CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

CN MIRT-onderzoek - bijlage 20200820-Effectbepaling

Opiniecommissie Inwoners 26 januari 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: Verstedelijking en mobiliteit Helmond 2040 - resultaten MIRT studie (19.05-20.35 uur; 90 minuten)8.184 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

20/08/2020

structuur

2

1.0.

Verstedelijkingsopgave - Drie perspectieven • Verstedelijkingsopgave • Algemene beschrijving

1.1.

Agglomeratie- en economische kracht • Veranderende nabijheid (stedelijkheid) • Bereikbare banen

1.2.

Bereikbaarheid • Druk op mobiliteitsnetwerken • Capaciteitsknelpunten • Verdeling vervoerswijzen • Nabijheid van openbaar vervoer • Reisrelaties naar toplocaties • Logistieke ketens

1.3.

Kwaliteit van de leefomgeving • Nabijheid van voorzieningen • Woontypologie • Bedrijventypologie • Meekoppelkans kwetsbare wijken

1.4.

Gezonde en klimaatbestendige regio • Verlies en nabijheid van groen • Hittestress • Wateropvang en wateroverlast • Meekoppelkansen energie & CO2 • Geluid en luchtkwaliteit • Verkeersveiligheid

1.5.

Haalbaarheid • Investerings-, exploitatie en onderhoudskosten • Dekkingsmogelijkheden • Ontwikkelstrategie

H1

Lessen uit de ontwikkelperspectieven 3

Achtergrond

36x

62.000 woningen. Business as usual? “62.000 woningen is 2x Leidsche Rijn & 72.000 banen is 9x HTCE”. De beschikbare ruimte is schaars en kwetsbaar. En op veel

19x

plekken beschermd. Dat vraagt: •

Radicale structuuringrepen op ruimte en mobiliteit. Nieuwe structuren met ordenende principes.

•

De identiteit van de regio verandert

5x

als gevolg van de verdichtingsvraag:

9x

het introduceren van nieuwe bebouwingstypologieën is onvermijdelijk.

13x

“Doorgaan op dezelfde weg past niet. Als de ambitie is het groene vestigingsklimaat te behouden en te versterken”.

8x

De beschikbare ruimte is schaars en kwetsbaar ... en op veel plekken beschermd...

4

Achtergrond Richting nieuwe werkelijkheid. Specialisatie binnen de kernen. •

Eindhoven groeit

•

Nuenen, Waalre en Geldrop-Mierlo: krimp in arbeidsplaatsen. Trend naar forenzengemeente

•

Best is krimpend in arbeidsplaatsen en stagnerend in inwoneraantal. Wel relatief veel arbeidsplaatsen.

•

In Helmond wel groei maar relatief weinig bedrijvigheid. Netto forenzengemeente.

•

Veldhoven. Veel werk, weinig

Ontwikkeling

Ontwikkeling

arbeidsplaatsen

inwoners

woningbouw. Werkgemeente. •

Oirschot. Veel werk, beperkte groei. Agrarisch en Generaal Majoor De Ruyter van Steveninck Kazerne.

Trend: “Krimp in arbeidsplaatsen in Nuenen, Waalre, Best en Geldrop-Mierlo” Arbeidsplaatsen per 1000 inwoners

5

Hoofdstuk 1.0. Verstedelijkingsopgave Drie perspectieven •

Verstedelijkingsopgave • Perspectief Metropool. Maximale OV-bereikbaarheid op alle schaalniveau’s. • Perspectief Netwerk. Integratie van toplocaties in stedelijke context • Perspectief Regionale Ambitie

Inzichten en conclusies • De voorliggende verstedelijkingsopgave is niet een gemakkelijke invuloefening. Business as usual in het begin zorgt ervoor dat er op termijn ruimtegebrek ontstaat. De schaarse stedelijke ruimte kan slechts één keer worden uitgegeven. • De verstedelijkingsopgave komt hoofdzakelijk terecht in Eindhoven, Helmond en Veldhoven. • Het programma van Helmond bestaat uit circa 9.000 woningen, voornamelijk ingepast in het centrumgebied en deels als kwaliteitsverbetering van de kwetsbare stadswijken. • Voor het verbeteren en verduurzamen van de kwaliteit van de regio is een programma van honderdtallen woningen per kern voldoende. Met meer wordt de identiteit van het gebied aangetast. Spelregels: …?

• Groot deel van de opgave komt terecht in het kerngebied Eindhoven-Veldhoven . Naast EikXL is hier een tweede grote ingreep nodig (opties zijn o.a. de westlob, gekoppeld aan toplocaties, nieuwe knoop Eindhoven Noord-West en een meer gespreid model met verdichting van de oude stadswijken). Een deel van de opgave wordt ingezet om de kwetsbare stedelijke wijken te verduurzamen.

6

Achtergrond Perspectieven Hoofdkeuzes Bereikbaarheid

Perspectief Metropool. De binnenstadsring niet als centrale verdeler van mobiliteit maar

(Auto)

Integratie N-weg in stedelijk systeem: gesegmenteerde uitwaaiiering naar de snelweg mogelijk

Toekomst binnenstadsring? Nieuwe bypass nodig en wat doen maatregelen op het hoofdwegennet?

Perspectief Regionale Ambitie. Aanpak knelpunten hoofdwegennet

Perspectief Netwerk.

en nieuwe bypass Eindhoven Oost-Helmond

Capaciteitsuitbreiding van het hoofdwegennet

Nieuwe bypass

7

Achtergrond Perspectieven Hoofdkeuzes Bereikbaarheid

Dilemma. Overstap stad-regio maakt concurrentie met auto lastig,

Perspectief Regionale Ambitie OV Bundelroute. Hogere frequentie in

(OV)

in stad hogere stedelijke massa nodig.

stedelijk systeem door lokale bundeling van versnipperd suburbaan systeem

Perspectief Netwerk

Perspectief Metropool. Extra ringlijn tussen IC-knopen.

OV-radialen richting de kernen en toplocaties

Zorgt voor aanzienlijke verhoging van de knoopwaarde.

Mobiliteitstransitie Grote modal shift is mogelijk maar vraagt om concentratie van verstedelijking en structuur- ingreep in OVsysteem

Vanaf Eindhoven CS 77min Amsterdam Zuid 49 min Utrecht Centraal 18 min Den Bosch 60 min Maastricht 90 min Dusseldorf

8

Achtergrond Perspectieven Hoofdkeuzes Bereikbaarheid

Basis: Smart- en Slowlane

Plus: Smart- en Slowlane + Stadsring

(Fiets)

Fijnmazige sterstructuur

Fijnmazige sterstructuur met herkenbare ringen

Fijnmazige sterstructuur met herkenbare ringen. Acht meter brede smartlanes voor toekomstbestendigheid?

8m brede Smartlane 25-30 km/h

9

Achtergrond Perspectieven Hoofdkeuzes Bereikbaarheid

Perspectief Metropool.

Perspectief Netwerk Gebiedshubs: wandelen en fietsen op de toplocaties,

(Hubs)

Hubs op de overgangen van stedelijkheidszones stad en regionaal

mogelijk gemaakt door gebiedshubs

Hubs op de overgangen van stedelijkheidszones stad en regionaal of wandelen en fietsen op de toplocaties, mogelijk gemaakt door gebiedshubs.

Perspectief Regionale Ambitie Hubs op de overgangen van stedelijkheidszones stad en regionaal

10

Waar woningen en FTE toegevoegd?

AANTAL FTE

Hoofdkeuze Ruimte.

AANTAL WONINGEN

Doorrekening Dashboard

Perspectief 1 - Metropool

Tekst

Perspectief 2 - Netwerk

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

11

Doorrekening Dashboard Hoofdkeuze Ruimte. Waar woningen en FTE toegevoegd? Programmaverdeling scenario’s

12

Doorrekening Dashboard

Woninvoorraad onderverdeeld in subregio’s (%)

Totale woningvoorraad per subregio

Hoofdkeuze Ruimte. Waar woningen en FTE toegevoegd? BEVINDINGEN: •

Tekst..

13

Doorrekening Dashboard

Nieuwe woningen onderverdeeld in subregio’s (%)

Nieuw toegevoegde woningen per subregio

Hoofdkeuze Ruimte. Waar woningen en FTE toegevoegd? BEVINDINGEN: •

Tekst..

“De verstedelijkingsopgave komt hoofdzakelijk terecht in Eindhoven, Helmond en Veldhoven”

14

Hoofdstuk 1.1. Agglomeratie- en economische kracht • •

Veranderende nabijheid (stedelijkheid) Bereikbare banen

Inzichten en conclusies • De verstedelijkingsopgave komt hoofdzakelijk terecht in Eindhoven, Helmond en Veldhoven. In alle perspectieven verkleuren deze kernen qua stedelijkheid. Eindhoven wordt hoogstedelijk.

15

Achtergrond Dashboard Voorwaarde agglomeratiekracht = plek en netwerkwaarde De stad functioneert vanuit een economische logica en daarmee samenhangende nabijheid van economische relaties, ketens, (ruimtelijke) kansen, mensen, creativiteit en kapitaal. Grote noodzaak tot kennisontwikkeling, toegevoegde waarde en creativiteit. Voor deze waarden is clustering en nabijheid van kennis, kunde en kapitaal doorslaggevend als ook een uitgebreide behoefte aan interactie en ontmoeting (Glaeser, 2011).

