CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

B4 Brief MRE Bekostigingssystematiek bereikbaarheid met bijlagen

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Voor advies naar college13.188 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan -

-

De Colleges van Burgemeester en Wethouders van de 21 deelnemende gemeenten De raden van de 21 deelnemende gemeenten

uw kenmerk

uw brief van

onderwerp Bekostigingssystematiek bereikbaarheid Brainport

ons kenmerk 100561-3076\JWI\HLE

datum 12 juli 2023

e-mailadres j.wiggers@metropoolregioeindhoven.nl

Geacht college, geachte raad, In de vergadering van 5 juli 2023 heeft het Algemeen Bestuur MRE ingestemd met het vrijgeven van de notitie “regionale bekostigingssystematiek” voor besluitvorming in uw raad. Unieke samenwerking voor de regionale bereikbaarheid Eind vorig jaar slaagden wij er als regio in om met het Rijk en onze provincie een pakket maatregelen af te spreken om de bereikbaarheid van onze regio te verbeteren. Dit is dringend noodzakelijk vanwege het aanhoudende economische succes van Brainport. Dit, ook voor wat betreft de omvang, unieke pakket van 1,6 miljard euro kwam tot stand doordat de regio aanbood gezamenlijk een zesde deel van de investeringen te dragen. Deze regionale bijdrage wordt geleverd door ons als gemeenten gezamenlijk, door de provincie en door ons bedrijfsleven. Deze aanpak is uniek in Nederland. Nu is het moment daar om ook als MREgemeenten ons deel op tafel te leggen. Om hieraan invulling te geven is in voorliggende notitie een bekostigingssystematiek voor de regionale bereikbaarheid uitgewerkt. Met dit voorstel geven we vorm aan het collectief belang van bereikbaarheid van onze regio. Na de regionale Bereikbaarheidsagenda in 2016 is dit voor de regio, de eerste keer dat met elkaar als 21 gemeenten een besluit genomen moet worden over de kostentoerekening en gemeentelijke bijdrage voor een regionaal mobiliteitspakket van deze omvang.

Niet alle gemeenten zullen in dezelfde mate meedelen in het maatregelenpakket zoals dit nu voorligt. Wij, en met ons het Algemeen Bestuur, zijn er wel van overtuigd dat dit maatregelenpakket noodzakelijk is om de regio bereikbaar te houden. En daarmee dient het zowel het belang van uw gemeente als van onze 21 gemeenten gezamenlijk. Belang van de bereikbaarheid van de gehele regio In het belang van de bereikbaarheid van de gehele regio onderschrijven wij ook de noodzaak van de doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem voor de hele regio. Daarom heeft het Algemeen Bestuur een expliciet besluit hierover genomen: “De MRE geeft opvolging aan de afspraken uit het BO MIRT 2022 en stelt in het najaar een gezamenlijk mobiliteitspakket vast, waarvan het regionale deel door het Poho mobiliteit wordt herkend en wordt

vastgesteld als toekomstige bereikbaarheidsmaatregelen. Dit vormt de basis om voor wat de (boven-)regionale maatregelen betreft met partners (Rijk, provincie en Brainportpartners) te komen tot afspraken over bekostiging. Voor dit gezamenlijke mobiliteitspakket wordt de vastgestelde bekostigingssystematiek gebruikt en spannen we ons als gehele MRE-regio in. Ook bij toekomstige mobiliteitsontwikkelingen binnen de MRE is het uitgangspunt dat de MRE één ecosysteem is, waarbij deze mobiliteitspakketten de gehele regio vertegenwoordigen en gezamenlijke financiering plaatsvindt op basis van de vastgestelde bekostigingssystematiek en wederkerigheid”. Brief aan de provinciale formateur(s) m.b.t. OV-voorziening Tijdens de bespreking in het Algemeen Bestuur is nadrukkelijk de zorg geuit over de aanzienlijke verschillen die er zijn in OV-bereikbaarheid binnen onze regio. Verbetering van met name het openbaar busvervoer g is dringend noodzakelijk om de regio en de kernen, juist gezien de groei die onze hele regio doormaakt, bereikbaar en leefbaar te houden. De provincie Noord-Brabant is als OV-autoriteit verantwoordelijk voor de OV-Concessies en het busvervoer in de regio. Daarom hebben we als Metropoolregio in een brief aan de formateur van de provincie Noord-Brabant een urgente oproep gedaan de beschikbaarheid en kwaliteit van het busvervoer in de regio te verbeteren.

Wat vragen we nu aan u als gemeenteraad? Het is van het grootste belang dat we nu gezamenlijk deze stap zetten, ook als model voor de verdere wederkerige samenwerking op het gebied van regionale bereikbaarheid. Aan u wordt gevraagd in te stemmen met de regionale bekostigingssystematiek en de bijdrage per gemeente zoals opgenomen in de notitie, maar wel met in acht name van de nadere uitwerking hiervan in de Samenwerkingsovereenkomst (SOK). De MRE stelt een SOK op, die in het najaar aan alle gemeenten ter vaststelling zal worden aangeboden. In deze SOK worden afspraken vastgelegd over de werkwijze van de regionale bekostigingssystematiek en het bijbehorende publieke bereikbaarheidsfonds. Ter ondersteuning van het besluit door uw raad zijn wij als dagelijks bestuur beschikbaar om een toelichting te geven op dit voorstel. Daarnaast kunnen wij u desgewenst ondersteunen bij inhoudelijke vragen en onderbouwing. Wij verzoeken u uiterlijk 15 november 2023 aan ons kenbaar te maken welk besluit u heeft genomen. Ter voorbereiding van uw besluit is bijgevoegd: - Concept-raadsvoorstel - De notitie “Bekostigingssystematiek bereikbaarheid Brainport” - Notitie “gestelde vragen”. - Brief inzake OV aan de formateur Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de voorzitter,

de secretaris,

J.R.V.A. Dijsselbloem.

mevrouw J. Wiggers.

pagina 2 van 2

Betreft: Concept raadsvoorstel Project: Regionale bekostigingssystematiek

Notitie

Aan: MRE-gemeenten Van: MRE

Datum: 10 juli 2023

In voorliggende notitie is een concept raadsvoorstel opgenomen. Dit voorstel of onderdelen hiervan, kunnen MRE-gemeenten ter inspiratie gebruiken om een eigen raadsvoorstel op te baseren.

Inleiding

Recent werd duidelijk dat de Metropoolregio Eindhoven (MRE) veel harder groeit dan verwacht. Om de groei aan inwoners, woningen en banen in Brainport Eindhoven op te vangen is een mobiliteitstransitie onvermijdelijk en noodzakelijk. De mobiliteitstransitie is erop gericht om ruimteefficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. Dit vraagt om een forse investering. Om de benodigde maatregelen gefinancierd te krijgen, zal de MRE intensief moeten samenwerken met het Rijk, de provincie Noord-Brabant en het bedrijfsleven. Dit vraagt dat de MRE zich opstelt als betrouwbare, krachtige samenwerkingspartner met een eenduidige strategie en een regionale bekostigingssystematiek. Om invulling te geven aan de regionale bijdrage t.b.v. de schaalsprong van de Brainport is op de schaal van de MRE een regionale bekostigingssystematiek voor de bereikbaarheid uitgewerkt. Om de schaalsprong te accommoderen hebben Rijk en regio een eerste maatregelenpakket gedefinieerd. Voor de bekostiging van dit maatregelenpakket zijn in het BO MIRT op 9 november 2022 concrete afspraken gemaakt tussen het Rijk en de regio. Voor wat betreft de regionale bijdrage is afgesproken dat de provincie Noord-Brabant, Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) en de MRE gemeenten elk 1/3 deel van de regionale bijdrage dekken.

