Beantwoording Technische vragen Voorjaarsnota 2024
Tekst van het document
Voorjaarsnota 2024 Technische vragen Hieronder treft u de technische vragen van de Voorjaarsnota 2024. De vragen zijn gesteld door de fracties: D66, GroenLinks en Helder helmond *Algemeen* Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
1
Op pagina 3: In de voorjaarsnota wordt gesproken over minder financiële ruimte, en Fractie: kostenstijgingen in het sociaal domein. Helder Helmond Op pagina 4 van de voorjaarsnota wordt gesproken over de toenemende druk op de sociale voorzieningen terwijl op pagina 9 wordt aangegeven dat de extra woningbouw mede gepland is vanwege de arbeidskrachten die in de Brainport regio komen werken, dit geeft ook extra druk op het sociaal domein en de sociale voorzieningen. Vraag: Is er een financieel overzicht gemaakt wat dit betekend voor toekomstige begrotingen. Antwoord: Binnen het sociaal domein is een meerjarenprognose opgesteld op basis van de ontwikkelingen die we op dit moment kunnen inschatten, waaronder de toename van de kosten voor jeugdhulp en de druk op de Wmo onder meer vanwege de vergrijzing. Met externe factoren, die sowieso inherent zijn aan het sociaal domein, is in de prognose niet direct rekening gehouden aangezien dit lastig te kwantificeren is. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
2
Op pagina 4: In de voorjaarsnota wordt gesproken over passende woonruimte voor Fractie: ouderen. Helder Helmond Vragen: a. Wordt er bij de uitbreiding van de woningvoorraad rekening gehouden met de bouw van betaalbare woningen die geschikt zijn voor onze ouderen? b. Zo ja, wat is het exacte percentage op de te bouwen woningen? Antwoorden: Ja. Zie woonvisie die de gemeenteraad op 12 maart 2024 heeft vastgesteld. Van 33% van de voorziene productie hebben we in de woningbouwmonitor op dit moment scherp dat het om levensloopbestendige woningen of om zorgwoningen gaat. Voor een aantal grote ontwikkelingen dient het exacte woningtype nog nader ingevuld te worden, dus dit percentage zal naar verwachting verder oplopen. Ter aanvulling: op dit moment is van de woningbouwplannen in de periode 2024-2040 65% een appartement. Merendeel van de appartementen zal met lift worden gebouwd, maar niet alles. Aan de andere kant: ook worden er eengezinswoningen gebouwd die wel levensloopbestendig zijn (alle vitale woonfuncties op de begane grond).
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
3
Op pagina 8 1.1: In de voorjaarsnota wordt gesproken over een afnemend en zelfs negatief geboortesaldo in 2023. Onze Helmondse jongeren moeten steeds langer wachten op een betaalbare woning waarin ze kunnen starten met hun toekomst en daarmee de start van een eigen gezin. Vragen: a. Wordt er bij de uitbreiding van de woningvoorraad rekening gehouden met de bouw van meer sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen voor starters? b. Zo ja, wat is het exacte percentage op de te bouwen woningen.
