A7 Provinciaal verslag asielopgave (GEANONIMISEERD)pdf
Tekst van het document
Geacht college, In de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) staat dat de commissaris van de Koning in haar hoedanigheid als Rijksorgaan voor 1 november 2024 een verslag oplevert aan de minister van Asiel en Migratie. In dit verslag staat beschreven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de provinciale asielopgave. De bewindspersoon stelt uiterlijk 31 december 2024 een provinciaal verdeelbesluit vast. Bijgevoegd treft u aan de brief van de CdK aan uw college, de aanbiedingsbrief van de CdK aan de minister van Asiel en Migratie en het provinciale verslag. Deze mail wordt gelijktijdig verstuurd aan het secretariaat van uw griffie (met verzoek de brieven en het verslag door te geleiden naar de leden van de gemeenteraad). Met vriendelijke groet, Kabinet CdK
Brabantlaan 1 | Postbus 90151 | 5200 MC ’s-Hertogenbosch 073 6812812 | Contactformulier | Brabant.nl
Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant
Aan de colleges van B en W van alle Brabantse gemeenten i.a.a. Brabantse gemeenteraden
's-Hertogenbosch, l november 2024
Geacht college, Na het van kracht worden van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) is op l februari 2024 de zogenaamde capaciteitsraming gepubliceerd. Daarin is opgenomen hoeveel opvangplekken de komende twee jaren nodig zijn om iedereen in Nederland met recht op opvang een bed en begeleiding te bieden. Deze opvangplekken zijn (indicatief) verdeeld over de gemeenten op basis van het inwoneraantal en de sociaaleconomische score van de betreffende gemeente. Door de aantallen van de gemeenten in de provincie bij elkaar op te tellen, ontstaat de provinciale opvangopgave. De opgave voor de provincie Noord-Brabant is 14689 opvangplekken. In regionaal verband (aan de regionale regietafels/RRT) is besproken op welke wijze de opgave per gemeente ingevuld gaat worden. De provincie Noord-Brabant kent vijf regionale samenwerkingsverbanden asielopvang. Dat zijn de regio's De Markiezaten, De Baronie, Hart van Brabant, Noordoost-Brabant en Brabant Zuidoost. Op basis van de regionaal aangeleverde informatie per gemeente is het mijn wettelijke taak om hierover voor l november 2024 te rapporteren aan de minister van Asiel en Migratie. In de bijlage bij deze brief treft u mijn verslag inclusief aanbiedingsbrief aan de minister aan. Ik wil u vragen deze documenten door te zetten aan de leden van uw gemeenteraad.
De minister van Asiel en Migratie stelt op basis van de provinciale verslagen per provincie vast hoe de provinciale opgave wordt ingevuld. Als de provincie tot een sluitende en uitvoerbare verdeling is gekomen, neemt zij deze verdeling over. Wanneer dit niet gelukt is, zal zij in het verdeelbesluit aangeven hoe groot de opgave per gemeente binnen die provincie wordt.
Voor het eind van dit jaar zal zij hiervoor per provincie een verdeelbesluit nemen. Daarmee krijgen gemeenten een wettelijke taak om de in het verdeelbesluit opgenomen aantallen opvangplekken mogelijk te maken. Als gemeenten vanaf 1 juli 2025 niet voldoen aan die wettelijke taak kan het Rijk, zolang de Spreidingswet van kracht is, besluiten interbestuurlijk toezicht toe te passen. De provincie Noord-Brabant zal naar verwachting niet volledig voldoen aan de opgave. De provinciale opgave is door het meetellen van de sociaaleconomische score per gemeente fors hoger dan het aantal waarop voor de inwerkingtreding van de Spreidingswet werd gerekend. Het totaal aantal toegezegde opvangplekken bedraagt 13478. De Brabantse gemeenten spannen zich in om de toegezegde opvangplekken gerealiseerd te hebben op uiterlijk 1 juli 2025. We kunnen constateren dat de Spreidingswet nu al effect sorteert. De gemeentelijke plannen laten zien dat de komende twee jaren meer gemeenten dan voorheen asielopvang bieden. We zien ook een beweging van noodopvang naar duurzame opvang. Na het vaststellen van het verdeelbesluit ontstaat een nieuwe fase, namelijk het daadwerkelijk realiseren van de wettelijke taakstelling voor asielopvang. Hierbij is samenwerking op verschillende niveaus cruciaal, zowel bestuurlijk als ambtelijk, om de vastgestelde doelen te bereiken.
