CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A8 ODZOB Begroting 2025 en vastgestelde jaarstukken 2023

Gemeenteraad 10 september 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname33.429 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T: 088 369 03 69 I: www.odzob.nl

Aan: De leden van de gemeenteraden in Zuidoost-Brabant en de leden van provinciale staten Noord-Brabant.

uw kenmerk

uw bericht van

ons kenmerk

datum

Z-2024-000282/D-104632

16 juli 2024

onderwerp

contactgegevens

Reactienota Begroting 2025

e-mail

:

k.vandaal@odzob.nl

Vastgestelde Jaarstukken 2023

tel.

:

088 369 03 69

Geachte leden van de gemeenteraad, leden van Provinciale Staten, Bijgaand ontvangt u een tweetal documenten van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Ten eerste betreft het de reactienota die het dagelijks bestuur van de ODZOB in haar vergadering van 3 juli jongstleden vaststelde, naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen op de ontwerpbegroting 2025 van de ODZOB. Op dezelfde datum stelde het algemeen bestuur van de ODZOB de jaarstukken 2023 ongewijzigd vast. Ook deze definitieve jaarstukken zenden wij u bij deze toe. De begroting 2025 van de ODZOB wordt in de vergadering van het algemeen bestuur van 12 september aanstaande ter vaststelling voorgelegd. In lijn met de veranderingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) die sinds vorig jaar van kracht zijn, zenden wij u de reactienota op de ontvangen zienswijzen toe voordat het algemeen bestuur van de ODZOB de begroting 2025 definitief vaststelt. Hierdoor zijn gemeenteraden en Provinciale Staten, zo zij dat wensen, in de gelegenheid om aan de leden van het algemeen bestuur aan te geven hoe met de beoogde vaststelling van de begroting 2025 moet worden omgegaan. Het dagelijks bestuur gaat in de bijgevoegde reactienota uitgebreid in op de uitgebrachte zienswijzen en gaat er van uit dat op een gepaste wijze is ingegaan op de geuite wensen en bedenkingen.

De beoogde vaststelling van de begroting 2025 op 12 september aanstaande is nog juist op tijd om te kunnen voldoen aan de uiterlijke indieningsdatum bij de financieel toezichthouder. Bij gemeenten en provincies is deze deadline gesteld op 15 november voorafgaande aan het jaar waar de begroting toe dient. Bij gemeenschappelijke regelingen ligt deze deadline eerder; namelijk op 15 september.

pagina 1 van 2

Meer informatie of vragen Mocht u naar aanleiding van dit schrijven vragen of opmerkingen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen via het bovengenoemde telefoonnummer of e-mailadres. Op www.odzob.nl/raadsleden en www.odzob.nl/statenleden vindt u meer informatie over ons dagelijkse werk aan een gezonde en veilige leefomgeving in Zuidoost-Brabant.

Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant,

J.C.J. van Bree

F.A.H. Piepers

voorzitter

secretaris

Bijlagen: •

Reactienota op ontvangen zienswijzen ontwerpbegroting 2025

•

Vastgestelde jaarstukken 2023

In afschrift aan: •

Colleges van Burgemeester & Wethouders gemeenten Zuidoost-Brabant

•

Gedeputeerde Staten provincie Noord-Brabant

•

Leden van het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

pagina 2 van 2

Reactienota zienswijzen Begroting 2025

Reactienota op de ontvangen zienswijzen op de ontwerpbegroting 2025

In opdracht van

Dagelijks bestuur ODZOB

Opgesteld door

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven

Datum

3 juli 2024

Status

vastgesteld door het dagelijks bestuur

2

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Samenvatting Leeswijzer Robuuste omgevingsdiensten Weerstandsvermogen Ravijnjaar algemene uitkering Uitvoering Bedrijfsvoering Financiële aangelegenheden

2 4 5 9 10 12 13 14

Bijlagen 1. 2.

Notitie toelichting en onderbouwing bij het Ontwikkelbudget Tussenbericht directie, juni 2024

1

16 23

SAMENVATTING Reactienota op de ontvangen zienswijzen op de Begroting 2025 Al ruim 10 jaar zetten de medewerkers van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) zich als verlengd lokaal bestuur in voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Dat doen we niet alleen, maar samen met onze deelnemers en samenwerkingspartners. In de afgelopen jaren is steeds meer een samenwerkingsrelatie met de deelnemers ontstaan waarbij de oriëntatie verschuift van individueel naar collectief. Door de ODZOB meer te gaan zien als een ‘voorziening’ voor de regionale leefomgeving ontstaat er ruimte voor het efficiënter en effectiever laten functioneren van de ODZOB. Dat past in de lijn van het Ministerie van I&W die aanstuurt op een landelijk stelsel van robuuste omgevingsdiensten. In het Interbestuurlijk Programma Versterking Stelsel VTH maken VNG en IPO namens de deelnemers afspraken voor de toekomst. De ODZOB heeft daarin een uitvoerende rol en is afhankelijk van de bereidheid van de deelnemers (de bevoegde gezagen) om de gemaakte afspraken na te komen. Dat is de uitdaging voor alle omgevingsdiensten in Nederland. Binnen deze context richt de ODZOB zich de komende jaren op het realiseren van de Meerjarenvisie 2023-2027, met als pijlers Fundament op orde (de operationele cyclus), In Samenhang (verbinding beleid en uitvoering) en Regionaal Platform (expertisecentrum voor de regio).

Dat is een uitdagende opgave en vraagt een samenhangende meerjarige aanpak op basis waarvan gestuurd kan worden op voortgang en resultaten. Het vraagt om een warme verbinding en samenwerking van de ODZOB en de deelnemers (eigenaar/opdrachtgever). Het vraagt ook om professionaliseren en gerichte investeringen die passend zijn bij het veranderen absorptievermogen van de organisatie. Niet alles kan tegelijk, het is een meerjarig proces waarbij bovendien wendbaar moet worden omgegaan met inhoudelijke ontwikkelingen die op ons afkomen vanuit Europa en Nederland. Voor onze deelnemers is daarbij relevant en actueel dat het Rijk de structurele financiële onzekerheid voor de deelnemers nu al enkele jaren laat bestaan en steeds voor zich uitschuift. Vanuit deze context heeft het dagelijks bestuur naar de ontvangen zienswijzen gekeken, ons oordeel gevormd en de conclusies geformuleerd. De zienswijzen spitsen zich toe op twee kernpunten die voortkomen uit de structurele ruimte die in de begroting ontstaan is. Het dagelijks bestuur wil hier behoedzaam mee omgaan. Verlaging deelnemersbijdragen: de rode draad in de uitgebrachte zienswijzen is dat de aanvulling van de algemene reserve in de Begroting 2025 achterwege kan blijven. Dit is inmiddels geregeld via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2023.

Hierdoor is een verdere verlaging van de deelnemersbijdragen (via tariefsverlaging) van €300.000 mogelijk. De totale verlaging van de deelnemersbijdragen telt op tot €700.000. Dit betekent extra een daling van 2,2 % van de Ontwerpbegroting 2025. Deze gevolgen van deze zienswijzen hebben wij in de begroting verwerkt. Besluit Ontwikkelbudget volgt later: de zienswijzen op het opnemen van deze stelpost in de begroting lopen uiteen maar hebben wel als rode draad dat er behoefte is aan meer toelichting en (financiële) onderbouwing. In onze reactienota gaan wij hier nader op in. Op basis van de nu bekende informatie is een notitie bijgevoegd die meer inzicht en gevoel geeft bij de aard en omvang van de benodigde inzet. Dit is nadrukkelijk geen eindplaatje, er ontbreekt nog informatie, het gaat om globale inschattingen en er zijn nog geen keuzes en scenario’s gemaakt. Het dagelijks bestuur concludeert dat het noodzakelijk is het ontwikkelbudget in de huidige (nog niet definitieve) vorm, met inbegrip van het spreekwoordelijke ‘hek’ dat er omheen staat, in de Begroting 2025 te handhaven totdat een zorgvuldige inhoudelijke afweging mogelijk is. 2

In algemene zin vinden wij het niet verantwoord om de in 2023 ingezette koers van conservatief ramen geheel of gedeeltelijk terug te draaien zónder dat op basis van alle relevante informatie en belangen een zorgvuldige inhoudelijke afweging kan worden gemaakt. Gezien alle onzekerheden is het risico dan te groot dat wij terugvallen naar een situatie (als in 2022) waarin onder andere door te scherp begroten de financiële resultaten de min in schieten én het functioneren van de ODZOB ter discussie staat omdat de middelen om te investeren onvoldoende zijn geweest. Het risico is dan dat we binnen afzienbare tijd weer moeten aankloppen bij de deelnemers voor een aanvullende bijdrage. De onderbouwing en specificatie van de mogelijke inzet van het Ontwikkelbudget naar wat we nu weten maakt enerzijds duidelijk dat de omvang van de stelpost niet te hoog is ingeschat en anderzijds dat nog het nodige moet worden uitgezocht om tot keuzes te kunnen komen die kunnen leiden tot de inzet van een lager bedrag. Daarbij wordt benadrukt dat het Ontwikkelbudget geen doel op zich is maar slechts een middel om het doel en de ontwikkelopgave die de deelnemers voor de ODZOB zien, te kunnen bereiken. Door het opnemen van deze stelpost in de begroting vragen wij om het uitstellen van de beslissing over de besteding van het ontwikkelbudget.

