CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

CN Toekomstige organisatievorm Theater Speelhuis - Courante - Eindrapportage Toekomst Speelhuis

Gemeenteraad 31 augustus 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: Agenda vergadering Adviescommissie 16 september 202127.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

73

13.3.4 Lasten 2018

Kosten Verhuur

€ 3.856

350 – 450 zitplaatsen € 64.000

Kosten Horeca

€ 287.585

€ 113.000

€ 2.703.728 € 2.995.170

Lasten

Overige Kosten voorstellingen incl. personeel Totaal Kosten

Het Speelhuis

80.000 – 110.000 inwoners € 202.000

€ 155.000

Gemeentelijke afdelingen € 26.000

€ 350.000

€ 456.000

€ 357.000

€ 899.000

€ 3.716.000

€ 4.618.000

€ 3.425.000

€ 1.076.000

€ 4.268.000

€ 5.229.000

€ 3.808.000

Alle theaters

T.o.v. theaters uit een gemeente met een vergelijkbaar inwonerstal (80.000 – 110.000) zijn de kosten van Het Speelhuis 1,2 miljoen61 lager. Deze zijn te verklaren uit de lagere kosten voor een gemeentelijke afdeling van de volgende kostenposten: • • •

•

200K euro kosten t.b.v. verhuringen 400K euro kosten voor de huisvestingskosten 250K euro afschrijvingskosten (aangezien Het Speelhuis minder capaciteit heeft dan de referentie theaters komen de afschrijvingen op 180K euro uit, volgens opgave A&E gemeente Helmond) 350K euro overige overheadkosten

Deze kosteninschatting is gebaseerd op de uitkomsten van TAS en is geverifieerd met de individuele jaarrekeningen van de theaters, Hengelo, Deventer, Oss, Schiedam en Venlo en de cijfers aangeleverd door de gemeente Helmond. Voor de berekening van het benodigde werkkapitaal bij een eventuele verzelfstandiging van Het Speelhuis is uitgegaan van bovenstaande cijfers (1,2 miljoen euro – zie de kostenposten) uit de benchmark.

13.3.5 Conclusie Theaters worden over het algemeen vergeleken op zaal grootte. De gedachte hierachter is dat de kosten en de opbrengsten worden bepaald door de capaciteit van het theater. Uit de benchmark blijkt echter dat deze veronderstelling niet opgaat. Het blijkt dat het aantal inwoners in de gemeente (verzorgingsgebied) een veel dominantere factor is dan de capaciteit aan stoelen in het theater. Dit geldt zowel voor de opbrengsten- als de kostenkant. Deze verrassende uitkomst is nog extra geverifieerd met de jaarrekeningen van een aantal theaters uit gemeentes met een vergelijkbaar inwonersaantal en waarvan voldoende openbare informatie beschikbaar is, te weten theaters uit Hengelo, Deventer, Oss, Schiedam en Venlo.

Benchmark voor De Cacaofabriek 13.4.1 Selectiecriteria voor de referentie gegevens De Cacaofabriek De Cacaofabriek is een instelling met verschillende functies te weten: pop, film, expo, verhuur en een brasserie. De Cacaofabriek is uniek in zijn aanbod. Er zijn slechts weinig instellingen met een vergelijkbaar aanbod. De verschillen tussen instellingen met een vergelijkbaar aanbod zijn groot waardoor slechts op onderdelen vergelijkingen en conclusies kunnen worden getrokken. De instellingen die qua aanbod het dichts in de buurt komen zijn: 1. Willem Twee, ’s-Hertogenbosch: is een podium voor pop en klassieke (kamerconcerten) muziek en heeft een expo vergelijkbaar met die van De Cacaofabriek. Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

74

2. ECI Cultuurfabriek, Roermond: concerten – pop, expo’s, bioscoop, theater en evenementen. ECI is qua omvang vergelijkbaar met De Cacaofabriek, echter zij bieden ook cursussen aan. Een structuur van zo’n organisatie wijkt daardoor sterk af van de structuur van De Cacaofabriek. 3. Verkadefabriek, ’s-Hertogenbosch: bioscoop, theater en evenementen. De Verkadefabriek wijkt in de samenstelling van het aanbod en omvang dermate af dat deze geen vergelijkingsmateriaal oplevert. Aan de Verkadefabriek zijn vier theater- en dansgezelschappen verbonden en is onderdeel van de coöperatie “Alles voor de Kunst”. 4. De gegevens zijn uit de meest recente openbare jaarverslagen en jaarrekeningen (2018) gehaald. Uit PAS zijn relevante gegevens gehaald van 12 poppodia die tot gemiddeld 170 bezoekers per concert ontvangen. De Cacaofabriek ontvangt gemiddeld 164 bezoekers per concert. Uit PAS is gezocht naar poppodia die een vergelijkbaar aantal bezoekers trekken en een vergelijkbaar gemiddeld aantal bezoekers per concert hebben. Hierdoor wordt het poppodium van De Cacaofabriek goed vergelijkbaar met de geselecteerde poppodia uit PAS. Doordat het aantal bezoekers per concert vergelijkbaar is kunnen we ervan uitgaan dat de inspanning voor de programmering, marketing, management en techniek ook vergelijkbaar is met de Cacaofabriek.