16

Achtergrond Dashboard Nabijheid van inwoners en banen (stedelijkheid) Ruimtelijke nabijheid is een goede voorwaarde voor samenwerking, kennisdeling, ontmoeting en innovatie. Concurrentiekracht wordt in de mondiale economie bepaald door de omvang, breedte en diepte van het palet van specialisaties in de werkgelegenheid en beroepsbevolking. Een krachtige agglomeratie hoeft echter niet uit één grote stad te bestaan. Agglomeratievoordelen kunnen georganiseerd worden door activiteiten dicht op elkaar te zetten, maar ook door activiteiten goed met elkaar in verband te brengen en van elkaar te laten profiteren. Hoe groter het gebied dat functioneert als één stedelijk systeem, de agglomeratie, hoe groter de welvaart. Het Dashboard categoriseert nabijheid in zes stedelijkheidsklasses: •

Hoogstedelijk (>12.500);

•

Stedelijk (6.000-12.500),

•

Suburbaan (4.000-6000),

•

Laag suburbaan (2.000-4.000),

•

Dorps (1.000-2.000) en

•

Landelijk (<1.000 inwoners + banen per km2)

17

Doorrekening Dashboard

Situatie 2006

Perspectief 1 - Metropool

Situatie 2018

Perspectief 2 - Netwerk

Nabijheid van inwoners en banen (stedelijkheid) BEVINDINGEN: •

In alle perspectieven verkleuren Eindhoven en Helmond qua stedelijkheid.

“In alle perspectieven verkleuren Eindhoven en Helmond qua stedelijkheid”

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

18

Doorrekening Dashboard

Woninvoorraad onderverdeeld in subregio’s (%)

Totale woningvoorraad per subregio

Nabijheid van inwoners en banen (stedelijkheid) BEVINDINGEN: •

In alle perspectieven verkleuren Eindhoven en Helmond qua stedelijkheid.

Percentage van het aantal woningen onderverdeeld naar nabijheidsklasse

“In alle perspectieven verkleuren Eindhoven en Helmond qua stedelijkheid”

19

Achtergrond Dashboard Nabijheid van werkgelegenheid Het vergroten van agglomeratiekracht betekent het vergroten van het aantal mensen (inwoners, bedrijven, voorzieningen) dat elkaar snel en gemakkelijk kan bereiken binnen acceptabele afstand. In stedelijke agglomeraties hebben vragers en aanbieders van arbeid meer keuze, is er betere marktwerking en is er ruimte voor specialisatie. Bij ontslagen kunnen werknemers sneller bij andere werkgevers aan de slag. En omdat werknemers makkelijker van werkgever kunnen wisselen, worden ook eerder kennis en vaardigheden uitgewisseld tussen bedrijven en sectoren. Deze ‘crossovers’ stimuleren innovatie. Het Dashboard drukt de nabijheid van werkgelegenheid aan in het gemiddelde aantal banen binnen 10 kilometer.

20

Doorrekening Dashboard

2006

Perspectief 1 - Metropool

2018

Perspectief 2 - Netwerk

Totaal aantal FTE BEVINDINGEN: •

De structuur van banen is minder beïnvloedbaar dan stedelijkheid.

“De structuur van banen is minder beïnvloedbaar dan stedelijkheid”

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

21

Doorrekening Dashboard

Gemiddelde aantal banen binnen 10km van woning

Onderverdeling naar subregio’s

Totaal aantal FTE BEVINDINGEN: •

De verschillen in bereikbaarheid van banen (binnen 10km) zijn gering.

“De verschillen in bereikbaarheid van banen (binnen 10km) zijn gering”

22

Hoofdstuk 1.2. Bereikbaarheid • • • • • •

Druk op mobiliteitsnetwerken Capaciteitsknelpunten Verdeling vervoerswijzen Nabijheid van openbaar vervoer Reisrelaties naar toplocaties Logistieke ketens

Inzichten en conclusies • Verstedelijking gaat samen met ingrepen in het mobiliteitssysteem. Een modal shift richting lopen, fiets en OV gaat samen met het terugdringen van autodominantie in het straatbeeld. • Tussen 2006 en 2018 is het aantal autotrips in de SGE gedaald met 20%. Als deze trend zich doorzet daalt het totale aantal autotrips -afhankelijk van het perspectief- met 30-34%. Dit zorgt ervoor dat autodominantie in het straatbeeld van Eindhoven, Veldhoven en Helmond gefaseerd kan worden afgebouwd. • Afhankelijk van het perspectief stijgt het aantal bustrips met 60-77%. Dit vraagt om een opwaardering van het systeem. Bundelvariant lijkt het meest kansrijk. Deze OV-strategie kan veel sterker worden wanneer het goed verknoopt is met het spoorsysteem. Waar en hoe is een vervolgvraag. • Afhankelijk van het perspectief stijgt het aantal treintrips met 62-84%. Dit vraagt om een opwaardering van het systeem. • Afhankelijk van het perspectief stijgt het aantal fietstrips met 36-41%. Fietsmaatregelen hebben derhalve een hoog no regret gehalte.

• Voor het laten slagen van hubs-concept is een behoorlijke weerstand aan bestemmingskant nodig. Dit vraagt om een parkeer- en mobiliteitsregime. • Qua (internationale) connectiviteit is Eindhoven gebaat bij snelle OV-verbindingen richting Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Nijmegen, Wageningen, Antwerpen, Luik en Dusseldorf.

23

Achtergrond Agglomeratiekracht Eindhoven beperkt in internationaal perspectief Tordoir, Brabantse Netwerken (2017): Noodzaak agglomeratiekracht? “Concurrentiekracht wordt bepaald door de omvang, breedte en diepte van het palet van specialisaties in de werkgelegenheid en beroepsbevolking”

“Eindhoven heeft niet de massa aan inwoners en banen om internationaal te concurreren. Voor voldoende agglomeratiekracht is o.a. uitstekende bereikbaarheid een voorwaarde.”

München 1.472.000 inw | 31.000 ha

Düsseldorf

Toulouse

Malmö

Milaan

447.000 inw | 11.800 ha

1.352.000 inw | 18.200 ha

619.000 inw | 21.700 ha

318.000 | 7.100 ha

Helsinki 610.000 inw | 21.300 ha

Eindhoven

231.600 inw | 8.892 ha

24

Achtergrond

Nog toevoegen: vluchten en internationaal spoor (Luik, Dusseldorf,..)

(Inter)nationale connectiviteit Agglomeratiekracht Eindhoven beperkt in internationaal perspectief. Daarom Borrowed Size (=excellent infrastructureel systeem).

25

Achtergrond

Inkomende pendel Bron: Brainport Monitor 2017

(Inter)nationale connectiviteit Agglomeratiekracht Eindhoven beperkt in internationaal perspectief. Daarom Borrowed Size (=excellent infrastructureel systeem). Tordoir: Pendelstromen middenhoog opgeleide werkenden vooral in stadsgewesten en streken, pendelstromen hoger opgeleide werkenden vooral tussen steden.

Uitgaande pendel Bron: Brainport Monitor 2017

MIRT A2 Deil-Vught: “A2 Kennisas: zakelijke woonwerkpendel van met name hoger opgeleide werknemers”

26

Achtergrond (Inter)nationale connectiviteit Agglomeratiekracht Eindhoven beperkt in internationaal perspectief. Daarom Borrowed Size (=excellent infrastructureel systeem).

“Regio OssVeghel-Eindhoven is de nummer 6 Logistieke hotspot van Nederland”

27

Achtergrond Daily Urban System Metropoolregio Eindhoven

28

Achtergrond Dashboard Generatie van mobiliteitstrips en

Eindhoven

Nijmegen

Den Haag

Amsterdam

Rotterdam

Utrecht

reizigerskilometers Langjarige analyse van het CBS-OViN (Onderzoek Verplaatsingen in Nederland) laat zien dat de mate van nabijheid (van inwoners en banen) correleert met het verplaatsingsgedrag van de inwoners in deze gebieden. Bijvoorbeeld: Inwoners in (hoog)stedelijke gebieden kiezen vaker voor de fiets, lopen of het OV. In suburbane milieus is het aandeel autotrips fors groter. Het Dashboard berekend (op basis van zes stedelijkheidsklasses) per modaliteit de generatie van trips en reizigerskilometers. Dit geeft inzicht in de druk die zal ontstaan op het mobiliteitsnetwerk. Ook kan er een kengetal aan de reizigerskilometers worden gekoppeld om de totale CO2-uitstoot en energievraag te berekenen.

29

Achtergrond Dashboard

2005

Generatie van mobiliteitstrips en reizigerskilometers Langjarige analyse van het CBS-OViN (Onderzoek Verplaatsingen in Nederland) laat zien dat de mate van nabijheid (van inwoners en banen) correleert met het verplaatsingsgedrag van de inwoners in deze gebieden. Bijvoorbeeld: Inwoners in (hoog)stedelijke gebieden kiezen vaker voor de fiets, lopen of het OV. In suburbane milieus is het aandeel autotrips fors groter. Het Dashboard berekend (op basis van zes stedelijkheidsklasses) per modaliteit de generatie van trips en reizigerskilometers. Dit geeft inzicht in de druk die zal ontstaan op het mobiliteitsnetwerk. Ook kan er een kengetal aan de reizigerskilometers worden gekoppeld om de totale CO2-uitstoot en energievraag te berekenen.

