Beantwoording technische vragen Groenlinks Toekomstplan DitisHelmond 2022
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Groenlinks bij behandeling Toekomstplan DitisHelmond 2022-2027 Adviescommissie Inwoners van 24 januari 2023 GroenLinks 1. Heeft DitisHelmond een redactiestatuut en kunnen we daar inzage in krijgen (op de website niet te vinden). DiH beschikt over een redactiestatuut. Daarnaast is er ook nog een reglement voor het Programmabeleid Bepalende Orgaan (PBO). Beide zijn als bijlage toegevoegd.
2. In de documenten staat een lijst met voorbeelden van samenwerkingen. Is deze lijst limitatief of wordt deze al doende aangevuld? In het Toekomstplan DiH, pag. 18, paragraaf 7.2.4, Opzetten van nieuwe samenwerkingsvormen, worden een aantal mogelijke samenwerkingspartners benoemd. Het bestuur van DiH heeft aangegeven dat in principe samenwerking mogelijk is met alle mogelijke partners zolang die bijdraagt aan de missie van DiH om te voorzien in informatie, inclusief journalistieke duiding, op stad- en wijkniveau.
Bijlagen: 1. Redactiestatuut DitisHelmond 2. Reglement voor het Programmabeleid Bepalende Orgaan
Redactiestatuut DitisHelmond Doelstelling lokale publieke media-instelling Artikel 1 De lokale publieke media-instelling (hierna: lokale omroep) stelt zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke media-opdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van de in de gemeente Helmond levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen.
Beginselverklaring Artikel 2 1. De uitgangspunten die betrekking hebben op het samenstellen van het omroepprogramma / media-aanbod van de lokale omroep zijn neergelegd in de Mediawet, in de statuten van die instelling, in het door het programmabeleid bepalend orgaan (pbo) vastgestelde programmabeleid en in de door de lokale omroep vastgestelde regelingen. De hoofdredacteur en de programmastaf zijn aan deze uitgangspunten gebonden. De desbetreffende stukken worden geacht bij hen bekend te zijn. 2. Dit redactiestatuut beoogt de programmamedewerkers waarborgen te bieden voor het onafhankelijk uitoefenen van de uit het redactiestatuut voortvloeiende taken, zonder rechtstreekse beïnvloeding door of van wie dan ook anders dan op de wijze als in dit redactiestatuut is voorzien. 3.
Deze onafhankelijke taakuitoefening houdt in dat de programmamedewerkers bij de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod: zonder vooroordelen te werk gaan en streven naar een zo nauwgezet mogelijke weergave van de werkelijkheid; de informatievoorziening en de uitwisseling van verschillende meningen voorop stellen; zorgvuldige verificatie betrachten van hetgeen zij voornemens zijn te publiceren; een zo herkenbaar mogelijk onderscheid maken tussen feiten, analyses en meningen; betrokkenen de gelegenheid geven tot hoor en wederhoor in die zin dat zij een eerlijke kans krijgen, in tijd en in informatie, om te reageren; zich niet dienstbaar maken aan winst van derden, sluikreclame weren en zich terughoudend opstellen tegenover sponsoractiviteiten; geen (neven)activiteiten verrichten die met hun onafhankelijke taakuitvoering strijdig zijn.
Bevoegdheden/verplichtingen betrokken organen De lokale omroep Artikel 3 Het bestuur van de lokale omroep is verantwoordelijk voor de vorm en de inhoud van het door de lokale omroep verzorgde omroepprogramma/media-aanbod. De samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod is opgedragen aan de hoofdredacteur (in overleg met de programmastaf) met inachtneming van het door het pbo vastgestelde programmabeleid. Het bestuur van de lokale omroep oefent achteraf en met terughoudendheid toezicht uit op de naleving van de statuten, de naleving van het door het pbo vastgestelde programmabeleid en de naleving van de uit de statuten en het programmabeleid voortvloeiende regelingen.
