Beantwoording technische vragen (VVD) raadsvoorstel Verordening rechtspositie raads- en commissieleden - 31 mei 2023
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen VVD Helmond bij Raadsvoorstel Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Helmond 2023 De VVD-fractie heeft met veel interesse kennisgenomen van het voorstel voor de Verordening rechtspositiebesluit raads- en commissieleden Helmond 2023. Omdat de VVDfractie groot voorstander is van een verordening die ook juridisch kloppend is, hebben we enkele technische vragen. Voorstel voor de verordening In de concernplanning d.d. 02-03-2023 staat bij bespreking van dit voorstel als bestuurder onze burgemeester genoemd. Reactie: het is technische niet anders mogelijk dan in de concernplanning een collegelid te noemen. In dit geval hebben we gekozen voor de burgemeester vanwege het voorzitterschap van de raad. Het voorstel lijkt, gezien de eerste alinea van het raadsvoorstel, te komen van het fractievoorzittersoverleg. Dit gremium heeft echter géén (beslissing)bevoegdheid om dit soort voorstellen aan de raad te doen. Op grond van de Gemeentewet en ons lokale Reglement van orde komt het recht om voorstellen te doen slechts toe aan het college (art. 160 lid 1 Gemeentewet resp. art. 41 Reglement van orde) en individuele raadsleden (art. 147a Gemeentewet resp. art. 40 Reglement van orde). Daarmee is dan ook duidelijk wie verantwoordelijk is voor het voorstel en wie dus vragen kan beantwoorden.
Overigens is bij de taken van het fractievoorzittersoverleg evenmin bepaald dat het overleg deze bevoegdheid zou hebben (art. 5 Reglement van orde), nog los van de vraag of dat op grond van de Gemeentewet zou mogen. In de gemeentewet staat dat het college (160 lid 1 Gemeentewet) en een raadslid (147a lid 1 Gemeentewet) aan de raad voorstellen kunnen doen, maar ook andere gremia. Zo kan de griffier ook voorstellen opstellen, denk bijvoorbeeld aan benoemingen en ‘raadseigen’ producten. Deze komen pas op de agenda als dit door de agendacommissie toegestaan wordt en er bij de fractievoorzitters draagvlak voor is. 1.)
Wie is de indiener van dit voorstel en zal het voorstel tijdens de commissie- en raadsbehandeling verdedigen? Ervan uitgaande dat de raad over haar eigen rechtspositie gaat, komt er geen voorstel van het college en zal het college een voorstel ook niet verdedigen. Het voorstel zal pas richting raadsbehandeling gaan, als de fractievoorzitters het vrijgeven. Met de waarnemend voorzitter van de raad is afgesproken dat zij het voorstel zal verdedigen.
Artikel 2 2.) In de bijlage van de verordening worden bedragen genoemd die afwijkend zijn van de landelijke regelgeving. Waar zijn deze bedragen op gebaseerd? Wij hebben voor de verblijfskosten aangesloten bij de bedragen die gelden voor de medewerkers van de gemeente Helmond. Deze zijn gebaseerd op de Reisregeling Binnenland en Reisregeling Buitenland die is opgenomen in de CAO Rijk. Echter de bedragen waren (helaas) nog niet aangepast aan de geïndexeerde bedragen van genoemde regeling. 3.)
1
Is het niet efficiënter om te verwijzen naar de landelijke regelgeving (Reisregeling Binnenland en Reisregeling Buitenland is opgenomen in de CAO Rijk1) zodat bij indexatie van deze bedragen onze verordening niet direct gewijzigd hoeft te worden?
https://www.caorijk.nl/cao-rijk/hoofdstuk-10/dienstreizen-binnenland
Dat is bij de gemeente Helmond al staand beleid. Zoals bij vraag 2 aangegeven had de indexering nog plaats moeten vinden.. 4.)
