A8 Aanbiedingsbrief ODZOB met financieel perspectief 2023 en kaderbrief 2024 GEANONIMISEERD
Tekst van het document
Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T: 088 369 03 69 I: www.odzob.nl
Aan: De leden van de gemeenteraden in Zuidoost-Brabant en de leden van provinciale staten Noord-Brabant.
uw kenmerk
uw bericht van
ons kenmerk
datum
Z-2022-004890/D-2022-087215
21 december 2022
onderwerp
contactgegevens
Financieel perspectief 2023 en kaderbrief 2024
:
k.vandaal@odzob.nl
tel.
:
088 369 03 69
Geachte leden van de gemeenteraad, leden van Provinciale Staten, Bijgaand ontvangt u het financieel perspectief 2023 en de kaderbrief 2024 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Deze documenten komen voort uit de vergadering van het algemeen bestuur van de ODZOB van 8 december 2022. In eerste instantie werd één integraal document, dat zowel inging op de ontwikkelingen voor 2023 als voor 2024, aan het algemeen bestuur voorgelegd. Besloten werd om het opgeleverde document te splitsen in twee delen. Vandaar dat u bijgaand zowel het financieel perspectief voor 2023 als de kaderbrief 2024 aantreft. Samenvatting Bestuurlijke kaders De (nieuwe) Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat het dagelijks bestuur (van de ODZOB) vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waar de begroting betrekking op heeft, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de gemeenteraden c.q. Provinciale Staten van de deelnemende partijen ter informatie toezend. De ODZOB heeft er, in samenspraak met de 4GR-en in Zuidoost-Brabant, voor gekozen om deze kaders beduidend eerder aan het bestuur en deelnemers voor te leggen. Dit om twee redenen. Ten eerste omdat de kaderbrief randvoorwaardelijk is voor de ontwerpbegroting.
Ten tweede omdat het goed gebruik is om de ontwerpbegroting in de maand maart te verstrekken aan de deelnemers, zodat zij tijdig eventuele zienswijzen op de ontwerpbegroting kunnen opstellen en verstrekken aan de ODZOB. De kaderbrief 2024 gaat enkel in op de financiële beleidskaders. Dit is anders dan in het verleden het geval was. Door het vorige algemeen bestuur is bepaald dat de beleidsmatige kaders eenmalig via een andere route naar het algemeen bestuur komen; namelijk via het traject van de Meerjarenvisie 2023-2027. Het is de bedoeling dat deze meerjarenvisie in maart 2023 wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.
pagina 1 van 3
Ontwikkelingen voor 2023 ook relevant voor 2024 Hoewel de kaderbrief 2024 en het financieel perspectief voor 2023 een smalle (enkel financiële) scope kennen, worden er enkele zeer relevante ontwikkelingen gepresenteerd met een forse impact op de (bedrijfsvoering van de) ODZOB. Hierbij gaat het om het hoge ziekteverzuim onder het ODZOB-personeel, waardoor de arbeidsproductiviteit en daarmee de declarabiliteit fors onder druk komt te staan. Daarnaast is er sprake van een ongekend hoge inflatie waar ons land mee geconfronteerd wordt. De gevolgen hiervan raken zowel gemeenschappelijke regelingen, provincies als gemeenten. Invulling gevend aan het uitgangspunt van realistisch ramen wordt voor de jaren 2023 en 2024 rekening gehouden met een hoger ziekteverzuim dan waar tot nu toe van werd uitgegaan. Dit laat onverlet dat er binnen de ODZOB al het mogelijke aan gedaan wordt om het verzuimpercentage beheersbaar te houden. Het algemeen bestuur stemde in meerderheid in met het voorstel om het aantal declarabele uren per fte in de jaren 2023 en 2024 te verlagen van 1.350 naar 1.320. Gevolgen Cao-onderhandelingen 2023 nog onduidelijk In het financieel perspectief voor 2023 en de kaderbrief 2024 wordt uiteengezet welke financiële ontwikkelingen onontkoombaar, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn.
Dit leidt voor 2023 tot een gemiddelde tariefstijging van 8% en voor 2024 tot een (aanvullende) tariefstijging van 4%. Hierbij is nog géén rekening gehouden met de gevolgen van de huidige Cao-onderhandelingen. De financiële impact hiervan is naar alle waarschijnlijkheid zeer fors en vormt daarmee een grote onzekere factor voor gemeenschappelijke regelingen en hun deelnemers. Vandaar dat dit risico expliciet wordt benadrukt. De cijfermatige gevolgen van de nieuwe Cao zijn, vanwege deze onzekerheid, nu niet verwerkt in het financieel perspectief 2023 en in de kaderbrief 2024. Deze gevolgen worden op een later moment alsnog in beeld gebracht. Er wordt naar gestreefd om dit beeld, in ieder geval op hoofdlijnen, te presenteren bij de zienswijzeprocedure op de herziene begroting 2023 en de ontwerpbegroting 2024. Tussen 15 maart en 8 juni 2023 worden de gemeenteraden en Provinciale Staten in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van de ODZOB. Uitgangspunten voor de herziene begroting 2023 en de ontwerpbegroting 2024 Financieel perspectief 2023 •
Aantal declarabele uren: 245.000
•
Ziekteverzuim: 6%
•
Declarabiliteit: 1.320 uur per fte in het primair proces
•
Aantal fte: 233, waarvan 186 fte primair proces en 47 fte overhead
•
Bijgesteld gemiddeld uurtarief: €110,61
Kaderbrief 2024 •
Aantal declarabele uren: 249.000
•
Ziekteverzuim: 6%
•
Declarabiliteit: 1.320 uur per fte in het primair proces
•
Aantal fte: 236, waarvan 189 fte primair proces en 47 fte overhead
•
Voorlopig gemiddeld uurtarief: €115,03
pagina 2 van 3