Fractie: Helder Helmond
1
Antwoorden: 4a. Ja. Zie woonvisie die de gemeenteraad op 12 maart 2024 heeft vastgesteld. 4b. We sturen op basis van deze visie in de nieuwbouw op 70% van de nieuwe woningen in de zogenaamde ‘gouden driehoek’: sociale huur, middenhuur en koop tot € 390.000 (betaalbaar volgens de definitie van de rijksoverheid/woondeal). In de voorziene woningbouwproductie in de woningbouwmonitor voor Helmond zien we dat het aandeel in de gouden driehoek op dit moment 78% bedraagt. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
4
Op pagina 9: Infrastructuur en Woningbouw Fractie: Vragen: Helder Helmond a. Helmond groeit snel en er zijn investeringen nodig in voorzieningen. Kunt u aangeven hoeveel nieuwe woningen er gepland staan tot 2025 en hoe deze plannen aansluiten bij de infrastructuur en beschikbare voorzieningen?" b. Zijn er specifieke plannen om de wachttijden voor woningzoekenden te verkorten, en zo ja, welke maatregelen worden daarvoor genomen? Antwoorden: a. In 2024 verwachten we nu 409 woningen op te leveren. Deze woningen betreffen grotendeels inbreidingslocaties in de stad (grotere ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld aan de Europaweg en Oranjekade, plus diverse kleinere locaties), aansluitend op bestaande infrastructuur en voorzieningen. b. Ja, zie woonvisie die de gemeenteraad op 12 maart 2024 heeft vastgesteld. En vraag 4 om meer betaalbaar woningaanbod in de stad te krijgen. We zetten in op de bouw van meer sociale huurwoningen en de versnelling daarvan met de corporaties – bijvoorbeeld met de WoonSt-woningen (gezamenlijke inkoop door de regionale corporaties). Helmondse corporaties verloten woningen om woningzoekenden zonder veel inschrijfduur (zoals jongeren) te kunnen helpen. Ook hanteren de Helmondse woningcorporaties een regeling om doorstroming van 65+-ers naar gelijkvloerse woningen te stimuleren.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
5
Op pagina 18: In Hoofdstuk 1.3 Hoofdopgave 2: een duurzame en leefbare stad, waarin iedereen profiteert van duurzame energie, een fijne groene woonomgeving en waarin we klimaatveranderingen de baas zijn.
Fractie: D66
Staat op bladzijde 19, onder het kopje “Anders verplaatsen, andere mobiliteit”: “… dat we de auto zoveel mogelijk laten staan en meer kiezen voor fietsen, lopen en Openbaar Vervoer.” Hierbij wordt verwezen naar de eindrapportage van “Behoefte onderzoek Openbaar toegankelijk Vervoer in Helmond” van 14 december 2022 naar aanleiding van een motie van 9 november 2021. Vragen: a. Wat is/wordt er gedaan met de aanbevelingen in dit rapport? Met andere woorden, welke maatregelen zijn er n.a.v. dit rapport genomen. b. Welke maatregelen/mobiliteitsoplossingen kunnen we nog verwachten? Antwoorden: a. De resultaten van dit onderzoek zijn (en worden) meegenomen bij beleidsmatige uitwerkingen, zoals de Mobiliteitsvisie Helmond 2040 (vastgesteld najaar 2023) en de op te stellen strategie openbaar vervoer Helmond (in 2024/2025). Ook (boven)regionaal zet Helmond in op beter openbaar vervoer,
2
waarbij we ook gebruik maken van deze onderzoeksresultaten. De gemeente Helmond gebruikt de onderzoeksresultaten ook als input bij projecten. Binnen het regionale programma Brainport Bereikbaar werkt de gemeente samen met de provincie Noord-Brabant aan de introductie/ verbeteren van flexibel vraagafhankelijk openbaar vervoer. Dit onderzoek maakt hier onderdeel van uit. b. Op 31 oktober 2023 is door uw gemeenteraad de Mobiliteitsvisie helmond 2040 vastgesteld. Het anders denken over mobiliteit en het anders gaan verplaatsen staat daar centraal. De actieve mobiliteit (lopen/fietsen) staat op één, Openbaar Vervoer en deelmobiliteit moeten een goed alternatief gaan vormen. Het gebruik van de auto willen we terugdringen en anders door of om de stad leiden. Om dit te realiseren zijn maatregelen nodig voor alle vervoerswijzen in de stad. Denk hierbij aan de verder aanleg van fietspaden, het verhogen van de treinfrequentie en het bieden van nieuwe vormen van openbaar vervoer en deelmobiliteit, het verder invoeren van 30 km-zones, het autoluw maken van het centrum en het ge- of omleiden van (regionaal) verkeer naar de (zuidelijke randen van de stad. Daarbij gaat het niet alleen om infrastructurele projecten maar ook om bewustwording en gedragsaanpassing bij de weggebruiker.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