Hoe wordt omgegaan met de vergoeding met terugwerkende kracht gezien eerdere declaraties voor reiskosten (waaronder extern) niet in behandeling zijn genomen? Het concept artikel 2 is een grotendeels bestaand artikel. M.a.w. reizen buiten de gemeente konden al gedeclareerd worden. Voor zover bekend zijn er geen declaraties buiten behandeling gesteld. Artikel 3 Gemeenteraadsleden én burgercommissieleden hebben ten laste van de gemeente recht op een vergoeding van de reiskosten die zij maken bij het vervullen van hun politieke ambt. De meeste fracties hebben ter voorbereiding 2-wekelijks fractievergaderingen alsmede andersoortige activiteiten. 5.) Kunt u ter verduidelijking een overzicht maken van declarabele en niet declarabele activiteiten voor raadsleden alsmede een overzicht voor burgercommissieleden2? Voorbeelden zijn fractievergaderingen en zakelijke werkbezoeken die vanuit de fractie zijn geïnitieerd (niet zijnde verkiezingsactiviteiten), activiteiten georganiseerd door de gemeente of haar partners waarvoor raadsleden & commissieleden schriftelijk zijn uitgenodigd, activiteiten waarover een provinciaal orgaan tot deelname heeft besloten. Het gaat om onkosten binnen de gemeente gemaakt in de uitoefening van de functie (en dus inderdaad niet zijnde verkiezingsactiviteiten of partij gerelateerde activiteiten (zoals b.v. ledenvergaderingen).
Het is niet mogelijk een limitatief overzicht te maken, maar de door u genoemde bijeenkomsten vallen er in beginsel onder (m.u.v. wellicht de laatstgenoemde omdat niet helder is wat daarmee bedoeld wordt). Uiteraard kan bij twijfel altijd overlegd worden met de Raadsgriffie. Artikel 4 In artikel 4 van het voorstel wordt de toelage geregeld voor de deelneming van raadsleden aan zwaardere commissies. In het Rechtspositiebesluit decentrale ambtsdragers is aangegeven dat deze vergoedingen bij verordening van de raad moeten worden vastgesteld. Artikel 3.1.4 geeft voor bijzondere commissies daarbij het maximum van € 133,82 per maand. Dat bedrag is in de verordening opgenomen. Er staat als opmerking bij dat dit bedrag in het Rechtspositiebesluit is bepaald, maar dat is niet waar. Het Rechtspositiebesluit noemt dit bedrag expliciet als maximum. Correcte opmerkingen. In het voorstel en in de opmerking bij de verordeningstekst aangepast. 6.) Welk bedrag wordt gehanteerd in gemeenten die qua omvang en werkzaamheden vergelijkbaar zijn met Helmond? Dat hebben we niet onderzocht. Wat is de motivatie om voor het maximum te gaan? Het bedrag lijkt alleszins redelijk, met name om extra functies ook aantrekkelijk te maken. Maar het is aan de raad om eventueel een lager bedrag op te nemen. Voor een onderzoekscommissie geldt ook dat een aanvullende vergoeding wordt verleend.
Hier is gekozen voor het dubbele van de vergoeding bij een bijzondere commissie, te weten € 267,64 per maand. Artikel 3.1.3 van het Rechtspositiebesluit geeft een maximum van €
2
https://brainps.brabant.nl/handboek-ps/vergoeding-reis-en-verblijfkosten
5006,28 per jaar.3 Wanneer je dat omrekent per maand is dat dus € 417,19, nog los van het feit dat er natuurlijk niet altijd een looptijd van een jaar is. 7.) Welk bedrag wordt gehanteerd in gemeenten die qua omvang en werkzaamheden vergelijkbaar zijn met Helmond? Dat hebben we niet onderzocht. Wat is de motivatie om voor het voorgestelde bedrag te gaan? Dit is naar inschatting een zwaardere functie dan de eerder genoemde functie. Het bedrag lijkt alleszins redelijk, met name om extra functies ook aantrekkelijk te maken. Maar het is aan de raad om eventueel een lager bedrag op te nemen. Artikel 6 In artikel 6 wordt de griffier bevoegd gemaakt te beslissen over opleidingsverzoeken van raadsleden. Hoewel de VVD de praktische benadering onderschrijft, vergt dit wel goede afspraken. De griffier is de belangrijkste ondersteuner, adviseur én werknemer van de raad. Een werknemer en adviseur die mag oordelen over verzoeken van zijn werkgever, kan de griffier in een onwenselijke positie brengen, omdat hij zo mee het politieke in gesleept kan worden. Nog los van de vraag of de griffier juridisch gezien bevoegd kan worden gemaakt anders dan via een mandaat van de raad (waarbij de raad dus verantwoordelijk en beslisbevoegd blijft) De bevoegdheid is bij verordening bij de Griffier neergelegd. Bij nader inzien is de term mandaat niet correct. Dit is in de tekst gecorrigeerd. 8.)