Het budget komt pas vrij na besluitvorming over een begrotingswijziging waarbij kan worden gekozen uit meerdere scenario’s om te komen tot een robuuste organisatie. Daardoor kunnen de deelnemers met alle relevante informatie op tafel richting geven aan de toekomst van de ODZOB binnen de context van de financiële belangen van de deelnemers. Bij de besluitvorming in het AB op 19 december 2024 is mogelijk meer informatie bekend (decembercirculaire) over hoe het nieuwe kabinet met de financiële positie van de deelnemers om wil gaan en of er toch nog wordt tegemoet gekomen aan de problemen waar gemeenten zich geconfronteerd zien.

3

LEESWIJZER Reactienota zienswijzen Begroting 2025 Ontvangen zienswijzen In deze reactienota zijn de ontvangen reacties op de Begroting 2025 van alle deelnemers van de ODZOB verwerkt. De gemeenten Oirschot en Son en Breugel hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Verwerking van de zienswijzen in deze reactienota Om de leesbaarheid te vergroten zijn de ingebrachte zienswijzen met de bijbehorende reacties daarop zoveel mogelijk inhoudelijk gebundeld. Dit betreft de volgende thema’s: •

Robuuste omgevingsdiensten

•

Weerstandsvermogen

•

Ravijnjaar Algemene uitkering gemeenten

•

Uitvoering

•

Bedrijfsvoering (personeel, huisvesting)

•

Overige financiële aangelegenheden

In de reactienota worden per thema de zienswijzen samengevat en voorzien van een oordeel en conclusie door het dagelijks bestuur van de ODZOB. Er zijn twee bijlagen opgenomen. In bijlage 1 vindt u een notitie waarin een onderbouwing en globale financiële vertaling voor de mogelijke inzet van het ontwikkelbudget wordt gegeven. In bijlage 2 vindt u het Tussenbericht van de directie dat op 20 juni aan het algemeen bestuur heeft verstuurd. Het Tussenbericht gaat in op de stappen die de ODZOB vanaf januari 2024 heeft gezet.

4

Robuuste omgevingsdiensten Ontvangen zienswijzen Gemeente Asten onderschrijft dat de ODZOB vanaf 1 april 2026 robuust moet zijn en dat het fundament op orde komt. Voorgesteld wordt om in de Begroting 2025 te onderbouwen welk bedrag daadwerkelijk noodzakelijk is om aan de robuustheidscriteria te voldoen. Zodra daarover duidelijkheid is kan het structurele deel daarvan worden opgenomen in de Begroting 2025 van de ODZOB. Deze gemeente kan niet instemmen met de huidige structurele doorwerking van de geraamde €0,8 mln. Aangezien een goede onderbouwing ontbreekt wordt verzocht deze €0,8 mln. uit de begroting te schrappen. Gemeenten Bergeijk, Best, Bladel, Deurne, Helmond, Laarbeek, Valkenswaard en Waalre merken op dat het opnemen van €0,8 mln. voor maatregelen naar aanleiding van het Interbestuurlijk Programma versterking VTH-stelsel afwijkt van wat in de kadernota staat vermeld; daar werd dat nog niet voor de hand liggend geacht. Vandaar dat gemeenten Bergeijk, Best, Bladel, Deurne, Laarbeek en Valkenswaard verzoeken om te onderbouwen welk bedrag daadwerkelijk noodzakelijk is en om het structurele deel daarvan op te nemen in de Begroting 2025. Gemeente Helmond onderschrijft het belang van het ontwikkelbudget en kan instemmen met het voorstel om het ontwikkelbudget van €0,8 mln.

te bevriezen totdat met de eerste begrotingswijziging 2025 op 19/12/2024 door het algemeen bestuur hieraan een bestemming is gegeven. Aan het dagelijks bestuur wordt gevraagd om in de loop van 2024 met een financieel onderbouwd voorstel te komen. Gemeente Cranendonck vindt het in de begroting opgenomen ontwikkelbudget van €0,8 mln. niet passend. De vraag om dit additioneel budget vindt deze gemeente erg voorbarig. Vandaar dat de ODZOB wordt verzocht dit onderdeel uit de ontwerpbegroting te schrappen. Gemeente Heeze-Leende verzoekt de ODZOB om te onderbouwen welk bedrag daadwerkelijk noodzakelijk is naar aanleiding van het IBP. Gevraagd wordt om het ontwikkelbudget eveneens te betrekken in de afweging bij de gevraagde besparingen (scenario’s). Ook verzoekt de gemeente om het structurele deel (van de benodigde middelen) op te nemen in de Begroting 2025. Gemeente Eindhoven vindt het belangrijk dat de ODZOB de taken ook de komende jaren robuust en met kwaliteit kan blijven uitvoeren en zich richt op een integrale verbeteraanpak zoals onder meer omschreven in het plan van aanpak robuustheid. Daarnaast vraagt deze gemeente om de ‘geparkeerde’ €0,8 mln. direct te koppelen aan de integrale en inhoudelijke verbeteraanpak (zoals verwoord in het plan van aanpak robuustheid). Enkel een koppeling met de robuustheidscriteria is onvoldoende, zo wordt gesteld.

Tenslotte vraagt gemeente Eindhoven de koppeling tussen het ontwikkelbudget en het Innovatiebudget los te laten aangezien het vormen van een separaat innovatiebudget nu niet voor de hand ligt. Verzocht wordt om het ontwikkelbudget van €0,8 mln. niet structureel in de begroting op te nemen, zonder onderbouwing waarom dit plaats moet vinden. Provincie Noord-Brabant stelt voor om de €0,8 mln. voor de maatregelen uit het landelijke Interbestuurlijke Traject om omgevingsdiensten robuuster te maken te verlagen tot dat wat werkelijk nodig én haalbaar blijkt en dat ook te onderbouwen. Ook gemeente Nuenen gaat in op het ontwikkelbudget en de samenhangende verbeteraanpak. Hierbij wordt niet alleen ingestoken op het voldoen aan de robuustheidscriteria uit het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel (IBP-versterking VTH) per 1 april 2026, maar wordt ook een vervolg gegeven aan het gehouden Medewerkersonderzoek, de aanbevelingen van de archiefinspectie en de inventarisatie van de kwaliteitscriteria.

5

Omdat een onderbouwing van de geraamde structurele/incidentele kosten niet in de begroting is opgenomen, wordt de ODZOB verzocht te onderbouwen welk bedrag daadwerkelijk noodzakelijk is naar aanleiding van het IBP-versterking VTH en het structurele deel daarvan op te nemen in de Begroting 2025. Gemeente Reusel-De Mierden roept het algemeen bestuur van de ODZOB op om de €0,8 mln. die wordt gereserveerd als ontwikkelbudget terug te laten vloeien naar de gemeenten via een extra verlaging van het uurtarief. Omdat er geen uitgewerkt plan is opgenomen voor de besteding van dit bedrag acht deze gemeente het onjuist om bij voorbaat deze middelen te reserveren. Als het algemeen bestuur in een later stadium met een uitgewerkt plan komt kan een integrale belangenafweging worden gemaakt, waarbij de begrotingstekorten in overweging kunnen worden genomen. Gemeente Someren kan instemmen met het reserveren van het bedrag van €0,8 mln. voor het ontwikkelen naar een robuuste organisatie, voor wat betreft het begrotingsjaar 2025. Niet zondermeer voor de jaren daarna. Deze gemeente wenst actief meegenomen te worden in dit traject, zodat de onderbouwing in december 2024 geen verassingen gaat opleveren. Ook gemeente Eersel geeft aan graag actief en tijdig betrokken te willen worden over de voortgang van het transitietraject naar een robuuste omgevingsdienst.