6
Op pagina 18: Duurzaamheid en Leefbaarheid Fractie: Vragen: Helder Helmond a. De gemeente zet in op duurzaamheid en klimaatadaptatie. Hoe worden de nieuwe bouwprojecten hierop afgestemd en welke concrete duurzaamheidsdoelstellingen zijn er voor de komende jaren? b. Hoe worden verhoogde uitgaven (duurdere materialen) of verminderde inkomsten (lagere grondtransacties) hierin meegewogen? Antwoorden: a. Als onderdeel het klimaatakkoord van het Ambitieakkoord 2022-2026 streeft de gemeente Helmond ernaar om in 2035 klimaatneutraal en in 2050 klimaatbestendig te zijn. Om de doelstelling klimaatneutraal in 2035 te realiseren, moeten alle gebouwen van de gemeente Helmond verduurzaamd worden. Voor het gehele IVP (zoals gepresenteerd op pagina 45 van de VJN) zullen nog keuzes gemaakt worden in voorbereiding van de programmabegroting 2025-2028. Ook wordt er gekeken welke besparingen mogelijk zijn. b. In de grondprijzen zoals opgenomen in de grondprijzenbrief worden de gestelde (duurzaamheids)eisen conform het bouwbesluit meegenomen. Jaarlijks vragen we een onafhankelijk taxateur om voor ons de marktconforme grondprijzen in beeld te brengen. Vanuit wet- en regelgeving mogen we als gemeente geen hogere eisen stellen dan het bouwbesluit voorschrijft. Wel mogen we hogere (duurzaamheids)eisen vragen. Op het moment dat hier sprake van is wordt ook de financiële impact in beeld gebracht.
Duurzaamheidsmaatregelen kunnen een positief effect hebben op de verkoopprijs van een woning; een koper is mogelijk bereid meer te betalen voor een energiezuinige woning dan voor een niet energiezuinige woning. Daarnaast zijn aan duurzaamheidsmaatregelen mogelijk ook hogere kosten verbonden. Het resultaat van de kosten minus de opbrengsten is de grondwaarde. Beide elementen hebben hier dus invloed op. In hoeverre het ene opweegt tegen het andere wordt uiteindelijk door de markt bepaald.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
7
Op pagina 29: We lezen heel veel over digitalisering en ICT in de voorjaarsnota. Er lijkt vooral een focus te liggen op technologie en systemen. Veel minder focus ligt er op ketenintegratie, van ruwe data waardevolle informatie maken en procesverbeteringen. Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij de organisatie om op
Fractie: GroenLinks
3
het juiste moment, de juiste informatie aan de juiste mensen te presenteren. Een focus op systemen gaat hier (te) weinig aan bijdragen. Vraag: Hoe kan de gemeente garanderen dat de (grote) investeringen in ICT en digitalisering wel ten goede komen aan een passende, veilige en betrouwbare informatievoorziening? Antwoord: Als we de indruk wekken dat we vooral focussen op systemen en applicaties dan hebben we dat niet duidelijk opgeschreven. De focus ligt juist op het verbeteren van onze processen en ketenintegratie. Dat geldt voor onze dienstverlening waarmee we de stad met juiste, betrouwbare en beschermde data willen bedienen. Ook voor onze interne beheer, onderhoud en verbeteringen werken we langs processen om veranderingen gecontroleerd door te voeren. We werken ook hiermee aan betrouwbaarheid (juiste gegevens en dus bescherming tegen fouten) en veiligheid (bescherming tegen cybercrime). Wat we hier noemen zijn overigens organisatie brede verantwoordelijkheden, waarbij IT een belangrijke rol speelt. In de voorjaarsnota focussen wij, op genoemde bladzijden (29 en volgende), wat dit dan betekent voor digitalisering en systemen. Mogelijk ontstaat daardoor het beeld dat de focus te veel op systemen is ingericht. Samengevat: onze aanpak is altijd gericht op wat nodig in de dienstverlening (bijvoorbeeld data en serviceprocessen).