De uitvoering van de regioplannen wordt actief gemonitord door de regio's zelf aan de regionale regietafels en in afstemming met de provinciale regietafel (PRT). Ik realiseer mij terdege dat er veel is en - ook in de nabije toekomst - wordt gevraagd van gemeenten. Het opvangdossier is bovendien complex en ingewikkeld. Daarbij speelt de maatschappelijke impact en gevoeligheid. Mede daarom waardeer ik alle inspanningen die zijn en worden geleverd enorm en heb ik veel respect voor uw inzet en doorzettingsvermogen. Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Provinciaal verslag Noord-Brabant Inleiding De Brabantse gemeenten hebben in regionaal verband besproken hoe zij gezamenlijk de opgave voor asielopvang gaan invullen. De provincie Noord-Brabant kent vijf regionale samenwerkingsverbanden asielopvang. Dat zijn de regio’s De Markiezaten, De Baronie, Hart van Brabant, Noordoost-Brabant en Brabant Zuidoost. De vijf regio’s hebben de gemaakte afspraken vastgelegd in regioplannen. Onderstaand zijn deze regioplannen (in tabelvorm) verder uitgewerkt. In deze regioplannen staat beschreven op welke wijze de gemeenten gaan voldoen aan de taakstelling Asielopvang die voortvloeit uit de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (in de volksmond Spreidingswet). De verdeling van het aantal opvangplekken vindt plaats op basis van de inwoneraantallen per gemeente en op basis van de welvarendheid van een gemeente (SES-WOA Score). De taakstelling voor de provincie Noord-Brabant is door het meetellen van de SES-WOA score per gemeente fors hoger dan het aantal waar we voor de inwerkingtreding van de Spreidingswet op hadden gerekend. De provinciale opgave is 14689 opvangplekken. Het totaal aantal toegezegde opvangplekken bedraagt 13478. Knelpunten (realisatie onder voorbehoud) De Brabantse gemeenten spannen zich in om de toegezegde opvangplekken gerealiseerd te hebben op uiterlijk 1 juli 2025.
De vijf regio’s benoemen in hun plannen wel een aantal knelpunten die het uitdagend maken om alle aangedragen locaties tijdig te realiseren. Knelpunten die genoemd zijn: traagheid van ruimtelijke procedures, mede als gevolg van alle rechtsmiddelen die benut mogen worden om een initiatief op te houden, beperkte capaciteit bij het COA en ecologische omstandigheden.
Overzicht Brabantse gemeenten per regio die te kennen hebben gegeven asielopvang mogelijk te maken in de periode van 1 juli 2025 tot in ieder geval 1 februari 20261. Regio De Markiezaten Gemeente Indicatieve opgave Bergen op Zoom
352
Aantal reguliere plekken 3002
Aantal bijzondere plekken 0
Aantal opvangplekken per gemeente 300
Halderberge
173
1002
0
100
Moerdijk
214
200
0
200
Roosendaal
401
250
50 (AMV)
300
Rucphen
126
0
0
0
Steenbergen
134
0
0
0
Woensdrecht
124
124
0
124
Totaal
1524
974
50
1024
Bijzonderheden
Bestuursovereenkomst met het COA is getekend. Locatie beschikbaar vanaf 1 oktober 20252 Bestuursovereenkomst met het COA is in voorbereiding. Locatie beschikbaar vanaf 1 oktober 20252 Bestuursovereenkomst met het COA is getekend, omgevingsvergunning is verleend. Bestuursovereenkomst met het COA is in voorbereiding Geen toezegging voor permanente opvang. Tot 1 januari 2025 wel CNO (116 opvangplekken) Er loopt een participatietraject met als doel de indicatieve opgave van 134 opvangplekken te gaan realiseren. 100 opvangplekken zijn gerealiseerd. Uitbreiding en continuering is in gang gezet onder voorbehoud van een dekkende financiële regeling
1 Plekken tellen mee voor de realisatie van de provinciale opgave op het moment dat deze ter beschikking worden gesteld
aan het COA. Om mee te tellen in deze 1e cyclus van de wet dienen plekken minimaal vanaf uiterlijk een half jaar na het verdeelbesluit (uiterlijk vanaf 30 juni 2025) tot 1 februari 2026 (start 2e cyclus wet) beschikbaar te zijn voor directe plaatsing van asielzoekers door het COA. 2 De AZC-locaties in de gemeenten Bergen op Zoom en Halderberge komen beschikbaar per 1 oktober 2025. Respectievelijk
300 en 100 opvangplekken. Omdat deze opvangplekken niet volledig in de periode gerealiseerd zijn die vereist is om, conform de eisen uit de Spreidingswet, mee te tellen voor de totale provinciale asielopgave, zijn deze niet meegenomen in het totaaloverzicht.
