CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen 5e wijziging APV

Gemeenteraad 11 maart 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: 5e wijziging Algemene plaatselijke verordening Helmond 20205.728 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VRAGEN EN ANTWOORDEN M.B.T. VOORSTEL TOT VIJFDE WIJZIGING APV HELMOND 2020 (TOTAALVERSIE) Hieronder de (technische) vragen en opmerkingen die via de schriftelijk voorronde zijn ingekomen en de (aanvullende) vragen die zijn gesteld tijdens het inloopspreekuur (technische vragenronde) op donderdag 13 februari 2023 in aanwezigheid van de fracties van GroenLinks, VVD en PvdA. Dit overzicht is verder aangevuld met de overige technische vragen die tijdens de vergadering van de commissie Inwoners op 25 februari 2025 zijn gesteld en waarop door de portefeuillehouder op dat moment geen antwoorden zijn gegeven.

A.Vragen fractie GroenLinks 1. Vragen over artikel 2.4.1.3 APV (nieuw) – introductie slaapverbodsbepaling a). Biedt deze APV uitsluitingsgronden m.b.t. (perioden) opvang daklozen of slapen in de buitenlucht. b). En zo nee: wat is de grondslag waarop mensen ‘s avonds en ‘s nachts op openbare plekken in de stad door de politie worden verwijderd? c). Hoe wordt er gecommuniceerd met de daklozen die in een gebied overnachten dat is aangewezen en waar dus een verbod geldt? d) Waarom is het college voornemens om deze bepaling op te nemen? e) Wie bepaalt of er overlast of hinder is? Is dat de politie? Antwoorden: a). Nee, de tekst van artikel 2.4.13 APV (nieuw) biedt geen uitsluitingsgronden of uitzonderingen via het eerste lid aanhef en onder a. Het biedt enkel de mogelijkheden om gebieden aan te wijzen om (met name) hinder en overlast tegen te gaan. Het aanwijzen van gebieden heeft ook een keerzijde in die zin dat personen die noodzakelijkerwijs of om een andere reden in de openlucht slapen of overnachten mogelijk zullen uitwijken naar andere (aangrenzende) gedeelten van de gemeente die niet zijn aangewezen. Daarmee komen deze personen onder de b-grond te vallen. Voor zover deze personen zich daar gedragen, is er in principe niets aan de hand en mogen ze daar verblijven. Het aanwijzen op de a-grond dient zorgvuldig te gebeuren.

Daarbij is het zaak om vooral kwetsbare groepen zoals daklozen in de winterperiode te helpen aan onderdak (nachtopvang). Het college steekt hierop ook in (zie tekst van het raadsvoorstel). b). Dat kan verband houden met verboden drankgebruik in een aangewezen verbodsgebied (zie artikel 2.4.8 APV). Ook het overtreden van andere verboden zoals artikel 2.4.6 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen), artikel 2.4.9 (verboden gedrag bij of in gebouwen) en 2.4.10 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten). c). Een uitvoeringsbesluit (of aanwijzingsbesluit) wordt officieel bekend gemaakt via het elektronisch gemeenteblad en is daarna voor eenieder raadpleegbaar via www.overheid.nl. Het is heel aannemelijk dat deze bekendmaking aan de doelgroep (daklozen) voorbijgaat.

1

Een publicatie in De Loop of berichtgeving via social media zal hen naar verwachting ook niet bereiken. Resteert persoonlijke communicatie via de politie en onze toezichthouders. d). Er kunnen situaties ontstaan waarin de overlast dermate groot wordt dat het wenselijk is dat er een verbodsgebied komt via een aanwijzingsbesluit. De politie ondersteunt deze bepaling. e). De aanwijzing geschiedt door het college op basis van signalen die bij de gemeente inkomen. Die signalen worden nauwkeurig en zorgvuldig beoordeeld en daarbij wordt om advies van de politie gevraagd. Vervuiling en verloedering van de omgeving zijn indicaties dat er structureel een probleem is. 2. Vraag over ontbreken van een bepaling in de huidige APV over verboden houtstook In de APV wordt een bepaling gemist die het verbranden van hout via houtkachels verbiedt op het moment dat code rood of oranje zoals bedoeld in de Stookwijzer (RIVM) geldt. a) Is het college zelfstandig bereidt om in het belang van de volksgezondheid een APV- bepaling op te nemen via de vijfde wijziging van de APV? b) Zo nee, bent u bereid om een juridische tekst aan te leveren met het oog op een in te dienen amendement waarvan GroenLinks de initiator is? Antwoorden: a) De APV is niet (meer) het geëigende instrument om ruimtelijk-fysieke thema’s te regelen sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Er geldt op dit moment een algemene zorgplicht die volgt uit het Bouwbesluit. Die zorgplicht is nu opgenomen als artikel 22.18 in de zogeheten “bruidsschat”. De bruidsschat is onderdeel van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. Eventuele (aanvullende) specifieke regels over het particulier gebruik van houtkachels horen thuis in het (definitieve) omgevingsplan. Los van het introduceren van specifieke regels, geldt voor iedere burger de algemene zorgplicht die volgt uit artikel 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet. Ofwel: Een particulier die hout stookt, moet er sowieso voor zorgen dat nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. De gemeente Amersfoort heeft als eerste grote gemeente in Nederland ervoor gekozen om aanhakend op artikel 22.18 van het Omgevingsplan (zie in gelijk zin: Omgevingsplan gemeente Helmond | Lokale wet- en regelgeving) particuliere houtstook aan te pakken. Daarbij is gebruik gemaakt van een beleidsregel (zie: Beleidsregel zorgplicht bij houtstook Amersfoort | Lokale wet- en regelgeving). Een eventueel amendement om een verbod op houtstook te reguleren via de APV wordt ten zeerste ontraden. Temeer wij twijfels hebben bij de handhaafbaarheid en de ervaringen van Amersfoort op dit punt willen afwachten.