Wanneer de griffier bevoegd wordt gemaakt, hoe legt de griffier dan verantwoordelijkheid af aan de raad? Het is niet de bedoeling de griffier verantwoording af te laten leggen aan de gemeenteraad. Er is gekozen voor een praktische regeling om zodoende de raad hier niet mee te belasten. Enerzijds heeft de raad het druk genoeg, anderzijds moet een beslissing niet politiek zijn. Aangezien de raad periodiek vergadert, zal besluitvorming door de griffier voortvarender geschieden. 9.) Wat kan een raadslid doen bij een negatief besluit van de griffier? Bij verschil van mening zal de Raadsgriffie in overleg treden met de aanvrager. Daarbij wordt dan de onderbouwing uitgewisseld om in goed overleg tot een besluit te komen. Omdat niet uitgesloten kan worden dat er verschil van mening blijft bestaan, kan het verzoek dan aan het Fractievoorzittersoverleg voorgelegd worden. Raadsvoorstel en verordeningstekst is hierop aangepast. 10.) Wat is de afweging om de griffier in plaats van bijvoorbeeld de voorzitter, die als burgemeester ook moet waken voor de bestuurlijke integriteit én die ter verantwoording kan worden geroepen, deze taak toe te bedelen? Zie antwoord onder 8. Ook de burgemeester willen we hiermee niet belasten. Met het noemen van ‘bestuurlijke integriteit’ en ‘ter verantwoording roepen’ wordt de beoordeling door de griffier wel erg zwaar aangezet.
Indien de griffier het vertrouwen wordt gegeven door de raad, kan dat desgewenst na verloop van tijd geëvalueerd worden. 11.) In de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is geen limiet gekoppeld aan scholing. Op wiens initiatief zijn opleidingen gelimiteerd in de concept verordening? Op initiatief van de Raadsgriffie om budgettair geen open-eind regeling te krijgen.
3
Het artikel spreekt van maximaal 3 maal de maandelijkse vergoeding van het raadslid, voor Helmond is dat € 1.668,76 per maand.
12.) Waarop zijn deze bedragen gebaseerd en is daarbij ook gekeken naar wat marktconforme prijzen zijn voor trainingen voor raads- en/of commissieleden? Er is inderdaad gekeken naar cursussen en trainingen in de markt, waarbij we ons beseffen dat niet gekozen kan worden voor dure en langdurige cursussen c.q. opleidingen. Tot op heden is er ook zelden vraag geweest naar scholing/opleiding, waardoor er ook voorzichtig begroot is. Maar het is aan de raad om eventueel andere bedragen op te nemen. Overigens biedt ook de Helmond Academie cursussen en trainingen. Het aanbod van de Helmond Academie wordt niet verrekend via het jaarlijkse individuele budget. Ook gezamenlijke trainingen die de raad wenselijk vindt, worden niet met dit budget verrekend. 13.) Is het juridisch mogelijk om niet genuttigd opleidingsbudget door te schuiven naar het jaar erop? Nee, dat is niet mogelijk. Begrote bedragen en de afrekening ervan loopt via de reguliere begroting. Resterend budget valt terug in de algemene middelen.
