CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording nadere technische vragen HH RV Vaststellen bestemmingsplan 't Hout - Hoofdstraat - Pastoor Elsenstraat

Gemeenteraad 12 juli 2022, gemeente HelmondBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 't Hout - Hoofdstraat - Pastoor Elsenstraat2.674 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ondernemen & Ontwikkelen Team Expertise & Ontwerpen Van Aan Datum Onderwerp

Wethouder van den Waardenburg Griffie, raadsleden 12 juli 2022 Technische vragen Helder Helmond op het bestemmingsplan ’t Hout – Hoofdstraat – Pastoor Elsenstraat

Bijage

Hierbij de reactie op onderstaande vragen, gesteld door Helder Helmond op 11 juli 2022 met betrekking tot het bestemmingsplan ’t Hout – Hoofdstraat – Pastoor Elsenstraat 1. Wat zijn de financiële gevolgen voor de gemeente wanneer we dit agendapunt niet op 12 juli a.s. behandelen? Antwoord: Uitstellen van de behandeling van het bestemmingsplan heeft voor de gemeente geen financiële gevolgen. Er zijn wel (financiële) gevolgen voor initiatiefnemers en gevolgen voor de bewoners, als het gaat om de zgn. uitvoeringslogistiek: de werkzaamheden zijn zo gepland dat de meest kwetsbare mensen kunnen verhuizen en dat daarna de oud-bouw kan worden gesloopt voor de volgende fase. Het is, kortom, een ingewikkelde schuifpuzzel waarin elke ontwikkeling met een andere ontwikkeling samenhangt.

2. In het rapport externe veiligheid wordt in de conclusies hfst 6 vermeld dat het groepsrisico van de spoorlijn en de aardgastransportleiding onder de oriëntatiewaarde zit. Er is ook geen 10-6 risicocontour. Daarom is er geen verantwoording nodig voor het groepsrisico in par 6.1. Vervolgens wordt geschreven onder par 6.2 dat er WEL een verantwoording van het groepsrisico nodig is EN dat de gemeenteraad deze verantwoording moet betrekken bij de besluitvorming. Hoe legt u deze tegenstrijdigheid uit? Kunt u alsnog de verantwoording van het groepsrisico met ons delen? En hoe dient de gemeenteraad deze te betrekken in haar besluitvorming? Antwoord: Bij alle nieuwe bestemmingsplannen wordt het aspect externe veiligheid beoordeeld wat betreft plaatsgebonden risico en groepsrisico. Uw conclusie dat er geen verantwoording nodig is voor het groepsrisico is niet juist. Voor het onderhavige plan is een beperkte verantwoording van het groepsrisico op grond van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en artikel 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) verplicht. De elementen voor het verantwoorden van het groepsrisico zijn beschreven in hoofdstuk 4 van het rapport: Ontwikkeling Dorpsplein Mierlo-Hout Externe veiligheid (Omgevingsveiligheid). Er is geen sprake van tegenstrijdigheid.

Door de bouw van het nieuwe (zorg)complex verandert het groepsrisico in de omgeving van de spoorlijn Eindhoven – Venlo (Brabantroute) en de hogedruk aardgastransportleiding met kenmerk Z-514-15. Hierdoor moet de gemeenteraad aangeven dat het verantwoord is om medewerking te verlenen aan het plan. Dit geldt voor alle woningbouwontwikkelingen in de buurt van het spoor.