In het verlengde hiervan zijn – in lijn met de regionale bekostigingssystematiek – voor dit eerste maatregelenpakket een kostenverdeelsteutel en een cashflowplanning uitgewerkt voor de MREgemeenten. Als basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren, worden momenteel aanvullende bereikbaarheidsmaatregelen uitgewerkt voor de gehele MRE. De MRE geeft hiermee opvolging aan de afspraken uit het BO MIRT 2022 en stelt in het najaar een gezamenlijk mobiliteitspakket vast, waarvan het regionale deel door het Poho mobiliteit wordt herkend en wordt vastgesteld als toekomstige bereikbaarheidsmaatregelen. Dit vormt de basis om voor wat de (boven)regionale maatregelen betreft met partners (Rijk, provincie en Brainportpartners) te komen tot afspraken over bekostiging. Voor dit gezamenlijke mobiliteitspakket wordt de vastgestelde bekostigingssystematiek gebruikt en spannen we ons als gehele MRE-regio in. Inzet is om over de (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen uit deze MRE-brede programmering – analoog aan het eerste maatregelpakket – te komen tot afspraken over cofinanciering door de provincie NoordBrabant en het Rijk. Per maatregel zullen – op basis van de regionale bekostigingssystematiek – bekostigingsafspraken worden gemaakt tussen de betrokken partijen.

Betreft: Concept raadsvoorstel

Ook bij toekomstige mobiliteitsontwikkelingen binnen de MRE is het uitgangspunt dat de MRE één ecosysteem is, waarbij deze mobiliteitspakketten de gehele regio vertegenwoordigen en gezamenlijke financiering plaatsvindt op basis van de vastgestelde bekostigingssystematiek en wederkerigheid. De MRE stelt – als uitwerking van de bekostigingssystematiek – een samenwerkingsovereenkomst (SOK) op, die in het najaar aan alle gemeenten ter vaststelling zal worden aangeboden. In deze SOK worden afspraken vastgelegd over de werkwijze van de bekostigingssystematiek en het bijbehorende publieke bereikbaarheidsfonds.

Doelstelling

Invulling geven aan een regionale bekostigingssystematiek op de schaal van de MRE t.b.v. bekostiging van bereikbaarheidsmaatregelen in relatie tot de schaalsprong van de Brainport. En komen tot concrete bekostigingsafspraken over het eerste maatregelpakket.

Voorstel 1. 2.

3. 4.

In te stemmen met de voorgestelde ‘regionale bekostigingssystematiek’. In te stemmen met het beschikbaar stellen van het aandeel van de gemeente XXX als onderdeel van de benodigde regionale cofinanciering door de 21 gemeenten van de MRE in het voorgestelde maatregelpakket en hiertoe: a. Een bijdrage beschikbaar te stellen van € [XXXX zie kolom 3 + kolom 7 uit tabel 3] voor regionale mobiliteitshubs en de multimodale knoop/station Eindhoven centraal en te dekken uit XXXX. b. De dekking voor een krediet van € [XXXX indien van toepassing zie kolom 4 uit tabel 3] te reserveren voor de realisatie van de volgende fietsroutes [xxxxx] en te dekken uit XXXX.. En voor deze fietsroutes een bestuursovereenkomst met partijen voor te bereiden met definitieve financiële afspraken en deze opnieuw ter besluitvorming aan te bieden. c. De begrotingswijziging dienovereenkomstig vast te stellen. De nadere uitwerking van de voorgestelde systematiek in de vorm van een samenwerkingsovereenkomst tussen de MRE-gemeenten af te wachten. De nadere uitwerking van een MRE-breed mobiliteitspakket af te wachten. Dit vormt de basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren voor de gehele MRE.

Bovendien vormen de (boven)regionale maatregelen uit dit pakket de basis om – op basis van de regionale bekostigingssystematiek –met partners (Rijk, provincie en Brainportpartners) tot afspraken te komen over bekostiging.

Argumenten 1.1 Faciliteren van de schaalsprong en bijkomende vraagstukken De Metropoolregio Eindhoven heeft zich de voorbije jaren ontwikkeld tot één van de krachtigste motoren van de Nederlandse economie. De kennisintensieve maakindustrie én het feit dat het in de Brainport regio goed wonen, werken en leven is, zorgt voor een forse groei. Recent werd duidelijk dat de Metropoolregio veel harder groeit dan verwacht. Er is versneld actie nodig om te 2

Betreft: Concept raadsvoorstel

voorkomen dat de groei stagneert en de regio vastloopt. Met de mainportstatus is Brainport Eindhoven in 2016 erkend als één van de drie economische kerngebieden van Nederland. Wil de Metropoolregio Eindhoven zijn aantrekkingskracht behouden en versterken, is substantiële verbetering nodig van de agglomeratiekracht, de connectiviteit en het vestigingsklimaat. De groei genereert kansen, maar betekent ook toename van mobiliteit en toenemende druk op de woningmarkt, op de leefbaarheid en op de leefkwaliteit. In de komende jaren staat de regio voor een enorme opgave: het faciliteren van een schaalsprong en bijkomende vraagstukken. Dit vraagt op korte termijn om investeringen in extra woningen, in extra werklocaties en in een duurzaam mobiliteitssysteem. Zeker is dat tot 2040 op zijn minst 72.000 arbeidsplaatsen en 62.000 woningen nodig zijn. 1.2 Naar een toekomstbestendig en duurzaam mobiliteitssysteem Om de groei aan inwoners, woningen en banen in de Metropoolregio Eindhoven op te vangen is een mobiliteitstransitie onvermijdelijk en noodzakelijk. De mobiliteitstransitie is erop gericht om ruimte-efficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. Een mobiliteitssysteem dat meer inzet op OV- en deelconcepten, fietsen, lopen en smart mobility. Daarmee reduceren we de emissie van CO2, stikstof, fijnstof en geluid en creëren we een aantrekkelijke leefomgeving.

Inzet is om verstedelijking en duurzame vormen van mobiliteit in samenhang te ontwikkelen. De verstedelijking in de regio zal zoveel als mogelijk plaatsvinden langs bestaande en nieuw te realiseren OV-assen. Inzet is om het dragende OV-netwerk uit te breiden en autogebruik te ontmoedigen. De hoofdstructuur in de Brainport voorzien we op logische plekken in het netwerk van goed bereikbare multimodale hubs. Op deze hubs faciliteren we keuzevrijheid en de uitwisseling tussen verschillende vormen van vervoer. Hubs vormen belangrijke schakels in het multimodale netwerk; goed bereikbaar voor auto’s vanaf het hoofdwegennet, ontsloten voor OV en de fiets en voorzien van een aanbod aan deelmobiliteit. De hubs zijn daarmee niet alleen overstappunten; ze bieden ook nieuwe plekken in de stad waar mensen samen komen en voorzieningen zich vestigen. Voor De Peel, de A2-Zuid en de Kempen zijn de combinatie van mobiliteitshubs en goede (H)OV- en fietsverbindingen cruciaal voor de aanhaking en ontsluiting van deze deelregio’s. De ambitie is om zo’n 2/3 van deze woningen vóór 2030 te realiseren. Dit vraagt om een investering in het mobiliteitssysteem: het faciliteren van de mobiliteitstransitie, de Multimodale Knoop Eindhoven, maatregelen op de Randweg N2/A2, zes regionale mobiliteitshubs en HOV4.

Met deze investering wordt de basis gelegd voor de verdere groei en ontwikkeling van de Metropoolregio Eindhoven. De ambitie is om het overige deel van de verstedelijkingsopgave en de bijbehorende aanpassingen aan het mobiliteitssysteem vóór 2040 te realiseren. 1.3 Stevige regionale samenwerking randvoorwaardelijk voor bijdrage partners De MRE functioneert als ‘daily urban system’; één regio waarin dagelijks de belangrijkste woon- en werkverplaatsingen plaatsvinden. De gehele regio heeft baat bij verbeteringen in het (boven)regionale mobiliteitssyteem. Daarmee is mobiliteit een regionale opgave die vraagt om een regionale aanpak. De schaalsprong van de regio en de gewenste mobiliteitstransitie vragen om een forse investering. Op basis van de uitkomsten van het MIRT-onderzoek van november 2020 zijn er tijdens het BO-MIRT in 2022 afspraken gemaakt tussen het Rijk, de provincie en de regio

3

Betreft: Concept raadsvoorstel

over een maatregelenpakket. In opvolging van dit eerste pakket wordt momenteel een aanvullend maatregelenpakket uitgewerkt voor de gehele MRE in het kader van de schaalsprong van de Brainport. Streven is om deze maatregelen voor het BO-MIRT in het najaar van 2023 op te leveren. Dit vormt de basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren. Om de benodigde maatregelen gefinancierd te krijgen, zal de MRE intensief moet samenwerken met het Rijk, de provincie Noord-Brabant en het bedrijfsleven. De regio heeft deze partners niet alleen nodig om het in november 2022 overeengekomen pakket aan mobiliteitsmaatregelen te kunnen financieren, maar ook voor de financiering van toekomstige maatregelen. Ervaring leert dat een krachtige regionale samenwerking, de kans op een bijdrage van partners vergroot. Dit vraagt dat de MRE zich opstelt als betrouwbare samenwerkingspartner met een eenduidig geluid, een gezamenlijke strategie en een regionale bekostigingssystematiek. Zo wordt het geheel veel meer dan de som der delen. 1.4 Bekostigingsafspraken op basis van een verdeelsteutel per type project Om te komen tot bekostigingsafspraken is een regionale bekostigingssystematiek uitgewerkt. Voor wat betreft het regionale aandeel worden afspraken gemaakt tussen de provincie Noord-Brabant, Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) en de MRE-gemeenten.

