CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A9 Aanbiedingsbrief ODZOB - jaarstukken 2022 - meerjarenvisie -concept accountantsverslag incl bijlagen

Gemeenteraad 23 mei 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter Kennisname31.075 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T: 088 369 03 69 I: www.odzob.nl

Aan de gemeenteraden en Provinciale Staten van de deelnemers van de ODZOB

uw kenmerk

uw bericht van

ons kenmerk

datum

Z-2023-002044/D-2023-040000

13 april 2023

onderwerp

contactgegevens

Voorlopige jaarstukken 2022

e-mail

:

Omgevingsdienst Zuidoost- Brabant

tel.

:

Geachte heer/mevrouw, In zijn vergadering van 13 april jongstleden heeft het dagelijks bestuur de voorlopige jaarstukken 2022 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant vastgesteld. De accountant heeft het voornemen om een goedkeurende verklaring hierbij af te geven. Conform artikel 58b van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen verstrekken wij u onze voorlopige jaarstukken 2022. Het (concept) verslag van de accountant is bijgevoegd. Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant,

J.C.J. van Bree

M. van Dort

voorzitter

secretaris

Bijlage(n): •

Voorlopige jaarstukken 2022 Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

•

Accountantsverslag (concept)

Cc: colleges B&W/GS, AB-leden, GPO-leden

JAARSTUKKEN 2022 Versie 1 maart 2023

Jaarstukken 2022 Versie 21 maart 2023

In opdracht van

Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035

Datum

21 maart 2023

Status

Definitief concept

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................................................. 5

2

JAARVERSLAG ........................................................................................................................................... 6 2.1 BELEIDSVERANTWOORDING ............................................................................................................................. 6 2.1.1 Omgevingswet .................................................................................................................................. 6 2.1.2 Regionaal en uniform uitvoeringsbeleid............................................................................................ 7 2.1.3 Klimaat, energie en duurzaamheid ................................................................................................... 8 2.1.4 Toekomstbestendige veehouderij ..................................................................................................... 9 2.1.5 Bodem ............................................................................................................................................. 10 2.1.6 Gezondheid...................................................................................................................................... 10 2.1.7 Ondermijnende criminaliteit ...........................................................................................................

11 2.1.8 Zeer Zorgwekkende stoffen/externe veiligheid (EV) ........................................................................ 11 2.1.9 Bouwen............................................................................................................................................ 12 2.1.10 Asbest .......................................................................................................................................... 12 2.1.11 Water ........................................................................................................................................... 13 2.1.12 Stikstof ......................................................................................................................................... 14 2.1.13 Ketentoezicht ............................................................................................................................... 14 2.2 PROGRAMMAVERANTWOORDING ................................................................................................................... 16 2.2.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 16 2.2.2 Programma Dienstverlening ..........................................................................................................

17 2.2.3 Programma Collectieve taken ........................................................................................................ 19 2.2.4 Algemene dekkingsmiddelen ......................................................................................................... 21 2.2.5 Kosten van de overhead ................................................................................................................. 22 2.2.6 Heffing vennootschapsbelasting .................................................................................................... 23 2.2.7 Onvoorzien ...................................................................................................................................... 23 2.3 PARAGRAFEN.............................................................................................................................................. 24 2.3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................................... 24 2.3.2 Financiering .................................................................................................................................... 26 2.3.3 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................

28 2.3.4 Verbonden partijen......................................................................................................................... 31

3

JAARREKENING ....................................................................................................................................... 32 3.1 BALANS PER 31 DECEMBER 2022 ................................................................................................................... 32 3.2 HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING ................................................................................ 32 3.3 TOELICHTING OP DE BALANS .......................................................................................................................... 33 3.3.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ................................................... 33 3.3.2 Toelichting op de balans per 31 december 2022 ........................................................................... 35 3.4 TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN...................................................................................... 41 3.4.1 Overzicht van baten en lasten ........................................................................................................ 41 3.4.2 Exploitatielasten en directe programmakosten ............................................................................ 47 3.5 INFORMATIE IN HET KADER VAN DE WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) .........................................................

47 3.6 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM .............................................................................................................. 49

4

BIJLAGEN ................................................................................................................................................ 50 4.1 4.2

DETAILOVERZICHTEN BATEN PER OPDRACHTGEVER ............................................................................................. 50 OVERZICHT LASTEN VERDEELD NAAR DIRECT EN OVERHEAD .................................................................................. 51

4.3 4.4 4.5 4.6

OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD .............................................................................................. 52 SAMENVATTING GEÏNVENTARISEERDE RISICO’S ODZOB ...................................................................................... 53 SISA BIJLAGE VERANTWOORDINGSINFORMATIE.................................................................................................. 54 CONTROLEVERKLARING................................................................................................................................. 55

1

Inleiding

De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is in 2013 opgericht. De dienst heeft de juridische vorm van een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waar 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant in participeren. De ODZOB voert werkzaamheden uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast worden er specialistische (advies)taken uitgevoerd. De ODZOB werkt zowel samen met de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling als met andere organisaties op het gebied van de fysieke leefomgeving. Gezamenlijk verbeteren we de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: veiliger, gezonder en minder overlast. In deze jaarstukken wordt teruggeblikt op 2022. De jaarstukken bestaan uit twee hoofdbestandsdelen; het jaarverslag (hoofdstuk 2) en de jaarrekening (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 zijn enkele bijlagen opgenomen. In de loop van 2022 heeft het algemeen bestuur diverse begrotingswijzigingen geautoriseerd. Dit leidde tot het mandaat om middelen te onttrekken uit de algemene reserve wegens kosten die voortvloeien uit de voorbereiding op de Omgevingswet, de inrichting van het nieuwe VTH-systeem, de opvolging van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek en de dekking van het in de Bestuursrapportage 2022 gepresenteerde tekort over 2022.

De maximaal toegestane onttrekking uit de algemene reserve telde op tot een bedrag van € 2.642.524. De daadwerkelijke benodigde onttrekking kwam uit op € 2.253.508. Het beeld is daarmee iets gunstiger dan eerder werd gepresenteerd in de Bestuursrapportage 2022. In financieel-technische zin is het resultaat over 2022 nihil.

Jaarstukken 2022 5

2

Jaarverslag

2.1

Beleidsverantwoording

In de begroting 2022 zijn onderstaande aandachtsgebieden genoemd. Per onderwerp wordt gepresenteerd wat er in 2022 gerealiseerd is. 2.1.1

Omgevingswet

In het jaar 2022 heeft de uitvoering van het Programma Omgevingswet 2022 in het teken gestaan van het zoveel als mogelijk voltooien van processen en producten en met het oefenen en inregelen ervan. De regionale samenwerkingsafspraken voor toezicht & handhaving zijn opgeleverd binnen de Regionale Samenwerking Omgevingswet, waarin provincie, gemeenten, waterschappen en de ketenpartners (ODZOB, Veiligheidsregio en GGD) vertegenwoordigd zijn. De afspraken zullen ter bekrachtiging voorgelegd worden aan de algemene besturen van de GGD, Veiligheidsregio en ODZOB, nadat ze in het regionale project oefenen & inregelen in 2023 zijn aangevuld en verfijnd. Voor de gemeenten is een handreiking opgesteld voor het bepalen van milieuleges. De ODZOB heeft bijgedragen aan een landelijk onderzoek in opdracht van Omgevingsdienst NL naar de financiële effecten van de Omgevingswet, het rapport daarover is verschenen. Met de adviezen uit dat rapport kunnen we in gesprek met onze deelnemers over wat de consequenties ervan zijn voor zowel de ODZOB als onze deelnemers. De regionale producten- en dienstencatalogus, waarin de producten van GGD, Veiligheidsregio en ODZOB op een toegankelijke manier zijn gebundeld, is gepubliceerd.

