid echter ook (gedeeltelijk) delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (artikel 156 van de Gemeentewet). Deze delegatie is geregeld in de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/12
[invullen: citeertitel Algemene subsidieverordening]. Deze subsidieregeling is dan ook gebaseerd op deze verordening en sluit aan op de titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidietitel). De subsidieregeling loopt vooruit op de aanname van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen en vervalt op het moment dat deze wet in werking treedt van rechtswege op grond van artikel 122 van de Gemeentewet. Deze subsidieregeling is geen vervanging of aanvulling op de fractieondersteuning die fracties in de gemeenteraad ontvangen op basis van artikel 33 van de Gemeentewet. Deze subsidieregeling is bedoeld voor de ondersteuning van decentrale politieke partijen, ter versterking van de partijorganisatie. Het is niet bedoeld voor de ondersteuning van raadsleden bij raadswerkzaamheden. VNG-modelsubsidieregeling Bij het opstellen van deze subsidieregeling is gebruik gemaakt van de VNG Model Subsidieregeling decentrale politieke partijen. Omdat lokale verschillen tussen gemeenten ongewenst worden geacht is dit model integraal overgenomen. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities Decentrale politieke partij Met deze definitie wordt aangesloten bij de Kieswet.
De tweede definitie sluit aan bij de wijze waarop landelijke en provinciale politieke partijen in lokale afdelingen zijn georganiseerd met een eigen lokaal afdelingsbestuur. Voor beide geldt dat men moet hebben meegedaan met de laatstgehouden verkiezingen en tenminste één zetel moet hebben behaald om aangemerkt te kunnen worden als decentrale politieke partij. Gift De definitie van gift is ontleend aan artikel 186, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Het gaat om zowel geld als economisch voordeel (een zaak of dienst waar geen of geen evenredige tegenprestatie tegenover staat) die door een decentrale politieke partij wordt ontvangen. Subsidies als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn uitgezonderd. Belangrijk hierbij is dat de gift ook door de decentrale politieke partij wordt aanvaard. Artikel 3. Doel van de subsidie Het doel van de subsidieregeling sluit op lokaal niveau aan bij het tweeledige doel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Naast de versterking van de positie van decentrale politieke partijen wordt beoogd de democratie en de weerbaarheid van de decentrale politiek te versterken. Daarbij staat transparantie centraal.
Door decentrale politieke partijen te verplichten tot transparantie over de financiering en hun interne organisatie wordt het risico op oneigenlijke beïnvloeding verkleind en wordt de weerbaarheid van politieke partijen en de democratische rechtsstaat versterkt (Kamerstukken II 2024/25, 36 742, nr. 3, p. 2). Artikel 5. Subsidiabele activiteiten De opgenomen subsidiabele activiteiten komen overeen met de in artikel 104 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen genoemde activiteiten. Onder de voorwaarde dat de subsidie wordt besteed aan een of meer van de in het eerste lid genoemde activiteiten mogen decentrale politieke partijen de subsidie naar eigen inzicht besteden. De in deze limitatieve opsomming opgenomen activiteiten zijn zo breed en divers geformuleerd dat in beginsel alle reguliere partijactiviteiten voor subsidie in aanmerking komen. Deels is er ook sprake van een zekere
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/12
overlap. Wel vindt na afloop van het jaar verantwoording plaats door middel van de publicatie van een financieel verslag en een activiteitenverslag (zie artikel 11). Onderdeel a (Politieke vorming en scholing) Politieke partijen hebben een prominente rol bij de vorming, scholing en coaching van politieke ambtsdragers alsmede van actieve partijleden in de gemeente. De subsidie versterkt de mogelijkheid dat decentrale politieke partijen naar eigen inzicht en politieke opvatting professionele cursussen en opleidingen kunnen realiseren of laten volgen. Onderdeel b (Informatievoorziening) Het informeren van kiezers is een kerntaak van decentrale politieke partijen. Het gaat hierbij zowel om informatievoorziening op papier als om informatievoorziening via andere media zoals het internet. Onder informatievoorziening moet ook worden begrepen de productie van radio en tv uitzendingen. De subsidie die partijen ontvangen kan dus ook gebruikt worden voor het maken van politieke uitzendingen, ongeacht het medium dat daarvoor wordt gebruikt. Eventueel kunnen deze uitgaven ook worden gebracht onder verkiezingscampagnes (onder i). Informatievoorziening aan de leden beoogt hen inhoudelijk betrokken te houden bij de activiteiten van de politieke partij. Op die manier kan ook bevorderd worden dat het aantal actieve leden groeit (zie ook: werven van leden, onder f).
