CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

E VNG ledenbrieven

Gemeenteraad 11 november 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: VNG26.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2.5.

De elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening

Sommige keuzes in de beleidsregels zijn gebaseerd op de elementen uit de basisdienstverlening. Om de werkwijze tussen gemeenten zo veel mogelijk te harmoniseren, is het wenselijk dat zoveel mogelijk beschikbare elementen worden opgenomen of worden toegevoegd wanneer ze geïmplementeerd (kunnen) worden. Met de keuzemogelijkheden in de beleidsregels bieden we gemeenten de ruimte om naar deze situatie toe te werken. Het is nuttig om de beleidsregels regelmatig te herzien om te bepalen welke elementen kunnen worden toegevoegd aan de beleidsregels. Van de twintig elementen zijn er een namelijk aantal elementen die – stand najaar van 2025 – nog verder ontwikkeld worden en op lange termijn ingezet kunnen worden bij de schuldhulpverlening. Tien van de twintig elementen basisdienstverlening zien op begeleiding. Om ondersteuning aan gemeenten te bieden bij het implementeren van deze elementen heeft de VNG de handreiking begeleiding opgesteld. De beleidsregels zijn mede op deze handreiking gebaseerd.

2.6.

Routekaart Financiële zorgen

De model beleidsregels sluiten aan bij de routekaart Financiële Zorgen van de VNG. De routekaart biedt de gemeente handvatten om de capaciteit en middelen zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten, kennis en ervaring tussen gemeenten te delen en de dienstverlening op gelijke basis in te richten. Hierbij staat het inwonersperspectief centraal en zijn de elementen uit de basisdienstverlening verwerkt. Inwoners met allerlei financiële zorgen kunnen zich melden en er wordt direct ondersteuning geboden om duidelijk te krijgen wat de hulpbehoefte is.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/14

3. Artikelsgewijze toelichting Deze handleiding gaat in op bepaalde keuzes die gemeenten kunnen maken bij de implementatie van de model beleidsregels schuldhulpverlening. Sommige bepalingen zijn cursief gemaakt in de model beleidsregels, waaruit uitdrukkelijk blijkt dat deze facultatief opgenomen kunnen worden. Reden hiervoor is dat die bepaling mogelijk (nog) niet (volledig) aansluit bij de huidige praktijk. Voor alle bepalingen geldt dat gemeenten zelf moeten nagaan of het past binnen de eigen gemeentelijke context. Het doel van het model is om, gelet op de bestuurlijke afspraken, zoveel mogelijk bij de tekst van de bepalingen aan te sluiten en zo de schuldhulpverlening in de basis zoveel mogelijk eenduidig te maken. Artikel 1. Definities In de model beleidsregels wordt in de artikelen 4 en 9 gesproken over de mogelijkheid om gebruik te maken van een meetinstrument. Het opnemen van de definitie van ‘meetinstrument’ is alleen nodig als uw gemeente besluit een meetinstrument te gebruiken. De inzet van een meetinstrument is een van de elementen van de basisdienstverlening. Het college kan ervoor kiezen om alleen tijdens de systematische intake of ook tijdens de evaluatiemomenten een meetinstrument te gebruiken. Verder kan de gemeente ervoor kiezen om de resultaten van het meetinstrument te gebruiken om het plan van aanpak te wijzigen. Artikel 2.

Doelgroep In dit artikel is opgenomen dat inwoners met financiële zorgen en schulden zich tot het college kunnen wenden voor schuldhulpverlening. In de definities is uitgewerkt dat een inwoner een ingezetene van de gemeente is, als bedoeld in artikel 1 van de wet. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met schulden of financiële zorgen. In het tweede lid staat dat schuldhulpverlening in bijzondere omstandigheden ook kan worden gegeven aan een persoon die geen inwoner van de gemeente is (bijvoorbeeld bij een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheid). Artikel 3. Aanvraag Op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wgs kan een inwoner een aanvraag voor schuldhulpverlening schriftelijk of mondeling indienen bij het college. Het doel van de wet is dat inwoners met financiële zorgen de weg naar schuldhulpverlening kunnen vinden. De wijze waarop het college daaraan invulling geeft is opengelaten. In deze bepaling kan worden opgenomen hoe inwoners kenbaar kunnen maken dat zij schuldhulpverlening willen. De bepaling noemt enkele voorbeelden, zoals e-mailen, bellen, digitaal of melding bij fysieke loketten binnen de gemeente. Gezien de gewenste laagdrempeligheid is aan te raden om inwoners zo veel mogelijk opties te geven. Ook is dit een element van de basisdienstverlening. Artikel 4.

Systematische intake Het college kan ervoor kiezen om tijdens de systematische intake gebruik te maken van een meetinstrument. Dit is een element van de basisdienstverlening schuldhulpverlening. Als het college gebruik maakt van dit element dan wordt het vierde lid opgenomen in de beleidsregel. Dit meetinstrument kan de systematische intake ondersteunen. Het is een middel om een zo objectief en duidelijk mogelijk beeld te krijgen van de inwoner op de verschillende leefgebieden. Daardoor kan gestructureerd en methodisch verantwoord worden bepaald wat de inwoner nodig heeft en wat diens hulpvraag is. Voor de overweging om een meetinstrument te gebruiken wordt

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/14

verwezen naar de-handreiking ‘Het begeleiden van inwoners vanuit de elementen basisdienstverlening’. Als volgen en nazorg wordt geboden als onderdeel van het begeleidingstraject, dan wordt de inwoner bij het eerste gesprek hierover geïnformeerd. Hiermee wordt zoveel mogelijk duidelijkheid gegeven over het gehele begeleidingstraject. In dat geval wordt aangeraden om artikel 4, derde lid, sub d, onderdeel 2, op te nemen in de beleidsregels. De periode van volgen is facultatief opgenomen, omdat dit mogelijk door gemeenten nog niet in de huidige praktijk wordt gedaan. Nazorg daarentegen is een wettelijke verplichting op grond van de Wgs. Voor meer toelichting over de periode van volgen en nazorg, wordt verwezen naar artikel 13 tot en met 15. Artikel 5. Beschikking Op grond van artikel 4a, derde lid, van de Wgs wordt een beschikking afgegeven binnen een door de gemeenteraad vast te stellen termijn die volgens de Wgs maximaal acht weken na het eerste gesprek mag zijn. Het is uiteraard toegestaan om een kortere beslistermijn vast te stellen. De termijn wordt vastgesteld in een Verordening beslistermijn schuldhulpverlening. In dit artikel moet de vastgestelde termijn worden opgenomen. Artikel 6.

Toegang Het tweede lid van dit artikel bevat een facultatieve bepaling om een inwoner aan te melden bij de verwijsindex schuldhulpverlening (VISH) als de inwoner toegang krijgt tot de schuldhulpverlening. VISH zorgt voor snelle schuldrust bij inwoners met schulden. (Gerechts)deurwaarders raadplegen het systeem voor het uitbrengen van een dagvaarding. Daarin zien ze of de inwoner schuldhulpverlening krijgt. Zij informeren hun klant (de schuldeiser) dat er schuldhulpverlening is aangevraagd en adviseren om af te zien van verdere stappen. Dit draagt bij aan schuldenrust voor de inwoner. Aansluiting op de VISH is een element van de basisdienstverlening. Het Schuldenknooppunt is de standaard in de schuldenketen voor digitale uitwisseling van gestandaardiseerde berichten. Het zorgt voor een efficiënte en veilige manier van gegevensuitwisseling. Voor zowel financiële hulpverleners als schuldeisers staat een set standaardberichten klaar. Deze zijn in onderling overleg opgesteld. Het Schuldenknooppunt verbindt en versnelt. Dit is een element van de basisdienstverlening. Artikel 7. Weigering Op grond van artikel 3, tweede en derde lid, van de Wgs kan het college de toegang tot schuldhulpverlening weigeren als een inwoner al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening of fraude heeft gepleegd.