De hoofdredacteur Artikel 4 1. De hoofdredacteur is degene aan wie op grond van het bepaalde in de statuten de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod van de lokale omroep is opgedragen. Uitgangspunten voor het beleid bij benoeming, schorsing of ontslag van de hoofdredacteur zijn vastgelegd in de statuten van de lokale omroep. 2. Bij voorziening in een vacature voor de functie van hoofdredacteur wordt, met inachtneming van hetgeen hierover is opgenomen in de statuten, door het bestuur een sollicitatie- en selectiecommissie ingesteld. 3. In de sollicitatie- en selectiecommissie hebben zitting: twee leden van het bestuur. Het bestuur kan besluiten om hier eventueel nog andere personen aan toe te voegen. 4. De sollicitatie- en selectiecommissie stelt een voordracht op en legt deze, vergezeld van een verslag van haar werkzaamheden, voor aan het voltallige bestuur. 5. De hoofdredacteur kan worden ontslagen door het bestuur op grond van artikel 12 van de statuten van de lokale omroep. 6.
De hoofdredacteur is verantwoordelijk voor de samenstelling van het omroepprogramma/mediaaanbod van de lokale omroep, waaronder begrepen: hij/zij is met betrekking tot het omroepprogramma/media-aanbod verantwoordelijk voor de naleving van statuten, programmabeleid en regelingen; hij/zij draagt binnen dit kader de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het omroepprogramma/media-aanbod; hij/zij heeft de dagelijkse leiding over de programmastaf; hij/zij bepaalt de inzet van menskracht en bindt hieraan eventueel nadere instructies. 7. De hoofdredacteur woont de vergaderingen van het bestuur bij. Hij/zij heeft bij die gelegenheid een adviserende stem. De redactieraad Artikel 5 1. De redactieraad bestaat uit: programmacoördinator TV, programmacoördinator radio en programmacoördinator social media. 2. De redactieraad ondersteunt de hoofdredacteur bij de vormgeving van de uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid. De redactieraad beziet in het kader daarvan onder meer: de coördinatie van het omroepprogramma/media-aanbod; de bewaking van de interne en externe communicatie; de technische kwaliteit van het omroepprogramma/media-aanbod. 3. De redactieraad vergadert minimaal 1x per maand. Van de vergaderingen worden notulen opgesteld. 4. De hoofdredacteur woont de vergaderingen van de redactieraad bij. De hoofdredacteur heeft in die vergadering geen stemrecht. 5.
De redactieraad kan besluiten vertegenwoordigers van andere geledingen binnen de lokale omroep aan zijn vergaderingen deel te laten nemen. Zij hebben een adviserende stem. De programmastaf Artikel 6 1. De gezamenlijke programmamedewerkers vormen de programmastaf. 2. De programmastaf vergadert tenminste éénmaal per jaar. Voorts vergadert hij telkenmale wanneer de hoofdredacteur dit wenselijk acht of wanneer tenminste één vijfde van de leden van de programmastaf daartoe de hoofdredacteur verzoekt. 3. De oproeping tot de vergadering geschiedt door de hoofdredacteur, die tevens de vergadering voorzit en zorgdraagt voor de verslaglegging.
De programmamedewerker Artikel 7 De programmamedewerker is de medewerker van de lokale omroep die is belast met werkzaamheden in het kader van de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod, voor zover deze een arbeidscontract of vrijwilligersovereenkomst heeft gesloten. Uitgangspunten voor het beleid bij benoeming, schorsing of ontslag van de programmamedewerker is vastgelegd in door het bestuur en de hoofdredacteur opgestelde regelingen.
Verhouding/samenwerking bestuur, hoofdredacteur en redactieraad Artikel 8 1. Alvorens het bestuur en/of de hoofdredacteur een beslissing neemt/nemen over zaken die van wezenlijk belang zijn voor de werkzaamheden van de programmastaf, wordt de redactieraad zo tijdig mogelijk geïnformeerd en gehoord. 2. Zaken van wezenlijk belang zijn in ieder geval: a. ingrijpende wijzigingen in statuten, programmabeleid en regelingen, voor zover deze wijzigingen betrekking hebben op het voorbereiden en samenstellen van het omroepprogramma/media-aanbod; b. ingrijpende wijzigingen in het uitzendschema van het omroepprogramma/media-aanbod; c. ingrijpende wijzigingen in de huisvestingssituatie; d. overeenkomsten voor programmatische samenwerking met derden voor zover deze een ander dan incidenteel karakter hebben; e. de benoeming van de hoofdredacteur, met inachtneming van het bepaalde daaromtrent in de statuten en in het redactiestatuut; f. ingrijpende wijziging in de samenstelling van de programmastaf; g. wijzigingen in het redactiestatuut, met inachtneming van het daaromtrent in het redactiestatuut bepaalde; h. wijzigingen in de techniek, voor zover deze ingrijpende gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de programmastaf; i. disciplinaire maatregelen ten aanzien van medewerkers van de lokale omroep, voor zover deze ingrijpende gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de programmastaf. 3.