Handreikingen voor de wijze waarop regels voor geluid, trillingen, externe veiligheid, geur agrarisch en geur industrieel in omgevingsplannen op een geharmoniseerde wijze kunnen worden opgenomen, zijn gereed en worden begin 2023 gepubliceerd. De ambities van onze deelnemers voor omgevingsvisies, omgevingsplannen, geluid en externe veiligheid en de gevraagde inzet voor ondersteuning door de ODZOB daarbij zijn in beeld gebracht. De transitie van de bodem- en geluidstaken wordt op de voet gevolgd en daar waar nodig omgezet in concrete acties. Voor bodem zijn die vastgelegd in het Uitvoeringskader Bodem. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt dat kader ter vaststelling voorgelegd aan het bestuur. De transformatie van inrichting naar MBA (milieubelastende activiteiten) is voorbereid door het testen van een applicatie die ondersteunt bij het omzetten ervan. Voor 15.000 inrichtingen is een voorspelling beschikbaar van de waarschijnlijke aanwezige MBA’s. In het voorjaar van 2023 zal op basis van de verkregen kennis worden bepaald hoe de applicatie verder kan ondersteunen in het verbeteren van de informatie over MBA’s.

In overleg met de regio en ketenpartners is gekomen tot een concrete aanpak voor de inrichting van de regionale omgevingstafel, het instrument om ruimtelijke initiatieven in het voortraject van vergunningaanvragen integraal met bevoegd gezag en ketenpartners te bespreken. In het voorjaar wordt gestart met deze regionale omgevingstafel. Het interne trainings- en opleidingsprogramma is tijdelijk stopgezet vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In het voorjaar 2023 wordt de uitvoering van het opleidingsprogramma weer opgepakt. Het oefenen en inregelen van de verschillende processen is actief ter hand genomen, waarbij intern en in de regio samen met deelnemers en ketenpartners geoefend wordt op basis van realistische casussen. Dat oefenen gebeurt nu nog “droog”.

Jaarstukken 2022 6

Mede door de vertraagde implementatie van PowerBrowser, heeft het technisch oefenen in de regio vertraging opgelopen. Nu PowerBrowser afgelopen jaar in gebruik is genomen, is het streven om zoveel als mogelijk met de samenwerkingsfunctionaliteit van het DSO en PowerBrowser te gaan oefenen met echte (WABO-)aanvragen vanaf medio april 2023. In het najaar 2022 is binnen de ODZOB een stresstest Omgevingswet uitgevoerd om te bepalen welke resterende opgaves en belemmerende factoren er nog aanwezig zijn. De resultaten hiervan worden verwerkt in het programmaplan voor- en nazorg Omgevingswet waarmee in januari 2023 een start word gemaakt. Dit programma wordt in maart 2023 voorgelegd aan het AB. De invoeringsdatum van de Omgevingswet is nog onzeker, gezien het opschuiven van de behandeling van het Koninklijk Besluit in de Eerste Kamer. 2.1.2

Regionaal en uniform uitvoeringsbeleid

Het regionaal uitvoeringbeleid is voor inrichting gebonden werkzaamheden (vergunningverlening en toezicht en handhaving bij bedrijven) vormgegeven via het Regionaal Operationeel Kader (ROK). Industrieel toezicht 2022 stond voor het ROK industrieel toezicht in het teken van het brengen van continuïteit in de manier van werken die in de achterliggende jaren is opgebouwd. De structuur staat, maar op inhoud is er nog ruimte voor verbetering, onder meer op het vlak van de locatiedossiers. Dit heeft de aandacht, maar de uitvoering is weerbarstig, mede vanwege de overgang naar PowerBrowser. Het uitvoeringsprogramma voor 2022 is in grote lijnen conform uitgevoerd. Over het algemeen blijkt uit projecten dat het naleefgedrag goed is. Vermeldenswaardig zijn: •

Uit het project ‘mestverwerking en compostering’ bleek een verschil tussen verleende vergunningen en de uitvoeringspraktijk. Dit maakt toezicht en handhaving complex. Voor ons een aandachtpunt om de samenwerking tussen vergunningverlening en toezicht te intensiveren.

•

Bij garagebedrijven kijken we of via ‘zelftoezicht’ de efficiëntie van het toezicht kan worden vergroot. Dit vanuit de gedachte dat het invullen van een vragenlijst over naleving, iets zegt over het naleefgedrag. Ook is dit een efficiënter manier van het vergaren van actuele bedrijfsinformatie die we in ons systeem verwerken. Het project loopt nog.

Verder is in 2022 een slag gemaakt bij de analyse van klachten. Voor horecaklachten is een werkwijze geïntroduceerd waarin, op maat, informatieverstrekking wordt gecombineerd met toezicht en/of metingen. Er zijn nog geen harde cijfers, maar het aantal klachten lijkt af te nemen. De overige klachten worden vanuit de consignatiedienst doorgezet naar het toezicht.

Tenslotte is in 2022 een systematiek voor het toezicht bij aandachtbedrijven vastgesteld en in werking gebracht. Voor bedrijven die om welke reden dan ook toezicht verdienen, wordt dit qua frequentie en strategie op maat uitgewerkt middels een toezichtsplan, in samenspraak met gemeente en partners. Het ROK loopt tot en met 2023. Eind 2022 zijn we, in afstemming met en in opdracht van het bestuur, begonnen met nadenken over: hoe verder na 2023? Begin 2023 zal worden gebruikt voor een uitgebreide omgevingsanalyse, die voeding zal geven aan het antwoord op die vraag. Inmiddels is het voorstel gedaan om het ROK in zijn huidige omvang 1 jaar door te laten lopen, zodat we gedegen na kunnen denken over een voortgang na 2023.

Jaarstukken 2022 7

Agrarisch toezicht In het agrarisch werkveld is in 2022 gekozen voor een risicogerichte aanpak. Dit heeft ertoe geleid dat bedrijven met veel stikstofverbindingen (veelal ammoniak -uitstoot en/of de toepassing van emissie reducerende maatregelen of toepassing van systemen met een grote faalkans in een kortere tijd opnieuw bezocht zijn. Verder geeft een LHS-score uit het verleden een duiding op het naleefgedrag van een bedrijf. Dit naleefgedrag leidt tot een bepaalde frequentie van toezicht. Deze wijze van prioriteren en toepassing van een bepaalde frequentie van toezicht leidt ertoe dat we in het toezichtveld werken aan een fysieke veilige en gezonde leefomgeving. Hierbij kan bij slecht naleefgedrag sneller bestuurlijk worden opgetreden om overtredingen ongedaan te maken, en goed naleefgedrag wordt beloond door de frequentie van het toezicht te verlagen. In 2023 zal een verdieping plaatsvinden van de risico prioritering en zal de huidige werkwijze worden voortgezet. Hierbij is ook aandacht voor het continu verzamelen van milieurelevante data om op deze wijze het risicogericht prioriteren te kunnen bijsturen. Vergunningverlening Het ROK-VV vindt haar wettelijke basis in het Omgevingsbesluit, waarin staat dat elke gemeente en provincie moet beschikken over VTH-beleid voor de uitvoering van de Omgevingswet.