Onderdeel c (Buitenlandse zusterpartijen) Tot de subsidiabele activiteiten behoort tevens het onderhouden van contacten met buitenlandse zusterpartijen en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van deze zusterpartijen. Samenwerking van decentrale politieke partijen met geestverwanten in Europa en elders bevordert de internationale samenwerking op politiek en bestuurlijk niveau. Hierbij is vooral gedacht aan ondersteuning van geestverwanten in landen waar de democratie of het herstel daarvan van recentere datum is. [eventueel invullen: In het bijzonder kan ook gedacht worden aan de contacten met decentrale politieke partijen in [invullen: naam gemeente(n) met wie een vriendschapsband bestaat] met wie een vriendschapsband bestaat.] Onderdeel d (Politiek-wetenschappelijke activiteiten) Deze activiteit wordt in de regel verricht door het daartoe aangewezen politiek-wetenschappelijk instituut. De decentrale politieke partij kan echter ook een wetenschappelijke onderzoeksopdracht uitzetten bij bijvoorbeeld een hogeschool, een universiteit of een onderzoeksbureau.
Onderdeel e (Politieke participatie van jongeren en andere ondervertegenwoordigde groepen) Op basis van dit onderdeel kan de decentrale politieke partij subsidiegelden besteden aan de bevordering van de politieke participatie van jongeren en/of de participatie van andere groepen burgers die in de politiek ondervertegenwoordigd zijn. Er is niet vastgelegd welke groepen burgers minder dan gemiddeld politiek actief zijn. Het staat de decentrale politieke partijen vrij om zelf een groep aan te wijzen. Bijvoorbeeld: vrouwen, personen met een migratieachtergrond of mensen die in een bepaald deel van de gemeente woonachtig zijn. Onderdeel f (Werving van leden) Ledenwerving is van groot belang voor de positie en toekomst van de decentrale politieke partijen en voor het functioneren van het democratisch bestel in de gemeente. De politieke participatie van burgers en de ledentallen van decentrale politieke partijen blijven een punt van aandacht. Het is daarom dat politieke partijen de subsidie ook kunnen aanwenden voor de werving van nieuwe leden. Onderdeel g (Betrekken van niet-leden) Een belangrijke functie van een decentrale politieke partij is het vergroten van de betrokkenheid van burgers bij de gemeentelijke politiek. De meest herkenbare activiteit is het mobiliseren van het electoraat. Decentrale politieke partijen moeten burgers de mogelijkheid geven om te kiezen en
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/12
moeten burgers stimuleren om hun stem uit te brengen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Een andere manier om niet-leden te betrekken bij de activiteiten van een politieke partij is het uitnodigen van niet-leden bij discussieavonden en bijeenkomsten. Deze activiteiten kunnen er mede op gericht zijn om als politieke partij nieuwe leden te werven en zodoende de politieke participatie van burgers te vergroten (onder f). Onderdeel h (Werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers) Werving en selectie van politieke ambtsdragers is van groot belang voor het democratisch bestel en het functioneren van het openbaar bestuur in de gemeente. Onder “begeleiding van politieke ambtsdragers” wordt niet alleen verstaan de begeleiding van politieke ambtsdragers tijdens het vervullen van hun ambt. Het kan tevens eventuele nazorg na afloop van het vervullen van de politieke functie betreffen. Hierdoor zijn politieke partijen beter in staat om blijvend aandacht te besteden aan de kwaliteit van en de functievervulling door politieke ambtsdragers. Opgemerkt zij dat het hier dient te gaan om bekostiging van activiteiten die door de politieke partij worden verricht. De individuele rechtspositionele aanspraken van politieke ambtsdragers zijn geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) en de andere respectievelijke rechtspositionele regelingen.