Gemeente Veldhoven vindt dat de bekostiging van het ontwikkelbudget niet via het uurtarief zou moeten worden verrekend. Dit omdat het aantal declarabele uren kan afwijken van de begroting en dat daardoor er te veel of te weinig middelen beschikbaar komen. Vandaar dat deze gemeente voorstelt om de bijdragen aan het ontwikkelbudget via een verdeelsleutel te incasseren en niet via het uurtarief. Gemeente Waalre verzoekt om te onderbouwen welk bedrag daadwerkelijk nodig is naar aanleiding van het IBP VTH en het structurele deel daarvan op te nemen in de Begroting 2025. Ook wordt gevraagd om, als het algemeen bestuur in december 2024 instemt met de samenhangende verbeteraanpak, het ontwikkelbudget in de gaten te houden en de raad op de hoogte te stellen van de uitgaven van dit budget en de resultaten van de samenhangende verbeteraanpak. Oordeel en conclusie dagelijks bestuur Het is begrijpelijk dat veel deelnemers stilstaan bij de onderbouwing van het ontwikkelbudget. Enkele deelnemers roepen op om deze middelen uit de begroting te halen. Andere deelnemers vragen om een onderbouwing en specificatie van het ontwikkelbudget van € 800.000. Sinds het opstellen van de Ontwerpbegroting 2025 in het eerste kwartaal van dit jaar is er meer inzicht ontstaan in wat er nodig is om van de ODZOB een robuuste organisatie te maken en om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst ook zo blijft.

In bijlage 1 vindt u een notitie waarin een onderbouwing en globale financiële vertaling voor de mogelijke inzet van het ontwikkelbudget wordt gegeven. Dit is zeker niet het eindplaatje omdat er nog relevante informatie en inzichten ontbreken en er nog geen inhoudelijke keuzes en scenario’s zijn gemaakt. De notitie is bedoeld om meer inzicht en gevoel te geven bij de soort inzet en mogelijke omvang. In de notitie worden vier vragen beantwoord: 1. 2. 3. 4.

Waardoor is de ruimte in de Begroting 2025 ontstaan? Welke afweging is gemaakt vanuit het perspectief van het financiële ravijn versus de opdracht om het functioneren van de ODZOB te verbeteren? Wat weten we straks bij de besluitvorming op 19 december 2024 meer dan nu over de mogelijke inzet van het ontwikkelbudget. Wat is het actuele inzicht (juni 2024) op de mogelijke inzet van het Ontwikkelbudget? 6

In bijlage 2 is het Tussenbericht van de directie dat op 20 juni aan het algemeen bestuur is verstuurd opgenomen. Het Tussenbericht gaat in op de stappen die de ODZOB mede naar aanleiding van het Medewerkersonderzoek vanaf januari 2024 heeft gezet. Op basis van een weging van de zienswijzen, de toelichting en onderbouwing in de notitie en het Tussenbericht trekt het dagelijks bestuur de conclusie dat het in het belang van de ODZOB is dat de stelpost ontwikkelbudget van €800.000 in de begroting wordt gehandhaafd totdat een zorgvuldige inhoudelijke afweging mogelijk is. De overwegingen daarbij zijn als volgt: In algemene zin vinden wij het niet verantwoord om de in 2023 ingezette koers van conservatief ramen geheel of gedeeltelijk terug te draaien zónder dat op basis van alle relevante informatie en belangen een zorgvuldige inhoudelijke afweging kan worden gemaakt. Gezien alle onzekerheden is het risico dan te groot dat wij terugvallen naar een situatie (als in 2022) waarin onder andere door te scherp begroten de financiële resultaten de min in schieten én het functioneren van de ODZOB ter discussie staat omdat de middelen om te investeren onvoldoende zijn geweest. Het risico is dan dat we binnen afzienbare tijd weer moeten aankloppen bij de deelnemers voor een aanvullende bijdrage.

De onderbouwing en specificatie van de mogelijke inzet van het ontwikkelbudget naar wat we nu weten maakt enerzijds duidelijk dat de omvang van de stelpost niet te hoog is ingeschat en anderzijds dat nog het nodige moet worden uitgezocht om tot keuzes te kunnen komen die kunnen leiden tot de inzet van een lager bedrag. Daarbij wordt benadrukt dat het ontwikkelbudget geen doel op zich is maar slechts een middel om het doel en de ontwikkelopgave die de deelnemers voor de ODZOB zien, te kunnen bereiken. Met het overnemen van de zienswijze over het weerstandsvermogen wordt de bijdrage van de deelnemers in totaal met €700.000 verlaagd, dat betekent een daling van de bijdrage met 2,2% ten opzichte van de eerder in de meerjarenbegroting ingezette financiële lijn. Wij denken daarmee voor nu een passende balans te hebben gevonden tussen de financiële problemen en onzekerheid waar onze deelnemers mee te maken hebben én het investeren in het functioneren van de ODZOB om te kunnen voldoen aan de verwachtingen van onze deelnemers (Meerjarenvisie 2023-2027: Fundament op orde – in Samenhang – Regionaal platform) én van het Ministerie van I&W (Interbestuurlijk Programma versterking landelijk VTH-stelsel). Door het opnemen van deze stelpost in de begroting vragen wij u slechts om het uitstellen van de beslissing over de besteding van het ontwikkelbudget.

Het budget komt pas vrij na besluitvorming over een begrotingswijziging waarbij kan worden gekozen uit meerdere scenario’s. Daardoor kunnen de deelnemers met alle relevante informatie op tafel richting geven aan de toekomst van de ODZOB binnen de context van de financiële belangen van de deelnemers. Bij de besluitvorming op 19 december 2024 zal mogelijk meer informatie bekend zijn (decembercirculaire) over hoe het nieuwe kabinet met de financiële positie van de deelnemers om wil gaan en of er toch nog wordt tegemoet gekomen aan de problemen waar gemeenten zich geconfronteerd mee zien. Overige opmerkingen naar aanleiding van de zienswijzen Hoewel het (vanaf 2026) voldoen aan de robuustheidscriteria die voortvloeien uit het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel een van de aanleidingen is voor de verbeteraanpak, is het voldoen aan deze criteria geen doel op zich. Het doel is primair om de ODZOB beter te laten functioneren. De hierover gemaakte opmerking door gemeente Eindhoven wordt onderschreven. Gemeenten Bergeijk, Best, Bladel, Deurne, Helmond, Laarbeek, Valkenswaard en Waalre merken op dat de Kadernota 2025 en de Ontwerpbegroting 2025 elkaar tegenspreken voor wat betreft het opnemen van middelen t.b.v. het IBP Versterking VTH-stelsel. De verklaring hiervoor is voortschrijdend inzicht. 7

Ten tijde van het opstellen van de Kadernota 2025 (laatste kwartaal 2023) was nog niet exact bekend in welke mate de ODZOB voldeed aan de robuustheidscriteria. Daarnaast moest op dat moment nog een aanvang worden gemaakt met het plan van aanpak voor een robuuste ODZOB. Dit plan van aanpak is in maart 2024 door het algemeen bestuur vastgesteld. Precies op tijd om de gevolgen ervan (voor zover op dat moment beschikbaar) op te nemen in de Ontwerpbegroting 2025. In de kadernota is daarom enkel ingegaan op de vereisten voor een innovatiebudget (1% van het begrotingstotaal; €300.000). Bij de vaststelling van de Kadernota 2025 was er nog geen idee over een ontwikkelbudget.

