beantwoording openstaande technische vragen Speelhuis-Cacaofabriek nav Adviescommissie 18 oktober 2022
Tekst van het document
Aanvullende technische vragen bij Adviescommissie vergadering van 18 oktober 2022 Wensen- en bedenkingenprocedure inzake Oprichting concern het Speelhuis / De Cacaofabriek 1. Inleiding Op 18 oktober heeft de vergadering van de Adviescommissie plaatsgevonden. Hierin heeft het college verzocht om een commissiebehandeling van de wensen en bedenkingenprocedure inzake de oprichting van het concern Het Speelhuis / De Cacaofabriek. In het raadsvoorstel is als besluitpunt opgenomen: Het College van Burgemeester en Wethouders nodigt uw raad uit om eventuele wensen en bedenkingen kenbaar te maken betreffende het voorgenomen besluit om per 1 januari 2023 over te gaan tot de oprichting van een stichting waarin de culturele activiteiten van de gemeentelijke afdeling Het Speelhuis worden ondergebracht en de horeca-activiteiten van Het Speelhuis onder te brengen in een separate vennootschap. In september 2021 heeft de gemeenteraad unaniem besloten tot verzelfstandiging van het Speelhuis door fusie met Stichting De Nederlandsche Cacaofabriek, in de vorm van een concern-constructie (RV 061). In uitvoering van dit besluit ligt nu de wensen en bedenkingen procedure voor ten aanzien van het op te richten concern. Het college ontvangt graag uw eventuele wensen en bedenkingen ten aanzien van het oprichten van de beschreven constructie.
Tijdens de commissievergadering werden naast wensen en bedenkingen ook vragen gesteld die buiten de reikwijdte van deze vraag liggen. Hieronder een korte toelichting op wat een ‘wensen- en bedenkingenprocedure’ behelst.
2. Wensen- en bedenkingenprocedure Op grond van artikel 160 lid 2 gemeentewet mag het college pas overgaan tot het oprichten van een rechtspersoon nadat de gemeenteraad de gelegenheid heeft gekregen hierover zijn wensen en bedenkingen ter kennis aan het college te brengen. Het uiteindelijke besluit is een bevoegdheid van het college. De vraag aan de raad in deze is aldus of zij het college overwegingen mee wil geven bij het nemen van het besluit.
Technische vragen Naast wensen en bedenkingen werd in de commissie een aantal aanvullende technische vragen gesteld. Deze zullen wij beantwoorden vanuit het perspectief van de voorliggende wensen en bedenkingen procedure ten aanzien van het oprichten van het concern Speelhuis / Cacaofabriek. De vragen hebben betrekking op de verhouding bestuur en directie, rechtspositie van medewerkers van het Speelhuis, geldstromen., horeca en subsidie(-verplichtingen). Voorts zijn nog vragen gesteld over gebruikers/huurders van Cacaofabriek. Deze staan los van de voorliggende wensen en bedenkingenprocedure en daar wordt hier kort op ingegaan onder punt 8.
3. Bestuur en directie De voorgenomen structuur gaat ervan uit dat er één overkoepelende stichting is, die het statutair bestuur vormt van Stichting Het Speelhuis (nieuw op te richten), Stichting De Nederlandsche Cacaofabriek (reeds bestaand) en Horeca B.V (reeds bestaand). Dit is de bestuurstichting. De bestuurstichting zal Stichting Het Speelhuis en Stichting De Nederlandse Cacaofabriek besturen. Het bestuur bestaat uit vijf bestuursleden en heeft daarmee een andere samenstelling dan het huidige bestuur van De Cacaofabriek. Ter vergelijking; de instellingen Kunstkwartier en de Bibliotheek hebben ieder ook vijf bestuursleden. Het besturen van het nieuwe concern is een omvangrijke taak en het college acht het hebben van vijf bestuursleden daarbij passend. Twee van de bestuursleden worden, na werving en selectie op basis van de profielschets, rechtstreeks door het college benoemd in de bestuurstichting. Dit zijn nadrukkelijk geen ambtenaren of bestuurders van de gemeente. Hiermee wordt iedere vorm van belangenverstrengeling voorkomen. De overige bestuursleden betreffen in aanvang de huidige bestuursleden van De Cacaofabriek. Middels een rooster van aftreden wordt vervolgens invulling gegeven aan de toekomstige samenstelling van de bestuursstichting. Het benoemingsrecht van het college ligt vast in de statuten, zo is op dit punt inspraak geborgd.
De directeur van Het Speelhuis en De Cacaofabriek is één persoon en zal geen onderdeel uitmaken van het bestuur. De directeur is een zogenoemde titulair directeur, dat wil zeggen dat hij in dienst is van de stichting en een mandaat krijgt waarbinnen hij dient te opereren. Het bestuur legt verantwoording af voor het handelen van de directeur. Er is voor deze constructie gekozen omdat de directeur zich, zeker in het begin, vol moet kunnen richten op de inhoud (cultuur). Wellicht kan over een aantal jaren een andere keuze gemaakt worden. Dat is een keuze voor het dan zittende bestuur. Overigens is het wijzigen van het bestuursmodel een keuze waarvoor de bestuurstichting op grond van de statuten vooraf instemming van het college dient te krijgen is.