Voor beide weigeringsgronden geldt dat het gaat om een bevoegdheid om schuldhulpverlening te weigeren en niet om een verplichting. Het is aan het college om te beoordelen of het feit dat er al eerder schuldhulpverlening gegeven is of dat er fraude is gepleegd aanleiding is om de nieuwe aanvraag te weigeren. Dit is alleen mogelijk als de gemeenteraad deze weigeringsgronden heeft opgenomen in het beleidsplan, zoals bedoeld in artikel 2 van de Wgs. Om de toegankelijkheid van schuldhulpverlening te bevorderen, is opgenomen dat de weigeringsgronden slechts voor een bepaalde periode van toepassing zijn. Een verzoek kan dan niet langer worden geweigerd, mits er een bepaalde termijn is verstreken sinds de beëindigingsbeschikking. Het is aan gemeenten zelf om te bepalen welke termijn zij daarbij redelijk achten, maar voorgesteld is uit te gaan van een termijn van zes maanden.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/14

Voor de weigeringsgrond inzake een eerder beroep op schuldhulpverlening is van belang dat persoonsgegevens die betrekking hebben op eerder gebruik van schuldhulpverlening alleen kunnen worden opgevraagd bij andere gemeenten en instanties als de gemeenteraad in het beleidsplan inzake schuldhulpverlening heeft opgenomen dat toepassing wordt gegeven aan deze weigeringsgrond. Voor de weigeringsgrond inzake fraude geldt hetzelfde. Op grond van artikel 13, tweede en vierde lid, van het Bgs kunnen persoonsgegevens bij fraude alleen worden opgevraagd bij andere gemeenten en instanties, als de gemeenteraad in het plan inzake schuldhulpverlening heeft opgenomen dat toepassing wordt gegeven aan de weigeringsgrond bij fraude. In onderdeel c is in aanvulling op de wet geregeld dat het college de toegang tot schuldhulpverlening kan weigeren als een inwoner zich misdraagt door bijvoorbeeld een persoon die schuldhulpverlening geeft te beledigen of te intimideren. Het college heeft daarbij de ruimte om in het concrete geval te beoordelen of een bepaalde misdraging moet leiden tot een weigering van de toegang van schuldhulpverlening. Ook voor deze weigeringsgrond geldt dat hier een termijn aan gebonden is en dat het aan de gemeente is om te bepalen welke termijn redelijk is.

Tot slot wordt benadrukt dat deze weigeringsgrond alleen in de beleidsregels kan worden opgenomen, als de gemeenteraad in het beleidsplan inzake schuldhulpverlening heeft opgenomen dat toepassing wordt gegeven aan deze weigeringsgrond. Artikel 8 Begeleiding bij wettelijke schuldsanering Inwoners die schulden hebben, maar geen toegang tot de minnelijke schuldsaneringsregeling krijgen of vanuit het minnelijke traject doorstromen, kunnen mogelijk wel een beroep doen op het wettelijke schuldsaneringstraject. Om de kansen op een geslaagd beroep hierop te vergroten, is in deze bepaling uitgewerkt dat het college begeleiding biedt bij de aanvraag en het doorlopen van het wettelijke schuldsaneringstraject om zo uitval te voorkomen. Dit is een element van de basisdienstverlening. Dit element betreft de inwoners die gemeenten al in beeld hebben wanneer zij een wettelijk schuldsaneringstraject gaan volgen. De begeleiding bestaat onder andere uit hulp bij het aanleveren van stukken voor de aanvraag, het voorbereiden op de toelatingszitting en meegaan naar de zitting. Daarna wordt gedurende het traject dezelfde financiële begeleiding geboden als bij een regulier traject schuldhulpverlening. Artikel 9. Inhoud plan van aanpak Het college kan bij de evaluatie van het plan van aanpak gebruik maken van een meetinstrument.

Als het college hier gebruik van maakt, wordt het derde lid opgenomen in de beleidsregel. Het gebruik van een meetinstrument bij de evaluatie kan bijdragen aan het bepalen van de effectiviteit van de begeleiding. De uitkomsten van de toepassing van het meetinstrument kunnen worden vergeleken met de uitkomsten van de systematische intake als dit daarbij ook is gebruikt of met de uitkomsten van de toepassing van het meetinstrument bij voorgaande evaluaties. Hiermee wordt voor de inwoner en het college objectief zichtbaar wat de resultaten zijn van de schuldhulpverlening. Op basis van de resultaten kan het plan van aanpak worden gewijzigd. Als het plan van aanpak wordt gewijzigd, is een aanpassing van de toegangsbeschikking ook nodig, als de rechtspositie van de inwoner wijzigt. De financiële begeleiding wordt periodiek geëvalueerd. Op basis van de evaluatie wordt bepaald of het plan van aanpak aangepast moet worden. Het evalueren aan de hand van een meetinstrument is een element van de basisdienstverlening. In het tweede lid, onder f is

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/14

opgenomen dat de beslagvrije voet in acht genomen moet worden en onder sub g dat het plan van aanpak in ieder geval de afloscapaciteit bevat, op basis van het vrij te laten bedrag volgens de Recofa-methode. Het bieden van een standaard saneringskrediet met een aflostermijn van 18 maanden en waarbij de afloscapaciteit wordt berekend op basis van het vrij te laten bedrag (Vtlb) is een element van de basisdienstverlening. Artikel 10. Aanbod schuldhulpverlening Het oplossen van schulden kan in verschillende vormen. De vormen die kunnen worden ingezet zijn opgenomen in het eerste lid. Om ervoor te zorgen dat het aanbod voor schuldhulpverlening overal zo passend mogelijk kan worden gedaan, zijn al deze vormen opgenomen in de beleidsregels. Verder zijn in het tweede lid de omstandigheden opgenomen die het college in ieder geval betrekt bij het bepalen van het aanbod voor schuldhulpverlening. Het college heeft de ruimte om deze omstandigheden in onderlinge samenhang te bezien om tot een aanbod te komen. Daarbij heeft het college ook nog de ruimte om omstandigheden te betrekken die niet genoemd zijn. Artikel 11. Verplichtingen Uit artikel 7 van de wet volgt een algemene medewerkingsplicht voor een inwoner tijdens de uitvoering van schuldhulpverlening.