Voor de basistaken van de omgevingsdiensten dienen ze gezamenlijk zorg te dragen voor uniform uitvoeringsbeleid. Het bevoegd gezag heeft dit uitvoeringsbeleid geaccordeerd middels het ROK-VV. Het ROK-VV omvat het strategisch beleidskader en een operationeel beleidskader. Hierbij hebben we een omslag gemaakt van (vrijwel) volledig programmatisch beoordelen van een vergunningaanvraag of een melding naar risicogericht beoordelen van een aanvraag of melding. Daarbij wordt wel rekening gehouden met het door een bevoegd gezag vastgesteld beleid ten aanzien van een specifiek milieuaspect. De ODZOB staat als uitvoerder van de basistaken, waaronder alle omgevingsvergunningen milieu en meldingen milieu, hiervoor aan de lat. Het beleid is geïmplementeerd in de systemen en werkinstructies die worden gebruikt. Het ROK-VV is in 2022 geëvalueerd en de conclusie is dat het dient te worden geactualiseerd, mede in het licht van de komst van de Omgevingswet. Dit zal plaatsvinden in 2023. De invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2023 is uitgesteld naar een later moment. De processen voor vergunningverlening onder de Omgevingswet zijn voltooid. De huidige werkzaamheden voor vergunningverlening dienen vanzelfsprekend plaats te vinden onder de geldende wet- en regelgeving (WABO). In 2023 zullen de teams die zich bezighouden met vergunningverlening zich verder gaan verdiepen in de Omgevingswet.

2.1.3

Klimaat, energie en duurzaamheid

Bij de toezichtprojecten in het werkprogramma van 2022 zijn bij twee branches themacontroles energie uitgevoerd. Ook vanuit de landelijke Vue-regeling hebben we bij alle gemeentes in onze regio thema controles energie uitgevoerd. In totaal zijn in 2022 268 energiecontroles uitgevoerd. Uit analyse blijkt dat het uitvoeren van een controle resulteert in een gemiddelde reductie van ongeveer 25 ton CO 2. Met het aantal controles dat is uitgevoerd in 2022 betekent dit een resultaat van ongeveer 6.700 ton CO 2 reductie. Daarnaast zijn bij één branche de controles uitgebreid met een selectie van vragen over energie.

Binnen de regio is een Green deal voor de zorg gestart. Hierbij heeft de gemeente Eindhoven het voortouw genomen en zijn meerdere gemeenten aangehaakt. De ODZOB is hierbij betrokken geweest en ondersteunt de Green deal in de uitvoering. Daarnaast is bijna €2,5 miljoen euro aangevraagd en toegekend binnen de SPUK-THE rijksregeling voor extra toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. We hebben ontwikkelingen in de wetgeving op energie door vertaald naar de werkzaamheden van de ODZOB.

Jaarstukken 2022 8

Bijvoorbeeld vergunningplichtige bedrijven, ETS en glastuinbouw, die voorheen uitgezonderd waren van de energiebesparings- en informatieplicht, gaan hier in 2023 ook onder vallen. Vanuit de SPUK-THE regeling gaan we hier extra toezicht op inzetten. Voor het Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma van de RES (S&UP) zijn twee initiatieven opgestart gericht op energiebesparing bij kantoren via de energielabel C-plicht: een aanpak Green deal kantoren en een aanpak gericht op het informeren over de labelplicht gecombineerd met toezicht en handhaving. De Green deal kantoren is uiteindelijk niet gesloten, omdat er onvoldoende belangstelling voor was. De ODZOB heeft 454 kantooreigenaren geïnformeerd over de labelverplichting. Per 1 januari 2023 voldoet ca.29% van de kantoren in onze regio nog niet aan de label C verplichting en zal toezicht en eventueel handhaving hierop plaats vinden. De ODZOB heeft gemeenten ondersteund met beleidsopstelling en projectuitvoering op het gebied van energie en duurzaamheid. We hebben in bijeenkomsten bedrijven geïnformeerd over de wettelijke maatregelen gericht op energiebesparing. We hebben voorbereidingen getroffen voor de aanbesteding van een regionaal energiemanagementsysteem. We hebben informatie over circulaire economie toegevoegd aan de website van de ODZOB.

We bereiden een pilot voor om een afvalpreventie-onderzoek in vergunningen op te nemen om zo bij te dragen aan een circulaire economie. Ook nemen we deel aan het Circulaire Economie kennisplatform met de andere Brabantse omgevingsdiensten en de provincie om circulaire initiatieven te faciliteren. We stemmen op de thema’s energie en circulaire economie periodiek af met de andere Brabantse omgevingsdiensten en werken op het thema energie samen met het Brabants Omgeving Datalab. 2.1.4

Toekomstbestendige veehouderij

De veehouderij bevindt zich in de transitie naar duurzaam en toekomstbestendig. De transitie loopt langs twee hoofdsporen: het saneren van veehouderijen die willen stoppen en het verduurzamen van de blijvers waarbij kringlopen beter gesloten worden. Voor beide sporen zijn of komen er landelijke subsidieregelingen. Speerpunt bij het verduurzamen van blijvende bedrijven is de emissiereductie aan de bron met een hoofdrol voor innovatie, zowel van stallen als van mestbewerking. De belangrijke thema’s voor de leefomgeving zijn stikstof/ammoniak, methaan, geur en gezondheid van omwonenden. De provincie Noord-Brabant loopt voorop met de staleisen voor ammoniak. De ODZOB biedt inhoudelijke deskundigheid. Vooral vanuit het Werkprogramma Agrofood en Leefomgeving is inzet geleverd op de hiervoor genoemde thema’s. In het jaarverslag collectief programma 2022 is deze inzet toegelicht. Effecten van de inzet zijn gedeelde en opgebouwde kennis en onderlinge afstemming in de regio (in vijf regionale bestuurlijkambtelijke bijeenkomsten) en inbreng en invloed bij de voorbereiding en uitwerking van landelijk en provinciaal beleid. Dat laatste heeft plaats gevonden door middel van de ondersteuning door de ODZOB in samenwerking met de MRE - van de ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordiging in provinciale en landelijke gremia en door deelname aan landelijke consultatie werkgroepen.

Dit heeft vooral betrekking gehad op beleid met betrekking tot beëindigingsregelingen veehouderij, verduurzaming veehouderij, mestbewerking en geurproblematiek. Verder is in 2022 in enkele pilots de vergunningverlening voor innovatieve stalsystemen en het meten met sensoren verkend en is voor vergunningverleners en betrokken juristen een uniforme werkwijze ontwikkeld voor aanvragen omgevingsvergunningen voor innovatieve stalsystemen, die met het oog op implementatie getoetst wordt op juridische implicaties.

Jaarstukken 2022 9

Als vervolg op de Taskforce Transitie Veehouderij zijn opnieuw, samen met de andere Brabantse omgevingsdiensten, de VTH-werkzaamheden in kaart gebracht met het oog op de aangekondigde landelijke beëindigingsregelingen. Daarnaast is voorzien in een actueel beeld van het aantal vergunningsaanvragen om daarmee inzicht te verkrijgen in hoeverre veehouders anticiperen op de gestelde staleisen in de provinciale Interim Omgevingsverordening. 2.1.5

Bodem

In 2022 zijn de reguliere taken vergunningverlening, meldingen, toezicht en handhaving Wet bodem bescherming (Wbb) voor provincie en taken Besluit bodemkwaliteit (Bbk) voor gemeenten uitgevoerd. Onder het regime van de Omgevingswet worden alle gemeenten bevoegd gezag bodem. Het uit faseren van de Wet bodembescherming (Wbb) heeft tot gevolg dat de bodemwerkzaamheden op een andere wijze ingericht gaan worden. Enerzijds wordt het resterend deel van het Wbb-werk (beschikte locaties en restverontreinigingen) in overgangswetgeving ondergebracht en uitgevoerd door de ODZOB (voor zowel ODZOB- als ODBN-regio). Anderzijds worden alle gemeenten opdrachtgever voor de basistaken bodem. Voor het uitvoeren van de VTH-werkzaamheden heeft een werkgroep samen met gemeenten het Uitvoeringskader Bodem opgesteld. Dit zal bij invoering van de Omgevingswet worden vastgesteld. Het is van belang dat specifieke bodemkennis voor de regio behouden blijft en dat de toekomstige bodemwerkzaamheden op het juiste schaalniveau ingericht gaan worden. Daartoe is Brabantbreed een regionaal schakelpunt bodem opgezet om de kennis te behouden en uit te wisselen. Voor het opstellen van Omgevingsplannen door gemeenten wordt een handreiking bodem opgesteld waarmee gemeenten invulling kunnen geven aan het plan. Om klaar te zijn voor de Omgevingswet /worden de ODZOB-medewerkers specifiek voor de bodemtaken opgeleid.