Voor de benchmark presentatie-instellingen zijn de onderzoeksresultaten van Beeldende Kunst Nederland (BKNL) gebruikt (“Collectieve Selfie 4”62 ). Echter de omvang van de presentatieafdeling van De Cacaofabriek wijkt sterk af qua omvang. De kleinste groep presentatie instellingen in het onderzoek hebben een omzet tot 250K euro en gemiddeld 80 presentaties (expo’s, debatten, etc.) per jaar, in tegenstelling tot de presentatie-afdeling binnen De Cacaofabriek met 16K euro omzet met gemiddeld 6 expo’s waarin 60 kunstenaars worden gepresenteerd. Dit staat nog los van kleine concerten, schoolpresentaties en debatten. Uitspraken op basis van deze gegevens achten wij niet betrouwbaar.

Aantal fte in dienst

6,6 fte

11,1 fte

20,7 fte

30,5 fte

12 poppodia met gemiddeld tussen de 0 en 170 bezoekers per concert 5,6 fte

Aantal vrijwilligers

7,6 fte (135)

100

90

39

5,8 fte

Aantal stagiaires

1,1 fte (2)

Geen opgave

Geen opgave

9

3,4 fte

Popzaalcapaciteit

500

550

500

Geen aanbod

440

Aantal Bezoekers Concerten pop Aantal Bezoekers Concerten klassiek Aantal Bezoekers Exposities

11.905

18.361

8.930

Geen aanbod

15.909

440

12.526

Geen aanbod

Geen aanbod

Geen aanbod

11.172

14.537

10.600

Geen aanbod

Geen aanbod

Aantal Bezoekers Bioscoop

39.684

Geen aanbod

17.909

148.854

Geen aanbod

Aantal Bezoekers Theater

900

Geen aanbod

8.797

55.293

Geen aanbod

8.000

Geen aanbod

5.604

5.419

Geen aanbod

Geen aanbod

Geen aanbod

1.688

Geen aanbod

Geen aanbod

102.190

54.554

51.840

209.566

15.909

Programmering (2018)

Aantal Bezoekers Evenementen Aantal Cursisten Aantal Bezoekers Totaal + overig gratis bezoek

De Cacaofabriek

Willem Twee

ECI

Verkadefabriek

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

75

Programmering (2018)

De Cacaofabriek

Aantal Concerten Pop

78

120

32

Geen aanbod

12 poppodia met gemiddeld tussen de 0 en 170 bezoekers per concert 95

Aantal Concerten Klassiek

6

160

Geen aanbod

Geen aanbod

Geen aanbod

Aantal Exposities

7

22

5

Geen aanbod

Geen aanbod

3.963

Geen aanbod

996

Geen opgave

Geen aanbod

Aantal Theatervoorstellingen

6

Geen aanbod

67

Geen opgave

Geen aanbod

Aantal Evenementen

30

Geen aanbod

Geen opgave

Geen opgave

Geen aanbod

Gemiddeld aantal bezoekers per (pop)concert

153

153

279

Geen aanbod

167

Aantal Filmvertoningen

Willem Twee

ECI

Verkadefabriek

13.4.1 Benchmarkgegevens over 2018 uit PAS en van de referentie instellingen

Aantal FTE in dienst 35,0 FTE

30,5 FTE

30,0 FTE 25,0 FTE

20,7 FTE

20,0 FTE 15,0 FTE 10,0 FTE

11,1 FTE 6,6 FTE

5,6 FTE

5,0 FTE 0,0 FTE De Cacaofabriek

Willem II

ECI

Verkadefabriek

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

Poppodia tot gemiddeld tussen de 0 en 170 bezoekers per concert

76

Aantal bezoekers per voorstellingssoort afgezet tegen het aantal FTE 250.000 Bezoekers