De zienswijzen over robuuste omgevingsdiensten leiden tot aanvullende tekstuele onderbouwingen in de begroting

8

Weerstandsvermogen Ontvangen zienswijzen Een grote groep deelnemers te weten: gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Deurne, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Someren, Valkenswaard en provincie Noord-Brabant) geeft aan dat het resultaat over 2023 een bestemming van €300.000 naar de algemene reserve toelaat. Vandaar dat het verzoek wordt gedaan om de algemene reserve niet via de Begroting 2025 aan te vullen, maar via de resultaatsbestemming van het resultaat van 2023. Omdat gemeenten in steeds meer samenwerkingsverbanden en organisaties participeren staat ook een steeds groter deel van de gemeentelijke middelen vast in potjes bij deze verbonden partijen. Zo ook bij de ODZOB, waar naast de reguliere begroting ook (weer) een aanvulling van de reservepositie is opgenomen. Gemeente Reusel-De Mierden acht dit onwenselijk en stelt dat reservevorming helemaal niet nodig is. Oordeel en conclusie dagelijks bestuur Nu het duidelijk is geworden dat het resultaat over 2023 daadwerkelijk groot genoeg is om het weerstandsvermogen in lijn te brengen met de hierover gemaakte afspraken in de regio ZuidoostBrabant, staat er niets in de weg om gehoor te geven aan de oproep van een groot aantal deelnemers.

In de AB-vergadering van 3 juli 2024 is een voorstel gedaan om de jaarstukken 2023 vast te stellen en een bedrag van €300.000 te bestemmen als toevoeging aan de algemene reserve, waardoor het weerstandsvermogen uitkomt op €1,5 mln. Volgens de huidige afspraken hoort een heroverweging over het al dan niet toestaan over reservevorming bij verbonden partijen thuis in een breder gesprek waarin de algemeen besturen van de 4GR (Veiligheidsregio, GGD, MRE en Omgevingsdienst) gezamenlijk een richtinggevende uitspraak kunnen doen.

De zienswijzen over het weerstandsvermogen leiden tot cijfermatige aanpassingen in de begroting

9

Ravijnjaar Algemene Uitkering Ontvangen zienswijzen Gemeente Asten vraagt de ODZOB om oog te blijven houden voor de noodzaak om op de kosten te blijven letten vanwege de nog onzekere financiële tijd waar de gemeente voor staat, vanwege de onduidelijkheid rondom de overheidsfinanciën vanaf 2026. Ook gemeente Bladel doet het verzoek om al in te spelen op de mogelijkheid dat gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen onder druk kunnen komen te staan door de ‘ravijnjaren’. Gevraagd wordt om dit de wijze waarop de ODZOB dit doet specifiek te verwerken in de Begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. Gemeente Cranendonck heeft, net als gemeente Eersel en Waalre zorgen over de impact van de Ontwerpbegroting 2025 op de gemeentelijke begroting voor de periode 2025-2028 in combinatie met het naderende alom bekende “ravijnjaar” 2026. De Taskforce Taken en Middelen adviseert gemeenten om alle mogelijke scenario’s voor te bereiden voor het geval dat het ravijnjaar werkelijkheid wordt. Daarbij is nadrukkelijk voorgesteld om als eerste naar besparingsmogelijkheden te kijken bij de zogenaamde medebewindstaken. Bij die taken horen ook, zo stelt gemeente Cranendonck, de werkzaamheden van de ODZOB. Gemeenten Eersel en Waalre vragen om in ieder geval de vijf meest significante ombuigingsmaatregelen en hun consequenties te beschrijven.

Gemeente Gemert-Bakel geeft aan dat vanaf 2026 alle gemeenten zwaar worden gekort op het gemeentefonds, ook al is het Rijk de gemeenten via de onlangs uitgebrachte Voorjaarsnota enigszins tegemoetgekomen. Als het ravijn niet gedicht wordt, dan zijn ombuigingen op een gegeven moment noodzakelijk. Gemeenschappelijke regelingen vormen een substantieel deel van de begroting van de gemeente. Vandaar dat wordt aangekondigd dat in geval van ombuigingen een evenredige bijdrage van gemeenschappelijke regelingen zal worden gevraagd. Deze gemeente geeft aan niet in te kunnen stemmen met de Ontwerpbegroting 2025 van de ODZOB. Gemeente Heeze-Leende verwacht dat de ODZOB zich voorbereid op het scenario waarin besparingen nodig zijn. Daarbij wordt de ODZOB geadviseerd om minstens drie significante besparingsmaatregelen uit te werken en dit met scenario’s toe te voegen aan de (meerjarenraming bij de) Begroting 2025. Gemeente Laarbeek merkt op dat als de voorgestelde bezuinigingen van het Rijk in het gemeentefonds plaats gaan vinden (de zogenaamde ravijnjaren), de gemeente deze niet alleen kan opvangen. Vandaar dat verbonden partijen dringend worden verzocht om in hun begrotingen rekening te houden met het vooruitzicht dat, vanaf 2026, zij geen stijgende kosten kunnen doorberekenen of zelf moeten bezuinigen, omdat de gemeentelijke bijdrage naar beneden bijgesteld zal (moeten) worden.

Alleen met dit voorbehoud kan worden ingestemd met de meerjarenbegroting voor de jaren 2026 en verder. Een vergelijkbaar signaal geeft gemeente Someren af. Deze gemeente gaat er ook van uit dat de gehanteerde indexering van de GR niet hoger is dan de prijsindexering die gemeentes gaan ontvangen van het Rijk. Oordeel en conclusie dagelijks bestuur De financiële positie van de ODZOB-deelnemers komt onder druk te staan door de plannen die het Rijk heeft met betrekking tot de algemene uitkering van zowel het gemeente- als het provinciefonds. Vandaar dat, in lijn met de ingediende zienswijzen, de deelnemers met een tariefsverlaging worden tegemoetgekomen. Dit betekent een lagere deelnemersbijdrage van ongeveer €700.000 ten opzichte van de inzichten die bestonden bij het vaststellen van de Kadernota 2025 in het najaar van 2023. Dit komt neer op een verlaging van 2,2%. 10

In enkele zienswijzen wordt verwezen naar het advies van de Taskforce Taken en Middelen van de VNG. Daarin wordt ingegaan op de mogelijkheden om te bezuinigingen op het thema veiligheid onder verwijzing naar veiligheidsregio’s en omgevingsdiensten. In het advies wordt gesteld dat beide type gemeenschappelijke regelingen weinig vet op de botten hebben en dat in de taken die voor gemeenten worden uitgevoerd weinig budgettaire ruimte zit. In dit rapport wordt ook het advies van de commissie Van Aertsen aangehaald; het verminderen van taken van omgevingsdiensten leidt niet tot een meer slagvaardig en effectief optreden van omgevingsdiensten. Daarbij is het belang te realiseren dat uit het rapport ‘Omgevingsdiensten in beeld’ uit 2023 blijkt dat de ODZOB voor het basistakenpakket de op twee na laagste kosten ten opzichte van het aantal inrichtingen binnen het werkgebied kent. Het gemiddelde bedraagt ongeveer €1.500 per inrichting, de ODZOB zit op €507 per inrichting. (Nota bene: de kosten per inrichting lopen uiteen omdat de complexiteit van het inrichtingenbestand verschilt en omdat de inzet per omgevingsdienst verschilt). In algemene zin hebben de ODZOB-deelnemers zeker de mogelijkheid de programmering van de werkprogramma’s bij te stellen.

Als het gaat om basistaken is deze invloed beperkter en zal afstemming met de overige deelnemers nodig zijn (bijvoorbeeld aanpassing van de Regionaal Operationeel Kader). Op verzoektaken hebben deelnemers individueel invloed en is er bij substantiële afbouw van taken rekening te houden met een geleidelijke afbouw. Het uitwerken van scenario’s, zoals door enkele gemeenten is gevraagd, sluit niet goed aan bij het moment in de P&C-cyclus waarin de begroting 2025 zich nu bevindt. Dit vraagt een zorgvuldig proces waardoor de begroting 2025 niet tijdig (vóór 15 september) kan worden ingediend bij de financiële toezichthouder. Wel is mogelijk om in de nog op te stellen Kadernota 2026, enkele scenario’s uit te werken. Het is aan het algemeen bestuur daar een uitspraak over te doen. Voor wat betreft de prijsindexering zijn (is samenspraak met de GGD, MRE en de Veiligheidsregio) regionale afspraken gemaakt over de te volgen wijze van indexeren. Deze financiële kaders zijn in het algemeen bestuur van iedere genoemde gemeenschappelijke regeling expliciet bekrachtigd. Aanpassing is mogelijk maar vraagt regionale afstemming.