30

Achtergrond Dashboard

2016

Generatie van mobiliteitstrips en reizigerskilometers Langjarige analyse van het CBS-OViN (Onderzoek Verplaatsingen in Nederland) laat zien dat de mate van nabijheid (van inwoners en banen) correleert met het verplaatsingsgedrag van de inwoners in deze gebieden. Bijvoorbeeld: Inwoners in (hoog)stedelijke gebieden kiezen vaker voor de fiets, lopen of het OV. In suburbane milieus is het aandeel autotrips fors groter. Het Dashboard berekend (op basis van zes stedelijkheidsklasses) per modaliteit de generatie van trips en reizigerskilometers. Dit geeft inzicht in de druk die zal ontstaan op het mobiliteitsnetwerk. Ook kan er een kengetal aan de reizigerskilometers worden gekoppeld om de totale CO2-uitstoot en energievraag te berekenen.

31

Doorrekening Dashboard Druk op mobiliteitsnetwerken

Aantal trips/werkdag onderverdeeld naar subregio’s

BEVINDINGEN: •

In alle perspectieven gaat het aantal fietstrips sterk stijgen

•

Het aantal treintrips stijgt ten opzichte van 2018 met 170-180%

“In alle perspectieven gaat het aantal fietstrips sterk stijgen” “Het aantal treintrips stijgt ten opzichte van 2018 met 170-180%

32

Doorrekening Dashboard Druk op mobiliteitsnetwerken

“Inclusief trend is een afname van 34% autotrips mogelijk in het Metropool-perspectief” Veranderingen in trips/werkdag (%)

BEVINDINGEN: •

Inclusief trend is een afname van 34% autotrips mogelijk in het Metropoolperspectief.

33

Achtergrond Dashboard Nabijheid van openbaar vervoer Door nieuwe woningen en banen dichtbij bestaand openbaar vervoer te realiseren worden eerdere investeringen in het openbaar vervoer beter benut. Het Dashboard toont aan in hoeverre woningen goed per OV bereikbaar zijn. Hiervoor zijn twee methoden gebruikt: PTAL (Public Transport Accessibility Level) en Open OV. Op basis van de kwaliteit (frequentie en snelheid) van de OV-bediening en de afstand tot trein-, metro-, tram-, en busstations wordt een bereikbaarheidsscore bepaald.

34

Doorrekening Dashboard

Nabijheid van OV (totale woningvoorraad)

Onderverdeling naar subregio’s

Nabijheid van openbaar vervoer BEVINDINGEN: •

In het Metropolitane perspectief woont 40% van alle inwoners binnen 2,5km van een IC station. Nu is dat 21%.

2018

“In het Metropolitane perspectief woont 40% van alle inwoners binnen 2,5km van een IC station. Nu is dat 21%.

35

Doorrekening Dashboard

Nabijheid van OV (nieuwe woningen)

Onderverdeling naar subregio’s

Nabijheid van openbaar vervoer BEVINDINGEN: •

In het Metropolitane perspectief wordt 66% van de woningen gebouwd op max 2,5km afstand van een IC-station.

“In het Metropolitane perspectief wordt 66% van de woningen gebouwd op max 2,5km afstand van een IC-station”

36

Modelresultaten BBMA Modelresultaten Auto

Referentie MVT-ETM

BEVINDINGEN: •

Nieuwe wegen voor omleiding vanaf N270 trekken veel voertuigen aan (alternatief Kasteeltraverse en voor aansluiting N270 – John F Kennedylaan

Regionale Ambitie MVT-ETM

37

Modelresultaten BBMA Modelresultaten Auto

Referentie Filebeeld avondspits

BEVINDINGEN: •

De aanzuigende werking van verkeer zorgt echter ook voor nieuwe capaciteitsproblemen op de John F Kennedylaan (voorbeeld van de avondspits)

Regionale Ambitie Filebeeld Avondspits

38

Modelresultaten BBMA Modelresultaten Auto

Referentie MVT-ETM

Regionale Ambitie MVT-ETM

BEVINDINGEN: •

Aan de westkant van de Randweg A2 gaan de intensiteiten over het algemeen omhoog. De aansluitingen worden anders gebruikt want de binnenring wordt door het autoluwe beleid minder gebruikt.

39

Modelresultaten BBMA Modelresultaten OV

Referentie OV-ETM

BEVINDINGEN: •

De OV-lijn naar Helmond via GeldropMierlo trekt iets meer reizigers. De treinverbinding blijft echter dominant.

Regionale Ambitie OV-ETM

40

Modelresultaten BBMA Modelresultaten OV

Referentie OV-ETM

Regionale Ambitie OV-ETM

BEVINDINGEN: •

De OV-lijn (bundelroute) langs de A2/N2 wordt goed gebruikt

41

Hoofdstuk 1.3. Kwaliteit van de leefomgeving • • • •

Nabijheid van voorzieningen Woontypologie Bedrijventypologie Meekoppelkans kwetsbare wijken

Inzichten en conclusies • De identiteit van de regio verandert als gevolg van de verdichtingsvraag: het introduceren van nieuwe bebouwingstypologieën is onvermijdelijk. Het gaat om relatief hoge stedelijke dichtheden (onEindhovens >50 woningen/ha) met hoogwaardige groene buitenruimte. • Het aanbod aan bedrijventerreinen is aan constante verandering onderhevig, met in de afgelopen decennia nieuwe gebiedsconcepten als BIC, Strijp S en HTCE maar ook de lokale verkleuring bij ASML en NTS. Internationaal is er een trend merkbaar richting meer integrale woon-, werk en onderzoekslocaties. Kansrijk plekken voor deze verkleuring zijn de bedrijventerreinen op de grensgebieden richting het (nieuwe) metropolitaan centrum (De Hurk, De Run, GDC, DAF). Kansrijke locaties voor meer fijnmazige gebouwspecifieke woon-werk combinaties liggen in het metropolitane centrum zelf. Dit vraagt om een andere bebouwingstypologie.

• Het meer metropolitane karakter van Eindhoven gaat samen met een nieuwe vraag naar meer stedelijk ingebedde ontmoetingsplekken. In concurrentie met andere internationale steden valt hierbij te denken aan het stedelijker programmeren van kanaaloevers, parken en pleinen. Kansrijke locaties zijn o.a. de binnenstadsring (als parkring), delen van het Beatrixkanaal en de Wielewaal.

42

Achtergrond Uitdagingen Ecosysteem Brainport (*) •

Supply chain wordt supply netwerk. Uitdaging: vroegtijdig betrekken van toeleverketen en verschillende divisies (ontwerp, inkoop, productie en service) bij het ontwerp is cruciaal voor concurrentie op prijs en kwaliteit.

•

Plekken en netwerken voor ontmoeting van ideeën en mensen. Voorbeelden: het oude Philips netwerk, Brainport Industries en de Brainport Industries Campus.

•

Gedeelde innovatie, faciliteiten en risicodragende projecten (kraamkamer). Samenwerking nodig voor investering. Voorbeeld: vroegere Natlab, HTCE HighTechXL. Maak- OEM- en ingenieursbureaus bundelen.

•

Samenwerking onderwijs en bedrijfsleven (door schaarste talent). Steeds complexer en hoogopgeleider. Geen MBO niv. 1&2.

•

Focus: meester van onderscheidende technologie om daar vervolgens verschillende toepassingen op te baseren voorbeeld: nauwkeurig bewegen en positioneren (mechatronica) in agri-food). Groei in: Halfgeleider-industrie (chips en software), Analytische industrie

“Uitdagingen: aantrekken en behoud van talent, fysieke nabijheid, ontmoetingsplekken, aantrekkelijk vestigings- en verblijfsklimaat, samenwerking, agglomeratiekracht en (internationale) connectiviteit.” (*) Webinar ‘Meesters in de maakindustrie’ 8 juli 2020

(elektronenmicroscopen, röntgenstraling, protonentherapie) en toepassingen in materiaalonderzoek en Health care.

43

Achtergrond De plek doet er toe Noodzaak voor beschikbare plekken waar grote diversiteit aan economische activiteiten kunnen landen •

Plekken waar uitwisseling van ideeën plaats kan vinden (kruisbestuiving, crossovers tussen sectoren, onderzoek en ontwikkeling)

•

Beschikbare plekken (met prijs, grootte, typologie en faciliteiten passend bij veranderende vraag).

“De stedelijke economie vraagt om een grote diversiteit aan plekken waar sociale en economische activiteiten kunnen landen.”

44

Achtergrond Ontwikkeling bedrijvenlocaties Geschiedenis van de Eindhovense bedrijventerreinen gaat over uitsortering en decentralisatie van activiteiten. Het supply netwerk vraagt om vroegtijdig betrekken van toeleverketen en verschillende divisies (ontwerp, inkoop, productie en service) bij het ontwerp. Dit vraagt om een ander type

Voor 1965: Bedenken, Onderzoeken, Ontwerpen, Testen, Maken en Verkopen op een beperkt aantal locaties in de stad.

Na 1965: Uitsortering en decentralisatie van activiteiten. Groei keert zich van de stad af. Herontwikkeling van binnenstedelijke industriële terreinen.

fysieke ruimte.

