B1 Aanbieding gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven
Tekst van het document
Het bestuur kan bepalen op welke wijze de raden betrokken worden bij de voorbereiding van het werkprogramma. In 2019 is het Statuut Overlegorganen reeds in overeenstemming gebracht met de afspraken in het Samenwerkingsakkoord 2019 – 2022 over de vormgeving van de samenwerking en de governance, voor zover toen mogelijk binnen de grenzen van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015. De wijzigingen in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2021 en 2024 zijn weer verwerkt in een wijziging van het statuut. De verplichte wettelijke organen (de voorzitter, het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur) zijn in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 opgenomen met hun taken en bevoegdheden, op grond van de wet en de regeling. Het dagelijks bestuur heeft een taak in het borgen van de regionale lange termijn strategie. Daarom werd in het Samenwerkingsakkoord 2019 – 2022 voorzien in uitbreiding van het dagelijks bestuur met de voorzitters van de inhoudelijke portefeuillehoudersoverleggen. Omdat een dergelijke uitbreiding van het dagelijks bestuur toen niet mogelijk was, zijn de voorzitters van de portefeuillehoudersoverleggen benoemd als adviseur van het dagelijks bestuur. De positieve ervaring met deze manier van werken heeft ertoe geleid dat deze invulling van de governance is en wordt voortgezet.
De regeling biedt de mogelijkheid het aantal leden van het dagelijks bestuur uit te breiden met leden afkomstig uit het algemeen bestuur. In voorkomend geval benoemt de gemeente, waaruit het lid afkomstig is, een nieuw lid van het algemeen bestuur. In 2015 is de Raadstafel21 gevormd. De Raadstafel21 biedt een forum voor raadsleden, als een lichte (informele) en flexibele samenwerking, waarin twee raadsleden per gemeente zijn vertegenwoordigd. Deze raadsleden vervullen in hun raden een ambassadeursfunctie, ze zijn de ‘voelsprieten’ van de Metropoolregio Eindhoven naar de gemeenteraden en vice versa van de 21 gemeenten. De ervaring die is opgedaan met de Raadstafel21, leidde er in 2021 toe dat in de regeling werd opgenomen dat de Raadstafel21 een in te stellen overlegorgaan is. In het Statuut Overlegorganen is de rol van de Raadstafel21 nader uitgewerkt. De gewijzigde Wgr biedt de mogelijkheid tot instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie. De procedure die de Wgr voorschrijft is reeds doorlopen in 2021 voor de Raadstafel21. In artikel Wgr 24a is aangegeven op welke manier invulling kan worden gegeven aan de adviserende rol. Door de verwijzing naar Wgr artikel 24a in de regeling is beoogd ontwikkelruimte te creëren voor de doorontwikkeling van de Raadstafel21, maar de verwijzing is niet bedoeld om deze doorontwikkeling te verplichten.
De beschrijving van de taken, bevoegdheden en werkwijze van de Raadstafel21 in het huidige Statuut Overlegorganen laat zien dat er al veel aanknopingspunten voor de Raadstafel21 zijn om invulling te geven aan de mogelijkheden, die art 24a Wgr biedt. Het algemeen bestuur heeft op 20 december 2023 besloten dat de voorzitter van de Raadstafel21 een (staande) uitnodiging heeft om deel te nemen aan de beraadslagingen. Dit in de verwachting dat de inbreng van de voorzitter vooral gebaseerd is op de gevoerde discussie binnen de Raadstafel21. Deelname aan de beraadslaging (zonder stemrecht) is mogelijk op grond van artikel 10, zevende lid van de regeling. Zoals hiervoor aangegeven vindt elke 4 jaar bij de voorbereiding van de regionale agenda een reflectie plaats op de kwaliteit en de vorm van de samenwerking op grond van de regeling.