De zienswijzen over het Ravijnjaar Algemene Uitkering leiden tot enkele cijfermatige aanpassingen in de begroting.

11

Uitvoering Ontvangen zienswijzen Gemeente Helmond spreekt de zorg uit dat zij nog onvoldoende resultaat ziet rond de geuroverlast in de wijk Brouwhuis. Daarnaast vindt deze gemeente het erg belangrijk dat het toezicht en de vergunningverlening bij inrichtingen waar (mogelijk) met zeer zorgwekkende stoffen wordt gewerkt goed met de ketenpartners zoals het Waterschap Aa en Maas en de Provincie Noord-Brabant wordt afgestemd. Tal van ontwikkelingen (regionaal, landelijk en internationaal) zijn van invloed op het gemeentelijke en intergemeentelijke doen en laten zo stelt gemeente Reusel-De Mierden. Voorkomen moet worden dat financiële mogelijkheden en capaciteitsproblematiek veronachtzaamd wordt; dit zou de gezamenlijke uitvoeringskracht nog verder inperken. Dit is een reëel risico, zo stelt deze gemeente, als er hoger gesprongen gaat worden dan de financiële en personele polsstokken lang zijn. Gemeente Reusel-De Mierden dringt eropaan om in de jaarprogramma’s vanaf 2025 recht te doen aan hetgeen ook uitvoervaar is. Hiervoor is het nodig om te temporiseren binnen de verschillende programma’s. Dit doet niets af aan gezamenlijke ambities, maar grijpt wel in op doorlooptijden van ontwikkelingen. Gemeente Waalre roept op om ervoor te zorgen dat primaire processen in het kader van de Omgevingswet georganiseerd zijn en daarop de inwonerbijdrage te baseren.

Met wat er overblijft, maar geen wettelijke taak is, kan met gemeenten worden afgestemd waarvoor er draagvlak is. Oordeel en conclusie dagelijks bestuur De expliciete behoefte die gemeente Helmond uitspreekt staat niet op zichzelf. Dit geldt voor alle deelnemers, maar ook voor de ODZOB. Zeker in complexe dossiers zorgt de ODZOB voor afstemming met diverse betrokkenen. Daarbij wordt opgemerkt dat het uitblijven van resultaten niet per se een gevolg hoeft te zijn van onvoldoende prioriteitstelling en afstemming. Het is van belang dat ODZOB hier met de deelnemers goed in contact blijft. De oproep van gemeente Reusel-De Mierden is herkenbaar. Om te voorkomen dat de polsstokken daadwerkelijk niet lang genoeg zijn, worden werkprogramma’s altijd in samenspraak met de deelnemers opgesteld. Dat betekent dat, binnen de hierover afgesproken kaders, gemeenten bijstellingen kunnen doen in de te verstrekken opdrachten via de werkprogramma’s. Ten aanzien van de zienswijze van gemeente Waalre constateren wij dat de ODZOB niet werkt met inwonersbijdragen en er is geen relatie met de Omgevingswet. De Omgevingswet leidt tot bijstellingen in het primaire proces. Daar was in de voorbereiding al rekening mee gehouden en daar wordt, nu de wet al ruim een half jaar operationeel is, nog steeds aandacht aan geschonken.

De zienswijzen over uitvoering leiden niet tot aanpassingen in de begroting.

12

Bedrijfsvoering Ontvangen zienswijzen Het ziekteverzuim leidt nog steeds tot zorgen bij gemeente Eindhoven. Deze gemeente hecht veel waarde aan het correct en proactief verder oppakken van de acties volgend uit het medewerkersonderzoek. Er wordt gevraagd om aandacht voor medewerkers en het bieden van een goede en veilige werkomgeving. Ook hierdoor kan het percentage inhuur verder worden teruggedrongen. De gemiddelde declarabiliteit is, in verband met een in de CAO afgesproken extra verlofdag, gedaald van 1.306 uren (2024) naar 1.299 uren in 2025. Gemeente Geldrop-Mierlo beveelt de ODZOB aan om kritisch te kijken naar de indirecte uren van de medewerkers om de declarabiliteit te verhogen. Gemeenten hebben, als gevolg van de financiële begrenzingen, geen ruimte meer om de capaciteit uit te breiden. Gemeente Reusel-De Mierden verwacht dat gemeenschappelijke regelingen daar rekening mee houden. Het verleggen van taken, zowel van gemeenten naar gemeenschappelijke regelingen als omgekeerd, is dan ook geen oplossing. Er wordt gepleit voor een “pas op de plaats”. Gemeente Veldhoven merkt op dat er een investering van €613.000 voor huisvesting in 2025 wordt begroot, maar vindt de onderbouwing en uitleg nogal mager. Verzocht wordt om deze investering beter te onderbouwen.

Oordeel en conclusie dagelijks bestuur In lijn met de ontvangen reactie is er veel aandacht bij de ODZOB voor de opvolging van het eind 2023 gehouden Medewerkersonderzoek. Het algemeen bestuur wordt in brede zin op de hoogte gehouden van de voortgang. In bijlage 2 is het Tussenbericht opgenomen dat de directie op 20 juni 2024 aan het algemeen bestuur heeft gestuurd. Het gemiddeld aantal declarabele uren in de begrotingen van de drie Brabantse omgevingsdiensten ligt in 2025 erg dicht bij elkaar; namelijk tussen 1.294 tot 1.299 uren per fte. De ODZOB heeft en houdt oog voor het aantal niet-declarabele uren van de medewerkers. De daling van de declarabele uren van 1.306 naar 1.299 in de begroting 2025 wordt veroorzaakt door de nieuwe Cao-afspraken. Voor 2025 is een bedrag van €613.000 geraamd voor het doen van investeringen in de huisvesting. Het dagelijks bestuur besloten de huurovereenkomst voor de huidige kantoorlocatie te verlengen. In samenhang hiermee wordt een inrichtingsplan opgesteld, gericht op verbetering van de functionaliteit en noodzakelijke Arbo-technische aanpassingen. De financiële uitwerking in exploitatielasten volgt later en zal plaats vinden binnen het financiële kader. Bij de voorlichtingsbijeenkomst voor raads- en Statenleden van 15 mei jl. is de suggestie gedaan om, waar mogelijk, te benoemen welke efficiencymaatregelen er in de begroting zijn verwerkt.

Er wordt reëel begroot op basis van de realisatie in voorgaande jaren. Daarnaast wordt voortdurend gezocht naar mogelijkheden voor het voorkomen van meerkosten (huisvesting, WGA-risicodragerschap) en meer efficiency in de vorm van procesverbeteringen en slim inrichten van onze systemen. Daarbij is van belang dat we in de samenwerking met de deelnemers meer dan nu kunnen werken op basis van uniforme processen, werkwijzen, inrichting en rubricering van werkprogramma’s en vereenvoudiging van de rapportage- en verantwoordingstructuur.

De zienswijzen over bedrijfsvoering leiden tot enkele cijfermatige aanpassingen in de begroting 13

Financiële aangelegenheden Ontvangen zienswijzen: Gemeente Eindhoven onderschrijft het directe voordelige effect door het beperken van de inhuur en vraagt de ODZOB om ook in de opvolgende jaren hierop concrete acties uit te zetten om een nog verdere beperking van de inhuur te kunnen bewerkstelligen. Daarnaast dringt deze gemeente eropaan om actief te blijven sturen op een efficiënte uitvoering van de opgedragen taken en de organisatiekosten te beheersen en te bewaken en hiervoor indicatoren en doelstellingen vast te leggen (onder meer gebaseerd op de Meerjarenvisie 2023-2027). Hierover dient periodiek gerapporteerd te worden waarbij nieuwe maatregelen aangegrepen kunnen worden wanneer dit tot onvoldoende resultaat leidt. Gemeente Helmond constateert dat het gemiddeld uurtarief in de Begroting 2025 lager is dan werd verwacht op basis van de Kadernota 2025. Dit wordt veroorzaakt door de afbouw van inhuur, maar ook door lagere kosten van vast personeel. De gemeente vindt het fijn om te zien dat de maatregelen die zijn genomen om weer te komen tot een fitte organisatie hun vruchten afwerpen. Gemeente Reusel-De Mierden geeft aan dat zij verwacht dat een stijging van de gemeentelijke bijdrage welke uitgaat boven de prijsindexcijfers niet zal voorkomen. Waar mogelijk moet gestreefd worden naar een verlaging van de gemeentelijke bijdrage vanaf 2025.