b) Nee, een amendement zal leiden tot een tekst met daarin een noodzakelijke afbakeningsbepaling welke erop neerkomt dat het verbod niet geldt voor zover het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet van toepassing is. Daarmee wordt het verbod uitgehold en ontstaat een “lege huls”. N.B. De fractie van GroenLinks heeft tijdens de commissievergadering aangegeven om nader inzien af te zien van het indienen van een amendement. Tijdens de raadsvergadering zal een motie worden ingediend. 3. Definitiebepaling artikel 2.2.2.2 bevat tekstuele doublure 2

In artikel 2.2.2.4 onder d staat twee keer de zinsnede “het gebied dat omsloten wordt”. Dat lijkt een doublure. Antwoord: Dat is een juiste constatering. De tekst wordt aangepast. 4. Gebruik herbruikbare bekers tijdens evenementen a) Is er iets in de APV vastgelegd m.b.t. gebruik van herbruikbare bekers tijdens evenementen. b) Zo nee, is dat ergens anders vastgelegd voor Helmondse evenementen. Antwoorden: a) Nee. b) Er geldt rijksregelgeving (de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik of kortweg: Rkeg) waarin wegwerpplastic verboden is en het gebruik van recyclebare bekers wettelijk is voorgeschreven. Toezicht en handhaving ligt bij het rijk en wel bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De Rkeg biedt de mogelijkheid om de materie ook bij lokale verordening te regelen. De VNG heeft aangegeven (voorlopig) niet met een modelbepaling te komen. In het participatietraject m.b.t het uitvoeringsbeleid evenementen is het onderwerp ter sprake gekomen.

B. Vragen fractie VVD 1. Vragen over de verschillen tussen de Helmondse APV en het model van de VNG a) Welke artikelen zijn in de APV Helmond niet (of anders) overgenomen uit de Model-APV van de VNG? b) En welke bepalingen staan in de APV van Helmond die niet in de Model-APV staan? c) Wat zijn de verschillen en wat is de reden van deze keuzes? Antwoord: Deze vraag gaat verder dan het beantwoorden van vragen over de te wijzigen of in te trekken bepalingen dan wel onderwerpen die in de APV worden gemist. Bovendien vergt het beantwoorden van de vraag een uitgebreide analyse waarbij niet alle in het verleden gemaakte (bestuurlijke) keuzes nog kunnen worden achterhaald. In de bijlage treft u een overzicht aan waarin een vergelijking is gemaakt. 2. Communicatie over de aanstaande wijzigingen in de APV van Helmond a) Hoe wordt gecommuniceerd over wijzigingen in de APV? b) Krijgen inwoners een toegankelijke, leesbare versie van de nieuwe regels zoals in de gemeente Ede? c) Hoe wordt er actief gecommuniceerd over belangrijke wijzigingen? d) Kan er op de gemeentelijke website een link worden toegevoegd zodat je bij de geldende wettekst uitkomt. Het zoeken via www.overheid.nl is ingewikkeld. Antwoorden: a) Belangrijke thema’s die wijzigen worden vertaald naar onze website (aanbod van producten en diensten) zodat het voor eenieder begrijpelijk is. Andere 3

belangrijke thema’s worden gericht gecommuniceerd met specifieke doelgroepen. Bij het laatste valt te denken aan organisatoren van evenementen rondom het nieuwe evenementenbeleid. b) Twijfelachtig is of onze inwoners wetteksten raadplegen als zij geïnformeerd willen worden. Dat geldt ook voor een leesbare versie van de APV zoals in de gemeente Ede waaraan - ondanks de opname van een disclaimer - de nodige (juridische) haken en ogen kleven. Wij zien meer in de handelswijze zoals beschreven onder a. Aanvullende reactie portefeuillehouder tijdens commissievergadering: Toegezegd wordt dat het college de mogelijkheid van een leeswijzer naast de officiële wettekst van de APV nader zal onderzoeken. Als die leeswijzer er komt, dan is dat pas bij de eerstvolgende reguliere wijziging van de APV. c) Zie het antwoord onder a. d) Ja, dat is een optie. 3. Overgang van APV-bepalingen naar het Omgevingsplan a. Welke APV-bepalingen zijn al overgeheveld naar het Omgevingsplan en welke volgen nog? b. Welke APV-bepalingen moeten nog worden opgenomen in het Omgevingsplan om te voldoen aan de Omgevingswet? c. Wat is de planning voor deze overgang? d. Wordt er een overgangsregeling getroffen om juridische leemtes te voorkomen? Antwoorden: a) Er zijn nog geen bepalingen overgeheveld naar het Omgevingsplan. We hebben daartoe de tijd tot 1 januari 2032.