“Geschiedenis van de Eindhovense bedrijventerreinen gaat over uitsortering en decentralisatie van activiteiten”

45

Achtergrond De verschuiving van supply chain naar supply netwerk zorgt voor trendbreuk in opzet bedrijventerreinen Ontwikkeling in internationaal perspectief: “Wonen, werken, onderzoeken, park, stadsvernieuwing, hoofdkantoor en laboratoria.

Essen, Duitsland

|

Inwoners Essen: 583.000 Grootte campus: 280 hectare

ThyssenKrupp AG

Erlangen, Duitsland

|

Siemens AG

Inwoners Erlangen: 112.000 Grootte campus: 90 hectare

“Trendbreuk: supply netwerk vraagt om fysieke nabijheid: wonen, werken, onderzoeken en ontmoeten in een integraal systeem.”

46

- ASML

Achtergrond

High Tech Campus

De verschuiving van supply chain naar supply netwerk zorgt voor trendbreuk in opzet bedrijventerreinen Ontwikkeling in internationaal perspectief:

Opgave: Niet MEER bedrijventerreinen maar BETERE werklocaties, geïntegreerd in / verbonden met stedelijke werkmilieus

“Wonen, werken, onderzoeken, park, stadsvernieuwing, hoofdkantoor en

- NTS Campus

laboratoria. Ook in Eindhoven is deze verschuiving gaande. Denk aan ontwikkelingen HTCE, BIC en Strijp S. Maar ook lokale ontwikkelingen ASML en NTS.

“De trendbreuk is in Eindhoven o.a. waar te nemen bij HTCE, BIC, Strijp S, ASML en NTS.”

Brainport Industries Campus

47

Achtergrond

2a

2b

Programmeren van “stedelijke as”

Gebiedstransformatie: toevoegen (stedelijke) functies

Voorbeeld

Voorbeeld

•

•

Torenallee, Eindhoven

Siemens, Erlangen

Verduurzaming van bedrijventerreinen Verduurzaming bedrijventerreinen: Het ecosysteem van de stad vraagt om nieuwe werktypologieën die beter aansluiten op het werk- en vestigingsklimaat van de

2c

Programmeren van kanaalzones

2d

Gebiedstransformatie (bedrijfsbestemming naar wonen)

kenniseconomie. Veel monofunctionele kantoren-, winkel- en bedrijventerreinen kampen met leegstand. In het binnenland

Voorbeeld • Merwedekanaalzone, Utrecht

Voorbeeld • GWL terrein, Amsterdam

resulteert deze nieuwe economische werkelijkheid in plekken als de Zuidas in Amsterdam, Strijp S en de High Tech- en Brainport Industries Campus in Eindhoven. Internationale voorbeelden zijn de nieuwe ThyssenKrupp campus in Essen en de Siemens campus in Erlangen. Op deze plekken worden wonen, werken, onderzoeken, park, stadsvernieuwing, hoofdkantoor en laboratoria gezamenlijk gefaciliteerd in een integraal stedelijk systeem.

48

Kwalitatieve beoordeling Casus. Verstedelijken langs radialen richting de toplocaties: Zuidwestlob

Grootschalige gebiedstransformatie: “Voorgestelde aantallen (8.000 woningen en 15.000 banen) betekenen radicale ruimtelijke transformatie” “Voorgesteld programma laat zich lastig mengen met autobereikbaarheid”

Gebiedshub: Centraal oplossen van parkeeropgave creëert ruimte voor vergroening en verstedelijking

49

50

Doorrekening Dashboard

2006

Perspectief 1 - Metropool

2018

Perspectief 2 - Netwerk

Totaal aantal woningen BEVINDINGEN: •

De opgave gaat zeer gering over uitbreiding. Alle perspectieven gaan over verdichting van de stadswijken.

“In alle perspectieven verdichting van de stadswijken”

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

51

Achtergrond Verschuiving van de kwalitatieve woningvraag Tordoir, Brabantse Netwerken (2017): •

“In de stad daling van het aandeel middelbaar opgeleiden in de werkgelegenheid. Omdat betreffende werknemers ook steeds minder (kunnen) wonen in deze welvarende steden en gemeenten mogen we stellen dat de middenklasse hier in zekere zin wordt verdrongen, mede door stijgende woningprijzen.”

•

“Traditioneel zijn in Noord­-Brabant gezinnen met opgroeiende kinderen oververtegenwoordigd in landelijke kernen buiten de stadsregio’s. De trendmatige ontwikkeling wijst echter op een sterke verandering. Met name de stadsregio Eindhoven kent een snelle toename van het aantal gezinnen met kinderen.”

Tordoir: “Stedelijke woonopgave gaat over milieus voor hoogopgeleiden en gezinnen”

Kaart: Waar wonen 0-14 jarigen?

Meeste gezinnen wonen in stadswijken

52

Achtergrond Verschuiving van de kwalitatieve

Niet suburbaan

Meerhoven (30 woningen/ha) 1,1 auto’s per huishouden

woningvraag Opvallende bevindingen uit onderzoek over wensen woonconsument van CHOICE Insights + Strategy (BPD Magazine, voorjaar 2020). Wat wil de woonconsument? •

Ideaal is een woning op tien (hoogwaardige) OV-reisminuten van het stedelijke centrum. Bereid 5-10 minuten te lopen voor autovrije straat.

•

Levendige stadswijk (horeca, dagelijkse boodschappen, werkplekken, huisarts, apotheek en afhaalpunt nabij)

•

Stadspark met parkachtig groen als standaard, ruimte om te spelen en te recreëren. Collectieve tuinen, parken, pleinen en hofjes als vervanging voor de eigen tuin.

•

Niet alleen ‘ons type mensen’ maar gemengde samenstelling qua inwoners, opleidings- en inkomensniveaus

•

Afwisselende en verrassende architectuur. Maximaal 5-10 lagen.

•

Maar groenstedelijk GWL-terrein (95 woningen/ha) 0,3 auto’s per huishouden

Duurzaam qua energiegebruik en bereikbaarheid.

“Kwalitatieve opgave woningbouw vraagt sturing. Schaarse stedelijke ruimte maar één keer te vergeven. Actuele opgave hoogopgeleiden en gezinnen vraagt om hogere dichtheden en kindvriendelijke, groene buitenruimtes.”

53

Achtergrond Verschuiving van de kwalitatieve woningvraag Opvallende bevindingen uit onderzoek over wensen woonconsument van CHOICE Insights + Strategy (BPD Magazine, voorjaar 2020): •

Ideaal is een woning op tien (hoogwaardige) OV-reisminuten van het stedelijke centrum. Bereid 5-10 minuten te lopen voor autovrije straat.

•

Levendige stadswijk (horeca, dagelijkse boodschappen, werkplekken, huisarts, apotheek en afhaalpunt nabij)

•

Stadspark met parkachtig groen als standaard, ruimte om te spelen en te recreëren. Collectieve tuinen, parken, pleinen en hofjes als vervanging voor de eigen tuin.

•

Niet alleen ‘ons type mensen’ maar gemengde samenstelling qua inwoners, opleidings- en inkomensniveaus

•

Afwisselende en verrassende architectuur. Maximaal 5-10 lagen.

•

Duurzaam qua energiegebruik en bereikbaarheid.

Kaart: aantal cafés binnen 1km afstand

De levendige stadswijk

54

Achtergrond Dashboard

De Pijp, Amsterdam

Nabijheid bestaande voorzieningen Het bouwen van nieuwe woningen nabij bestaande voorzieningen kan het draagvlak voor deze voorzieningen vergroten. Op basis van het CBS Bestand Bodemgebruik berekent het Dashboard hoeveel hectare aan voorzieningen (detailhandel, horeca, openbare gebouwen en sociaal-cultureel) binnen een straal van 750 meter van een woning ligt. Andersom geredeneerd laat het Dashboard ook zien op welke plekken minder

Opties binnen 1km: Afstand tot treinstation 1,8km

9,1 huisartspraktijken 6,8 basisscholen 25,2 kinderdagverblijven

Overstapstation 3,1km

62,1 cafés

voorzieningen aanwezig zijn dan je op basis

92,4 winkels voor dagelijkse levensmiddelen 146,1 restaurants

van het aantal woningen zou verwachten. Nabijheid van voorzieningen heeft ook een

Nieuw Leyden, Leiden

effect op het verplaatsingsgedrag. Des te meer voorzieningen nabij, des te groter het aandeel lopen.

Opties binnen 1km:

1,4 huisartspraktijken 0,7 basisscholen 3,2 kinderdagverblijven 10,4 winkels voor dagelijkse levensmiddelen 9,6 cafés 16,8 restaurants

Afstand tot treinstation 1,3km Overstapstation 1,3km

55

Doorrekening Dashboard

2018

Perspectief 1 - Metropool

Nabijheid bestaande voorzieningen BEVINDINGEN: •

Delen van Son-en Breugel, Veldhoven en Geldrop hebben nu beperkt voorzieningen nabij de woningen.

•

Ontwikkeling van de nieuwe IC-knoop Eindhoven Noord-West in perspectief Metropool gaat samen met het realiseren van nieuwe voorzieningen.

“Nieuwe ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het vergroten van de voorzieningennabijheid in Helmond-Oost, GeldropWest, Veldhoven-Noord en Son en Breugel”

Perspectief 2 - Netwerk Percentage woningen met meer of minder dan 2 ha voorzieningen binnen 750m

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

56

Achtergrond Dashboard Woningdichtheden Het aantal woningen per hectare geeft een indicatie van de verschillende stedelijke milieus en gebouwtypologieën. We onderscheiden in het Dashboard zes verschillende dichtheden: •

Hoogstedelijk (>65 wo/ha),

•

Stedelijk (50-65 wo/ha),

•

Semistedelijk (35-50 wo/ha),

•

Suburbaan (20-35 wo/ha),

•

Dorps (5-20 wo/ha) en

•

Landelijk (0-5 wo/ha).