Blz. 1 van 6

Ongeacht de inzet van de initiatiefnemer, gemeente en hulpverleningsdiensten om de situatie zo veilig mogelijk te maken is er sprake van een restrisico omdat het plangebied zich binnen het invloedsgebied van twee risicobronnen bevindt. Immers de kans op een ongeval, hoe klein ook, blijft altijd aanwezig. Hier wordt nog opgemerkt dat momenteel ook een zorgcentrum aanwezig is, dat alleen reguliere woningen aan de Houtse Parallelweg worden gerealiseerd en dat de woningen voor de mensen die de meeste zorg nodig hebben aan de zijde van de Pastoor Elsenstraat worden gerealiseerd (ver van de risicobronnen af). 3. In Hoofdstuk 5.7 wordt beschreven dat door de vormgeving van het gebied er afdoende bescherming wordt geboden tegen het optreden van plasbrandgevaar. Terwijl in hoofdstuk 6 wordt gesproken dat er geen plasbrandaandachtsgebied is. Hoe legt u deze tegenstrijdigheid uit? Hoe verhoudt dit zich met elkaar? En welke maatregelen vinden wij hiervan terug in het bestemmingsplan? Antwoord: Hoofdstuk 5 beschrijft de situatie die van kracht wordt na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwachte datum 1 januari 2023). Waarschijnlijk zorgen de definities van de huidige en toekomstige wetgeving voor verwarring.

• De vervoersomvang van brandbare vloeistoffen op het traject Eindhoven – Venlo is zodanig beperkt, dat onder de huidige wetgeving geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) is aangewezen. Er gelden daarmee geen aanvullende bouwvoorschriften vanuit het Bouwbesluit. • Onder de Omgevingswet komt er een brandaandachtsgebied (BAG) van 30 meter aan beide kanten van het spoor. Naast het verschil in afkorting is er bij een BAG ook sprake van een aantal juridische systeemverschillen. • Ondanks dat er in de huidige wetgeving geen plasbrandaandachtsgebied is aangewezen, is toch het ongevalscenario ‘plasbrand’ beschouwd: Direct naast het spoor bevindt zich een lage afscheiding in de vorm van een geluidsmuur, een (droge) bermsloot en een openbare weg (Houtse Parallelweg). De geluidsmuur vormt een eerste barrière. De bermsloot zorgt voor opvang van vrijkomende vloeistoffen. Eventuele vloeistof die voorbij de bermsloot vrijkomt, komt op de weg en wordt vanwege het afschot van de weg via de hemelwaterafvoer afgevoerd. De bermsloot voorkomt dat er een ronde brandende plas kan ontstaan. In plaats daarvan ontstaat een langgerekte plasbrand. Het effect van een dergelijke plasbrand is minder dan de plasbrand waar de wetgever van uitgaat. 4. In Hoofdstuk 5.7 wordt aangegeven dat er onderzocht is hoe geanticipeerd kan worden op het toekomstige beschermingsniveau van de Omgevingswet.

Vervolgens wordt in ditzelfde hoofdstuk aangegeven dat er NIET geanticipeerd wordt op het beschermingsniveau van de Omgevingswet. Met als verklaring dat dit te duur is. Dit gaat in tegen het uitgangspunt om op ALLE fronten te anticiperen op de nieuwe omgevingswet, dus zeker op gebied van veiligheid. Hoeveel meerkosten zijn er in het gehele plan voorzien om hier wel op te kunnen anticiperen? Zijn deze meerkosten voor rekening van de gemeente? Antwoord: Anticiperen op de Omgevingswet is hierin lastig, omdat volledige uitwerking van de wet en de consequenties hiervan, nog niet helemaal in beeld zijn. Zoals de Omgevingswet nog niet in werking is, worden bestemmingsplannen zoals wettelijk verplicht, getoetst aan de huidige Wet ruimtelijke ordening. Ook wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het bestemmingsplan voldoet aan de huidige wetgeving. De in de vraag genoemde meerkosten hebben betrekking op bouwkundige meerkosten die voor rekening van de initiatiefnemer

