antwoorden op technische vragen PvdA en GroenLinks over de Jaarverantwoording 2020
Tekst van het document
Jaarverantwoording 2020 Technische vragen tav Commissie vergadering van 24 juni Hieronder treft u de technische vragen van de Jaarverantwoording 2020 en de schriftelijke beantwoording daarvan zoals gesteld door de fracties: Groenlinks en PvdA 2. Financiële samenvatting Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
1
Op pagina 12. Worden in de tabel resultaat bestemmingen astronomische bedragen genoemd met een totale resultaatbestremming van ruim 6 miljard J Vraag: Vermoedelijk hoort “bedragen * 1000” niet boven deze tabel te staan.. Antwoord:
Fractie: Groenlinks
Dat klopt, deze tabel is overgenomen van de lijst met resultaatbestemmingen. Dit zijn al de exacte bedragen, we gaan geen miljarden overhevelen naar het volgende jaar. 3. Programma’s *Programma 1 Veiligheid en handhaving* Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
1
Het product 'integraal veiligheidsbeleid algemeen' heeft een nadelig saldo van Fractie: PvdA € 173.000 euro omdat er schilderwerk, vervanging kozijnen, plaatsen airco en nieuwe vloerbedekking en verlichting heeft plaatsgevonden aan wij nemen aan het Veiligheidshuis. Dit heeft op zichzelf echter helemaal niets met veiligheid en naleving te maken. Vraag: Is het gangbaar dat onderhoudskosten aan panden worden doorberekend naar de inhoudelijke budgetten? Antwoord: Ja, dat is gangbaar. Op deze manier verantwoorden we vastgoed-gerelateerde baten en lasten op de juiste taakvelden en lopen deze mee in bijvoorbeeld de berekening van integrale kostprijzen. Daarnaast schrijven de verslagleggingsregels (het BBV) voor dat huisvestingskosten die behoren tot een specifiek uitvoerende taak (bijv. een brandweerkazerne, onderwijshuisvesting of een sporthal) niet tot de overheadkosten behoren en als programmakosten op het juiste taakveld verantwoord dienen te worden.
1
*Programma 2 Werk en inkomen* Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
2
Re-integratie van werkloze inwoners met een bijstandsuitkering. In deze passage wordt Fractie: PvdA aangegeven dat Senzer er weliswaar niet in is geslaagd een afname van 50 uitkeringsdossiers te realiseren, maar dat er wel slechts een minimale stijging van 0,02% van het aantal uitkeringsdossiers is gerealiseerd. Met het rapport van de Inspectie SZW waarin gesteld wordt dat maar liefst 170.000 Nederlanders die recht hebben op een bijstandsuitkering er geen gebruik van maken, lezen wij dit toch niet als enkel positief. Vraag: Heeft Senzer in beeld hoeveel mensen gedurende het aanvraagproces afhaken? Zo ja, om hoeveel mensen gaat dit? Is er bijvoorbeeld in beeld -zoals bij de TONK – hoeveel mensen informatie opzoeken online en al dan niet doorklikken naar een daadwerkelijke aanvraag? In aanvulling hierop hebben we separaat inmiddels aanvullende vragen gesteld mbt thema. Antwoord: 70% van de aanvragen voor levensonderhoud (Participatiewet, IOAW, TOZO) die zijn gestart worden ook afgerond en ingediend. 30% haakt eerder af. Hierbij dienen de volgende kanttekeningen te worden geplaatst. Ten eerste vindt de registratie niet plaats op basis van persoonsgegevens maar op basis van een nummer ID van een gestarte aanvraag. Dit betekent dat bij meerdere aanvragen dit niet per definitie betekent dat dit ook allen unieke personen zijn.
Ten tweede is het mogelijk dat een persoon die in eerste instantie behoort tot de groep die afhaakt, op een later moment alsnog een nieuwe aanvraag start en wel afrond. Deze persoon telt dan in beide groepen mee. Van de personen die de aanvraag voor levensonderhoud niet afronden komt 34,8% niet verder dan de controle van basisgegevens. Een mogelijke oorzaak is dat de desbetreffende personen niet woonachtig zijn in de regio Helmond – De Peel. We hebben geen informatie over hoeveel personen de site van Senzer raadplegen en geen aanvraag doen.