Tijdig voordat het bestuur van de lokale omroep de begroting vaststelt, legt het bestuur deze voor aan de redactieraad en wel in ieder geval voor wat betreft de posten die rechtstreeks betrekking hebben op de werkzaamheden van de programmastaf. De redactieraad brengt zijn opmerkingen bij de begroting ter kennis van het bestuur.
Persoonlijke verantwoordelijkheid programmamedewerker Artikel 9 1. Wanneer een programmamedewerker ernstige (gewetens)bezwaren heeft tegen een aan hem/haar verstrekte opdracht met betrekking tot een omroepprogramma en hij/zij zich niet kan neerleggen bij een door de hoofdredacteur ter zake te nemen of genomen beslissing, dan kan hij/zij zich wenden tot de redactieraad met het verzoek om een uitspraak. 2. Wanneer de hoofdredacteur besluit ingrijpende wijzigingen aan te brengen of te doen aanbrengen in een omroepprogramma, dan kan de betrokken programmamedewerker verzoeken om het omroepprogramma niet uit te zenden. Indien de hoofdredacteur niettemin besluit tot uitzending, dan zal het omroepprogramma niet van de naam van de betrokken programmamedewerker worden voorzien. Als de betrokken programmamedewerker het niet met deze beslissing eens is, dan kan hij/zij zich achteraf wenden tot de redactieraad met het verzoek om een uitspraak. 3. Indien de hoofdredacteur een uitspraak van de redactieraad, zoals hierboven in het eerste en het tweede lid bedoeld, niet aanvaardt, dan maakt hij zijn/haar standpunt gemotiveerd kenbaar aan de redactieraad.
4. Indien het bestuur van de lokale omroep ernstige klachten heeft over het gevoerde redactioneel beleid of over een uitgezonden omroepprogramma, dan dienen de hoofdredacteur en de betrokken leden van de programmastaf ter zake te worden gehoord. Als het bestuur daarna de klacht handhaaft, kan het maatregelen ten aanzien van de hoofdredacteur treffen zoals in de statuten voorzien. Geschillen Artikel 10 1. Geschillen omtrent dit redactiestatuut of het redactioneel beleid worden voorgelegd aan een geschillencommissie. 2. Deze geschillencommissie bestaat uit drie leden: een lid aan te wijzen door de redactieraad, een lid aan te wijzen door het bestuur en een lid aan te wijzen door redactieraad en bestuur gezamenlijk. 3. De uitspraken van de geschillencommissie zijn voor alle betrokkenen bindend. Wijziging redactiestatuut Artikel 11 Met inachtneming van het bepaalde daaromtrent in de Mediawet kan het bestuur het redactiestatuut wijzigen met instemming van de voltallige redactieraad.
Reglement programmabeleid bepalende orgaan (pbo) Artikel 1 Taak pbo 1. Het pbo bepaalt het media-aanbodbeleid van de lokale omroep. 2. Het pbo controleert of het door hem vastgestelde beleid voor het media-aanbod is uitgevoerd. Het pbo rapporteert zijn bevindingen hierover ten minste twee maal per jaar aan het bestuur van de lokale omroep. 3. Het pbo kan het bestuur van de lokale omroep adviseren over alle aangelegenheden die direct of indirect verband houden met het door het pbo vastgestelde media-aanbodbeleid. Artikel 2 Samenstelling pbo 1. Het pbo is representatief voor de belangrijkste in de gemeente Helmond voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen en streeft naar een evenredige vertegenwoordiging naar leeftijd en geslacht. 2. Het pbo bestaat uit ten minste vijf leden die ieder een van de in het eerste lid genoemde stromingen vertegenwoordigen dan wel zijn afgevaardigd door een organisaties/instellingen die actief is binnen een van die stromingen. 3. Het pbo kan, naast de in het tweede lid genoemde representatieve leden, bestaan uit leden op persoonlijke titel. De representatieve leden vormen te allen tijde een meerderheid ten opzichte van de leden op persoonlijke titel. 4.