-33
-
Aanvullend kan het algemeen bestuur het dagelijks bestuur verzoeken om een evaluatie, echter niet binnen 24 maanden na vaststelling van de regionale agenda. Bij een wijziging van de regeling worden de raden door tussenkomst van de colleges de gelegenheid geboden voor het geven van een schriftelijke reactie op ontwerpvoorstellen. Definitieve voorstellen worden voorgelegd voor besluitvorming conform de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Wettelijk kader Op deze gemeenschappelijke regeling is van toepassing de Wet gemeenschappelijke regelingen. Met wijziging van de Wet in 2015 zijn een aantal duale elementen ingevoerd in de werkwijze van een gemeenschappelijke regeling, waarbij een openbaar lichaam is ingesteld. Zo heeft het dagelijks bestuur eigen bevoegdheden gekregen en heeft het algemeen bestuur ruimere bevoegdheden bij het controleren van het dagelijks bestuur bij haar taakuitoefening. Ook is de democratische legitimatie verbeterd, bijvoorbeeld door het verruimen van de reactietermijn van raden voor het kenbaar maken van een zienswijze op de ontwerpbegroting van het openbaar lichaam. Een verdere wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen trad in werking op 1 juli 2022. In de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 zijn de wijzigingen die ingingen per 1 juli 2022 in het algemeen verwerkt door overneming van de teksten uit de wet. Verder is invulling gegeven aan de wijzigingen die ingingen per 1 juli 2024, op een wijze die past bij de aard van de samenwerking op grond van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. Democratische legitimatie De gemeenschappelijke regeling van de Metropoolregio is een gemengde regeling. Hierin worden op beperkte schaal raads- en collegebevoegdheden belegd.
Deze bevoegdheden moeten op grond van de wet helder worden omschreven in de gemeenschappelijke regeling. Deels is dat relevant voor de gang van zaken in het rechtsverkeer, deels is dat ook van belang voor de democratische verantwoording aan de raden van de deelnemende gemeenten. De Metropoolregio Eindhoven is aan te merken als een vorm van verlengd lokaal bestuur. Beslissingsmacht over uitvoering van de regionale agenda ligt bij de gemeenten. De eigenstandige bevoegdheden van de Metropoolregio als de plaats waar strategie wordt ontwikkeld, blijven beperkt tot het vaststellen van de regionale agenda, begroting, werkprogramma’s, jaarrekening en het stellen van algemeen verbindende voorschriften inzake het beheer van investeringsen stimuleringsfondsen en de eigen organisatie en bedrijfsvoering. In het voorgestane besturingsmodel ligt het accent bij de strategische samenwerking op de kaderstelling door de gemeenteraden. Door hun betrokkenheid bij de voorbereiding en het bekrachtigen van de regionale agenda, voordat deze door het algemeen bestuur wordt vastgesteld is de inhoudelijke betrokkenheid bij en finale besluitvorming door de gemeenteraden gewaarborgd. Concrete uitvoering van de regionale agenda is een zaak van de gemeenten gezamenlijk en wordt zo nodig geregeld via af te sluiten convenanten of soortgelijke uitvoeringsarrangementen.
De Metropoolregio is belast met de registratie van de uitvoering van de door de gemeenten gemaakte afspraken, zoals omschreven in de regionale agenda en eventuele uitvoeringsarrangementen. Het is de bedoeling dat de voortgang van de werkzaamheden door de colleges actief ter hand genomen en gemonitord wordt door het dagelijks bestuur, zodat deze zo nodig bijgestuurd kunnen worden. De colleges van burgemeester en wethouders kunnen daarover periodiek aan hun gemeenteraden rapporteren De Wet gemeenschappelijke regelingen kent een expliciete regeling van verantwoording, inlichtingenplicht en ontslagmogelijkheid. Die regeling heeft in de eerste plaats betrekking op de verhouding dagelijks bestuur en algemeen bestuur, maar daarnaast ook op het lid van het algemeen bestuur naar de eigen gemeenteraad. Daarnaast is het college van burgemeester en wethouders zowel individueel als ook gezamenlijk op grond van de Gemeentewet verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad voor het gevoerde bestuur (zie artikel 169 Gemeentewet). De gemeenteraad bestaat uit de gekozen
-34
volksvertegenwoordigers, die door hun verkiezing democratisch gelegitimeerd zijn. Zo kan een raad gebruik maken van het enquêterecht ex artikel 155a Gemeentewet ten aanzien van de eigen bestuurders. De gemeentelijke rekenkamer(commissie) kan onderzoek doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid bij de Metropoolregio (artikel 184 Gemeentewet). Ingevolgde de gewijzigde Wgr is aan de regeling toegevoegd dat het bestuur van de Metropoolregio uit eigen beweging schriftelijk aan de colleges en raden alle inlichtingen verstrekt, die de colleges en de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De wijze waarop het bestuur hieraan invulling geeft is niet vastgelegd in de regeling. Het bestuur kan gebruik maken van verschillende communicatiemiddelen zoals bijeenkomsten, informatiebrieven, publicatie van besluiten et cetera. Met de toegevoegde actieve informatieplicht krijgt dit de voortdurende aandacht van het bestuur van de Metropoolregio. In financieel opzicht zijn de gemeenteraden in positie, omdat zij jaarlijks hun zienswijze kenbaar kunnen maken over de ontwerpbegroting. Door toezending van de jaarrekening van het openbaar lichaam wordt achteraf verantwoording afgelegd. Eerder is dat intern gebeurd bij de aanbieding van de jaarrekening door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam.