Meer informatie of vragen Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen of opmerkingen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen via het bovengenoemde telefoonnummer of e-mailadres. Op www.odzob.nl/raadsleden en www.odzob.nl/statenleden vindt u meer informatie over ons dagelijkse werk aan een gezonde en veilige leefomgeving in Zuidoost-Brabant. Met vriendelijke groet,
Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant,
J.C.J. van Bree
M. van Dort
voorzitter
secretaris
Bijlagen: •
Financieel perspectief 2023 ODZOB
•
Kaderbrief 2024 ODZOB
In afschrift aan: •
Colleges van Burgemeester & Wethouders gemeenten Zuidoost-Brabant
•
Gedeputeerde Staten provincie Noord-Brabant
•
AB-leden
•
Contactambtenaren ODZOB-deelnemers
pagina 3 van 3
Kaderbrief 2024
Kaderbrief 2024
Kaderbrief 2024
In opdracht van
algemeen bestuur ODZOB
Opgesteld door
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Datum
8 december 2022
Status
definitief
8 december 2022
-2-
Kaderbrief 2024
Inhoudsopgave 1
Inleiding ................................................................................................................................................................................ 1
2
Ontwikkelingen 2024 ....................................................................................................................................................... 2 2.1
Baten ......................................................................................................................................... 2
2.2
Lasten ....................................................................................................................................... 2
2.3
Declarabiliteit ............................................................................................................................ 2
2.4
Indexering 2024 ........................................................................................................................ 2
2.5
Weerstandsvermogen en risicomanagement ............................................................................... 3
8 december 2022
-3-
Kaderbrief 2024
1
Inleiding
Voor u ligt de kaderbrief 2024 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Dit document gaat in op de financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar. Dit is anders dan de voorgaande jaren gebruikelijk was, omdat doorgaans in de kadernota ook wordt ingegaan op te verwachten beleidsmatige ontwikkelingen. Vanwege het lopende traject van de meerjarenvisie ODZOB is ervoor gekozen om de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen afzonderlijk van elkaar voor te leggen aan onze deelnemers en ons bestuur. De voorliggende kaderbrief kent dan ook een beperkte reikwijdte. De kaderbrief 2024 gaat in beginsel in op de te verwachten ontwikkelingen voor het uitvoeringsjaar 2024. De hoogste inflatie in het naoorlogse tijdperk waar Nederland momenteel mee geconfronteerd wordt treft gemeenten, provincies, gemeenschappelijke regelingen en dus ook de ODZOB. Gedegen prognoses over loon- en prijsontwikkelingen zijn slechts met een zeer groot voorbehoud af te geven. Aan de andere kant is het overduidelijk dat de uitpangspunten waarop de eerder dit jaar vastgestelde begroting voor 2023 gebaseerd is, achterhaald zijn. Deze bijzondere situatie is aanleiding om niet alleen aandacht te hebben voor het uitvoeringsjaar 2024, maar ook voor het uitvoeringjaar 2023.
Hierin staat de ODZOB niet alleen; zowel in 4GR1-verband als in 3OD2-verband is gesproken over de bijzondere situatie waar we ons nu in bevinden. Voor gemeenschappelijke regelingen is het, mede vanwege de bekostigingsstructuur, belangrijk om zo vroeg mogelijk significante ontwikkelingen aan de deelnemers kenbaar te maken. Het financieel perspectief voor 2023 maakte in eerste instantie onderdeel uit van de kaderbrief 2024 die op 8 december 2022 aan de orde werd gesteld in de vergadering van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur besloot om het financieel perspectief van 2023 in een op zichzelf staand document te presenteren; naast de verwachte ontwikkelingen voor 2024. De nu voorliggende en aangepaste kaderbrief 2024 richt zich hierdoor enkel nog op 2024. Uitgangspunt voor iedere begroting die de ODZOB opstelt is dat de baten en lasten structureel in evenwicht zijn. Dit leidt tot een meerjarig sluitende begroting. Aan dit uitgangspunt wordt, ondanks de economisch roerige tijden, niet getornd.
1 2
4GR: GGD, Veiligheidsregio, MRE en Omgevingsdienst in Zuidoost-Brabant 3OD: Omgevingsdiensten Midden- en West-Brabant, Brabant Noord en Zuidoost-Brabant
1
Kaderbrief 2024
2
Ontwikkelingen 2024
2.1
Baten
De op te stellen begroting 2024 wordt gebaseerd op de (concept) werkprogramma’s voor 2023, rekening houdend met relevante ontwikkelingen voor 2024. Inmiddels zijn de concept werkprogramma’s voor 2023 opgesteld. Op basis van de meest actuele (maar nog niet definitieve) inzichten loopt deze urenbehoefte op naar 249.000 uren in 2024. Dit aantal is het uitgangspunt voor de ontwerpbegroting 2024.
2.2
Lasten
Ruim 90% van de lasten uit de begroting 2023 bestaat uit personeelsgerelateerde kosten. Salarissen zijn daar veruit het grootste onderdeel van. Net zoals in 2023 het geval is, wordt voor 2024 uitgegaan van een aandeel van 73% voor de loonkostenontwikkeling en 27% voor de ontwikkeling van prijzen.