2
*Programma 4 Jeugd en onderwijs* Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
Specialistische ondersteuning heeft een voordelig saldo van € 2.173.000 omdat: Fractie: PvdA Zorg in natura € 1,3 miljoen minder kostte, vanwege de nieuwe PDC / meer aandacht voor de toegang en indiceren. Jeugdbescherming en jeugdreclassering € 500.000 minder kostte door minder cliënten. Vraag: 1. Is het effect van de nieuwe PDC ook met hetzelfde voordelige effect zichtbaar in de andere gemeenten binnen onze inkoopregio? 2. Met de berichtgeving van deze week over de cliëntenstop door Jeugdbescherming lezen deze overschotten erg zuur. Hoe verhoudt een en ander zich tot elkaar? 3. Hoe kan het dat Jeugdbescherming aangeeft structureel onvoldoende gekwalificeerd personeel te hebben door te lage tarieven en te hoge werkdruk als de gemeente Helmond op dit onderwerp € 500.000 overhoudt? 4. Is dit beeld ook zichtbaar in de andere gemeenten binnen de inkoopregio? Antwoord: 1. Iedere gemeente organiseert de toegang tot zorg en het indicatieproces op zijn eigen manier. Daardoor kunnen we het effect wat binnen de gemeente Helmond is gerealiseerd ten gevolge van de invoering van de nieuwe PDC en het optimaliseren van het indicatieproces niet vergelijken met de cijfers van andere gemeenten. 2. De lagere lasten zijn ontstaan door het realiseren van een lager aantal geplaatste cliënten.
De cliënten worden geplaatst bij deze instellingen vanwege een juridische maatregel (jeugdbescherming of-reclassering, voogdij). Er kan door de gemeente niet worden gestuurd op het aantal cliënten dat geplaatst wordt in een gecertificeerde instelling (dit wordt bepaald door een kinderrechter). 3. Met de gecertifieerde instellingen zijn via de accounthoudende gemeente (Tilburg in dit geval) afspraken gemaakt over o.a. tarieven. De begroting van de gemeente Helmond is een inschatting van de kosten op basis van deze vastgestelde tarieven en verwachtte cliëntaantallen. Afrekening vindt plaats op daadwerkelijke cliëntenaantallen. De uitstroom van/het tekort aan gekwalificeerd personeel komt ook voort uit de zware werkdruk en -omstandigheden bij de gecertificeerde instellingen (gedwongen kader jeugdhulp). We zijn intensief in gesprek over de in de vraag genoemde signalen van de gecertificeerde instellingen. U bent hierover geïnformeerd via een RIB (dd. 23-6-2021). 4. Overschotten of tekorten van andere gemeenten op Jeugdbescherming hebben wij niet in beeld. We werken op dit thema bovenregionaal samen waarbij de gemeente Tilburg als accounthoudende gemeente namens ons afspraken heeft gemaakt met Jeugdbescherming Brabant. Overigens past dit ook in het landelijk beeld, zie bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2383678-duizenden-medewerkers-vertrokken-bijjeugdbescherming. 4
3
*Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting* Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
3
Wat natuurlijk enorm opvalt is dat in 2020 het Grondbedrijf een voordelig saldo heeft van maar liefst € 11,9 miljoen. Dat is volgens de toelichting het positieve saldo van boekwinsten, winstnemingen. Wat wij niet uit deze stukken kunnen halen is in hoeverre dat voordelige saldo nu komt uit “roofbouw” op het grondbedrijf, of uit meevallers, of anderszins.
Fractie: PvdA
Vraag: 1. Kunt u dit voordeel dan ook wat uitgebreider en duidelijker toelichten, waar mogelijk met concrete voorbeelden? 2. Gemeenten kunnen (grond-)waarde creëren door hun plannen. Een weiland wat een uitbreidingswijk wordt is wel het bekendste voorbeeld. In hoeverre leidt de hele schaalsprong van Helmond ook tot extra vermogen voor Helmond zelf? Antwoord: Vraag 1: Jaarlijks moet een uitgebreide herziening gedaan worden van alle grondexploitaties. Dan worden alle nog te maken opbrengsten en uitgaven op de grondexploitaties tegen het licht gehouden en wordt op grond daarvan een nieuwe beste schatting gedaan van de verwachte eindresultaten op de grondexploitaties. Als dat is gedaan moet vervolgens: a. Bij winstgevende grondexploitaties bepaald worden of er tussentijds winst genomen moet worden. b. Bij verliesgevende grondexploitaties bepaald worden of de voorziening moet worden bijgesteld. Beide aanpassingen hebben gevolg voor het jaarrekeningresultaat. Hieronder wordt dit verder toegelicht: Ad a: De wetgever heeft een verplichte methode voorgeschreven voor de bepaling van de winstneming (POC is Percentage Of Completion). Dit betekent feitelijk dat hoe dichter je bij het einde van de grondexploitatie komt, hoe meer winst je moet nemen. Dus als je grond verkoopt blijft er minder grond over die je nog moet verkopen.