Voor de maatregelen wordt steeds een verdeelsleutel bepaald tussen de betrokken partijen. Om te komen tot een verdeelsleutel tussen de betrokken partijen worden verschillende type projecten onderscheiden (zie tabel 1). Elk type project kent een eigen grondslag voor de (regionale) bijdrage. Daarbij is overigens alleen bij projecten met een Rijksbelang sprake van een Rijksbijdrage. Daar waar het om een bijdrage van gemeenten en/of de provincie gaat, zullen respectievelijk de gemeenteraden en provinciale staten moeten instemmen met de financiële afspraken.

Tabel 1. Grondslag bijdrage naar type project.

1.5 MRE-brede middelen via Bereikbaarheidsfonds Brainport Naast de eigen bijdrage van de uitvoerende partij (doorgaans de gemeente op wiens grondgebied het project wordt gerealiseerd), een projectspecifieke bijdrage van de provincie of een projectspecifieke Rijksbijdrage, kan er ook sprake zijn van een regiobrede bijdrage. De regiobrede bijdragen van MRE-gemeenten 1 lopen via een Publiek Bereikbaarheidsfonds. De bijdragen van Brainportpartners lopen via een Privaat Bereikbaarheidsfonds Brainport. Vanuit deze fondsen vindt respectievelijk de regiobrede publieke en private cofinanciering van projecten plaats. De projectspecifieke, route-gebonden of locatie-gebonden bijdrage van gemeenten en de provincie

1 Dit betreft de regiobrede bijdrage aan de hubs ad €6,6 miljoen (3e kolom tabel 3) en aan de multimodale knoop ad €23

miljoen (laatste kolom tabel 3). Dit is exclusief de locatie gebonden bijdrage van de gemeente Eindhoven aan de multimodale knoop ad €44,5 miljoen die rechtstreeks wordt bijgedragen.

4

Betreft: Concept raadsvoorstel

gaan rechtstreeks naar het betreffende project. Deze bijdragen lopen dus niet via het Bereikbaarheidsfonds. Ook de Rijksbijdrage gaat rechtstreeks naar de projecten. 1.6 Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport ondergebracht bij de MRE Voor wat betreft het Publieke Bereikbaarheidsfonds geldt dat de bestuurlijke coördinatie via de MRE loopt. De geografische schaal van de MRE komt overeen met het gebied waar de bereikbaarheidsmaatregelen landen. De MRE is bovendien een bestaande gemeenschappelijke regeling van de 21 gemeenten die betrokken zijn bij regiobrede projecten en financiering. Het beheer van een Regionaal Bereikbaarheidsfonds is een taak die past binnen de bevoegdheden van de Gemeenschappelijke Regeling MRE (GR MRE). De MRE is een bestaand openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid. Het onderbrengen van het Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport bij MRE past daarin. Dit kan door middel van een in te richten bestuurscommissie zoals voorzien in artikel 22 van de GR MRE, respectievelijk artikel 25 van de wet Gemeenschappelijke Regelingen. In deze bestuurscommissie kunnen één of meerdere bestuurders vanuit de MRE-gemeenten zorgdragen voor de bestuurlijke coördinatie (en verantwoording).

1.5 Basis voor bekostiging van toekomstige (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen Bij toekomstige mobiliteitsontwikkelingen binnen de MRE is het uitgangspunt dat voor (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen gezamenlijke financiering plaats vindt op basis van de regionale bekostigingsmethodiek. 2.1 Een toekomstbestendige werking vraagt om een robuust afspraken- en spelregelkader. Voor wat betreft de regionale bekostigingssystematiek worden de afspraken uitgewerkt en vastgelegd in een Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheidsfonds Brainport (hierna SOK). Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de MRE-gemeenten. In deze SOK worden afspraken vastgelegd over de bekostigingssystematiek, de werkwijze van een publiek bereikbaarheidsfonds, over de organisatie (inclusief capaciteit, rol- en taakverdeling) en over de governance (inclusief overlegstructuur en escalatie). Ook worden in de SOK afspraken vastgelegd over de financiering van projecten en het fonds, over indexatie, over BTW, over de verdeling van de gelden over projecten, over handelswijze bij uitnutting van beschikbare middelen en/of wat te doen met eventuele overschotten, over (eventueel) toe en uittreden van partijen, over geschillen en over duur/opheffing van het fonds.

Daarnaast zullen de voorwaarden voor de afzonderlijke projecten die aanspraak kunnen maken op de fondsen, worden vastgelegd in separate Subsidiebeschikkingen. In de Subsidiebeschikking zullen spelregels worden vastgelegd over de wijze van toekenning van middelen, over indexatie en over BTW. Ook worden in de Subsidiebeschikking afspraken vastgelegd over verantwoording richting de fondsen en over de handelswijze bij afwijkingen t.o.v. de oorspronkelijke raming en/of de planning. 3.1 Invulling geven aan bekostigingsafspraak Rijk – regio In het verlengde van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport zijn maatregelen gedefinieerd die de komende periode uitgevoerd moeten worden om de schaalsprong te accommoderen. Dit maatregelpakket (zie tabel 2) resulteert in een investering van € 1.570 mln (incl. BTW, prijspeil 2022). Voor de bekostiging van dit maatregelenpakket zijn in het BO MIRT op 9 november 2022 concrete afspraken gemaakt tussen het Rijk en de regio.

5

Betreft: Concept raadsvoorstel

Afgesproken is dat het Rijk €996,25 mln (63,5%) en de regio €573,75mln (36,5%) van de kosten dekt.

Tabel 2. Kostenverdeling Rijk-regio per opgave

Voor wat betreft de regionale bijdrage is afgesproken dat de provincie Noord-Brabant, Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) en de MRE gemeenten elk 1/3 deel van de regionale bijdrage dekken. Dit betekent dat de bijdrage van de MRE-gemeenten aan het maatregelenpakket €191 mln incl. BTW bedraagt ofwel €157,8 mln excl. BTW. 3.2 Invulling geven aan regionale bekostigingsafspraak met MRE-gemeenten Op basis van de regionale bekostigingssystematiek is de regionale verdeelsleutel bepaald voor de opgaven uit het maatregelenpakket (tabel 2) waarover tussen Rijk en regio afspraken zijn gemaakt. De ‘spoorse opgave’ en de ‘A58 Eindhoven – Tilburg’ zijn Rijksprojecten. Deze projecten worden in zijn geheel door het Rijk bekostigd. Over het hoofd- en onderliggend wegennet dienen nog nadere afspraken te worden gemaakt tussen het Rijk en de regio. Van de overige projecten zijn de kosten verdeeld op basis van de regionale bekostigingssystematiek. In tabel 3 is e.e.a. vertaald in een regionale verdeelsleutel voor de MRE-gemeenten. In de eerste kolom is de totale bijdrage per gemeente weergegeven. Vervolgens is deze uitgesplitst naar de verschillende opgaven.

6

Betreft: Concept raadsvoorstel

Tabel 3. Regionale kostenverdeling per opgave.