Ten slotte wordt opgemerkt dat indien een tussentijdse begrotingswijziging nodig is, die leidt tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage, de raden van de deelnemende gemeenten wederom in de gelegenheid zijn zich daarover uit te spreken en hun zienswijze kenbaar te maken. In de regeling was reeds opgenomen dat het algemeen bestuur, in aanvulling op waar dat verplicht is op grond van de wet of op grond van de regeling, zelf kon besluiten andere dossiers te onderwerpen aan een ‘voorhangprocedure’. Deze flexibele bepaling is in de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 gehandhaafd en aangevuld met de mogelijkheid dat de raden hierom verzoeken. Voor toepassing van dit laatste moet het verzoek afkomstig zijn van tenminste een vijfde van de gemeenteraden. Voorafgaand aan het nemen van een besluit waaraan een zienswijzeprocedure voorafging, stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Verder is in de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 opgenomen dat ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden betrokken kunnen worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten.
Ook het dagelijks bestuur kan besluiten tot een apart participatietraject, voor te nemen besluiten met ingrijpende gevolgen. Dit is verder toegelicht bij het betreffende artikel. Toepassing van die laatste mogelijkheid vindt ook plaats, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. Het aangaan van een gemeenschappelijke regeling leidt tot een bestuurlijk complexe situatie. Hiervoor is aangegeven dat er voor de gemeenteraden als democratisch gekozen volksvertegenwoordiging wel degelijk juridische mogelijkheden aanwezig zijn betrokken te blijven bij het functioneren van gemeenschappelijke regelingen en de door hen aangewezen leden van het algemeen bestuur verantwoording te blijven vragen. Wel is het zo dat het aangaan van een samenwerking met andere gemeenten binnen een openbaar lichaam leidt tot gezamenlijk genomen besluiten, waarbij de invloed van individuele gemeenteraden afneemt. Rode draad is en blijft ook naar de toekomst toe de zorg voor het goed blijven onderhouden van een tijdige adequate informatievoorziening naar de raden van de deelnemende gemeenten.