We zien dat door de verbreding van het werkveld bodem en de toenemende complexiteit van het vakgebied, met de Omgevingswet in zicht, steeds meer gemeenten gebruik maken van de mogelijkheid die we bieden om een bodemadviseur te detacheren. Er zijn nog steeds onduidelijkheden vanuit het Rijk, met name betreffende de overgangswetgeving en de hoogte van de financiële compensatie voor bodemtaken. 2.1.6

Gezondheid

De afgelopen 10 jaar heeft jurisprudentie geleerd dat de volksgezondheid meegewogen moet worden bij besluiten over ruimtelijke plannen en bij vergunningverlening. Dit speelt zowel in het stedelijk als landelijk gebied. Onder de Omgevingswet is het de bedoeling dat volksgezondheid een volwaardige plek krijgt in de besluitvorming. De vraag is hoe we daar handen en voeten aan kunnen geven bij ruimtelijke plannen en bij vergunningverlening, toezicht en handhaving.

In het werkveld veehouderij zijn de afgelopen jaren handvatten ontwikkeld en informatiebijeenkomsten georganiseerd. De drie Omgevingsdiensten, GGD en de provincie werken al jaren samen. Sinds de publicaties van de onderzoeken Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden en Endotoxinen in 2016 is het provinciaal Ondersteuningsteam aan de slag met een bestuurlijke opdracht (gemeente en provincie) om toetsingskaders of handreikingen te ontwikkelen, zoals het Endotoxinetoetsingskader en de Handreiking veehouderij en gezondheid voor GGD advisering. Beiden hebben betrekking op vergunningverlening en ruimtelijke plannen.

Jaarstukken 2022 10

Volksgezondheid wordt doorgaans gerelateerd aan luchtkwaliteit, de fijnstof-concentraties in de buitenlucht. Maar is breder en ook gerelateerd aan bijvoorbeeld geurhinder, ziekteverwekkende stoffen in de buitenlucht (niet alleen vanwege de veehouderij maar ook de industrie, verkeer en luchtvaart), ammoniak en andere stikstofverbindingen in de vorm van secundair-fijnstof. Middels de kaders van de Omgevingswet, het verbinden aan de BrOS, de Omgevingsatlas, het Regionaal Meetnet en het Schone Lucht akkoord wordt binnen het programma collectieve taken een projectinitiatief ontwikkeld. De GGD is daarbij 1 van de natuurlijke partners om mee samen te werken, mogelijk ook de veiligheidsregio. In de uitwerking van dit projectinitiatief moet bepaald worden hoe de samenwerking vorm gegeven kan worden. Het is de bedoeling dat dit project meerdere jaren doorloopt, ook aansluitend bij doelstellingen vanuit de Meerjarenvisie, die ontwikkeld wordt, zijn er aanknopingspunten. 2.1.7

Ondermijnende criminaliteit

In het kader van deregulering treedt de overheid meer terug ten aanzien van regels en toezicht. Toch zijn er veel misstanden die de overheid moet aanpakken. Er is bijvoorbeeld meer aandacht nodig voor ondermijnende criminaliteit. Grote problemen zijn o.a. drugsafvaldumpingen en criminaliteit in verloederde recreatieparken maar ook in leegstaande gebouwen, zowel op industrieterreinen als in het buitengebied.

Wij zijn er ons terdege van bewust dat ondermijning geen ‘core business’ van de ODZOB is. Wel is het zo dat wij -en dit is ons expliciet door enkele bestuurders verzocht- een rol kunnen en moeten spelen daar waar het gaat om ondermijnende (milieu)criminaliteit (oog- en oorfunctie). Door de gebundelde kennis van onder meer gemeenten, Belastingdienst, omgevingsdiensten, Openbaar Ministerie, het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum en de Taskforce Brabant Zeeland is er nu bestuurlijke aandacht voor de ondermijnende criminaliteit. In dit kader zien gemeentelijke boa’s nu al veel meer in het buitengebied. Ook de boa’s en toezichthouders van de ODZOB nemen steeds meer afwijkingen waar. Hun kennis en ervaring kunnen we veel beter benutten, ook in samenwerking met andere partijen. Belangrijk daarbij is om de bevindingen vast te leggen, zodat we een volgende stap in de aanpak van ondermijning kunnen zetten: analyse van beschikbare metadata.

Door trainingen en het creëren van bewustwording bij de toezichthouders worden signalen gedeeld. Deze worden doorgegeven aan de gemeenten en opgepakt door ons waar het kan. Daarnaast participeren we in de diverse interventieteams binnen onze regio. Deze teams bestaan uit gemeenten, politie, veiligheidsregio, Senzer en overige partners met als doel de aanpak van o.a. ondermijnende criminaliteit. 2.1.8

Zeer Zorgwekkende stoffen/externe veiligheid (EV)

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) In 2022 is de ODZOB actief bezig geweest om het kennisniveau in de eigen organisatie rondom het thema ZZS te vergroten. Alle toezichthouders en vergunningverleners hebben een cursus gevolgd. Hiermee zijn zij in staat om in het dagelijks werk ZZS te herkennen en vervolgacties uit te zetten. Ook is er intern een ZZS-werkgroep met bijbehorende ondersteuning opgezet. We vertegenwoordigen de regio in meerdere regionale en landelijke overlegstructuren. Daarbij wordt gekeken hoe we als regio en als dienst invulling kunnen geven aan het landelijk en provinciaal beleid.

Jaarstukken 2022 11

Zo zijn we direct betrokken bij landelijke beleidsevaluaties om het huidige landelijke beleid te innoveren richting de Omgevingswet. In 2023 worden deze deelnames voortgezet. In mei 2022 is de ODZOB gestart met een ZZS-inventarisatieproject bij de meeste relevante branches in onze regio. Hierbij zijn ongeveer 50 bedrijven geïnventariseerd. Uit deze eerste inventarisatieronde blijkt het overgrote gedeelte van de bedrijven ZZS toe te passen. In 2023 zal middels het ROK TH een aspectcontrole ZZS worden uitgevoerd bij 20 a 30 van deze bedrijven, om de daadwerkelijke emissiesituatie in kaart te brengen. Daarnaast wordt bedrijfsinventarisatie zoals deze in het voorjaar van 2022 is uitgevoerd ook in 2023 uitgevoerd met een grotere groep relevante bedrijven. Hierdoor krijgen we een steeds beter beeld van het gebruik van ZZS in onze regio. Externe veiligheid We hebben deelgenomen aan diverse landelijke overlegstructuren en kennissessies omtrent externe veiligheid onder omgevingswet, aandachtsgebieden, Basisnet spoor, het nieuwe buisleidingentracé en het Register externe veiligheid (REV). Daarnaast hebben we ook input geleverd in verschillende PGSwerkgroepen (publicatiereeks gevaarlijke stoffen). Ook heeft afstemming plaatsgevonden met de Veiligheidsregio omtrent advisering omtrent externe veiligheid.