Op grond van artikel 7, derde lid, van de wet hebben inwoners in dat kader in elk geval de verplichting om zich te identificeren als dit nodig is voor de schuldhulpverlening. Wat de medewerkingsplicht verder concreet inhoudt wordt echter niet uitgewerkt in de wet. Het college heeft hiermee de ruimte om dit zelf te bepalen. Die beoordelingsruimte is in de beleidsregels ingevuld met een facultatieve bepaling. Voorop staat dat het moet gaan om de medewerking die nodig is om de schuldhulpverlening te laten slagen. Verder moet het binnen de kaders van artikel 7, derde lid, van de wet blijven en moet het gaan om concrete verplichtingen die zien op individuele situaties. In het vierde lid staat dat inwoner ook over de verplichtingen wordt geïnformeerd. Zowel tijdens het gesprek als in de beschikking. Door de inwoner zowel mondeling als schriftelijk te informeren over de verplichtingen is de inwoner hier ook op aanspreekbaar. Artikel 12. Begeleidingsplan Het college bepaalt de inhoud van het begeleidingsplan. De begeleidingsproducten worden op hoofdlijnen opgenomen in het plan van aanpak als onderdeel van de toegangsbeschikking. In het begeleidingsplan wordt de invulling van de ondersteuning verder uitgewerkt. In het tweede lid kan het college de onderwerpen opnemen die een vast onderdeel zijn van het begeleidingsplan.

Deze onderwerpen moeten bijdragen aan de functie van het begeleidingsplan binnen de schuldhulpverlening. In artikel 12 zijn hiervoor een aantal suggesties gedaan. Bijvoorbeeld dat het begeleidingsplan duidelijkheid biedt over de beginsituatie van de inwoner, het einddoel van het begeleidingstraject en de subdoelen die daartussen in liggen. Verder gaat het om het inzicht in de manier waarop er wordt gewerkt aan de doelen, de rolverdeling tussen de inwoner en de professional en de geschatte duur van de begeleiding en de momenten van evaluatie. De voorbeelden uit het tweede lid geven een beeld van de onderwerpen die het college in de beleidsregels zou kunnen opnemen. Het college heeft daarnaast de mogelijkheid om ook andere onderwerpen te benoemen, zolang die onderwerpen redelijkerwijs bijdragen aan de functie van het begeleidingsplan. Net als bij het plan van aanpak kan het begeleidingsplan worden gewijzigd op basis van een evaluatie. Als de gemeente hierbij gebruik maakt van een meetinstrument, dan kunnen de resultaten daarvan worden gebruikt om te bepalen of het begeleidingsplan moet

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/14

worden gewijzigd. Op basis van de overwegingen onder artikel 9 kan de keuze worden gemaakt om een meetinstrument de gebruiken bij de evaluaties. Dit is een element van de basisdienstverlening. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt aangeraden het plan van aanpak met de producten op hoofdlijnen en het begeleidingsplan over de uitvoering van de begeleiding gescheiden te houden. Gemeenten bepalen echter zelf op welke wijze zij hieraan invulling geven. Artikel 13. Periode van [volgen en] nazorg Na het opstarten van het begeleidingstraject vindt een cyclus van uitvoeren van de financiële begeleiding en daarna evalueren van het begeleidingsplan plaats. Uit artikel 13 volgt dat op basis van een evaluatie het begeleidingsplan kan worden aangepast. Daarbij wordt ook bekeken of het plan van aanpak moet worden aangepast. Het begeleidingstraject eindigt nog niet als er bij de evaluatie blijkt dat aan alle doelen van het begeleidingstraject is voldaan. Er volgt daarna eventueel een periode volgen, maar in ieder geval van nazorg. De periode van volgen is in dit artikel facultatief opgenomen, omdat de fase van volgen niet verplicht is en mogelijk nog niet bij alle gemeenten onderdeel is van de huidige praktijk. Nazorg is daarnaast een wettelijke verplichting op grond van de wet.

De wijze waarop en de inhoud van de begeleiding tijdens de fase van volgen wordt in samenspraak met de inwoner vastgelegd. Dit kan betekenen dat de ene inwoner graag elke maand op kantoor langskomt om samen te bekijken of de afgesproken acties goed zijn verlopen. Voor de andere inwoner is een huisbezoek passend, waarin de uitstaande afspraken die zijn gemaakt in het begeleidingsplan worden doorgenomen en nieuwe afspraken worden gemaakt. In de periode van volgen vindt minimaal elke maand een afspraak plaats met de inwoner. Beide zijn onderdeel van de begeleiding en richten zich op het voorkomen van een terugval. Contact bij terugval is een element van de basisdienstverlening. Bij het volgen kunnen de volgende onderwerpen aan bod komen: •

• • • •

Werkt de structuur van de inwoner om financieel gezond te blijven of moeten er bijvoorbeeld aanpassingen plaatsvinden in de inrichting van de betaalrekening, de wijze van administratie voeren of de manier waarop betalingen plaatsvinden? Lukt het de inwoner om vooruit te blijven kijken naar toekomstige veranderingen? Lukt het de inwoner om zelfmanagement te blijven uitvoeren? Heeft de inwoner voldoende vertrouwen ontwikkeld? Wat zijn signalen dat het mogelijk niet goed gaat?

Na de periode van volgen wordt met de inwoner bekeken of verlenging nodig is, of dat het traject afgesloten kan worden. Na volgen volgt de nazorg waarbij de professional gedurende een jaar één of meerdere keren contactmomenten heeft met de inwoner. Deze momenten worden ook weer in samenspraak met de inwoner vastgelegd. Bij de nazorggesprekken wordt de inwoner gevraagd hoe de afgelopen periode is verlopen en of er nog ondersteuning nodig is. Daarbij wordt aangeraden om te werken naar een situatie waarin volgen ook onderdeel wordt van het begeleidingstraject en dus aan nazorg voorafgaat. Het gaat dan eerst om een periode van intensievere begeleiding in de vorm van volgen en dan een periode van wat minder intensieve begeleiding in de vorm van nazorg. Als volgen ook onderdeel is geworden van het

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

10/14

begeleidingstraject kunnen de artikelen 13 tot en met 15 geheel opgenomen worden in de beleidsregels. Artikel 14. Volgen In artikel 4, derde lid, onder c, is vastgelegd dat de inwoner tijdens het eerste gesprek wordt ingelicht over de periode van volgen en de periode van nazorg. Op basis van het eerste lid van dit artikel legt het college, in overleg met de inwoner, vast op welke wijze de begeleiding tijdens de volgperiode wordt vormgegeven en wat die begeleiding inhoudt. De volgperiode maakt deel uit van het begeleidingstraject. Het begeleidingstraject eindigt dan dus (nog) niet. Door goed invulling te geven aan volgen, kan terugval worden voorkomen. In deze periode is met name het aanleren van zelfmanagement belangrijk. Het is ook belangrijk om te onderzoeken of de vertrouwensband, zoals die vanaf het eerste contact is opgebouwd, voldoende sterk is om inwoners het gevoel te geven dat ze laagdrempelig opnieuw contact mogen zoeken. Op het moment dat de inwoner, bijvoorbeeld na een periode van budgetbeheer, weer zelfstandig verder kan, wordt de begeleiding voortgezet door de inwoner gedurende een periode te volgen. Dit houdt in dat minimaal elke maand een afspraak plaatsvindt met de inwoner. De wijze waarop en de inhoud van de begeleiding tijdens de fase van volgen wordt in samenspraak met de inwoner vastgelegd.