Voor de gemeente XXX resulteert dit in een totale bijdrage van € [XXX zie kolom 2 in tabel 3] mln excl. BTW. De bijdrage van de MRE-gemeenten is over een periode van 10 jaar – tussen 2024 en 2034 – uitgesmeerd. De bijdrage per jaar voor een opgave is afhankelijk van de (financiële) planning van de opgave. In bijlage 1 is opgenomen wat dit voor bijdrage per jaar betekent voor de afzonderlijke gemeenten. 4.1 Toewerken naar een aanvullend MRE-breed maatregelenpakket De MRE geeft opvolging aan de afspraken uit het BO MIRT 2022 en stelt in het najaar een gezamenlijk mobiliteitspakket vast waarvan het regionale deel door het poho mobiliteit wordt herkend en wordt vastgesteld. Dit vormt de basis om voor wat betreft de (boven)regionale maatregelen met partners (Rijk, provincie en Brainportpartners) te komen tot afspraken over bekostiging. Voor dit gezamenlijke mobiliteitspakket wordt de vastgestelde bekostigingsmethodiek gebruikt en spant de gehele MRE regio zich in.

Kanttekeningen 1.1 De regionale bekostigingssystematiek is een gezamenlijke MRE-verantwoordelijkheid en vraagt instemming van alle MRE-gemeenten De regio is met het Rijk en de provincie Noord-Brabant een pakket van maatregelen overeengekomen om de bereikbaarheid te verbeteren. De bijdrage van het Rijk en de provincie is onder voorbehoud van de bijdrage van de regio. Het is aan de regio om de afgesproken bijdrage op te brengen. Dit raadsvoorstel dient door alle 21 gemeenteraden van de MRE te worden goedgekeurd. Indien individuele gemeenten besluiten niet deel te nemen doet dit afbreuk aan de regionale samenwerking die nodig is om de majeure mobiliteitsopgave in de mainport Brainport aan te pakken. Een goede bereikbaarheid en leefbaarheid houdt niet op bij een gemeentegrens. Om deze reden wordt elke gemeente van de Metropoolregio gevraagd een bijdrage te leveren aan

7

Betreft: Concept raadsvoorstel

de regionale bereikbaarheidsopgave. In de komende jaren worden er meerdere regionale opgaven verder opgepakt, waarin de concrete investeringen in de gehele MRE-regio landen. 1.2 Gemeenten kunnen niet worden gedwongen om mee te betalen Uw raad heeft het budgetrecht en . dient daarom bedragen te reserveren en vervolgens kredieten/middelen ter beschikking te stellen. Zolang dit niet is gebeurd, zijn er geen bindende financiële afspraken gemaakt. Een gemeente kan dus niet zonder meer door collega-gemeenten, de regio, de provincie of het Rijk worden gedwongen tot het betalen van een bijdrage. Er is geen instrument ontwikkeld en/of vastgesteld om een niet-participerende gemeente vooraf of achteraf te dwingen om mee te betalen aan de maatregelen. In lijn met het bovenstaande kan het niet zo zijn dat het niet bijdragen van een gemeente automatisch leidt tot het extra belasten van de andere gemeenten. In een dergelijke situatie zullen de overige regiogemeenten bezien hoe zij omgaan met de ontstane situatie en hier nadere afspraken over maken. 2.1 Het afsprakenkader dient in samenspraak met partners te worden uitgewerkt In de op stellen Samenwerkingsovereenkomst wordt nader uitgewerkt hoe om te gaan met afwijkingen ten opzichte van de raming op basis waarvan middelen van partijen zijn geraamd en/of toegekend.

Hierbij dient te worden aangetekend dat dit in samenhang moet worden bezien met de voorwaarden van de andere partners (Rijk, provincie Noord-Brabant, private partijen). Deze voorwaarden worden de komende periode in samenspraak met die partners nader uitgewerkt. Dit alles landt in een op te stellen Samenwerkingsovereenkomst die ter besluitvorming wordt voorgelegd. 3.1 De gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op een raming Onderdeel van het maatregelenpakket zijn regionale fietspaden (4e kolom in tabel 2). De gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op een raming die destijds is gemaakt als onderlegger bij de besluitvorming over het KTM-pakket mobiliteitstransitie. De definitieve bijdrage wordt bepaald op basis van een uitgewerkt projectplan (uitwerking op VO-niveau met een bijbehorende raming). De afgelopen maanden is een aantal fietspaden reeds uitgewerkt. Dit kan betekenen dat een bijdrage afwijkt van de oorspronkelijk geraamde bijdrage. In de op stellen SOK wordt nader uitgewerkt hoe om te gaan met wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijk geraamde bijdrage. 4.1 Bekostiging toekomstige maatregelen afhankelijk van partners Afspraken voor wat betreft de bijdrage van MRE-gemeenten kunnen conform de regionale bekostigingssystematiek worden gemaakt.

Het is echter niet op voorhand vast te leggen dat andere partijen (Provincie, Rijk en Brainportpartners) bij toekomstige maatregelen dezelfde verdeling zullen hanteren. Dit is overigens wel de regionale inzet.

Financiën a.

Een bijdrage beschikbaar te stellen van € [XXXX zie kolom 3 + kolom 7 uit tabel 3] voor regionale mobiliteitshubs en de multimodale knoop/station Eindhoven centraal en te dekken uit XXXX. b. De dekking voor een krediet van € [XXXX indien van toepassing zie kolom 4 uit tabel 3] te reserveren voor de realisatie van de volgende fietsroutes [xxxxx] en te dekken uit XXXX.. En voor deze fietsroutes een bestuursovereenkomst met partijen

8

Betreft: Concept raadsvoorstel

voor te bereiden met definitieve financiële afspraken en deze opnieuw ter besluitvorming aan te bieden. Met het instemmen van de regionale bekostigingssystematiek en haar bijdrage aan het eerste maatregelpakket geeft de gemeente financieel commitment om een gemeentelijke bijdrage van € [XXXX zie kolom 3 + kolom 7 uit tabel 3] te doen voor de regionale mobiliteitshubs en de multimodale knoop/station Eindhoven. En dekking te reserveren voor een krediet van € [XXXX indien van toepassing zie kolom 4 uit tabel 3] ten behoeve van een investering in de aanleg van fietsroutes op het grondgebied van [naam gemeente]. De regionale mobiliteitshubs en de multimodale knoop/station Eindhoven worden gerealiseerd buiten het grondgebied van de gemeente [naam gemeente]. Hiervoor wordt een bijdrage gedaan van € [XXXX zie kolom 3 + kolom 7 uit tabel 3] die gedekt wordt uit XXXX. Voor de fietsroutes geldt dat de definitieve financiering pas wordt vastgesteld bij de besluitvorming over de definitieve projectplannen. Op dat moment is bekend wat de exacte bijdrage is. In dit voorstel waarin wordt gevraagd om financieel commitment aan de regionale bijdrage te geven is uitgegaan van de initiële raming (tabel 1) waarin het aandeel van de gemeente [naam gemeente] is geraamd op € [XXXX indien van toepassing zie kolom 4 uit tabel 3] voor de fietsroutes. Deze investering wordt gedekt uit XXXXXX.

Deze middelen worden gereserveerd en bij het bestuurlijk vaststellen van de projectplannen per fietsroute wordt aan de hand van de uitgewerkte en geactualiseerde kostenramingen de definitieve dekking bepaald.

Communicatie

Voor de realisatie van de afzonderlijke maatregelen zijn specifieke projectorganisaties verantwoordelijk. Deze projectorganisaties zullen de coördinatie voeren over de communicatie rondom de besluitvorming en uitvoering van betreffende projecten. Dit in nauwe afstemming met de direct betrokken gemeenten.

Planning en uitvoering

De uitwerking van regionale bekostigingssystematiek en de daarvoor op te stellen samenwerkingsovereenkomst vindt plaats in de tweede helft van 2023. Dit is een verantwoordelijkheid van de MRE. De uitvoering van de maatregelen is voorzien in de periode 2024-2032. Voor de verschillende maatregelen is een indicatieve planning opgesteld op basis van de huidige inzichten. De exacte planning is nader uit te werken en projectafhankelijk. Dit is een verantwoordelijkheid van de afzonderlijke projectorganisaties.