Blz. 2 van 6

zouden komen. 5. In relatie tot vraag 3, de veiligheidsregio heeft u geadviseerd WEL te anticiperen op het beschermingsniveau van de Omgevingswet. Waarom wijkt u hiervan af? Antwoord: De veiligheidsregio is van het begin af aan betrokken geweest bij het afwegingsproces. De veiligheidsregio heeft ook geadviseerd om de kosten te calculeren. De kostencalculatie maakte het inzichtelijk voor de veiligheidsregio dat de bouwkosten zeer sterk zouden stijgen. De veiligheidsregio heeft nadien niet geadviseerd om de bouwkundige maatregelen te treffen. Er wordt dus niet afgeweken van het advies van de Veiligheidsregio. Volledigheidshalve merken wij op dat tijdens het afwegingsproces ook discussie heeft plaatsgevonden over de doelmatigheid van de bouwkundige maatregelen. Gezamenlijk is geconstateerd dat, los van de uiterst kleine kans op een incident bij een hogedruk aardgastransportleiding of op het spoor, de bouwmaatregelen ook niet altijd effectief zijn. Kortheidshalve verwijzen wij u naar een studie Glas en Gevel, Bouwen in een explosievoorschriftengebied, van Antea Group en het Instituut Fysieke Veiligheid (thans NIPV, Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) https://nipv.nl/gebouw-enomgevingsveiligheid/. 6. In Hoofdstuk 5.7 wordt gesteld dat wederom vanwege de hoge kosten geen aanvullende brandwerende maatregelen worden getroffen.

Waarom verkiest u hier financiële motieven boven de veiligheid van de bewoners? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord onder 5. Aanvullend merken wij op dat voldaan wordt aan wettelijke grenswaarden die gesteld zijn ten aanzien van de basisveiligheid. De kans op een incident waarbij slachtoffers vallen is binnen het plangebied aanzienlijk kleiner dan die grenswaarde. Indien er veiligheidsmaatregelen zijn die eenvoudig te treffen zijn, zoals veiligheidsinstructies, dan is het zeker de moeite waard om die te treffen. Invulling van de verantwoordingsplicht betekent ook dat een bevoegd gezag de mogelijke maatregelen afzet tegen de effectiviteit en de kosten hiervan. Het bestemmingsplan voldoet aan de huidige wetgeving. Het advies van de veiligheidsregio is opgevolgd, zoals ook is weergegeven in paragraaf 8.2 van de toelichting. Bijvoorbeeld ten aanzien van de bereikbaarheid is in de bestemming ‘Groen’ opgenomen dat hier ook een calamiteitenroute voor hulpdiensten is toegestaan waarmee de bereikbaarheid is geborgd. Daarnaast wordt de Veiligheidsregio betrokken bij de uitwerking van het bouwplan. Indien al sprake zou zijn van noodzakelijke maatregelen aan de gebouwen dan kan dat pas geregeld worden bij de (bouw)vergunningverlening. Het bestemmingsplan maakt het ruimtelijk kader mogelijk. 7.

Bij de balans tussen de kosten en het veiligheidsrisico lijkt de conclusie veelvuldig in het voordeel van de initiatiefnemer/opdrachtgever uit te vallen. Wat is de verantwoording van de gemeente in de keuzes rondom het restrisico? En wat is uw onderbouwing om dit te aanvaarden zonder deze juridisch te verankeren in het bestemmingsplan? Antwoord: Het is niet enkel een afweging gemaakt op basis van de kosten. Er is een afweging gemaakt op basis van de kans op een incident (zie het rapport van Antea Group), de mogelijkheid van

Blz. 3 van 6

maatregelen, de effectiviteit van die maatregelen en tenslotte de kosten van die maatregelen. Zie ook de reactie bij vraag 6 en 7. 8. Hoe verhouden de aanvullende (soms kostbare) maatregelen in het bestemmingsplan zich tot de regels van de a.s. omgevingswet i.r.t. de “safe haven” en de “ontwerpprincipes”? Antwoord: Ten aanzien van de overwegingen over een safe-haven en ontwerpprincipes, verwijzen wij kortheidshalve naar paragraaf 4.3 van de rapportage van Antea Group. In die paragraaf is aangeven dat een safe-haven hier geen werkbare oplossing biedt. In het bestemmingsplan zijn verder geen aanvullende maatregelen voorgeschreven, omdat die na integrale afweging niet effectief dan wel haalbaar waren. 9. In Hoofdstuk 4 worden diverse ruimtelijke veiligheidsmaatregelen genoemd welke afgewogen moeten worden i.r.t. dit plan o.a. de eerder genoemde plasbrand vraag hierbij specifieke aandacht. De genoemde voorbeelden zijn het aanpassen van de sloot of het veranderen van het afschot van de houtse parallelweg. Voor wie zijn de kosten van deze aanpassingen? Wie maakt deze afweging? Antwoord: Zoals gegeven voldoet de situatie aan de wettelijke grenswaarden. Echter, de gemeente moet wel afwegen hoe de veiligheid verder geoptimaliseerd kan worden. Ten aanzien van plasbrand zijn hiertoe door Antea Group maatregelen genoemd, zoals de bermsloot langs het spoor en het afschot van de weg.