Tot lid van het pbo kan uitsluitend worden benoemd een persoon die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en die woonachtig en/of werkzaam is in dan wel nauw verbonden is aan het verzorgingsgebied van de lokale omroep (= gemeente Helmond). 5. Met het lidmaatschap van het pbo zijn onverenigbaar: - een lidmaatschap van de raad van de betrokken gemeente; - de functie van burgemeester of wethouder van de betrokken gemeente; - een lidmaatschap van een van de commissies als bedoeld in Hoofdstuk V van de Gemeentewet; - een bestuurslidmaatschap of een betrekking, al dan niet tegen betaling, bij een commerciële mediainstelling; - betrokkenheid bij een productiebedrijf waaraan de lokale omroep de verzorging van (een deel van) haar media-aanbod heeft uitbesteed. 6. Het pbo wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 7. Een lid van het pbo stemt ermee in dat het bestuur van de lokale omroep zijn/haar naam en contactgegevens, alsmede de gegevens van de stroming en/of organisatie die hij/zij vertegenwoordigt, bekend maakt aan de inwoners van de gemeente Helmond. Artikel 3 Benoeming leden pbo 1. De leden van het pbo worden voorgedragen en (her)benoemd op de wijze als in de statuten van de lokale omroep voorzien. 2. Een vacature dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes maanden te zijn vervuld. 3.
De leden van het pbo worden voor maximaal een periode van vijf jaar benoemd met de mogelijkheid van één herbenoeming voor dezelfde periode. Artikel 4 Defungeren leden pbo Een lid van het pbo defungeert door: - zijn of haar overlijden; - zijn of haar aftreden; - het bekleden van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van het pbo; - ontslag.
Artikel 5 Ontslag leden pbo 1. Leden van het pbo worden benoemd en ontslagen op de wijze als in de statuten van de lokale omroep voorzien; 2. De gronden van ontslag kunnen zijn: - taakverwaarlozing; - structurele onverenigbaarheid van inzichten; - onverenigbaarheid van belangen; - in het geding zijn of dreigen te komen van zijn/haar integriteit. Artikel 6 Besluitvorming pbo 1. Het pbo vergadert ten minste viermaal per jaar, waarvan in ieder geval éénmaal ten behoeve van de vaststelling van het media-aanbodbeleid en éénmaal ten behoeve van de controle dat het mediaaanbodbeleid is uitgevoerd; voorts zo dikwijls als een lid van het pbo dit nodig acht of het bestuur van de lokale omroep daarom verzoekt. 2. Het bestuur van de lokale omroep verzorgt de oproeping van de vergaderingen van het pbo. 3. De termijn van oproeping, kennisgeving en toezending van de vergaderstukken bedraagt ten minste één week. 4. De vergaderingen van het pbo kunnen worden bijgewoond door leden van het bestuur van de lokale omroep en/of door leden van de (hoofd)redactie. De leden van het bestuur en van de (hoofd)redactie hebben geen stemrecht in de pbo-vergadering. 5. Het bestuur van de lokale omroep draagt zorg voor de verslaglegging van de vergadering waarin het media-aanbodbeleid wordt vastgesteld en van de vergadering ten behoeve van de controle of het mediabeleid is uitgevoerd.
Voor de verslaglegging van de overige vergaderingen draagt het pbo zorg. 6. Het pbo beraadslaagt en besluit omtrent de vaststelling van het media-aanbodbeleid, uitsluitend indien ten minst de helft plus één van zijn leden aanwezig is. 7. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen; bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter. Artikel 7 Het media-aanbodbeleid De vaststelling van het media-aanbodbeleid door het pbo heeft in ieder geval betrekking op het zogeheten “lokaal toereikend media-aanbod” (LTMA) en wel voor zover het betreft de inhoud en de verspreiding van het productaanbod. Het beleid wordt vastgelegd in een document waarin tevens is opgenomen welke programma’s en/of programmatypen de lokale omroep zelf verzorgt en welke programma’s en/of programmatypen in zijn opdracht door derden worden verzorgd. Artikel 8 Vorm en geldigheidsduur vastgestelde media-aanbodbeleid 1. Het door het pbo vastgestelde media-aanbodbeleid is vastgelegd in een schriftelijk document en wordt binnen vier weken na vaststelling overhandigd aan het bestuur. 2. Het door het pbo vastgestelde media-aanbodbeleid geldt voor één jaar. 3. Het door het pbo vastgestelde media-aanbodbeleid kan door het pbo tussentijds worden gewijzigd.
2