Bijlage(n) Als bijlagen bij dit voorstel behoren: • • •

Begrotingswijziging Bijlage 1. Notitie ‘Voorstel regionale bekostigingssystematiek’ Bijlage 2. Notitie ‘Gestelde vragen in het kader van de regionale bekostigingssystematiek’

9

Betreft: Concept raadsvoorstel

Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente XXXX; gezien het voorstel van burgemeester en wethouder van xxxx 2023; besluit: 1. 2.

3. 4.

In te stemmen met de voorgestelde ‘regionale bekostigingssystematiek’. In te stemmen met het beschikbaar stellen van het aandeel van de gemeente XXX als onderdeel van de benodigde regionale cofinanciering door de 21 gemeenten van de MRE in het voorgestelde maatregelpakket en hiertoe: a. Een bijdrage beschikbaar te stellen van € [XXXX zie kolom 3 + kolom 7 uit tabel 3] voor regionale mobiliteitshubs en de multimodale knoop/station Eindhoven centraal en te dekken uit XXXX. b. De dekking voor een krediet van € [XXXX indien van toepassing zie kolom 4 uit tabel 3] te reserveren voor de realisatie van de volgende fietsroutes [xxxxx] en te dekken uit XXXX.. En voor deze fietsroutes een bestuursovereenkomst met partijen voor te bereiden met definitieve financiële afspraken en deze opnieuw ter besluitvorming aan te bieden. c. De begrotingswijziging dienovereenkomstig vast te stellen. De nadere uitwerking van de voorgestelde systematiek in de vorm van een samenwerkingsovereenkomst tussen de MRE-gemeenten af te wachten. De nadere uitwerking van een MRE-breed mobiliteitspakket af te wachten. Dit vormt de basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren voor de gehele MRE.

Bovendien vormen de (boven)regionale maatregelen uit dit pakket de basis om – op basis van de regionale bekostigingssystematiek –met partners (Rijk, provincie en Brainportpartners) tot afspraken te komen over bekostiging.

10

Doel notitie en essentie van het voorstel Om invulling te geven aan de regionale bijdrage t.b.v. de schaalsprong van de Brainport is in voorliggende notitie een regionale bekostigingssystematiek voor de bereikbaarheid uitgewerkt. Voorliggend voorstel bestaat in essentie uit vier onderdelen: 1. Bereikbaarheidsopgave schaalsprong Brainport a. Recent werd duidelijk dat de Metropoolregio Eindhoven (MRE) veel harder groeit dan verwacht. In de komende jaren staat de regio voor een enorme opgave: het faciliteren van een schaalsprong en bijkomende vraagstukken. b. Om de groei aan inwoners, woningen en banen in Brainport Eindhoven op te vangen is een mobiliteitstransitie onvermijdelijk en noodzakelijk. De mobiliteitstransitie is erop gericht om ruimte-efficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. c. De schaalsprong van de regio en de gewenste mobiliteitstransitie vragen om een forse investering. Om de benodigde maatregelen gefinancierd te krijgen, zal de MRE intensief moet samenwerken met het Rijk, de provincie Noord-Brabant en het bedrijfsleven. Dit vraagt dat de MRE zich opstelt als betrouwbare, krachtige samenwerkingspartner met een eenduidige strategie en een regionale bekostigingssystematiek. 2. Opzet regionale bekostigingssystematiek a. Om invulling te geven aan de regionale bijdrage t.b.v.

de schaalsprong van de Brainport is op de schaal van de MRE een regionale bekostigingssystematiek voor de bereikbaarheid uitgewerkt. b. Onderdeel van deze bekostigingssystematiek is het opzetten van respectievelijk een Publiek en een Privaat Bereikbaarheidsfonds Brainport. c. Het Publieke Bereikbaarheidsfonds is bedoeld voor de regiobrede bekostiging van (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen t.b.v. de schaalsprong van de Brainport. Het Private Bereikbaarheidsfonds voor de private bekostiging. d. Het Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport wordt bij de MRE ondergebracht. Het Private Bereikbaarheidsfonds Brainport wordt ondergebracht bij Brainport Development. e. Per regionale bereikbaarheidsmaatregel worden bekostigingsafspraken gemaakt tussen de betrokken partijen. Hierbij worden vijf typen projecten onderscheiden, ieder met een eigen grondslag voor een mogelijke regionale bijdrage. 3. Voorstel voor bekostiging eerste maatregelenpakket a. In het verlengde van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport zijn maatregelen gedefinieerd die de komende periode uitgevoerd moeten worden om de schaalsprong te accommoderen. b. Voor de bekostiging van dit maatregelenpakket zijn in het BO MIRT op 9 november 2022 concrete afspraken gemaakt tussen het Rijk en de regio.

Dit heeft geresulteerd in verdeling waarbij het Rijk 63,5% van de kosten dekt en de regio 36,5% van de kosten dekt. c. Voor wat betreft de regionale bijdrage is afgesproken dat de provincie NoordBrabant, Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) en de MRE gemeenten elk 1/3 deel van de regionale bijdrage dekken.

100561-3074\JWI\HLE\-1

d. In het verlengde hiervan zijn – in lijn met de regionale bekostigingssystematiek – voor dit eerste maatregelenpakket een kostenverdeelsteutel en een cashflowplanning uitgewerkt voor de MRE-gemeenten.

4. Voorstel voor bekostiging toekomstige maatregelen a. Afgesproken is dat het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport zoals vastgesteld door Rijk en Regio in het BO MIRT 2020, en uitwerkingen daarvan zoals het Verstedelijkingsakkoord en de regionale ontwikkelstrategie voor mobiliteit verder geconcretiseerd worden. b. Momenteel wordt conform de afspraken uit het BO MIRT 2022 invulling gegeven aan de opvolging van de afspraken Schaalsprong 2030 zoals onder 3 benoemd. Voor de strategische agenda richting 2040 van de Brainportregio Eindhoven worden aanvullende bereikbaarheidsmaatregelen uitgewerkt voor de gehele MRE. Streven is om deze maatregelen voor het BO-MIRT in het najaar van 2023 op te leveren. Deze maatregelen vormen de basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren. c. Deze maatregelen zijn te verdelen in verschillende soorten maatregelen met ieder een eigen bekostigingswijze. Hiervan komen de (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen uit de MRE-brede programmering – analoog aan het eerste maatregelpakket – mogelijk in aanmerking voor cofinanciering door de provincie Noord-Brabant en het Rijk. Per maatregel zullen – met de regionale bekostigingssystematiek als handvat – bekostigingsafspraken worden gemaakt tussen de betrokken partijen. In de voorliggende notitie zijn deze onderdelen verder uitgewerkt.

100561-3074\JWI\HLE\-2

1. Bereikbaarheidsopgave schaalsprong Brainport a. Faciliteren schaalsprong Brainport Eindhoven heeft zich de voorbije jaren ontwikkeld tot één van de krachtigste motoren van de Nederlandse economie. De kennisintensieve maakindustrie én het feit dat het in de Brainport regio goed wonen, werken en leven is, zorgt voor een forse groei. Recent werd duidelijk dat de Metropoolregio Eindhoven (MRE) veel harder groeit dan verwacht. Er is versneld actie nodig om te voorkomen dat de groei stagneert en de regio vastloopt. Wil Brainport Eindhoven zijn aantrekkingskracht behouden en versterken, is substantiële verbetering nodig van de agglomeratiekracht, de connectiviteit en het vestigingsklimaat. De groei genereert kansen, maar betekent ook een toename van mobiliteit en toenemende druk op de woningmarkt, op de leefbaarheid en op de leefkwaliteit. In de komende jaren staat de regio voor een enorme opgave: het faciliteren van een schaalsprong en bijkomende vraagstukken. Dit vraagt op korte termijn om investeringen in extra woningen, in extra werklocaties en in een duurzaam mobiliteitssysteem. De huidige prognoses en afspraken gaan uit van circa 100.000 woningen in de periode tot 2040. De extra arbeidsplaatsen en extra woningen resulteren in meer verplaatsingen van, naar en binnen de MRE.

