CN Actualisatie beleidsregel kamerbewoning Helmond 2021 - Notitie beleidsregel kamerbewoning
Tekst van het document
NOTITIE OPINIECOMMISSIE 10 JUNI 2021 ‘ACTUALISATIE BELEID KLEINSCHALIGE KAMERBEWONING OP HOOFDLIJNEN’ Versie 26 mei 2021 Graag informeren wij u op hoofdlijnen over ons voornemen om de regels voor kleinschalige vormen van kamerbewoning in Helmond te actualiseren. 1. Nieuwe beleidsregel kamerbewoning gereed voor vaststelling Op dit moment zijn de regels voor kamerbewoning vastgelegd in de ‘Beleidsregel kamerverhuur 2016’. Als college van burgemeester en wethouders zijn wij voornemens om eind juni 2021, gehoord hebbende de gedachten hierover van uw gemeenteraad, de ‘Beleidsregel kamerbewoning gemeente Helmond 2021’ vast te stellen. Deze vervangt de beleidsregel uit 2016. 2. Wat is kamerbewoning? Van kamerbewoning is sprake als meerdere huishoudens in één woning of appartement wonen. Dit is het geval wanneer bewoners ervoor kiezen om samen een woning te delen, zonder dat ze een gezin – preciezer: in vast verband levende relatiepartners en personen met een bloedverwantschap tot en met de tweede graad - vormen. Denk bijvoorbeeld aan starters op de woningmarkt, arbeidsmigranten, studenten, statushouders, expats en personen die vanwege hun specifieke privésituatie kiezen voor deze huisvestingsvorm. Bij kamerbewoning worden wezenlijke voorzieningen zoals een keuken, badkamer en toilet gedeeld. Om die reden is kamerbewoning een vorm van onzelfstandige bewoning.
Vanwege dit onzelfstandige karakter onderscheidt kamerbewoning zich van reguliere bewoning en van woningsplitsing, omdat bij de laatstgenoemde bewoningsvormen elk huishouden geen wezenlijke voorzieningen met een ander huishouden deelt. 3. Waarom actualiseren regels voor kamerbewoning? Vanwege de ontwikkelingen op de woningmarkt en de behoefte aan onzelfstandige woonruimte is en blijft het wenselijk om kamerbewoning te faciliteren op plekken waar dit op een verantwoorde manier kan plaatsvinden. Tegen die achtergrond zijn er een aantal redenen om onze regels voor kamerbewoning uit 2016 te actualiseren. Vanuit het belang van leefbaarheid is het belangrijk om de regels periodiek tegen het licht te houden en waar nodig meer bij de eisen en wensen van deze tijd te brengen. Ook willen we als overheid meer grip krijgen op situaties van kamerbewoning. Ten slotte is actualisatie nodig om te voldoen aan nieuwe juridische eisen bij het verlenen van toestemming voor kamerbewoning. (a) Aandacht voor leefbaarheid Wij willen een stad zijn waar het prettig wonen is. Wij hechten daarom sterk aan het bevorderen van een prettig woon- en leefklimaat en het op peil houden van de leefbaarheid in een buurt. Die ambitie verlangt een duidelijk kader met een heldere en eigentijdse regels waaronder kamerbewoning kan plaatsvinden.
Met het op onderdelen vernieuwen van regels voor kamerbewoning bewaken we een goede ruimtelijke inpassing van kamerbewoningsinitiatieven. Daarmee wordt een ongewenste invloed op het geordend woon- en leefklimaat en de leefbaarheid in de buurt voorkomen. Bij leefbaarheid gaat de aandacht niet alleen uit naar de woonkwaliteit voor de bewoners van een kamerbewoningspand zelf, zoals een minimale oppervlakte waaraan elke te verhuren kamer moet voldoen en een minimale gebruiksoppervlakte waar het de gemeenschappelijke voorzieningen
betreft. Leefbaarheid ziet ook op de impact van kamerbewoning op de directe omgeving. Zo wordt het maximale aantal bewoners per kamerbewoningspand begrensd tot vier personen in een nietvrijstaand pand en vijf personen in een vrijstaand pand en moet elk kamerbewoningspand voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Met de nieuwe regels beoordelen we aan de hand van een leefbaarheidstoets ook intensiever dan op dit moment het geval is of een situatie van kamerbewoning leidt of kan leiden tot serieuze leefbaarheidsproblematiek in de directe omgeving van het pand. Op die manier dragen de op onderdelen aangepaste regels voor kamerbewoning bij aan een goede inpassing van initiatieven voor kamerbewoning. Het faciliteren van kamerbewoning in de stad mag immers niet ten koste gaan van het woongenot van omwonenden. (b) Meer grip op kamerbewoning De nieuwe regels voor kamerbewoning dragen bij aan ons streven om meer grip te krijgen op kamerbewoning in de stad. Het komt nog te vaak voor dat een pandeigenaar start met het verhuren van kamers zonder te beschikken over de vereiste omgevingsvergunning. In sommige gevallen gebeurt dit zelfs op plekken binnen de spreidingscirkel van een nabij gelegen kamerbewoningspand. Ook wijken aard en omvang van illegaal gestarte initiatieven niet zelden af van hetgeen maximaal kan worden vergund c.q. gelegaliseerd.