2.3
Declarabiliteit
De ODZOB streeft er naar om gedurende 2023 het ziekteverzuim terug te brengen naar een lager niveau. Het voorstel over het herijkte uitgangspunt voor het ziekteverzuim is uiteraard ook van toepassing op begrotingsjaar 2024. Het meest actuele 3-jaars voortschrijdend gemiddelde ligt op ruim 6%. Gevolg daarvan is, dat naar huidige inzichten, voor het uitvoeringsjaar 2024 wordt uitgegaan van dezelfde declarabiliteitsnorm als in 2023; namelijk 1.320 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. Om te komen tot de realisatie van 249.000 declarabele uren in 2024 en op basis van een declarabiliteitsnorm van 1.320 uur per fte dient de ODZOB te kunnen beschikken over de volgende aantallen fte’s: •
Primair proces
189 fte
•
Overhead
47 fte (20% van het totaal)
•
Totaal
236 fte
2.4
Indexering 2024
De wijze van indexeren waar de 4GR in Zuidoost-Brabant uitvoering aan geven is vorig jaar geactualiseerd en bestuurlijk bekrachtigd. Daarbij is bepaald dat indexcijfers voor 2024 uit de Macro Economische Verkenning 2023 (gepubliceerd in september 2022) als uitgangspunt gelden voor de kaderbrief 2024. Onlangs is gebleken dat prognoses waarbij 2 jaren vooruit wordt gekeken enkel door het CBS worden opgesteld na de formatie van een nieuw kabinet. Dat betekent dat niet altijd kan worden beschikt over de indexcijfers voor het jaar waar de kadernota/brief betrekking op heeft. Hierdoor moeten de eerder bijgestelde uitgangspunten in 4GR-verband worden teruggedraaid. Voor de kaderbrief 2024 betekent dit de loon- en prijsontwikkelingen voor 2024 worden gebaseerd op de prognoses zoals het CPB deze verwacht voor het uitvoeringsjaar 2023. In het volgende voorjaar worden deze gegevens geactualiseerd en worden er wel ramingen gepresenteerd voor 2024. Deze komen te laat voor de ODZOB (en andere gemeenschappelijke regelingen) om hier gebruik van te kunnen maken.
2
Kaderbrief 2024
Wegens het ontbreken van gerichte prognoses voor 2024 worden de indexcijfers voor 2023 gehanteerd als prognose voor 2024. Het betreft de volgende indexcijfers: •
Materiële overheidsconsumptie:
5,9%
aandeel 27%
•
Loonvoet sector overheid:
3,3%
aandeel 73%
•
Gewogen bedraagt dit percentage:
4,0%
Zoals uitgebreid is toegelicht in het financieel perspectief 2023, geldt er ook voor 2024 nog geen van toepassing zijnde Cao voor de medewerkers van de ODZOB. Ook voor 2024 ligt het in de lijn der verwachting dat de loonindexering uit de meest recente Macro Economische Verkenning onvoldoende zal zijn om de loonontwikkeling te kunnen dragen. Vandaar dat de aanvullende loonkostenprognose voor 2023 eveneens kan worden opgenomen in de tariefopbouw voor 2024. Net zomin als dit in 2023 het geval is, kan deze ontwikkeling voor 2024 als O-O-O worden aangemerkt. Er bestaat dus een keuzemogelijkheid of de aanvullende loonkostenprognose voor 2023 wordt opgenomen in de tariefstelling voor 2024. Het bijgesteld gemiddeld uurtarief voor 2023, exclusief de aanvullende prognose voor de loonkosten 2023, is de basis voor onderstaande tabel. stijging
Tariefontwikkeling 2024
bedrag
Nieuw gemiddeld uurtarief 2023
€ 110,61
MEV 2023: ontwikkeling prijspeil voor 2024
1,6%
€ 1,77
MEV 2023: ontwikkeling loonkosten voor 2024
2,4%
€ 2,65
Gemiddeld uurtarief 2024
€ 115,03
Het gemiddeld uurtarief stijgt, als gevolg van onontkoombare, onvermijdelijke en onuitstelbare ontwikkelingen, met circa 4% ten opzichte van het bijgestelde gemiddelde uurtarief over 2023. Voorgesteld wordt om, indien ten tijde van de totstandkoming van de ontwerpbegroting 2024 tijdig en volledig duidelijk wordt wat de gevolgen van de nieuwe Cao voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zijn, deze gevolgen te verwerken in de ontwerpbegroting 2024.
2.5
Weerstandsvermogen en risicomanagement
De afgelopen jaren heeft het algemeen bestuur enkele besluiten genomen waarbij de algemene reserve als dekkingsbron is gekozen door incidentele (project)kosten. Daartegenover stond dat de algemene reserve weer werd aangevuld door positieve jaarresultaten. In de vorige vergadering van het algemeen bestuur (oktober 2022) werd besloten om de geprognotiseerde tekorten uit de Bestuursrapportage 2022 af te dekken door een eenmalige onttrekking aan de algemene reserve. Hierbij is aangetekend dat de financiële buffer van de ODZOB nagenoeg is opgedroogd. De stand van de algemene reserve bedraagt eind 2022, naar verwachting, €2,12 miljoen. De eenmalige onttrekking waarmee werd ingestemd bedraagt €1,98 miljoen. Er resteert dan een gering bedrag van €142.000 per eind 2022. Zoals eerder aangekondigd hebben de 4GR in regio Zuidoost-Brabant haar financiële kaders onlangs herijkt. De uitgangspunten voor de streefwaarden worden daarbij niet bijgesteld.
3
Kaderbrief 2024
In een afzonderlijk voorstel worden deze herijkte kaders ter vaststelling aan het algemeen bestuur van de ODZOB voorgelegd. Dit is tevens de AB-vergadering waarin de voorliggende kaderbrief 2024 ter vaststelling wordt voorgelegd. Ervan uitgaande dat het algemeen bestuur instemt de ongewijzigde streefwaarden over de hoogte van de algemene reserve, betekent dit voor de ODZOB dat deze tussen de €1,2 en €1,5 miljoen moet liggen. Dit betekent vervolgens dat er een bedrag van circa €1,1 miljoen nodig is om de algemene reserve aan te vullen tot de minimumwaarde. Er bestaan twee manieren waarop dit plaats kan vinden. Enerzijds door het toevoegen van een positief jaarresultaat en anderzijds door een (eenmalige) storting van onze deelnemers. Het eerste alternatief licht niet voor de hand. Het jaar 2022 wordt immers naar verwachting met een substantieel tekort afgesloten en ook voor uitvoeringsjaar 2023 bestaan er nog vele onzekerheden die het zondermeer behalen van een positief jaarresultaat in de weg kunnen staan. Dat betekent dus dat een storting door de ODZOB-deelnemers een voor de hand liggend alternatief is. Daarbij kan er voor gekozen worden om dit eenmalig te doen, of om dit over enkele jaren uit te smeren. Het is uiteindelijk aan het algemeen bestuur om hier, na consultatie van de gemeenteraden en Provinciale Staten, een keuze in te maken.
