beantwoording technische vragen RV 78 Brownfields en grootschalige logistiek
Tekst van het document
Antwoorden op vragen gesteld tijdens de commissievergadering d.d. 22 november over raadsvoorstel 78: Brownfields en grootschalige logistiek 1. Stand van zaken motie zonnepanelen op daken van bedrijfspanden (motie 10 november 2020). De uitvoering van deze motie vergt veel onderzoek naar planologische, juridische en technische mogelijkheden. Deze onderzoeken zijn vertraagd onder andere als gevolg van de verschillende crises de afgelopen jaren en de beperkte beschikbare capaciteit. Wij zullen voor de Voorjaarsnota via een raadsinformatiebrief nadere informeren over de stand van zaken en de verdere aanpak en planning van de uitvoering van deze motie. 2. Informatie over de definitie van de oppervlaktebepaling in het raadsvoorstel Deze vraag wordt beantwoord in de memo “Gezamenlijke aanpak vestigingsmogelijkheden grootschalige logistiek” die voorligt voor besluitvorming op de Omgevingsdag in december: Met grootschalige logistiek bedoelen we bedrijvigheid op een bedrijfsperceel groter dan 3 hectare (ha) met grootschalige bebouwing, die in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke of distributieactiviteiten, en door de aard en schaal een hoge verkeersaantrekkende werking én impact op de (kwaliteit van de) omgeving en het landschap heeft. Er zijn dus geen voorwaarden ten aanzien van bouwhoogte en er is ook geen vaste bepaling v.w.b. de mate van bebouwing.
Het gaat enkel om het feit dat het een logistiek bedrijf betreft dat op die locatie meer dan 3 ha inneemt. 3. Antwoord op de vraag van de heer Heller over planschade: de provincie zal opdraaien voor planschade, maar hoe zit dat als de Omgevingswet c.q. de betreffende regels nog niet geeffectueerd is/zijn? Eveneens uit de memo “Gezamenlijke aanpak vestigingsmogelijkheden grootschalige logistiek”: Het (eerste) voorbereidingsbesluit onder de Wro (PS, maart 2023) biedt geen grondslag voor planschadeclaims. In het geval alsnog toepassing gegeven moet worden aan het opnemen van rechtstreeks werkende regels gebaseerd op de Wro, geldt dat die wel grondslag kunnen geven voor planschade. Materieel is met de publicatie in het Provinciaal Blad voorzienbaarheid geconstrueerd. Voor eventuele verzoeken tot planschade is de provincie bevoegd gezag. Dit betekent dat de provincie een tweede voorbereidingsbesluit in mei gaat nemen, op het moment dat de omgevingswet nog niet geldt. De regels hieruit zouden vanaf 1 juli dan vervolgens in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen. In het geval van een provinciaal omgevingsplan, is de planschade ook voor de provincie. Als de Omgevingswet wordt uitgesteld, zal de provincie een en ander regelen middels een instructieregel in de verordening ruimte.
In dat geval moet de gemeente de regels verwerken in haar bestemmingsplan en zal dan aansprakelijk zijn voor de planschade. Dit laatste is evenwel een zeer hypothetisch scenario, in die zin dat de kans op planschade zeer klein is, omdat de provincie al voorzienbaarheid heeft gecreëerd. Daarnaast betreft het een situatie die op heel de provincie van toepassing is en waarin alle Brabantse gemeenten meegaan. Tenslotte is het zo dat een eventuele planschade niet hoog uit zal vallen en de insteek van de provincie is dat zij kan participeren in de kosten daarvan.
4. Toelichting op wat bedoeld wordt met “Brainportgerelateerd” en wat daarbij de bestuurlijke vrijheden zijn. Deze definitie is benoemd in bijlage 6 van PROGRAMMERING NIEUWE WERKLOCATIES Stedelijk Gebied Eindhoven 2021. Bij ‘Brainport-gelieerde logistiek’ gaat het om de afhandeling van goederenstromen die worden gegenereerd door de zogenaamde ‘Brainport-bedrijven’. Hiermee wordt in beginsel de HTSM-sector bedoeld (High Tech Systems and Materials). Grote
ondernemingen die tot deze sector behoren zijn o.a. OEM-bedrijven zoals Philips / Signify, DAF en ASML. Daarnaast zijn er ook toeleveranciers zoals de VDLgroep, Prodrive, NTS, KMWE, etc. Soms regelen deze bedrijven zelf hun logistiek, maar meestal hebben zij dit uitbesteed aan logistieke dienstverleners. In SGE-verband overwegen alle gemeenten een dergelijke eis mbt de Brainportgerelateerdheid op te nemen. Qua bestuurlijke vrijheden geldt dat we als gemeente in principe vrij zijn om onze eigen bestemmingsplanregels op te stellen, zolang dit niet betekent dat we alle grootschalige logistiek binnen de contouren onmogelijk maken. Een gesprek met de raad over welke ontwikkelingen wel of niet gewenst zijn binnen de contouren en op welke wijze we daarop kunnen en mogen sturen, is zeker mogelijk. Dit zal dan plaatsvinden in het kader van de uitwerking van het Provinciaal voorbereidingsbesluit in het lokale bestemmingsplan