Dergelijke situaties leiden regelmatig tot meldingen over overlast, zeker wanneer de feitelijke bewoningssituatie afwijkt van hetgeen volgens de regels is toegestaan. Het behandelen van klachten en overlastmeldingen en het waar nodig inzetten van een juridisch handhavingstraject doet een aanzienlijk beroep op onze handhavingscapaciteit. De nieuwe regels voor kamerbewoning scheppen, samen met een hierop toegesneden handhavingstraject, een actueel kader waarbinnen het aantal niet vergunde situaties van kamerbewoning kan afnemen. Waar kamerbewoning meer regelconform plaatsvindt, zal ervaren overlast en het beroep op onze handhavingscapaciteit navenant afnemen. (c) Voldoen aan extra juridische eisen bij verlenen toestemming voor kamerbewoning Ten slotte is het actualiseren van de regels van kamerbewoning ook ingegeven door nieuwe juridische eisen ten aanzien van het verlenen van zogeheten ‘schaarse vergunningen’. Waarom heeft een omgevingsvergunning voor kamerbewoning een schaars karakter? In het belang van de leefbaarheid hanteren we bij kamerbewoning sinds enkele jaren een spreidingsbeleid. Ook met de nieuwe regels passen we dit beleid onverkort toe. Dit beleid houdt in dat binnen 100 meter rondom een vergund kamerbewoningspand geen tweede kamerbewoningspand mag worden geëxploiteerd.
Door kamerbewoningspanden op die manier te spreiden in de stad, voorkomen we dat situaties van kamerbewoning de leefbaarheid in een buurt teveel onder druk zet. Met de toepassing van dit spreidingsprincipe krijgt de voor kamerbewoning vereiste omgevingsvergunning een schaars karakter. Vanwege de spreidingscirkel kan immers niet meer op elke plek toestemming voor kamerbewoning worden verleend. De nieuwe regels voor kamerbewoning spelen in de op de eisen die de rechtspraak stelt aan het verdelen en verlenen van schaarse vergunningen. Dat doen we op de eerste plaats door om de vijf jaar een zogenoemde ‘tenderprocedure’ te organiseren. Dat is een procedure, waarbij we alle belangstellende verhuurders gelijktijdig in de gelegenheid stellen om binnen een aanvraagtijdvak van 4 weken een aanvraag omgevingsvergunning voor kamerbewoning in te dienen. Voor zover twee of
meer aanvragen (die voldoen aan de criteria voor kamerbewoning) vanwege het hiervoor genoemde spreidingscriterium met elkaar conflicteren, passen we op alle aanvragen het neutrale en eerlijke verdeelprincipe van de loting toe. Een loting bepaalt in dat geval welke van de conflicterende vergunningaanvragen wel en welke niet kunnen worden verleend. Het openstellen van een vijfjaarlijks terugkerende tenderprocedureprocedure is een extra stap bovenop de mogelijk voor een (belangstellende) huurder om op elk gewenst moment een omgevingsvergunning voor kamerbewoning aan te vragen. Ter voldoening aan de eisen die de rechtspraak aan schaarse vergunningen stelt, beperken we op de tweede plaats de geldigheidsduur van een omgevingsvergunning. Werd een omgevingsvergunning voor kamerbewoning voorheen voor onbepaalde tijd verleend, voortaan geldt dat deze nog slechts tijdelijk wordt verleend voor de duur van ofwel 10 jaar (indien de omgevingsvergunning is aangevraagd in het kader van een tenderprocedure) ofwel voor een kortere periode (variërend van grofweg 5,5 tot 9,5 jaar, afhankelijk van het moment waarop een buiten het kader van een tenderprocedure aangevraagde omgevingsvergunning wordt verleend).
Met deze beide noviteiten voldoen wij niet alleen aan de juridische eisen die de bestuursrechter aan het verlenen van schaarse vergunningen stelt, maar beschikken wij ook over een verdeelmethode die ons helpt kiezen tussen twee of meer conflicterende aanvragen. Ook vergemakkelijkt deze verdeelmethode onze handhavingsaanpak bij illegale kamerbewoning, zeker bij verhuurders die geen gebruik maken van de mogelijkheid om een legaliserende omgevingsvergunning aan te vragen. De extra mogelijkheid om mee te doen met een tenderprocedure neemt elke schijn van willekeur bij handhavend optreden in een concreet geval weg. 4. Vervolgtraject Wij streven ernaar om, gehoord hebbende uw gemeenteraad, de nieuwe beleidsregel voor kamerbewoning in juni 2021 vast te stellen. Dat biedt ons de mogelijkheid om direct aansluitend een uitgebreid communicatietraject over de nieuwe regels voor kamerbewoning te starten. Dit stelt (belangstellende) verhuurders vervolgens voldoende in de gelegenheid zich voor te bereiden op deelname aan de in september 2021 te starten (eerste) tenderprocedure. 5. Communicatie Wij zijn voornemens om voldoende bekendheid te geven aan de nieuwe regels voor kamerbewoning. Naast de gebruikelijke, wettelijk vereiste bekendmaking van de eind juni 2021 vast te stellen beleidsregel, sturen wij aan uw raad een raadsinformatiebrief (RIB).
Ook hebben wij op de gemeentelijke website een speciale themapagina over het onderwerp kamerbewoning ontwikkeld. Die pagina brengt overzichtelijk de nieuwe regels voor kamerbewoning in beeld, maakt relevante beleidsstukken direct raadpleegbaar en bevat alle informatie over de in september 2021 te starten tenderprocedure. In de aanloop naar de start van deze eerste tenderprocedure sturen wij alle pandeigenaren van wie wij vermoeden dat zij mogelijk kamers verhuren zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning een brief met informatie over de mogelijkheid tot deelname aan de tenderprocedure. Ten slotte zullen wij ook in de pers de nodige bekendheid geven aan de nieuwe regels voor kamerbewoning.