Er zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd om onze dienst en onze deelnemers voor te bereiden op de komst van de omgevingswet. Zo is er gewerkt aan een format voor een programma externe veiligheid, dat het externe veiligheidsbeleid bij onze deelnemende gemeenten moet vormen. Ook zijn er regels ontwikkeld voor in de omgevingsplannen. Dit zal in 2023 worden afgerond. Onder de Omgevingswet moeten risicobronnen in het register externe veiligheid worden ingevoerd, daarnaast zijn er diverse nieuwe risicobronnen (zoals bijvoorbeeld propaantanks, PGS 15 opslagen). We hebben een groot gedeelte van de nieuwe risicobronnen inzichtelijk gemaakt en zijn gestart om de bestaande en nieuwe bronnen in te voeren in het REV. 2.1.9

Bouwen

Team bouwen van de ODZOB is werkzaam voor een tiental gemeenten, de provincie Noord-Brabant en de ODBN. De opdrachten lopen uiteen van vergunningverlening/toezicht onder volledig mandaat tot het verzorgen van enkel de bouwtechnische advisering. Voor verschillende gemeenten worden ook omgevingsvergunningen onder mandaat afgehandeld. Het gaat dan vaak om gecombineerde aanvragen milieu en bouwen, waarbij nauw wordt samengewerkt met de collega’s van milieu (agrarische en industrieel). Ondanks de economische crisis en de stikstofproblematiek is het aantal bouwaanvragen afgelopen half jaar nauwelijks afgenomen. Personeelstekort, met name op het gebied van vergunningverlening, heeft geleid tot een hoge werkdruk, waarbij het telkens een uitdaging was vergunningen binnen de wettelijke termijnen te verlenen. Tevens heeft dit ervoor gezorgd dat de ODZOB verschillende, nieuwe gemeentelijke opdrachten niet heeft kunnen aannemen. 2.1.10 Asbest In 2017 is het Regionale uitvoeringsbeleid asbesttaken (RUB) vastgesteld door het AB. Het beleid is opgesteld naar aanleiding van de constatering van regionale- en bovenregionale problemen op het gebied van de asbestsaneringen. De aard van de problemen vraagt om een regionale, dan wel bovenregionale aanpak.

Jaarstukken 2022 12

In 2020 heeft een herijking van de werkafspraken plaatsgevonden met een inzet op een verbeterde werkwijze en werkafspraken voor de asbesttaken, waarmee de samenwerking en verbinding tussen de gemeente en ODZOB is verbeterd. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is informatie- en risicogestuurd asbesttoezicht.

Eind 2022 met uitloop naar begin 2023 is een evaluatie uitgevoerd (in plaats van eind 2021). Uit deze evaluatie van het Regionale uitvoeringsbeleid asbesttaken en de verbeterde werkafspraken in combinatie met de monitoring van de budgetten en de outcome van de inzet van toezicht asbest moet blijken of het beoogd effect beter wordt benaderd. Hiervoor zijn aanbevelingen geformuleerd. Tevens is er een definitieve bevestiging dat het beoordelen van asbestinventarisatierapporten ook een basistaak is voor een omgevingsdienst. De inzet van 2023 is (mede) afhankelijk van of de aanbevelingen van de Evaluatie Regionaal uitvoeringsbeleid asbesttaken kunnen worden uitgevoerd, te weten; •

Het uitvoeringsbeleid aanpassen naar nieuwste inzichten met betrekking tot basistakenpakket asbest. Daarbij is er ook behoefte aan een sterk implementatietraject voor een zorgvuldige overdracht van taken. En dat bij de overdracht gemeenten kennis kunnen nemen van de werkwijze van de ODZOB en dat er zichtbaarheid van resultaten is.

•

Vanuit efficiëntie het asbestinventarisatierapport ook risicogericht beoordelen conform het uitvoeringsbeleid.

•

Het vrije veld toezicht actiever inzetten dan nu het geval is. Ruimte daarvoor kan gecreëerd worden door slimmer met verslaglegging om te gaan en mandaat en samenwerking met gemeenten te optimaliseren.

•

Ketentoezicht en -aanpak beter in gaan zetten om meer resultaat te kunnen te bereiken, inclusief het verbeteren van de financiële randvoorwaarden voor de inzet bij ketentoezicht en -aanpak.

•

Het doorvoeren van de geharmoniseerde aanpak van (aandachts-)bedrijven en illegaliteit opgesteld door ODNL en arbeidsinspectie.

•

Onderzoeken hoe regulier toezicht financieel beter geprognotiseerd kan worden en hoe ketentoezicht en vrije veld toezicht beter gefinancierd kan worden. Onderzoeken of ontschotting tussen diverse budgetten daarin een bijdrage kan leveren. Waarbij bijvoorbeeld door risicogericht asbestinventarisatierapporten te beoordelen, meer inzet gepleegd kan worden in vrij toezicht of administratief (keten)toezicht.

2.1.11 Water In 2022 hebben wij de reguliere VTH-watertaken uitgevoerd. Voor de provincie betreft het vergunningverlening en toezicht voor de grootschalige grondwateronttrekkingen, waaronder de open bodemenergiesystemen, en het afhandelen van meldingen en toezicht voor diverse activiteiten in de grondwaterbeschermingszones. Voor de gemeenten gaat het om het afhandelen van meldingen en toezicht voor de gesloten bodemenergiesystemen. De bodemenergiesystemen leveren een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Wij brengen dit doel in evenwicht met het beschermen van het grondwater, zowel wat betreft kwaliteit als kwantiteit. Zo heeft intensivering van het toezicht op de open bodemenergiesystemen geleid tot minder overtredingen en een verhoging van het rendement. Dus minder risico voor het grondwater, minder gebruik van het grondwater en meer duurzame energie.

Jaarstukken 2022 13

Om meer zicht te krijgen op de ligging en het functioneren van de bodemenergiesystemen is de ‘Trendanalyse bodemenergiesystemen 2016-2021’ uitgevoerd. Dit is een hulpmiddel om ook in de toekomst beter te kunnen inspelen op ontwikkelingen. 2.1.12 Stikstof Het stikstofdossier kende ook in 2022 vele uitdagingen met nieuwe voornemens en regelgeving vanuit Rijk en provincie. Er zijn zeer veel onduidelijkheden en rechtbanken in Nederland doen uitspraken in veel zaken die rechtstreeks de Wnb-vergunningverlening raakt. Indirect is er in veel gevallen ook impact op de Wabovergunningverlening en toezicht en handhavingstaken. De nieuwe jurisprudentie zorgt voor veel onzekerheid in de uitvoeringspraktijk. Met de Adviesgroep stikstof (onderdeel van het collectief programma) bij de ODZOB clusteren we de stroom aan nieuwe informatie om de uitvoering waar mogelijk te ondersteunen. Een greep uit de onderwerpen waar op dit moment onzekerheid over bestaat: Stikstofregister, intern salderen, extern salderen, latente ruimte, afkapgrenzen in rekenprogramma AERIUS, emissiefactoren en de 15% regeling voor stoppers. We zagen een toename in het aantal verzoeken tot handhaving (onder andere voor meer dan 50 PAS-melders) en verzoeken tot intrekking door vooral natuur- en/of milieuorganisaties.

Naar aanleiding van het vervallen van de bouwvrijstelling najaar 2022, heeft de Adviesgroep voor de regio een afwegingskader opgesteld op welke wijze om te gaan met nieuw ontstane werkelijkheid en afhandeling van aanvragen bouwvergunning en RO-aspecten. Op 25 november is door de minister van Natuur en stikstof een nadere duiding gegeven hoe stikstofemissies zullen worden gereduceerd met beëindigingsregelingen en verdere beleidsvoornemens voor 2023, dit met grote uitdagingen en een voorziene transitie van het landelijk gebied. Met bestuurders in de regio zijn gevolgen besproken op themabijeenkomst van het Werkprogramma Agrofood en Leefomgeving. Daarnaast is vergunningverlening voor nu enkel mogelijk met passende beoordeling, dit met stokkende vergunningverlening en uitvoering van VTH-taken als direct gevolg omdat daarvoor landelijk geen toetsingskader beschikbaar is. Samen met de andere Brabantse Omgevingsdiensten is door ODZOB een proces opgestart om te komen tot een nader uitvoeringskader voor de agrarische Wabo-vergunningverlening. Dit zal in 2023 verder vervolg krijgen. 2.1.13 Ketentoezicht Vanaf 2022 heeft de ODZOB de ambitie om de basistaak ‘ketentoezicht’ als instrument en werkwijze structureel te gaan inbedden in de VTH-bedrijfsvoering. Tot nu toe is hier vooral op ad hoc basis binnen enkele teams (bodem, asbest) aandacht aan besteed.