Je komt dan dichter bij het einde, de risico’s worden kleiner en je kunt dan verantwoord winst nemen. Dit werkt hetzelfde bij de uitgaven die nog gedaan moeten worden. In 2020 hebben we op 3 woongebieden (Brandevoort 1, Houtse Akker en Stiphout Zuid) en op 5 industriegebieden (Schooten, BZOB, Weijer Oost, Rijpelberg, Zuid I-II) de te nemen winsten berekend volgens de POC methode. Daarnaast waren er 4 grondexploitaties (Geldropseweg, 2e Haagstraat, School Paardenbloem en Mahoniehoutstraat Bibliotheek) die konden worden afgesloten en waarvan dus ook de financiële afronding heeft plaatsgevonden. In totaal is de te nemen winst en eindresultaten op afgesloten grondexploitaties daarmee bepaald op € 5,6 miljoen (afgerond). Dit bedrag komt ten gunste van het jaarrekeningresultaat. Ad b: Voor de verliesgevende grondexploitaties moet bepaald worden of de verwachte eindresultaten slechter of beter zijn geworden dan dat we bij de vorige uitgebreide herziening (JRK 2019) hadden bedacht. Daarbij moeten we rekening houden met de rente van € 1,8 miljoen (afgerond) over de bestaande voorziening zoals die vorig jaar is bepaald. Met voorziening bedoelen we eigenlijk het geld dat we nu reeds apart hebben gezet om het verwachte negatieve eindresultaat op de verliesgevende grondexploitaties te kunnen dekken. Als de verwachte eindresultaten slechter worden moet de voorziening omhoog.
Dit gaat dan ten laste van het jaarrekeningresultaat. Als de verwachte eindresultaten beter worden kan de voorziening omlaag. Dit komt dan ten gunste van het jaarrekeningresultaat. De verwachte eindresultaten over alle verliesgevende grondexploitaties zijn in 2020 per saldo € 4,4 miljoen (afgerond) beter geworden. Samen met de rente over de voorziening is dit € 6,2 miljoen (afgerond). Dit bedrag van € 6,2 miljoen is ten gunste gekomen van het jaarrekeningresultaat. In de paragraaf grondbeleid is de tabel “Grondexploitaties in detail” opgenomen. Daarin is de onderbouwing van het bedrag van € 4,4 miljoen terug te vinden.
4
Vraag 2: Daar kan nu nog geen antwoord op gegeven worden. Dat is afhankelijk van de specifieke situatie van nieuwe ontwikkelingen. Wat daarin vooral bepalend is, is of de gemeente daarin zelf actief de ontwikkeling wil vormgeven of dat een marktpartij dat gaat doen. Is de gemeente zelf actief dan zal er een nieuwe grondexploitatie komen waarbij o.a. bepalend zal zijn in hoeverre de gemeente daar al een grondpositie heeft danwel de grond nog moet verwerven, en natuurlijk het gewenste woningbouwprogramma en inrichting van de openbare ruimte. Als de ontwikkeling vanuit de marktpartij komt dan spreken we over facilitair grondbeleid. Veelal zal dan het verzoek aan de gemeente worden gedaan om planologisch mee te werken(aanpassen bestemmingsplan) en zal de gemeente moeten zorgen voor het kostenverhaal voor de planontwikkelingskosten en voor de eventuele aanpassingen van de openbare ruimte. Daarvoor zal de gemeente inzetten op het sluiten van een anterieure overeenkomst met de marktpartij waarbij het kostenverhaal voor de gemeente is geborgd. Dus het vooraf afspraken maken over het kostenverhaal. Lukt dat niet dan zijn er nog wettelijke mogelijkheden voor het kostenverhaal (exploitatieplan). *Programma 12 Milieu* Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
5
De naam van dit programma doet eigenlijk geen recht meer aan met name de enorme Fractie: PvdA taak die we ook als gemeente hebben op het vlak van Energietransitie/klimaatadaptatie. Vraag: Is het mogelijk en zo ja, op welk moment om namen van programma’s aan te passen? Antwoord: De aanpassing van programma’s en de naamgeving is een bevoegdheid van uw raad. U kunt wensen omtrent de naamgeving en de programmaverdeling voorstellen. Het moment hiervoor is bij de wisseling van het bestuur dus na de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Er is/wordt reeds nagedacht over een eventuele herstructurering van de bestaande 13 programma’s. Daarbij zoeken we meer aansluiting bij de Telos systematiek, de Strategische programma’s en bij het nieuwe Coalitieakkoord. We zijn voornemens dit onderwerp op te nemen in het Overdrachtsdossier dat voor de verkiezingen aan uw raad wordt verstrekt. *Programma 13 Bestuur en organisatie* Nr.
Technische vraag:
Gesteld door:
6
Vraag: Graag een toelichting op het voordelige saldo voor Raad en raadscommissies?
Fractie: PvdA
Antwoord: Op de raad en raadscommissies is een voordelig saldo te constateren van in totaal 70.000 euro in het afgelopen jaar. Dat saldo wordt grotendeels veroorzaakt op de posten contributies/abonnementen en intermediaire kosten Werkkostenregeling. Dit is een incidenteel voordeel, wat het komende jaar wordt gebruikt voor de gemeenteraadsverkiezing en raadscommunicatie.
5