Als de inwoner in de periode van volgen terugvalt, dan is in het tweede lid geregeld dat het college contact met de inwoner opneemt en nagaat welke begeleiding nodig is. Aan de hand daarvan wordt dan vervolgens het oorspronkelijke begeleidingsplan geëvalueerd, aangepast en verder uitgevoerd. Het is belangrijk om terugval te normaliseren. Terugvallen is een onderdeel van de gedragsverandering die nodig is om schulden te voorkomen. Door een terugval ook voor inwoners te normaliseren wordt de schaamte over een terugval minder en wordt de kans groter dat inwoners bij een terugval opnieuw contact zoeken met de professional. Na de periode van volgen wordt met de inwoner bekeken of verlenging van de begeleiding nodig is, of dat de schuldhulpverlening na de periode van nazorg beëindigd kan worden. Artikel 14 is een facultatieve bepaling voor gemeenten die in de uitvoering van schuldhulpverlening invulling geven aan de periode van volgen. Voor gemeenten die dit nog niet doen is deze bepaling mogelijk nog niet toepasbaar in de beleidsregels. Artikel. 15 Nazorg Dit artikel regelt dat het college met de inwoner onderzoekt welke vorm van nazorg gewenst is en dit in overleg met de inwoner vastlegt. In deze periode neemt de professional nogmaals gedurende een jaar één of meerdere keren contact op met de inwoner.

Bij het nazorggesprek wordt de inwoner gevraagd hoe de afgelopen periode is verlopen en of er nog ondersteuning nodig is. Ook bij nazorg is het van belang om al bij de start aan te geven dat nazorg bij het totale traject hoort. Daardoor verwachten inwoners het nazorggesprek en staan zij meer open om in gesprek te gaan. Nazorg is maatwerk, dus het college onderzoekt samen met inwoners tijdens de fase van volgen welke nazorg gewenst is. Verder is nazorg onderdeel van het begeleidingstraject. Na het beëindigen van de nazorg wordt een beëindigingsbeschikking gestuurd voor schuldhulpverlening. Wanneer er nog andere niet vrij toegankelijke producten lopen, kan in plaats daarvan een

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11/14

wijzigingsbeschikking worden gestuurd met een aangepast plan van aanpak, waarvan financiële begeleiding geen onderdeel meer uitmaakt. Artikel 16. Beëindiging schuldhulpverlening In het tweede lid is opgenomen dat het college met de inwoner contact opneemt als in een periode van zes maanden na de beëindigingsbeschikking een vroegsignaal binnenkomt. Dit is een element van de basisdienstverlening. Het tweede lid is facultatief opgenomen, omdat gemeenten dit in de huidige praktijk mogelijk nog niet doen. Als dit zich voordoet wordt bij voorkeur door de laatst bekende professional contact opgenomen en onderzocht welke hulp geboden wordt. Een eventuele niet vrij toegankelijke voorziening zal weer beschikt moeten worden door het college. Daarna kan schuldhulpverlening weer worden opgestart. Artikel 17. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening In het eerste lid, onder c is facultatief opgenomen dat het college kan besluiten de schuldhulpverlening eerder te beëindigen als de inwoner zich misdraagt tegenover personen die schuldhulpverlening bieden. Een dergelijke bepaling is ook opgenomen bij artikel 7 over de weigering van de schuldhulpverlening. Artikel 18.

BKR-registratie problematische schulden Als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, doet het college een melding (SH) bij het Bureau Kredietregistratie (BKR), zodat dit in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) wordt geregistreerd. Artikel 19. Intrekking oude beleidsregels en overgangsrecht Dit artikel is facultatief. Als deze beleidsregels de bestaande beleidsregels voor schuldhulpverlening vervangen, kan het eerste lid worden gebruikt. Hiermee kan duidelijkheid worden geboden over de toepasselijke beleidsregels. In het tweede lid is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor lopende schuldhulpverlening. De bepalingen hoeven uiteraard niet te worden opgenomen als er geen bestaande beleidsregels zijn voor schuldhulpverlening. Als deze er wel zijn, kan het noodzakelijk zijn om dit artikel op te nemen om inwoners de nodige duidelijkheid te bieden over welke beleidsregels van toepassing zijn. Artikel 20. Inwerkingtreding De beleidsregels kunnen op grond van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) pas in werking treden als deze zijn bekendgemaakt. Volgens artikel 3:42 van de Awb en artikel 6 van de Bekendmakingswet moeten beleidsregels worden bekend gemaakt in het Gemeenteblad.

Het college heeft in deze bepaling de keuze om de inwerkingtreding te koppelen aan de bekendmaking of een concreet moment te bepalen voor de inwerkingtreding. Geadviseerd wordt om expliciet te maken per wanneer de bepalingen in werking treden. Artikel 21. Citeertitel In dit artikel moet de citeertitel van de beleidsregels worden opgenomen. Bij de citeertitel is herkenbaarheid voor burgers belangrijk. Aanbevolen wordt om na ‘Beleidsregels schuldhulpverlening’ de naam van de gemeente toe te voegen en, afhankelijk van het plaatselijke gebruik, het jaar van het vaststellen van de beleidsregels.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

12/14

4. Format beslisnota Ontwerp besluit Het college van de gemeente [naam gemeente] besluit: De beleidsregels schuldhulpverlening [naam gemeente en eventueel jaartal] voor de gemeente [naam gemeente] vast te stellen. Inleiding Op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: Wgs) hebben gemeenten de taak om schuldhulpverlening te bieden aan inwoners. Een belangrijk uitgangspunt van de Wgs is dat schuldhulpverlening integraal is. Dit betekent dat er bij de schuldhulpverlening zowel aandacht moet zijn voor de financiële problemen van inwoners, als ook met omstandigheden die verband houden met die financiële problemen. Op 21 maart 2024 hebben het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de VNG, Divosa en de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) de bestuurlijke afspraken voor de basisdienstverlening schuldhulpverlening ondertekend. Deze partijen onderschrijven daarmee de doelstelling dat meer mensen met schulden eerder en nog betere schuldhulpverlening ontvangen en dat gemeenten in dat kader de dienstverlening gelijktrekken. Uit de bestuurlijke afspraken volgt dat schuldhulpverlening in iedere gemeente uit minimaal dezelfde onderdelen bestaat, namelijk de elementen van de basisdienstverlening. Op 5 juni 2025 is het plan opnieuw bekrachtigd door de bestuurders van de vier partijen. Daarnaast heeft de VNG de routekaart Financiële zorgen ontwikkeld.

De routekaart biedt gemeenten handvatten om de capaciteit en middelen voor schuldhulpverlening zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten, kennis en ervaringen te delen en dienstverlening op gelijke basis in te richten. De routekaart geeft houvast, gebaseerd op wat vanuit inwonersperspectief als ideaal gezien wordt. De elementen van de basisdienstverlening en de routekaart Financiële Zorgen zijn zoveel mogelijk in deze beleidsregels verwerkt. Met de model beleidsregels wordt gestuurd op schuldhulpverlening die laagdrempelig en breed toegankelijk is, zodat zoveel mogelijk inwoners er gebruik van kunnen maken. Hiermee wordt met deze beleidsregels invulling gegeven aan de ambitie om het bereik en de kwaliteit van schuldhulpverlening in de gemeente verder te verhogen. Daarnaast geven de model beleidsregels ook invulling aan de ambitie om het schuldhulpverleningsproces in gemeenten gelijk te trekken. Hiermee wordt bijgedragen aan de versterking van de landelijke basisdienstverlening schuldhulpverlening. De beleidsregels zijn toekomstbestendig gemaakt door de elementen van de basisdienstverlening en het inwonersperspectief uit het basisproces van de routekaart Financiële Zorgen erin te verwerken. Door middel van facultatieve bepalingen heeft de gemeente de ruimte gekregen om in de beleidsregels aansluiting te vinden met de gemeentelijke praktijk.