-35
ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING Artikel 2
Openbaar lichaam
De Metropoolregio Eindhoven - evenals haar voorganger het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven - bezit als openbaar lichaam rechtspersoonlijkheid. De Metropoolregio Eindhoven kan hierdoor zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen en optreden als betaalautoriteit. In het vijfde lid wordt gemeld dat de verschillende overlegorganen geregeld worden in een statuut. Enerzijds om veel bestuurlijke drukte te vermijden en anderzijds om slagvaardig te kunnen opereren bij noodzakelijk geachte wijzigingen in de overlegstructuur. Voor de Raadstafel21 is in die zin een uitzondering gemaakt dat dit overlegorgaan expliciet genoemd is in de gemeenschappelijke regeling. Het bestaan als zodanig van dit beraad als intermediair tussen de bestuursorganen van de Metropoolregio en de raden van de gemeenten is daarmee verzekerd. Artikel 3
Belangen en Doelen
De Wet gemeenschappelijke regelingen verplicht een of meer belangen te benoemen (artikel 1, eerste lid en artikel 10, eerste lid van de Wgr). Deze moeten helder zijn omschreven, omdat een open taakstelling wettelijk niet is toegestaan (gesloten huishouding). De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven benoemt verschillende te behartigen belangen. De belangen die de Metropoolregio primair dient, zijn opgenomen in artikel 3, eerste tot en met derde lid. Thema’s in de regionale agenda In de regionale agenda bepalen de gemeenten de thema’s van de samenwerking, passend bij het oogmerk van de samenwerking zoals omschreven in artikel 3, eerste lid. Die thema’s kunnen wisselen. Het bevordert enerzijds de flexibiliteit om te kunnen inspelen op maatschappelijke behoeften terwijl anderzijds voldaan wordt aan het wettelijke uitgangspunt dat de gemeenten de huishouding van het samenwerkingsverband bepalen. De Metropoolregio is niet in staat (tijdelijke) thema’s op zich te nemen voor een deel van de gemeenten, die niet zijn opgenomen in de regionale agenda. Bij dit alles is het van belang een goed onderscheid te maken tussen thema’s van de samenwerking en de regionale opgaven. Het oppakken van de regionale opgaven binnen de thema’s wordt geregeld via het werkprogramma.
Hoewel gemeenten via de overlegorganen een grote mate invloed hebben op de samenstelling van het werkprogramma, ligt de finale besluitvorming daarover bij de Metropoolregio. Het bestuur van de Metropoolregio bepaalt, binnen de bepalingen van de regeling, op welke wijze de raden betrokken worden bij de samenstelling van het werkprogramma. Voortzetting vanuit Samenwerkingsverband Regio Eindhoven De in artikel 3, tweede lid genoemde belangen, vloeien voort uit het functioneren van het voormalige Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en duren al dan niet tijdelijk voort na het inwerkingtreden van deze gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Cultuurhistorie en erfgoedbeheer De in artikel 3, derde lid genoemde belangen vormen de basis voor de taken en bevoegdheden van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe). In het rapport Evaluatie Metropoolregio Eindhoven (2017) is onder andere de aanbeveling gedaan werk te maken van het buiten de Metropoolregio plaatsen van relicten uit het verleden, zoals het RHCe (zie ook toelichting bij artikel 4, derde lid).
Op 16 december 2020 heeft het algemeen bestuur MRE op verzoek van de Bestuurscommissie RHCe het volgende besloten: De taken van het RHCe, zoals die uit wet- en regelgeving en uit de tekst van de gemeenschappelijke regeling voortvloeien, onverkort voort te zetten, De huidige uitvoeringsactiviteiten, dienstverlening en werkwijzen van het RHCe te continueren, De advisering aan gemeenten te intensiveren (met name informatica en archivistiek),
-36
-
Met zusterinstelling(en) samen te werken ten voordele van dienstverlening aan gemeenten, instellingen en burgers (o.m. functionaliteit en toepassingsgebieden van het e-depot).
MRE en RHCe worden niet ontvlochten In juni 2021 heeft het algemeen bestuur verzocht om nader onderzoek naar de governance. In de Gemeenschappelijke Regeling 2021 werd derhalve nog een voorbehoud gemaakt. In januari 2023 heeft de Bestuurscommissie Regionaal Historisch Centrum Eindhoven geconcludeerd dat het niet zinvol is te komen tot aanpassing van de governance, er zijn geen voordelen voor de organisatie. Dit standpunt om niet over te gaan tot enige aanpassing van de governance (ontvlechting MRE en RHCe), en daar in de voorzienbare toekomst ook geen voornemens toe te hebben, is door het algemeen bestuur op 1 maart 2023 onderschreven. Artikel 4
Taken
Regionale strategie en samenwerking De in artikel 4, eerste lid, benoemde taken zijn gericht op het tot stand brengen van de regionale strategie op de thema’s. De thema’s worden uitgewerkt in de regionale agenda (thans genoemd het samenwerkingsakkoord, zie hierna). De eigenlijke taken van de Metropoolregio derhalve. In de omschrijving van de taken komt voorts tot uitdrukking dat de Metropoolregio een faciliterende organisatie is ten behoeve van de deelnemende gemeenten. Om de strategische opgaven van de Metropoolregio vorm te kunnen geven is inzet van het regionale investerings- en stimuleringsfonds cruciaal gebleken. Dat vraagt om een adequaat beheer en verantwoording, ook naar andere overheden. Een bijzondere taak van de Metropoolregio op het gebied van regionale stimulering betreft de bestuurlijke deelname aan de Stichting Brainport, het aandeelhouderschap in Brainport Development NV en het verstrekken van de jaarlijkse subsidie (“basisfinanciering”) aan Brainport Development NV. In de ontstaansgeschiedenis van Brainport Development vormde het Stimuleringsfonds oorspronkelijk een van de financieringsbronnen, geleidelijk is dit overgegaan naar een separaat in de begroting opgenomen bijdrage. Voor de financiering int de Metropoolregio via de begroting separaat de bijdragen van de gemeenten.