Daarmee is niet gezegd dat Helmond niet eerder aan de wettelijke verplichting zal voldoen. Gekoerst wordt op einde 2030. b) Er is met het oog op de Verordening fysieke leefomgeving (die was aangekondigd maar die er niet gaat komen en die bedoeld was als tussenschakel tussen de APV en het Helmondse omgevingsplan) een voorlopige analyse gemaakt van welke ruimtelijke-fysieke bepalingen over moeten en kunnen worden geheveld. Hierbij is gebruik gemaakt van de Handreiking APV en omgevingsplan van de VNG. Zie: APV en omgevingsplan. c) Zie het antwoord onder a. d) Daar kan op dit moment nog geen antwoord op worden gegeven. 4. Artikel 2.2.1.2c – Weigeringsgronden voor evenementenvergunningen. Dit artikel stelt dat een evenement kan worden geweigerd als het niet in de evenementenkalender staat. De toelichting stelt echter dat opname op de kalender geen garantie biedt op vergunningverlening. a) Waarom wordt deze nuance niet in het artikel zelf opgenomen? b) Wat voegt de evenementkalender toe (lijkt overbodig gezien de nuance)? c) Hoe wordt de objectiviteit van deze afweging (nuance) geborgd? Antwoorden:

4

a) De APV bevat algemeen verbindende voorschriften en is (dus) normatief van aard. Een nuance als voornoemd hoort om wetstechnische redenen daarin niet thuis. In het nog vast te stellen Uitvoeringsbeleid evenementen Helmond komt deze nuance wél expliciet terug in het onderdeel over de evenementenkalender. Vanzelfsprekend is van belang dat (potentiële) organisatoren van evenementen hiervan op de hoogte zijn. Dat zal t.z.t. nog worden gecommuniceerd o.a. via de gemeentelijke website. b) De evenementenkalender (hierna: kalender) staat in het huidige beleid beschreven en er wordt mee gewerkt. De kalender heeft op dit moment echter nog geen juridische (formele) status en daarin komt met het nieuwe evenementenbeleid verandering in, te beginnen met het benoemen daarvan in de APV. De bedoeling van de kalender is dat organisatoren van evenementen voor 15 oktober voorafgaand aan het nieuwe kalenderjaar hun evenementen aandragen bij de gemeente. Bezien wordt of er problemen zijn of dat een bepaalde datum of locatie een probleem oplevert (denk aan samenloop van evenementen). Alle gemeenten in Zuidoost-Brabant sturen hun concept-evenementenkalender voor 1 november naar de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO). De VRBZO stelt op basis hiervan een regionale evenementenkalender vast, waarbij gelet wordt op de beschikbaarheid van politie en hulpdiensten.

Uiterlijk medio november koppelt de VRBZO haar advies terug naar de gemeenten. Op 1 december wordt de evenementenkalender vastgesteld waarbij de opgenomen evenementen als het ware “gereserveerd”’ worden. Of (gereserveerde) evenementen daadwerkelijk plaats kunnen vinden, is vervolgens afhankelijk van de aanvraag die door (of namens) de burgemeester wordt getoetst. Het kan zo zijn dat een evenementenvergunning alsnog wordt geweigerd omdat een organisator geen adequaat veiligheidsplan indient. Een kalender is een spreidingsinstrument. Een evenement dat na de “deadline” van 15 oktober wordt aangemeld en dat nog inpasbaar is kan (met positief advies van de VRBZO) door de burgemeester worden vergund. Als dat niet het geval is, dan ligt weigering vanwege het niet staan vermeld op de kalender voor de hand. c) Over de objectiviteit van de afweging het volgende. Als er twee of meer evenementen op dezelfde locatie en datum gepland zijn, gaat de evenementencoördinator in gesprek met de organisator die zich het laatste heeft gemeld om te bezien of er kan worden geschoven qua locatie of datum. In de praktijk levert dit nagenoeg nooit problemen op. De voorrangsregels bij samenloop worden verder uitgewerkt in het nog vast te stellen uitvoeringsbeleid. 5. Artikel 2.4.13 – Verbod op slapen in de openbare ruimte. Dit verbod geldt alleen in door het college aangewezen gebieden.