In de praktijk blijkt dat de aanpak van ketens complex is; het vraagt om specifieke kennis en vaardigheden van onze medewerkers. Tegelijkertijd moeten meerdere organisatorische randvoorwaarden worden ingevuld om de komende jaren, stap-voor-stap, te kunnen groeien naar een professionele en informatie gestuurde ketenaanpak, die ook aantoonbare resultaten oplevert. Wat dat betreft nemen we een voorbeeld aan de OMWB, die al enkele jaren ervaring heeft met het opstellen en uitvoeren van een integraal werkprogramma voor de aanpak van risicovolle ketens. In 2022 hebben de OMWB, ODBN en ODZOB gezamenlijk de stappen gezet om vanaf 2023 een Brabantbreed werkprogramma ketenaanpak te kunnen uitvoeren. Dit heeft voor 2022 alvast geresulteerd in een 3-tal gezamenlijke pilotprojecten binnen de afvalverwijderingsketen: kunstgras, E-waste en de recycling van metaalshredder. Het kunstgrasproject is afgerond, de overige projecten worden momenteel geëvalueerd op hun uitkomsten. Op basis daarvan zal worden bepaald of er een concreet vervolgonderzoek zal worden ingesteld op specifieke actoren binnen deze verwijderingsketens.

Jaarstukken 2022 14

Met de input van data en ‘expert judgement’ van onze toezichthouders is er voor 2023 een gezamenlijk, integraal werkprogramma op de thema’s asbest, grond- en bouwstoffen en afval opgesteld. Dit programma wordt in 2023 door ODBN, OMWB en ODZOB uitgevoerd. Eind september hebben de 3 Brabantse omgevingsdiensten, in het kader van ‘OD on Tour’, een informatieve bijeenkomst voor hun deelnemers en belangstellenden georganiseerd op het terrein van Attero in Tilburg. Hier is verteld wat onder de ketenaanpak wordt verstaan, wat ermee bereikt kan worden en wat er voor nodig is. Ook zijn hier de eerste ervaringen gedeeld die zijn opgedaan binnen de pilots van 2022.

Jaarstukken 2022 15

2.2

Programmaverantwoording

2.2.1

Inleiding

De programmabegroting 2022 is ingedeeld in de programma’s Dienstverlening en Collectieve taken. Vanzelfsprekend wordt deze indeling ook gebruikt in deze programmaverantwoording. In onderstaand overzicht wordt voor genoemde onderdelen de realisatie versus de begrote bedragen weergegeven. De begroting na wijziging betreft een zestal begrotingswijzigingen waar het algemeen bestuur mee heeft ingestemd. Deze wijzigingen hadden achtereenvolgens betrekking op: 1.

Omgevingsveiligheid als subprogramma binnen de Collectieve taken.

2.

Programma Omgevingswet als onderdeel van de Collectieve taken.

3.

Opvolging RKO als onderdeel van de Collectieve taken.

4.

Doorschuiven van middelen voor het programma Omgevingswet van 2021 naar 2022.

5.

Doorschuiven van middelen voor de implementatie van het nieuwe VTH-systeem van 2021 naar 2022.

6.

De gepresenteerde tekorten in de Bestuursrapportage 2022.

Bij het bepalen van het resultaat spelen de mutaties in de reserves een bijzondere rol. Vandaar dat in de toelichting een onderscheid wordt gemaakt tussen de totalen in- en exclusief de mutaties in de reserves. In 2022 bleek dat de werkelijke inzet van middelen voor het programma Omgevingswet, de implementatie van het nieuwe VTH-systeem, de opvolging van het RKO en de gepresenteerde tekorten in de Bestuursrapportage minder groot waren dan was verwacht. Dit leidde ook een lagere onttrekking uit de algemene reserve nodig ter bekostiging van de in 2022 gerealiseerde werkzaamheden. De werkelijke onttrekking uit de algemene reserve bedroeg ruim € 2,2 miljoen. Dit is lager dan de raming van ruim € 2,6 miljoen. Het resultaat exclusief de mutaties in de reserves komt uit op een tekort van € 2.253.508. Inclusief deze mutaties komt het resultaat uit op € 0.

Programmaverant woording

* bedragen x 1€ Begrot ing 2022 primair

Omschrijving

Begrot ing 2022 na wijziging

Realisat ie 2022

Bat en

Last en

Saldo

Bat en

Last en

Saldo

Bat en

Last en

Saldo

Programma Dienstverlening

21.300.803

14.874.759

6.426.044

21.022.795

15.334.926

5.687.869

21.125.422

15.509.500

5.615.922

Programma Collectieve taken

1.328.021

1.061.540

266.481

1.864.380

2.251.648

-387.268

1.883.755

2.013.749

-129.994

Algemene dekkingsmiddelen

50.000

0

50.000

60.000

0

60.000

60.470

0

60.470

0

6.732.525

-6.732.525

0

8.003.125

-8.003.125

0

7.799.874

-7.799.874

Kosten van de overhead Bedrag van de heffing voor de VPB

0

10.000

-10.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

22.678.824

22.678.824

0

22.947.175

25.589.699

-2.642.524

23.069.647

25.323.155

-2.253.508

Onttrekking algemene reserve: VTH-applicatie

0

0

0

0

-466.913

466.913

0

-366.023

366.023

Onttrekking algemene reserve: Omgevingswet

0

0

0

0

-144.640

144.640

0

-19.762

Onttrekking algemene reserve: Rekenkameronderzoek

0

0

0

0

-50.000

50.000

0

-31.648

31.648

Onttrekking algemene reserve: BERAP

0

0

0

0

-1.980.971

1.980.971

0

-1.836.075

1.836.075

0

0

0

0

-2.642.524

2.642.524

0

-2.253.508

2.253.508

22.678.824

22.678.824

0

22.947.175

22.947.175

0

23.069.647

23.069.647

0

Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

32

-32

Toevoeging en ont rekking reserves

Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves Gerealiseerde result aat

Jaarstukken 2022 16

19.762

2.2.2

Programma Dienstverlening

Wat hebben we bereikt? De ODZOB heeft door uitvoering van de opgedragen werkprogramma’s en aanvullende opdrachten van onze deelnemers bijgedragen aan een veilige en gezonde leefomgeving in Zuidoost-Brabant. Wat hebben we gedaan? De ODZOB heeft werkzaamheden verricht op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en advisering op het gebied van omgevingsrecht. De werkzaamheden omvatten een breed scala aan expertises, zoals milieu, bodem, ontgrondingen, water, archeologie, welstand, geluid, lucht, geur en externe veiligheid, duurzaamheid, asbest, bouwen, ruimtelijke ontwikkeling en ecologie. Onderstaand zijn ter informatie twee tabellen opgenomen met de gerealiseerde baten uit uren van de activiteiten over de diverse productgroepen en uitgesplitst naar basis- en verzoektaken. Daaronder is in taartdiagrammen de samenstelling van de baten uren uit basistaken en verzoektaken weergegeven. De inhoudelijke en financiële verantwoording over de gerealiseerde basis- en verzoektaken heeft per individuele opdrachtgever plaatsgevonden. De baten per opdrachtgever zijn weergegeven in bijlage 4.1. Baten uren per productgroep; Product groep

* bedragen x 1 €

Omschrijving

Basist aken

%

Verzoekt aken

%

1

Vergunningverlening

2.565.035

32%

3.680.647

29%

2

Toezicht en handhaving

4.392.767

54%

2.053.554

16%

3

Juridische ondersteuning

526.869

7%

266.365

2%

4

Klacht / melding behandelen

230.421

3%

11.532

0%

6

Omgevingskwaliteit

3.163

0%

1.996.350

16%

7

Communicatie

0

0%

160.630

1%

9

Beschikkingen/meldingen wet bodembescherming (Awb)