De Metropoolregio Eindhoven fungeert voor de financierende overheden als enige subsidiënt van Brainport Development NV. Daarmee wordt de administratieve last laag gehouden. De Metropoolregio Eindhoven sluit telkens voor een periode van 4 jaar met Brainport Development een uitvoeringsovereenkomst. Voorzetting taken vanuit het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Artikel 4, tweede lid sub a heeft betrekking op het grondeigendom, het beheer en de nazorg van het Landgoed Gulbergen, de voormalige regionale stortplaats op het grondgebied van de gemeenten Nuenen c.a. en Geldrop-Mierlo. Wettelijk is bepaald dat de nazorgplicht moet worden overgedragen aan de provincie. In december 2020 heeft het algemeen bestuur besloten de erfpachtovereenkomst met Attero te ontbinden en het beheer weer op zich te nemen. De lange termijn strategie is gericht op overdracht van het grondeigendom en beheer aan een derde partij. Om de plannen te toetsen en het dagelijks bestuur te adviseren over onttrekking en aanwending van de financiële middelen bestaat sinds eind 2003 de Adviescommissie Gulbergen. De adviescommissie heeft de taak om het dagelijks bestuur gevraagd en ongevraagd van advies te dienen inzake: a. het beheer en de inzet van de Voorziening Gulbergen; b. de eindafwerking en nazorg van de voormalige stortplaats Gulbergen; c.
de toetsing van de plannen voor de ontwikkeling en governance van Landgoed Gulbergen. De taken genoemd in het tweede lid lopen automatisch af wanneer deze in hun geheel zijn afgerond. Ook de verwijzingen in artikel 48 (Uittreding), zesde lid, naar verplichtingen die hieruit zijn voortgevloeid, lopen automatisch af wanneer de verplichtingen zijn afgerond. Taken op het gebied van cultuurhistorie en erfgoedbeheer Artikel 4, derde lid, heeft betrekking op taken die op basis van artikel 3, derde lid door de deelnemende gemeenten aan de Metropoolregio Eindhoven zijn opgedragen. De gemeente Gemert-Bakel heeft de betreffende taken niet opgedragen aan de Metropoolregio Eindhoven en voert de taken zelf uit. Het bepaalde in het derde lid is daarom niet van toepassing op de gemeente Gemert-Bakel (zoals ook aangegeven in het vierde lid). De uitvoering van de taken in het derde lid is belegd bij het dienstonderdeel Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe). Het RHCe is rond de eeuwwisseling
-37
ontstaan uit het Streekarchief Regio Eindhoven, het Gemeentearchief Helmond en het Streekarchivariaat Peelland. De Gemeenschappelijke regeling SRE zoals van kracht tot 2 april 2015 bevatte ook de taken en bevoegdheden op het gebied van cultuur, met vergelijkbare bepalingen als thans in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. De bepalingen zijn in de voorgaande wijzigingen niet gewijzigd. Archiefbescheiden zijn, volgens artikel 1 van de Archiefwet 1995: 1°bescheiden, ongeacht hun vorm, door de overheidsorganen ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten; 2°bescheiden, ongeacht hun vorm, met overeenkomstige bestemming, ontvangen of opgemaakt door instellingen of personen, wier rechten of functies op enig overheidsorgaan zijn overgegaan; 3°bescheiden, ongeacht hun vorm, welke ingevolge overeenkomsten met of beschikkingen van instellingen of personen dan wel uit anderen hoofde in een archiefbewaarplaats zijn opgenomen om daar te berusten; 4°reprodukties, ongeacht hun vorm, welke bij of krachtens de wet in de plaats zijn gesteld van de onder 1°, 2° of 3° bedoelde archiefbescheiden of welke op grond van het bepaalde in artikel 7 zijn vervaardigd.