Vooralsnog wordt uitgegaan van een eenmalige aanvulling. De wijze waarop dit geregeld wordt vloeit voort uit artikel 36 van de (statuten van de) Gemeenschappelijke Regeling ODZOB. Het 4e lid van dit artikel gaat in op de bekostiging van een negatief jaarresultaat. Dit betreft, voor zover mogelijk, een onttrekking uit de algemene reserve of een bijdrage van alle deelnemers naar rato van ieders afname (lees: omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. In de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement is opgenomen dat indien de hoogte van de algemene reserve onder het minimumniveau uitkomt aan de deelnemers om een aanvullende bijdrage gevraagd kan worden. Van een strikte noodzaak is derhalve geen sprake. In dezelfde Nota is echter ook bepaald dat indien de algemene reserve uitkomt op een negatief saldo, er een plan aan het algemeen bestuur moet worden voorgelegd voor het wegwerken hiervan. De financieel toezichthouder (voor de ODZOB is dat het ministerie van Bzk) hanteert een lijst met toetspunten om te beoordelen welk toezichtregime van toepassing wordt verklaard. Tot nu toe is er sprake van repressief toezicht.
Om dit voort te zetten is het volgende toetspunt van belang: “voldoet de GR voor het weerstandsvermogen aan haar eigen vastgestelde norm (=ondergrens) en is er naar het oordeel van de toezichthouder voldoende weerstandscapaciteit in relatie tot de gekwantificeerde risico’s?”
4
Kaderbrief 2024
Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het verstandig is om, eenmalig, de algemene reserve van de ODZOB aan te vullen. Uitgaande van de omzetverhoudingen die gepresenteerd zijn in de Bestuursrapportage 2022 gaat het indicatief om de volgende bijdragen:
Deelnemer Deelnemers Gemeente Asten Gemeente Bergeijk Gemeente Best Gemeente Bladel Gemeente Cranendonck Gemeente Deurne Gemeente Eersel Gemeente Eindhoven Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Gemert-Bakel Gemeente Heeze-Leende Gemeente Helmond Gemeente Laarbeek Gemeente Nuenen Gemeente Oirschot Gemeente Reusel-de Mierden Gemeente Someren Gemeente Son en Breugel Gemeente Valkenswaard Gemeente Veldhoven Gemeente Waalre Provincie Noord-Brabant Totaal
indicatief aandeel
storting algemene reserve
3,4% 1,8% 3,1% 1,7% 3,2% 6,3% 1,7% 8,1% 2,2% 6,3% 1,7% 4,6% 6,0% 1,8% 2,1% 1,6% 3,6% 1,6% 2,3% 2,9% 1,0% 32,8%
€ 37.585 € 20.223 € 34.451 € 18.767 € 35.126 € 69.790 € 18.507 € 88.993 € 24.205 € 69.265 € 19.054 € 50.852 € 66.252 € 20.157 € 22.838 € 17.529 € 39.730 € 17.764 € 25.843 € 31.479 € 11.294 € 360.294
100,0%
€ 1.100.000
5
Financieel perspectief 2023
Financieel perspectief 2023
Financieel perspectief 2023
In opdracht van
algemeen bestuur ODZOB
Opgesteld door
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Datum
8 december 2022
Status
definitief
8 december 2022
-2-
Financieel perspectief 2023
Inhoudsopgave 1
Inleiding ................................................................................................................................................................................ 1
2
Ontwikkelingen 2023 ....................................................................................................................................................... 2 2.1
Baten ......................................................................................................................................... 2
2.2
Lasten ....................................................................................................................................... 2
2.3
Macro Economische Verkenning 2023 ........................................................................................ 3
2.4
Cao-ontwikkelingen ................................................................................................................... 4
2.5
Declarabiliteit ............................................................................................................................ 5
2.6
Gevolgen voor deelnemers ......................................................................................................... 6
8 december 2022
-3-
Financieel perspectief 2023
1
Inleiding
Voor u ligt het financieel perspectief 2023 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Dit document maakte oorspronkelijk onderdeel uit van de kaderbrief 2024 die op 8 december 2022 aan de orde werd gesteld in de vergadering van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur besloot om het financieel perspectief voor 2023 in een op zichzelf staand document te presenteren; naast de verwachte ontwikkelingen voor 2024. De aangepaste kaderbrief 2024 richt zich hierdoor enkel nog op 2024. De hoogste inflatie in het naoorlogse tijdperk waar Nederland momenteel mee geconfronteerd wordt treft gemeenten, provincies, gemeenschappelijke regelingen en dus ook de ODZOB. Gedegen prognoses over loon- en prijsontwikkelingen zijn slechts met een zeer groot voorbehoud af te geven. Aan de andere kant is het overduidelijk dat de uitpangspunten waarop de eerder dit jaar vastgestelde begroting voor 2023 gebaseerd is, achterhaald zijn. Deze bijzondere situatie is aanleiding om in een afzonderlijk document aandacht te besteden aan het financieel perspectief voor het uitvoeringsjaar 2023. Hierin staat de ODZOB niet alleen; zowel in 4GR1-verband als in 3OD2-verband is gesproken over de bijzondere situatie waar we ons nu in bevinden.