Hierbij kunnen er verschillen bestaan tussen gemeenten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

13/14

Beoogd effect Het college van de gemeente [naam gemeente] is van mening: • dat het wenselijk is dat mensen met schulden eerder en nog betere schuldhulpverlening ontvangen; • dat de beleidsregels bijdragen aan een laagdrempelige en toegankelijke schuldhulpverlening; • dat de beleidsregels bijdragen aan verdere verbetering van de kwaliteit van schuldhulpverlening vanuit de gemeente; • dat het wenselijk is dat schuldhulpverlening in iedere gemeente in ieder geval bestaat uit de elementen van de basisdienstverlening; • dat de beleidsregels bijdragen aan het gelijktrekken van de dienstverlening binnen de schuldhulpverlening tussen gemeenten; • dat het vaststellen van de beleidsregels bijdraagt aan de versterking van de landelijke basisdienstverlening schuldhulpverlening. Risico’s Een risico is dat de gemeentelijke praktijk van schuldhulpverlening nog niet volledig aansluit bij de beleidsregels. Een risico is dat wanneer andere gemeenten in de regio deze beleidsregels niet of anders vaststellen, er verschillen ontstaan in de wijze waarop schuldhulpverlening wordt verleend. Financiën Het vaststellen van de beleidsregels heeft geen financieel gevolgen. Communicatie Na het vaststellen van de beleidsregels zullen deze met de eventueel betrokken uitvoerders worden besproken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

14/14

Vul de geadresseerde in

Datum

21 oktober 2025 Ons kenmerk

U202500635 Lbr. 25/049 Telefoon

Bijlage(n)

1

Onderwerp

Compensatie voor medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven

Geachte leden van college en raad, Via deze ledenbrief informeren we u over de compensatie van medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven in 2025. Voor een deel van de gemeenten is actieve inzet vereist, terwijl voor andere gemeenten slechts beperkte actie nodig is. Gezien de brede doelgroep van deze compensatie en de wenselijkheid van een uniforme uitvoering daarvan, is het van belang alle gemeenten hierover te informeren. Achtergrond Door de samenloop van verschillende belastingmaatregelen in 2025 gingen parttime medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven er enkele tot soms tientallen euro’s netto per maand op achteruit ten opzichte van 2024. Het kabinet besloot op Prinsjesdag € 40 miljoen beschikbaar te stellen om deze groep in 2025 te compenseren. Daarmee is er erkenning voor de tienduizenden medewerkers, mede dankzij de inzet van Cedris, de vakbonden en een grote groep ondernemingsraden, gesteund door de VNG. Compensatie 2025 Het kabinet compenseert alle medewerkers die vallen onder de CAO’s Aan de Slag en SW voor de negatieve gevolgen van de belastingmaatregelen. Via het amendement Van Kent komt dit jaar € 40 miljoen beschikbaar en in de uitwerking komt dit neer op €504,- bruto per persoon, voor geheel 2025.

In overleg met het ministerie van SZW, Cedris en Divosa is besloten iedere medewerker onder de CAO’s Aan de Slag en SW hetzelfde bedrag uit te keren, ongeacht de omvang van het dienstverband en de loonschaal waarbinnen iemand werkzaam is. Zo blijft de compensatie uitvoerbaar en wordt geen onderscheid gemaakt tussen medewerkers. In het Gemeentenieuws van SZW 2025-5 staat dat de uitkering van deze Decentralisatie uitkering (DU) loopt via de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband. Op vng.nl vindt u de lijst van gemeenten, inclusief de bedragen die bij de decembercirculaire 2025 uitgekeerd worden. Voor spoedige besluitvorming treft u bijgaand een concept collegevoorstel aan. Geen invloed op aanvullende bijstand

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/2

Een substantieel deel van de medewerkers in de sociaal ontwikkelbedrijven werkt parttime en heeft een salaris op het wettelijk minimumloon. Daardoor kan sprake zijn van aanvullende bijstand. Dit zou betekenen dat als zij de compensatie krijgen, dit (deels) wordt verrekend met deze uitkering. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid roept gemeenten in het Gemeentenieuws van SZW 2025-5 op de €504,- bruto compensatie in die gevallen niet te verrekenen met deze aanvullende bijstand. De VNG en Divosa onderschrijven dit van harte, omdat het vrijlaten van dit bedrag zorgt dat de medewerkers daadwerkelijk baat hebben bij de compensatie. Door de medewerkers in de uitvoering te wijzen op deze vrijlating kunt u bijdragen aan het voorkomen van ongewenste terugvorderingen. Daarom doen wij hierbij de oproep om geen bijstandsrechtelijke consequenties te verbinden aan het verkrijgen van de compensatie. Jaren ná 2025 Op Prinsjesdag is bekendgemaakt dat ook voor 2026-2028 een (lagere) compensatie zou worden uitgekeerd. Maar met de aangenomen motie van Klaver en Kouwenhoven verwachten we dat er aanpassingen komen in het Belastingplan 2026, die ook ten goede komen aan deze groep mensen. Het is op dit moment niet in te schatten hoe de uitwerking eruit komt te zien en of wellicht een compensatie uitgekeerd dient te worden in de jaren ná 2025.

De VNG, Cedris en Divosa houden de ontwikkelingen in de gaten. Wij informeren u als daar aanleiding toe is. Bijlage: concept collegebesluit, voor gemeenten die de DU ontvangen

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

dr. mr L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

NOTITIE Onderwerp : Concepttekst voor collegebesluit voor inzet middelen voor compensatie medewerkers

sociaal ontwikkelbedrijf

Van

: Juriaan Vrind en Melvyn Varlack

Aan

: College van burgemeester en wethouders van gemeenten die de DU ontvangen

Datum

: 21-10-2025

Voorstel aan het college 1. In te stemmen met het doorzetten van de ontvangen decentralisatie-uitkering van € [bedrag] naar het sociaal ontwikkelbedrijf [naam SOB]; 2. De middelen specifiek in te zetten voor compensatie van negatieve inkomensgevolgen voor medewerkers onder de CAO Aan de Slag en CAO SW, als gevolg van wijzigingen in het belastingplan 2025. Samenvatting Het Rijk stelt via een decentralisatie-uitkering middelen beschikbaar om medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven te compenseren voor negatieve inkomenseffecten door fiscale maatregelen. Deze groep is bovengemiddeld geraakt, omdat zij vaak parttime werken tegen minimumloon en weinig mogelijkheden hebben hun inkomen te verbeteren. Op aandringen van Cedris, vakbonden, ondernemingsraden en de VNG is voor 2025 een landelijke oplossing afgesproken. Als grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband ontvangt Gemeente [uw naam] hiervoor een decentralisatie-uitkering van € [bedrag]. Dit komt overeen met een bedrag van € 504 per medewerker. Conform de gemaakte afspraken tussen VNG, Cedris en het Rijk worden deze middelen volledig doorgezet naar het sociaal ontwikkelbedrijf [naam SOB], zodat zij de medewerkers kunnen compenseren voor de nadelige financiële gevolgen. Een klein (rest)bedrag is bedoeld voor de uitvoeringslasten van sociaal ontwikkelbedrijven.

