CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen RV bestemmingsplan Buitengebied Lieshoutseweg 76

Gemeenteraad 10 mei 2022, gemeente HelmondBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied - Lieshoutseweg 761.252 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen RV bestemmingsplan Buitengebied Lieshoutseweg 76 Bijgaand treft u de beantwoording aan van de technische vragen gesteld in de Adviescommissie van 19 april jl. t.b.v. de raadsvergadering van hedenavond.

Vraag 1 VVD: •

Is er sprake van een illegale activiteit omdat er meer dan 5 paarden worden gehouden en er nog geen milieuvergunning is aangevraagd?

Pas vanaf meer dan 100 paarden is het nodig om een milieuvergunning te verkrijgen. Vanaf meer dan 100 paarden wordt een inrichting een zogenaamde type C inrichting op grond van onderdeel C, categorie 8.3 onder j van het Bor. Tussen 51-100 paarden dan is een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets nodig. Gezien het aantal te houden paarden is geen milieuvergunning nodig, maar een melding en die is 5 jaar terug gedaan. Op 25-4-2017 is een melding Activiteitenbesluit gedaan van 10 volwassen paarden en 18 paarden in opfok, 28 paarden in totaal. Vraag 2 VVD: •

Graag een toelichting waarom intensieve veehouderij van de provincie ingewisseld mag worden voor een paardenhouderij;

De ‘Regeling Beëindiging Veehouderijtakken’ (RBV) stelt als voorwaarde dat op de locatie waar een intensieve veehouderij is beëindigd een passende bestemming wordt gelegd, die voorkomt dat de gesaneerde functie terugkomt. Dit uitgangspunt is geregeld in artikel 3.67 van de Interim omgevingsverordening. De RBV had als doel dier- en mestproductierechten op te kopen en stallensloop te realiseren. De regeling was opengesteld voorjaar 2000 en najaar 2001. Bij de regeling ging het om beëindiging van veehouderijbedrijven met de diercategorieën varkens, pluimvee en enkele bedrijfstakken rundvee. Voor locaties waar deze regeling is toegepast, is het niet meer toegestaan opnieuw een (intensieve) veehouderij te vestigen. Er dient gezorgd te worden voor een passende herbestemming, hetgeen een agrarische bedrijfsfunctie kan zijn, zolang het geen (intensieve) veehouderij betreft. In het beleid van de provincie NoordBrabant is het onderscheid tussen intensieve en niet-intensieve veehouderijen losgelaten. Als een veehouderij wordt beschouwd een ‘agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren’. Deze opsomming is uitputtend en paarden horen hier niet toe. Het is dan ook toegestaan een paardenhouderij te ontwikkelen op een RBV-locatie.

Voor de locatie Lieshoutseweg 76 geldt dat de herbestemming als ‘Agrarisch – productiegerichte paardenhouderij’ passend is bij de aard van de locatie en de omgeving. De regels voor deze bestemming zijn zodanig, dat hierbinnen geen omschakeling naar varkens, kippen of rundvee (veehouderij) kan plaatsvinden. Met voorliggende herbestemming wordt dan ook voldaan aan de, aan de RBV ontleende, regels uit artikel 3.67 van de Interim omgevingsverordening. Lokaal Sterk vraag 1: •

Is de paardenhouderij grondgebonden en zo nee waarom is er dan geen milieuwetgeving op van toepassing?

Een paardenhouderij is altijd grondgebonden door het feit dat het bedrijf grotendeels afhankelijk is van de groeikracht van de bodem voor de voedervoorziening, doordat paarden het grootste gedeelte van het jaar worden beweid. Milieuwetgeving is altijd van toepassing, zie ook paragraaf 4 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Lokaal Sterk vraag 2: •

Is door de sloop en nieuwbouw sprake van een nieuwe vestiging en als dat zo is wat is dan de regelgeving m.b.t. de productiegerichte paardenhouderij?

Er is sprake van een bestaand agrarisch bouwblok. Een productiegerichte paardenhouderij wordt beschouwd als een agrarisch bedrijf en paste daardoor reeds in het vigerende bestemmingsplan. Van nieuwvestiging is dus geen sprake. Helder Helmond vraag 1: •

Hoe verhoudt dit besluit tot vaststelling BP zich met het besluit om een veehouderij te saneren?

Zie het antwoord hierboven de beantwoording op vraag 2 van de VVD. Helder Helmond vraag 2: •

Hoe verhoudt dit besluit zich tot de brief van 11 juni 2016 waarin staat dat de enige passende herbestemming wonen is (wat is er in de tussentijds veranderd/gewijzigd)?