98.577

1%

1.324.587

11%

10

Milieuonderzoek, -beleid en -advies

72.325

1%

2.373.653

19%

11

Geluidmetingen

19.601

0%

94.199

1%

12

Bestuurlijke en ambtelijke ondersteuning

86.433

1%

311.868

2%

13

Informatieanalyse, -verstrekking en gegevensbeheer

73.058

1%

209.895

2%

8.068.248

100%

12.483.279

100%

Tot aal bat en uit uren Doorbelaste externe projectkosten Tot aal bat en

35.591

538.303

8.103.839

13.021.582

Baten uit uren per productgroep; Basistaken 1%

1%

Baten uit uren per productgroep; Verzoektaken

1%

2%

1%

Vergunningverlening

2%

3%

Toezicht en handhaving

Vergunningverlening

7%

Toezicht en handhaving

19%

32%

29%

Juridische ondersteuning

Juridische ondersteuning Omgevingskwaliteit

Klacht / melding behandelen Communicatie

Beschikkingen/meldingen wet bodembescherming (Awb) Milieuonderzoek, -beleid en -advies

Beschikkingen/meldingen wet bodembescherming (Awb)

11%

Informatieanalyse, -verstrekking en gegevensbeheer

Milieuonderzoek, -beleid en -advies

54%

16%

1% 16%

2%

Geluidmetingen Bestuurlijke en ambtelijke ondersteuning

Informatieanalyse, -verstrekking en gegevensbeheer

1)

Omwille van de relevantie zijn bij de grafieken alleen de productgroepen opgenomen waarbij baten uit uren 1% of meer van het totaal baten uren bedraagt;

Uit bovenstaande grafieken blijkt dat het zwaartepunt van de basistaken ligt bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Bij de verzoektaken betreft dat, naast vergunningverlening en toezicht & handhaving, de productgroepen milieuonderzoek, omgevingskwaliteit en wet bodembescherming. De volgende grafiek toont hoe de uitgevoerde werkzaamheden voor de deelnemers (verdeeld tussen basistaken en verzoektaken) zich verhouden tot de werkzaamheden voor niet-deelnemers. Jaarstukken 2022 17

Wat heeft het gekost? Het programma Dienstverlening bestaat uit basis- en verzoektaken. De baten hebben betrekking op de in rekening gebrachte bedragen voor uitgevoerde werkzaamheden. De lasten bestaan uit uren van ODZOBmedewerkers en daarnaast uit externe, door te belasten, programmakosten. Programma Dienst verlening

* bedragen x 1€ Begrot ing 2022 na wijziging

Realisat ie 2022

Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing

Bat en Basistaken

7.002.284

8.103.839

1.101.555

Verzoektaken

14.020.511

13.021.582

-998.929

Totaal baten

21.022.795

21.125.422

102.627

Basistaken

5.049.842

5.909.489

859.647

Verzoektaken

10.285.084

9.600.011

-685.073

Totaal lasten

15.334.926

15.509.500

174.574

Tot aal saldo van bat en en last en

5.687.869

5.615.922

-71.947

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

Ontrekkingen aan reserves

903.203

913.426

10.223

Gerealiseerde result aat

6.591.072

6.529.348

-61.724

Last en

De baten zijn op programmaniveau € 103.000 hoger zijn dan begroot. De gerealiseerde baten bij de basistaken zijn € 1,1 mln. hoger dan was geraamd. Bij de verzoektaken is sprake van een tegengestelde beweging, daar blijven de baten bijna € 1,0 miljoen achter op de raming. Dit beeld wordt mede veroorzaakt door de werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van het ROK T&H. Daarbij is het in de dagelijkse praktijk steeds lastiger om een zorgvuldige afweging te maken (qua registratie) tussen basis- en verzoektaken. Vanuit praktische overwegingen wordt veelal voor het registreren onder de basistaken gekozen. De benadering op programmaniveau is derhalve meer passend. In de begroting zijn geen externe programmakosten opgenomen aangezien deze budgetneutraal zijn. In de realisatie komen deze vanzelfsprekend wel tot uitdrukking. De realisatie kwam uit op € 573.894. De gepresenteerde lasten bestaan uit de doorbelasting van kosten, exclusief de overhead, naar dit programma. De werkelijke lasten lagen € 175.000 boven het begrotingsniveau. Het werkelijke saldo van baten en lasten op dit programma ligt € 72.000 onder het geraamde saldo. De gerealiseerde onttrekking aan de algemene reserve die gerelateerd is aan dit programma is €10.000 hoger dan de geraamde onttrekking. Het totaal van de onttrekkingen uit de algemene reserve bleef overigens binnen de vastgestelde raming.

De aanleiding voor de onttrekking uit de algemene reserve in dit programma komt voort uit de 6e begrotingswijziging 2022 (prognose tekort Bestuursrapportage 2022).

Jaarstukken 2022 18

2.2.3

Programma Collectieve taken

In 2022 zijn de volgende taken en werkzaamheden ondergebracht onder de collectieve taken: •

Collectief Programma

•

Samen Sterk in Brabant

•

Omgevingsveiligheid

•

Programma Omgevingswet

Collectief Programma In het collectief programma staan structurele collectieve taken en eenmalige incidentele (ontwikkelings-) projecten als instrumenten ter beschikking om de uitvoering van de VTH-taken te versterken en toegevoegde waarde te leveren. Belangrijker is echter de thematisch inhoudelijke samenhang waarop we de middelen inzetten en waarlangs we de beoogde ontwikkelingen gaan vormgeven. Voor 2022 werd ingezet op een 4-tal thematische lijnen te weten: 1. Samenwerken en organisatie: behoud en verbetering van het regionale netwerk is essentieel voor verbetering van de leefomgeving. Goed samenspel zorgt voor kwaliteit van de opgedragen werkzaamheden. 2.

Wet- en regelgeving: we werken aan de implementatie van relevante (nieuwe) wet- en regelgeving van belang voor de leefomgeving

3.

Uitvoeringsbeleid: we maken gezamenlijke afspraken over de inhoudelijke uitvoering van de VTH-taken en ten aanzien van de vereiste kwaliteit.

4.

Maatschappelijke opgaven: we spelen in op nieuwe ontwikkelingen die de leefomgeving raken.

Een korte dwarsdoorsnede van belangrijke resultaten (output en outcome) van eenmalige projecten en structurele taken en werkzaamheden: •

BPO: in maart uitvoering gegeven aan succesvol webinar voor problematiek geur bij innovatieve stalsystemen. Daarnaast is een notitie Agrarisch platform voor samenwerking met andere omgevingsdiensten en provincie Noord-Brabant opgeleverd. Voor 2023 is een implementatietraject voorzien, nadat het governance traject gereed zal zijn.

•

Onder het BPO valt ook het Ondersteuningsteam veehouderij en gezondheid dat in 2022 vooral aan problematiek van geur en vernieuwing van het toetsingskader Endotoxine heeft gewerkt. In november en december zijn voor het toetsingskader bij 3 deelnemers succesvolle ‘endotoxine’ -botsproeven uitgevoerd met ambtenaren en bestuurders van de 3 gemeenten. Voortbouwend op de botsproeven wordt nadere uitwerking van het toetsingskader voor medio 2023 voorzien.

•

Goede opkomst en deelname bij de bestuurlijke bijeenkomsten (werkprogramma Agrofood), hier is onder meer de regio meegenomen in de provinciale uitvoeringsagenda mest en problematiek van de combiluchtwassers. De impact van de stikstofproblematiek op het landelijk gebied is besproken. Bij de themabijeenkomsten was ook structureel aandacht voor Regionaal Meetnet.