Waar zijn deze gebieden vastgelegd en hoe kunnen inwoners dit inzien c.q. kennis van nemen? Antwoord: De nieuwe slaapverbodsbepaling is nog niet vastgesteld. Pas na vaststelling kan het college gebieden aanwijzen als de noodzaak daartoe bestaat. Zo’n gebiedsaanwijzing gebeurt in zo’n geval via een zogeheten uitvoeringsbesluit. Een dergelijk besluit (van algemene strekking) is een product van lokale regelgeving en wordt na vaststelling via het elektronisch gemeenteblad 5

bekendgemaakt en is raadpleegbaar via www.overheid.nl. Meer hierover zie de vraag van de fractie van GroenLinks (A-1) en het bijbehorende antwoord. 6. Artikel 2.4.17 – Loslopende honden Moet dit niet in het Omgevingsplan worden geregeld in plaats van de APV (dit raakt de fysieke leefomgeving en zou als functie per locatie ingeregeld kunnen worden)? Antwoord: Ja, dit thema zal uiteindelijk moeten landen in het omgevingsplan. Deze transitie dient nog plaats te vinden. Zoals in het antwoord op vraag B-3 al is aangegeven, geldt de deadline van 1 januari 2032 en wordt er gekoerst op einde 2030. 7. Artikel 2.4.17 lid 1b – Verbod voor honden op speelplaatsen. Op dit moment worden speelvoorzieningen in Helmond via een collegebesluit aangewezen. Dit is geregeld in het Uitvoeringsbesluit Hondenkaart Helmond 2021. Kan dit niet direct in de APV worden opgenomen als een algemeen verbod op honden in speelplaatsen? Te meer er in de loop van de tijd nieuwe speelplaatsen bijkomen en de hondenkaart dan niet up to date is. Antwoord: Ja, wetstechnische gezien is dat mogelijk. Echter, via het Uitvoeringsbesluit hondenkaart worden meerdere (openbare) plaatsen aangewezen dan alleen speelplaatsen. In het verleden is ervoor gekozen om artikel 2.4.17 niet te lang te maken en om overeenkomstig het model van de VNG te kiezen voor een “tweetrapsraket”.

Het voordeel van de hondenkaart is dat alles overzichtelijk bij elkaar staat en dat het college sneller en flexibeler gebieden / openbare plaatsen kan aanwijzen dan de raad. Via de gemeentelijke website (onderdeel Dieren) worden hondenbezitters geïnformeerd over waar men wel en niet met de hond mag komen en onder welke condities. In algemene zin raadplegen inwoners voor informatie eerder onze website dan de APV. Verder wordt erop gewezen dat de hondenkaart regelmatig wordt gewijzigd. N.B. Tijdens de behandeling in de raadscommissie heeft de VVD-fractie aangegeven om te komen met een amendement om zo de speelplaatsen te verankeren in de tekst. Daarbij is om wetstechnische ondersteuning gevraagd die is toegezegd. 8. Artikel 2.12.1 en 2.12.2 – Aanpak van ondermijning De APV Helmond bevat al bepalingen tegen een malafide ondernemersklimaat en sluiting van panden. Echter, de uitgebreide ondermijningsbepalingen uit de Model-APV van de VNG ontbreken, zoals: Bestuurlijke boetes voor malafide bedrijven. En Meldplicht voor verdachte vastgoedtransacties. a) Waarom zijn deze bepalingen niet overgenomen in de Helmondse APV? b) Overweegt het college aanvullende maatregelen om vastgoedfraude en criminele investeringen te voorkomen? c) Hoe worden inwoners en ondernemers geïnformeerd over wijzigingen in de aanpak van ondermijning? Antwoorden:

6

a) De bestuurlijke boete en de meldplicht voor verdachte vastgoedtransacties maken geen deel uit van de twee ondermijningsbepalingen in de laatste versie van de model-APV. Artikel 2.12.1 (Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat) is even uitgebreid als de modelbepaling. Het artikel wijkt wel op sommige punten af maar dat doet niets af aan de rechtsgeldigheid of de uitvoerbaarheid in de praktijk. In de strijd tegen ondermijning achten wij een (punitieve) bestuurlijke boete minder effectief dan het weigeren of intrekken van een vergunning en een feitelijke sluiting van een gebouw en/of een bijbehorend erf. b) De achterliggende gedachte bij artikel 2.12.1 APV is om bedrijfsmatige activiteiten die gevoelig zijn voor ondermijning te onderwerpen aan een vergunningplicht met bijbehorende Bibob-toets. Via de Bibob-toets kunnen criminele activiteiten - zoals witwaspraktijken - in beeld worden gebracht. Wanneer een aanvrager van een vergunning niet goed uit die toets komt, kan een nieuwe vergunning worden geweigerd of een bestaande vergunning worden ingetrokken zodat de exploitatie niet kan worden voortgezet. Het Bibob-beleid van de gemeente (en Peellandgemeenten) is recent (2024) verder uitgebreid en ook vastgoedtransacties vallen inmiddels onder dat beleid. c) Wat het Bibob-beleid betreft, bevat de website van de gemeente uitgebreide informatie.

En verder wordt - op het moment dat een aanvraag voor een bepaald soort vergunning (waarop de Beleidsregel Wet Bibob Helmond 2024 van toepassing is verklaard) bij de gemeente Helmond wordt ingediend - de aanvrager geïnformeerd over de gang van zaken. Het is dan aan aanvrager om zijn of haar aanvraag door te zetten of af te breken. Voornoemde beleidsregel heeft overigens ook betrekking op aanbestedingen, subsidies en (zoals eerder opgemerkt) vastgoedtransacties. 9. Artikel 2.12.2 – Sluiting van drugspanden (Damoclesbeleid) In het nieuws wordt geregeld gesteld dat burgemeesters door de rechter worden teruggefloten bij sluitingen van drugspanden, onder andere omdat sommige gemeenten geen vastgesteld Damoclesbeleid hebben. a) Waarom is er in Helmond voor gekozen om het Damoclesbeleid niet expliciet in de APV op te nemen? b) Is er wel een aparte beleidsnota vastgesteld (of in ontwikkeling) voor de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet in Helmond?