De heer Verdonschot was op dat moment eigenaar van het perceel aan de Lieshoutseweg 76. Het perceel was in het 2e voorontwerp bp Buitengebied – tweede gedeeltelijke herziening als Wonen opgenomen, zoals de heer Verdonschot aanvankelijk wenste. Na het wettelijke vooroverleg heeft de heer Verdonschot aangegeven dat hij een koper had voor het perceel. Deze koper wilde echter geen woonbestemming, maar een paardenfokkerij opstarten. Het perceel is daarop uit deze 2e gedeeltelijke herziening gehaald. Omdat dit nieuwe initiatief onderzocht moest worden en de procedure voor het BP 2e gedeeltelijke herziening voortgezet moest worden, werd dit perceel niet in dit bestemmingsplan opgenomen. Toen is voorliggend bestemmingsplan opgesteld met een passende bestemming voor de productiegerichte paardenhouderij Helder Helmond vraag 3: •

Hoe verhoudt dit besluit zich tot de aanwezige recente bebouwing tot de landschappelijke inpassing i.v.m. vergroting bouwblok; tot de jurisprudentie dat een paardenhouderij een veehouderij is (waarom mogen varkens ingeruild worden voor paarden)?

Er is voor het volledige initiatief een landschappelijk inpassingsplan opgesteld op basis van de Beleidsregel Kwaliteitsverbetering Landschap Helmond 2015. Dit inpassingsplan is getoetst en akkoord bevonden door de onze interne landschapsspecialist, het waterschap en de provincie. Voor wat betreft de jurisprudentie waarom een paardenhouderij geen veehouderij is, zie de beantwoording van vraag 2 van de VVD. Om een beter inzicht te geven waarom het milieukundig acceptabel is om een varkenshouderij her te ontwikkelen tot paardenhouderij is in de bijlage een notitie bijgevoegd waarin de emissie van stikstof, geur en fijnstof inzichtelijk zijn gemaakt in de oude situatie dat er nog varkens op de locatie werden gehouden en de

beoogde situatie voor de productiegerichte paardenhouderij. Voor paarden gelden geen emissiefactoren voor geur en fijnstof, waardoor deze emissie volledig komt te vervallen. De stikstofemissie wordt teruggebracht tot minder dan 10% van stikstofemissie van de voormalige varkenshouderij. Ter vergelijking: een varkenshouderij die heden ten dage deelneemt aan de Saneringsregeling Varkenshouderij (SRV) mag maximaal 15% van zijn stikstofruimte hergebruiken voor een vervolgfunctie. Hier wordt met het initiatief aan de Lieshoutseweg 76 ruimschoots aan voldaan. Helder Helmond vraag 4: •

Afstand tussen paardenhouderij en naastgelegen perceel is minder dan 50 meter hetgeen een belemmering is m.b.t. geurnorm; de heer Boetzkes zal deze vraag nog onderbouwen met een tekening;

Op basis van het activiteitenbesluit milieubeheer dient ten opzichte van een paardenhouderij (bedrijf met vaste afstanden) een afstand te worden aangehouden van 50 meter tot een bestaand geurgevoelig object in het buitengebied. Deze afstand moet worden aangehouden vanaf het emissiepunt van het dierenverblijf en vanaf de opslag van agrarische bedrijfsstoffen (zoals de mestplaat). In onderstaande tekening is vermeld dat de paardenstallen in het gebouw in het noordoostelijk deel van het bouwblok zijn gesitueerd. De afstand vanaf dit gebouw tot het bouwblok van Lieshoutseweg 72 bedraagt ca. 88 meter. De agrarische bedrijfsstoffen worden op meer dan 50 meter opgeslagen. De veldschuur wordt namelijk gebruikt voor het stallen van de vrachtwagen en andere voer- en werktuigen ten dienste van de bedrijfsvoering.

•

Graag rapportage toezichthouder (ODZOB) toevoegen aan de stukken (is ook toegezegd mits afgerond en niet privacygevoelig);

De rapportage door de ODZOB is nog niet geheel afgerond. Het besluit op het handhavingsverzoek vanuit de gemeente is nog ter informatie geanonimiseerd bijgevoegd. CDA: •

Waarom vallen paarden niet onder de definitie vee? Legaliseren we niet iets dat niet is toegestaan?

Zie het antwoord hierboven de beantwoording op vraag 2 van de VVD. D66: •

Is er een verschil tussen pensionklanten en eigen stoeterijpaarden?

Dit verschil is in het kader van dit bestemmingsplan niet van belang. In dit bestemmingsplan wordt een productiegerichte paardenhouderij toegestaan en dat is een paardenhouderij waar handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden. Een gebruiksgerichte paardenhouderij en manege zijn niet toegestaan. Binnen een gebruiksgerichte paardenhouderij is een paardenpension mogelijk, maar dat is expliciet uitgesloten in dit bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11473172/1