•

In het collectief programma zijn ook de ODZOB-bijdrage voor het Regionaal Meetnet belegd. De ODZOB is partner in het consortium, samen met de provincie, gemeente Eindhoven, burgerinitiatief AiREAS, TNO, Universiteit van Utrecht, GGD en RIVM. In het voorjaar van 2022 is gestart met het verdiepende veehouderij onderzoek. In oktober is het symposium ‘Meten en dan? Samen doen! Georganiseerd. Er wordt invulling gegeven aan projecten in het kader van burgerparticipatie met behulp van een specifieke uitkering in het kader van het Schone Luchtakkoord. Het regionale meetnet is operationeel en in het najaar is de eerste technisch inhoudelijke rapportage met trends en duidingen n.a.v. de verkregen meetdata (over het jaar 2021) in concept gereed gekomen.

Jaarstukken 2022 19

•

Tot de reguliere taken behoren de ondersteuning en coördinatie van klachten en meldingen. In najaar 2022 is een start gemaakt met het aanbestedingstraject voor een nieuw klachtenregistratiesysteem voor de 3 deelnemende Brabantse omgevingsdiensten en RUD Zeeland. In 2023 wordt dit traject voortgezet met inzet om het 3e kwartaal 2023 een nieuw systeem beschikbaar te hebben.

•

ODZOB ontwikkelt een Meerjarenvisie. Nadat de bestuursopdracht door het DB werd vastgesteld, is een werkgroep en regio-klankbordgroep geformeerd. Met verzamelde informatie zijn 3 scenario’s opgebouwd. Deze zijn in een goede constructieve ambtelijke bijeenkomst doorlopen. Er is een nieuwsbrief verschenen om intern en extern te communiceren over het proces. Ook de bestuurders zijn in een specifieke bijeenkomst meegenomen. Het Algemeen Bestuur heeft van hieruit het ambitieniveau bepaald. Besluitvorming hierover vindt plaats in het eerste kwartaal van 2023. De regionale klankbordgroep is steeds geconsulteerd en geïnformeerd over de voortgang van het project en proces van uitvoering.

•

Voor Zeer Zorgwekkende Stoffen is gestart met het opleiden van toezichthouders. Daarnaast wordt contact onderhouden met het landelijke netwerk van deskundigen.

•

Resultaten over 2022 in het ketentoezichtproject zijn onder andere: o

Coördinatie en uitvoering van meerdere ketenprojecten (samen met ODBN en OMWB) binnen de thema’s afvalverwerking, asbestverwijdering en grondverzet.

o

Voorlichtingsmiddag ketenaanpak (samen met ODBN en OMWB). Hierbij waren ook ketenpartners (m.n. politie en FP) aanwezig.

o •

Opzet Brabantbreed ‘Werkprogramma ketenaanpak 2023’ (samen met ODBN en OMWB).

In het kader van duurzaamheid en de regierol energie voor VTH zijn in 2022 de branches autoherstelbedrijven en drukkerijen bezocht voor toezicht op energiebesparing. Uit de evaluatie blijkt dat het uitvoeren van energietoezicht bijdraagt aan een betere naleving van de energiebesparingsmaatregelen. Ook stimuleert het de bedrijven om verder te gaan met energie besparen.

•

Ten aanzien van actuele beleidsontwikkelingen is in 2022 vooral aandacht besteed aan het rapport van de Commissie Van Aartsen en het daaruit volgende Interbestuurlijke Programma. Najaar 2022 heeft ODZOB daartoe ingeschreven op de Rijkssubsidieregeling SPUK IBP versterking VTH stelsel. Begin december is een beschikking toegekend. De uitvoering van projecten en deelname aan landelijke werkgroepen wordt in 2023 opgepakt.

Samen Sterk in Brabant (SSiB) Om de samenwerking tussen opsporingsambtenaren in het buitengebied in Brabant goed vorm te geven, werken de bevoegde gezagen en omgevingsdiensten samen in het project SSiB. De uitvoering van SSiB is centraal voor Brabant georganiseerd, aan de uitvoering als zodanig levert de ODZOB geen directe bijdrage. Het SSiB is vanaf 2022 ondergebracht in een afzonderlijk subprogramma met een eigen bekostigingsstructuur, als onderdeel van het programma collectieve taken. Omgevingsveiligheid Gezien het collectieve karakter zijn de taken voor omgevingsveiligheid voor de regio opgenomen als subprogramma binnen de collectieve taken. De werkzaamheden betreffen de deelname aan landelijke bijeenkomsten omgevingsveiligheid en actualisatie van de Richtlijnen Gevaarlijke stoffen voor bedrijven (PGS). Verdere activiteiten betreffen het actueel houden van het (landelijk/regionaal) register externe veiligheid voor regio Zuidoost-Brabant.

Jaarstukken 2022 20

Wat heeft het gekost? Programma Collect ieve t aken

* bedragen x 1€ Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing

Begrot ing 2022 na wijziging

Realisat ie 2022

Samen Sterk in Brabant (SSIB)

322.200

326.763

4.563

Omgevingsveiligheid

130.064

112.576

-17.488

Bat en

Voorbereiding Omgevingswet

406.295

483.295

77.000

Overige collectieve taken

1.005.821

961.121

-44.700

Totaal baten1) Last en

1.864.380

1.883.755

19.375

Lasten

2.251.648

2.013.749

-237.899

Totaal lasten

2.251.648

2.013.749

-237.899

Tot aal saldo van bat en en last en

-387.269

-129.994

257.274

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

Ontrekkingen aan reserves

718.609

474.409

-244.200

Gerealiseerde result aat

331.340

344.415

13.075

1)

Conform jaarrekening 2021 is het resterende budget 2021 € 35.748,- doorgeschoven naar 2022, w aarmee het totaalbudget 2022 uitkomt op € 1.900.128,-. De realisatie 2022 afgezet tegen het totaalbudget resulteert in een restant budget van € 16.373.-. Deze middelen w orden als vooruitontvangen inkomsten overgeheveld naar het programma collectieve taken 2023.

De gerealiseerde baten zijn € 19.000 hoger dan de geraamde baten. Oorzaak hiervan is, zoals toegelicht in de voernoot onder de tabel, het iets hoger aantal uren dat in 2022 is gerealiseerd. Het restant budget (de nog niet ingezette uren) is als vooruit ontvangen bedrag op de balans gepresenteerd. In 2023 worden deze uren alsnog ingezet voor dit programma. De werkelijke lasten hebben enerzijds betrekking op uren die ODZOB-medewerkers hebben besteed aan dit programma en anderzijds op externe kosten, zoals de bijdragen aan SSiB of het regionale meetnet. De gerealiseerde lasten blijven € 238.000 achter bij de raming. Vandaar dat ook de werkelijke onttrekking uit de algemene reserve (met een nagenoeg vergelijkbaar bedrag van € 244.000) achter blijft bij de raming. Deze onttrekkingen waren ter dekking van de kosten wegens de opvolging van het RKO, het programma Omgevingswet en het geprognotiseerde tekort uit de Bestuursrapportage 2022. 2.2.4

Algemene dekkingsmiddelen

De algemene dekkingsmiddelen hebben in 2022 (voor de laatste maal) betrekking op de doorbelasting van garantiesalarissen aan latende partijen. Algemene dekkingsmiddelen

* bedragen x 1€ Begrot ing 2022 na wijziging

Realisat ie 2022

Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing

Baten

60.000

60.470

470

Lasten

0

0

0

60.000

60.470

470

Omschrijving

Saldo Algemene dekkingsmiddelen

Jaarstukken 2022 21

2.2.5

Kosten van de overhead

De overheadkosten betreffen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Het Bbv schrijft voor dat overheadkosten afzonderlijk begroot en verantwoord moeten worden. Het Bbv hanteert als definitie van de overhead: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Concreet betekent dit: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12641621/1