Welke eisen daaraan worden gesteld? De “laatste”stap is dan antwoord op de vraag; Welke digitale ondersteuning is daar dan voor nodig?
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
8
Op pagina’s 29 en 30: In de plannen omtrent digitalisering, wordt er gesproken over Fractie: het verbeteren van de digitale dienstverlening. GroenLinks Vragen: a. Maar hoe garandeert de gemeente dat deze ontwikkelingen inclusief zijn en toegankelijk voor alle inwoners, inclusief degenen zonder toegang tot digitale middelen of de benodigde digitale vaardigheden? b. Zijn hier nog investeringen voor opgenomen? Antwoorden: Ad a). De gemeente is er voor al haar inwoners. Degenen die niet beschikken over digitale middelen of vaardigheden kunnen op andere manieren met de gemeente in contact komen en zakendoen. Zoals via balie en telefoon. Dat blijft zo. Voor degenen die wel de digitale middelen hebben, is ons streven om de dienstverlening digitaal zo eenvoudig mogelijk te maken. In de ideale situatie willen we iedereen die graag gebruik gemaakt van digitaal zoveel mogelijk via digitale kanalen bedienen. We houden daarmee zoveel mogelijk tijd over in de dienstverlening voor mensen die meer directe hulp nodig hebben en niet overweg kunnen met digitale kanalen. Ten slotte maken we de digitale dienstverlening geschikt voor digitale toegankelijkheid, zoals eenvoudig taalgebruik en aanpassingen voor mensen met een auditieve en/of visuele beperking. Ad b) De investeringen zijn al onderdeel van de begrotingsaanvragen.
Gezien alle te maken keuzes volgt daar nog verdere besluitvorming op bij de defnitieve vaststeling van de begroting. Die zijn al onderdeel van de aanvraag, omdat we werken vanuit een integrale ketenbenadering. Belangrijk voor betere dienstverlening is goed en degelijk beheer op applicaties (juiste data, bescherming tegen fouten maken, bescherming tegen storing en ongewenste toegang). Immers zijn dat hulpmiddelen die ambtenaren onder andere nodig hebben, om goede dienstverlening te kunnen geven. We merken dat we daar tekort komen, vandaar een extra vraag naar versterking op beheer. Ook kijken we naar de toekomst om onnodige complexiteit uit de informatie-infrastructuur te halen. Complexiteit leidt namelijk tot fouten en ingewikkelde dienstverlening. Dat vraagt om robuuste architecturen en een langere termijn inspanning om dat gecontroleerd te veranderen (verbouwen met de winkel open). Daarom vragen we om versterking op de architectuur functie.
4
Tot slot; we werken al een paar jaar aan een langjarige programma om fundamenteel te versterken op onze IT basis. Dit doen we in nauwe samenwerking met de afdeling Dienstverlening. De kosten daarvan dekken we vooralsnog uit een reserve Digitalisering. We zien wel dat die reserve naar verwachting in 2025/2026 is uitgeput. Eventuele extra investeringen nemen we dan mee in de begroting 2025-2028.
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
9
Op pagina 29: “In 2023/2024 is een analyse gemaakt van de noodzakelijke investeringen in onze data, ICT en digitalisering.”