35,0 FTE

30,0 FTE

30,5 FTE

5.419 Bezoekers

25,0 FTE

200.000 Bezoekers

55.293 Bezoekers

150.000 Bezoekers

20,0 FTE

20,7 FTE

15,0 FTE

10,0 FTE

100.000 Bezoekers

8.000 Bezoekers 900 Bezoekers 39.684 Bezoekers

5,0 FTE

0,0 FTE

6,6 FTE 11.172 Bezoekers 440 Bezoekers 11.905 Bezoekers

De Cacaofabriek

Courante

148.854 Bezoekers

11,1 FTE 0 Bezoekers 14.537 Bezoekers 12.526 Bezoekers

50.000 Bezoekers

5.604 Bezoekers 8.797 Bezoekers

5,6 FTE

17.909 Bezoekers

18.361 Bezoekers

10.600 Bezoekers 0 Bezoekers 8.930 Bezoekers

Willem II

ECI

0 Bezoekers 15.909 Bezoekers

0 Bezoekers

0 Bezoekers

Verkadefabriek

Poppodia tot gemiddeld tussen de 0 en 170 bezoekers per concert

Aantal FTE in dienst

Aantal Bezoekers Concerten pop

Aantal Bezoekers77 Concerten klassiek

Aantal Bezoekers Bioscoop

Aantal Bezoekers Theater

Aantal Bezoekers Evenementen

VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

Aantal Bezoekers Exposities

Als we het aantal fte’s in dienst (6,6) bij De Cacaofabriek vergelijken met het aantal fte’s (5,6) van de monosectorale Poppodia worden de bevindingen uit de 7S-model-analyse bevestigd dat De Cacaofabriek onderbezet is. Poppodia organiseren uitsluitend popconcerten terwijl De Cacaofabriek, met een bijna vergelijkbaar aantal bezoekers voor concerten daarnaast nog 6 klassieke concerten, 7 exposities, 3.963 filmvertoningen, 6 theatervoorstellingen en 17 evenementen organiseerde in 2018.

Aantal bezoekers naar voorstellingssoort 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 De Cacaofabriek

Willem II

ECI

Verkadefabriek

Poppodia tot gemiddeld tussen de 0 en 170 bezoekers per concert

Aantal Bezoekers Concerten pop

Aantal Bezoekers Concerten klassiek

Aantal Bezoekers Exposities

Aantal Bezoekers Bioscoop

Aantal Bezoekers Theater

Aantal Bezoekers Evenementen

Aantal Cursisten

De Cacaofabriek lijkt qua bezoekersaantal naar voorstellingssoort het meest op ECI met uitzondering van het cursusaanbod. Door het cursusaanbod wijkt de kostenstructuur van ECI af van de kostenstructuur van De Cacaofabriek. Willem Twee is qua kostenstructuur beter te vergelijken met De Cacaofabriek dan ECI.

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

78

Aantal Bezoekers Totaal + overig gratis bezoek, excl horeca 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 De Cacaofabriek

Willem II

ECI

Verkadefabriek

Poppodia tot gemiddeld tussen de 0 en 170 bezoekers per concert

De Verkadefabriek is qua aanbod wel vergelijkbaar met het aanbod van De Cacaofabriek maar door de totale omvang niet te vergelijken.

13.4.2 Baten 2018 Baten (2018)

De Cacaofabriek

Willem Twee

ECI

Opbrengst Concerten

€ 173.170

Geen uitsplitsing

€ 77.002

Opbrengst Exposities

€ 7.175

Geen uitsplitsing

€0

Opbrengst Filmvertoningen Opbrengst Theatervoorstellingen Opbrengst Cursussen Opbrengsten Overig Directe opbrengsten totaal Verhuringen

Horeca exploitatie

€ 336.275

€ 109.161

€ 1.081.042

Niet gespecificeerd

€ 114.331

€ 353.700

€ 387.256 € 27.827 € 544.447 € 47.774 (geen inkoopkosten tegenover) recettes 50% commissie € 128.634 (geen inkoopkosten tegenover)

€ 150.474 € 703.608

€ 687.750

€ 1.585.216

€ 158.000

€ 230.769

€ 63.607

€ 601.821

€ 28.000

€ 151.633 (voorstellingsgerelateeerd) € 73.284

€ 112.406 (voorstellingsgerelateerd) € 522.012

€ 1.056.160

€ 1.566.155

€ 645.420

€ 427.000

€ 175.500

€ 68.769

€ 81.789

€ 14.000

Verdisconteerd

Overige opbrengsten Subsidies gemeente(= incl. huisvestingskosten) Fondsen & Sponsoring