Onderdeel i (Verkiezingscampagnes) De mogelijkheid goede verkiezingscampagnes te kunnen voeren is van belang voor de gemeentelijke democratie. Subsidiëring van verkiezingscampagnes draagt bij aan het effectief en efficiënt kunnen presenteren door decentrale politieke partijen van hun politieke standpunten en partijprogramma’s. De kiezer wordt zo beter in staat gesteld te kiezen uit verschillende inhoudelijke alternatieven. Uitgaven tijdens een verkiezingscampagne betreffen onder meer het ontwikkelen van een campagne, de facilitaire organisatie van de verkiezingsactiviteiten, het bevorderen van de participatie van leden in de verkiezing, het bevorderen van opkomst en het uitwisselen van standpunten met potentiële kiezers. Uit het tweede lid volgt dat de activiteiten gericht moeten zijn op of ter bevordering van de inwoners, leden en/of ambtsdragers in de [invullen: naam gemeente]. Het kan dus gaan om activiteiten binnen de gemeente, zoals flyeren, alsook om activiteiten die gericht zijn op inwoners, volksvertegenwoordigers of bestuurders van de gemeente. In dat laatste geval kunnen de activiteiten ook buiten de gemeentegrenzen plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan een conferentie of scholingsactiviteit. Artikel 6. Subsidietermijn De subsidietermijn (het subsidietijdvak) komt overeen met de in artikel 105 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen genoemde termijn.
Het subsidiejaar loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende kalenderjaar. Voor deze termijn is gekozen omdat deze aansluit bij het moment waarop de verkiezingen worden gehouden en waardoor er direct rekening gehouden kan worden met een nieuwe zetelverdeling na de verkiezingen in maart (Kamerstukken II 2024/25, 36 742, nr. 3, p. 54-55). Artikel 7. Subsidiebedrag De hoogte van het subsidiebedrag is afhankelijk van het aantal behaalde zetels tijdens de laatstgehouden verkiezingen. Deze bepaling is ontleend aan artikel 106, eerste lid, van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Een afsplitsing of een afgesplitste volksvertegenwoordiger die zich aansluit bij een andere politieke partij heeft dus geen invloed op de hoogte van de subsidie. De decentrale politieke partij houdt gedurende de periode tot de nieuwe verkiezingen recht op hetzelfde bedrag. Als meerdere politieke partijen meedoen onder één kandidatenlijst, dan is het aan de partijen zelf om onderling uit te maken welke zetelverdeling wordt gehanteerd bij de subsidieaanvraag. Indien de gezamenlijke kandidatenlijst één zetel krijgt toegewezen dan geldt dat maar één van de partijen
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8/12
of afdelingen een subsidieaanvraag kan indienen. Het is niet mogelijk een zetel te delen. Zonder gezamenlijk ondertekende verklaring kan geen van de partijen een subsidie ontvangen. Dit stemt overeen met artikel 109 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Ook is het mogelijk dat twee politieke partijen met elkaar fuseren. In dat geval kunnen de twee gefuseerde politieke partijen voor hun subsidie de zetelaantallen corresponderend met de twee “oude” partijen optellen voor het bepalen van de hoogte van de aanspraak op subsidie. Dit stemt overeen met artikel 110 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Daarbij is het niet mogelijk om zowel voor als na de fusie een aanvraag in te dienen en zo per zetel tweemaal voor subsidie in aanmerking te komen. De hoogte van het subsidiebedrag per zetel is afgestemd op het bedrag dat bij gewijzigd amendement van de leden Clemminck en Tijs van den Brink (Kamerstukken II 2025/26, 36 800 B, nr. 19) aan het gemeentefonds is toegevoegd. Artikel 8. Subsidieaanvraag De bij de subsidieaanvraag over te leggen gegevens zijn ontleend aan artikel 102 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen.
Op grond van artikel [invullen: artikelnummer in de Asv (bijvoorbeeld: 6, vierde lid)] van de Asv worden op basis van deze bepaling in [kies optie: aanvulling op OF afwijking van OF aanvulling op en in afwijking van] van de Asv, bij de aanvraag de in deze bepaling genoemde gegevens overgelegd. Daarbij is vermelding van de voor de partij geregistreerde aanduiding, of afkorting daarvan, welke bij de laatstgehouden verkiezing boven een lijst heeft gestaan nodig, omdat de statutaire naam van een vereniging geen gelijkenis hoeft te vertonen met de aanduiding waarmee zij aan verkiezingen deelneemt. Het risico bestaat dat anders onduidelijk kan zijn aan welke rechtspersoon de subsidie toekomt. Een activiteitenplan en begroting worden niet vereist, nu dit volgens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen voor decentrale politieke partijen als een onnodige administratieve last wordt beschouwd (Kamerstukken II 2024/25, 36 742, nr. 3, p. 55). De aanvraag zal daarnaast moeten voldoen aan de in artikel 4:2, eerste lid, van de Awb. Dit betekent dat de aanvraag ook is voorzien van de naam en het adres van de aanvrager en de dagtekening. [eventueel opnemen: Om het aanvraagproces efficiënt te laten verlopen is het gebruikmaken van een aanvraagformulier verplicht gesteld.