Fractie: GroenLinks
Vervolgens lezen we over investeringen in ICT en digitalisering, niet zozeer overinvesteringen in data. Vragen: a. Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat de datahuishouding op orde komt en op orde blijft? b. Welke investeringen gaan daarvoor ingezet worden? Per slot van rekening geldt nog steeds: “Garbage in, is garbage out” Antwoorden: Ad a) De hoeveelheid data blijft toenemen en het gebruik en de mogelijkheden ook. Grip op de kwaliteit van data houden we met duidelijke afspraken over eigenaarschap, actualiteit en toegangsrechten op het wijzigen van data. Ook bepalen we waar de bron staat en spreken we af dat we benodigde gegevens altijd bij die bron ophalen. Dat betekent dus ook bewustwording in de organisatie dat men niet zomaar zelf gegevens gaat verzamelen en lijstjes gaat samenstellen. Dit is een continu proces. Ook hier refereer ik naar het versterken van beheer. Beheer heeft een belangrijke taak de datakwaliteit te monitoren. Signalen terug te geven als de datakwaliteit afneemt zodat maatregelen getroffen kunnen worden om de kwaliteit te herstellen en aanpassingen te doen waardoor de fouten niet meer optreden. We gebruiken daarvoor onder andere IT Service Management (ITSM). Anders geformuleerd: Met beheerprocessen (zoals ITSM) zorgen dat we meer grip hebben, minder fouten maken en dus betere (data)kwaliteit leveren. Ad b) Garbage in, is Garbage out.
Een terechte opmerking, echter zorgen dat de data kwaliteit goed is en goed blijft, is snel gezegd maar niet eenvoudig te realiseren. Het gaat namelijk over goede, robuuste processen en applicaties die zorgen dat mensen geen fouten maken. Het gaat om herstelprocessen, indien toch fouten worden geconstateerd. Het gaat over bescherming tegen cybercrime zodat niemand goede data vervangt, steelt of "kapot" maakt. Het gaat over juiste opslag zodat dat wat we bewaren ook goed blijft. Het gaat over terugvindbaarheid, dat als we iets nodig hebben we het ook weer kunnen vinden. De investering die we doen zijn enerzijds in dashboards zodat we kwaliteit kunnen monitoren. Anderzijds investeren we ook in architectuur en bijv beheer en ITSM om met name de basis zo eenvoudig mogelijk te houden. Immers hoe complexer het is, hoe moeilijker het is om iets goed te houden. We verwachten vooral investeringen in het samenstellen/ontsluiten van datasets en het analyseren en presenteren van de informatie in o.a. dashboards en andere informatieproducten. Oftewel het bijeenbrengen, combineren en bewerken van data in een vorm zodanig dat beleidsmakers en managers het kunnen gebruiken om beleid mee vormen te geven of om te sturen op team-, afdelings- en organisatiedoelen. De vraag naar dit soort informatie neemt toe.
Investeringen (in zowel personeel als technologie) nemen we mee in de begroting 2025-2028. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
10
Op pagina 30: “Om de informatievoorziening verder te professionaliseren willen we o.a. stappen zetten in het doorvoeren van IT-servicemanagement. Dit levert een
Fractie: GroenLinks
5
veiligere en betrouwbaardere ICT-omgeving en leidt tot een efficiëntere bedrijfsvoering.” Vraag: Wat wordt precies verstaan onder IT-servicemanagement? Antwoord: IT Servicemanagement (ITSM) is een set van processen om IT-diensten te beheren en te optimaliseren. Denk hierbij met name aan processen om storingen in de ICT snel op te lossen en om systemen te voorzien van (beveiligings-) updates. Bij deze processen zijn vaak veel verschillende partijen, zoals externe leveranciers en medewerkers, zoals applicatiebeheerders nodig. ITSM is essentieel voor IT-beheer. Het verhoogt de gebruikerstevredenheid, verbetert de IT-servicelevering, verlaagt kosten en vermindert risico’s (op fouten en aanvallen). Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
11