Aanleiding en achtergrond Met ingang van 2025 zijn wijzigingen in het belastingplan doorgevoerd die voor bepaalde inkomensgroepen leiden tot een lager netto inkomen. Dit treft vooral medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven die werkzaam zijn in beschut werk, met loonkostensubsidie of onder de WSW. Zij werken vaak parttime tegen het minimumloon en hebben daardoor weinig mogelijkheden om hun inkomenspositie te verbeteren. Meer informatie is beschikbaar via de VNG-website en in het Gemeentenieuws van SZW 2025-5. Financiën De gemeente ontvangt bij decembercirculaire 2025 een decentralisatie-uitkering van € [bedrag] via het gemeentefonds. Vooruitlopend op de ontvangst van de middelen door het Rijk, worden deze middelen in zijn geheel doorgezet naar het sociaal ontwikkelbedrijf voor snelle uitbetaling aan de medewerkers. Hiermee vallen de middelen budgetneutraal uit voor de gemeente. Verantwoording vindt plaats conform de reguliere afspraken met het sociaal ontwikkelbedrijf. Risico’s en aandachtspunten • Doelbinding van middelen: De middelen dienen aantoonbaar ingezet te worden ter compensatie van de beoogde doelgroep, conform de bestuurlijke afspraken die de VNG heeft gemaakt. • Verantwoording: Het sociaal ontwikkelbedrijf wordt verzocht om verantwoording af te leggen over de besteding van de middelen en de bereikte medewerkers.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/2

Communicatie en uitvoering Na het collegebesluit informeert de gemeente het sociaal ontwikkelbedrijf schriftelijk over de beschikking van de middelen. Daarbij worden het doel, de voorwaarden en de vereiste verantwoording expliciet vastgelegd. Besluit Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De ontvangen decentralisatie-uitkering van € [bedrag] door te zetten naar sociaal ontwikkelbedrijf [naam]; 2. De middelen specifiek in te zetten ter compensatie van de negatieve inkomenseffecten voor medewerkers onder de CAO’s Aan de Slag en SW; 3. Het sociaal ontwikkelbedrijf te verplichten uiterlijk op [datum] verantwoording af te leggen over de inzet van de middelen en de bereikte doelgroep.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Aan de leden

Datum

23 oktober 2025 Ons kenmerk

U202500656 Lbr. 25/050 Telefoon

070-373 83 93 Bijlage(n)

Onderwerp Publiekscampagne maatschappelijke weerbaarheid ‘Denk vooruit’

1. Digitale briefing Denk vooruit – Samen aan zet 2. Checklist gemeenten 3. Factsheet publiekscampagne

Geachte leden van college en gemeenteraad,

Met deze ledenbrief informeren wij u over de aanstaande meerjarige publiekscampagne ‘Denk vooruit’, die dit najaar wordt gelanceerd door de Rijksoverheid en wordt ondersteund door gemeenten, veiligheidsregio’s, maatschappelijke organisaties en bedrijven. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) coördineert de campagne. De VNG wil ervoor zorgen dat bestuurders en medewerkers van gemeenten op de hoogte zijn van deze campagne. In deze brief vindt u alle belangrijke informatie over de publiekscampagne en de huisaan-huis publicatie, de planning, de rol van gemeenten en de inzet van de VNG. Daarnaast verwijzen we u naar alle beschikbare hulpmiddelen en tools om lokaal invulling te geven aan de landelijke campagne. Aanleiding Om de maatschappelijke weerbaarheid te versterken en inwoners te activeren en te informeren, wordt er vanaf dit najaar een publiekscampagne uitgerold onder de noemer ‘Denk vooruit’. Daarin staat de boodschap van 72 uur zelf- en samenredzaamheid centraal. Zwaartepunt van deze campagne is een huis-aan-huis publicatie. Het gaat om het boekje ‘Bereid je voor op een noodsituatie’, dat alle Nederlandse huishoudens tussen 25 november en 18 december zullen ontvangen.

Communicatiemiddelen Op de website denkvooruit.nl kunnen inwoners al geruime tijd terecht voor informatie over de risico’s en hoe zich hierop voor te bereiden, bijvoorbeeld door een noodpakket samen te stellen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/4

Deze website bevat ook een toolkit met communicatiemiddelen voor gemeenten, veiligheidsregio’s, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Op dit moment bestaat de toolkit onder meer uit: •

Kant-en-klare advertenties, posters, video's en uitingen voor social media;

•

Beeldmateriaal en huisstijlelementen van ‘Denk vooruit’;

•

Visuals en een postergenerator.

De huidige toolkit zal eind oktober worden aangevuld met communicatiemateriaal dat gericht is op de boodschap van 72 uur zelfredzaamheid. Zoals tv- en radiospots, een online video en posters voor in de openbare ruimte. Vanaf september wordt er via de media al aandacht besteed aan de boodschap van 72 uur zelfredzaamheid door interviews met burgemeesters, en vanaf november zal deze nog intensiever onder de aandacht worden gebracht. Wij roepen u op om ook lokaal invulling te geven aan deze belangrijke campagne. Dat kan met de middelen uit de toolkit, en u kunt deze middelen ook aanpassen aan uw gemeentelijke huisstijl, uw eigen communicatiemiddelen en uw lokale context. Hierbij is het van belang dat gemeenten en veiligheidsregio’s samenwerken en dat zij hun communicatielijnen met elkaar afstemmen. Gemeenten en veiligheidsregio’s werken samen aan het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid, ook in hun communicatie richting inwoners. De huis-aan-huis publicatie Een belangrijk onderdeel van de publiekscampagne is een huis-aan-huis boekje dat tussen 25 november en 18 december op de deurmat van alle huishoudens in Nederland zal vallen. Deze dient om inwoners te activeren zich voor te bereiden op potentiële noodsituaties.

De hoofdboodschap van het boekje is het belang van 72 uur zelf- en samenredzaamheid door het samenstellen van een noodpakket, het maken van een noodplan, met elkaar het gesprek aan te gaan en elkaar te helpen. Per stap worden concrete handvatten geboden om ermee aan de slag te gaan. Zo staat er een checklist in voor het noodpakket en een losse kaart om gemaakte afspraken en het noodplan in op te schrijven. Ook staan er tips en voorbeeldvragen in om het gesprek over wat te doen bij een ramp of crisis te starten met je omgeving, en over wat je als inwoner nu al kunt doen als je je zorgen maakt of wilt helpen. De rode draad van het boekje en de bredere campagne is het belang van voorbereid zijn, elkaar helpen en hierover het gesprek aangaan. Ook staat in het boekje beschreven wat de overheid doet. Er staat in dat de Nederlandse overheid inzet op bescherming door internationale samenwerking en samenwerking met maatschappelijke partners en het bedrijfsleven, dat ze dreigingen in de gaten houdt en in een noodsituatie zorgt voor informatievoorziening. Daarnaast staat erin vermeld dat gemeenten bezig zijn met het opzetten van lokale noodsteunpunten, en dat zodra deze beschikbaar zijn, inwoners hierover geïnformeerd worden door de gemeente.