Antwoorden: a) Artikel 2.12.2 APV (nieuw) heeft geen betrekking op drugspanden die worden gesloten o.g.v. artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles). Zie hiervoor de afbakeningsbepaling ingevolge het tweede lid. De Beleidsregel handhaving 13b Opiumwet Helmond 2024 (die invulling geeft aan het Damoclesbeleid van de burgemeester) houdt verband met het uitvoeren van artikel 13b Opiumwet (medebewindswet) en staat geheel los van de APV. b) Zie het antwoord op de vorige vraag.

7

10. Artikel 5.1.11 – Overlast van fietsen en bromfietsen. De APV Helmond bevat een termijn van vier weken voor onafgebroken gestalde fietsen. De Model-APV van de VNG is aangepast naar aanleiding van jurisprudentie, zodat het verbod direct uit de APV zelf voortvloeit en niet afhankelijk is van een collegebesluit. a) Komt de formulering van artikel 5.1.11 in de APV Helmond overeen met de nieuwste Model-APV? b) Zijn er juridische of praktische redenen om hiervan af te wijken? Antwoorden: a) Artikel 5.1.11 komt nagenoeg overeen met de laatste versie van de overeenkomstige modelbepaling van de VNG (d.w.z. de alternatieve (facultatieve) bepaling van artikel 5:12) met de kanttekening dat de periode niet door het college maar door de raad zelf wordt bepaald. b) Een uitvoeringsbesluit acht het college hier niet noodzakelijk omdat flexibiliteit (die vaak in de praktijk wel wenselijk is) hier niet nodig wordt geacht. 11. Artikel 5.5.1 – Verbod op afvalverbranding en sfeervuren In de APV is verbranding van afval verboden, maar sfeervuren zoals vuurkorven zijn uitgezonderd, zolang geen afvalstoffen worden verbrand. De interpretatie van "afval" leidt tot discussie, bijvoorbeeld rond de verbranding van religieuze teksten, zie dit krantenartikel: https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2505175-moskeeen-willenverbod-op-koranverbranding-om-religieuze-vrede-te-beschermen.

In Den Haag is al een voorschrift dat bij demonstraties geen voorwerpen mogen worden verbrand. a) Kan de APV van Helmond worden aangepast om ook verbranding van "voorwerpen" in de openbare ruimte te verbieden? b) Is het toegestaan om in de openlucht via een vuurkorf afvalstoffen te verbranden? Antwoord: a) Nee. Demonstreren is een grondrecht (zie artikel 9 Grondwet) en is uitgewerkt geregeld in de Wet openbare manifestaties (Wom). Artikel 4 Wom schrijft voor dat de gemeenteraad de procedurele aspecten rondom de kennisgeving moet regelen bij verordening. Die procedurele aspecten vinden we terug in artikel 2.1.2.2 van de Helmondse APV. Artikel 5, eerste lid Wom bepaalt dat de burgemeester n.a.v. de kennisgeving voorschriften en beperkingen mag stellen of een demonstratie mag verbieden. Een dergelijk voorschrift, beperking of verbod mag ingevolge artikel 5 derde lid Wom géén betrekking hebben op de inhoud van de collectieve meningsuiting. Een voorschrift in de Wom-beschikking zoals de gemeente Den Haag hanteert om kennelijk (indirect) koran-verbrandingen te verbieden, is in strijd met (het gesloten systeem van) de Wom en druist in tegen het grondwettelijk en het Europeesrechtelijk beschermde betogingsrecht. Dat geldt ook voor oneigenlijk gebruik van voornoemde APV-bepaling.

Kortom: er mag de burgemeester op geen enkele wijze censuur worden gepleegd ook al is de boodschap of de handeling controversieel, provocerend of anderszins

8

(moreel) verwerpelijk. Het is aan het OM om achteraf te beoordelen of er strafbare feiten zijn gepleegd (zoals (groeps)belediging of haatzaaien). b) Nee, het verbranden van afvalstoffen via een vuurkorf mag niet (zie de toevoeging achter de komma in artikel 5.5.1, lid 2 onder b → indien geen afvalstoffen worden verbrand). Het motief van afdeling 5 is de bescherming van het milieu. Reactie op beantwoording. Onderdeel a graag beantwoorden maar dan buiten de context van demonstraties. Bij de vraag onderdeel b moet staan “nietafvalstoffen”. Graag ook deze vraag opnieuw beantwoorden. a) Kan de APV van Helmond worden aangepast om ook verbranding van "voorwerpen" in de openbare ruimte te verbieden? b) Is het toegestaan om in de openlucht via een vuurkorf niet afvalstoffen te verbranden? Antwoorden: a) Het begrip afvalstoffen is niet in de (model) APV gedefinieerd maar in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer. Daar wordt onder afvalstoffen verstaan: alle stoffen, mengsels of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Aanpassing van de tekst is niet wenselijk omdat daarmee de reikwijdte onnodig wordt verengd en bovendien wordt afgeweken van het model van de VNG. b) Ja. Zie de uitzondering in artikel 5.5.1, lid 2 die expliciet verwijst naar vuurkorven.