Op pagina 30: Fractie: Vraag: Wat wordt verstaan onder “datagedreven werken”? GroenLinks Antwoord: Datagedreven werken is een aanpak waarbij sturing van de organisatie, beslissingen en strategische keuzes mede gebaseerd zijn op data-analyse in plaats van alleen op kwalitatieve ervaring, kwalitatief onderzoek en “gevoel”. Door het systematisch verzamelen van gegevens uit diverse bronnen, analyseren hiervan en te verwerken in informatieproducten voor degenen die besluiten. Vervolgens worden de inzichten gebruikt voor het objectiveren van beslissingen. Het omvat onder meer continue monitoring en bijsturing op basis van resultaten. Het succes hiervan vereist een cultuur waarin data centraal staat, met getrainde medewerkers en samenwerking tussen afdelingen. Dit leidt tot nauwkeurigere bedrijfsprocessen, beter klantinzicht en onderbouwing van de (beleids)keuzes, maar vraagt om investeringen in technologie, opleiding en cultuurverandering. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
12
Op pagina 31: Organisatie en Reorganisatie Fractie: Vragen: Helder Helmond a. Er wordt gesproken over een reorganisatie om de gemeentelijke organisatie efficiënter te maken met kleinere teams. Citaat p31 “medewerkers gaan meer aandacht en sturing op prestaties en resultaten ervaren”. Hoe wordt gewaarborgd dat deze verkleining niet leidt tot overbelasting van het personeel en een verminderde dienstverlening aan de inwoners? b. Welke besparing levert de “reorganisatie” op? c. Met een reorganisatie gericht op samenwerking en sociale cohesie, hoe wordt de effectiviteit van deze nieuwe structuur gemeten en welke KPI’s worden gehanteerd om succes te definiëren? d. Zijn er specifieke risico's geïdentificeerd in verband met de huidige personeelsbezetting, en zo ja, welke maatregelen worden genomen om deze risico’s te mitigeren? Antwoorden: a. De organisatieontwikkeling betreft onder andere een belangrijke wijziging van de organisatiestructuur; niet een inkrimping of besparingsmaatregel. De werkgever garandeert werk voor iedere medewerker. Dit is vastgelegd en ondertekend in het Sociaal Plan en Sociaal Statuut. Dit betekent dat er op grond van de organisatieontwikkeling geen ontslagen plaatsvinden.
De wijziging in de organisatie, met kleinere teams, is bedoeld om de span of control, attention en support te verminderen en de werkdruk te verlagen en kwaliteit van dienstverlening te verhogen. Door de kleinere teams hebben medewerker en leidinggevende meer tijd voor het goede gesprek over o.a. resultaten, kwaliteit en persoonlijke ontwikkeling. b. Zoals bij a. toegelicht is er geen sprake van een inkrimping of daaruit volgende financiële besparing. De organisatieontwikkeling is bedoeld als investering, om als organisatie toekomstbestendig te
6
kunnen opereren. Een niet meetbare besparing is dat we hiermee meer medewerkers ook vast hopen te houden in de organisatie (vanuit ‘boeien’). De besparing door de organisatieontwikkeling door beter (effectief en met plezier) samenwerken, wordt zichtbaar op andere begrotingsproducten dan bedrijfsvoering, de zogenaamde ‘out of pocket’ kosten. c. De organisatiewijziging wordt geëvalueerd, met betrokkenheid van medewerkers, OR en leidinggevenden. Verder organiseert Helmond periodiek een medewerkersonderzoek waar thema’s als werkdruk, samenwerking en sociale cohesie gepeild worden. Naast de resultaten van de genoemde evaluatie en het medewerkersonderzoek, worden personele indicatoren gemeten, zoals: bezetting, verloop, inhuur en verzuim. d. Ons grootste risico is dat we niet het juiste (kwalitatieve) personeel of voldoende personeel kunnen werven, selecteren en behouden. De huidige personele bezetting moet in balans zijn met de ambities van de stad. Met de Schaalsprong en andere maatschappelijke opgaven is er sprake van ‘groeipijn’ in Helmond. Er wordt een benchmark uitgevoerd door een extern bureau om de bezetting in relatie tot de ambities en kosten, van nu en in de toekomst, in beeld te krijgen. Op basis van de resultaten kan geïnvesteerd worden in taken die mogelijk onderbezet zijn.