Dit formulier zorgt ervoor dat de benodigde informatie eenduidig gestructureerd en compleet wordt aangeleverd.] Artikel 9. Aanvraagtermijn Op basis van deze bepaling wordt de aanvraag [kies optie: op grond van artikel [invullen: artikelnummer in de Asv (bijvoorbeeld: 7, vierde lid)] van de Asv in afwijking van OF overeenkomstig] de Asv, uiterlijk ingediend vóór 6 april. Deze datum stemt overeen met de in artikel 102, tweede lid, van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen genoemde datum. De datum van 6 april is gekozen omdat, in een verkiezingsjaar, 3 april de uiterlijke datum is waarop het vertegenwoordigend orgaan besluit over de toelating van de nieuwgekozen leden (artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). Als 6 april valt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, dan wordt deze termijn conform de Algemene termijnenwet verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Dit maakt het voor het college ook mogelijk om de aanvraag tijdig te behandelen voor aanvang van het subsidietijdvak. Artikel 10. Beslistermijn subsidievaststelling Deze bepaling sluit aan bij artikel 107 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Daarin zijn de aanvraag en de directe subsidievaststelling geregeld. Eerste lid
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9/12
Op basis van deze bepaling besluit het college [kies optie: op grond van artikel [invullen: artikelnummer in de Asv (bijvoorbeeld: 8, derde lid)] van de Asv in afwijking van OF overeenkomstig] de Asv, uiterlijk op [invullen: uiterste datum (bijvoorbeeld: 30 juni)]. Dit maakt dat de decentrale politieke partij voor aanvang van het subsidietijdvak duidelijkheid heeft over het recht op de subsidie op grond van deze regeling. Tweede lid Op grond van artikel [invullen: artikelnummer in de Asv (bijvoorbeeld: 14, derde lid; 15, derde lid; artikel 16, derde lid,)] van de Asv wordt de subsidie in afwijking van de Asv direct en zonder voorafgaande verantwoording door de ontvanger vastgesteld. Artikel 4:29 van de Awb kan dus niet worden toegepast. Dit neemt niet weg dat het college, conform artikel 4:49 van de Awb alsnog de mogelijkheid heeft om ook ná de vaststelling controle uit te voeren op de subsidie en in specifieke gevallen de subsidie terug te vorderen. Dit kan naar aanleiding van meldingen, nieuwsberichten en/of op basis van een steekproef. Artikel 11. Aanvullende verplichtingen Op grond van artikel [invullen: artikelnummer in de Asv (bijvoorbeeld: 12, tweede lid)] van de Asv worden in deze bepaling aanvullende verplichtingen aan de subsidieontvanger opgelegd. Deze verplichtingen dienen ter verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde doelen.
Niet naleving kan daarbij, overeenkomstig artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht, leiden tot het intrekken van de subsidie. Tweede lid De onderdelen a tot en met f van het tweede lid zijn gebaseerd op de in artikel 7 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen opgenomen transparantieplicht, die op grond van artikel 73 van het wetsvoorstel ook op decentraal niveau van toepassing is. Onderdeel g, dat toeziet op de openbaarmaking van een financieel verslag, is gebaseerd op artikel 89 van het wetsvoorstel. Opname van deze eisen sluit aan bij het aangenomen gewijzigd amendement van de leden Clemminck en Tijs van den Brink (Kamerstukken II 2025/26, 36 800 B, nr. 19) waarbij de indieners in de toelichting hebben aangegeven dat zij het van belang achten om de transparantie-eisen die in het wetsvoorstel genoemd staan ook te laten gelden voor de tijdelijke subsidieregeling. Onderdeel h is niet gebaseerd op het wetsvoorstel. Op grond van het tweede lid wordt van de subsidieontvanger verlangt dat deze transparant is over de inhoud van de statuten, organisatiestructuur, de interne procedures en de aanvullende voorwaarden die door de politieke partij worden gesteld om op de kandidatenlijst van de partij te staan. Ook informatie over de financiën en de besteding van de subsidiegelden moet bekendgemaakt worden.