4. Medewerkers Het Speelhuis De medewerkers van Het Speelhuis krijgen een nieuwe werkgever. Eerder heeft het college als uitgangspunt genomen dat zij als gevolg van deze wijziging er niet in arbeidsvoorwaarden op achteruit mogen gaan. Zij krijgen echter wel te maken met een andere CAO waardoor er toch verschillen ontstaan. Momenteel lopen de gesprekken met het Lokaal Overleg (de vakbonden) om een overgangsregeling te maken zodat eventuele nadelige gevolgen worden opgevangen voor de huidige medewerkers van het speelhuis. Doelstelling is een overgangsregeling voor het einde van dit jaar gereed te hebben. Het streven is er op gericht om de arbeidsvoorwaardelijke positie van de huidige medewerkers zoveel mogelijk te borgen
5. Geldstromen Vanaf 2023 (oprichting van het nieuwe concern) lopen de financieringsstromen anders dan op dit moment. Het Speelhuis is dan geen gemeentelijke afdeling meer en is niet meer als zodanig opgenomen in de gemeentelijke begroting. De instelling blijft natuurlijk wel zichtbaar in de begroting, maar vergelijkbaar met de andere culturele instellingen als huurder en subsidiënt. De gemeente verstrekt een exploitatiesubsidie aan Stichting Het Speelhuis en een exploitatiesubsidie aan Stichting De Nederlandsche Cacaofabriek. De instellingen ontvangen een beschikking, waarin
verplichtingen en voorwaarden zijn opgenomen (vergelijkbaar met Kunstkwartier en De Bibliotheek). Door het stellen van verplichtingen heeft de gemeente invloed op culturele en maatschappelijke doelstellingen van de instellingen. Schematisch ziet de structuur op financieel vlak er als volgt uit:
6. Horeca In het concern wordt een separate horeca BV opgenomen. Deze vennootschap valt weliswaar onder het bestuur van de bestuurstichting maar kent een gescheiden boekhouding. Er komt geen geldstroom tot stand tussen de gemeente en de horeca. In de subsidies die aan de culturele instellingen worden toegekend worden verplichtingen opgenomen. Hiermee wordt geborgd dat er geen gelden naar de horeca vloeien. De directeur stuurt de culturele stichtingen aan. De horeca BV kent een eigen bedrijfsleiding die verantwoording aflegt aan de bestuurstichting. In de dagelijkse operatie zal er afstemming plaatsvinden tussen de teams horeca en cultuur, waarbij als uitgangspunt geldt dat cultuur bovenliggend is en horeca de culturele ervaring van de bezoekers ondersteunt.
7. Subsidie en subsidieverplichtingen Er komen voor beide instellingen subsidieverplichtingen zodat het college kan sturen op te behalen doelstellingen. De invloed van de gemeente op het nieuwe concern wordt voor het grootste deel via deze subsidieverplichtingen geborgd. De operationele bedrijfsvoering en hiermee onder meer een exploitatiebegroting voor het concern berust bij de stichtingen in het concern. De financiële kaders zijn reeds in 2021 door uw raad vastgesteld op basis van de informatie van het rapport Courante. Verantwoording over de financiën wordt, zoals bij alle instellingen die subsidie van de gemeente ontvangen, achteraf verantwoord.
8. Gebruikers/huurders Cacaofabriek Tijdens de commissievergadering werden vragen gesteld over de wijze waarop het beheer van het pand van De Cacaofabriek is geregeld. De vragen vallen buiten het kader van de ‘wensen en bedenkingenprocedure’. Echter, voor de volledigheid zullen wij hier kort op ingaan. Bij de start van De Cacaofabriek is afgesproken dat de stichting – als hoofdhuurder- optreedt als beheerder van het pand richting de bedrijven van de creatieve economie. In onderling overleg is, bij de start van de Cacaofabriek een verdeelsleutel / berekening gemaakt om de energie door te berekenen naar de creatieve economie (overige huurders). Naast de energie zijn er facilitaire zaken die onderling geregeld worden. Als hoofdhuurder is ook hier De Cacaofabriek de coördinerende partij. De facilitaire zaken belast De Cacaofabriek door aan de creatieve economie. Een dergelijke constructie wordt bij meer bedrijfsverzamelgebouwen toegepast. In het nieuwe concern blijft de situatie vooralsnog ongewijzigd. De Cacaofabriek blijft hoofdhuurder en daarmee coördineert en organiseert zij de hiervoor genoemde zaken. De afdeling Accommodaties en Exploitatie (voorheen Vastgoed) van de gemeente onderzoekt de mogelijkheden om op een andere manier invulling te geven aan de afspraken rond energie en facilitaire zaken.