Regio De Baronie Gemeente Indicatieve opgave
Aantal reguliere plekken
Aantal bijzondere plekken
Aantal toegezegde opvangplekken per gemeente
Altena Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg
343 1016 171 257 125
343 866 150 250 0
0 150 (AMV) 0 0 0
343 1016 150 250 0
Oosterhout Zundert Totaal
320 138 2370
180 140 1929
142 (AMV) 50 (AMV) 342 (AMV)
322 190 2271
Regio Hart van Brabant Gemeente Indicatieve opgave
Alphen-Chaam Baarle-Nassau Dongen Gilze en Rijen Goirle Hilvarenbeek Loon op Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk Totaal
70 42 162 153 151 106 139 205 1076 269 2373
Aantal reguliere plekken
Aantal bijzondere plekken
0 0 172 1200 151 106 125 500 350 0 2604
0 0 28 (AMV) 0 0 0 25 (AMV) 50 (AMV) 99 (AMV 0 202 (AMV)
Aantal toegezegde opvangplekken per gemeente 0 0 200 1200 151 106 150 550 449 0 2806
Bijzonderheden
Onderzoek naar mogelijke opvanglocaties loopt nog. Tot 31 oktober 2025 noodopvang (50 opvangplekken)
Bijzonderheden
Regio Noordoost-Brabant Gemeente Indicatieve opgave
3
Aantal reguliere plekken
Aantal bijzondere plekken
Bernheze
201
184
17 (AMV)
Aantal toegezegde opvangplekken per gemeente 201
Boekel Boxtel
71 192
65 0
6 (AMV) 0
71 0
Heusden Land van Cuijk Maashorst Meierijstad Oss ‘s-Hertogenbosch SintMichielsgestel Vught Totaal
272 536 341 507 507 879 196
83 550 312 427 250 525 355
23 (AMV) 50 (AMV) 29 (AMV) 80 (AMV) 0 75 (AMV) 33 (AMV)
106 600 341 507 250 600 388
206 3908
100 2851
17 (AMV) 330 (AMV)
117 3181
Bijzonderheden
Intentie om noodopvang te realiseren voor de duur van twee jaar.3 Afspraak over uitruilen van opgaven: Boxtel en Sint-Michielsgestel hebben een afspraak gemaakt over de verdeling Oekraïneen asielopvang. SintMichielsgestel vult de gezamenlijke asielopvang in.
Bernheze heeft de intentie om Noodopvang te realiseren met een maximum van 250 bedden voor maximaal twee jaar. Het COA is gevraagd een haalbaarheidsonderzoek te doen. Dit onderzoek is nog niet afgerond.
Regio Zuidoost Brabant Gemeente Indicatieve Aantal opgave reguliere plekken
Aantal bijzondere plekken
Bergeijk
123
0
0
Aantal toegezegde opvangplek ken per gemeente 0
Bladel
134
0
0
0
Eersel
131
0
0
0
Oirschot
126
104
40 (AMV)
144
Reusel-De Mierden
87
68
0
68
Asten Deurne Gemert-Bakel
101 191 181
101 161 0
0 30 (AMV) 0
101 191 0
Helmond Laarbeek
462 139
250 0
100 (AMV) 0
350 0
Someren Cranendonck Heeze-Leende Valkenswaard
121 125 111 176
121 1432 160 0
0 68 (AMV) 0 0
121 1500 160 0
Best Eindhoven GeldropMierlo Nuenen Son en Breugel Veldhoven Waalre
192 1198 231
192 1150 54
0 48 (AMV) 54 (AMV)
192 1198 54
159 119
159 70
0 0
159 70
288 119
288 0
0 0
288 0
Totaal
4514
4256
340 (AMV)
4596
Bijzonderheden
Onderzoek naar mogelijke opvanglocatie loopt nog. Onderzoek naar mogelijke opvanglocaties loopt nog. Haalbaarheidsonderzoek naar mogelijke locatie is nog niet afgerond
Onderzoek naar mogelijke opvanglocatie loopt nog.
Geen toezegging voor opvang. Geen toezegging voor opvang.
Geen toezegging voor opvang. Verkennende fase.