Voor gemeenschappelijke regelingen is het, mede vanwege de bekostigingsstructuur, belangrijk om zo vroeg mogelijk significante ontwikkelingen aan de deelnemers kenbaar te maken. Uitgangspunt voor iedere begroting die de ODZOB opstelt is dat de baten en lasten structureel in evenwicht zijn. Dit leidt tot een meerjarig sluitende begroting. Aan dit uitgangspunt wordt, ondanks de economisch roerige tijden, niet getornd.
1 2
4GR: GGD, Veiligheidsregio, MRE en Omgevingsdienst in Zuidoost-Brabant 3OD: Omgevingsdiensten Midden- en West-Brabant, Brabant Noord en Zuidoost-Brabant
1
Financieel perspectief 2023
2
Ontwikkelingen 2023
Zoals aangegeven zijn enkele essentiële uitgangspunten uit de vastgestelde begroting 2023 door mondiale ontwikkelingen achterhaald. Daar wordt in dit hoofdstuk nader op ingegaan.
2.1
Baten
De baten van de ODZOB bestaan voornamelijk uit de vergoeding voor werkzaamheden uit de individuele werkprogramma’s van onze deelnemers en de deelnemersbijdragen voor de regionale samenwerking, waaronder het collectief programma. De door de ODZOB uitgevoerde activiteiten worden verrekend op basis van gerealiseerde uren tegen het toepasselijke tarief uit de producten- en dienstencatalogus (PDC). Daarnaast worden directe (project)kosten voor derden één op één doorbelast. De vastgestelde begroting 2023 is gebaseerd op de overeengekomen werkprogramma’s voor 2022, rekening houdend met bekende beleidsmatige ontwikkelingen voor 2023. Inmiddels zijn ook de concept werkprogramma’s voor 2023 opgesteld. Dit geldt eveneens voor het programma regionale samenwerking. Op basis hiervan kan worden beoordeeld of het geraamde aantal declarabele uren voor 2023 moet worden bijgesteld. De begroting 2023 gaat uit van 245.000 te realiseren declarabele uren. Op basis van de meest actuele (maar nog niet definitieve) inzichten loopt deze urenbehoefte op naar 249.000 uren in 2023. De interpretatie hiervan is dat de urenraming voor 2023 niet bijgesteld hoeft te worden. Voor 2024 geldt, vooralsnog, het aantal van 249.000 declarabele uren als uitgangspunt.
2.2
Lasten
Ruim 90% van de lasten uit de begroting 2023 bestaat uit personeelsgerelateerde kosten. Salarissen zijn daar veruit het grootste onderdeel van. De onderstaande tabel geeft een inzicht op hoofdlijnen. Kostensoort
Aandeel in totaal
Salarissen (eigen personeel)
73%
Externe inhuur
13%
Overige personele kosten
4%
Organisatiekosten / diversen
10%
De huidige situatie op de arbeidsmarkt leidt er toe dat het niet alleen lastig is om nieuw personeel aan ons te binden, het is tevens een uitdaging om de huidige medewerkers binnenboord te houden. Deze omstandigheden leiden er toe dat er vaker een beroep moet worden gedaan op externe inhuur, vandaar dat het aandeel van deze post binnen de totale kosten groter wordt en inmiddels op 13% uitkomt. In de vastgestelde begroting 2023 is uitgegaan van loon- en prijsstijgingen die, door de ontwikkelingen waar we heden ten dage mee geconfronteerd worden, niet houdbaar zullen zijn. Dat wordt hieronder toegelicht.
2
Financieel perspectief 2023
2.3
Macro Economische Verkenning 2023
Uit de Macro Economische Verkenning voor 2023 (die werd gepresenteerd op Prinsjesdag 2022) blijken de volgende relevante ontwikkelingen voor 2022: ODZOB begroting 2022
MEV 2023 (jaar 2022)
Verschil 2022
Loonontwikkeling (73%)
1,5%
4,8%
3,3%
Prijsontwikkeling (27%)
1,5%
7,8%
6,3%
Effect ODZOB
1,5%
5,6%
4,1%
Het vastgestelde gemiddeld uurtarief voor 2022 bedraagt €100,30. De actuele loon- en prijsontwikkelingen tonen aan dat dit tarief ruim 4% te laag is om deze ontwikkelingen op te vangen. Inclusief bovenstaande ontwikkelingen zou, achteraf gezien, het gemiddeld tarief eigenlijk moeten liggen op € 104,42. De tekorten die de ODZOB verwacht voor het jaar 2022 zijn uiteengezet in de Bestuursrapportage 2022. Het algemeen bestuur heeft in oktober 2022 ingestemd met het voorstel om het te verwachten tekort voor 2022 te dekken uit een eenmalige onttrekking uit de algemene reserve. Daarmee is bovenstaande ontwikkeling voor wat betreft 2022 afgedekt. De vastgestelde begroting voor 2023 is gefundeerd op begroting 2022. De gevolgen van de loon- en prijsontwikkelingen uit 2022 leiden daarmee ook tot een tekort voor 2023. Daarbovenop komen dan nog de actuele ramingen uit de MEV die betrekking hebben op 2023. Ook daar blijkt dat de eerder gedane aannames, zoals verwerkt in de vastgestelde begroting 2023, achterhaald zijn: ODZOB begroting 2023
MEV 2023 (jaar 2023)