Opmerking: Tijdens de commissievergadering is nog opgemerkt dat het begrip afvalstoffen niet in de APV zelf is gedefinieerd, gevolgd door een vraag. c) Is het vanuit juridisch oogpunt niet beter om het begrip afvalstoffen op te nemen in de tekst van de APV (definitie). Antwoord: c) Ja, dit heeft de voorkeur. De APV wordt op dit punt voorafgaand aan de raadsvergadering aangevuld. 12. Artikel 5.6.2 – Aangifteplicht voor overleden gezelschapsdieren De Model-APV van de VNG bevat geen meldplicht voor overleden huisdieren. In Helmond is dit wel verplicht. a) Waarom heeft Helmond ervoor gekozen om wél een aangifteplicht op te nemen? b) Wat is de praktische meerwaarde van deze regeling? c) Klopt het dat het model uitzonderingen maakt voor honden en katten? d) Waar kan men de kadavers van huisdieren naar toe brengen? Antwoorden: a) Het is juist dat de paragraaf over overleden gezelschapsdieren niet langer deel uitmaakt van de model-APV van de VNG. Dat was eerder wel het geval. De VNG heeft jaren geleden deze paragraaf overgeheveld naar de model Afvalstoffenverordening. In Helmond is hier niet voor gekozen en is dit thema blijven staan in de APV (evenals Apeldoorn, Gouda, Zwolle en Best). Er zijn 9

ook gemeenten die ervoor hebben gekozen om dit te regelen via een zogeheten Destructieverordening. b) Artikel 3.5 Wet dieren schrijft voor dat bij gemeentelijke verordening regels worden gesteld over het aangeven, bewaren, ophalen en overdragen van kadavers van gezelschapsdieren. c) Nee. Onder gezelschapsdieren worden ingevolge de Wet dieren ook honden en katten verstaan. Er zijn ons geen gemeenten bekend die categorieën gezelschapsdieren uitzonderen. De wet maakt geen onderscheid en het is dus geen optie. Ook de model Afvalstoffenverordening (VNG) gaat uit van gezelschapsdieren en maakt in lijn met de wet geen uitzonderingen voor honden en katten. d) In Helmond kan men terecht bij de milieustraat of dierenarts (zie voor het laatste artikel 5.6.2, lid 4 APV). 13. Artikel 2.4.2 lid 6 van de APV (plakken en kladden) Dit artikel bepaalt dat het verboden is om aanplakborden te gebruiken voor handelsreclame. Deze bepaling impliceert echter ook dat carnavalsverenigingen en andere non-profitorganisaties geen posters mogen plakken, zelfs als de opbrengst van hun evenementen wordt gebruikt om de vereniging of stichting draaiende te houden en het behoud van UNESCO immaterieel erfgoed te ondersteunen. Recent (d.d. 12 feb 2025) heeft CV De Rampetampers een waarschuwing ontvangen van de gemeente Helmond wegens het ophangen van posters. a.

Is het technisch en juridisch mogelijk om in de APV een uitzondering op te nemen voor carnavalsverenigingen en/of andere non-profitorganisaties, zodat zij wél gebruik mogen maken van de aanplakborden voor de promotie van evenementen? b. Welke alternatieven ziet het college om carnavalsverenigingen en andere non-profitorganisaties beter te faciliteren bij het aankondigen van hun evenementen? c. Zou een vergunning- of ontheffingsregeling een werkbare oplossing zijn om onderscheid te maken tussen commerciële reclame en non-profit evenementen? Antwoorden: a) Aanplakborden zijn bedoeld voor het aanbrengen / openbaren van (vrije) meningsuitingen en niet-commerciële bekendmakingen. Het gebruik van aanplakborden is overeenkomstig het zevende lid verder geregeld in de Nadere regels aanplakborden gemeente Helmond 2021. CV De Rampetampers is aangeschreven omdat verwezen wordt naar een evenement met een commercieel karakter; er wordt een toegangsprijs gevraagd. Strikt genomen zou juridisch gezien een uitzondering kunnen worden gemaakt voor non-profitorganisaties, maar in de praktijk kom je dan in een “grijs gebied” terecht waardoor de handhaving ernstig wordt bemoeilijkt. Het kan ook ten koste gaan van de doelgroep voor wie de aanplakborden echt bedoeld zijn.

b) Non-profitorganisaties kunnen onverminderd gebruik maken van de buitenreclameborden die worden geëxploiteerd door Hoffman Outdoor Media. Die borden worden ook gebruikt voor het aankondigen van evenementen met een commercieel oogmerk en activiteiten ter promotie van sociaal culturele 10

publieksevenementen zonder winstoogmerk. Voor de laatste categorie (zonder winstoogmerk) geldt een speciaal (veel gunstiger) tarief. Voor alle carnavalsverenigingen zijn in de wijken specifieke aankondigingsborden geplaatst waar men gratis gebruik van kan maken. Wil men meer, dan kan men zich nog wenden tot Hoffman Outdoor Media. c) Nee, zie het antwoord onder a.