Kaart: Woningdichtheden buurten

Eindhovense dichtheden relatief laag (5-40wo/ha)

57

Achtergrond Dashboard Woningdichtheden Het aantal woningen per hectare geeft een indicatie van de verschillende stedelijke milieus en gebouwtypologieën. We onderscheiden in het Dashboard zes

150 WONINGEN/HA

100 WONINGEN/HA

80 WONINGEN/HA

verschillende dichtheden:

VOORBEELD: DE PIJP AMSTERDAM

VOORBEELD: LEIDEN CENTRUM

VOORBEELD: ZEEHELDENKWARTIER DEN HAAG

60 WONINGEN/HA

40 WONINGEN/HA

30 WONINGEN/HA

VOORBEELD: BIJLMER, AMSTERDAM

VOORBEELD: NIEUW LEYDEN, LEIDEN

VOORBEELD: BOSRIJK, YPENBURG

20 WONINGEN/HA

5 WONINGEN/HA

0 WONINGEN/HA

VOORBEELD: DE BRAS YPENBURG, DEN HAAG

VOORBEELD: EVA LANXMEER, CULEMBORG

VOORBEELD: VLISTERDIJK, VLIST

•

Hoogstedelijk (>65 wo/ha),

•

Stedelijk (50-65 wo/ha),

•

Semistedelijk (35-50 wo/ha),

•

Suburbaan (20-35 wo/ha),

•

Dorps (5-20 wo/ha) en

•

Landelijk (0-5 wo/ha).

58

Doorrekening Dashboard

Woningdichtheid van totale woningvoorraad

Onderverdeling naar subregio’s

Woningdichtheden BEVINDINGEN: •

In alle perspectieven is er sprake van een verdichtingsopgave. Bestaande buurten verkleuren daardoor mee.

“In alle perspectieven is er sprake van een verdichtingsopgave. Bestaande buurten verkleuren daardoor mee”.

59

Doorrekening Dashboard

Woningdichtheid nieuwe woningen

Onderverdeling naar subregio’s

Woningdichtheden BEVINDINGEN: •

In het netwerkperspectief wordt 45% van de nieuwe woningen gebouwd in ‘dorpse dichtheden’ tot 20w/ha. In Regionaal ontwerp is dit 30%

“Meer dan de helft van de opgave gaat over dichtheden hoger dan 35 woningen/hectare. Voor een kwart is dit zelfs >50 woningen/ha. (= on-Eindhovense bouwtypologieën)”

60

Achtergrond

1a

1b

Verdichten door sloop-nieuwbouw

Hoogstedelijke waterfront

Voorbeeld

Voorbeeld

•

•

Binnenrotte, Rotterdam

Java-Eiland, Amsterdam

Hoogstedelijke milieus gaan samen met ingrepen in infrastructurele netwerk OV, fiets en deelmobiliteit zijn (hoog) stedelijke fenomenen. Een hoogstedelijke inwoner hecht minder waarde aan

1c

1d

Optoppen van bouwlagen

Inbreidingslocatie in centrummilieu

autobereikbaarheid. Meer nabije inwoners Voorbeeld • Didden Village, Rotterdam

en functies zorgen namelijk voor meer stedelijkheid en voor meer draagvlak

Voorbeeld • Agaathhof, Groningen

voor voorzieningen. Als gevolg ontstaat er meer keuzevrijheid, zijn er meer opties, groeit het ‘interactiepotentieel’ binnen het stedelijk netwerk en neemt het autogebruik af. Verstedelijking gaat daarom altijd samen met aanpassingen aan het

5a

5b

Knooppuntontwikkeling

Overkluizing infra

infrastructurele systeem. Denk hierbij Voorbeeld • Zuidas, Amsterdam

aan knooppuntontwikkeling en aan de transformatie van voorheen ‘verkeersriolen’

Voorbeeld • A20, Rotterdam

tot aantrekkelijke groene park- en fietsstraten.

5c

Verdichting kruispunten: van verkeersknooppunt tot stedelijk plein

5d

Transformatie ‘verkeersriool’ naar stedelijke (park/fiets)straat

Voorbeeld

Voorbeeld

•

•

Hofplein, Rotterdam

Blaakpark, Rotterdam

61

Kwalitatieve beoordeling Casus. Een metropolitaan centrum:

Parc Andre Citroen op ware grootte...

Eindhoven Centrum

“Binnenstad oprekken tot over de ring geeft veel capaciteit en kwaliteit voor schaalsprong Eindhoven”

20ha

40ha

70ha Van machine naar mens.

“Schakel tussen toplocaties en binnenstad” “Ring biedt kansen voor radicale structuuringreep en toevoegen nieuwe unieke typologie (Amsterdam, Haarlem en Leiden hebben dit soort ruimte niet)”.

120ha

100ha

Van restruimte naar stad.

670ha aan verstedelijkte parkring?

120ha

120ha Stel we ontwikkelen 20% (a 80wo/ha) = >10.000 woningen

80ha

62

Kwalitatieve beoordeling Casus. De complementaire stad: Helmond Centrum

“9.000 woningen voor Helmond is een ambitieus maar realistisch toekomstperspectief. Verdichting biedt kansen voor kwaliteits- impuls bestaand stedelijk gebied” “Opvallend: ontwikkelrichting is Noord-Zuid geprojecteerd in plaats van over de OV-as”

63

Achtergrond

4a

4b

Nieuw ‘gezicht aan het groen’

Nieuwe ‘eilanden in het groen’

Voorbeeld

Voorbeeld

•

•

ParkHaven, Rotterdam

Haverleij, Den Bosch

Verstedelijken op en langs groene gebieden De klassieke verstedelijkingsstrategie is bouwen op open en groene plekken. Het gaat hierbij om nieuwe eilanden of uitleglocaties

4c

Verdichten langs groen en water

4d

Nieuwe uitleglocatie in het groen

in het groen en verdichting langs groen en water.

Voorbeeld • Singelpark, Leiden

Voorbeeld • De Bras Ypenburg, Den Haag

Stedelijke inbedding 64

Kwalitatieve beoordeling

Nu: 4 woningen en 8 banen per ha

Casus. Inzetten op Intercitybereikbaarheid: Noordwestknoop Eindhoven

“Ondanks forse belemmeringen is er ruimte voor programmatische verdichting. Maar complex en met grote impact.”

Stads Park

“Stad-land verbinding verandert in hoogwaardig stedelijk groen” “Om impact te maken grote aantallen nodig en duidelijke positionering ten opzichte van Eindhoven centrum om knoop kannibalisme te voorkomen”

Central Park NY 2 uur wandelen (8,5km lang)

Hindercontouren

Leiden 23.000 woningen

230ha

65

Kwalitatieve beoordeling Casus. Rurbania verdeelt de koek: Geldrop

“Met verdichting tot 40 woningen per hectare is de opgave voor Geldrop te groot. Ook bij volledig transformeren van bedrijventerreinen naar woningbouw.” “Typologie past bij nietdorpse interventies”. “Specialisatie Geldrop op hoogwaardig woonmilieu, gericht op forenzen” (max 800-1.800 woningen)

66

Achtergrond Dashboard Meekoppelkans kwetsbare wijken Door in of nabij kwetsbare wijken nieuwbouw te realiseren bied je inwoners van kwetsbare buurten de kans een wooncarrière in de omgeving te maken. Zo wordt voorkomen dat deze kwetsbare wijken hun kansrijke inwoners verliezen en er nieuwe probleemwijken ontstaan. Nieuwe woningen kunnen daarnaast bijdragen aan het versterken van de verblijfskwaliteit en de ruimtelijke structuur. Het Dashbord laat zien hoeveel bestaande woningen (in een ‘kwetsbare’ wijk) binnen een straal van maximaal 800 meter gelegen zijn van nieuw geprojecteerde woningen, waarbij elke nieuwe woning maximaal aan 4 bestaande woningen gekoppeld kan worden. Een wijk wordt gezien als kwetsbaar wanneer het een (onvoldoende) Leefbarometerscore heeft van 5 of lager. Helmond scoort slecht op de sociaaleconomische index (o.a. laagopgeleiden). Qua woonaantrekkelijkheid (woninvoorraad en nabijheid van voorzieningen) hebben zowel Eindhoven als Helmond veel te winnen.