Tot slot staan de belangrijkste telefoonnummers en informatiekanalen beschreven, zoals de frequentie van de rampenzender en de websites van de rijksoverheid, de gemeente en veiligheidsregio.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/4

U ontvangt het boekje tegelijkertijd met uw inwoners, om te voorkomen dat de inhoud voortijdig in de publiciteit komt. In de bijlage bij deze brief vindt u wel een factsheet met de inhoud op hoofdlijnen. In een tweede bijlage vindt u een checklist voor communicatie met inwoners. De NCTV heeft voor gemeenten ook een digitale briefing in de vorm van een talkshow ontwikkeld om hen voor te bereiden op hun rol in de publiekscampagne. Deze digitale briefing is een webinar, waarin de NCTV met verschillende bestuurders en adviseurs uit gemeenten en veiligheidsregio’s vooruitblikt op de publiekscampagne. Het is bedoeld voor bestuurders, raadsleden en (communicatie)adviseurs van gemeenten om op de hoogte te zijn van de grote lijnen van de publiekscampagne en wat dit betekent voor gemeenten. De checklist en factsheet zijn bijgevoegd bij deze ledenbrief en de digitale briefing is te bekijken door de klikken op deze link. De planning Week van 27 oktober: De toolkit op denkvooruit.nl wordt verder aangevuld met actueel communicatiemateriaal, woordvoeringslijnen en Q&A’s om gemeenten te ondersteunen bij de voorbereiding op de publiekscampagne. Vanaf 1 november start de campagne Denk vooruit met massamediale inzet zoals tv-spots, radio en sociale media.

Week van 17 november: Landelijke aandacht voor de publiekscampagne via verschillende (massa)media, onder meer via het persevenement ‘Nederland valt uit’, om een voedingsbodem te creëren voor de aanstaande huis-aan-huis publicatie. Week van 24 november: Vanaf 25 november zal de huis-aan-huis publicatie verspreid worden onder alle Nederlandse huishoudens. Het zal naar verwachting zo’n drie weken duren voordat alle huishoudens de publicatie hebben ontvangen. Week van 1 december: De VNG organiseert een digitale sessie voor medewerkers van gemeenten en veiligheidsregio’s waar de eerste reacties op de publiekscampagne en de huis-aan-huis publicatie zullen worden besproken. U kunt zich hiervoor aanmelden via weerbaarheid@vng.nl. Week van 8 december: Op 9 december van 19:30 tot 20:00 uur vindt er een bestuurlijke inloopsessie van de VNG plaats voor burgemeesters, wethouders en gemeentesecretarissen, waarin de publiekscampagne en de eerste reacties hierop worden besproken met de aanwezige bestuurders. Wat betekent dit voor de ambtelijke organisatie? Het is van belang dat de ambtelijke organisatie op de hoogte is van de landelijke campagne met huis-aan-huis publicatie, vanaf november. Uw afdeling communicatie kan alvast lokale en regionale communicatieactiviteiten voorbereiden om de boodschap lokaal vorm te geven,

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/4

bijvoorbeeld door lokale sleutelfiguren in te zetten of contact op te nemen met de lokale media. Aandacht in uw eigen media, zoals uw website, het lokaal nieuwsblad, bij gemeentelijke locaties en op social media vormen een waardevolle bijdrage aan de campagne. Hierbij kunt u gebruik maken van de Denk vooruit-toolkit. Ook is het verstandig om een goed zichtbare webpagina te maken op de website van de gemeente met alle relevante informatie voor inwoners. Bovendien is het belangrijk dat de gemeentelijke informatieloketten op de hoogte zijn van de campagne en beschikbare middelen als de Q&A’s, zodat zij op een goede manier het gesprek erover kunnen voeren met inwoners. Wat doet de VNG? Denk vooruit is een landelijke campagne, waarvan de regie bij de NCTV ligt. De VNG wil ervoor zorgen dat gemeenten voldoende voorbereid en toegerust zijn op hun rol om de landelijke campagne lokaal te laten landen. Daarom werken we samen met de NCTV aan de Q&A’s die eind oktober worden toegevoegd aan de toolkit op denkvooruit.nl. Met deze Q&A’s wordt geanticipeerd op de vragen waarmee inwoners gemeenten kunnen benaderen, en voorziet deze van mogelijke antwoorden. Gemeenten kunnen deze Q&A’s gebruiken op hun eigen website en in hun overige communicatie-inzet.

Daarnaast willen we de (bestuurlijke) reacties en vragen die de publiekscampagne teweegbrengt bundelen en zorgvuldig in behandeling nemen en terug kunnen leggen bij de NCTV. Hiervoor kunt u bij ons terecht via weerbaarheid@vng.nl. We staan nauw in contact met gemeenten, veiligheidsregio’s en maatschappelijke partners en organiseren maandelijks zowel ambtelijke als bestuurlijke inloopsessies om relevante informatie en ervaringen uit te wisselen. Daarnaast worden leden via het besloten forum ‘Weerbare Samenleving’ op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen. U kunt zich aanmelden voor dit forum via weerbaarheid@vng.nl. Bijlagen 1. Digitale briefing Denk vooruit – Samen aan zet 2. Checklist gemeenten 3. Factsheet huis-aan-huis boekje

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

dr. mr L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/4

Geachte bestuurder, raadslid of (communicatie)adviseur, Op 1 november start de landelijke publiekscampagne Denk vooruit. De campagne draagt bij aan het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid van Nederland. Als onderdeel van de communicatie-inzet, ontvangen alle huishoudens in Nederland vanaf 25 november een huis-aan-huis-boekje met praktische tips om zich voor te bereiden op langdurige noodsituaties. Door een noodpakket samen te stellen, een noodplan te maken, er met elkaar over te praten en elkaar te helpen. In een digitale briefing praat de VNG samen met de NCTV u bij over de campagne en het huis-aan-huis-boekje en hoort u inspirerende voorbeelden uit gemeenten en veiligheidsregio’s. Zodat ook u zich goed kunt voorbereiden op de communicatie met en naar inwoners van uw gemeente of regio. Als bijlage bij deze mailing ontvangt u een beknopte checklist die helpt om vandaag nog praktisch aan de slag te gaan en een uitgebreide inhoudsopgave van het huis-aan-huis boekje. De briefing kunt u bekijken wanneer het u uitkomt via de volgende link: Digitale Briefing 'Samen aan zet' https://broekhuizenwirtz.webinargeek.com/digitale-briefing-samen-aan-zet *Deze digitale briefing is vertrouwelijk en bedoeld voor mensen die zich bezighouden met de weerbaarheidsopgave. Daarom het vriendelijke verzoek om deze digitale briefing niet zomaar te verspreiden.