Artikel 12, eerste lid van de Archiefwet 1995, draagt aan de zorgdrager op de archiefbescheiden, die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar, over te brengen naar een (door de zorgdrager aan te wijzen) archiefbewaarplaats. Artikelen 13 tot en met 15 van de Archiefwet 1995 en bepalingen in het Archiefbesluit en de Archiefregeling zien verder toe op deze overbrenging. Op grond van het derde lid, sub a heeft het RHCe (ook) een taak op het vlak van bewaren en toegankelijk maken van het cultureel erfgoed van de regio. Zorg en beheer van overgebrachte archiefbescheiden Op grond van het derde lid, sub b heeft de MRE, in casu het RHCe de zorg en beheer van archiefbescheiden, die krachtens de Archiefwet 1995 naar de archiefbewaarplaatsen van de Metropoolregio zijn overgebracht. Conform de definities uit de Archiefwet, kunnen dit archiefbescheiden zijn die zijn overgebracht door de deelnemende gemeenten (inclusief hun voorgangers) of die zijn overgebracht door de Metropoolregio Eindhoven zelf, voor zover deze voortkomen uit de zorg die ze heeft over haar eigen archiefbescheiden (zie hoofdstuk 13 – Archief). Voorts de archiefbescheiden van personen en instellingen, wier rechten of functies op overheidsorganen van deze partijen zijn overgegaan.
Tenslotte ook de archiefbescheiden van instellingen of personen, die op basis van overeenkomsten met of beschikkingen van hen dan wel uit anderen hoofde in de archiefbewaarplaats zijn opgenomen. Bijvoorbeeld de archiefbescheiden van andere gemeenschappelijke regelingen, die het RHCe als archiefbewaarplaats hebben aangewezen. Het zorgdragerschap voor archiefbescheiden bestaat uit plichten en bevoegdheden, op grond van de Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling, zowel met betrekking tot het ontsluiten van archiefbescheiden, het (blijvend) bewaren ervan, het beperken van de openbaarheid ervan, en de omstandigheden waaronder archiefbescheiden opgeslagen en bewaard worden zowel vóór als na overbrenging. Voor gemeenten regelt de Archiefwet 1995 dat het zorgdragerschap over de eigen archiefbescheiden zowel vóór als na overbrenging naar een archiefbewaarplaats is belegd op het niveau van de betrokken overheid, dus van de gemeente, in casu burgemeester en wethouders (Archiefwet 1995, artikel 30.1). Dit zorgdragerschap (in de zin van de Archiefwet) kan niet worden overgedragen of gedelegeerd. Wel kunnen taken en bevoegdheden, die voortvloeien uit de Archiefwet worden overgedragen, zoals dat in dit geval (de zorg voor) het beheer van het overgebrachte archief aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling is overgedragen.
De zorg voor de overgebrachte archiefbescheiden, zoals opgenomen in het derde lid, sub b komt dus neer op een ‘gebundelde’ zorg voor het beheer, dat wil zeggen de omstandigheden, waarin de overgebrachte archiefbescheiden duurzaam bewaard en ontsloten worden. Deze zorg vertaalt zich in feitelijke beheertaken en -handelingen. De kosten die hieraan zijn verbonden worden verdeeld op basis van óf inwoneraantal óf strekkende meters archief. Het toezicht op de taakuitoefening is sinds 2015 belegd bij de Bestuurscommissie RHCe. Toezicht op de niet-overgebrachte archiefbescheiden
-38