67

Nieuwe ontwikkelingen als Dierdonk en Brandevoort lijken zich te willen distantiëren van de rest van de SGE (en Helmond)... Meekoppelopgave: “verduurzamen bestaand stedelijk gebied”

68

Achtergrond

3a

Gebiedstransformatie door sloop-nieuwbouw

3b

Verdichten binnen bestaande structuur

Voorbeeld

Voorbeeld

•

•

Groeseind, Tilburg

Pendrecht, Rotterdam

Transformatie opgave bestaande wijken Op veel plekken hebben bestaande wijken te kampen met verminderde woonaantrekkelijkheid en opgaven op

3c

Inbreidingslocatie voormalige sportvelden

3d

Transformatie bestaand gebouw/complex

het gebied van de woningvoorraad, bouwkwaliteit, mobiliteit, energie, water en ecologie. Dit vraagt om strategieën voor het

Voorbeeld • Oostzijderpark, Zaandam

Voorbeeld • Tuin van Noord, Rotterdam

transformeren van de bestaande stad. Opgave: •

Sociaal-Economische kansen

•

Duurzaamheid/klimaat

•

Eenzijdige voorraad

•

Concurrerende woonkwaliteit

69

Doorrekening Dashboard

Meekoppelkans kwetsbare wijken

Perspectief 1 - Metropool

Meekoppelkans Kwetsbare wijken BEVINDINGEN: •

Kwetsbare wijken bevinden zich in Eindhoven en Helmond. Namelijk: Erp, Ontginning, Dommelbeemd (EindhovenNoord), Oud-Gestel (Eindhoven-Zuidwest), De Laak, Doornakkers (Eindhoven

Perspectief 2 - Netwerk

Zuidoost), Helmond Binnenstad, Rijpelberg en Brouwhuis. •

Nieuwe woningen op maximaal 800 meter van kwetsbare woningen in deze wijken worden meegeteld als meekoppelkans. Het gaat in de perspectieven om 52-67% van het totaal aantal woningen.

•

Aanbevelingswaardig is om een deel van de verstedelijking te benutten voor het opwaarderen van deze wijken.

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

“In de perspectieven ligt 52-67% van de nieuwe woningen op maximaal 800 meter van ‘kwetsbare woningen’ (in de oude stadswijken van Eindhoven en Helmond).”

70

Hoofdstuk 1.4. Gezonde en Klimaatbestendige regio • • • • • •

Verlies en nabijheid van groen Hittestress Wateropvang en wateroverlast Meekoppelkansen energie & CO2 Geluid en luchtkwaliteit Verkeersveiligheid

Inzichten en conclusies • Verstedelijkingsopgave gaat in het stedelijk centrumgebieden van Helmond en Eindhoven integraal samen met het ontharden van de buitenruimte (denk aan: groene daken, groene gevels, ontharden van de buitenruimte, extra wateroppervlakte). • Meekoppelkansen energie treden op wanneer er nabij bestaand stedelijk gebied ontwikkeling is. Hiervoor is het goed om honderdtallen woningen per kern te reserveren. Deze kansen zijn met name geothermie in Helmond, zonnepanelen op daken, restenergie uit bedrijventerreinen en snoeiafval. Daarnaast zijn de kansen voor warmte-koude opslag het grootst in Oirschot, Best, Veldhoven en Oost-Helmond.

71

Achtergrond

Stedelijk groen in internationaal perspectief

Kwalitatief groen De SGE kent waardevol landschap in overvloed maar echte stedelijk ingebedde stadsparken ontbreken. De stadsparken zijn: •

Philips de Jongh Wandelpark

•

Karpendonkse plas

Stedelijke

•

Genneper Parken

inbedding

•

Henri Dunantpark

•

Genneper Hoeve

•

Philips Fruittuin Wielewaal

•

Stadswandelpark

Eindhoven heeft vooral landschap

“Verstedelijkingsopgave is een kans voor kwaliteitssprong groen. Stedelijk ingebedde stadsparken ontbreken nu.”

72

Achtergrond Dashboard

Amsterdam

Rotterdam

Den Haag

Utrecht

Eindhoven

Groningen

Tilburg

Almere

Breda

Nabijheid en verlies van groen Nieuwe te bouwen woningen en bedrijven concurreren in ruimtegebruik met gronden voor recreatie, groen, energie, water en infrastructuur. Op basis van het CBS Bestand Bodemgebruik maakt het Dashboard onderscheid in drie type gebieden: greyfields (terrein voor woningen en voorzieningen), brownfields (werk- en nutsgebieden, begraafplaatsen en verhard terrein) en greenfields (agrarisch land, bos & natuur, parken, recreatie en sportvelden & volkstuinen). Bouwen op greenfields gaat ten koste van groen. Het Dashboard berekent hoeveel hectare groen er binnen 750 meter van een woning aanwezig is en hoeveel groen er verloren gaat.

73

Doorrekening Dashboard

Vervangend bodemgebruik nieuwe woningen

Onderverdeling naar subregio’s

Verlies van groen BEVINDINGEN: •

Het Metropoolperspectief is compact. Er is bijna de helft minder ruimte nodig om hetzelfde programma te realiseren.

“Deze verstedelijkingsopgave is een verdichtingsopgave. De ruimte wordt voornamelijk gevonden in al verstedelijkte greyen brownfields. In het Metropoolperspectief is de footprint van de nieuwe ontwikkeling ong. de helft van de andere perspectieven”.

74

Doorrekening Dashboard

Verlies van groen - uitgesplitst

Onderverdeling naar subregio’s

Verlies van groen BEVINDINGEN: •

In het Metropoolperspectief blijft het verlies aan groen beperkt. De andere twee perspectieven gaan voor een groot deel ten koste van agrarische grond.

“Het Metropool perspectief gaat uit van het compacte stad model. Het verlies aan groen is hier gering.”

75

Doorrekening Dashboard

2018

Perspectief 1 - Metropool

Nabijheid van groen BEVINDINGEN: •

Kwantitatief is er nu weinig groen in Eindhoven Doornakkers en Helmond binnenstad.

•

In het Metropolitane perspectief ontstaat er een nieuw kwantitatief groentekort in het stationsgebied van Eindhoven.

Perspectief 2 - Netwerk Nabijheid groen bij bestaande woningen

Aanbevelingswaardig is om nieuwe ontwikkelingen hier geïntegreerd samen te ontworpen met kwantiatief (en kwalitatief) groen.

“Kwantiatieve groenopgave in Eindhoven Doornakkers en Helmond binnenstad. In Metropool perspectief ook in stationsgebied Eindhoven.”

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

76

Kwalitatieve beoordeling Urban Heat Island Effect

06

Vergroenen van bebouwing • • •

BEVINDINGEN: •

Effect groter in stedelijk gebied

•

Extra verstedelijking vraagt om

07

08

Ontharden van de buitenruimte

Vergroenen van privé ruimte

Groene daken, groene gevels Watercapaciteit: 30-150 liter per m2 Afvang: 0,3 kg CO2 per m2 / jaar

• •

•

Regenton: bij 4m² dakoppervlak opvang van 200 liter water / maand in regenton Geveltuin: 67% minder belasting op riolering t.o.v. verhard terrein en aanliggende trottoir wordt 2 graden Celcius koeler.

Tegels eruit, groen erin. Open bestrating / halfverharding (70% minder belasting op riolering t.o.v. verhard terrein)

maatregelen als groene daken en gevels, geveltuintjes, ontharden van de buitenruimte, extra wateroppervlakte. •

Theorie: Voor elke 20% meer groen in de

14

stad daalt de piektemperatuur 1 °C (Hop

•

en Hiemstra, Wageningen UR, 2013) •

Vergroenen van het straatprofiel •

15

Planten van bomen, watervertragende groenstrook Elke 10% meer groen in de stad = daling piektemperatuur met 0,6 graden Celcius

22

Tijdelijke regenwaterbuffers

Planten van bomen

• •

• •

Wadi (diepte 30cm, talud 1:2) Waterplein (voorbeeld Benthemplein Rotterdam: 1.800 m3 berging op 5.500 m2 gebied = 3.250 m3 / hectare)

Afvang: 22 kg CO2 per boom per jaar Afvang: 12.000 kg CO2 per hectare bos per jaar. Temperatuurverschil met stad tot 5 graden Celcius.

Kans: Modal shift richting lopen en fiets zorgt voor nieuwe ruimte in het profiel voor vergroening.

“Urban Heat Island effect speelt vooral in Eindhoven en Helmond. Verstedelijkingsopgave gaat hier dus integraal samen met het ontharden van de buitenruimte.”

25

Watergeleiding via straatprofiel • •

Wategeleiding via open goot, holle weg richting vijver, sloot of gracht. Voorbeeld: Monnikenhuizen Arnhem

34

39

Buurtpark

Uitbreiden waternetwerk

•

• •

•

Kruidentuin, bloementuin, fruittuin, biologische stadslandbouw Effect park op omliggende wijken: 1,5-3,5 graden Celcius verkoeling

Verbeteren circulatie en waterkwaliteit Voorbeeld: Singelplan Rose, Rotterdam

“Let op: deze zeer ruwe inschattingen zijn bedoeld voor schetsmatige reken- en tekenexercities. Doel is om hiermee het gesprek over de klimaatopgave tastbaar te maken. De kengetallen zijn op basis van vluchtig onderzoek naar referentieprojecten. Om de opgave accuraat te maken is beter onderzoek naar locatiespecifieke kenmerken nodig.”

77

Kwalitatieve beoordeling Wateroverlast en wateropvang

03

Waterbergingsgebied

Ruimte voor de rivier

Ontharden van de buitenruimte

•

•

•

BEVINDINGEN: •

08

05 Voorbeeld: Woudse Polder, Delfland (34ha / 1,5m diepte / capaciteit 500.000 m3) = 14.700 m3 per hectare

Voorbeeld: Buitenwaarde Zwolle (130 hectare gebied - dalding hoogste waterstand met 8-14 centimeter).