b. Mobiliteitstransitie onvermijdelijk en noodzakelijk In het verlengde van deze opgave hebben Rijk en regio de voorbije periode het MIRT1onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport2 uitgevoerd. Bovendien zijn voor het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de groei en de bijbehorende randvoorwaarden vastgelegd in een verstedelijkingsakkoord. Ook voor de andere subregio’s van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) worden de beoogde verstedelijking en bereikbaarheid momenteel uitgewerkt in een regionale ontwikkelstrategie. Met deze uitwerkingen is er voor de gehele MRE inzichtelijk wat de schaalsprong vraagt op het vlak van bereikbaarheid. Om de groei aan inwoners, woningen en banen in Brainport Eindhoven op te vangen is een mobiliteitstransitie onvermijdelijk en noodzakelijk. De mobiliteitstransitie is erop gericht om ruimte-efficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. Een mobiliteitssysteem dat meer inzet op OV- en deelconcepten, fietsen, lopen en smart mobility. Daarmee reduceren we de emissie van CO2, stikstof, fijnstof en geluid en creëren we een aantrekkelijke leefomgeving. Inzet is om het dragende HOV-netwerk uit te breiden. De hoofdstructuur in de MRE wordt op logische plekken in het netwerk voorzien van goed bereikbare multimodale hubs. Op deze hubs wordt keuzevrijheid en de uitwisseling tussen verschillende vormen van vervoer gefaciliteerd.

Hubs vormen belangrijke schakels in het multimodale netwerk; goed bereikbaar voor auto’s vanaf het hoofdwegennet, ontsloten voor OV en de fiets en voorzien van een aanbod aan deelmobiliteit. Extra uitbreiding van het wegennet is mogelijk als het niet anders kan.

c. Stevige regionale samenwerking randvoorwaardelijk voor bijdrage partners De MRE functioneert als ‘daily urban system’; één regio waarin dagelijks de belangrijkste woon- en werkverplaatsingen plaatsvinden. Verplaatsingen houden niet op bij de grens van een gemeente. De gehele regio heeft baat bij verbeteringen in het (boven)regionale mobiliteitssyteem. Daarmee is mobiliteit een regionale opgave die vraagt om een regionale 1

De Rijksoverheid wil de bereikbaarheid, veiligheid en ruimtelijke inrichting van Nederland bevorderen. Rijksprojecten en – programma’s hiervoor staan in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT). 2

MIRT onderzoek Brainportregio Eindhoven (smartwayz.nl)

100561-3074\JWI\HLE\-3

aanpak. In het verlengde werkt de MRE samen aan het bepalen en realiseren van mobiliteitsambities en opgaven. De schaalsprong van de regio en de gewenste mobiliteitstransitie vragen om een forse investering. Op basis van de uitkomsten van het MIRT-onderzoek zijn er tijdens het BO-MIRT in 2022 afspraken gemaakt tussen het Rijk, de provincie en de regio over een eerste maatregelenpakket (zie deel 3 van deze notitie). In aanvulling op dit eerste pakket wordt momenteel een aanvullend maatregelenpakket uitgewerkt voor de gehele MRE in het kader van de schaalsprong van de Brainport (zie deel 4 van deze notitie). Streven is om deze maatregelen voor het BO-MIRT in het najaar van 2023 op te leveren. Dit vormt de basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren. Om de benodigde maatregelen gefinancierd te krijgen, zal de MRE intensief moet samenwerken met het Rijk, de provincie Noord-Brabant en het bedrijfsleven. De regio heeft deze partners niet alleen nodig om het in november 2022 overeengekomen pakket aan mobiliteitsmaatregelen te kunnen financieren, maar ook voor de financiering van toekomstige maatregelen. Ervaring leert dat een krachtige regionale samenwerking, de kans op een bijdrage van partners vergroot.

Dit vraagt dat de MRE zich opstelt als betrouwbare samenwerkingspartner met een eenduidig geluid, een gezamenlijke strategie en een regionale bekostigingssystematiek. Deze regionale bekostigingssystematiek is in voorliggende notitie uitgewerkt. Zo wordt het geheel veel meer dan de som der delen.

2. Opzet regionale bekostigingssystematiek a. Bekostiging maatregelen Als onderdeel van de pakketafspraken worden afspraken gemaakt tussen Rijk en regio over de bekostiging van maatregelen. Bovendien worden voor het regionale aandeel in de Metropoolregio Eindhoven (MRE) bekostigingsafspraken gemaakt tussen de provincie NoordBrabant, Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) en de MRE-gemeenten. Voor de maatregelen wordt steeds een verdeelsleutel bepaald tussen de betrokken partijen. Om te komen tot een verdeelsleutel tussen de betrokken partijen worden vijf type projecten onderscheiden (zie tabel 1). Elk type project kent een eigen grondslag voor de (regionale) bijdrage. Daarbij is overigens alleen bij projecten met een Rijksbelang sprake van een Rijksbijdrage. Daar waar het om een bijdrage van gemeenten en/of de provincie gaat, zullen respectievelijk de gemeenteraden en provinciale staten moeten instemmen met de financiële afspraken.

Tabel 1. Grondslag bijdrage naar type project.

b. Bereikbaarheidsfonds Brainport Naast de eigen bijdrage van de uitvoerende partij (doorgaans de gemeente op wiens grondgebied het project wordt gerealiseerd), een projectspecifieke bijdrage van de provincie of een projectspecifieke Rijksbijdrage, kan er ook sprake zijn van een regiobrede bijdrage. De

100561-3074\JWI\HLE\-4

regiobrede bijdragen van MRE-gemeenten3 lopen via een Publiek Bereikbaarheidsfonds. De bijdragen van Brainportpartners lopen via een Privaat Bereikbaarheidsfonds Brainport. Vanuit deze fondsen vindt respectievelijk de regiobrede publieke en private cofinanciering van projecten plaats. De projectspecifieke, route-gebonden of locatie-gebonden bijdrage van gemeenten en de provincie gaan rechtstreeks naar het betreffende project. Deze bijdragen lopen dus niet via het Bereikbaarheidsfonds. Ook de Rijksbijdrage gaat rechtstreeks naar de projecten.

c. Governance Bereikbaarheidsfonds Brainport Het Bereikbaarheidsfonds Brainport bestaat uit een publiek deel en een privaat deel (zie figuur 1).

Figuur 1. Governance Regionaal Bereikbaarheidsfonds Brainport.

Het Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport wordt bij de MRE ondergebracht. Het Private Bereikbaarheidsfonds Brainport wordt bij Brainport Development ondergebracht. Voor wat betreft het Publieke Bereikbaarheidsfonds geldt dat de bestuurlijke coördinatie via de MRE loopt. De geografische schaal van de MRE komt overeen met het gebied waar de bereikbaarheidsmaatregelen landen. De MRE is bovendien een bestaande gemeenschappelijke regeling van de 21 gemeenten die betrokken zijn bij regiobrede projecten en financiering. Het beheer van een Regionaal Bereikbaarheidsfonds is een taak die past binnen de bevoegdheden van de Gemeenschappelijke Regeling MRE (GR MRE). Het MRE is een bestaand openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid. Daarnaast is bestuurlijk de wens uitgesproken de bestaande governancestructuur op het gebied van mobiliteit te 3

Dit betreft de regiobrede bijdrage aan de hubs ad €6,6 miljoen (3e kolom tabel 3) en aan de multimodale knoop ad €23 miljoen (laatste kolom tabel 3). Dit is exclusief de locatie gebonden bijdrage van de gemeente Eindhoven aan de multimodale knoop ad €44,5 miljoen die rechtstreeks wordt bijgedragen.