Het betreft hier geen maatregelen die nieuw gerealiseerd moeten worden, ze zijn in het veld al fysiek aanwezig. De bermsloot is aanwezig vanwege het in stand houden van de spoorfunctie. Het afschot van de weg en de hemelwaterafvoer is aanwezig vanwege verkeersveiligheidsredenen. Daarmee is ook de toekomstige instandhouding van deze maatregelen geborgd. 10. In het licht van vraag 8 lijkt het onverstandig de inrit van een parkeerkelder aan deze zijde te positioneren. Ook volgens de veiligheidsrisico is een dergelijke ingang een trechter voor gevaar. Waarom staat u de initiatiefnemer toe deze toch aan de houtse parallelweg te realiseren? Hoe verhoudt uw antwoord zich tot de mogelijkheid een andere locatie te kiezen welke het veiligheidsrisico`s mitigeert? Antwoord: Uiteraard wordt het voor voetgangers mogelijk om op meerdere plekken de parkeergarages te verlaten. Bij een dreigend incident (brand of explosie) is het zaak om zo snel mogelijk afstand te nemen. Dit betekent hier: laat alle materiële goederen achter en vlucht in zuidelijke richting. Het vluchten met de auto is daarom geen goede optie, ook niet bij een andere ligging van de ingang/uitgang parkeerkelder. 11.

In het licht van vraag 8 over de ruimtelijke veiligheidsmaatregelen willen wij graag weten of er overleg is gevoerd met Prorail hierover? Wat zijn de resultaten van dit overleg? En heeft de veiligheidsregio ons hierin niet geadviseerd met hen te spreken, gezien dit gebruikelijk is bij bouwen aan het traject Eindhoven-Venlo? Antwoord: Zoals in paragraaf 8.2 van de toelichting is aangegeven is het concept bestemmingsplan voor vooroverleg ook naar Prorail gestuurd. Prorail heeft het complete bestemmingsplan bekeken en aangegeven geen opmerkingen te hebben op het bestemmingsplan.

Blz. 4 van 6

12. “Verantwoording van het groepsrisico is voor de spoorlijn Eindhoven - Venlo en de hogedruk aardgastransportleiding verplicht. In deze rapportage is een aanzet gedaan voor de verantwoording van het groepsrisico. Het bevoegd gezag, de gemeenteraad moet deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van de ruimtelijke procedure. Dit is de conclusie van Antea; in het licht van de bovenstaande vragen; hoe heeft u deze verantwoording juridisch verankerd in dit bestemmingsplan? Antwoord: Het ontwerp bestemmingsplan bevat de basisinformatie en de overwegingen. In de toelichting onder sub-paragraaf 4.3.3 staat vermeld dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan en dat het bevoegd gezag zich dient uit te spreken over de aanvaardbaarheid van het restrisico. Dit zal gebeuren bij de vaststelling van het bestemmingsplan door de raad. In het raadsbesluit is daartoe de overweging opgenomen dat het restrisico, zoals bedoeld in het kader van de externe veiligheid, aanvaardbaar wordt geacht. 13. In alle hoofdstukken wordt verwezen naar de veiligheidsregio (het advies wat bij het BP zit is van 5-10-2021). Hoe wordt wat gedaan om het e.e.a. te verantwoorden? a. Het is nu al goed geregeld en dat wordt in de nieuwe gebouwen ook zo geregeld, waarbij niets terug te vinden is in het concept bestemmingsplan.