Verkadefabriek

€ 837.933 € 60.140

Parkeren Totaal Baten

12 poppodia met gemiddeld -tussen de 0 en 170 bezoekers per concert € 158.000

€ 189.000 € 36.000

€ 326.418 € 1.618.928

€ 2.166.037

€ 2.611.198

€ 3.875.082

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

€ 852.000

79

13.4.3 Lasten 2018 Lasten (2018)

De Cacaofabriek

Kosten Concerten

Niet toegerekend

€ 385.864

€ 130.718

Kosten Exposities

Niet toegerekend

€ 80.626

€ 711

Kosten Filmvertoningen

Niet toegerekend

€ 64.714

Kosten Theatervoorstellingen

Niet toegerekend

€ 139.937

Kosten Cursussen

Niet toegerekend

€ 43.803

Totaal Kosten Voorstellingen

Willem Twee

ECI

€ 466.490

€ 506.397

63

Verkadefabriek

€ 379.883

€ 1.009.634

€ 30.078

€ 143.428

12 poppodia met gemiddeld tussen de 0 en 170 bezoekers per concert € 230.000

€ 230.000

Kosten Verhuur

0

Kosten Horeca inkoop

0

€ 223.978

€ 48.083

Huisvestingskosten

€ 534.485

€ 354.134

€ 573.272

€ 604.818

€ 169.000

Personeelskosten

€ 458.346

€ 735.911

€ 1.310.744

€ 1.549.909

€ 276.000

Overige Kosten

€ 86.149

€ 273.294

€ 220.232

€ 247.003

€ 127.000

Afschrijvingen

€ 11.730

€ 103.054

€ 39.674

€ 159.473

Totaal Kosten

€ 1.597.107

€ 2.156.861

€ 2.601.966

€ 3.714.265

€ 53.000

€ 855.000

13.4.4 Resultaat 2018 Veel culturele instellingen krijgen de huisvestingskosten gecompenseerd via een tegemoetkoming in de huisvestingskosten. De Cacaofabriek wijkt hiervan af aangezien zij alleen de huur vergoed krijgen via een jaarlijkse subsidie en niet ook de huisvestingskosten. Als gevolg hiervan is de subsidie voor de programmering 140K euro lager dan het subsidiebedrag van 443K euro (2018) suggereert.

Subsidies gemeente minus totale huisvestingskosten € 1.200.000 € 992.883

€ 1.000.000 € 800.000

€ 702.026

€ 600.000 € 400.000

€ 367.020

€ 303.448

€ 258.000

€ 200.000 €De Cacaofabriek

Willem II

ECI

Verkadefabriek

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

Poppodia tot gemiddeld tussen de 0 en 170 bezoekers per concert

80

Resultaat

Totale kosten minus huisvesting en afschrijvingen Subsidies gemeente -/huisvestingskosten + parkeeropbrengsten

€ 1.050.892

€ 1.699.673

€ 1.989.020

€ 2.949.974

12 poppodia met gemiddeld tussen de 0 en 170 bezoekers per concert € 686.000

€ 303.448

€ 702.026

€ 992.883

€ 367.020

€ 258.000

De Cacaofabriek

Willem Twee

ECI

Verkadefabriek

•

Als we kijken naar de gemeentelijke bijdrage –/– huisvestingskosten zien we dat De Cacaofabriek 303K euro voor de totale programmering beschikbaar heeft t.o.v. poppodia die voor uitsluitend de popprogrammering alleen al 258K euro beschikbaar hebben.

•

ECI ontvangt voor de totale programmering 992K euro. Dat is de gemeentelijke bijdrage minus huisvestingskosten.

•

Als we kijken naar de gemeentelijke bijdrage minus huisvestingskosten zien we dat De Cacaofabriek 303K euro voor de totale programmering beschikbaar heeft t.o.v. Willem Twee dat voor de totale programmering 702K beschikbaar heeft. Willem Twee heeft inclusief gratis bezoek 54.000 bezoekers en De Cacaofabriek 102.000 bezoekers. (125.000 unieke bezoeken inclusief horeca).

13.4.5 Conclusie De Cacaofabriek is financieel gezond gebaseerd op het huidige subsidieniveau en is uniek in zijn vorm en samenstelling. Echter uit de 7S-model analyse is gebleken dat voor het huidige businessmodel van De Cacaofabriek een bestendige oplossing moet komen voor een evenwichtigere balans tussen vrijwilligers en vast personeel zodat de continuïteit van de bedrijfsvoering duurzaam wordt vormgegeven. Deze problematiek staat feitelijk los van het vraagstuk van deze onderzoeksopdracht. Dit zal ook opgelost moeten worden als de huidige situatie (status quo) wordt gecontinueerd. Om De Cacaofabriek te kunnen benchmarken is op de eerste plaats gekeken naar initiatieven die een vergelijkbaar aanbod hebben, en op de tweede plaats is er gekeken hoe verschillende programmaonderdelen van De Cacaofabriek presteren t.o.v. vergelijkbaar aanbod. De instellingen die het meest qua aanbod bij De Cacaofabriek aansluiten zijn: Willem Twee, ECI en De Verkadefabriek. Over Poppodia zijn goede benchmark gegevens beschikbaar. Het Poppodia analyse system van de VNPF is vergelijkbaar met het Theater Analyse Systeem van de VSCD. De benchmark gegevens over presentatie instellingen zijn door de geringe omvang van de afdeling presentatie niet bruikbaar.