College en directie spreken ook periodiek over de prioriteiten in relatie tot de ambtelijke capaciteit. Helaas is het ook zo dat we in de huidige arbeidsmarkt er niet aan ontkomen ook in te (blijven) huren. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
13
Op pagina 32: Financieel Perspectief en Dekking Fractie: Helder Vragen: Helmond a. In de Voorjaarsnota wordt gesproken over een maximaal jaarlijks tekort van € 5 miljoen. Kunt u specifiek toelichten welke maatregelen de gemeente neemt om dit tekort terug te dringen en welke concrete plannen er zijn om extra inkomsten te genereren? b. Gezien de verwachte daling van inkomsten uit het gemeentefonds vanaf 2026, wat zijn de scenario’s voor verdere bezuinigingen en hoe worden de prioriteiten bepaald zonder de kernvoorzieningen voor inwoners te benadelen? Antwoorden: a) en b) We zijn op dit moment, ter voorbereiding van de begroting, mogelijkheden aan het inventariseren om het tekort terug te brengen. Daarnaast loopt er vanuit de VNG nog steeds een traject richting de Rijksoverheid om een goede structurele financiële uitgangspositie voor gemeenten te realiseren. Hierbij zet de VNG ook in om de korting op het gemeentefonds in 2026 terug te draaien en /of te verzachten. Zoals ook aangegeven in de voorjaarsnota (op pagina 35) is het de bedoeling om met uw input op de Voorjaarsnota en het volledige overzicht van wensen en mogelijkheden, bij de begroting met een integraal voorstel te komen. Daar betrekken we ook de uitkomsten van het traject van de VNG bij. Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
Bij de tabel op pagina 44 staat dat de bedragen x€1000 gerekend moeten worden. Dan zou bv de investering bij het Jan van Brabant op 29 miljard uitkomen. Lijkt ons een beetje veel. Wij vermoeden dat dit 29 miljoen moet zijn, zoals ook in de tabel staat vermeldt. Antwoord: Uw constatering is juist. We passen de tabel aan.
Fractie: GroenLinks
Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
15
Op pagina 44: Investeringen en Prioriteiten Vragen:
Fractie: Helder Helmond
14
7
a. De gemeente blijft investeren in verduurzaming en maatschappelijke verbeteringen ondanks de financiële tekorten. Hoe worden deze investeringen gefinancierd en welke afwegingen zijn gemaakt om deze projecten door te laten gaan ten koste van andere mogelijke besparingen? b. Hoe ziet de planning eruit voor het evalueren van de rendementen van deze investeringen? Is er een mogelijkheid dat projecten worden bijgesteld of geannuleerd bij tegenvallende resultaten?" Antwoorden: a. Als onderdeel van zowel het landelijke klimaatakkoord als het Ambitieakkoord 2022-2026 streeft de gemeente Helmond ernaar om in 2035 klimaatneutraal en in 2050 klimaatbestendig te zijn. Om de doelstelling klimaatneutraal in 2035 te realiseren, moeten alle gebouwen van de gemeente Helmond verduurzaamd worden. Ook wordt er gekeken welke besparingen mogelijk zijn. De openstaande investeringen worden deels gedekt uit het meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) gemeentelijke gebouwen en door middelen van het Rijk. Voor het gehele investeringsprogramma (zoals gepresenteerd op pagina 45 van de VJN) geldt dat financiele keuzes voorgelegd worden in de programmabegroting 2025-2028. b. Vanaf 2024 wordt een start gemaakt met het actief monitoren van het gemeentelijk vastgoed. Hierbij wordt het verbruik gemonitord en kan de komende jaren de besparing/vermindering CO2 uitstoot in kaart worden gebracht.
Ook worden installaties actief gemonitord op het optimaal functioneren waardoor besparingen gerealiseerd worden.
8