Gemeente Waalre spreekt haar zorg uit over oplopende kosten van de verbonden partijen en het beslag dat zij leggen op de gemeentebegroting. Gemeentelijke bijdragen aan verbonden partijen zijn, zo stelt de gemeente, veelal op basis van een inwonerbijdrage. Op basis van gemaakte afspraken wordt er geïndiceerd en worden prijsstijgingen doorgevoerd. De laatste tijd worden er steeds meer andere redenen opgevoerd vanuit de verbonden partijen om de inwonersbijdrage te verhogen. Daarnaast wordt geconstateerd dat reserveringen die voor het ene doel gemaakt worden ingezet worden om andere zaken te financieren. Gemeente Waalre stemt hier niet langer mee in. Oordeel en conclusie dagelijks bestuur De arbeidsmarkt is nog steeds van dien aard dat het niet eenvoudig is om voldoende personeel te werven en te behouden. Vandaar dat het ‘binden & boeien’ van het personeel van de ODZOB volop aandacht krijgt. De landelijke campagne om het werken bij omgevingsdiensten te promoten helpt de ODZOB om zich te kunnen presenteren als een aantrekkelijke en maatschappelijk relevante werkgever. Aan concrete acties, zoals wordt gevraagd door gemeente Eindhoven, wordt momenteel gewerkt. In de voorliggende begroting 2025 wordt het gemiddeld uurtarief nog verder verlaagd (ten opzichte van de ontwerpversie). Al met al komt dit neer op een tariefontwikkeling van €126,31 (via €124,68) naar €123,46.

Dit komt per saldo neer op een lagere deelnemersbijdrage van ongeveer €700.000 ten opzichte van de inzichten die bestonden bij het vaststellen van de Kadernota 2025 in het najaar van 2023. Dit is een daling met 2,2%. Er is daarom geen sprake van een stijging van de gemeentelijke bijdrage welke uitgaat boven de prijsindexcijfers. De opmerking van gemeente Waalre over de het beslag dat gemeenschappelijke regelingen leggen op de begrotingen van gemeenten (en provincie) heeft te maken met het concept van ‘verlengd lokaal bestuur’. De ODZOB heeft net als de gemeenten zelf geld en middelen nodig om in te kunnen spelen op diverse (vaak onontkoombare) maatschappelijke en andere ontwikkelingen. Van de ODZOB mag daarbij worden verwacht dat er geen groter beroep op de deelnemers worde gedaan dan noodzakelijk is om de maatschappelijke doelen van de gemeente te kunnen realiseren.

14

De ODZOB is begin 2024 overgestapt op een nieuw financieel systeem. Bij de inrichting is gebleken dat er betere sturingsmogelijkheden zijn voor het interne budgetbeheer. Daarom zijn IT-gerelateerde kosten (onderdeel van de organisatiekosten) in de definitieve begroting anders gerubriceerd dan in de ontwerpversie. Daarnaast zijn de geraamde rentelasten verschoven naar de organisatiekosten. De totale geraamde organisatiekosten in de Ontwerpbegroting 2025 bedroegen €2.409.978. In de definitieve versie komt dit bedrag, inclusief de rentekosten, uit op €2.411.962.

De zienswijzen over financiële aangelegenheden leiden tot enkele cijfermatige aanpassingen in de begroting

15

Bijlage 1

Notitie toelichting en onderbouwing bij het Ontwikkelbudget

Inleiding In veel zienswijzen op de Ontwerpbegroting 2025 wordt gevraagd om een onderbouwing van het ontwikkelbudget van €800.000. In deze notitie als bijlage bij de reactienota bij de zienswijzen wordt de onderbouwing opgebouwd aan de hand van vier vragen: 1.

Waardoor is de ruimte in de begroting 2025 ontstaan?

2.

Welke afweging is gemaakt vanuit het perspectief van het financiële ravijn versus de opdracht om het functioneren van de ODZOB te verbeteren?

3.

Wat weten we straks bij de besluitvorming op 19 december 2024 meer dan nu over de mogelijk inzet van het ontwikkelbudget.

4.

Wat is het actuele inzicht (juni 2024) op de mogelijke bestedingsdoelen?

1.

Waardoor is de ruimte in de begroting 2025 ontstaan?

In september 2023 is het uurtarief verhoogd naar aanleiding van de gebleken rode cijfers over het jaar 2022 en 2023. Deze verhoging is toen conservatief geraamd mede om te voorkomen dat later een tweede verhoging noodzakelijk zou zijn. Bij het opstellen van de jaarrekening 2023 (na het opstellen van de kadernota) is gebleken dat er per saldo structurele ruimte zit in de (meerjaren)begroting als gevolg van onder meer de volgende ontwikkelingen: verlagen aandeel van externe inhuur (de flexibele schil) van 22% naar 18%, afname van de totale personele inzet, lagere gemiddelde inhuur- en salariskosten en de recente Cao-ontwikkelingen voor 2024 en 2025. 2.

Welke afweging is gemaakt vanuit het perspectief van het financiële ravijn versus de

opdracht het functioneren van de ODZOB te verbeteren? De constatering dat er ruimte zit in de (meerjaren)begroting heeft geleid tot een afweging waarbij een balans is gezocht tussen enerzijds het financiële perspectief van onze deelnemers en anderzijds de opdracht van de deelnemers met de Meerjarenvisie 2023-2027 om het fundament op orde te krijgen als ook de afspraken die onze deelnemers via Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Interprovinciaal Overleg (IPO) in het Interbestuurlijk Programma versterking VTH maken met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om te komen tot een landelijk stelsel van robuuste omgevingsdiensten. Gezien alle onzekere ontwikkelingen is de afweging gemaakt dat van het voordeel van €1,2 miljoen direct een substantieel bedrag (€400.000 structureel) terug kan naar de deelnemers. Op basis van de zienswijzen op de Ontwerpbegroting in combinatie met het jaarrekeningresultaat 2023 (aanvullen algemene reserve) komt bovendien een bedrag van (€300.000, structureel) vrij. Het gemiddeld uurtarief komt daardoor lager uit dan in de Kadernota 2025 werd aangekondigd. Het daalt van €126,31 naar €123,46. Dit komt per saldo neer op een verlaging van de deelnemersbijdrage met 2,2% ten opzichte van de inzichten bij het vaststellen van de Kadernota 2025 in het najaar van 2023.

Het resterende bedrag (€800.000) is in de begroting 2025 opgenomen als een stelpost Ontwikkelingsbudget dat wordt vastgehouden totdat het AB daar een expliciet besluit over heeft kunnen nemen. Om te benadrukken dat dit budget geen doel op zich wordt, is toegezegd meerdere scenario’s voor te leggen zodat het AB op 19 december 2024 de afweging kan maken ten aanzien van de besteding van dit budget, feitelijk de afweging tussen het financiële perspectief van gemeenten en (middelen) die voor de ODZOB worden ingezet. 16

Er is in het belang van een zorgvuldige afweging en besluitvorming nadrukkelijk niet voor gekozen in de begroting ‘over de duim’ een gespecificeerde onderbouwing op te stellen. Het was en is ook nu nog niet mogelijk een betrouwbare en voorspelbare inschatting te maken omdat nog niet alle informatie (uit diverse onderzoeken) voorhanden is en de opbouw van de samenhangende Meerjarenaanpak (in scenario’s) pas eerste helft november kan worden afgerond. Omdat we nu (juni 2024) meer weten dan bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 geven wij u in paragraaf 4 (in bandbreedtes) een onderbouwde indicatie in bandbreedtes van wat er aan ontwikkeling en financiële middelen structureel en incidenteel in de verschillende scenario’s nodig zou kunnen zijn. In paragraaf 3 geven wij u eerst een overzicht van welke informatie in de periode juli-oktober nog beschikbaar komt en invloed kan hebben in de keuzes. 3.