De Cacaofabriek is qua personeelsbezetting, exploitatiesubsidie en concertbezoekers het beste te vergelijken met een poppodium dat uitsluitend concerten organiseert. Echter naast een poppodium van vergelijkbare omvang programmeert De Cacaofabriek ook nog 7 exposities, 3.963 filmvertoningen, 6 theatervoorstellingen en 30 evenementen per jaar. Ook het totaal aantal bezoekers van 102.601 bij De Cacaofabriek t.o.v. 16.000 bij poppodia. Poppodia zijn alleen rondom de programmering geopend terwijl De Cacaofabriek dagelijks geopend is van 7:30 uur – 23:30 uur en buiten deze tijden als er activiteiten zoals concerten zijn. Willem Twee is qua instelling en omvang het best vergelijkbaar met De Cacaofabriek. Het verschil is dat zij geen filmhuis is. Willem Twee heeft aanzienlijk meer personeel (11,1 fte) in dienst dan De Cacaofabriek (6,6 fte). Kortom De Cacaofabriek is onderbezet en onder gefinancierd in relatie tot de geleverde Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

81

prestaties met als gevolg dat De Cacaofabriek niet aan de Fair Practice Code kan voldoen en een niet duurzaam businessmodel heeft. Zolang De Cacaofabriek niet aan de Fair Practice Code voldoet is het aantrekken van nieuwe subsidies vrijwel uitgesloten.

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

82

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

83

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

84

14 Het waarom van verzelfstandigen? Wat houdt verzelfstandiging precies in? Bij een verzelfstandiging wordt het organisatieonderdeel ontvlochten uit de gemeentelijke organisatie en krijgt de instelling een rechtspersoonlijkheid, zoals een stichting of een vennootschap (NV of BV). Medewerkers en budgetten gaan in de regel mee naar de nieuwe entiteit. De gemeente is (in geval van een stichting) niet langer eigenaar, maar enkel nog opdrachtgever van de culturele organisatie. Dat betekent dat de gemeente niet meer gaat over het ‘hoe’, maar alleen nog over het ‘wat’. Bij verzelfstandiging heeft de gemeente invloed op de uitvoering (door o.a. het verstrekken van subsidies), maar is er geen hiërarchische zeggenschap meer over de uitvoerende organisatie. Een verzelfstandiging is een politieke keuze, het hoeft niet.

14.1.1 Argumenten voor verzelfstandig Onder de juiste voorwaarden64 leidt een verzelfstandiging van culturele instellingen tot: 1. Het creëren van een heldere en zakelijke sturingsrelatie tussen de gemeente in haar rollen als beleidsmaker, opdrachtgever, financier en eigenaar van vastgoed en de culturele instellingen als opdrachtnemers en uitvoerders van het cultuurbeleid. 2. Het bevorderen van het cultureel ondernemerschap van de instellingen door het aanreiken van prikkels om zakelijk te opereren en extra inkomsten te genereren. 3. Het vergroten van de besluitvaardigheid, de slagvaardigheid, de efficiency en de speelruimte van de culturele instellingen door het wegnemen van het keurslijf van de gemeentelijke bureaucratische processen. 4. Het versterken van de bestuurlijke slagkracht van de culturele instellingen door het formeren van Raden van Toezicht, waardoor voor de instelling relevante kennis en netwerken worden binnengehaald. Precies deze argumenten hebben bijvoorbeeld de gemeenteraden van Arnhem, Noordoostpolder, Heerlen, Sittard-Geleen, Zutphen en Kampen recent doen besluiten om over te gaan tot een verzelfstandiging van hun culturele organisaties (musea, theaters, centra voor de kunsten, bibliotheken).

De colleges en raden van deze gemeenten hebben geredeneerd dat culturele organisaties geen ambtelijke taken uitvoeren en ruimte moeten hebben om hun beleid en bedrijfsvoering op een meer zelfstandige en zakelijke wijze in te richten. De landelijke koepelorganisaties (zoals de Vereniging voor Schouwburg- en concertgebouwdirecteuren65 en de Museumvereniging) zijn voorstander van een verzelfstandiging. Om die reden hebben meer dan 85% van de podia in Nederland zich in de afgelopen jaren omgevormd tot zelfstandige ondernemingen omdat een gemeentelijke afdeling onvoldoende ruimte biedt tot ondernemen in een creatieve omgeving. In de afgelopen 20 jaar bestaat de brede overtuiging bij de culturele sector en lokaal bestuur dat een verzelfstandiging van culturele instellingen zoals bibliotheken, theaters en musea voordelen kunnen opleveren.