Geen toezegging voor opvang.
Totaaloverzicht Regio
Markiezaten Noordoost-Brabant Hart van Brabant De Baronie Brabant Zuidoost Noord-Brabant (totaal)
Indicatieve Beschikbaar van 1 Waarvan AMV opgave juli 2025 tot 1 (Indicatieve opgave spreidingswet februari 2026 AMV) 1524 624 50 (129) 3908 3181 330 (331) 2373 2806 202 (202) 2370 2271 342 (202) 4514 4596 340 (383) 14689 13478 1264 (1247)
Asielopgave Indicatieve asielopgave provincie Noord-Brabant Aantal toegezegde plekken Nog in te vullen opvangplekken
14689 13478 1211
Opgave opvang doelgroep AMV (alleenstaande minderjarige vreemdeling) Indicatieve provinciale asielopgave AMV asielopgave provincie Noord-Brabant Aantal toegezegde AMV plekken Aantal plekken boven de asielopgave AMV
1247 1264 17
Asielopvang (in percentage per regio) Regio
Markiezaten NoordoostBrabant Hart van Brabant De Baronie Brabant Zuidoost NoordBrabant (totaal)
Indicatieve opgave spreidingswet
1524 3908
Opvangplekken beschikbaar van 1 juli 2025 tot 1 februari 2026 624 3181
Percentage per 1 juli 2025
Percentage per 1 oktober 2025
40,9% 81,4%
Opvangplekken beschikbaar van 1 oktober 2025 tot 1 februari 2026 1024 3181
2373
2806
118,2%
2806
118,2%
2370 4514
2271 4596
95,8% 101,8%
2271 4596
95,8% 101,8%
14689
13478
91,8%
13878
94,5%
67,1% 81,4%
Aanspraak bonusregelingen De Brabantse gemeenten besluiten na het bekend worden van het verdeelbesluit voor welke SPUK-regeling zij in aanmerking willen komen. Afspraken over uitruilen van opgaven In de provincie Noord-Brabant hebben alleen de gemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel een afspraak gemaakt over de verdeling van de taakstellingen met betrekking tot de Oekraïne- en asielopvang. Sint-Michielsgestel vult de gezamenlijke asielopvang in. De indicatieve opgave van beide gemeenten is bij elkaar opgeteld 388. De gemeente Sint-Michielsgestel heeft aangegeven 388 opvangplekken te realiseren. De opgave Oekraïense ontheemden voor beide gemeenten opgeteld is 456 opvangplekken. De gemeente Boxtel realiseert 386 opvangplekken en de gemeente Sint-Michielsgestel 70 opvangplekken. Zij voldoen daarmee aan de gezamenlijke taakstellingen.
Bijlage 1: Achtergrondinformatie Opvang Oekraïense ontheemden Opgave per 1-1-2024 Midden-West Brabant Brabant Noord Brabant Zuid-Oost Totaal
4993 3833 4060 12886
Opgave per 1-1-2025
Prognose per
1-1-2025
6456 4732 5067 16255
Gerealiseerde opvangplekken Oekraïense ontheemden vanaf 1 januari 2024 Januari 2024 11848 Februari 2024 11867 Maart 2024 12068 April 2024 12117 Mei 2024 12160 Juni 2024 12357 Juli 2024 12863 Augustus 2024 12803 September 2024 12854 Asielopgave Gerealiseerde opvangplekken Asiel vanaf 1 januari 2024 Januari 2024 7332 Februari 2024 7719 Maart 2024 7827 April 2024 7758 Mei 2024 7853 Juni 2024 7800 Juli 2024 7868 Augustus 2024 8116 September 2024 8235 Oktober 2024 8241
6068 4952 4266 15286
Huisvesting statushouders (stand van zaken 1 oktober 2024)
Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant
Minister van Asiel en Migratie Postbus 20301 2500 EH Den Haag
's-Hertogenbosch, 31 oktober 2024
Geachte ….., Middels deze gezamenlijke brief van alle commissarissen van de Koning bied ik u mijn verslag aan zoals van mij gevraagd wordt in de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. Zoals deze wet voorschrijft doe ik dit in mijn rol als Rijksorgaan en na het voeren van vele gesprekken met de gemeenten. Conform de wet slaat u bij het nemen van uw verdeelbesluit acht op dit verslag en streeft u naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de opvang van asielzoekers over het grondgebied van Nederland. In aansluitend bericht wordt de specifieke provinciale opgave ingekleurd. Ik spreek mij niet kwalitatief uit over de gesprekken en de inzet van alle gemeenten, wel over de omstandigheden waar zowel gemeenten als provincies mee te maken hebben (gehad) bij de invulling van deze nieuwe wettelijke taak.