Mocht u naar aanleiding van de briefing vragen hebben over de campagne of de huisaan-huis-publicatie, stel ze gerust via: communicatie.weerbaarheid@minjenv.nl. Wat wij vandaag doen, maakt Nederland morgen sterker! Met vriendelijke groet, mede namens de VNG en het Veiligheidsberaad, Marco Zannoni Directeur crisisbeheersing NCTV

Denk vooruit checklist voor burgemeesters, raden, colleges en (communicatie)adviseurs De NCTV coördineert de publiekscommunicatie over het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid. Samen met departementen, regionale en lokale overheden, maatschappelijke partners en bedrijven start dit najaar de meerjarige publiekscampagne Denk vooruit. De focus van de campagne in 2025 ligt op het creëren van een voedingsbodem voor de verspreiding van het huis-aan-huis-boekje vanaf 25 november. Het huis-aan-huis-boekje wordt aan ruim 8,5 miljoen adressen verzonden. De NTCV beseft dat dit tot veel vragen kan leiden van inwoners. Vragen die niet alleen aan de Rijksoverheid maar veelal ook aan gemeenten en veiligheidsregio’s zullen worden gesteld. De NCTV faciliteert alle gemeenten om met behulp van woordvoeringslijnen, Q&A’s en mediamonitoring hier zo goed mogelijk op voorbereid te zijn. Eind oktober vindt u op www.denkvooruit.nl/toolkit alle materialen. Het is van belang dat u in uw gemeente aan de slag gaat met de eerste voorbereidingen op de voorlichting naar uw inwoners. Dit kan bijvoorbeeld door de volgende maatregelen te nemen: Organisatorisch  Neem contact op met de afdeling communicatie van uw gemeente of de veiligheidsregio voor meer informatie over de lokale en/of regionale communicatieactiviteiten in november en december.

 Zorg dat iedereen in uw organisatie weet dat er in november een landelijke campagne en een huis-aan-huis boekje komt over het thema maatschappelijke weerbaarheid en het belang van 72 uur voorbereiden op noodsituaties.  Zorg dat alle relevante informatieloketten en sleutelpersonen in de wijken voor week 47 de Q&A’s ontvangen en handvatten krijgen om het gesprek over het belang van zelfredzaamheid te kunnen voeren. Denk hierbij ook aan buurthuizen, speeltuinverenigingen, sportclubs, etc. Verwijs hen voor meer informatie en tips naar www.denkvooruit.nl. Maak een goed zichtbare webpagina op uw site de volgende informatie:  De website waar tijdens noodsituaties betrouwbare informatie wordt geplaatst.  De social media kanalen waar tijdens noodsituaties updates worden gegeven.  Is er een app voor crisisinformatie? Geef dat duidelijk aan.  De radio frequentie van de calamiteitenzender.  Het gemeentelijk informatienummer, zodat mensen weten waar ze terecht kunnen voor vragen tijdens een noodsituatie.  Verwijs voor meer informatie over hoe je je kan voorbereiden op een noodsituatie door naar www.denkvooruit.nl.  Dat NL-Alert waarschuwt en informeert tijdens een noodsituatie. Verwijs naar www.nl-alert.nl.  Dat men direct naar binnen moet en ramen en deuren moet sluiten als de sirenes kinken.

Verwijs voor meer informatie naar Wat moet ik doen als de sirene gaat? | Rijksoverheid.nl.  Beschrijf kort wat uw organisatie al doet om zich voor te bereiden op noodsituaties, bijvoorbeeld uw crisisplan, het risicoprofiel of misschien kunt u al iets zeggen over de pilot over noodsteunpunten.  Verwijs mensen die zich actief willen aanmelden als vrijwilliger tijdens crisis door naar Ready2Help van het Rode Kruis.  Plaats meest gestelde vragen en antwoorden op deze webpagina.

1

We doen dit samen, dus heb je vragen, suggesties of mis je iets?  Kijk op www.denkvooruit.nl/toolkit voor middelen die u al kunt gebruiken voor uw eigen communicatie.  Stuur een mail naar communicatie.weerbaarheid@minjenv.nl.

2

Huis-aan-huis boekje op hoofdlijnen

Feiten en cijfers • Bezorging bij ruim 8,5 miljoen adressen in Nederland • Adressering: “Aan de bewoners van dit adres” • Bezorgperiode: vanaf 25 november tot en met naar verwachting 18 december

De inhoud

4

Waarom krijg jij dit boekje nu? • Dit boekje helpt om je zo goed mogelijk voor te bereiden. • Zo kan je het in geval van een noodsituatie thuis 72 uur volhouden. • Dit doe je in 3 makkelijke stappen: noodpakket, noodplan, erover praten en elkaar

helpen. • De kans op een noodsituatie of oorlog wordt groter. • Bewaar dit boekje goed.

5

Welke gevaren voor onze veiligheid zijn er in Nederland? • Ons land kan betrokken raken bij een oorlog. Niet doordat tanks of soldaten door de straten rijden, maar wel door verstoringen en digitale aanvallen. • Ook extreem weer komt steeds vaker voor. • Het is belangrijk om je voor te bereiden. Hulpdiensten kunnen niet overal tegelijk zijn. • Daarom vraagt de Rijksoverheid aan iedereen: denk vooruit. Juist nu!

6

Waarom voorbereiden voor 72 uur? • Een tijdlijn geeft visueel inzicht in wat er op welk moment kan gebeuren tijdens bijvoorbeeld 72 uur stroomuitval. • Het is belangrijk dat iedereen zich de eerste 72 uur tijdens een noodsituatie thuis kan redden. • Een noodsituatie kan langer duren dan 72 uur. In die tijd kan de overheid hulp beter organiseren en actuele informatie verspreiden.

7

Aan de slag: beter voorbereid in drie stappen • Stel je noodpakket samen: concrete handelingsperspectieven en een checklist.

• Maak een noodplan: waarom een noodplan maken en direct aan de slag met losse kaart die in het boekje zit. • Praat met elkaar en help elkaar: tips en voorbeeldvragen om gesprek te starten en tips voor wat je nu al kunt doen als je je zorgen maakt.

8

Voorbeeld: Wat doe jij als de stroom 72 uur uitvalt • Aan de hand van een verhalend voorbeeld worden lezers meegenomen in wat

per dag de gevolgen kunnen zijn van een grote stroomstoring. • Per dag worden er tips gedeeld voor wat je nu al kunt doen om je op de gevolgen voor te bereiden.

9

Samen staan we sterker • Verbreden: van zelfredzaamheid naar samenredzaamheid. • Centraal staat: elkaar helpen en erover praten.

• Iedereen speelt een rol. • Tips voor wat je nu al kunt doen om te helpen.

10

Wat doet de overheid? • Beschermen door samenwerking met internationale samenwerking. • De overheid houdt de dreigingen in de gaten. • In geval van een noodsituatie zorgt de overheid voor informatie. • Via NL-Alert, luchtalarm en rampenzender op de radio krijg je betrouwbare informatie. • Samenwerken met bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en belangengroepen. • Noodsteunpunten in je buurt: o Op dit moment zijn gemeenten bezig met de opzet van lokale noodsteunpunten. o Wanneer het noodsteunpunt in jouw buurt beschikbaar is, krijg je hier informatie over van je gemeente.

11

Informatie en tips • Belangrijke telefoonnummers. •

Hoe krijg je snel informatie bij een noodsituatie: Nederlandveilig.nl, NL-Alert, sirene, rampenzender.

•

Betrouwbare informatie: Rijksoverheid.nl, Website van je gemeente, informatie van de veiligheidsregio, denkvooruit.nl.

•

Hulpmiddelen: EHBO-app van het Rode Kruis, noodcontact instellen, noodpakket huisdier.

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16152306/1