Tegels eruit, groen erin. Open bestrating / halfverharding (70% minder belasting op riolering t.o.v. verhard terrein)

Middelgrote kans (1 keer in de 100 jaar) op overstroming in stroomgebied Dommel. Droogteproblematiek Zuiden en Oosten MRE (landbouw afhankelijk van Maaswater).

•

Vergroenen van daken en gevels, het

Wateroverlast Risicokaart.nl

13

planten van bomen, ontharden van de

14

Bebouwing op terp •

buitenruimte en toevoegen van water

•

Vergroenen van het straatprofiel •

Voorbeelden: Zeeland, Groningen, Friesland en Rivierengebied Ter bescherming bij overstromingen

•

doen niet alleen iets voor het Urban Heat

23

Wateropvang ondergrondse reservoirs

Planten van bomen, watervertragende groenstrook Elke 10% meer groen in de stad = daling piektemperatuur met 0,6 graden Celcius

• •

Vertraagde afvoer via infiltratiekratten-/ en putten (kansrijk bij lage grondwaterstand) Infiltratiekrat (1m lang, 1 m breed en 0,5m diep). Capaciteit van 500 liter / m2

Island effect maar ook voor de opvang van water bij extreme neerslag. •

Modal shift richting lopen en fiets zorgt voor nieuwe ruimte in het profiel voor vergroening.

“Ontharden van de buitenruimte ook belangrijk voor de wateropgave.”

24

Gebouwen als waterkering/dijk • • •

Bescherming tegen hogere waterstanden. Voorbeeld: Weezenlanden Zwolle Ook als tijdelijke maatregel mogelijk

26

Gebouwde wateropslag • •

Wateropslag in kelders of op daken. Voorbeeld: Waterdak Artemis Hotel Amsterdam

39

Uitbreiden waternetwerk • •

Verbeteren circulatie en waterkwaliteit Voorbeeld: Singelplan Rose, Rotterdam

“Let op: deze zeer ruwe inschattingen zijn bedoeld voor schetsmatige reken- en tekenexercities. Doel is om hiermee het gesprek over de klimaatopgave tastbaar te maken. De kengetallen zijn op basis van vluchtig onderzoek naar referentieprojecten. Om de opgave accuraat te maken is beter onderzoek naar locatiespecifieke kenmerken nodig.”

78

Achtergrond Dashboard

Bron: Milieubarometer.nl

Meekoppelkans energietransitie bestaande huishoudens Nederland staat voor een verduurzamingsopgave in de bestaande woningvoorraad. Bestaande woningen in de buurt van de nieuwbouw kunnen meeliften op gedeelde investeringen om (zelf) energiezuinig te worden en van hernieuwbare energie te worden voorzien: zogenaamde

“Let op: deze zeer ruwe inschattingen zijn bedoeld

meekoppelvoordelen. Het Dashboard

voor schetsmatige reken- en

berekent hoeveel bestaande woningen binnen

tekenexercities. Doel is om

een straal van maximaal 800 meter gelegen

hiermee het gesprek over de

zijn van nieuw geprojecteerde woningen, waarbij elke nieuwe woning maximaal aan 4

klimaatopgave tastbaar te maken. De kengetallen zijn op basis van vluchtig onderzoek

bestaande woningen gekoppeld kan worden.

naar referentieprojecten. Om

Het laat de potentie zien voor hoeveel

de opgave accuraat te maken

bestaande woningen kunnen meeprofiteren van bijvoorbeeld ‘inkoopvoordeel’ of van de

is beter onderzoek naar locatiespecifieke kenmerken nodig.”

aansluiting op een nieuw collectief systeem.

Gemiddelde elektriciteitslevering per huishouden

79

Doorrekening Dashboard

Perspectief 1 - Metropool Potentie mee te koppelen woningen (%)

Meekoppelkans Energietransitie BEVINDINGEN: •

57,3% van alle woningen in de SGE ligt op max 800 meekoppelafstand van de nieuw geprojecteerde in het Regionaal perspectief.

•

Bij het Metropool perspectief is dit slechts

Perspectief 2 - Netwerk

32%.

“Bij relatieve spreiding liggen meer woningen op meekoppelafstand van nieuwe ontwikkelingen.”

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

80

Kwalitatieve beoordeling

“Let op: deze zeer ruwe inschattingen zijn bedoeld voor schetsmatige reken- en tekenexercities. Doel is om hiermee het gesprek over de klimaatopgave tastbaar te maken. De kengetallen zijn op basis van vluchtig onderzoek naar referentieprojecten. Om de opgave accuraat te maken is beter onderzoek naar locatiespecifieke kenmerken nodig.”

Potentie Geothermie en windenergie BEVINDINGEN: •

Grootste potentie Geothermie rond Helmond, Budel en Maarheeze

•

Kansen voor windenergie zijn zeer beperkt.

“Meekoppelkans geothermie in Helmond”

Potentie Geothermie

10

Geothermie •

•

Voorbeeld: Ammerlaan TGI, PijnackerNootdorp (put van 100m² en Invloedsgebied 3.000x1500m = 450 ha) Levert: 50 miljoen kWh warmte / jaar (90°C)

Potentie Windenergie

12

Windturbine (op land) •

•

3MW turbine (h=90-125m, d=100-150m). Onderlingde afstand = 5x rotordiameter (=circa 1 windturbine per 175ha) Levert: 6 miljoen kWh per windturbine / jaar (=34.000 kWh per hectare / jaar)

81

Kwalitatieve beoordeling

“Let op: deze zeer ruwe inschattingen zijn bedoeld voor schetsmatige reken- en tekenexercities. Doel is om hiermee het gesprek over de klimaatopgave tastbaar te maken. De kengetallen zijn op basis van vluchtig onderzoek naar referentieprojecten. Om de opgave accuraat te maken is beter onderzoek naar locatiespecifieke kenmerken nodig.”

Potentie zonne-energie BEVINDINGEN: •

Kansen voor zonneweides vooral in de MRE, kansen in SGE beperkt.

•

In stad meer potentie voor zonnepanelen.

“Stedelijk dakenlandschap geschikt voor meekoppelkans zonne-energie”

31

Zonnepanelen in wegprofiel • •

Voorbeeld: Solaroad Krommenie Levert: 70 kWh per m2 / jaar

19

Zonneweide • •

Voorbeeld: Tripkouw in Midwoud (16.000 zonnepanelen op 8ha terrein) Levert: 850.000 kWh per hectare / jaar

30

18

Drijvende zonnepanelen

Zonnepanelen (op daken)

•

• •

•

Voorbeeld: De Slufter, Maasvlakte (proef met 20 vlotten / 120 panelen) Levert: 850.000 kWh per hectare / jaar

3.000 panelen per hectare dak Levert: 250 kWh per paneel / jaar

82

Kwalitatieve beoordeling Potentie Reststromen BEVINDINGEN: •

In SGE en vooral Eindhoven en Helmond kansen met betrekking tot stookinstallaties en bedrijventerreinen.

•

De potentie voor houtachtige biomassa uit bos ligt vooral in de MRE. Als we kijken naar totaal aan potentie (incl. huishoudelijk hout en snoeiafval) liggen de grootste kansen echter in de SGE.

•

De potentie voor biogas ligt vooral in de MRE.

“Meekoppelkansen restenergie SGE uit bedrijven en snoeiafval.”

Potentie reststromen

17

Restwarmte (industrie) • • •

Voorbeeld: AVR Rozenburg = 1.000 miljoen kWh aan restwarmte / jaar Opgave: continuïteit garanderen. Kans: groei elektriciteitsvraag (= warmteoverschot).

09

Potentie biomassa uit

Potentie biogas uit resstromen

houtachtige biomassa (totaal)

akkerbouw en vloeibare mest

32

Afvalverbrandingsinstallatie •

•

Twence, Hengelo (120ha terrein, Regio Twente: 630.000 inwoners en gezamenlijk 600.000 ton brandbaar afval per jaar) Output: 650 miljoen kWh warmte & 450 miljoen kWh elektriciteit per jaar

Biomassacentrale • • •

Voorbeeld: Vattenfall Lelystad Levert: 70 miljoen kWh warmte / jaar Grondstof: 4.800 ha bos (levert 22.000 ton houtsnippers)

“Let op: deze zeer ruwe inschattingen zijn bedoeld voor schetsmatige reken- en tekenexercities. Doel is om hiermee het gesprek over de klimaatopgave tastbaar te maken. De kengetallen zijn op basis van vluchtig onderzoek naar referentieprojecten. Om de opgave accuraat te maken is beter onderzoek naar locatiespecifieke kenmerken nodig.”

83

Kwalitatieve beoordeling Potentie warmte-koude opslag

38

Warmte-koude opslag • •

BEVINDINGEN: •

Voorbeeld: Paleiskwartier ‘s-Hertogenbosch Mogelijke besparing: 95% op koeling en 45% op verwarming.

Potentie is iets kleiner in Eindhoven, Nuenen, Geldrop, Waalre en Aalst ten opzichte van Oirschot, Best, Veldhoven en het oosten van Helmond.

“Meekoppelkansen warmte-koude opslag grootst in Oirschot, Best, Veldhoven en OostHelmond.

“Let op: deze zeer ruwe inschattingen zijn bedoeld voor schetsmatige reken- en

Potentieel warmte opslag open WKO systeem • Via open Warmte Koude Opslag (WKO) systemen tot 250m (per hectare)

Potentieel koude opslag open WKO systeem • Via open Warmte Koude Opslag (WKO) systemen tot 250m (per hectare)

tekenexercities. Doel is om hiermee het gesprek over de klimaatopgave tastbaar te maken. De kengetallen zijn op basis van vluchtig onderzoek naar referentieprojecten. Om de opgave accuraat te maken is beter onderzoek naar locatiespecifieke kenmerken nodig.”