Verschil 2023
Loonontwikkeling (73%)
2,3%
3,3%
1,0%
Prijsontwikkeling (27%)
1,6%
5,9%
4,3%
Effect ODZOB
2,1%
4,0%
1,9%
Het vastgestelde gemiddeld uurtarief voor 2023 bedraagt €102,50. Hierin zijn zowel de actuele ontwikkelingen voor lonen en prijzen voor 2022 als voor 2023 niet verwerkt. Indien hier wel rekening mee wordt gehouden, zou het gemiddeld uurtarief voor 2023 uitkomen op € 108,56. Deze tariefontwikkeling is gebaseerd op feiten en heeft daarmee een O-O-O-karakter3. stijging
Tariefstijging 2023 loon- en prijsontwikkeling
bedrag
Gemiddeld uurtarief 2023
€ 102,50
Ontwikkelingen MEV 2023 voor 2022
4,1%
€ 4,12
Ontwikkelingen MEV 2023 voor 2023
1,9%
€ 1,94
Bijgesteld gemiddeld uurtarief 2023
3
€ 108,56
O-O-O: Onontkoombaar, Onvermijdelijk en Onuitstelbaar
3
Financieel perspectief 2023
2.4
Cao-ontwikkelingen
De huidige Cao voor ambtenaren bij gemeenten en gemeenschappelijke regelingen kent een looptijd tot en met 31 december 2022. De onderhandelingen voor een nieuwe Cao zijn inmiddels gestart, maar het resultaat hiervan is momenteel (oktober 2022) nog niet duidelijk. Sinds dit jaar bestaat er voor gemeenschappelijke regelingen een afzonderlijk financieel toetsingskader. Tot nu toe was het gemeenschappelijk financieel toezichtskader (kortweg: GTK) voor gemeenten eveneens van toepassing op gemeenschappelijke regelingen. Omdat GR-en en gemeenten in de praktijk sterk van elkaar verschillen (zoals ook blijkt uit ieders financiële verantwoording) is er gekozen voor een afzonderlijk GTK voor gemeenschappelijke regelingen. Recente wijzigingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) zijn hierin meegenomen. Met betrekking tot het thema loon- en prijsindexatie (paragraaf 7.7) is het nieuwe GTK behoorlijk uitgesproken. In het kader van reëel ramen moet rekening worden gehouden met budgettaire effecten van loonstijgingen. Dit kan zowel door het verwerken in de ramingen van de personele lasten of middels een stelpost. Indien er bij het ramen van de personele lasten een eigen gekozen percentage wordt gehanteerd, moet dit (in de begroting) worden beargumenteerd.
Mocht er geen rekening worden gehouden met loonindexering, dan stelt de toezichthouder op voorhand dat er sprake is van een bezuiniging en zal het realiteitsgehalte hiervan door de toezichthouder getoetst worden. In het najaar van 2022 zijn de onderhandelingen voor een nieuwe Cao gestart. Werkgevers en vakbonden koersen aan op een Cao voor de duur van één jaar. Er zit nog een groot verschil tussen de inzet van beide partijen. Berichtgeving hierover toont dat de vakbonden inzetten op een salarisverhoging van 15% en dat de werkgevers in eerste aanleg 6% salarisverhoging voorstelden4. De onlangs bekrachtigde Cao voor Rijksambtenaren leidt tot een salarisstijging van gemiddeld genomen 9%, voor de duur van 2 jaren. Het effect van deze Cao dat betrekking heeft op het jaar 2023 is 3% tot 4%. Dat is lager dan het afgeslagen bod van de werkgevers in de Cao-onderhandelingen die voor gemeenschappelijke regelingen van belang zijn. Het is bijzonder lastig om onder het geschetste onzekere gesternte een concrete raming op te stellen. Dit laat onverlet dat er serieus rekening mee moet worden gehouden dat de ramingen over de loonkostenontwikkelingen, zoals gepresenteerd in de Macro Economische Verkenning 2023, achterhaald gaan worden door de nieuwe, nog af te sluiten Cao voor de ODZOB-medewerkers.
Vandaar dat nu, met een groot voorbehoud, als verwachting voor de salarisontwikkeling voor het jaar 2023 wordt uitgegaan van een stijging van ruim 9%. Daarop wordt de loonkostenraming uit de MEV voor 2023 in mindering gebracht (dat is ruim 3%). Dan resteert er circa 6% aanvullende loonkostenstijging voor 2023. Rekening houdend met de 73% van de ODZOB-begroting dat hierdoor beïnvloed wordt komt dit neer op een tariefstijging van 4,4%. Duidelijk mag zijn dat de ongewisse uitkomsten van de lopende Cao-onderhandelingen in financiële zin een groot risico vormen voor de ODZOB en daarmee voor onze deelnemers. Vandaar dat in beeld is gebracht welke impact deze Cao zou kunnen hebben op de tariefontwikkeling van de ODZOB. Zodra er een Cao is vastgesteld, hebben de gevolgen hiervan een O-O-O-karakter. Dat is nu letterlijk nog niet het geval. Vandaar dat de bovenstaande effecten nu geen onderdeel uitmaken van de voorgestelde gemiddelde uurtarieven voor zowel 2023 als 2024.
4
Deze percentages zijn overigens exclusief de financiële gevolgen van verlof-gerelateerde eisen.