100561-3074\JWI\HLE\-5

vereenvoudigen. Dit impliceert ook dat voor nieuwe ontwikkelingen – zoals het Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport – zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande bestuurlijke en organisatorische structuren. Het onderbrengen van het Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport bij MRE past daarin. Dit kan door middel van een in te richten bestuurscommissie zoals voorzien in artikel 22 van de GR MRE, respectievelijk artikel 25 van de wet Gemeenschappelijke Regelingen. In deze bestuurscommissie kunnen één of meerdere bestuurders vanuit de MRE-gemeenten zorgdragen voor de bestuurlijke coördinatie (en verantwoording). De wijze waarop de provincie Noord-Brabant participeert is nog onderwerp van gesprek. Afhankelijk van de bestuurlijke keuze kan dit direct of meer indirect. Dat geldt dan ook voor het al dan niet zitting nemen in de bestuurscommissie. De omvang en samenstelling van het fonds vraagt bovendien om een professionele administratieve organisatie in de vorm van fondsbeheer. Het fondsbeheer van het publieke Bereikbaarheidsfonds wordt binnen de MRE onder gebracht. De MRE heeft een goed trackrecord om zaken onafhankelijk te coördineren. Door de juiste expertise aan trekken wordt de uitvoeringskracht van de MRE en de beheersbaarheid van het fonds goed geborgd.

De administratieve organisatie zou ook gebruikt kunnen worden voor de organisatie en coördinatie van vergelijkbare fondsen die in de MRE moeten worden ingericht. Het Private Bereikbaarheidsfonds Brainport wordt georganiseerd en bestuurd vanuit de onafhankelijke economische ontwikkelorganisatie Brainport Development NV. Daarbij wordt – naar analogie van het Regiofonds Brainport – gekozen voor het onderbrengen van het fonds in een speciale fondsentiteit (besloten vennootschap). De op te richten Bereikbaarheids BV is een 100% dochteronderneming van Brainport Development NV. Er wordt een gezamenlijke coördinatie ingericht bestaande uit een vertegenwoordiging van het publieke en private fonds. Deze publiek-private coördinatie ontvangt bekostigingsaanvragen vanuit de diverse projecten en zet deze uit bij beide fondsen. De formele toekenning van middelen aan projecten vindt – in onderlinge afstemming – rechtstreeks plaats vanuit respectievelijk het publieke en het private fonds. De publiek-private coördinatie draagt periodiek zorg voor voortgangsrapportages over de verschillende projecten. Eens per jaar en/of wanneer daar aanleiding toe is vindt bestuurlijke afstemming plaats tussen het bestuur van het Publieke en het Private Bereikbaarheidsfonds Brainport. Hier worden de voortgang van de projecten en eventuele knelpunten besproken.

d. Afspraken en spelregels Een robuuste en toekomstbestendige werking van de financiering van respectievelijk het Publieke en het Private Bereikbaarheidsfonds Brainport vraagt om een robuust afspraken- en spelregelkader. In het verlengde onderscheiden we een drietal overeenkomsten om de werking van de Bereikbaarheidsfondsen Brainport goed te verankeren: 1. Voor het Publieke Bereikbaarheidsfonds: Een Samenwerkingsovereenkomst Publiek Bereikbaarheidsfonds Brainport (hierna SOK) tussen de publieke partijen. 2. Voor het Private Bereikbaarheidsfonds BV: Partnerovereenkomsten tussen de betreffende Brainportpartner en het Bereikbaarheidsfonds BV. 100561-3074\JWI\HLE\-6

3. Subsidiebeschikking voor de afzonderlijke projecten die een beroep doen op financiering vanuit de fondsen. Voor wat betreft het publieke fonds worden de afspraken over de werking van het fonds vastgelegd in een Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheidsfonds Brainport (hierna SOK). Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de publieke partijen die een bijdrage leveren aan het Publieke Bereikbaarheidsfonds. In deze SOK worden afspraken vastgelegd over de werkwijze van het fonds, over de organisatie (inclusief capaciteit, rol- en taakverdeling) en over de governance (inclusief overlegstructuur en escalatie). Ook worden in de SOK afspraken vastgelegd over de financiering van het fonds, over indexatie, over BTW, over de verdeling van de gelden over projecten, over handelswijze bij uitnutting van beschikbare middelen en/of wat te doen met eventuele overschotten. En over (eventueel) toe en uittreden van partijen, over geschillen en over duur/opheffing van het fonds. Voor wat betreft het private Bereikbaarheidsfonds BV worden afspraken over de werking van het fonds en de bijdrage van Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) vastgelegd in separate Partnerovereenkomsten tussen de betreffende Brainportpartner en het Bereikbaarheidsfonds BV.

Deze partnerovereenkomsten zullen voor wat betreft de inhoud grote gelijkenis vertonen met de samenwerkingsovereenkomst tussen publieke partijen. Tegelijkertijd bieden de afzonderlijke Partnerovereenkomsten de ruimte om de voorwaarden en condities van de Brainportpartners separaat en specifiek vast te leggen. Daarnaast zullen de voorwaarden voor de afzonderlijke projecten die aanspraak kunnen maken op de fondsen, worden vastgelegd in separate Subsidiebeschikkingen. In de Subsidiebeschikking zullen spelregels worden vastgelegd over de wijze van toekenning van middelen, over indexatie en over BTW. Ook worden in de Subsidiebeschikking afspraken vastgelegd over verantwoording richting de fondsen en over de handelswijze bij afwijkingen t.o.v. de oorspronkelijke raming en/of de planning.

3. Voorstel bekostiging eerste maatregelenpakket a. Bekostigingsafspraak Rijk – Regio In het verlengde van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport is een eerste pakket aan maatregelen gedefinieerd dat de komende periode uitgevoerd moet worden om de schaalsprong te accommoderen. Dit maatregelpakket (zie tabel 2) resulteert in een investering van € 1.570 mrd (incl. BTW, prijspeil 2022). Voor dit overeengekomen maatregelenpakket was de inzet dat het Rijk circa 2/3 en de regio circa 1/3 van de kosten van het pakket dekt. Voor het regionale aandeel was de insteek om 1/9 deel van het totale bedrag te dekken vanuit de provincie Noord-Brabant, 1/9 deel vanuit het bedrijfsleven en 1/9 deel vanuit de MRE gemeenten (gezamenlijk dus 1/3 deel van het totaal). Voor toekomstige maatregelenpakketten zal steeds opnieuw een verdeelsteutel moeten worden bepaald tussen betrokken partijen.

100561-3074\JWI\HLE\-7

Figuur 2. Samen investeren vanuit een Regionaal Bereikbaarheidsfonds Brainport

Tijdens het Bestuurlijk Overleg (BO) Leefomgeving op 21 juni 2022 en het BO-MIRT op 9 november 2022 zijn per opgave concrete afspraken gemaakt tussen het Rijk en de regio. Daarbij ging het over de omvang van de Rijksbijdrage en het deel waarvoor de regio aan de lat staat (zie tabel 2). Hier is – op basis van de nadere uitwerking van de maatregelen – uiteindelijk een verdeling uitgekomen waarbij het Rijk 63,5% van de kosten dekt en de regio 36,5% van de kosten dekt. Voor de opgave ‘Hoofd- en onderliggend wegennet’ geldt dat dit wel onderdeel is van het afgesproken pakket, maar dat hiervoor nog geen investeringsraming bekend is en om die reden ook geen verdelingsafspraak is gemaakt. Er is afgesproken tussen Rijk en regio dat hierover uiterlijk in het BO-MIRT van 2024 nadere afspraken worden gemaakt.

Tabel 2. Kostenverdeling Rijk-regio per opgave

b. Regionale kostenverdeelsleutel MRE gemeenten Op basis van de regionale bekostigingssystematiek (zie ook paragraaf 1b van deze notitie) is de regionale verdeelsleutel bepaald voor de opgaven uit het maatregelenpakket t.b.v. de schaalsprong van de Brainport (tabel 2) waarover tussen Rijk en regio afspraken zijn gemaakt. De ‘spoorse opgave’ en de ‘A58 Eindhoven – Tilburg’ zijn Rijksprojecten. Deze projecten 100561-3074\JWI\HLE\-8

worden in zijn geheel door het Rijk bekostigd. Over het hoofd- en onderliggend wegennet dienen nog nadere afspraken te worden gemaakt tussen het Rijk en de regio. De overige projecten zijn gecategoriseerd op basis van tabel 1 (zie paragraaf 1b). De bijdrage van de MRE-gemeenten aan het maatregelenpakket bedraagt €191 mln incl. BTW en €157,8 mln excl. BTW. In tabel 3 is e.e.a. vertaald in een regionale verdeelsleutel. In de eerste kolom is de totale bijdrage per gemeente weergegeven. Vervolgens is deze uitgesplitst naar de verschillende opgaven. In bijlage 1 is de verdeling per opgave nader uitgewerkt en toegelicht.