Potentieel warmte opslag gesloten WKO systeem • Via gesloten verticale bodemwisselaar systemen tot 250m (per hectare)

Potentieel koude opslag gesloten WKO systeem • Via gesloten verticale bodemwisselaar systemen tot 250m (per hectare)

84

Kwalitatieve beoordeling Overige meekoppelkansen

01

Gedeelde faciliteiten en logistiek

Stad & biodiversiteit

• •

BEVINDINGEN: •

04

02

Slimme combinatie van functies

Flexibele en aanpasbare bebouwing

Atrium Brainport Industries Campus, Eindhoven Besparing in energie, toegevoegde waarde in samenwerking

•

•

•

Voorbeeld: dubbele deuren en hogere verdiepingsvloeren historische binnenstad Dordrecht Maakt toekomstige functieverandering mogelijk

•

Koppeling van warmtevraag- en overschot: industrie, zwembaden, kantoren, kassen, supermarkten, zorg, onderwijs). Voorbeeld: kaswoning Monster (Westland)

Gedeelde faciliteiten en combinatie van functies (kans in stedelijke milieus)

•

Maatregelen biodiversiteit en groene corridors. 35

36

Beperken van onderhoud

Natuurinclusieve bebouwing

•

• •

Laten groeien en bloeien van niet meeontworpen flora en fauna

40

Stedelijke verdichting

Voorbeeld: bijenkast, vogelhuisjes Niet ontworpen aanleidingen (dakgoot, uitstulpingen, kieren)

•

Bodembiodiversiteit Kaart Noord-Brabant

28

29

Lange lijnen / corridors • •

Verbinding voor dieren & lange lijnen waarlangs planten zich verspreiden. Voorbeeld: Natuurnetwerk, bermen en groene geluidwallen.

Ecopassages • •

Veilige passages voor dieren bij drukke infrastructurele verbindingen. Voorbeeld: wildviaduct, ecoduct, tunnels,..

Verdubbeling van aantal inwoners zorgt voor 15% besparing in infrastructuur en 15% winst in economische welvaart. Ook besparing energie, CO2-uitstoot (Uit: Scale, Geoffrey West, 2018).

33

Groene waterzuivering •

Gescheiden watersysteem - Grijs water naar natuurlijke zuivering / geel water naar waterschap en zwart water naar biomassacentrale (voorbeeld: helofytenfilter)

“Let op: deze zeer ruwe inschattingen zijn bedoeld voor schetsmatige reken- en tekenexercities. Doel is om hiermee het gesprek over de klimaatopgave tastbaar te maken. De kengetallen zijn op basis van vluchtig onderzoek naar referentieprojecten. Om de opgave accuraat te maken is beter onderzoek naar locatiespecifieke kenmerken nodig.”

85

Achtergrond Dashboard

“Let op: deze zeer ruwe inschattingen zijn bedoeld voor schetsmatige reken-

Generatie van mobiliteitstrips en

en tekenexercities.

reizigerskilometers

Doel is om hiermee het gesprek over de klimaatopgave tastbaar

Langjarige analyse van het CBS-OViN

te maken. De kengetallen

(Onderzoek Verplaatsingen in Nederland)

zijn op basis van

laat zien dat de mate van nabijheid (van

vluchtig onderzoek naar

inwoners en banen) correleert met het

referentieprojecten. Om de opgave accuraat te

verplaatsingsgedrag van de inwoners in

maken is beter onderzoek

deze gebieden. Bijvoorbeeld: Inwoners in

naar locatiespecifieke

(hoog)stedelijke gebieden kiezen vaker

Bron: Milieucentraal.nl

voor de fiets, lopen of het OV. In suburbane

op basis van cijfers

milieus is het aandeel autotrips fors groter.

van CE Delft, NS en Ecotest.

kenmerken nodig.”

Het Dashboard berekend (op basis van zes stedelijkheidsklasses) per modaliteit de generatie van trips en reizigerskilometers. Dit geeft inzicht in de druk die zal ontstaan op het mobiliteitsnetwerk. Ook kan er een kengetal aan de reizigerskilometers worden gekoppeld om de totale CO2-uitstoot en energievraag te berekenen.

Inicatieve vertaling - per persoon Uitstoot voor mobiliteit

per dag

per jaar

Hoogstedelijk 2,09 763

kg CO2

Stedelijk 2,60 950

kg CO2

Suburbaan 2,77 1.012 kg CO2 Laag suburbaan

3,01

1.099 kg CO2

Dorps 3,26 1.191 kg CO2 Ruraal 3,66 1.336 kg CO2

“Het gemiddelde reispatroon van een dorpse inwoner zorgt jaarlijks voor circa 428 kg meer CO2-uitstoot dan het reispatroon van een hoogstedelijke inwoner. Dit is vergelijkbaar met de opnamecapaciteit van 20 bomen”.

86

Doorrekening Dashboard Verandering in reizigerskilometers

Aantal kilometer/werkdag onderverdeeld naar subregio’s

BEVINDINGEN: •

In vrijwel alle kernen binnen de SGE is tussen 2006 en 2018 het aantal gereisde autokilometers gedaald. Alleen in Oirschot en Son en Breugel is dit aantal gestegen.

“Tussen 2006 en 2018 is het aantal gereisde autokilometers in Eindhoven en Helmond gedaald. Als deze trend zich doorzet kan als gevolg van de nieuwe verstedelijking het aantal gereisde autokilomters in de SGE afnemen met 5,8%.”

“De jaarlijkse CO2uitstoot voor mobiliteit zijn nagenoeg gelijk voor de perspectieven Regionale Ontwikkeling en Metropool. Een woning in het Netwerkperspectief stoot jaarlijks 55kg CO2 meer uit voor reizen. Dit staat gelijk aan de jaarlijkse opnamecapaciteit van bijna 3 bomen”. * globale inschatting

87

Doorrekening Dashboard Verandering in reizigerskilometers

Veranderingen in reizigerskilometers/werkdag (%)

BEVINDINGEN: •

Er is in alle perspectieven een grote stijging in het aantal gereisde kilometers per fiets, bus en trein.

•

Afhankelijk van of de trendmatige daling in gereisde autokilometers doorzet kan de verhoogde nabijheid zorgen voor een afname in het totaal aantal autokilomters. In het Metropool en Regionale perspectief is deze daling het grootst, namelijk 5,8%.

“Er is in alle perspectieven een grote stijging in het aantal gereisde kilometers per fiets, bus en trein.’

88

Doorrekening Dashboard Verandering automobiliteit

Verandering in gereisde autokilometers Effect bestaande woningen door veranderende stedelijkheid

BEVINDINGEN: •

De nieuwe woningen in het Metropoolperspectief voegen minder autokilometers toe dan de woningen in andere perspectieven.

•

De woningen in het Regionale perspectief brengen een verandering in stedelijkheid teweeg bij meer inwoners. Dit zorgt voor een grotere daling in autokilometers.

“Bij doorzetting van de trend wordt de stijging van het aantal autokilometers door toedoen van verstedelijking gecompenseerd door de toegenomen nabijheid in de SGE. Er treedt dan netto een daling op in autokm”.

Verandering in gereisde autokilometers Effect nieuwe woningen

89

Hoofdstuk 1.5. Haalbaarheid • • •

Investerings-, exploitatie en onderhoudskosten Dekkingsmogelijkheden Ontwikkelstrategie

Inzichten en conclusies. ...

90

structuur

91

2.0.

Strategische hoofdkeuzes • Verstedelijkingsvraag • Doorontwikkeling toplocaties • Invulling aan bereikbaarheid (auto, OV, smart, fiets)

2.1.

Majeure opgaven • EikXL • Bereikbaarheid Eindhoven Noord-West • Bereikbaarheid noordoostelijk deel van de regio • Regionale Uitwerking Toekomstbeeld OV • Mobiliteitshubs • Werkgeversbenadering

H2

Ontwikkelpad 92

Hoofdstuk 2.1 Strategische hoofdkeuzes Ruimtelijk • Verstedelijkingsopgave komt voor het overgrote deel terecht in Eindhoven en Helmond • Stad wordt veel metropolitaner. • Maximaal 9.000 realiseren in Helmond • Voor verbeteren kwaliteit van de regio honderdtallen woningen per kern - met meer wordt de identiteit van het gebied aangetast • Groot deel van de verstedelijking komt terecht in Eindhoven (gekoppeld aan Veldhoven). Boven EikXL nog een 2e grote ding nodig.

Ruimte

Bereikbaarheid

Toplocaties Woondeal

Auto OV Fiets Smart

Openbaar vervoer • Bundelvariant. Kan veel sterker worden als je hem goed met het spoorsysteem verknopen. Hoe en waar is een vervolgvraag • Voor het laten slagen van hubs-concept is een behoorlijke weerstand aan bestemmingskant nodig. Dit vraagt om een parkeer- en mobiliteitsregime. Weg Volgt.. Fiets • Afhankelijk van het perspectief stijgt het aantal fietstrips met 36-41%. Fietsmaatregelen hebben derhalve een hoog no regret gehalte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9676615/1