14.) Welk bedrag wordt gehanteerd in de provincie danwel gemeenten die qua omvang en werkzaamheden vergelijkbaar zijn met Helmond? Gelet op uw opmerkingen over de hoogte van bedragen hebben we een klein onderzoekje verricht naar bedragen van andere gemeenten die in de desbetreffende rechtspositieverordeningen zijn opgenomen: Haarlemmermeer (162.000 inw.): € 750 per raadslid of commissielid Maastricht (122.000 inw.): € 1000 per raadslid of burgercommissielid Dordrecht (121.000 inw.): € 500 per raadslid of commissielid Alphen aan de Rijn (114.000 inw.): € 800 per raadslid en € 600 per commissielid Heerlen (93.000 inw.): € 600 per raadslid of commissielid (maximaal € 2500 fractie) Roosendaal (77.000 inw.): € 3000 per raadslid of commissielid voor de hele raadsperiode Voorne aan zee (74.000 inw.): € 500 per raadslid en € 250 per commissielid Lelystad (70.000 inw.): € 1000 per raadslid Stichtse Vecht (64.000 inw.): € 250 per raadslid of commissielid Artikel 9 Aan artikel 9 wordt een nieuw lid toegevoegd dat beperkingen stelt aan de vergoedingen voor burgercommissieleden. Naar het oordeel van de VVD-fractie gaat het hierbij om een beperking die in strijd is met de Gemeentewet en met het Rechtspositiebesluit. Het meegezonden VNG-advies geeft geen uitsluitsel over deze vraag. Het advies van de juridisch adviseur kan toch niet gezien worden als een juridisch advies.
Er is geen enkele sprake van een onderbouwing anders dan dat deze adviseur verwijst naar eigen werk bij andere gemeenten. Als raadsleden kunnen wij dit niet beoordelen op deze manier. Wij hebben eerder gereageerd op het verzoek om voor dezelfde commissieavond 2x een vergoeding te krijgen indien je in 2 van de parallelle raadscommissies aanwezig bent geweest. Wij gaven aan dat we dit nooit doen en dat dit ook niet eerder aan de orde is geweest. Het is ook niet logisch omdat er dan verschil ontstaat tussen iemand die de hele avond of een groot deel van de avond vergadert in 1 commissie en iemand die van de ene naar de andere commissie over stapt (en wellicht ook korter vergadert). Wij zijn van oordeel dat gelet op het Rechtspositiebesluit ‘per bijgewoonde vergadering’ kan worden geïnterpreteerd als ‘per bijgewoonde vergaderavond’ en dat dus niet voor vergaderingen op dezelfde dag en tegelijkertijd, 2 keer vergadervergoeding wordt verstrekt. Om dit te verduidelijken is hiervoor een aparte bepaling (artikel 9, lid 2) opgenomen. Gelet op uw opmerkingen hebben wij – naast de reeds in de bijlagen (3.a en 3.b) opgenomen reacties van de VNG en Schuwer Opleiding & Advies – advies gevraagd van Capra Advocaten.
Capra onderschrijft hiervoor genoemd oordeel. Capra adviseert wel artikel 9 iets aan te passen. Dit hebben we overgenomen in de verordeningstekst. Het advies is opgenomen in bijlage 3.c. 15.) Hoe luidt de opdracht aan en het volledige, juridisch onderbouwde, advies van de juridisch adviseur? Wij zullen de integrale emailwisseling toevoegen (bijlage 3.a). 16.) Waarom is geen advies opgevraagd – zoals verzocht door de VVD-fractie – bij de Nederlandse vereniging voor Raadsleden? Verzoek alsnog dit advies op te vragen en toe te voegen. Wij vonden een 2-tal adviezen op zich voldoende. N.a.v. uw vragen hebben wij advies gevraagd van Capra Advocaten dat o.a. gespecialiseerd is in rechtspositionele vraagstukken. Bij de Verordening op de raadscommissies Helmond 2018 zijn vier raadscommissies ingesteld, met ieder hun eigen taken en verantwoordelijkheden (art. 2 Verordening). En het gaat hier ook niet om commissies uit de raad, zoals bij commissie van de Tweede Kamer of Eerste Kamer wel is, maar om aparte bestuursorganen. 17.) Kunt u bevestigen dat het om 4 afzonderlijke commissies gaat, die dus ieder hun eigen voorzitter, agenda en vergadering hebben? Zo niet, op welke wetsartikelen en wetsuitleg baseert u uw oordeel dan? Wij kunnen dit bevestigen. Vervolgens zijn alle commissieleden benoemd in alle vier de commissies (art. 4 Verordening).