C. Vragen fractie Mi Hellemonders 1. Belangrijkste wijzigingen Waarom wordt de APV herzien en wat zijn de belangrijkste wijzigingen? Antwoord: Het antwoord op die vraag is verwoord in het raadsvoorstel en de kleurenversie (met toelichting in de kantlijn) die u bij de stukken aantreft. 2. Beslistermijn in artikel 1.2 APV Kan de termijn van 8 weken worden verkort gezien de digitalisering? Antwoord: Artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een beslissing moet worden genomen binnen de wettelijk bepaalde termijn en bij gebreke daarvan binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. Verder bepaalt dat artikel dat de maximale redelijke termijn acht weken bedraagt. In Helmond is de wettelijke (maximale) termijn vastgesteld op 8 weken overeenkomstig het advies (model) van de VNG. Van die termijn kan worden afgeweken, maar is geen verstandige optie. Immers digitalisering betekent lang niet altijd dat de voorbereidingstijd om tot een kwalitatief goede beschikking (vergunning of ontheffing) te komen kan worden verkort. Te denken valt hierbij aan de afgifte van evenementenvergunningen waarbij we afhankelijk zijn van de adviezen van onze veiligheidspartners. Vanzelfsprekend wordt niet altijd de volle termijn van acht weken gebruikt; als het sneller kan dan gebeurt dat in de praktijk ook. 3.

Bezwaarprocedure Waarom staat deze niet in de APV, terwijl die wel op de gemeentelijke website vermeld wordt? Antwoord: Het vermelden van de bezwaarprocedure past niet in een verordening als de APV. De bezwaarprocedure hoort bij de besluitvorming die daaruit voortvloeit (met name beschikkingen). Vandaar dat ook onder de beschikkingen de bezwaarmogelijkheid wordt vermeld. De informatie op de website is vanuit communicatief oogpunt (service) daar geplaatst. 4. Efficiëntie Hoe kan de totale doorlooptijd (tot 20 weken) worden verkort? Antwoord:

11

Onduidelijk is welke doorlooptijd hier wordt bedoeld. In de APV wordt nergens een termijn of doorlooptijd van 20 weken genoemd. 5. Verbeteringen Welke concrete verbeteringen kunnen we verwachten in de nieuwe APV? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag C-1.

D. Vraag fractie SP (tijdens commissievergadering) Een slaapverbodsbepaling in de APV is niet passend voor zover er geen alternatief voorhanden is. Het is onbestaanbaar om deze kwetsbare groep (daklozen) te beboeten in het geval zij het verbod overtreden. Is het college bereid om de bepaling zo aan te passen dat deze niet geldt voor daklozen? Antwoord: Bij nader inzien is het ongewenst om voor deze categorie een uitzondering te maken. Allereerst is deze bepaling ook bedoeld voor daklozen en de handhaafbaarheid wordt bij het maken van dit onderscheid enorm ingewikkeld. Zoals aangegeven in de commissievergadering, zal met de grootst mogelijke zorg en met een grote mate van prudentie met deze bevoegdheid worden omgegaan. De politie en onze boa’s zullen niet meteen gaan beboeten en zeker niet een kwetsbare groep als hier bedoeld. Het artikel kan wel helpen met het oog op de handhaving van de openbare orde. Het (kapstok)artikel kan worden ingezet als zich bijvoorbeeld bij recreatieplas Berkendonk personen daar veelvuldig overnachten en het daar erg bont maken (overlast). In zo’n geval is het voorstelbaar dat het college het instrument inzet.

E. Vraag fractie 50+ (tijdens commissievergadering) In het kader van het tegengaan van ondermijning wordt er een extra artikel aan de APV toegevoegd (lees: artikel 2.12.2 APV). Op het moment dat een bepaalde vergunning is voorgeschreven wordt de Bibob-toets gehanteerd. Maar hoe wordt ondermijning bestreden als er geen vergunning benodigd is (zoals een autobranche) ? Antwoord: In de Beleidsregel Wet Bibob Helmond 2024 staat beschreven op welke thema’s de Bibob-toets betrekking heeft. Stel dat een autobedrijf wenst uit te breiden en daarvoor een omgevingsvergunning benodigd heeft voor verbouw, dan wordt (afhankelijk van de hoogte van het legesbedrag) er een Bibob-toetst uitgevoerd. Wanneer er signalen zijn dat in een bepaald gebied of in een bepaalde branche door het plegen van strafbare feiten de openbare orde, de veiligheid of de leefbaarheid aanwijsbaar onder druk staat, dan kan gebruik worden gemaakt van het (voorafgaande) artikel 2.11.1 APV ofwel het invoeren van een exploitatievergunningenstelsel met bijbehorende Bibob-toets. Dat zou in principe ook voor een branche kunnen gaan gelden, zoals een autobranche. 12