Wat is er goed geregeld? En hoe worden deze regels ook opgelegd aan de nieuwe gebouwen? Antwoord: In het bestemmingsplan is een ”zonering”, zoals ook met de veiligheidsregio is afgestemd, vastgelegd. Hiermee wordt voorkomen dat zorgwoningen direct naast het spoor worden gerealiseerd. Zorgwoningen zijn enkel toegestaan in de bestemming ‘gemengd’, zie hiervoor ook de plankaart bij het bestemmingsplan. Daarnaast wordt met een bestemmingsplan (alleen) de ruimtelijke afweging gemaakt over wat waar gebouwd mag worden. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen (de bouwaanvraag) zal ook de veiligheidsregio worden betrokken. Dan zal ook worden verantwoord dat de nieuwbouw aan de wettelijk veiligheidsvoorschriften en bouwkundige eisen voldoet. b. De safe haven wordt uitgebreid besproken maar is niet verankerd in de regels en plannen. Waarom niet? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord bij vraag 8. c. Waarom zijn deze adviezen van de veiligheidsregio niet opgevolgd? Indien dit uitsluitend financieel is kunt u verwijzen naar uw antwoord op vraag 6 Antwoord: Het is een misvatting dat de adviezen van de veiligheidsregio niet zijn opgevolgd. De veiligheidsregio is van het begin af aan bij het project betrokken, en de toen ingebrachte adviezen zijn meegenomen, of, na nader onderzoek gemotiveerd niet overgenomen (zie hiervoor de rapportage van Antea Group).

Ten aanzien van de bereikbaarheid is, op basis van het advies van de veiligheidsregio, in de bestemming ‘Groen’ opgenomen dat hier ook een calamiteitenroute voor hulpdiensten is toestaan waarmee de bereikbaarheid is geborgd. Daarnaast wordt de veiligheidsregio betrokken bij de uitwerking van het bouwplan. Daarbij komen aspecten aan de orde (als

Blz. 5 van 6

vluchtroutes) die niet op het niveau van een bestemmingsplan worden geregeld. Een ander voorbeeld van een advies dat niet in een bestemmingsplan kan worden vastgelegd: in een bestemmingsplan mag niet worden voorgeschreven dat een organisatie instructies vastlegt over hoe de BHV organisatie moet omgaan met dreigende externe veiligheidsincidenten. Het nut van dergelijke instructies is echter evident. Daarom heeft de initiatiefnemer in het voortraject zelf al uitgesproken een dergelijke maatregel te realiseren. d. Er wordt vermeld dat er 2 maatregelen niet worden gerealiseerd vanwege kosten. Welke maatregelen waren dit? Wat zijn de kosten? Wie dient deze kosten te dragen? Welke verantwoording heeft u hierbij? Antwoord: Dit betreft een tweetal maatregelen die genoemd zijn anticiperend op de Omgevingswet. Wij verwijzen hierbij naar het antwoord op vraag 4, 5 en 7. e. Is het concept advies omgezet naar een definitief advies? En zo ja waarom zit dit dan niet bij de stukken? Antwoord: In het kader van het vooroverleg heeft de Veiligheidsregio alleen een concept advies afgegeven. Er is geen definitief advies, deels omdat de uitwerking van de (bouw)plannen nog met de Veiligheidsregio besproken zullen worden. Deze uitwerking vindt niet plaats binnen hetgeen een bestemmingsplan regelt.

In paragraaf 8.2 van de toelichting van het bestemmingsplan is een reactie gegeven op het advies van de veiligheidsregio. Zie ook het antwoord bij 13c. 14. Is het mogelijk dit onderzoek over te nemen in de regels van voorwaardelijke verplichting? Ik verwijs hierbij naar een gelijksoortige borging als bij het trillingsonderzoek. Antwoord: Ons is niet helder naar welk onderzoek hier verwezen wordt. Wij verwijzen hier naar de reactie bij vraag 13 in de veronderstelling dat het advies van de veiligheidsregio wordt bedoeld. Uiteraard wordt ook bij de uitwerking van de bouwplannen nauw contact met de veiligheidsregio onderhouden.

Blz. 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11693547/1