Onder commissieleden worden hier dan verstaan raadsleden én burgercommissieleden. Iedere raadscommissie is dus formeel een apart orgaan met ieder zijn eigen voorzitter, agenda, vergadering enz. Dat vergaderingen tegelijkertijd worden gehouden maakt dat niet anders. De systematiek van gelijktijdige vergaderingen maakt dus dat één commissielid kan wisselen tussen vergaderingen van de vier commissies, ook als die gelijktijdig plaatsvinden. Dat is een bewuste keuze van de raad geweest bij de invoering van de verordening. 18.) Kunt u bevestigen dat het een expliciete keuze van de raad is geweest om steeds twee commissies parallel te laten vergaderen waarbij dus de mogelijkheid ontstaat dat een raadslid of burgercommissielid bij beide vergaderingen deels betrokken is? Wij kunnen dit bevestigen. Een commissielid krijgt op grond van artikel 96 Gemeentewet betaald per bijgewoonde vergadering van de commissie. Voor het recht op vergoeding van het commissielid gelden dus twee eisen: (1) er moet sprake zijn van een vergadering van de commissie en (2) het commissielid moet die vergadering daadwerkelijk hebben bijgewoond. Wat onder deze criteria exact moet worden verstaan wordt niet nader uitgewerkt in de Gemeentewet zelf. Daarvoor moet dus gekeken worden naar de bedoelingen van de wetgever, de wetssystematiek e.d.
Ook kan gekeken worden naar de betekenis van ‘vergadering van de commissie’ in andere artikelen, zoals bijvoorbeeld artikel 82 lid 5 Gemeentewet of artikel 83 lid 5 Gemeentewet. Over die laatste artikelen bestaat ook jurisprudentie waarin is bepaald wanneer sprake is van een formele vergadering (i.r.t. de immuniteit van raads- en commissieleden). Het moet dan gaan om een vergadering van de commissie die aan alle formele vereisten voldoet: er is een voorzitter, een notulist, waarbij formeel tot de vergadering is opgeroepen met een agenda e.d.4 De commissievergaderingen in Helmond voldoen wél aan al die eisen. 4
Hof Den Haag 8 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2416, zoals bekrachtigd door de Hoge Raad in het arrest van 16 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:883.
19.) Deelt u de mening dat de vergaderingen van de Helmondse raadscommissies aan alle formele vereisten voldoen die de Gemeentewet en het Reglement van orde stellen voor een formele vergadering? Zo niet, aan welke vereisten wordt niet voldaan? Wij delen deze mening. 20.) Deelt u de mening dat wanneer twee raadscommissies tegelijkertijd vergaderen in aparte zalen dat het dan om twee formeel gescheiden vergaderingen gaat? Zo niet, op welke wettelijke bepalingen baseert u uw oordeel dan? Wij delen deze mening. Als er op één avond dus twee formele vergaderingen zijn, en het commissielid woont beide vergaderingen bij, dan geldt er dus simpelweg een vergoeding voor beide vergaderingen. De Gemeentewet noch het Rechtspositiebesluit geeft de gemeenteraad de mogelijkheid daarvan af te wijken. Ook het uitleggen van de begrippen in de verordening op een andere wijze dan in de hogere regelingen is niet toegestaan (vgl. aanw. 3.4 van de Aanwijzingen voor de regelgeving). Willen we dat als raad voorkomen dan moet het dus onmogelijk worden gemaakt dat een raadslid of burgercommissielid in twee commissies zitting kan hebben. 21.) Deelt u de mening dat het om 4 afzonderlijke commissies gaat, die dus ieder hun eigen voorzitter, agenda en vergadering hebben? Wij delen deze mening zoals eerder gesteld.
Echter wij zijn het niet eens met de zin: ‘Als er op één avond dus twee formele vergaderingen zijn, en het commissielid woont beide vergaderingen bij, dan geldt er dus simpelweg een vergoeding voor beide vergaderingen. De Gemeentewet noch het Rechtspositiebesluit geeft de gemeenteraad de mogelijkheid daarvan af te wijken.’ Wij verwijzen opnieuw naar de ingewonnen adviezen. Voor andersoortige gemeentelijke bijeenkomsten als informatie- en podiumbijeenkomsten zullen dus concrete afspraken moeten worden gemaakt over het wel of niet vergoedingen van burgercommissieleden. Belangrijk uitgangspunt hierin is dat deze vergaderingen optioneel zijn en niet een vervanging zijn van de opiniecommissie of adviescommissie. Het zijn anders gezegd géén formele commissievergaderingen (anders dan de in het Reglement geregelde themabijeenkomsten en hoorzittingen). In de vergadering van het fractievoorzittersoverleg staat: “Aan de fractievoorzitters de vraag of er teruggegaan wordt naar enkel het vergoeden van commissievergaderingen of dat u per verordening de mogelijkheid wil creëren om ook voor andersoortige bijeenkomsten vergoedingen aan burgercommissieleden te verstrekken. Als u dit laatste wenst, dan zal hiervoor toestemming aan de provincie gevraagd moeten worden.