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

85

Hoeveel podia zijn in Nederland nog in overheidshanden? Van de 25 grootste gemeenten hebben 23 gemeenten al hun culturele instellingen op afstand geplaatst. Alleen de gemeenten Groningen en Maastricht hebben hun schouwburg nog niet verzelfstandigd. Uit de cijfers van TAS van de VSCD blijkt dat van de 119 podia66: 11organisaties onderdeel zijn van een gemeentelijke organisatie, 77 organisaties zijn een (particuliere)stichting, 27organisaties hebben gekozen voor een BV/NV en bij vier organisaties is het niet ingevuld en is dus onbekend.

Aantal theaters verdeeld naar organisatievorm (uit TAS/VSCD, 2018)

4

11

27

Gemeentelijke afdeling 77

Stichting NV/BV Onbekend /niet ingevuld

Voordelen van verzelfstandiging Een theater (podium) functioneert enerzijds als onderdeel van het politieke proces, anderzijds als marktorganisatie. Aan de ene kant wordt gewerkt met beleidsplannen en toekenning van budgetten, aan de andere kant gaat het om inkoop en verkoop van producties en (niet zelden) horeca. De ervaring leert dat deze dubbele loyaliteit aan politiek en markt het best gediend is door een zelfstandige organisatie. Naar de markt toe betekent dit snel en flexibel kunnen opereren met vergaande vrijheidsgraden van handelen, een eenduidige aansturing en op het vak toegesneden arbeidsvoorwaarden. Tegelijkertijd wordt richting politiek gezorgd voor een inhoudelijk en financiële beleidsbepaling en verantwoording, waarbij college en raad de functie van het podium inhoudelijk kunnen sturen, zonder te worden lastiggevallen met het dagelijks reilen en zeilen ervan. Verzelfstandiging past ook bij de maatschappelijke trend van cultureel ondernemerschap. Verzelfstandigen geeft meer armslag in het aangaan van allianties en in het verkrijgen van externe gelden. Men is vaak eerder genegen geld te geven aan een stichting dan aan een onderdeel van een gemeente.

Sponsoren, mecenaten en samenwerkingspartners uit het bedrijfsleven treden een verzelfstandigde culturele instelling opener tegemoet en tonen meer engagement dan wanneer een culturele instelling onderdeel van de overheid is. Door te verzelfstandigen kan de instelling beter aansluiting vinden bij de ontwikkelingen in het culturele veld, waar concurrentie een steeds grotere rol speelt.

Verzelfstandigen kent ook risico’s. De gemeente, waarvan een culturele instelling deel uitmaakt, beschikt meestal over reserves of een weerstandsvermogen waarop ook de culturele instelling in tijden van nood kan terugvallen. Dit uitgebreide vangnet van de gemeente vervalt bij verzelfstandiging. De overheid gaat (in principe) niet failliet, een stichting kan dat wel overkomen. Voor een verzelfstandigde organisatie kunnen huisvestingskosten als een huurovereenkomst, waarvan als gemeentelijke organisatie geen sprake Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

86

is, op termijn tot last worden. Vooral als de kosten voor huur en onderhoud door de indexering van de CBS-norm sneller stijgen dan de indexering van de subsidies.

Welke juridische organisatievormen zijn er? De meest gebruikte rechtspersoon in de cultuursector is de stichting67. Andere opties staan zijn: een (coöperatieve) vereniging, bestuurscommissie, een besloten vennootschap of naamloze vennootschap.

14.5.1 Stichting met het bestuur-model68 In het bestuur-model is het bestuur verantwoordelijk voor zowel de voorbereiding, vaststelling als de uitvoering van het beleid. De wijze waarop het bestuur-model ingevuld wordt, krijgt in de praktijk op verschillende manieren vorm. Zo zijn er (veelal kleine) organisaties waar bestuursleden zelf uitvoerende taken verrichten. Ook kan het bestuur taken delegeren aan een directie (bestaande uit één of meerdere personen). Er wordt dan ook wel gesproken over het bestuur-directie-model. Deze directie wordt benoemd door het bestuur en is in dienst van de organisatie. De directie maakt dus geen deel uit van het bestuur. De taken en verantwoordelijkheden van de directie liggen vast in statuten en/of een directiereglement. Ook als er bestuurstaken gedelegeerd zijn aan een directie blijft het bestuur in alle opzichten eindverantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering.