F. Vragen Forum voor Democratie 1. In artikel 2.2.1.1. wordt gesproken over de categorisering van evenementen (A, B of C) die te maken zou hebben met een bepaalde mate van risico bij evenementen. a. Wie bepaalt binnen welke categorie een evenement valt? b. Moet de aanvrager daartoe zelf al een inschatting maken? c. Zo ja, op welke wijze en hoe betrouwbaar is dat dan? Antwoorden: a) De categorisering sluit aan bij de definiëring in de Regionale procesbeschrijving evenementenveiligheid van de Veiligheidsregio’s VRBZ en VRBN. Er is een tool (checklist) beschikbaar die onze evenementencoördinatoren hanteren om de categorisering te bepalen. b) Nee, dat is heel lastig omdat organisatoren van evenementen ook niet beschikken over de tool. c) De wijze waarop is beantwoord in onderdeel a. De tool bevat hele heldere indicatoren. In de uitvoeringspraktijk levert dit nauwelijks problemen op. Indien nodig en bij twijfel tussen bijvoorbeeld een B- en C-evenement, wordt dit nader besproken in het Veiligheidsoverleg evenementen, waarin de politie en de VRBZO participeren. 2. Er wordt gesteld dat artikel 5.1.5.a kan worden geschrapt. Dit gaat over het bevestigen van vervoermiddelen aan straatmeubilair. Er ontbreekt een feitcode, waardoor opsporingsambtenaren niet simpel kunnen bekeuren, maar een proces- verbaal moeten typen.

Dat lijkt me op zich een slecht motief; het zijn namelijk niet de moeilijkste processen-verbaal, weet ik uit ervaring met APV's. Daarnaast wordt gesteld dat e.e.a. bestuurlijk kan worden gehandhaafd, om door middel van toepassing van artikel 5.1.11 (overlast van fietsen of bromfietsen). a. Maar hoe treedt de gemeente dan op tegen allerlei soorten aanhangwagens die op het wegdek, op het trottoir of in een groenvoorziening worden vastgelegd aan bomen en/of straatmeubilair? Deze nemen immers inmiddels schaarse parkeervakken in beslag, belemmeren de veilige doorgang over trottoirs voor o.a.: mindervaliden, ouderen, of moeders met kinderwagens en brengen schade toe aan groenvoorzieningen. Dit valt niet binnen de werking van artikel 5.1.11, want daarin wordt ‘of enig ander voertuig’ namelijk niet genoemd. Graag een reactie. Antwoord: Er wordt al jaren geen gebruik meer gemaakt van deze bepaling. Aanhangers op het wegdek of in groenvoorzieningen komen sporadisch voor en vaak lost het probleem zich in de praktijk ook op. Bovendien kan tegen het plaatsen in groenvoorzieningen nog altijd worden opgetreden via artikel 5.1.10 APV. Tijdens de twee dereguleringsrondes in 2011 en 2017 is als maatstaf aangegeven dat we regelingen intrekken of artikelen schrappen wanneer deze aan betekenis hebben verloren en er niet op wordt gehandhaafd.

Bij de APV wordt bij elke wijzigingsronde de dereguleringsvraag gesteld. 3. De herformulering van artikel 5.3.6a, m.b.t. het gebruik openbare wateren, bevat de uitbreiding: ‘of deze anderszins voor recreatie te 13

gebruiken’. Hierbij is vissen uitgezonderd, omdat dit inderdaad geregeld is in de Visserijwet. Als voorbeeld noem ik het viswater in Brandevoort, gelegen aan twee zijden van De Voort. Deze waterpartij wordt in de bij de verplichte VisPas behorende VIS-pIanner-app, aangeduid als: Vijver Brandevoort Noord en Zuid. Dit is de enige vijver in Brandevoort waar door volwassenen met een betaalde VisPas mag worden gevist. Bij de andere vijvers wordt je door BOA's weggejaagd of bekeurd; deze zijn immers bestemd voor de jeugd, met een schriftelijke ‘jeugdtoestemming’ van de gemeente Helmond. In de zomermaanden wordt deze plas veelvuldig gebruikt voor recreatieve doeleinden, gepaard gaand met overlast door geluid en vervuiling, waardoor het sportvissen ter plaatse amper kan plaatsvinden. Vraag: Gaat u de sportvissers ter plaatse en de omwonenden van deze waterpartijen helpen door het plaatsen van borden waarop de ongewenste recreatie wordt medegedeeld en gaat u daarop ook handhaven?

Antwoord: Deze vraag gaat niet over de bepaling zelf maar over de toepassing in de praktijk. Op dit moment hebben ons (nog) geen klachten van sportvissers en/of omwonenden van beide vijvers bereikt inzake overlast of aantasting van de landschappelijke waarde. Als de situatie zich wijzigt, dan zal worden bezien of een aanwijzing noodzakelijk is. Het plaatsen van bebording heeft niet onze voorkeur. Een aanwijzingsbesluit zal op de gebruikelijke worden bekend gemaakt en een verbod zal op een andere wijze worden gecommuniceerd.

Helmond, 26 februari 2025

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15202807/2