4
Financieel perspectief 2023
Het gemiddeld uurtarief zou, als gevolg van de geschetste indicatieve Cao-ontwikkeling, kunnen stijgen met aanvullend €4,51 tot een totaalbedrag van €113,07. stijging
Tariefstijging 2023 loon- en prijsontwikkeling
bedrag
Gemiddeld uurtarief 2023
€ 102,50
Ontwikkelingen MEV 2023 voor 2022
4,1%
€ 4,12
Ontwikkelingen MEV 2023 voor 2023
1,9%
€ 1,94
Subtotaal
€ 108,56
Aanvullende prognose loonkosten 2023
4,4%
Bijgesteld gemiddeld uurtarief 2023
2.5
€ 4,51 € 113,07
Declarabiliteit
De ODZOB gaat in beginsel uit van 1.350 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. Zoals is toegelicht in de Bestuursrapportage 2022 blijft de werkelijke declarabiliteit momenteel (in 2022) achter bij de norm. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een hoog ziekteverzuim. In de begroting van de ODZOB wordt rekening gehouden met een gemiddeld ziekteverzuim van 4,5% op jaarbasis. Dit wijkt af van de realisatiecijfers van de afgelopen jaren. Het huidige 3-jaars voortschrijdend gemiddeld ziekteverzuim komt uit op ruim 6%. Het hoge verzuim in (het eerste deel van) 2022 is hier een belangrijke oorzaak van. Maar ook in de jaren 2020 en 2021 lag het werkelijke ziekteverzuim boven het uitgangspunt van 4,5%. Het tot op heden gehanteerde uitgangspunt komt daarom voor herijking in aanmerking. Voorgesteld wordt om, vanaf uitvoeringsjaar 2023 uit te gaan van het 3-jaars voortschrijdend gemiddelde als streefwaarde voor het ziekteverzuim. In de Bestuursrapportage 2022 is rekening gehouden met een werkelijk gemiddeld ziekteverzuim van meer dan 7%. Dit leidt er toe dat er bij de start van het uitvoeringsjaar 2023 niet zondermeer kan worden uitgegaan van het reguliere gemiddelde ziekteverzuim. Het kan geenszins worden uitgesloten dat het ziekteverzuim op 31/12/2022 in de buurt van 8% tot 9% ligt. Er zijn forse inspanningen nodig om het ziekteverzuim in de loop van 2023 te verlagen.
Vandaar dat momenteel hard wordt gewerkt aan een actualisatie van het strategisch personeelsbeleid. Vanaf 2023 gaat de ODZOB samenwerken met een nieuwe Arbodienst waarmee met nieuw elan de verzuimproblematiek wordt aangepakt. Op dit moment wordt het door de directie van de ODZOB als een realistisch, maar uitdagend, scenario gezien dat een hoog ziekteverzuim bij de start van 2023 (indicatie: 8% tot 9%) gedurende het jaar kan worden teruggebracht naar 5% tot 6%. Dit leidt tot een bandbreedte voor het gemiddeld ziekteverzuim tussen 6,5% en 7,5%. Deze prognose is daarmee (incidenteel) hoger dan de voorgestelde streefwaarde op basis van het 3-jaars voortschrijdend gemiddelde; zoals hierboven gepresenteerd is dat 6%.
5
Financieel perspectief 2023
Dit hoge(re) ziekteverzuim heeft een negatieve impact op het kunnen realiseren van het declarabiliteitstarget van 1.350 uur per fte. Onderstaande tabel toont de onderlinge relatie tussen beide thema’s: Ziekteverzuim
Haalbare declarabiliteit
4,5%
1.350 uur / fte
5,0%
1.340 uur / fte
5,5%
1.330 uur / fte
6,0%
1.320 uur / fte
6,5%
1.310 uur / fte
7,0%
1.300 uur / fte
7,5%
1.290 uur / fte
De opgedane ervaringen over het ziekteverzuim in 2022 leiden er toe dat voor het uitvoeringsjaar 2023 uitgegaan moet worden van een lagere declarabiliteitsnorm dan eerder het geval was. De geschetste verwachtingen over het ziekteverzuim en de gevolgen daarvan op de tariefontwikkeling hebben in beginsel geen O-O-O-karakter. Dat wordt anders als wordt ingestemd met de voorgestelde herijking over het uitgangspunt van het ziekteverzuim. In dat geval wordt 6% het nieuwe uitgangspunt voor het uitvoeringsjaar 2023. Dat betekent vervolgens dat de bandbreedte van het verwachte ziekteverzuim (6,5% tot 7,5%) hoger is dan het nieuwe uitgangspunt van 6%. Qua declarabiliteit leidt dit tot een norm van 1.320 uur per fte (dit sluit aan bij een ziekteverzuim van 6%). Daarbij wordt als nadrukkelijk risico benoemd dat een hoger ziekteverzuim (dan 6%) tot een extra declarabiliteitsdaling kan leiden. Om te komen tot de realisatie van 245.000 declarabele uren in 2023 en op basis van een declarabiliteitsnorm van 1.320 uur per fte dient de ODZOB te kunnen beschikken over de volgende aantallen fte’s: •
Primair proces
186 fte
•
Overhead
47 fte (20% van het totaal)
•
Totaal
233 fte
2.6
Gevolgen voor deelnemers
In de voorgaande paragraven is inzicht gegeven in de bijstellingen die nodig zijn om de uitvoering van de opgedragen werkprogramma’s en de projecten in de regionale samenwerking tot een goed einde te kunnen brengen. De impact van deze bijstellingen is fors. Niet alleen het uurtarief dient verhoogd te worden, ook het benodigd aantal fte is hoger als gevolg van de neerwaarts bijgestelde declarabiliteit. De haalbaar geachte declarabiliteit komt in 2023 uit op 1.320 uur per fte. Dat is 98% van de reguliere norm van 1.350 uur per fte. Gevolg hiervan is dat er meer fte’s nodig zijn ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023 om 245.000 declarabele uren te kunnen realiseren. Dit wordt getoond in de tabel op de volgende pagina. De lagere declarabiliteitsnorm leidt tot een extra kostenstijging en daarmee een hoger gemiddeld uurtarief in 2023 van 2%.