Effect van de Spreidingswet Alle commissarissen van de Koning staan onverkort achter de Spreidingswet die beoogt, door een evenwichtige spreiding van opvanglocaties, rust en stabiliteit te brengen in de asielopvang. We kunnen constateren dat de Spreidingswet nu al effect sorteert: de gemeentelijke plannen laten zien dat de komende twee jaren meer gemeenten dan voorheen asielopvang bieden en we zien óók een beweging van noodopvang naar duurzame opvang. Vanuit mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid doe ik dan ook nogmaals een beroep op de minister om de Spreidingswet in de volle breedte uit te blijven voeren. Daarbij adviseer ik geen besluiten tot intrekking van de Spreidingswet aan de Kamers voor te leggen tot er een deugdelijk alternatief voor voldoende asielopvangplekken ligt.
Uitdagingen bij invullen taakstelling Ondanks dat de Spreidingswet zeker al effect heeft, tellen de provinciale plannen helaas nog niet voldoende op tot de totaal gevraagde capaciteit. Dit kent een aantal redenen. Zo zorgde de aankondiging tot het voornemen van intrekking van de wet, kort na de inwerkingtreding, voor onduidelijkheid en vertraging. Dit heeft in zijn algemeenheid een wissel getrokken op politieke-bestuurlijke bereidheid te voldoen aan de Spreidingswet. Lokale bestuurders kwamen hierdoor regelmatig in een lastig parket bij het geven van uitleg over beoogde opvanglocaties aan omwonenden. De bestaande besluitvormings- en ruimtelijke procedures met vaak lange doorlooptijden zijn ongewijzigd gebleven. De invoering van de Spreidingswet is niet vergezeld gegaan van nieuwe wettelijke mogelijkheden tot versnelling. Dit moeten wij ons terdege realiseren. De laat verschafte duidelijkheid over kaders heeft ook niet bijgedragen aan de bereidheid van gemeenten om zelf opvangvoorzieningen te (laten) exploiteren. Ik zie ook dat het bij het COA in de uitvoering geregeld ontbreekt aan voldoende capaciteit en slagvaardigheid, waardoor projecten (extra) vertragen of soms zelfs geen doorgang kunnen vinden. Daarnaast zie ik in de miljoenennota ook dat de uitvoeringsorganisaties in de gehele keten te maken krijgen met een forse daling van budget.
Dit leidt bij mij tot zorgen over uitvoeringskracht en haalbaarheid. Gemeenten zijn bijvoorbeeld gevraagd duurzame plekken te leveren voor 5 jaar. De financiering van het COA daalt echter na 2027 drastisch. Dit maakt de businesscases voor nieuwe locaties zeer onzeker. We vragen veel van onze gemeenten zowel als het gaat om opgaven en taken alsook als het gaat om druk op de ruimte. Kan het Rijk zelf nog meer bijdragen als het gaat om Rijksvastgoed en/of gronden? De gewenste uitruil tussen gemeenten tussen asielopvangplekken en huisvesting van statushouders is in het hele land nog zeer beperkt van de grond gekomen. Ik constateer dat met spijt omdat ik de achterliggende gedachte van regionale samenwerking waar dat kan, zeer ondersteun. Daarom vraag ik u om met de opgedane ervaringen te onderzoeken hoe regionale samenwerking kan worden bevorderd, en hierbij een eerste evaluatie van hoe de wet, en met name de bonussystematiek, (uit)werkt, te betrekken.
Tot slot Ik zie dat de systematiek van overleg aan de PRT's en de LRT een goed instrument is om alle opgaven (van opvang tot huisvesting) in samenhang te bezien en tot resultaten te komen. Rust in het opvanglandschap en in de wet- en regelgeving hieromtrent zijn daarbij van groot belang.
Ik koppel aan deze weergave van feiten en omstandigheden die een rol hebben gespeeld tijdens de overlegfase van de Spreidingswet tot slot nog een tweeledig verzoek: Alles wat in uw vermogen ligt eraan bij te dragen om de voorwaarden voor het totstandbrengen van stabiele opvangvoorzieningen te verbeteren; Bovenstaande feiten en omstandigheden mee te wegen bij het nemen van uw verdeelbesluit en het inzetten van handhaving. Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.