Wat weten we straks meer dan nu bij de besluitvorming over de besteding van het

ontwikkelbudget op 19 december 2024. In de komende maanden komt de volgende informatie beschikbaar die relevant kan zijn voor de ontwikkelopdracht voor de ODZOB en de financiële dekking daarvoor. a)

Quick scan gemeente Eindhoven:

Verwacht rond de zomer zodat afhankelijk van het resultaat de gevolgen voor de ODZOB en deelnemers inzichtelijk worden, evenals of en welke frictiekosten daardoor ontstaan. b)

Efficiencyonderzoek 3 omgevingsdiensten provincie Brabant

Verwacht rond de zomer en zal inzicht geven in de efficiency van management, staf en huisvesting en of er mogelijk nog concrete besparingsopties zijn waardoor de financiële dekking van een deel van de ontwikkelopdracht ‘in huis’ kan worden gevonden en mogelijk minder een beroep hoeft te worden gedaan op het ontwikkelbudget. c)

Visitatie Omgevingsdienst NL

Verwacht eind oktober en zal inzicht geven in mogelijke en noodzakelijke verbeteringen in de inhoudelijke en procesmatige aspecten van ons werk. Het collectief programma is ook een van de ingrediënten voor de innovatieagenda van de ODZOB. Dat is een van de onderwerpen waar de innovatieagenda zich op richt (in paragraaf 4 wordt nader ingegaan op de innovatieagenda). De visitatie vindt plaats op basis van een zelfevaluatie (zelfreflectie) zodat we medio augustus een eerste ‘eigen’ inzicht hebben in waar de ODZOB de komende jaren aan zou moeten werken. Mogelijk dat aanbevelingen leiden tot besluitvorming door het AB over een (financiële) uitbreiding van het collectief programma 2025 en verder, waarvan de besluitvorming de komende maanden wordt voorbereid. d)

Strategisch kader en uitvoeringsprogramma informatiehuishouding

Verwacht medio oktober. Binnen het kader van Fitte organisatie wordt ingezet op het opstellen van een strategisch kader en uitgangspunten voor de verbetering van onze informatiehuishouding. Daarbij hoort ook een uitvoeringsagenda voor de komende jaren. Op basis van deze uitvoeringsagenda kunnen we inzichtelijk maken wat we binnen de reguliere financiën kunnen opvangen en wat er eventueel incidenteel en structureel aanvullend nodig is.

17

e)

Ondersteuningsaanbod I&W plan van aanpak robuustheid

Verwacht in september (na Prinsjesdag). Het ministerie van I&W heeft een aanbod gedaan voor ondersteuning bij het realiseren van de producten uit het interbestuurlijk Programma versterking VTH. In het plan van aanpak heeft de ODZOB een indicatief bedrag van €500.000 gevraagd. Er is nog geen duidelijkheid of het ministerie gezien de financiële uitdaging voor het Rijk hier middelen voor beschikbaar gaat stellen. Als dat niet beschikbaar komt, zal andere financiële dekking moeten worden gezocht, afhankelijk van de keuze welke producten wel, gedeeltelijk of niet worden opgepakt. 4.

Wat is het actuele inzicht (juni 2024) op de mogelijke bestedingsdoelen?

In deze paragraaf wordt een toelichting en onderbouwing gegeven op de mogelijke bestedingsdoelen voor het ontwikkelbudget. In de begroting is hierover opgenomen: Hierbij kan worden gedacht aan een versterking van het innovatiebudget en/of opleidingsbudget in het kader van de robuustheidscriteria. Het kan ook gaan om incidentele impulsen of structurele inzet in het versterken van het fundament op orde dan wel het vertalen en realiseren van de IBP-afspraken. Tenslotte kan dit budget ook worden gezien als een buffer voor onder andere de eventuele structurele gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en het opvangen van de risico’s die de krappe arbeidsmarkt met zich meebrengt (verhouding vast personeel-externe inhuur). De inzet van het volledige budget is nadrukkelijk geen doel op zich. Hierna wordt per mogelijk bestedingsdoel een inhoudelijke onderbouwing gegeven (voor zover bekend) en (financieel) inzicht gegeven in de aard en (mogelijke) omvang van de inzet, incidenteel en structureel. Het betreft op dit moment globale inschattingen (bandbreedte), het is geen eindplaatje. Nog niet alle informatie is beschikbaar, er zijn nog geen keuzes en scenario’s gemaakt en nog niet gekeken naar de onderlinge samenhang, de planning in de tijd en wat er mogelijk is met herschikking van middelen binnen de huidige begroting (besparingsopties).

De verwachting is dat hoe dan ook keuzes moeten worden gemaakt, niet alleen vanuit financieel perspectief maar zeker ook vanuit de mate waarin de ODZOB en haar medewerkers in staat zijn de belangrijke ontwikkelopgave te absorberen. Dat is de reden dat er een samenhangende meerjarige Meerjarenaanpak wordt voorbereid. a)

Arbeidsmarkt (structureel en incidenteel)

Een deel van de ruimte in de begroting 2025 is het gevolg van de doelstelling om meer vast personeel in dienst te nemen en minder een beroep te doen op externe inhuur. Het gaat voor 2025 om een bedrag van ongeveer €300.000. Dit houdt een negatief risico in zich als het de ODZOB niet lukt voldoende vast personeel te vinden en een positief risico als wij erin slagen meer vast personeel binnen te halen dan gedacht. In de huidige arbeidsmarkt blijkt de grootste uitdaging te zijn het binnenhalen van ervaren, gekwalificeerd en direct inzetbaar personeel. Er moet worden ingezet op trainees en zij-instromers. Dat betekent dat deze collega’s moeten worden opgeleid en begeleid. Het betekent ook dat deze medewerkers in productiviteit moeten groeien én dat de begeleiding een beslag legt op de productiviteit van onze ervaren medewerkers. Daarin is in de begroting voorzien door indirecte uren beschikbaar te stellen ten koste van de declarabele uren. De extra inzet op vast personeel legt mogelijk een extra druk op de beschikbaar gestelde uren. Gezien de instroom-uitstroom-doorstroom in de huidige arbeidsmarkt is dit naar verwachting een structureel effect.

18

In de komende maanden stellen wij hiervoor een prognose 2025 voor op. Om een indicatie te geven, bij een daling van de declarabele norm met gemiddeld 10 uur gaat het om €160.000 (loonpeil 2025). Tenslotte vraagt de inzet op de arbeidsmarkt mogelijk in 2025 nog om een incidentele impuls. Voor 2024 is daarvoor het budget fitte organisatie beschikbaar. De komende maanden brengen wij in het kader van de hiervoor genoemde prognose in beeld wat er in 2025 en verder eventueel nodig is. Arbeidsmarkt, risico

I/S

Onder

Boven

Doelstelling verhouding vast (82%) – inhuur (18%)

S

0 of plus

€ 300.000

Minder declarabel als gevolg van ingroei productiviteit en

S

0

€ 160.000

I

0

€ 30.000

inwerken/begeleiden nieuwe medewerkers Impuls werving en selectie

b)

Informatiehuishouding (structureel en incidenteel)

De afgelopen jaren is geïnvesteerd in de invoering van de Omgevingswet, de overgang naar het zaaksysteem, data-gericht werken en de modernisering van de digitale werkplek. We hebben de beschikking over een datawarehouse waarmee data uit systemen via dashboards ontsloten kan worden. De archiefinspectie heeft duidelijk gemaakt dat de basis nog niet op orde is, te denken valt aan het inrichtingenbestand, de locatiedossiers, de kwaliteit van processen, datakwaliteit en archivering van gegevens. Ook kan procesverbetering en meer uniformiteit zorgen voor meer efficiency en effectiviteit. De inhoudelijke uitdagingen voor de komende jaren zetten daarom in op procesverbetering, kwaliteitsbeheer, standaardisatie (landelijk en regionaal), datakwaliteit en datavolwassenheid, samenwerking in de keten, meer werken in de cloud (SAAS), privacy en informatiebeveiliging. Het gaat daarnaast om het door ontwikkelen van onze kernapplicaties en het koppelen van onze systemen aan landelijke voorzieningen zoals Inspectieview, Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en andere landelijke voorzieningen. De komende maanden wordt gewerkt aan een strategisch kader en een uitvoeringsagenda voor de komende 3 jaar. Het resultaat verwachten wij in oktober/november 2024. Het tempo in deze ontwikkeling is afhankelijk van de beschikbare capaciteit en financiële middelen.