6
Financieel perspectief 2023
Declarabiliteit 2023
1.350 uur/fte
1.320 uur/fte
Verschil 2023
Fte primair proces
181
186
5
Fte overhead
46
47
1
Fte totaal
227
233
6
Hieronder zijn alle te verwachten ontwikkelingen op het gemiddeld uurtarief in beeld gebracht.
stijging
Totale tariefontwikkeling 2023
bedrag
Gemiddeld uurtarief 2023
€ 102,50
Ontwikkelingen MEV 2023 voor 2022
4,1%
€ 4,12
Ontwikkelingen MEV 2023 voor 2023
1,9%
€ 1,94
Aanvullende prognose loonkosten 2023
4,4%
€ 4,51
Lagere declarabiliteit: 1.320 uur/fte
2,0%
€ 2,05
Bijgesteld gemiddeld uurtarief 2023
€ 115,12
In praktische zin komt het er op neer dat de vastgestelde begroting 2023 nagenoeg integraal moet worden herzien. Dit leidt tot hogere kosten voor onze deelnemers. Dit zou in het meest ongunstige geval kunnen oplopen tot ruim 12% in 2023. Zoals eerder aangegeven is het ongewis wat de gevolgen van de Cao-onderhandelingen zullen zijn voor de tariefstelling van de ODZOB. Vandaar dat overwogen kan worden om dit onderdeel van de bovenstaand overzicht, vooralsnog, buiten beschouwing te laten. Indien daar voor gekozen wordt, betekent dit dat het bijgesteld gemiddeld uurtarief voor 2023 uitkomt op €110,61. stijging
Voorgestelde tariefontwikkeling 2023
bedrag
Gemiddeld uurtarief 2023
€ 102,50
Ontwikkelingen MEV 2023 voor 2022
4,1%
€ 4,12
Ontwikkelingen MEV 2023 voor 2023
1,9%
€ 1,94
Lagere declarabiliteit: 1.320 uur/fte
2,0%
€ 2,05
Nieuw gemiddeld uurtarief 2023
€ 110,61
Voor de goede orde: het aantal benodigde uren per op te leveren product of dienst verandert in beginsel niet als gevolg van deze ontwikkelingen. Enkel de uurtarieven (zowel het gemiddeld uurtarief als de in de PDC gehanteerde tarieven) veranderen. Via een (nog in gang te zetten) herziening van de begroting 2023 worden de gevolgen per deelnemer in beeld gebracht. Aangezien het hierbij om een onvrijwillige kostenverhoging gaat, ligt een zienswijzeprocedure op deze begrotingswijziging voor de hand. Het verdient de aanbeveling om deze procedure parallel te laten lopen aan de zienswijzeprocedure op de ontwerpbegroting 2024.
7
Financieel perspectief 2023
In onderstaande tabel is indicatief weergegeven wat de gevolgen per deelnemer zijn voor het jaar 2023 indien enerzijds het gemiddeld uurtarief stijgt van €102,50 naar €110,61 en anderzijds het urenvolume gelijk blijft aan de uitgangspunten van de eerder opgestelde begroting 2023 (te weten 245.000 uren). BEGROTING 2023 Baten per deelnemer
Gemeente Asten Gemeente Bergeijk Gemeente Best Gemeente Bladel Gemeente Cranendonk Gemeente Deurne Gemeente Eersel Gemeente Eindhoven Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Gemert-Bakel Gemeente Heeze-Leende Gemeente Helmond Gemeente Laarbeek Gemeente Nuenen Gemeente Oirschot Gemeente Reusel-de Mierden Gemeente Someren Gemeente Son en Breugel Gemeente Valkenswaard Gemeente Veldhoven Gemeente Waalre Provincie Noord-Brabant Raming deelnemers buiten werkprogramma Overige klanten Totaal baten uit opdrachten
Programma Dienstverlening
Programma Regionale samenwerking
674.559 329.341 481.955 459.636 437.627 1.399.493 328.694 1.460.062 342.175 1.003.860 454.097 862.299 1.046.890 386.938 440.927 348.416 791.352 394.206 408.678 318.301 166.380 7.141.978 2.954.900 870.000 23.502.763
62.073 51.479 57.565 65.849 73.030 107.806 77.774 210.285 63.063 115.004 44.907 127.918 80.397 37.475 62.096 41.035 70.652 51.962 44.977 74.378 25.926 552.095 0 0 2.097.749
Totale bijdrage
736.632 380.820 539.519 525.484 510.657 1.507.299 406.467 1.670.348 405.237 1.118.864 499.004 990.217 1.127.287 424.414 503.024 389.450 862.005 446.169 453.656 392.679 192.305 7.694.074 2.954.900 870.000 25.600.512
INDICATIE BIJSTELLING BEGROTING 2023
EFFECT 2023
Programma Dienstverlening
Programma Regionale samenwerking
Aanvullende bijdrage
727.931 355.399 520.088 496.003 472.253 1.510.223 354.700 1.575.585 369.248 1.083.287 490.026 930.525 1.129.722 417.554 475.814 375.983 853.966 425.397 441.014 343.485 179.544 7.707.065 3.188.698 938.836 25.362.348
66.985 55.552 62.119 71.059 78.809 116.336 83.928 226.924 68.052 124.104 48.461 138.039 86.758 40.440 67.010 44.281 76.243 56.074 48.536 80.263 27.977 595.778 0 0 2.263.727
Totale bijdrage
794.916 410.951 582.207 567.062 551.061 1.626.559 438.628 1.802.509 437.301 1.207.391 538.487 1.068.565 1.216.480 457.994 542.824 420.264 930.208 481.470 489.550 423.749 207.521 8.302.844 3.188.698 938.836 27.626.074
58.284 30.131 42.688 41.577 40.404 119.260 32.160 132.161 32.063 88.527 39.482 78.348 89.193 33.580 39.800 30.814 68.203 35.302 35.894 31.070 15.216 608.770 233.797 68.836 2.025.562
Het totaaleffect van de gepresenteerde tariefbijstelling komt uit op ruim €2,0 miljoen in 2023. Voorgesteld wordt om, indien ten tijde van de totstandkoming van de herziene begroting 2023 tijdig en volledig duidelijk wordt wat de gevolgen van de nieuwe Cao voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zijn, deze gevolgen te verwerken in de herziene begroting 2023.
8