Dat geldt namelijk voor elke vergoeding die de gemeente wenst te betalen aan raadsleden en burgercommissieleden die niet in het rechtspositiebesluit geregeld zijn.” Deze materie ligt niet voor in de concept-verordening maar is een ander discussiepunt dat op de agenda van het Fractievoorzittersoverleg staat. Deze discussie zal separaat gevoerd worden. Vragen 22 en 23 zullen om die reden hier niet beantwoord worden. 22.) Waarop baseert u dat toestemming gevraagd moet worden aan de provincie of dat er überhaupt ruimte is voor aanvullende vergoedingen? Artikel 99 Gemeentewet lijkt aanvullende vergoedingen geheel uit te sluiten.5 23.) Wat is de motivatie om voor voorgestelde werkwijze van vergoeding burgercommissieleden te gaan en hoe wordt hiermee omgegaan in de provincie dan wel gemeenten die qua omvang en werkzaamheden vergelijkbaar zijn met Helmond? Bijlage reis- en verblijfskosten
5
Vgl. HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX9023.
24.) Hoe wordt omgegaan met de vergoeding met terugwerkende kracht voor externe reiskosten vanaf ingangsdatum van het rechtspositiebesluit d.d. 10 juli 2021, gezien eerdere declaraties niet in behandeling zijn genomen? Zie antwoord op vraag 4. 25.) In de bijlage wordt geen onderscheid gemaakt tussen raads- & burgercommissieleden. Dit terwijl raadsleden o.a. ook deelnemen in raadsvergaderingen en burgercommissieleden niet. Waarom is er geen onderscheid gemaakt in het voorstel? Omdat burgercommissieleden wellicht weer andere bijeenkomsten bijwonen is er gekozen voor een eenvoudig eenduidig systeem. Indien de fractievoorzitters vinden dat wel differentiatie moet plaatsvinden, kunnen ze daartoe besluiten. 26.) In het voorstel vraagt u aan het fractievoorzittersoverleg om te besluiten over de wettelijke rechtspositie. Deelt u de mening dat het aan het raadslid is om te kiezen voor de wijze van vergoeding voor terugwerkende kracht: op basis van declaraties met terugwerkende kracht, vaste vergoeding of geen uitbetaling, echter dat het uitgangspunt kan zijn een vaste vergoeding? Er is voor een praktische oplossing gekozen. Op basis van declaraties is zowel voor het raads-/burgercommissielid als voor de financiële administratie erg arbeidsintensief. Voor een deel – andere reizen dan naar Boscotondo – is dat waarschijnlijk niet meer te reproduceren, laat staan te controleren.
27.) Volgens welk principe worden besluiten genomen in het fractievoorzittersoverleg: op basis van fractiegrootte of one-man-one-vote? En op basis van welke bevoegdheid beslist het fractievoorzittersoverleg? Er is sprake van op consensus gerichte afspraken/besluiten. Indien al sprake is van stemming dan is geen sprake van gewogen stemming. 28.) Is de gemeente Helmond lid van de Nederlandse vereniging voor raadsleden? Hoe wordt omgegaan met individuele contributie van een beroepsvereniging? De gemeente is lid van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. Wij gaan met de individuele contributie van een beroepsvereniging om conform artikel 3.3.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers: ‘Indien een raadslid, een wethouder of de burgemeester als zodanig lid is van een voor ieder raadslid, iedere wethouder of iedere burgemeester toegankelijke, landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging van de functie van raadslid, wethouder of burgemeester ten doel heeft of mede ten doel heeft, wordt de contributie van die beroepsvereniging ten laste van de gemeente vergoed, tenzij het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de activiteiten van de vereniging onvoldoende invulling geven aan het in de eerste volzin bedoelde doel.’
Namens de VVD-fractie Joyce Willems-Kardol & Rob de Greef