Uit de ICT-benchmark gemeenten 2023 blijkt dat de structurele ICT-kosten met name voor software en ICTpersoneel sinds 2018 met 30% zijn gestegen. De structurele kosten van de ODZOB zijn in de afgelopen jaren steeds geïndexeerd terwijl de uitdagingen vergelijkbaar zijn (met name als het gaat om de Omgevingswet). De vraag is bovendien of de beschikbare formatie voldoende is, zo heeft een onderzoek in kaart gebracht dat een dataregisseur nodig/wenselijk is. Daarnaast ervaren we nu al regelmatig dat de capaciteit op het vlak van ICT-projectleiding en functioneel beheer beperkt is. Innovatieve projecten worden vaak pas opgepakt als een of meerdere deelnemers hiervoor extra kosten willen maken. De ambitie in de op te stellen uitvoeringsagenda (zie paragraaf 3) zal bepalend zijn wat er de komende jaren nodig is aan formatie/functionaliteiten en materiële uitgaven. Daarbij wordt ook gekeken naar taken en functionaliteiten die in omvang kunnen afnemen. Per saldo zal een investering nodig zijn.

19

I/S

Onder

Boven

ICT-formatie op niveau

S

€ 155.000

€ 310.000

ICT-budgetten op niveau

S

€ 50.000

€ 400.000

c)

Opleidingsprogramma (structureel)

De raming voor de opleidingskosten van de ODZOB is niet in lijn met het robuustheidscriterium van 3% van de opleidingsuitgaven (excl. ureninzet). De raming voor 2025 kent een grondslag van 2% van deze kosten en komt uit op een bedrag van €398.000. Dit is inclusief de kosten die voortkomen uit de op handen staande landelijke ODNL Academy. In het plan van aanpak robuustheid is gekozen voor het opstellen van een opleidingsprogramma om daar het budget op af te stemmen. De 3% zien wij niet als een doel op zich. Het is echter onzeker of dit door I&W zal worden geaccepteerd. Als dat niet zo is, zal het budget met €200.000 moeten worden verhoogd om robuust te zijn. In het verleden is gebleken dat de druk op de declarabiliteit ertoe leidt dat medewerkers minder ruimte ervaren voor kennisontwikkeling en deskundigheidsbevordering. Dit leidt er mede toe dat opleidingsbudget doorgaans niet volledig wordt benut. Als hieraan meer prioriteit wordt gegeven, zal dat een financieel effect kunnen hebben op de declarabiliteit. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat dit met begeleiding van het management gemiddeld genomen binnen de huidige urennorm moet kunnen worden gerealiseerd. In 2024 is/wordt een externe toets uitgevoerd op de kwaliteitscriteria 2.3. De kwaliteitscriteria moet en op basis van wet- en regelgeving worden onderhouden zodat deelnemers kunnen voldoen aan de verplichting de raad, c.q.

staten jaarlijks te informeren dat de ODZOB kwalitatief in staat is haar taken te vervullen. Landelijk zijn de kwaliteitscriteria 3.0 in voorbereiding en daarop zal in de komende jaren moeten worden getoetst. Voor 2024 en 2025 zijn de uitgaven uit het incidentele budget Fitte organisatie en de Specifieke Uitkering VTH (portfolio per medewerker) bekostigd. De structurele kosten van de externe toets vanaf 2026 zijn niet in de begroting verwerkt. Op basis van het meerjarige opleidingsprogramma zullen wij hier de komende maanden een nadere inschatting maken. I/S

Onder

Boven

Robuust opleidingsbudget (3%)

S

0

€ 200.000

Lagere declarabiliteit t.g.v. meer opleidingsuren

S

Pm

Pm

Structureel onderhouden kwaliteitscriteria

S

€ 25.000

€ 50.000

d)

Innovatieagenda (structureel en incidenteel)

Een van de robuustheidscriteria waar de ODZOB vanaf 1 april 2026 aan moet (blijven) voldoen is het beschikken over een (meerjarige) innovatieagenda en een besteedbaar budget van minimaal 1% van de begroting. De ODZOB moet volgens deze KPI in staat zijn tijdig en adequaat producten en diensten te ontwikkelen met het oog op toekomstige opgaven, zonder dat dit ten koste gaat van het primair proces en de inzet/aandacht voor de leefomgeving. In de komende maanden stellen wij in overleg met de deelnemers de (meerjarige) innovatiekalender op. De veronderstelling is dat de ODZOB voldoende aandacht én middelen besteedt aan innovatie en daarmee ruimschoots voldoet aan het robuustheidscriterium. 20

De middelen daarvoor worden georganiseerd vanuit het collectief programma, de middelen in de werkprogramma’s voor het regionaal operationeel kader (ROK), incidentele uitkeringen vanuit het Rijk of specifieke bekostiging door deelnemers. Daarnaast bevatten de indirecte uren per medewerker ODZOB jaarlijks gemiddeld 15 uur voor ontwikkeling van processen en andere innovaties. Daarbij moet wel worden aangemerkt dat er veel ontwikkeling en innovatie plaats buiten de definitie die het robuustheidscriterium daarvoor hanteert. Te denken valt dan aan beleids(kader)ontwikkeling en verbeteracties, die zoals het nu opgenomen is in de robuustheidscriteria niet behoren tot innovatie. Vanuit dit perspectief is het van belang te kijken naar wat de Europese en landelijke ontwikkelingen betekenen voor (de omvang van) het collectief programma. Te denken valt aan stikstof, fijnstof, ZZS/PFAS, natuur, water en wetgeving. Binnen de context van de Meerjarenvisie 2023-2027 kunnen de deelnemers er inhoudelijk/beleidsmatig voor kiezen bepaalde thema’s extra aandacht te geven. De komende maanden wordt dat gesprek gevoerd aan de hand van het collectief programma 2025 en verder. Mogelijk dat op basis van dat gesprek extra middelen nodig zijn.

I/S Uitbreiding collectief programma (beleidsambitie)

e)

Onder

I/S

Boven 0

Pm

HRM

De HRM-agenda voor de komende jaren is in beeld gebracht en zal in 2024 en de jaren daarna tot uitvoering moeten worden gebracht. Het gaat daarbij om een goed fundament van ons formatiehuis en onze HR-werkprocessen. Daarnaast werken wij in drie pijlers: Binden & boeien, Opleiden & ontwikkelen en Plezier &vitaal. Voor een aantal aspecten zal incidenteel en structurele inzet van middelen nodig zijn. Daarbij valt te denken aan het groot onderhoud aan ons Functiegebouw HR21 (incidenteel en structureel) en het regelmatig herhalen van het Medewerkersonderzoek. Daarnaast zal op basis van de prioritering van de uitvoeringsagenda inzichtelijk worden of en in welke mate er structureel aanvullende inzet van HRM–capaciteit nodig is om de aandacht voor HRM duurzaam goed in te richten. De ontwikkelcapaciteit is op dit moment beperkt. I/S

Onder

Boven

Onderhoud functiegebouw HR21

I

€ 75.000

€ 150.000

Regelmatig Medewerkersonderzoek

S

€ 25.000

€ 40.000

Extra inzet HRM-capaciteit

I/S

0

€ 100.000

f)

Omgevingswet

De invoering van de Omgevingswet brengt tal van wijzigingen met zich mee. Onze werkprocessen zijn aangepast, we werken met nieuwe systemen, de producten en de manier van werken zijn aangepast. In 2022 heeft Cebeon onderzoek gedaan naar de (mogelijke) financiële effecten van de Omgevingswet bij omgevingsdiensten en de conclusie getrokken dat vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet geen kwantitatieve uitspraken mogelijk waren over de effecten op de kosten van de uitvoering.

21

Nu de wet in werking is getreden, krijgen we geleidelijk inzicht in de financiële effecten en is het belang dit goed te monitoren om de grip op een gezonde bedrijfsvoering te behouden en mogelijk te verstevigen. Het gaat dan onder meer om de kosten per soort werkzaamheden (bijvoorbeeld vergunningverlening, meldingen, toezicht en advies) en de monitoring van kosten per product (onderbouwing legestarieven) en het verzamelen van informatie voor het opbouwen van kengetallen. De verwachting is dat op dit punt er dit jaar nog onvoldoende inzicht zal zijn als het gaat om het effect voor het primaire proces (inzet per aanvraag). We zullen wel een inschatting maken van de inzet die nodig is om de monitoring goed in te richten. I/S Structurele financiële gevolgen Omgevingswet

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14400549/1