Tabel 3. Regionale kostenverdeling per opgave.

c. Cashflow bijdrage MRE gemeenten De bijdrage van de MRE-gemeenten is over een periode van 10 jaar – tussen 2024 en 2034 – uitgesmeerd. De bijdrage per jaar voor een opgave is afhankelijk van de (financiële) planning van de opgave. In bijlage 2 zijn de bedragen per opgave per jaar weergeven. In onderstaande tabel 4 is opgenomen wat dit voor bijdrage per jaar betekent voor de afzonderlijke gemeenten. In bijlage 3 zijn uitgebreide cashflowoverzichten per maatregel opgenomen. Zoals beschreven in paragraaf 1c van deze notitie komen alleen regiobrede gemeentelijke bijdragen in het Regionale Bereikbaarheidsfonds terecht. De overige gemeentelijke bijdrage gaan direct naar een project in de betreffende gemeente. Dat geldt dus ook voor onderstaand cashflowoverzicht.

100561-3074\JWI\HLE\-9

Tabel 4. Bijdrage per jaar per gemeente.

4. Voorstel bekostiging toekomstige maatregelen a. Aanvullend maatregelenpakket gehele regio In aanvulling op het overeengekomen maatregelenpakket voor de schaalsprong van de Brainport (onderdeel 2 van deze notitie) wordt momenteel gewerkt aan een aanvullend maatregelpakket voor de gehele MRE. Voor de verschillende deelregio’s in de MRE worden de beoogde verstedelijking en bereikbaarheid uitgewerkt in een regionale ontwikkelstrategie. Met deze uitwerkingen, het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport en het Verstedelijkingsakkoord is er voor de gehele MRE inzichtelijk wat de schaalsprong vraagt op het vlak van bereikbaarheid in opvolging van de afspraken van het BO MIRT 2022. Deze uitwerkingen zijn of worden vertaald in maatregelen: concrete (boven) regionale bereikbaarheidsprojecten om de schaalsprong te accommoderen. Streven is om deze maatregelen voor het BO-MIRT in het najaar van 2023 op te leveren. Deze maatregelen vormen de basis voor een MRE-brede programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren.

b. Aanvullend maatregelenpakket gehele regio Deze maatregelen zijn te verdelen in verschillende soorten maatregelen met ieder een eigen bekostigingswijze. Hiervan komen de (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen uit de MRE-brede programmering – analoog aan het eerste maatregelpakket – mogelijk in aanmerking voor cofinanciering door de provincie Noord-Brabant en het Rijk. Elke maatregel wordt nader uitgewerkt en financieel geraamd. Vervolgens zullen per maatregel bekostigingsafspraken worden gemaakt tussen de betrokken partijen. De regionale bekostigingssystematiek zoals uitgewerkt in deze notitie, dient hierbij als handvat.

100561-3074\JWI\HLE\-10

Bijlage 1 – Toelichting kostenverdeling per maatregel De bedragen uit het KTM-pakket zijn prijspeil 2021, de bedragen van de overige maatregelen zijn prijspeil 2022. Korte termijn maatregelenpakket mobiliteitstransitie Voor het Korte termijn maatregelenpakket (KTM-pakket) mobiliteitstransitie zijn reeds afspraken gemaakt. Het uitgangspunt van de verdeling is 25% Rijk, 25% provincie NoordBrabant, 25% MRE-gemeenten en 25% Brainportpartners. Dit resulteert in een bijdrage van de MRE-gemeenten van € 38,25 mln excl. BTW. Voor het KTM-pakket is reeds een kostenverdeelsleutel overeengekomen met gemeenten. Zij dragen de kosten voor de hubs en de fietspaden. Voor de hubs geldt een regiobrede bijdrage (naar rato inwonersaantal) van MRE-gemeenten. Voor de fietspaden is de bijdrage routegebonden. Deze afspraken zijn gemaakt vanuit het KTM-pakket mobiliteitstransitie als onderdeel van Smartwayz.nl (zie ook memo voorstel financiering KTM Randweg). Afspraken zijn en/of worden vastgesteld door de afzonderlijke gemeenteraden. Versnellingsopgave Fellenoord/ Knoop XL Eindhoven De Versnellingsopgave Fellenoord/ Knoop XL Eindhoven is een locatie gebonden project. In het verlengde wordt de regionale bijdrage volledig gedragen door de gemeente Eindhoven en de provincie Noord-Brabant. Beide dragen zij 50% van de regionale bijdrage. Dit vraagt om een bijdrage van €16 mln ex.

BTW voor de gemeente Eindhoven4. HOV4/ De Run/ High Tech Campus Eindhoven De maatregel HOV4/ De Run/ High Tech Campus is een route gebonden project. De regionale verdeelsleutel wordt gebaseerd op het deel van het traject dat in respectievelijk de gemeente Eindhoven (80%) en de gemeente Veldhoven (20%) ligt. De maatregel HOV4/ De Run/ High Tech Campus vraagt om een bijdrage van de provincie Noord-Brabant van € 36,2 mln excl. BTW, van de MRE-gemeenten van € 36,1 mln excl. BTW en van de Brainportpartners van € 41,7 mln excl. BTW. Het uitgangspunt is gehanteerd dat de Provincie en Gemeenten 50/50 bijdragen. Op basis van de verdeling 80-20 betekent dit dat gemeente Eindhoven € 28,9 mln excl. BTW bijdraagt aan deze maatregel en de gemeente Veldhoven € 7,2 mln excl. BTW. Multimodale Knoop/ Station Eindhoven Centraal De maatregel Multimodale Knoop/ Station Eindhoven Centraal is – met haar ligging in Eindhoven – een locatie gebonden project. Tegelijkertijd heeft de multimodale knoop een regiobrede functie. De verdeelsleutel voor de MRE-gemeenten voor deze maatregel is 2/3 locatie gebonden (gemeente Eindhoven) en 1/3 regiobreed (MRE-gemeenten). De regiobrede bijdrage van de MRE-gemeenten is gebaseerd op een geïndexeerde eerdere reservering in

4

De bijdrage van Eindhoven en Provincie Noord-Brabant aan gebiedsontwikkeling Fellenoord is relatief onzeker doordat deze direct afhankelijk is van de uitkomst van de business case gebiedsontwikkeling Fellenoord incl. de uitvoering openbare ruimte. Het regionale publieke tekort was in de voorbereiding op BO MIRT ’22 vastgeklikt op € 39 mln (zie: tabel 2). In de actualisatie naar januari ’23 is dit tekort naar beneden bijgesteld naar € 26 mln met daar bovenop een risicoreservering van € 30 mln. De totaal gereserveerde regionale publieke dekking bedraagt daarmee € 56 mln per januari ‘23. Deze actualisatie is niet verwerkt in deze notitie om aan te sluiten bij de bedragen van BOL ’22 en BO MIRT ’22 dat optelt tot € 1,57 mld (tabel 2) waarop ook de bijdrage van het Rijk is bepaald. Zie ook: Raadsvoorstel Eindhoven 24/1/23 & Statenvoorstel Provincie Noord-Brabant 3/2/23

100561-3074\JWI\HLE\-11

het kader van ZO Bereikbaar.5 De maatregel Multimodale Knoop/ Station Eindhoven Centraal vraagt om een bijdrage van de provincie Noord-Brabant van € 67,5 mln excl. BTW, van de MRE-gemeenten van € 67,5 mln excl. BTW en van de Brainportpartners van € 78 mln excl. BTW. De bijdrage van de MRE-gemeenten bestaat uit een bijdrage van de gemeente Eindhoven van € 44,5 mln excl. BTW en een bijdrage van de andere MRE-gemeenten van € 23 mln excl. BTW.

5

In 2016 is in het kader van ZO Bereikbaar €20 miljoen gereserveerd voor het project ‘Aanpak Busstation Neckerspoel en Station Eindhoven Centraal Station’ (rapport Brainport Duurzaam Slim Verbonden van 15 juli 2016).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13109318/2