14.5.2 Stichting met Raad van Toezicht model Bij het raad-van-toezicht-model is het bestuurlijk proces met uitzondering van het toezicht in handen van ‘het bestuur’. Het bestuur in het raad-van-toezicht-model is professioneel en bestaat uit één of meer statutair bestuurders. De toezichthoudende functie ligt bij een apart orgaan: de raad van toezicht. Het toezicht heeft op twee momenten plaats. Vooraf: de plannen (missie, strategie, beleidsplan en begroting) worden ter goedkeuring aan de raad van toezicht voorgelegd. En achteraf: de raad van toezicht beoordeelt het bestuur en de organisatie kritisch en keurt het jaarverslag goed. Daarnaast heeft de raad van toezicht ook een stimulerende en adviserende functie jegens het bestuur. De raad van toezicht benoemt en ontslaat het bestuur en de externe accountant. Organisaties met deze besturingsvorm zijn veelal grotere organisaties69 met een professionele dagelijkse leiding, een eigen staf en interne hiërarchie.

Verzelfstandiging en de rol van de gemeente •

Na een verzelfstandiging zal de culturele organisatie, meer dan bij een gemeentelijk onderdeel mogelijk is, zeggenschap hebben over de inzet van mensen en middelen. Er ontstaat meer ruimte voor het ontplooien van marktgerichte activiteiten.

•

Na verzelfstandiging draagt de gemeente geen primaire verantwoordelijkheid meer voor de culturele activiteiten en de bedrijfsvoering van de culturele organisatie. Zij blijft wel verantwoordelijkheid dragen voor het gemeentelijk beleid op het gebied van kunst en cultuur.

•

De gemeente houdt daarnaast invloed op de verzelfstandigde culturele organisatie via de subsidierelatie, de statuten van de stichting en het eigendom van accommodaties en collecties in geval van musea.

•

Voordeel van verzelfstandiging van culturele organisaties voor de gemeente is dat zij zich kan concentreren op beleid en zich niet in directe zin hoeft bezig te houden met de praktische

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

87

uitvoering ervan. De gemeente kan, naast de in de statuten op te nemen bepalingen, door middel van prestatiecontracten en voorwaarden in de (vier)jaarlijkse subsidiebeschikking en het huurcontract, nog steeds invloed uitoefenen op de culturele organisatie om daarmee de uitvoering van het gemeentelijk beleid veilig te stellen.

14.6.1 In essentie Bij de kwestie wel of niet verzelfstandigen gaat het in essentie over sturing: •

Hoe kan de gemeente voldoende sturen op een efficiënte en effectieve besteding van de publieke middelen die met de culturele programmering zijn gemoeid?

•

Hoe kan de cultureel manager voldoende sturen op zijn bedrijf om cultureel ondernemerschap aan de dag te kunnen leggen?

Het gaat niet over eigenaarschap, want meestal blijft het gebouw in eigendom van de gemeente en blijft de organisatie afhankelijk van een gemeentelijke subsidie. Zo ook in het geval van Het Speelhuis en De Cacaofabriek. Het gaat ook niet over kostenreductie, want hoewel zelfstandige organisaties vaak op de lange termijn goedkoper werken, treedt dit voordeel pas op na verloop van vele jaren, als nieuwe medewerkers hun intrede doen en nieuwe afspraken (bv over de uitvoering van backoffice taken, over systemen en over gebouwbeheer) hun uitwerking hebben.

Inzichtelijk maken van kosten bij een verzelfstandiging In deze paragraaf worden de verwachte meer- en minderkosten t.o.v. scenario 1 behandeld. Dit betreft een indicatie, voor een aantal posten zal, indien gewenst, nader onderzoek moeten plaatsvinden om tot een meer exacte berekening te kunnen komen.

14.7.1 Werkkapitaal Werkkapitaal is het geld dat een instelling nodig heeft om aan zijn dagelijkse financiële verplichtingen te voldoen. Zoals leveranciers betalen, salarissen uitkeren, onderhoud en inkoop. In economische termen: werkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa (zoals inkoop, debiteuren en liquide middelen) en de vlottende passiva (zoals crediteuren en andere kortlopende schulden). Het werkkapitaal wordt vaak uitgedrukt in een percentage van de kosten. Als vuistregel wordt voor een culturele instelling 15% van de kosten gerekend. Uit de benchmark blijkt dat vergelijkbare theaters in een vergelijkbaar verzorgingsgebied een kostenniveau hebben dat 1,2 miljoen euro hoger is dan die van Het Speelhuis als gemeentelijke afdeling. Bij een verzelfstandiging is de verwachting dat de kosten van Het Speelhuis rond de 4,2 miljoen euro uitkomen (gebaseerd op 2018). Het werkkapitaal zal derhalve 15% van 4,2 miljoen euro zijn hetgeen neerkomt op 630K euro. Dit werkkapitaal zou door een garantiestelling in de vorm van een kortlopend krediet door de gemeente ter beschikking gesteld kunnen worden of middels een eenmalige dotatie van 630K euro in Het Speelhuis kunnen worden ingebracht.

14.7.2 Materiele vaste activa Een specifieke demarcatielijst voor het theater moet duidelijk aangeven wat tot het gebouw hoort en wat inrichting is. Het gaat hierbij om een specifiek gebouw met specifieke inrichting (Trekkenwand, theater stoelen, geluidinstallatie, theaterverlichting, omroepinstallatie, enz.). Het is aan de gemeente / politiek bij een verzelfstandiging een keuze te maken wie de eigenaar wordt van de inventaris en de bijhorende vervangingskosten. Volgens opgave van afdeling Accommodaties & Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

88

Exploitaties van de gemeente is er voor circa 3.6 miljoen euro aanwezig aan inventaris. Bij een gemiddelde vervangingstermijn van 20 jaar is 180K euro (excl. indexering) per jaar nodig voor vervangingskosten van de inboedel op termijn. Het kan ook opgelost worden zoals bij De Cacaofabriek waarbij destijds gekozen is dat er geen structureel budget voor de vervanging wordt gereserveerd. De afdeling Accommodaties & Exploitaties van de gemeente heeft aangegeven dat voor de exacte kosten voor het binnen onderhoud (inclusief vervangingen) een MJOP moet worden opgesteld. De inschatting van de afdeling Accommodaties & Exploitaties van de gemeente is dat de huidige 50K euro per jaar voor het huurdersonderhoud volstaat.

14.7.3 Huur Op dit moment draagt de gemeente de (huur)kosten van het pand. Bij verzelfstandiging zal een huur bepaald worden. Aangezien de gemeente de kosten van het pand nu en in de toekomst draagt is de gevraagde huur met daarbij behorende huisvestingskostensubsidie voor de gemeente budgetneutraal. Voor de toekomst in een verzelfstandigde organisatie is het zaak dat de huur wordt gekoppeld aan een huisvestingskostensubsidie: gaat de huur omhoog (bijvoorbeeld als gevolg van indexering), dan dient de huisvestingskostensubsidie mee te bewegen, anders slinkt de facto de exploitatie van het theater.

14.7.4 Toekomstige huur70 Gezien het specifieke en monumentale karakter van het pand is het bepalen van een huurprijs en lastig te beantwoorden vraag. De afdeling Accommodaties en Exploitaties heeft een aantal gegevens verzameld en mogelijke berekeningswijzen op een rij gezet. In overleg zal gekeken moeten worden wat een realistische huurprijs is voor deze situatie. Kostprijs dekkende huur: a. Voor dit soort maatschappelijk vastgoed wordt normaliter bij nieuwbouw een kostprijs dekkende huur berekend. Commercieel vastgoed van de gemeente wordt marktconform verhuurd, met taxatierapport. Als je in deze situatie de kostprijs dekkende huur uitrekentop op basis van de totaal investering (circa 11,7 miljoen) dan kom je uit op een huurprijs van circa € 400,-- per m2. (totaal huur circa € 1.400.000 per jaar) Dit is niet realistisch. Omdat het hier zo’n specifiek gebouw is zijn er ook veel verschillende waardes: •

Investering totaal

€ 11.700.000

•

Taxatie herbouwwaarde

€ 30.750.000

•

WOZ waarde

€ 4.603.000

•

Boekwaarde € 3.425.000 Voorgaand is geconstateerd dat de eerste twee waardes geen realistisch beeld geven. De vastgoed theorie voor het berekenen van een kostprijs dekkende huur zegt dan nog het volgende: Bij nieuwe gemeentelijk objecten is de aanvangswaarde geen punt van discussie en worden de stichtingskosten of de aankoopprijs als aanvangswaarde opgevoerd, In het geval van bestaand vastgoed is de aanvangswaarde een stuk lastiger vast te stellen. Er zijn twee opties mogelijk: de WOZ waarde of de boekwaarde. Je zou dus op basis hiervan kunnen uitgaan van de boekwaarde

Courante VERTROUWELIJK - Uitwerking van de toekomstscenario’s voor Het Speelhuis & De Cacaofabriek, Helmond

89

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10466063/1